15 jaar folteren: Groeten uit Guantánamo

De aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon liggen straks vijftien jaar achter ons. Voor die 2.977-voudige moord is op dit moment nog steeds niemand berecht. Wél ettert de zweer Guantánamo Bay onverminderd verder.

'Meestal is er geen énkel bewijs dat de gevangenen een misdaad begingen of opgeleid werden voor terroristische activiteiten' Tom Wilner, advocaat

U wil erbij zijn? Dan zult u vooraf uitvoerig gescreend worden door de afdeling Militaire Commissies van het Pentagon. U zult 3 uur en 20 minuten in een chartervliegtuig van het leger van de Andrews Air Force Base in Maryland naar Guantánamo vliegen, om vervolgens met de ferryboot naar Camp Justice, een tentendorp van 12 miljoen dollar, te reizen. Nog een paar minuten wandelen en u bent in het prefabgebouw dat men hier kent als Courtroom II. Laptops, gsm’s, opnameapparatuur en camera’s moet u thuis laten. Alsook: mouwloze hemden en schoenen die de tenen bloot laten.



Dit fort werd opgetrokken in 2008 om ‘high value prisoners’ te berechten, van wie er volgens de meeste Amerikanen slechts vijf toe doen: Khalid Sheikh Mohammed, het vermoedelijke meesterbrein achter de aanslagen van 9/11, en zijn vier samenzweerders. Publieke verhoren van de 9/11 Five kennen af en toe dramatische momenten, zoals wanneer de beschuldigden spontaan op de grond neerzijgen en tot gebed overgaan. Soms tarten ze het hof ook doelbewust, zoals die keer dat ze eisten dat de volledige aanklacht woord voor woord voorgelezen werd: het betrof een 87 pagina’s tellend document en het voorlezen nam bijna drie uur in beslag. Bij aanvang van datzelfde verhoor was beschuldigde Walid bin Attash de rechtszaal binnengeduwd in een rolstoel, omdat zijn prothetische been vooraf in beslag was genomen. Pas nadat hij had ‘beloofd zich te gedragen’ werd het valse lichaamsdeel terug op zijn plaats gezet.

Het is 21 september 2015, en naar schatting veertig leden van het mobiele oorlogstribunaal komen samen in Camp Justice voor een zogeheten voorproceduraal verhoor van Abd al Hadi al Iraqi, vermeend talibancommandant en Al Qaeda-leider, en tevens een figuur van wie haast niemand ooit gehoord heeft en die alvast niets te maken had met 9/11. Het maakt hem exemplarisch voor de meerderheid van Guantánamo’s gedetineerden: anonieme figuren die geen bewezen link met terroristen hebben en soms in Gitmo – kort voor Guantánamo Bay – belandden omdat ze op een verkeerd moment op de verkeerde plaats werden aangetroffen. Hadi, een voormalige Iraakse soldaat die in 1991 naar Afghanistan vluchtte, wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden – hij zou onder meer enkele aanvallen op Amerikaanse troepen in Afghanistan aangevoerd hebben.

'Mocht Abraham Lincoln morgen op een eenhoorn komen aangereden, ik zou er niet van opkijken. Zo'n klucht is het hier' Brian Mizer, militair advocaat

Vijftien jaar geleden werden de eerste War on Terror-gevangenen naar deze miezerig ogende, snikhete marinebasis voor de zuidoostelijke kust van Cuba gebracht. Van de in totaal 780 krijgsgevangenen zijn er 538 vrijgelaten door president Bush. Obama stelde er 135 in vrijheid. Er verblijven op dit moment dus nog steeds 107 gedetineerden op het eiland, en dat kost jaarlijks 3,4 miljoen dollar per gedetineerde. Kost en inwoon van een gevangene in een gewone federale of militaire gevangenis in de Verenigde Staten: 78.000 dollar per jaar.

Van die 107 zijn er 48 van wie de vrijlating eigenlijk al goedgekeurd is, in veel gevallen al van toen Bush nog president was. 49 anderen zitten in de vagevuurfase, hier bekend als ‘indefinite detention’. Onder hen: een dertigtal mannen die volgens de regering ‘niet in aanmerking komen voor een proces, maar te gevaarlijk zijn om vrijgelaten te worden’. Slechts tien gevangenen – allen ‘high value’, een eufemisme voor zij die destijds door de CIA gevat werden – zullen een proces krijgen.


