1995: het beste muziekjaar van de nineties

Het is nu officieel want hier voor u verklaard: 1995 was zonder verdere discussie het ‘Beste Muziekjaar van het Decennium’.

Beginnen bij het begin: ‘To Bring You My Love’ werd door Humo destijds omschreven als ‘een plaat zo visueel, én zo geheimzinnig, akelig bijna, dat we ze meer dan eens hebben moeten afzetten om naar lucht te kunnen happen’. Zet de plaat nu, twintig jaar later, nog eens op, en hoor dat er weinig is veranderd. Luister eerst nog eens naar die magistrale single ‘Down by the Water’: een mysterieuze, griezelige klaagzang die uitloopt in een gefluisterd kinderrijmpje, dat ons vertelt dat er één en ander is misgelopen, daar by the water. Er drijft iets in. Twintig jaar al, dus. De vraag die we ons vandaag stellen: wat zat er in 1995 in het drínkwater, en wie heeft er het meeste van gedronken?

Luk Alloo is op de zaak gesprongen, maar in afwachting kunnen we 1995 alvast een overgangsjaar noemen, een draaideur tussen de bloeiperiode van de grunge – die tegen die tijd, een jaar na de dood van Kurt Cobain, op zijn laatste kreupele benen liep – en een tijdperk van nu-metal, boybands en de definitieve intrede van hiphop in de mainstream. Feit is: scharnierjaren zijn bijna per definitie interessant en spannend, omdat er bij gebrek aan een alfagenre meer ruimte en zuurstof overblijft voor experimenten en underdogs.

En je hoeft er maar de belangrijkste platen van het jaar bij te nemen om te weten: 1995 wás bij uitstek het jaar van de slungel, de misfit, de eeuwige outsider en de onbegrepen creep. Het jaar waarin Radiohead ‘The Bends’ uitbracht, om maar iets te zeggen. De belangrijke tweede van een groep die enkele jaren later de belangrijkste groep ter wereld zou worden. ‘The Bends’ was, behalve een plaat met niets dan singles, een blik op de wereld van de slecht in zijn vel zittende Thom Yorke. Het is toen dat hij en zijn maats de toenemende bekendheid en het tourleven als een niet te overzien probleem zijn gaan beschouwen.

Thom Yorke (in Humo, december 1995) «Ik vraag me soms echt af waarom ik niks anders ga doen. Een job zoeken. Eens rustig nadenken over mijn leven. Ver weg van al die akelige dingen. Zonder moordenaars die me uit de gevangenis brieven schrijven, en beweren dat ZIJ de creep uit het nummer zijn, en dat ik volkomen gelijk heb, dat ze het inderdaad niet gedaan hebben, dat ze stemmen hoorden, en hoe leuk ze het wel vinden dat eindelijk iemand het voor hen opneemt. Brrrr. »Erger nog... Je weet dat we een tijdlang met R.E.M. op tournee geweest zijn: één van mijn all-time favoriete groepen. Op een avond verlieten Michael Stipe en ik samen de concertzaal. Het was erg laat. Er stond nog één meisje te wachten. En ze stapte op mij toe: ‘Are you Thom?’ Ik zakte door de grond van schaamte. Ze wilde mijn handtekening, terwijl Michael Stipe, dé Michael Stipe, stond toe te kijken. Verschrikkelijk.»

HUMO Misschien had ze de zijne al.


Outsiders voor de titel

Nog meer onaangepasten die topplaten voortbrengen: anarcho-popartieste Björk met ‘Post’. Guided By Voices en ‘Alien Lanes’: in een industrie vol rocksterren is frontman Robert Pollard zo normaal en doorsnee dat hij voortdurend met de vinger gewezen wordt. En er is halve zot Tricky (quote: ‘Ik roofde op mijn 15de huizen leeg, sloeg af en toe voor de lol een kat tegen een muur te pletter en schreef krankzinnige raps over seks en moord’) die met ‘Maxinquaye’ – een combinatie van gitaren, dronken gevoerde raps en maffe samples – een plaat uitbrengt die overal uitgeroepen wordt tot het beste en het vernieuwendste van het jaar.

'Voor de Chemical Brothers telde niet meer tot welk genre een plaat behoorde, maar wel, en alleen, of ze dansbaar was'

Tricky «Eerlijk gezegd: ik kan ze geen ongelijk geven.»

