20 jaar na de Bende-overvallen (1): wil de laatste speurder het licht uitdoen?

Op 27 september 2005 en 9 november 2005 is het precies twintig jaar geleden dat de Bende van Nijvel in totaal zestien winkelende mensen doodschoot in en om de Delhaize-warenhuizen van Eigenbrakel, Overijse en Aalst. In de oude rijkswachtkazerne van Jumet bij Charleroi probeert een tiental politiemannen nog altijd de daders te ontmaskeren.

'Laten we wel wezen: alleen de Bende van Nijvel weet wie de Bende van Nijvel is'

Volgens de tweede parlementaire onderzoekscommissie begon het verhaal van de Bende bescheiden met de diefstal van een Austin Allegro in Elsene, in mei 1982 - toevallig op de dag dat Johnny de Staerke vrijkwam uit de gevangenis. Als het stel autodieven meer dan drie jaar later wegstuift uit Aalst, hebben ze minstens achtentwintig mensen vermoord. Een dag of twee na de laatste raid dumpen Bendeleden een deel van hun wapens in het Kanaal van Ronquières. Dat lijkt het signaal dat de Bende de boeken heeft neergelegd: sindsdien is er nooit meer iemand met één van hun berucht geworden riotguns doodgeschoten.

Al meer dan twintig jaar werkt een wisselend gezelschap speurders aan de opheldering van het grootste mysterie uit de gerechtelijke annalen van ons land. Het dossier heeft gaandeweg de allure gekregen van het ultieme geschiedenisboek van de Belgische criminaliteit in de jaren 70 en 80. In de lente van 1986 waren er meer dan vierduizend verdachten. ‘Ondertussen is half België al genoemd als mogelijk Bendelid,’ zegt een speurder sarcastisch. ‘Als ik me niet vergis zitten er ook een paar bij van Humo.’

Je zou het dossier, of toch grote delen ervan, kunnen bekijken als het resultaat van pietepeuterig monnikenwerk. Zo ging de Brusselse rijkswachter Charles Toumpsin pas met pensioen toen hij alle heren had opgesnord die in de uitverkoop een welbepaalde Burberry’s-trenchcoat gekocht hadden uit een lot met fabricagefouten. Toumpsin wilde op die manier de gangster vinden die precies zo'n jas had achtergelaten op het parkeerterrein van restaurant Aux Trois Canards in Ohain, nadat hij daar restauranthouder Jacques van Camp had afgeknald. Het is hem niet gelukt. Met dezelfde halsstarrigheid is de recherche van Dendermonde een heel bos gaan doorprikken met zelfgemaakte puntige staven, in de ijdele hoop op een Samsonitekoffer met de wapens van Aalst te stoten.

Maar doorgaans staat het Bendedossier bekend als catalogus van beginnersfouten. Sommige waren te vermijden, andere niet. Ontzettend veel dossierstukken zijn in de loop der jaren zoek geraakt. Het hele dossier van de Griekse taxichauffeur Constantin Angelou, die op een ochtend dood werd aangetroffen in de koffer van zijn wagen naast de gevangenismuur van Bergen, is gewoon weg, foetsie, verschwunden. Speurders hebben de bundel grotendeels opnieuw kunnen samenstellen aan de hand van kopieën, maar de agenda van het slachtoffer is nooit meer boven water gekomen.

Brusselse onderzoeksrechters kregen van het parket het consigne hun werkzaamheden in de cruciale beginfase maandenlang stil te leggen. De toenmalige onderzoeksrechter Jean Kesteloot, die de zoon van de door de Bende gefolterde en daarna doodgeschoten conciërge van de Auberge du Chevalier in Beersel - de taverne van Jef Jurion - ondervraagd had, vond geen spoor meer van zijn eigen proces-verbaal toen hij dat jaren later wilde inkijken voor zijn getuigenis voor de parlementscommissie.

De Nijvelse onderzoeksrechter Jean-Marie Schlicker trof verkoolde resten van een carnavalsmasker aan in een vluchtwagen die door de Bende in brand was gestoken, hoewel het lab het wrak al helemaal binnenstebuiten had gehaald. Maar diezelfde onderzoeksrechter was minder alert toen hij de verdachte zigeuner Robert ‘Baloe’ Becker verhoorde. Schlicker wierp hem voor de voeten dat een getuige hem had opgemerkt in een Saab nabij zeilmakerij Wittock-Van Landeghem in Temse, kort voor de Bende daar de man van de conciërge doodschoot en er ook in een Saab aan de haal ging met een partij kogelvrije vesten. ‘Kan niet, ik heb daar niemand gezien,’ liet Baloe zich ontglippen. De onderzoeksrechter en de twee aanwezige speurders noteerden de lapsus - toch een soort bekentenis dat Baloe de buurt wel degelijk verkend had - niet in hun proces-verbaal. En toen speurders van Jumet de vaststellingen in datzelfde moorddossier jaren later nog eens overdeden, ontdekten ze dat de kogelhulzen nooit gelegen konden hebben op de plek waar ze destijds aangetroffen waren. Bleek dat een zatte BOB’er ertegenaan had staan schoppen.