Wachten op Godot

Het is 10 uur in de ochtend, en het verhoor van Hadi al Iraqi had volgens de planning al een halfuur bezig moeten zijn. De procedure loopt vertraging op, meldt men ons. Een paar dozijn mensen – velen van hen leden van de Joint Task Force Guantanamo (JTF), de militaire eenheid die leiding geeft aan zowel het oorlogstribunaal als de detentie-afdeling – zit rustig in een galerij van de rechtszaal. Aan de andere kant van het glas, aan de tafel van de verdediging: een Arabische man met een bescheiden lichaamshouding, witte tulband en bijbehorend gewaad.

Hadi, een midvijftiger, zit er bijna ontspannen bij. Hij streelt zijn donkergrijze baard en babbelt met zijn vertaler. Al meer dan acht jaar wordt hij vastgehouden op Gitmo: zijn advocaten beschouwen hem als een krijgsgevangene – en volgens de meeste conventionele normen is hij dat ook. Maar als ze hem officieel zo zouden noemen, zou hij automatisch ook in aanmerking komen voor de mensenrechten zoals opgetekend in de Conventie van Genève. Daarom bedacht de regering-Bush voor gedetineerden zoals hij de term ‘unprivileged enemy belligerents’: onwettige vijandelijke strijders. In theorie kan het ministerie van Defensie Hadi dus voor altijd onveroordeeld opgesloten houden.

Vandaag komt het oorlogstribunaal samen om geen andere reden dan Hadi de mogelijkheid te bieden zijn advocaten te ontslaan. Sinds 2012 heeft hij vier verschillende advocatenteams gehad, waarvan er twee tegen zijn wil opnieuw aangesteld werden door de regering. Hadi legt niet uit waarom hij zijn huidige team wenst te vervangen, maar vermoedelijk heeft het te maken met een algemeen wantrouwen tegen het systeem. ‘Wie neemt het hem kwalijk?’ vraagt één van zijn vorige advocaten. ‘Wat als jij morgen opgepakt zou worden door Al Qaeda, meegesleurd zou worden naar een geheime gevangenis, daar zes maanden onder een steen verborgen zou zitten en vervolgens aan de andere kant van de wereld opgesloten zou worden in een Al Qaeda-versie van Gitmo en er een Al Qaeda-advocaat toegewezen zou krijgen? Hoeveel vertrouwen zou jij dan nog hebben in het systeem?’

Het is 10.45 uur, het verhoor begint. Drie kwartier later is het voorbij. De rechter heeft een preek voorzien (‘Uw recht op juridische bijstand houdt, volgens de wet, niet noodzakelijk een betekenisvolle relatie tussen u en uw raadsman in – dat wil zeggen: u hóéft hem niet leuk te vinden’), maar willigt wel zijn verzoek in. Als de rechter vervolgens nog een opmerking maakt over de vele advocaten die Hadi de voorbije jaren versleet, staat die recht om, middels een tolk, kalm mee te delen dat hij al meer dan zes jaar op zijn proces wacht: ‘Het heeft een vol jaar geduurd eer uw regering mij iets ten laste heeft gelegd. Daarna werd de officiële aanklacht formeel gewijzigd, en vervolgens bleek dat men mij bespioneerde tijdens de meetings met mijn verdediging. Aan alle uitstel uit het verleden heb ik dus geen schuld.’

Recenter werd de regering er ook van beschuldigd mails van 9/11-advocaten gelezen te hebben, en onderhouden tussen raadsmannen en cliënten afgeluisterd te hebben via microfoontjes in rookdetectoren – aanklachten die het ministerie van Defensie ontkent. Tijdens een recent verhoor verklaarde één van de verdedigende advocaten dat ze haar cliënt niet over zijn rechten kon adviseren, omdat ze er ‘eerlijk gezegd zelf geen idee van had wat die precies zijn’. De rechter bleek het ook niet zo goed te weten. Absurditeiten die ons zouden kunnen doen besluiten dat de militaire commissies – en Guantánamo in het algemeen – weinig meer zijn dan een lang aanslepend theaterstuk. Of zoals navy commander Brian Mizer, militair advocaat van de verdediging, het zegt: ‘Mocht Abraham Lincoln morgen op een eenhoorn komen aangereden; ik zou er niet van opkijken. Zo’n klucht is het hier. Mensen volgen gewoon nog bevelen op, om één en ander te rekken tot het hele kaartenhuis in elkaar zakt.’


