null Beeld

2 iconen, 2 levens, 2 boeken: Patti Smith vs. Grace Jones

Heden willen nog twee van de allergrootsten hun leven met u delen: Patti Smiths ‘M Train’ is al in het Nederlands vertaald, van ‘I’ll Never Write My Memoirs’ van Grace Jones zal dat niet lang meer duren. Humo reikt alvast een mes aan: Smith vs. Jones!


De protagonisten

In de ene hoek: Grace Jones (67) werd geboren in een ultrareligieuze Jamaicaanse familie, werd op jonge leeftijd mishandeld door haar stiefgrootvader, een bisschop die elk van de jonge kinderen in het gezin met een ándere leren riem afranselde. Ze verhuisde op haar 13de naar New York en bouwde een carrière als supermodel, discomuze, zangeres en actrice uit.

In de andere hoek: Patti Smith (68) is voor eeuwig de hogepriesteres van de punk.


Wat voorafging

In het met de National Book Award bekroonde ‘Just Kids’ (2010) documenteerde Patti Smith voornamelijk haar sixties en seventies: de eerste stappen in de openbaarheid, haar leven met fotograaf Robert Mapplethorpe, hun verblijf in het Chelsea Hotel. ‘M Train’ belicht de volgende decennia, maar pakt het anders aan: minder anekdotiek, meer poëtische bespiegelingen, over hoe een in de openbaarheid beleden eenzaamheid geen oxymoron hoeft te zijn. Het is een bijna impressionistische collage van indrukken en verslagen van doordeweekse ervaringen, en komt precies veertig jaar na de release van haar haast mythische debuut ‘Horses’.

Grace Jones zong in het nummer ‘Art Groupie’ ooit: ‘I’ll never write my memoirs, there’s nothing in my book / The only way you see me, an art groupie / I’m hooked’. Dat eerste zinnetje werd op ironische wijze gerecycleerd, vanwege de bedenking: ‘Als ik het niet doe, doet een ander het wel. Als ik het wél doe, valt er tenminste nog iets te lachen.’


Het begin

Smith: ‘‘Het valt niet mee iets te schrijven over niets.’ Dat zei een cowboy toen ik net aan een droom begon.’

Jones: ‘Toen ik mijn zoon Paulo vertelde dat ik aan een boek werkte, zei hij: ‘Ach mama, ik hoop maar dat de wereld daar klaar voor is!’ Mijn familie en vrienden werden er vooral erg zenuwachtig van, sommigen gingen door het lint.’


Het slot

Smith: ‘Ik zal me alles herinneren en daarna ga ik het allemaal opschrijven. Een aria voor een jas. Een requiem voor een café. Dat dacht ik allemaal, in mijn droom, terwijl ik naar mijn handen keek.’

Jones: ‘Het wordt stilaan tijd voor iets anders.’


Daartussen

Terwijl ‘M Train’ inzoomt op een sliert willekeurige weekdagen in het leven van Patti Smith, bant Jones het alledaagse rigoureus. ‘I’ll Never Write My Memoirs’ is het hilarische, bij momenten surreële tegengif tegen de veilige, gecastreerde autobiografieën van de meeste collega’s.

Smith pakt niet uit met heldenverhalen, heeft het liever over haar passies, over hoe ze er niet mee zit om uren te vliegen voor de mogelijkheid foto’s te nemen van Frida Kahlo’s jurken en Herman Hesses schrijfmachine. Zij is het liefst gewoon fan.

null Beeld

Jones wil ook in haar autobiografie als icoon overeind blijven, en haar levensverhaal leest als een avonturenroman. Ze schrijft over haar allereerste xtc-pil (‘In het gezelschap van Timothy Leary, dat is het equivalent van een reis naar de maan met Neil Armstrong), over hoe ze Michael Jackson adviseerde om solo te gaan, over coke (‘Zelden gesnoven, ik stak liever een brokje in mijn reet’), over hoe ze samen met Andy Warhol het huwelijk van Arnold Schwarzenegger versjteerde en over haar eeuwig jeugdige looks (‘Ik geloof niet in tijd’).

null Beeld

La Jones praat ook over collega’s als Lady Gaga (‘Geen ziel’), Miley Cyrus (‘Kijk, ik heb óók borsten’), Nicki Minaj (‘Nul langetermijnvisie’), Rihanna (‘Copycat’) en Duran Duran (‘Talentloos’). Ze heeft het over echtgenoot Atila Altaunbay (‘Ik kán niet van hem scheiden, want ik weet al twintig jaar niet meer waar hij is’) en zichzelf (‘Ik ben 5.000 jaar oud’), en spreekt iedere viespeuk aan die denkt dat haar hit ‘Pull Up to the Bumper’ over anale seks gaat (‘Het gaat over het parkeren van een auto, shame on you’).


De raakvlakken

Smith en Jones zijn overlevers van dezelfde generatie, en praten vaak over zij die er níét meer zijn: veel liefdevolle passages in ‘M Train’ gaan over Smiths overleden echtgenoot Fred ‘Sonic’ Smith, Jones wijdt een halve telefoonboek aan de kennissen die ze aan aids zag wegkwijnen.

Beiden namedroppen zich ook vrolijk een weg door de pagina’s. Jones zet vrienden (Faye Dunaway, Andy Warhol, Chris Blackwell) in het zonnetje en giet vijanden (voornamelijk ex-geliefde Dolph Lundgren) vitriool in de wonden. Smith eert de oude helden die haar hebben geleerd nauwkeuriger naar een vreemde wereld te kijken – alleen al in het eerste hoofdstuk komen Jack Kerouac, Paul Verlaine, Isabelle Eberhardt, Jean Genet, John Coltrane en William S. Burroughs voorbij.