Nog meer blunders? Toen speurders een in Amsterdam opgedoken pistool wilden vergelijken met door de Bende gebruikte kogels, duurde het drieënhalf jaar voor ze het wapen ontvingen. Alle wagens die ooit in beslag zijn genomen in het kader van het dossier, zijn vernietigd - het forensische steentijdperk in België was nog niet achter de rug. Nu zouden die wapens op DNA-sporen onderzocht kunnen worden. Bij slechts drie Bendemisdaden zijn er fragmenten van vingerafdrukken gevonden.

De sigarettenpeuken die aangetroffen werden in de taxi van de vermoorde Constantin Angelou, en die mogelijk van de dader zijn, zijn wel op DNA onderzocht. Maar het genetische materiaal paste bij geen enkele verdachte, en dus ook niet bij Johnny de Staerke, hoewel die meer dan vijftien jaar lang beschuldigd is van betrokkenheid bij de moordende raid in Aalst. Op het ogenblik van de liquidatie van Angelou had hij trouwens een perfect alibi: hij zat in de gevangenis.


Voor de overlevenden

Vele acteurs in het drama, getuigen en verdachten, zijn verdwenen of vermoord. Politiemannen zijn met pensioen gegaan of overleden. Onlangs nog stierf één van de steunpilaren van Humo, de taaie, fidele rijkswachter François Raes, die de moed opbracht zijn eigen chefs aan te klagen toen hij erachter kwam dat ze zelf in de drugshandel zaten, en die voor zijn burgerzin zwaar moest boeten: hij werd bedreigd, belachelijk en verdacht gemaakt en uiteindelijk gedegradeerd tot poetshulp. Maar hij ging door, want de wet geldt voor iedereen, en in de eerste plaats voor zijn bazen, vond hij.

In de hoofden van al die mensen zaten puzzelstukjes, flarden van gesprekken, details die niet klopten, bindingen tussen figuren uit de onder- en de bovenwereld, indrukken en analyses die nu allemaal voorgoed verdwenen zijn.

In Jumet doen de laatste restanten van het ooit zo uitgebreide onderzoeksteam hun best om niet gek te worden van frustratie. De rijkswachtkazerne heeft gaandeweg de allure gekregen van een Tibetaanse kloosterorde: je hoort of ziet de speurders nooit, behalve wanneer ze één keer per jaar hun hoogmis houden en bossen afgraven en nabestaanden en televisieploegen uitnodigen om te bewijzen dat ze nog bestaan, en nog aan het werk zijn. Hun collega’s bij andere diensten praten cynisch over de 'bezigheidstherapeuten' in Charleroi, over het dozijn gerechtelijke archeologen die op hun dooie gemak en met zeer veel faciliteiten kunnen uitbollen richting pensioen.

Ik weet het nog zo niet. Als je jarenlang van alles en iedereen afgezonderd in een Eddy Wally-ruimtecapsule hebt zitten piekeren over dat éne dossier, moet je òf cynisch zijn, òf een stalen karakter hebben. 'Getuigen verhoren over dingen die twintig jaar geleden gebeurd zijn, begin er maar aan,' zegt één van de speurders van Jumet. 'We hebben geen kaarten om te spelen. Maar opgeven? Jamais.'


De lapsus van Martens

De ongenaakbaarheid van de Bende van Nijvel heeft in de loop der jaren voedsel gegeven aan allerhande theorieën. De raids werden gekoppeld aan de moord op de Zweedse premier Olof Palme, aan de Bulgaarse geheime dienst, aan de staat Israël die de warenhuisketen Delhaize zou afpersen, aan de enkele jaren geleden overleden slager-politicus Paul Vanden Boeynants, die Delhaize zou hebben willen dwingen meer van zijn vleeswaren te verkopen, aan de 'Strategie van de Spanning', een in Italië uitgeteste en door de CIA ondersteunde operatie van extreem-rechts om met aanslagen angst te zaaien bij de bevolking en zo het politieapparaat te versterken... De extreem-rechtse, ondertussen veroordeelde Jean Bultot - gewezen adjunct-directeur van de gevangenis van Sint-Gillis - liet doorschemeren dat ene Henk Rommy, een kopstuk van de florissante Nederlandse drugsindustrie, achter de raids zat. Halverwege de jaren ’90 circuleerde de hypothese dat de Bende een pervers bedenksel van een stel gewezen BOB’ers was, die hun vroegere werkgever de rijkswacht eens goed voor schut wilden zetten uit wraak om hun eigen gefnuikte ambities.