Boeken toe

Het kaartenhuis had eigenlijk zes jaar geleden al in elkaar moeten zakken. Barack Obama had van het einde van Guantánamo in 2008 het kroonstuk van zijn campagne gemaakt, en op 22 januari 2009 – zijn tweede dag als president – tekende hij een executive order die het leger instrueerde de sluiting tegen het einde van dat jaar te regelen. In Camp Justice organiseerden 9/11-advocaten die dag een feestje, waar op een gegeven moment een zatte polonaise aan te pas kwam. Later werd Obama geconfronteerd met Republikeinse tegenstand en een keur aan andere prioriteiten, en zijn bezorgdheid om het lot van enkele honderden moslimmannen kwam op een lager pitje te staan. Eén tussentijds voorstel was om Guantánamo te sluiten door alle gedetineerden te verhuizen naar een gevangenis die men plande te bouwen in Illinois. Een idee dat later in alle beslotenheid werd afgeschoten, toen bleek dat Obama’s eigen liberale achterban het idee van een ‘Guantánamo Noord’ niet bleek te smaken.

In november 2015 werd van de regering een nieuwe stap verwacht: de lang aangekondigde beslissing om de sluiting definitief goed te keuren. Eén en ander hield in dat een aantal lagerisicogevangenen in andere landen ondergebracht zou worden, de rest in de VS. Maar ondertussen heeft het Witte Huis de blauwdrukken van dat plan nog steeds niet vrijgegeven. Op 1 december 2015 schreef de Wall Street Journal dat het Pentagon het plan te duur vond: een verhuis en nieuwe faciliteiten zouden naar verluidt 600 miljoen dollar kosten. Gary Ross, de woordvoerder van het Pentagon, vertelt me dat de regering nog steeds aan plannen sleutelt om Gitmo ‘veilig en verantwoord’ te sluiten.

‘De president weet dat Guantánamo foute boel is, wettelijk én ethisch,’ zegt Wells Dixon, senior advocaat bij het Center for Constitutional Rights, dat al sinds 2005 Gitmo-cliënten vertegenwoordigt. ‘Maar men lijkt te hopen dat het allemaal vanzelf zal weggaan. Terwijl: hoe meer je het probleem negeert, des te harder slaat het je later tegen het achterhoofd.’


Goed geregeld

Wie Guantánamo om journalistieke redenen wil bezoeken, moet zijn professionele biografie voorleggen, een beschrijving van zijn nieuwsmedium geven en een document met 13 pagina’s huisregels ondertekenen. Dat is niet alleen strikt geheim, je krijgt ook de dreigende mededeling mee dat – áls iets gelekt wordt – ‘de nationale veiligheid in het gedrang komt’.

Regels die in bescheidener mate ook gebruikelijk zijn bij andere vormen van embedded journalism – tijdens de oorlog in Irak telde het vaste reglement slechts 7 pagina’s – maar Guantánamo onderscheidt zich door zijn locatie: een vreemdsoortig suburbia waar niemand daadwerkelijk in oorlog is.

Het U.S. Naval Station Guantánamo Bay is Amerika’s oudste overzeese marinebasis, en de verblijfplaats van een zesduizendtal militaire personeelsleden en aannemers. Het heeft veel van een klein Amerikaans dorpje circa 1982, met een school, een kerk, drie Subway-fastfoodrestaurants, een Walmart-achtige supermarkt, een openluchtbioscoop en een fitnesszaal. In hun vrije tijd gaan de Guantánamo-personeelsleden snorkelen of scubaduiken. Er is een souvenirwinkel met pluchen iguana’s, Guantánamo-shotglaasjes, en T-shirts met opschriften als: ‘It don’t GTMO better than this!’

