20 jaar na de Bende van Nijvel (3): een vergeten spoor

Bij de Bendeonderzoekscel in Jumet wordt Philippe 'Johnny' de Staerke afgedaan als een kleine crimineel, vriendelijk en beleefd. Waren ze maar allemaal zo, nietwaar. Advocaten die met hem te maken krijgen, noemen hem ‘costaud’. Een potige vent, een krachtpatser - maar daarom nog geen meedogenloze killer.

'Dit lijkt wel de generale repetitie voor Aalst: heel veel bloed, heel veel doden en heel veel belastende verklaringen'

De man tegenover mij kijkt zorgelijk. ‘Johnny de Staerke is een psychopaat. Kijk maar uit met uw verhaal. En op een interview met mij hoeft u niet te rekenen.’ Mijn gesprekspartner is een ervaren, bedachtzame topambtenaar uit het gerechtelijk apparaat. Hij is geen psychiater en dus niet bevoegd om dit oordeel te vellen - voor zover bekend heeft justitie trouwens nooit een zielenknijper aangesteld om Johnny’s persoonlijkheid te doorgronden - maar hij is niet de enige die in verband met Johnny de Staerke het woord 'psychopaat' gebruikt: ook bij de Deltaspeurders in Dendermonde valt de term geregeld. Dus wil ik weten waarom een genuanceerd wikkend en wegend ambtenaar tot zo'n drastisch oordeel komt.

AMBTENAAR «Als je in zijn ogen kijkt, dan weet je het wel. U vindt dat subjectief, maar ik baseer me daarop. De zogenaamd objectieve elementen zijn voor mij bijzaak.»

Vroegere Deltaspeurders willen die objectieve elementen wel stofferen.

DELTALEDEN «We zijn geschrokken van de verhalen van sommige van zijn maten en celgenoten in de gevangenis. Zij typeerden Johnny als een man die trilde van opwinding als hij opschepte over moorden die hij volgens onze informanten had gepleegd. Iedereen was doodsbang van hem: niet alleen zijn vijanden, maar ook zijn handlangers, zijn beste vrienden, zijn vriendin en zijn eigen familie.

»En natuurlijk is er de vijfvoudige moord in Sint-Genesius-Rode.»


De parkmoorden

Strikt genomen hadden de speurders in Dendermonde niks te maken met die - Brusselse - dossiers, maar een half dozijn getuigen had Delta er heel gedetailleerd over verteld: Johnny zou tegen hen opgeschept hebben dat hij had meegedaan aan de bloedigste van die moordpartijen.

Voor het dossier-Aalst was het erg belangrijk om na te gaan of dat kon kloppen. Johnny de Staerke had géén extreem gewelddadig verleden: bij de diefstallen en overvallen waarvoor hij veroordeeld werd, was zelfs nooit een schot gelost. Kon zo iemand - een inbreker, een overvaller - zomaar opeens betrokken zijn bij de wreedste bende uit de annalen van het Belgische gerecht, de Bende van Nijvel? Om op die vraag te kunnen antwoorden, wilden de speurders weten of ze Johnny’s betrokkenheid bij de moorden in Rode konden uitsluiten.

Het begon allemaal op 8 oktober 1980. Die nacht wordt de Brusselse juwelier Valère Valcke vermoord in zijn luxevilla in Rode. De speurders vinden hem met een lading kogels in het hoofd, badend in een zee van bloed. Er is voor zowat driehonderdduizend euro aan juwelen gestolen. De woning wordt verzegeld - er is nog veel kostbaar antiek in huis.

Valcke heeft een uitgebreide kennissenkring. Het Bendeonderzoek zal naderhand uitwijzen dat hij onder meer bevriend was met het juweliersechtpaar Szymusik uit Anderlues, dat een paar jaar later doodgeschoten wordt door de Bende van Nijvel. Hun dochtertjes gaan geregeld op vakantie op het landgoed van Valcke.