En: The Smashing Pumpkins, zelfverklaarde freaks en outsiders die effectief door bijna al hun collega’s gemeden en beschimpt werden. Voor iemand die zoals wij zijn muzikale ontvoogding in 1995 heeft meegemaakt, is het een gekke, onwennige en bijna perverse gedachte dat er tegenwoordig miljoenen muziekfans rondlopen die in datzelfde jaar geboren zijn en nog nooit een ritje hebben gemaakt op de twee uur durende muzikale rollercoaster die ‘Mellon Collie and the Infinite Sadness’ heet, of – de bijnaam komt van een stel Amerikanen, niet van ons – ‘The ‘White Album’ of nineties rock’. Voor al wie anno 2015 ‘less is more’ op zijn voetzolen heeft laten tatoeëren en zijn vakanties bij voorkeur mediterend in een slotklooster doorbrengt, is ‘Mellon Collie’ een gezwollen, pretentieuze draak. Maar toen was het één van de belangrijkste platen van het jaar, een kathedraal van een dubbelplaat (met singles als ‘1979’, ‘Tonight, Tonight’ en ‘Bullet with Butterfly Wings’) en een gutsy move van een groep die na het alom bejubelde ‘Siamese Dream’ in wezen maar één keuze had.

Billy Corgan (in Humo, november 1995) «Er waren te veel groepen op onze trein gesprongen, het werd tijd dat we er een nieuwe bouwden. Als muzikant sta je machteloos tegenover groepen die proberen je sound te imiteren. Zolang ze je niet écht bestelen, kun je er niks tegen doen. Maar het irriteert me mateloos. Ik vrees dat wij er weleens het eerste slachtoffer van zouden kunnen worden; dat mensen uitgekeken raken op het soort muziek dat wij maken. Het enige wat ik kan doen, is zelf een nieuwe weg inslaan.

»Je moet me nu verontschuldigen. Ik moet mijn haar nog wassen.»

Sindsdien is Corgan zo vaak rechts afgeslagen dat hij al een paar jaar klem zit in een doodlopende steeg. In 1995 was hij God. Dát soort jaar was het, ja.


Verboden te Rocken

1995 zal aanvullend bijblijven als het jaar waarin elektronica en rock-’n-roll niet langer onverenigbare begrippen waren. ‘Exit Planet Dust’, het debuut van The Chemical Brothers, speelde daar een hoofdrol in. Tom Rowlands en Ed Simons waren pioniers: in strictly techno & breakbeat-discotheken gingen ze eclectische, onorthodoxe sets draaien, waarbij grenzen vervaagden en niet meer telde tot welk genre een plaat behoorde, maar wel, en alléén, of ze dansbaar was. Ook van dat jaar: ‘Leftism’ van Leftfield, een baanbrekende plaat die het dancegenre een flinke adrenaline-injectie gaf omdat de groep als eerste samenwerkte met gastvocalisten (onder andere Toni Halliday, reggaeman Earl Sixteen en punk Johnny Rotten) uit totaal verschillende disciplines. Geen enkele elektronicagroep had ooit zo hard gespeeld. In de Brixton Academy in Londen vielen er stukken uit het plafond, en één fan lag zes maanden in het ziekenhuis nadat hij compleet door het lint was gegaan toen hij ‘Leftism’ in de auto had opgezet. Een boekjaar eerder hadden ‘Music for the Jilted Generation’ van The Prodigy en Underworld met ‘dubnobasswithmyheadman’ al voor inleidende schermutselingen gezorgd, maar het duurde tot ’95 voor die platen écht begonnen te lopen.

Enkele jaren geleden werd hier te lande nog discussie gevoerd over de vraag of een groep als Milk Inc. al dan niet thuishoort op Rock Werchter. Het zijn onoplettende observanten die daar een zaak van rock versus elektronica van hebben gemaakt: dat gevecht was toen allang geleverd. De vraag die in 2009 eigenlijk gesteld werd, was: is Milk Inc. niet te slécht voor Werchter? Anderzijds: wie de voorbije jaren de kleinste hoekjes van de Werchter-affiches heeft bestudeerd, weet dat het antwoord ook daarop ‘nee’ is.


Klerezooi

Andere tijden. Wie er een Humo uit die tijd bij neemt, merkt dat er over de acts op Torhout-Werchter vooral in vestimentaire termen gesproken werd. (De catwalk was net een jaar eerder uitgevonden, en dat had zijn sporen nagelaten.) Voorbeelden:

• ‘Robert Smith van The Cure droeg in Torhout een voetbalbroekje; hij heeft magere, melkwitte benen met onregelmatige haargroei en rode knietjes: zijn onderkant is als het ware zijn bovenkant.’