Dit Guantánamo, waar ook de 2.100 leden van de JTF gehuisvest zijn, heeft niets gemeen met het Guantánamo van de detentiekampen en de oorlogstribunalen, die ondergebracht zijn in geïsoleerde achterafhoekjes. Ze hebben zo weinig uitstaans met de grotere marinebasis, dat ze zich net zo goed op de maan hadden kunnen bevinden. De regering-Bush beschouwde Guantánamo ook daadwerkelijk als ‘het juridische equivalent van de ruimte’: een buitengerechtelijk niemandsland om de allergrootste klootzakken ter wereld – ‘the worst of the worst’ – vast te houden, te ondervragen en uiteindelijk te veroordelen.

In 2003 was de regering zich ervan bewust dat de meeste mannen die ze hadden opgepakt, nauwelijks het niveau van een lagegraadssoldaat overstegen. De toenmalige minister van Defensie Donald Rumsfeld gaf dat toe in een brief aan de Joint Chiefs of Staff. Velen waren niet eens gevangengenomen op het slagveld, zoals de JTF blijft beweren, maar – in het geval van bijvoorbeeld Hadi al Iraqi – honderden kilometers verder. Of ze werden aan de Amerikanen verkocht door Afghaanse en Pakistaanse stamleden, gelokt door de premie van 5.000 dollar die de VS op grote schaal adverteerde. Toch blijft het Pentagon beweren dat de gevangenen van Gitmo ‘een cruciale informatiebron’ vormen.


Helaas pindakaas

We overnachten in Camp Justice, dat eruitziet als een belangrijke legerbasis in de voorhoede, zoals die in pakweg Baquba of Kandahar, maar zich evenwel op de Caraïbische eilanden bevindt. Er staan rijen van zeildoeken tenten, waar de leden van het oorlogstribunaal slapen, net als alle journalisten en mensenrechtenactivisten. Maar terwijl de meeste legerbasissen bruisen van de activiteit en de energie, lijkt Camp Justice nog het meest op een parkeerterrein.

Obama sprak afkeurend over de militaire commissies hier, maar als president heeft hij ze niet afgeschaft. In plaats daarvan heeft hij een aantal hervormingen doorgevoerd die het gebrekkige oorlogstribunaal minder onwettig moesten maken. Gedetineerden kregen voortaan het gegarandeerde recht op een advocaat, bewijs verkregen na foltering werd ongeldig, het gebruik van hearsay evidence beperkt.

'Mustafa al-Hasawi werd door de CIA onderworpen aan 'rectale rehydratie' en kan sindsdien enkel nog op een kussen zitten'

Is ter plaatse verantwoordelijk voor de praktische uitwerking van die theorie: hoofdaanklager van de commissies, brigadier-generaal Mark Martins, in 2011 door Obama aangesteld om het spartelende oorlogstribunaal nieuw leven in te blazen. Martins, een rijzige, fanatiek ogende man van onberispelijke militaire pedigree die op de Harvard Law School zat in dezelfde periode als Obama, groeide uit tot de eerstaangewezen propagandist van de militaire commissies. Een ondankbare taak, want als hij oprecht gelooft dat het systeem legitiem is, staat hij daar wellicht moederziel alleen in. Gepensioneerd navy lieutenant commander Kevin Bogucki, een veteraan in de militaire advocatuur, vertelt ons: ‘De authoriteit van die commissies is onbestaande.’

Carlos Warner, pro-Deoadvocaat van een aantal Gitmo-cliënten, bevestigt: ‘Generaal Martins bouwt nijverig aan een façade, maar iedereen blijft het een grap vinden.’ De regering is niet van plan zijn cliënten een proces te gunnen, maar zelf zou Warner er dolgraag aan beginnen. ‘Ik zou die kangaroo court te kijk zetten. We zouden allemaal opdagen in een bermuda, iets wat ik nooit zou durven in een normale federale rechtbank. Maar die worden dan ook niet gerund door de CIA.’

Een andere 9/11-advocaat heeft het over de folterpraktijken als ‘de erfzonde van Guantánamo’. Gedocumenteerd zijn onder meer de martelingen van Khalid Sheikh Mohammed en van Mustafa al-Hasawi, die door de CIA onderworpen werd aan ‘rectale rehydratie’ en sindsdien enkel nog kan gaan zitten als er een kussen op zijn stoel ligt. ‘Tot voor kort kregen we steeds te horen dat het de nationale veiligheid ernstige schade zou berokkenen mochten de details van de folteringen openbaar gemaakt werden,’ aldus David Nevin, Mohammeds advocaat. ‘Hetzelfde gold voor alles wat mijn cliënt zegt. Op een gegeven moment vroeg ik: ‘En als hij me morgen toevertrouwt dat hij pindakaas lekker vindt, is dat dan ook staatsgeheim?’ Het antwoord kwam met een uitgestreken gezicht: ‘Ja’.’