Uiteraard is ook de politiek zich met het Bendeonderzoek gaan bemoeien. Twee parlementaire onderzoekscommissies moesten uitmaken waarom de speurders nooit een dader hebben kunnen klissen. De eerste commissie dikte de mysteries en de mythes nog eens flink aan, de tweede kwam zeggen dat het nu maar eens gedaan moest zijn met al dat gemythologiseer. Geen van de twee beantwoordde de vraag die ze hadden moeten beantwoorden: waarom het onderzoek faalt en blijft falen.

Een paar maanden geleden maakte Wilfried Martens het mysterie nog een stukje mysterieuzer. De top van de binnenlandse veiligheid had hem in het Bendedossier in de steek gelaten, zo gaf hij op 14 april aan in het Klara-programma 'Alinea'. Martens, destijds premier, was op 9 november 1985 op weg naar de kust toen hij hoorde dat de Bende in de Delhaize van Aalst acht winkelende klanten had doodgeschoten. Daags nadien convoceerde hij de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie, samen met de procureur-generaal van het Hof van Cassatie en alle hoofden van de inlichtingen- en politiediensten. ‘De situatie was zo uitzichtloos, ik voelde intuïtief aan dat er iets zeer ernstigs bezig was. Er zijn dan bepaalde afspraken gemaakt, maar die zijn nooit gehonoreerd,’ aldus Martens tegen Klara-journalist Werner Trio. Minister van Justitie Jean Gol was volgens Martens zeer boos over zijn initiatief. Wie welke afspraak met voeten trad liet de gewezen premier in het midden: de (rechtstreekse) uitzending zat erop. Maar Werner Trio herinnert zich dat de lichaamstaal van zijn praatgast boekdelen sprak: 'Hij kan zo kribbig worden - en dat werd hij ook.'

Martens, die momenteel de Europese Volkspartij leidt, wilde zijn toch zware beschuldiging niet toelichten in Humo. Er is crisis in Europa, en dan kan de voorzitter geen ogenblik gemist worden. Nee, volgende maand ook niet, en daarna evenmin.


Een dossier van 25 verdiepingen

Twee weken na de uitval van Martens gaf het Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg Philippe ‘Johnny’ de Staerke gelijk in zijn dispuut met de Belgische staat: het onderzoek naar zijn betrokkenheid bij de laatste Bendeaanslag in Aalst had onredelijk lang aangesleept, aldus het Hof.

Nochtans had directeur-generaal Claude Debrulle van het ministerie van Justitie, die de staat in deze zaak verdedigde, hard zijn best gedaan om de rechters te overtuigen dat er voor al dat getreuzel wel een paar goeie redenen waren. Het Bendedossier is in vele opzichten het belangrijkste en meest ingewikkelde uit de Belgische gerechtelijke geschiedenis, zo betoogde hij. In geen enkele zaak zijn zoveel gruwelijke misdaden gepleegd in zoveel gerechtelijke arrondissementen, zijn er zoveel verdachten geweest en dienden zoveel expertises verricht te worden. Naar aanleiding van het Bendedossier werden zelfs de wettelijke verjaringstermijnen voor moord verlengd.

In november 1996 waren er niet minder dan vijfendertig burgerlijke partijen, die samen vele honderden vragen afvuurden op de rechtbank. De Staerke heeft zelf heel erg zijn best gedaan om het onderzoek te rekken, dat zag het Europese Hof ook wel in. Jarenlang heeft hij iedereen - van speurders tot ministers van Justitie - bestookt met eindeloze verzoeken om nieuwe onderzoeksdaden, eerst in zijn krachtige, schuine handschrift, dan op diskette. De héle clan-De Staerke was in de jaren 70 en vooral 80 een niet te onderschatten werkverschaffer van het Belgische apparaat, maar Johnny heeft wel extra zijn best gedaan. Op een bepaald ogenblik telde de onderzoekscel bijna negentig mensen. Alles samen zijn er vierhonderdduizend officiële stukken opgesteld. Advocaat-generaal Claude Michaux van Bergen vertelde in 2000 dat de stapel documenten hoger is dan een flatgebouw van vijfentwintig verdiepingen - en ondertussen zijn er nog een paar etages bijgekomen.