• ‘PJ Harvey zagen wij in een felroze speelpakje het podium opwandelen, opengeritst tot het middel en een zwarte wonderbra onthullend. Ze leek zo’n cartooneske Betty Page-achtige figuur uit een obscure B-film.’

• ‘dEUS ging in Werchter gekleed in beeldige jurkjes; groot gegil toen Barman zijn gewaagde ruguitsnijding aan het volk toonde.’

Een paar honderd kilometer verder vlamt rond diezelfde tijd de vete tussen Oasis (‘(What’s the Story) Morning Glory’) en Blur (‘The Great Escape’) nog eens een paar meter hoger op. Dat verhaal kent u al, maar toch nog dit: gesteld dat een vervelende mens u in 1995 staande hield en u verplichtte te kiezen tussen Oasis dan wel Blur, dan had u daar slechts één goed antwoord op kunnen geven: ‘Pulp.’ Nog een groep die we daarnet bij de misfits in topvorm hadden kunnen vermelden, en in 1995 brachten ze met ‘Different Class’ hun bekendste plaat uit. Schier perfecte pop, voorzien van een perfect gevoel voor camp dat we sinds de hoogdagen van Morrissey niet meer hadden mogen meemaken. U kan de hit ‘Common People’ nu nog meefluiten. Frontman Jarvis Cocker over die song, een jaar later op T/W: ‘This is the tribe David Attenborough never gets to see.’

Wie na 1995 door níémand meer gezien werd: Richey Edwards, gitarist en tekstschrijver van de Manic Street Preachers, die op 1 februari van de aardbodem verdween. Zijn lichaam werd nooit gevonden. Door zijn manier van kleden, zijn songteksten en uitspraken in interviews was hij in Engeland uitgegroeid tot het icoon van de eenzamen, de onbegrepenen en sociaal gestoorden: de ultieme antiheld (alweer). We geven het maar mee, opdat u zou weten dat 1995 ook van royale porties rock-’n-rolldrama was voorzien. Zie verder: het heengaan van Jerry Garcia (53) van de Grateful Dead, Eazy-E (31), Shannon Hoon (28) van Blind Melon, Rory Gallagher (47) en het huwelijk van Mötley Crüe-drummer Tommy Lee met ‘Baywatch’-huppelina Pamela Anderson. Moeder Lee: ‘Ik weet wel, het zijn moderne tijden, maar ik ben toch blij dat ze het op de klassieke manier hebben aangepakt: éérst trouwen, daarna pas een sekstape maken en verspreiden.’


De hop wordt hip

We moeten het nog over hiphop hebben. Het was in 1995 dat Tupac zijn hoogdagen kende (en tevens zijn laatste december meemaakte) en Coolio heeft met ‘Gangsta’s Paradise’ een oorwurm for the ages gemaakt. Het onbetwiste hoogtepunt moet evenwel ‘Liquid Swords’ geweest zijn, de tweede soloplaat van Wu Tang Clan-chief GZA. Het is om te beginnen al een zeldzaamheid: een Wu Tang-zijproject dat op eigen benen staat en, gelijkaardige thema’s ten spijt, niet automatisch beschouwd wordt als een voetnoot bij ‘36 Chambers’, het Wu-debuut van twee jaar eerder. ‘Liquid Swords’ is bovendien niet alleen één van de indrukwekkendste hiphopplaten van ’95, het is er één van de beste aller tijden. De waanzinnige lyrics, de schier perfecte flow, het gevoel van dreiging dat over de hele plaat gedrapeerd ligt (en daar nu, twintig jaar later, nog stééds ligt). Zeldzaam zijn de platen waarvan je twee decennia later nog precies weet waar je was toen je ’m voor het eerst hoorde, maar voor ‘Liquid Swords’ gaat dat op. In de auto. Snel aan de kant gezet.

'U wilt niet weten hoeveel intellectueel tuig muziek is beginnen maken nadat ze Pavements 'Wowee Zowee' voor het eerst hadden gehoord'


Lachen met Stefan

1995 was – we beginnen in herhaling te vallen – ook één van de vruchtbaardere jaren voor ‘De afrekening’, met vrolijke hitjes als ‘Voodoo Lady’ (Ween), ‘Dikke Lu’ (Clement Peerens Explosition), ‘Ik hou van u’ (Noordkaap), ‘A Girl Like You’ (Edwyn Collins), ‘Pop’ (Sloy), ‘Orange’ (Metal Molly), ‘Naked’ (Reef) en – nu ja – ‘Move’ (H-Blockx ). Het was in die tijd bovendien nog hip om op zondagochtend met de versprekingen van presentator Stefan Ackermans te lachen. Andere tijden, zeiden we al. Tussendoor: als het op slechte, belegen of anderszins van de aap zijn gat geblazen muziek aankomt, was 1995 óók al een boerenjaar extraordinaire. We spreken over het tijdsgewrocht waarin Silverchair ‘Frogstomp’ uitbracht – een plaat als een hardnekkige puist – en de band Bush elke dag op de radio te horen was. Shaggy voelde zich ‘Boombastic’ en Alanis Morissette werd een superster. Kijk, als het dan toch moet sucken, heeft het weinig zin dat halfbakken te doen.