Toch kun je stellen dat zij die straks voor de rechtbank komen, de mazzelaars zijn: zij worden op zijn minst gehoord. Guantánamo huisvest ook 97 mannen die nooit de binnenkant van een rechtszaal zullen zien, die nooit officieel beschuldigd zullen worden van een misdaad. Zes van hen zijn hier al sinds de gevangenis in 2002 werd geopend.


Lege naamkaartjes

Mijn tweede bezoek aan Gitmo vindt plaats begin oktober, ongeveer een week na mijn terugkeer van Camp Justice. Deze keer word ik ondergebracht in een huis in één van de voorstedelijk ogende woonstraten van de basis. De volgende dagen haalt telkens één van mijn vier JTF-oppassers – twintigers van de National Guard-troepen – me ’s ochtends op. Met een bestelwagen brengen ze mij naar een afgelegen, stoffige enclave op een zuidoostelijke hoek van de basis, door enkele journalisten de Detention Center Zone gedoopt. Verborgen achter de heuvels is dit een basis in de basis, met een eigen eetruimte, bioscoop, superette, kapel en zelfs een ontspanningsafdeling waar MP’s de stress van zich af kunnen laten glijden in massagestoelen of door te spelen met therapiehonden.

'Ik heb een vrouw en kinderen, maar hier draag ik mijn trouwring nooit. Ze mogen niets van mij te weten komen' Een bewaker

Een diepgewortelde, aan paranoia grenzende onzekerheid heeft zich meester gemaakt van Guantánamo’s bewakingsdienst. Ze kloppen zichzelf op de borst en noemen zich een modelorganisatie, gespecialiseerd in ‘veilige en menselijke detentie van vijandelijke strijders’. Volgens hun website werken ze onder het toeziend oog ‘van de Natie en de wereld.’ De JTF-slogan, ‘Safe, Humane, Legal, Transparent’, staat gedrukt op officiële verkeersborden, documenten en bierglazen. Toch weet het hoofd van de publicrelationsafdeling, navy captain Chris Scholl, dat het weinig uitmaakt: ‘Jullie journalisten schrijven toch wat jullie willen, en het meeste van wat jullie schrijven is negatief.’ Hij zegt het tijdens een lunchgesprek met mij en David Jones, een journalist van de Daily Mail tegen wie Scholl een bovengemiddelde weerzin lijkt te koesteren. Mogelijk omdat Jones Gitmo ooit omschreef als ‘een goelag’.

Als de Detention Zone al delen heeft die als ‘goelag’ omschreven kunnen worden, krijgen wij ze niet te zien. Journalisten en parlementaire delegaties krijgen de ontsmette, opgeschoonde versie van de Guantánamo-ervaring. Onze militaire gastheren wordt verteld dat journalisten – net als de gevangenen én hun advocaten – tot het kamp van de vijand behoren. Ze doen hun best om open en meegaand over te komen, maar lossen niets.

De eerste halte op mijn Potemkin Village-rondleiding: het gevangenishospitaal, een sliert containerachtige gebouwen waar, zoals overal in de Zone, schier elke geüniformeerde naamloos blijft. Hun naamkaartjes zijn leeg, sommigen zijn enkel bij hun nummer bekend. Eén luitenant-kolonel uit New Jersey legt me uit dat de voornaamste bezorgdheid niet de eigen veiligheid is, wel die van de familie thuis. Een bewaker echoot: ‘Ik heb een vrouw en kinderen, maar hier zal ik mijn trouwring nooit dragen. Ik wil niet dat ze hier iets van me te weten komen.’