Niemand verdacht

Het resultaat van al dat speurwerk? Laten we wel wezen, vandaag de dag weet alleen de Bende van Nijvel wie de Bende van Nijvel is. De aanpak van de speurders heeft in de loop der jaren de allure van een vaudeville gekregen. Canadese deskundigen brengen op dit ogenblik het ‘reisgedrag’ van de Bende in kaart, zoals de Morgen het noemde. Het lijkt een ultieme wanhoopspoging na de daderprofielen, de tests met de leugendetector, de herhaaldelijke graafwerkzaamheden in het Bois de la Houssière en de onder internationale experts zeer omstreden getuigenverhoren onder hypnose, die uitliepen op een robotportret van drie koddig uitziende verdachten - meer iets uit het spiegelpaleis op de kermis, eigenlijk.

Momenteel wordt er helemaal niemand meer officieel verdacht van de Bendemoorden. In verschillende etappes zijn de belangrijkste groepen verdachten één voor één buiten vervolging gesteld.

De zogenaamde Borains, een groep kleine criminelen uit de Borinage, werd over de hele lijn vrijgesproken door het Hof van Assisen van Bergen. Die uitspraak is definitief. Gesteld dat één van hen toch nog zou bekennen dat hij aan de Colruyt van Nijvel een politieman doodgeschoten heeft, gesteld zelfs dat het moordwapen komt aanbieden als bewijs, dan nog kan hij nooit meer veroordeeld worden voor zijn misdaad.

In januari 1995 vroeg de procureur des konings van Charleroi de tien nog overgebleven beschuldigden buiten vervolging te stellen. Zo'n buitenvervolgingstelling is, in tegenstelling tot een vrijspraak, per definitie voorlopig. Mocht Johnny de Staerke ooit zeggen: 'Ik heb Aalst gedaan, hier is mijn riotgun,' dan wordt althans dat deel van het onderzoek stante pede voortgezet. Hoewel het dus om een voorlopige beslissing ging, nam de raadkamer van Charleroi toch haast twee jaar de tijd om de knoop door te hakken. En zo werden op 3 januari 1997 negen beschuldigden buiten vervolging gesteld.

Johnny de Staerke was de enige die nog in staat van verdenking bleef - en dat hebben de speurders geweten. Toen politiedeskundigen in september 1998 het DNA van een aantal hoofdverdachten vergeleken met het schaarse genetische materiaal dat ze hadden, vroeg De Staerke twee onderzoeksrechters om een bijkomende vergelijkende genetische analyse van 398 mensen. Die genetische profielen waren nog maar pas binnen of hij stuurde wéér een nieuwe boodschappenlijst van ‘119 bladzijden en 267.480 tekens’. Dit keer gaf de onderzoeksrechter hem nul op het rekest.

Op 5 april 2002 besliste de kamer van inbeschuldigingstelling van Bergen om ook Johnny de Staerke buiten vervolging te stellen, zeven jaar nadat het parket daarom gevraagd had. Hij was ondertussen vervroegd vrijgekomen nadat hij wegens een serie hold-ups in de cel had gezeten. ‘Hij heeft een vriendin, hij heeft werk gevonden - wat niet evident is - en hij wil geen contact met journalisten,’ zegt zijn advocaat Thierry Delobel. ‘Ik voer namens hem het woord in de media.’

THIERRY DELOBEL «Cliënt en ik zijn ooit samen in een uitzending van de RTBF verschenen, met een speciale toestemming van justitie. We zijn toen bedrogen: de journalisten hebben alles verknipt en geplakt, zodat het leek of Johnny de Staerke toegaf dat hij mensen gedood had. Daarom weigert hij sindsdien elk contact met de pers.»

Vandaar dus: geen interview. De gangster heeft eind jaren ’90 in de gevangenis zijn memoires geschreven, en daar zal Humo het mee moeten doen. De (nooit gepubliceerde) bundel is hoofdzakelijk een pleidooi pro domo. Het boek opent met de Latijnse spreuk ‘Potius mori quam foédari’ ('mijn eer is me meer waard dan mijn leven'; het accent aigu is een persoonlijke interpretatie van De Staerke, red.) en sluit af met een regel van Victor Hugo: ‘Je serai, sous le sac de cendre qui me couvre, la voix qui dit: Malheur! La bouche qui dit: non!’ Tussen die citaten in probeert de auteur de lezer met vaak zeer vrij geïnterpreteerde flarden uit processen-verbaal te overtuigen dat hij de zondebok van de Bendeonderzoek is, en dus niet de schutter met de gespikkelde jas op het parkeerterrein van de Delhaize van Aalst.

Advocaat Delobel ziet zijn cliënt helemààl niet in de Bende.