We weten: voor al wie pakweg Kurt Cobain niet meer bewust heeft meegemaakt, is 1995 de prehistorie. Maar de muziekarcheoloog in u treft er op de wand van de plaatselijke grotten van Lascaux wel de blauwdrukken aan van veel groepen die ook de twintig jaar dáárna gekleurd hebben. Wilco is in 1995 bijvoorbeeld uit de asse van Uncle Tupelo verrezen, met hun debuut ‘A.M.’. En de eerste plaat van de Foo Fighters was er ook ineens, haast per ongeluk. Een rare periode. Humo schreef: ‘Na het mediabombardement dat Nirvana drie slopende jaren lang had doorstaan, de tragische afloop en de indrukwekkende nasleep ervan, waren de verwachtingen ultiem hooggespannen rond ‘het nieuwe project’ van Dave Grohl. Het geloer, het gefezel, de lange, koude schaduw van het verleden verpestten de sfeer. En Grohl sloeg op de vlucht.’

Dave Grohl «Toen ik de plaat opnam, had ik niet de bedoeling om met een echte groep te beginnen. Ik had de voorbije zes jaar heel wat eigen songs opgenomen, gewoon voor de lol. Uit die voorraad wilde ik de veertien beste selecteren, en die in mijn eentje opnieuw opnemen, in een degelijke studio. De bedoeling was om de plaat onder de naam Foo Fighters uit te brengen, om het een echte groep te laten lijken, en verder geen enkele naam in de hoesteksten op te nemen. Het moest anoniem blijven. En kleinschalig: ik wilde er tien- of twintigduizend exemplaren van laten persen, op vinyl dan nog, en ze met stille trom laten verspreiden. Gewoon om te zien hoe mensen zouden reageren, en of de plaat zonder mijn naam erop wel zou verkopen, en of de platenfirma’s geïnteresseerd zouden zijn. Het leek me een leuk experiment. Het is anders gegaan.»

U wilt trouwens niet weten hoeveel moeilijk voor zich uitkijkend, intellectueel tuig muziek is beginnen maken nadat ze Pavements ‘Wowee Zowee’ voor het eerst hadden gehoord. We hadden het eerder over Smashing Pumpkins; Pavement stond in 1995 aan de compleet andere kant van het spectrum. Niet alleen omdat ze openlijk ruzie met elkaar hadden, maar omdat Smashing Pumpkins in hun songs het hart op bijna gênante wijze vooraan op de tong droegen, en Pavement-frontman Stephen Malkmus eh, níét. Die laatste bouwde toen nog, telkens hij een emotionele of persoonlijke song schreef, meteen een stoorzender in. ‘We Dance’ is bijvoorbeeld een heel intiem nummer, maar het begint wel met de zin: ‘There is no castration fear’. De sfeer is bij voorbaat gebroken.

Stephen Malkmus «Je zou kunnen zeggen: popsongs dienen om één bepaalde emotie driedubbel versterkt weer te geven. Het zijn momentopnamen: ik voel me nú rotslecht, en ik moet en zal alle ellende van de hele wereld in deze song bijeenbrengen. Maar ik kán dat niet. Na vier regels denk ik: ‘Ach, het is allemaal zo erg niet. Laten we nu maar een grapje maken.’»

1995 was tot slot ook het jaar waarin het Belgische Mad Dog Loose, heden aan een comeback toe, met ‘Shiny Side’ de perfecte radiosingle uitbracht. Andy Cairns, frontman van Therapy?, dat in ’95 de halve klassieker ‘Infernal Love’ uitbracht en binnenkort ook nog eens terug is met een alweer veertiende studioplaat, vatte het jaar van ons muzikale ontwaken aldus samen: ‘We moeten íéts doen om bezig te blijven en het hoofd boven water te houden, terwijl het toch veel makkelijker zou zijn om ons passief naar de bodem te laten zakken en rustig te verdrinken.’

1995. Nog een goed wijnjaar ook.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234