De climax van dit deel van de tour, en de enige échte reden voor mijn deelname, is een discussie over de praktijk van de gedwongen voedseltoediening, of – zoals het in de Zone genoemd wordt – ‘enterale voeding’. Dat werd vooral een issue toen in 2013 ineens 60 procent van de gevangenisbevolking een hongerstaking ondernam. Een protestvorm die het leger ‘asymmetrische oorlogsvoering’ noemde.

Militaire artsen leggen ons uit dat de gevangenen ‘toegestaan wordt’ zichzelf uit te hongeren, maar enkel tot ze 15 procent van hun lichaamsgewicht kwijt zijn, of tekenen van uitdroging dan wel orgaanfalen vertonen. Vanaf dan is het standaard dat de gevangene ‘ervoor kiest enteraal gevoed te worden, als onderdeel van hun vreedzaam protest.’ Het is onduidelijk hoe iemand die er eerst voor kiest helemaal níét te eten, later kiest voor gedwongen voeding. En de vraag is: op welke manier? Rustig naar de medische faciliteiten wandelen en sondevoeding toegediend krijgen via de neus, of hardhandig uit de cel gesleept en op een stoel vastgebonden worden? Hoe dan ook kent langdurige enterale voeding neveneffecten, zoals chronische constipatie en maagverlamming. Kwaaltjes die ‘professioneel’ behandeld worden, benadrukt de medische staf.


In de zoo

Gevangenen in Camp Five worden standvastig – om de één tot drie minuten – gecontroleerd door twee bewakers. Maaltijden worden door een sleuf in de deur naar binnen geschoven, en komen terecht in een box die ze hier splash box noemen. Splashing of spatten – zo leggen ze ons uit – is een terugkerende daad van protest: een gevangene die een fles water of een plastic bekertje met uitwerpselen, urine, bloed of braaksel vult en dat naar bewakers gooit. ‘Om uiting te geven aan hun ongenoegen met het beleid.’ De officier die ons rondleidt, wijst naar het isolatieschuim op het plafond, bezaaid met wat lijkt op stukjes gedroogde stront. ‘Stille getuigen van een splashing-voorval, en zo goed als onmogelijk schoon te maken.’

Zo’n splash box – waarin haast alles terechtkomt: voedsel, water, propere kleren, boeken – helpt de bewakers om vrijwel elk fysiek contact met de gedetineerden te vermijden. Ik vraag aan een jonge soldaat – buiten Gitmo is hij cipier in Fort Lewis, Washington – of er in zijn ervaring iets unieks is aan de gevangenen hier. ‘Geen idee, ik doe mijn best om niets over hen te weten te komen.’ Van zijn negen maanden durende dienst zit hij nu in de achtste maand.

Deze rondleiding is vermoeiend en wat frustrerend, en dient volgens mij slechts één doel: de illusie hooghouden dat hier amper gevangenen aanwezig zijn. En toch, ze bestaan. Krap 15 minuten mogen we hen aangapen vanachter one-way windows. Dit is Camp Six, een medium-security gevangenis waar ‘zeer meegaande gedetineerden’ in gemeenschappelijke blokken leven. Enkele in lompen geklede mannen schuifelen rond, de meesten met een koptelefoon op het hoofd om zo te luisteren naar het geluid van de grote televisie in de ruimte. Een oudere man zit aan een tafel door een dik boek te bladeren. In een kleine ruimte staan twee gemaskerde bewakers bij een boekenkar, ze reiken behoedzaam boeken uit aan al wie zijn handen door de tralies steekt. In de zoo naar dieren kijken: zo voelt dit voor ons.

Ons verzoek om avond- of ochtendgebeden gade te slaan, wordt negatief beantwoord. Idem voor aanvragen tot dialoog met de taaldocenten, therapeuten, individuele mentoren en andere personeelsleden die betekenisvol interageren met de gedetineerden. Qua reden wordt steeds ontwijkend verwezen naar ‘het beleid’. Vage newspeak die perfect past bij een plek waar de meeste gevangenen vastgehouden worden zonder officiële aanklacht. Als we dat opwerpen, benadrukt Scholl nogmaals dat ‘dit een beleidsvraag is die het best aan iemand in Washington gesteld wordt’. ‘Ik weet alleen dat de zorg voor de gedetineerden hier – als je vergelijkt met de situatie van andere oorlogsgevangenen wereldwijd – hoogstwaarschijnlijk als zéér goed omschreven mag worden. In Camp Six kun je de deur niet uit, maar je mag er wel naar om het even welke televisiezender kijken. De klok rond. Gratis!’