DELOBEL «Hij gebruikt geen geweld zonder aanleiding, en de Bende deed dat wel. Mijn cliënt is een spierbundel en wil snel geld rapen, maar ik zie in hem geen huurdoder, en zeker geen slachter. Ik ben nooit bang van hem geweest. Ik ben geen psycholoog, maar ik vind het ongelooflijk dat hij er na al zijn tribulaties met het gerecht toch in geslaagd is vertrouwen te krijgen in een advocaat, en in justitie. En dat voor een man die altijd volgens zijn eigen regels geleefd heeft.»

Had de Dendermondse onderzoeksrechter Freddy Troch dan ongelijk toen hij De Staerke beschuldigde van de moordaanslag in Aalst? Hebben de rechters in Charleroi die beschuldiging twaalf jaar lang onterecht gehandhaafd? En hebben ze die beschuldiging uiteindelijk toch laten vallen omdat geduldig doorrechercheren de theorie van Dendermonde ontkracht had?

Zo goed als geen enkele speurder wilde die vragen met open vizier beantwoorden. Ze hadden zelfs problemen met vertrouwelijke gesprekken. Het onderzoek loopt nog altijd: niemand wil het speurwerk van Jumet ondermijnen of advocaten van verdachten munitie in handen spelen. Maar grote delen uit het dossier zijn inmiddels wel breed uitgesmeerd op het assisenproces van de Borains, waar Johnny de Staerke en een resem anderen werden opgeroepen als getuigen. Hele partijen documenten circuleren zelfs in de gevangenis: hoe had De Staerke in zijn memoires anders kunnen citeren uit onderzoeken waar hij niks mee te maken heeft? Bovendien hebben magistraten en politiemensen met veel details getuigd voor de parlementaire onderzoekscommissies: sindsdien ligt het dossier zéker op straat, bij wijze van spreken dan.

Maar de rechercheurs hebben blijkbaar nog een reden waarom ze niet met naam en toenaam in de pers willen. 'De De Staerkes waren de schrik van de Belgische onderwereld. Opletten,' om één van hen te citeren.

Uiteindelijk hebben een twintigtal rechercheurs uit diverse Bendeonderzoeksteams tijd uitgetrokken voor Humo (de komende weken leest u hier een neerslag van hun getuigenissen). Ze hadden uiteenlopende motieven, maar meestal konden we ze overtuigen met het argument dat het zonde zou zijn als hun ervaring, hun achtergrondkennis en hun visie op de feiten verloren zouden gaan - het is al triest genoeg dat Jumet geen belangstelling heeft voor hun knowhow.

Maar laten we beginnen bij het begin: de bloedige overvallen zelf.

'Op 5 april 2002 werd de Brusselse gangster Johnny de Staerke buiten vervolging gesteld in het Bendedossier. Sindsdien wordt er helemaal niemand meer officieel verdacht van de moordende aanslagen'


De aanslag

De Bende van Nijvel heeft al twintig moorden op haar geweten als ze op 27 september 1985 op één en dezelfde avond acht mensen vermoordt in en rond de Delhaizes van Eigenbrakel en Overijse.

Een paar dagen later krijgt de centrale directie van de warenhuisketen een Nederlandse premiejager aan de lijn. De man eist geld om de Bende op te rollen. En liefst snel, want anders zouden de gangsters in de eerste helft van november opnieuw toeslaan. De directeur verwijst de beller kordaat naar het gerecht. Daarop stapt de man naar het ondertussen opgedoekte weekblad De Post. Hij legt de reporter van dienst uit wie er achter de Bende van Nijvel schuilgaan: drie Belgen, twee Italianen, twee Grieken. Namen geeft hij niet.

Het blijft niet bij die ene waarschuwing. In Nijvel horen speurders rond dezelfde tijd ‘uit zeer betrouwbare bron’ dat er een nieuwe aanslag op komst is. Details ontbreken. Er vertrekt een telex naar de politiediensten die belast zijn met de bescherming van de warenhuizen.

Eind oktober 1985 vinden spelende kinderen een geladen Smith & Wesson 9 mm waarvan de handgreep met sparadrap omwikkeld is om geen vingerafdrukken na te laten. Het is een ‘weeskind’, zoals ze in Brussel een wapen noemen waarvan het serienummer is weggevijld. Dat is de derde waarschuwing.

Een week of zes, zeven later, op zaterdag 9 november 1985 - zo ongeveer in de periode die de premiejager heeft aangekondigd - loopt er rond zeven uur ’s avonds een telefoontje binnen bij de Aalsterse vrije radio Mi Amigo. De dj van dienst, artiestennaam Harry Van Praag, neemt de hoorn op. Harry presenteert een ambachtelijk gemaakt verzoekplatenprogramma, en hij is alleen in de studio.