Het verschil

Grace Jones is een begenadigde bullshit artist en bewandelt secuur de lijn tussen werkelijkheid en mythomanie. Smith heeft een lang gecultiveerde hekel aan apekool: ‘M Train’ toont de kracht van het understatement, is gepast sec en laat het grove werk aan de verbeelding van de lezer. Tijdens haar lopende promotour zet ze die lijn verder. Twee weken geleden werd Smith tijdens een lezing aangesproken door een vrouw uit het publiek: ‘Ik zing zelf in een punkband. Wat is jouw boodschap aan al wie vindt dat vrouwen geen punk zouden mogen zingen?’ Patti: ‘Er zijn veel problemen in deze wereld, maar dit is daar geen voorbeeld van. Als jouw grootste probleem de mening van andere mensen over je hobby is, héb je geen problemen...’ Terwijl de vrouw daarop in tranen terug naar haar plaats wandelde, vervolgde Smith laconiek: ‘Heeft, nu iedereen in deze zaal mij haat, nog iemand anders een vraag?’


Het fragment

‘De champagne vloeide, de oesters gleden vlot naar binnen. Maar zoals wel vaker: geld had ik nog niet gezien. Ze smeekten me: ‘Tegen maandag hebben we het geld!’ Niet dus: ik stap geen podium op voor ik betaald word. Mijn management en ik stelden het volgende voor: ‘Oké, geef ons dan al jullie juwelen en Rolexen, bij wijze van onderpand. We bewaren ze in veiligheid tot we het geld ontvangen hebben.’ Daar voelden ze weinig voor, maar tegelijk werden ze steeds wanhopiger. Nog een paar uur later kwamen ze op de proppen met het surreëelste voorstel dat ik ooit gehoord had. Iemand zei: ‘Eén van onze medewerksters heeft een baby en ze is bereid die aan jullie te schenken voor dit weekend. Jullie houden het kind bij tot we het geld bijeen hebben.’ Het is me vaak overkomen dat de concertorganisator me niet op tijd betaald kreeg, maar dit was een primeur.’

(Jones over een bedrijfsevenement van elektronicagigant LG in Londen.)

‘Terug in het hotel werd ik gebeld door een man die zich voorstelde als de lijfwacht van Bobby Fischer. Hij had de opdracht gekregen een ontmoeting te regelen tussen Fischer en mij in de afgesloten eetzaal van Hotel Borg. Ik moest mijn eigen lijfwacht meenemen en mocht het onderwerp ‘schaken’ absoluut niet ter sprake brengen. Ik stemde in met de ontmoeting, waarna ik het plein overstak naar de Club NASA. Bobby Fischer arriveerde om middernacht in een donkere parka met capuchon. Hij koos een tafel in de hoek en we gingen tegenover elkaar zitten. Bobby probeerde me onmiddellijk uit de tent te lokken met een reeks obscene en racistische opmerkingen die overgingen in paranoïde geraaskal over samenzweringen.

‘Luister, je verdoet je tijd,’ zei ik. ‘Ik kan net zo walgelijk doen als jij, over andere onderwerpen.’

Hij staarde me zwijgend aan, waarna hij eindelijk zijn capuchon liet zakken.

‘Ken jij nummers van Buddy Holly?’ vroeg hij.

De volgende uren zaten we daar liedjes te zingen. Soms alleen, meestal samen, waarbij we maar de helft van de tekst kenden. Op een bepaald moment zette hij met falsetstem het refrein in van ‘Big Girls Don’t Cry’, waarna zijn lijfwacht verontrust binnenstormde.

‘Alles in orde hier, meneer Fischer?’

‘Ja hoor,’ zei Bobby. ‘Ik dacht dat ik een vreemd geluid hoorde.’

‘Ik zong.’ ‘U zong?’

‘Ja, ik zong.’

(Smith over haar ontmoeting met de excentrieke Amerikaanse schaakgigant Bobby Fischer)


De troef

De literaire stem van Grace Jones wordt ergens omschreven als ‘te situeren tussen Maria Callas en Dzjengis Khan’, Smith benadert de ‘kleine woorden, grote emoties’-stijl van Murakami. Twee keer gegarandeerd tranen: één keer van het lachen, één keer van ontroering.


De handicap

Smith focust bij momenten te hard op het banale. U leert uitvoerig over haar favoriete tv-series (‘The Killing’, ‘Whitechapel’, ‘Luther’...), en naar schatting één zesde van het boek wijdt ze aan haar lievelingsdrank: koffie.

Grace Jones heeft het vaker over wie wat aan heeft dan over wat ze denkt. Ze jammert dat ze in Hollywood-films (zie: ‘Conan the Destroyer’ en de Bond-film ‘View to a Kill’) te vaak een bordkartonnen personage moest spelen, maar kiest in dit boek bewust voor dezelfde rol. ‘I’ll Never Write My Memoirs’ is meer glamourblad dan autobio, je leert nauwelijks iets over hoe het is om Grace Jones te zijn. Haar memoires heeft ze dus inderdaad nog steeds niet geschreven.


Beluister van 'Horses' van Patti Smith en 'Nightclubbing' van Grace Jones integraal hieronder:

undefined

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234