Hondenkooien

'Camp X-Ray roept herinneringen op aan Abu Ghraib. Een sergeant: 'Men heeft ons daar tijdens de opleiding over verteld. Wat steeds opnieuw beklemtoond werd: 'Neem geen foto's.''

Onze laatste halte is Camp X-Ray, de beruchte interneringssite waar de allereerste Gitmo-gevangenen ondergebracht werden. Het hoogtepunt van de rondleiding, want: het is de plek die door de buitenwereld aldoor het hardnekkigst met Guantánamo geassocieerd wordt, al was het kamp indertijd – zoals ze ons uitvoerig op het hart drukken – slechts 92 dagen open. De gevangenen leefden er in hondenkooien – alleen de honden die hen bewaakten, hadden kennels die voorzien waren van airconditioning. De manier waarop de sergeant me de details meedeelt, wekt het vermoeden van een ingestudeerd script, ‘zelfs de ondervragers hadden last van de hitte’.

'Toen Obama tot president verkozen werd, begonnen de gevangenen hier vrolijk van 'Obama, Obama, Obama!' te zingen. It freaked the guards out'' Carol Rosenberg

Camp X-Ray is nu overwoekerd door onkruid, wijnstokken groeien er chaotisch over de kooien, maar nog steeds wekt het geheel afschuw op – de verhoorloodsen in het bijzonder: ze doen denken aan Abu Ghraib. Als ik dat tegen de sergeant zeg, lijkt hij niet te weten waar ik het over heb. Guantánamo was ooit de incubator voor een verhoorbeleid vol misbruik, geëxporteerd naar plaatsen als Bagram in Afghanistan en Abu Ghraib in Irak, en later naar detentiezones over de hele wereld. Maar in die tijd was deze sergeant maar 10 jaar oud. ‘Men heeft ons tijdens de opleiding over Abu Ghraib verteld. Wat steeds opnieuw beklemtoond werd: ‘Neem geen foto’s.’’

‘De nacht dat Obama werd verkozen tot president van de Verenigde Staten,’ vertelt Miami Herald-journalist Carol Rosenberg ons, ‘begonnen de gevangenen hier vrolijk van ‘Obama, Obama, Obama!’ te zingen. It freaked the guards out.’ Rosenberg, een scherpzinnige, verbeten verslaggeefster die Guantánamo al sinds 2002 volgt, verheugt zich zichtbaar in deze anekdotes, stukjes kleur in een grijze omgeving. ‘Het heeft drie reizen naar Guantánamo gekost voor ik dit soort dingen te horen kreeg.’

Rosenberg is de doyenne van Gitmo: winnares van vele persvrijheidawards en een heldin voor talloze advocaten en activisten. Die zien haar als ‘het geweten van Guantánamo’ en ‘het institutionele geheugen van een plek die chronisch ontkenning en verloochening ademt’. In veertien jaar tijd bracht Rosenberg naar eigen zeggen meer dan 1.000 nachten in Guantánamo door. Ze versloeg er commissievergaderingen en schreef over hongerstakingen, zelfmoorden en de stille wanhoop van de gevangenen van wie ze talloze verhalen voor de eeuwigheid vastlegde. Minutieus houdt ze op de website van de Miami Herald ook alle cijfers en feiten bij, en samen vertellen die het donkere verhaal van Guantánamo. Alleen al door droog en neutraal te rapporteren over de enorme bedragen die het kost om de Detention Center Zone te handhaven, legt ze de waan- en onzin van dit oorlogstribunaal bloot.

'Carol Rosenberg, 'het geweten van Guantánamo', bracht meer dan 1.000 nachten in Gitmo door en schreef over de hongerstakingen, zelfmoorden en stille wanhoop.'