HARRY VAN PRAAG «Een zachte stem zei: ‘Ik zou een plaatje willen aanvragen voor de Bende van Hofstade vanwege de Bende van Nijvel: De Marlets met ‘Te voet naar Scherpenheuvel’. Liefst draaien vóór kwart over zeven, of om kwart over zeven precies, zeker niet later. Anders is het te laat. Ik mag er toch op rekenen?’ - ‘Komt in orde,’ heb ik geantwoord. ‘Is dat alles?’

»Het was een raar telefoontje. De meeste van onze bellers waren vaste klanten die in plat Olsjters een nummertje bestelden. Hun stemmen kénde ik, maar deze was nieuw voor mij. Zuiver Nederlands, dat hoorde je bij ons niet. En van de Bende van Hofstade had ik nooit gehoord.»

HUMO Ik ook niet. Maar ik weet wel dat Johnny de Staerke heel vaak op bezoek ging bij zijn aangetrouwde familie in het zigeunerkamp van Hofstade bij Aalst.

VAN PRAAG «Wat een toeval.

»Ik vond die plaat niet, en ik draaide dan maar ‘Johnny Be Good’, mét de bestelde boodschap. Ik dacht: het zal wel een grappenmaker geweest zijn.

»Toen ik achteraf hoorde wat er twintig minuten later in de Delhaize van Aalst gebeurd is, kreeg ik kippenvel. Ik heb toen iemand van de politie aangesproken. Ik heb een verklaring afgelegd, en daarna ben ik nooit meer verhoord. Ze hebben me ook nooit gevraagd om stemmen van verdachten te herkennen.»

Twintig minuten na het merkwaardige telefoontje wil een klant het parkeerterrein van de Delhaize in Aalst oprijden. Binnen gooien klanten hun karretje vol voor het lange weekend van Sint-Maarten, een feest dat in Aalst meer gevierd wordt dan Sinterklaas. Voor de ingang van de winkel ziet deze getuige vier mannen, telkens op ongeveer twee meter afstand van elkaar. Drie dragen een vuurwapen en schieten in de richting van de ingang. Ze zijn gemaskerd. De vierde lijkt aanwijzingen te geven. Hij is niet gemaskerd, vrij klein, rond de 25 jaar en heeft een kleine snor. De getuige vlucht weg met zijn gezin.

Een andere Aalstenaar zit op de parking aan het stuur van zijn wagen te wachten terwijl zijn familie boodschappen doet. Hij ziet de ingang goed liggen. Er komen drie mannen aan. Ze dragen bivakmutsen, en zijn gewapend met een kort machinegeweer. Wat er toen gebeurde, heeft deze getuige al tot in den treure verteld: ‘De eerste man liep naar het pad van het Osbroekpark opzij van het warenhuis, de tweede naar het leeggoed, waar hij uitzicht had op het parkeerterrein, de uitrit en het Osbroekwegeltje. De derde greep een klant vast die net buitenkwam. Ik hoorde een schot en zag die klant in elkaar stuiken. Ik hoorde ijselijk vrouwengegil.’

De getuige rijdt onmiddellijk weg - zijn zoontje zit achterin - en blijft doorrijden, ook als zijn achterruit stukgeschoten wordt. Hij voelt pijn aan zijn hoofd, bloed ook. Hij zet zijn kind af in een café vlakbij en keert terug om zijn vrouw te gaan zoeken. Hij vindt haar op de eerste verdieping boven een taverne. Ze heeft de derde dader kunnen zien, die aan de uitrit van het parkeerterrein stond. Zijn hoofd had 'de vorm van een trapezium, met de breedste zijde naar boven'.


'Toe, laat me los'

Ondertussen zijn de gangsters op de winkel toe gestapt. Eén van hen schiet op alles wat beweegt. Er staat een felle wind, en hij mikt op de reclamepanelen.

Een ander gezin - man, vrouw en dochtertje - heeft net afgerekend. Hun kassabonnetje is afgetikt om twintig voor acht. Vlak voor de uitgang vraagt het meisje om een lolly. Haar vader zoekt in de boodschappentassen. De vrouw hoort knallen, snel na elkaar. De man gooit zich bovenop zijn dochter, roept: ‘Vallen!’ en trekt zijn vrouw naar beneden. Ze liggen met hun gezicht tegen de grond. De vrouw krijgt schoppen en doet of ze dood is. Iemand geeft haar bars bevelen in een taal die ze niet begrijpt. Dan wordt ze bij haar linkerschouder omhooggetrokken. Ze staat oog in oog met een man bij wie een wapen op de borst bungelt. Hij pakt haar met beide handen bij de keel. Ze zegt: ‘Toe, laat me los’ en ziet dan in een flits de onderdirecteur van het warenhuis staan. Hij smeekt: ‘Toe, laat haar los.’ ‘Opzij dan,’ zegt de gangster in treffelijk Nederlands.