Rosenberg schreef uitgebreid over diegenen die vastzitten in een uitzichtloze vagevuurfase, ‘law of war’-gevangenen genoemd. Rosenberg houdt het op forever prisoners, door de regering herhaaldelijk omschreven als ‘te gevaarlijk om vrij te laten’. Het is hún lot waar de tegenstanders van Guantánamo het luidst voor ijveren. Waar deze forever prisoners precies van beschuldigd worden, is grotendeels in mist en mysterie gehuld. ‘It’s absolutely bullshit.’ Aan het woord: Tom Wilner, in 2008 nog lead counsel in de Supreme Court-zaak Boumediene v. Bush, waarin Guantánamo-gevangenen het recht verleend werd om, bij gebrek aan bewijzen, zich te verzetten tegen hun opsluiting. ‘In de meeste gevallen is er geen énkel bewijs dat ze een misdaad begingen of opgeleid werden voor terroristische activiteiten – soms op een karige, na foltering bekomen getuigenis van een medegevangene na. Niets ervan is van enige waarde in een rechtbank. Op zijn best hebben deze mensen zich verdacht gemaakt. In een democratische samenleving kun je niemand enkel op basis van verdenking vasthouden.’


‘Oops, wrong guy’

Eén forever prisoner, Mustafa al-Shamiri, zat dertien jaar lang opgesloten op basis van het vermoeden voor Al Qaeda gespionneerd te hebben. In december 2015 gaf het Ministerie van Defensie zijn vergissing ruiterlijk toe: ze dachten al die tijd dat hij iemand anders was. Warner: ‘De hele werkmethode is zo ontransparant – voor iederéén, lijkt het – dat het bijna onmogelijk is geworden om nog vast te stellen of iemand daadwerkelijk schuldig is. De regering houdt het officieel bij de verklaring dat ‘schuld nu eenmaal niet altijd bewezen kan worden’. Dan is een geval zoals al-Shamiri nu en dan onvermijdelijk: ‘Oops, wrong guy.’’

'Muhammed Rahim al-Afghani werd ooit vijf opeenvolgende dagen wakker gehouden, vastgeketend en gekleed in enkel een luier.'

Muhammed Rahim al-Afghani is dan weer de gevangene die het allerlaatst op Guantánamo aankwam, in maart 2008, nadat hij al een zevental maanden circuleerde in het geheime gevangenisnetwerk van de CIA. Daar werd hij, volgens een senaatsverslag, onderworpen aan een reeks mishandelingen. Bij één voorval werd hij vijf opeenvolgende dagen wakker gehouden, vastgeketend en gekleed in enkel een luier. Het heeft geen bruikbare informatie opgeleverd. De regering verspreidde ooit een perstekst over Rahim, waarin uitvoerig bericht werd over zijn criminele activiteiten. Misdaden waarvan later werd aangetoond dat Rahim er niets mee te maken had. Volgens Warner illustreert dat opnieuw de verwarring die bij de regering heerst. Rahim was een Al Qaeda-handlanger op heel laag niveau, en niet – zoals lang over hem beweerd werd – ‘een dichte vriend van Osama bin Laden met een uitgebreid terroristennetwerk in het Midden-Oosten’.

Volgens zijn broer Basit, die ik via Skype in Londen opbel, heeft Rahim wel degelijk in Afghanistan gevochten, zij het enkel in de oorlog tegen de Sovjets. Meer nog: zowel volgens Warner als volgens Basit werkte Rahim daarbij toen enige tijd als informant voor de CIA. ‘Ironie: toen de ISI, de Pakistaanse geheime dienst, hem had opgepakt, zei Rahim aanvankelijk niets anders dan dat ‘hij met de CIA wenste te praten’. Hij vertrouwde hen, dacht dat ze hem zouden helpen.’ Volgens Warner heeft de regering hem ondertussen verteld dat hij nooit officieel beschuldigd zal worden, nooit een proces zal krijgen, nooit kans zal maken op vrijlating.

Rahim stuurt geregeld korte briefjes naar Warner, vaak slechts één alinea lang, haiku-achtige stukjes, over uiteenlopende onderwerpen: van de basketster LeBron James over Donald Trump tot Caitlyn Jenner (die hij een zelfbruinende spray voor haar benen aanbeveelt). Recente correspondentie bevatte een Camus-citaat: ‘De enige manier om met een onvrije wereld om te gaan, is om zo volkomen vrij te worden dat alleen al je bestaan een daad van rebellie wordt.’ Hij eindigde met: ‘IK BEN ER NOG.’

© Rolling Stone

Vertaling en bewerking Frederick Vandromme

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234