De vrouw vlucht nu in paniek weg naar het kantoortje dat bij de winkel hoort. Daar ziet ze een man iets uit de brandkast nemen. Ze draait zich om en holt naar de stapelplaats, waar ze een andere man kassa dertien ziet leegmaken. De man die haar gestampt heeft, is weg. Hij was heel groot, zal ze later getuigen, zeker 1,90 meter.

Binnen in de supermarkt hoort een winkelende man knallen die hem aan vuurwerk doen denken. Bij een telefoontoestel ziet hij een jongen van een jaar of twaalf, een boek en een ballonnetje in zijn hand. Het kind huilt en tiert. De man wil naar hem toe gaan, maar dan hoort hij glas rinkelen. Plotseling staat hij oog in oog met één van de gangsters, die met lenige stap de winkel binnenkomt.

Een ander kind hoort knallen, en geroep en gehuil op het parkeerterrein. Iedereen laat zich vallen. Zijn broertje is bang en huilt. Hij staat op en gaat bovenop zijn broertje liggen.

Klanten stormen de winkel in en rennen tussen de rekken door naar de uitgang. Ze schreeuwen door elkaar, 'een overval! een overval!' Iedereen holt achter mekaar aan.

Een kind huilt: ‘Mij niets doen, mij niet pakken.’

Een man ziet vier gangsters. Nog een andere klant ziet hoe vlak achter hem een vrouw wordt doodgeschoten. Haar benen vallen bijna op hem.

Een kind filmt alles met zijn ogen: ‘Mijn meter lag voor de uitgang. Ze probeerde op haar buik weg te kruipen. Toen stak Man Eén zijn wapen door het gat van de deur en vuurde naar mijn meter. Ze werd geraakt in de keel en overleed ter plaatse. Door het schot moet ze achteruitgeslagen zijn, waardoor de uitgang vrijkwam. De drie gangsters gingen naar buiten. Man Eén droeg een spannend lichtbruin pak, met onder zijn vest een gevlekte jas zoals de para’s. Aan zijn riem hingen drie zakjes en een mes van twintig centimeter. Aan een leren snoer om zijn hals hing nog een mes in een leren houder. Hij was 1,90 meter en van het type bodybuilder. Hij droeg een riotgun en sprak Nederlands en Frans.’


Op het slagveld

Terwijl de gangsters nog op het parkeerterrein zijn, komt de politie ter plaatse.

In het café tegenover de uitrit zien stamgasten hoe een man van ongeveer 1,90 meter, slank, lange jas, bivakmuts, machinegeweer aan een riem op de rug, zeer rustig naast een donkere Golf GTI met twee inzittenden stapt. De achterdeur van de wagen staat open. Als de politie hem ziet, schiet hij, ijzig kalm. De politie vuurt terug. Wegens de druk voorbijrijdende auto’s moeten de agenten uitkijken om geen voorbijgangers te raken.

De schutter zoekt geen dekking en blijft vuren. De agenten duiken weg achter een muurtje. Uiteindelijk springt de schutter achteraan in de Golf, die met gedoofde lichten richting Ninove rijdt. Twee politiewagens rijden erachter aan. Agent Eddy Nevens mikt drie keer op het vluchtende voertuig, en meent dat er een grote kans is dat hij raak geschoten heeft. (Later kreeg hij het verwijt dat hij dat niet meteen gemeld zou hebben, maar ten onrechte: het staat netjes in zijn eerste proces-verbaal.)

Nu ze zeker weten dat de gangsters weg zijn, betreden agenten en hulpdiensten het slagveld. Overal staan vernielde auto’s: doorzeefd, de ruiten verbrijzeld. Alle huizen in de straat hebben kogelinslagen.

Achter het stuur van een wagen ligt een zwaargewonde man; hij zal later in het ziekenhuis overlijden. In een andere auto ligt het lijk van een man, hoofd op het stuur. Op de achterbank ligt het levenloze lichaam van zijn dochtertje.

Net voor de ingang van het warenhuis zien de agenten vier bloedende lichamen op de grond. Enkele bewegen nog. Rechts ligt een vrouw op haar rug. Ze draagt een gehaakte witte jurk. Haar kaak is weggeschoten. Haar parelsnoer is stuk, de parels en een kapotte oorbel liggen verderop. Naast haar hoofd staat een bruine boodschappentas vol kogelgaten.

In het sas bij de ingang ligt een vrouw. Haar keel is weggeschoten. Ze leunt tegen een boodschappenkarretje vol winkelwaren.

Een brandweerman vindt een meisje met weggeschoten onderkaak, de hand op de borst van haar vader. Het lijkt of ze elkaar in de dood omstrengeld hebben. Binnen achter de kassa’s ligt een man met weggeschoten linkerkaak, maar hij leeft nog.

Een ambulancier ziet een man, een kind onder zijn jas verstopt, in paniek door het warenhuis dwalen.

Gewonden worden naar het ziekenhuis gereden.


Een doodse stilte

Een kwartier na de overval starten de verhoren.

Luc Boeve is precies één week aan de slag bij de BOB van Aalst. Net dat weekend heeft hij dienst.

LUC BOEVE (nu commissaris en docent aan de Nationale School voor Officieren) « Ik was misschien een halfuur op kantoor toen dat bericht binnenliep. Ik dacht onmiddellijk, onmiddellijk aan de overvallen in Overijse en Eigenbrakel. Ik ben in de wagen gesprongen met mijn 9mm.

»Aan de rotonde van de Haring vlak bij de Delhaize stonden al politiewagens. We reden het parkeerterrein van het warenhuis op. Ik herinner me de doodse stilte, de hevige wind die door de bomen van het Osbroekpark sloeg en de hulzen van de jachtpatronen die tak-tak-tak alle kanten opwaaiden. Ik probeerde er zo goed en zo kwaad als het ging voor te zorgen dat de materiële sporen niet beschadigd raakten.

»De winkel leek hallucinant leeg. Links en rechts vluchtten mensen in paniek weg, nog voor je ze kon aanspreken. Nieuwsgierigen die van de overval gehoord hadden probeerden de Delhaize langs de voorkant aan de Parklaan binnen te dringen. Op de televisiebeelden zie je mij tegen de uniformjongen aan de ingang zeggen: ‘Asjeblief, laat niemand meer binnen, maar noteer de adressen van de getuigen.’

»Ondertussen ratelde onze radioverbinding maar door. Ploegen naar hier, ploegen naar daar. De hele nacht hebben we mensen verhoord. We hebben onmiddellijk een maquette van het warenhuis en de omgeving besteld, zodat de getuigen konden tonen waar ze welke dader, welke wagen of welk verdacht gedrag gezien hadden.

»De chaos was enorm. Sommige getuigen hadden gemaskerde daders met zwartepietpruiken gezien, andere beschreven mannen met bivakmutsen, nog andere paramilitairen. De gangsters reden in een Golf, maar de kleur liep volgens de getuigen uiteen van antracietgrijs tot groen en blauw, het model van drie- tot vijfdeurs. Sommige mensen hadden een oude wagen gezien, andere een nieuwe. Het was om wanhopig van te worden.»


De reus

In Brussel legde het commissariaat-generaal van de gerechtelijke politie de beschrijving van de daders naast die van de roofmoorden in de Delhaizes van Beersel op 7 oktober 1983 en in Eigenbrakel en Overijse op 27 september 1985. Op basis daarvan stelden ze begin december 1985 een gedetailleerde persoonsbeschrijving op van ‘de reus’ van de Bende van Nijvel.

Hij zou om en bij de 1,90 meter groot zijn en tussen 25 en 45 jaar oud. Hij is Franstalig, maar kan zich uitdrukken in het Nederlands. In Aalst zegt hij ‘opzij dan’ met een zware stem, die volgens sommige getuigen 'recht uit de keel' kwam. Hij komt over als de leider, en lijkt een zelfverzekerd en doelbewust man die rustig voor alles de tijd neemt. Zijn stap is markant, maar de typering verschilt. In Beersel leek hij licht te hinken - hij stapte 'alsof hij blaren aan zijn voeten had.' In Overijse en Eigenbrakel was er sprake van een langzame, verende tred en een slungelachtige, licht gebogen houding, en in Aalst vonden getuigen dat de reus 'als een robot' liep en zijn linkerbeen op een vreemde manier naar voren bewoog, bijna in slow motion. Hij droeg een riotgun, en in Overijse en Eigenbrakel ook nog een grijze plastic zak met de opdruk ‘Propsac’.

Als de eerste ballistische rapporten binnenlopen, slaan die de speurders met verbijstering. In de Delhaize van Aalst zijn er mensen vermoord met precies dezelfde riotgun die meer dan twee jaar eerder gebruikt was om de man van de conciërge van zeilmakerij Wittock-Van Landeghem in Temse de buik uit het lijf te schieten. Het is haast niet te geloven, maar kennelijk hebben de daders het risico genomen om een wapen waarmee een zéér zwaarwichtig misdrijf gepleegd was, al die tijd bij zich te houden om er een nòg verschrikkelijker moordpartij mee te plegen.

Volgende week: De Pfaffs van de onderwereld

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234