Behoorden de De Staerkes ook tot zijn relaties? In zijn nooit gepubliceerde memoires, die Johnny in zijn laatste gevangenisjaren geschreven heeft, laat hij uitschijnen dat hij Valère Valcke zeer goed kende, al laat hij wijselijk in het midden waarvan precies. Wel ontglipt hem dat Valcke doorging voor ‘één van de belangrijkste Belgische helers van juwelen en kunstwerken.’ En daarin waren de De Staerkes natuurlijk connaisseurs.

En de moord op Valcke was nog maar het begin.


'Wreed gefolterd'

De villa van Valcke ligt in een park in de Grote Hutstraat in Sint-Genesius-Rode, in één van de vele door de burgerij ingepalmde restanten van het Zoniënwoud. Daar, in de tuin van de villa, worden anderhalve maand na de moord op de juwelier drie Fransen op bloedige wijze geliquideerd.

Déze slachtoffers kent Johnny maar al te goed. Eén van hen is zelfs een vriend, zo schrijft hij in zijn memoires: Hervé Wenzel, een echte oermens, die in de onderwereld van Marseille ‘le concasseur’ - de pletwals - genoemd werd. Het tweede slachtoffer is Alain Granclere, die Johnny niet al te best kent maar die volgens hem geen crimineel was; hij stierf ‘omdat hij de pech had dat hij een kameraad van Hervé was’. Het derde slachtoffer is de gangsterantiquair Jean Achnamian, die volgens De Staerke door de Franse militaire geheime dienst Sdece was geïntroduceerd in de internationale misdaadcircuits, en die criminele en politieke informatie verkocht aan de Duitse geheime dienst.

Dit trio wordt in de nacht van woensdag op donderdag 23 november 1980, aldus Johnny in zijn boek, ‘wreed gefolterd, geliquideerd en de keel overgesneden in het grote park rond de villa van Valère Valcke, die nog altijd verzegeld was door het parket van Brussel.’

Hervé was niet alleen een vriend van Johnny, hij was kort voor zijn dood goed ingeburgerd geraakt in de clan-De Staerke. Johnny’s oudste broer Léon 'Beloet' had hem ingehuurd om mee inbraken te plegen.

Tot dan toe was Beloet er altijd op uitgetrokken met een Marollien die bekendstond als Flosj - hij en zijn vrouw Flosjette waren van in hun kinderjaren bevriend met de De Staerkes. Flosj, een kleine crimineel die zich gespecialiseerd had in de diefstal van wagens waar de sleutel nog op zat, woog 130 kilo en kon daardoor weinig activiteit aan de dag leggen. Op een dag had Beloet zijn zinnen gezet op de antieke inboedel van het Brusselse Schottmuseum, vlak bij Manneken Pis. Hij vond dat Flosj te dik was voor de klus, en toen had hij een nieuwe samenwerkende vennootschap opgericht met Hervé Wenzel. (Voor de inbraak in het Schottmuseum - in oktober 1980, vlak voor de moord op Valcke - zou Beloet in 1984 veroordeeld worden.)


De vijfde moord

Meer dan een maand na de inbraak in het museum werd Beloet de Staerke gearresteerd voor de moord op Hervé Wenzel. De vraag was dus: waar was het fout gelopen tussen die twee? Eén en ander wordt de Dendermondse speurders duidelijk als ze eind 1987 de dossiers gaan inkijken bij het parket in Brussel.

In het dossier-Rode lezen ze dat Hervé Wenzel is doodgeschoten met hetzelfde wapen als Valère Valcke anderhalve maand eerder. Beide moordpartijen hebben dus duidelijk met elkaar te maken. Uit de stukken blijkt verder dat de bloedige afrekening in het park een voorgeschiedenis heeft. Tussen de moord op Valcke en de liquidatie van de drie Fransen was er nog een vijfde moord gebeurd, die mogelijk de oorzaak is van de afrekening.

Kort nadat Valcke van kant is gemaakt, lezen de speurders, gaan Hervé Wenzel, Johnny de Staerke en Istvan 'Pinta' Farkas, de man van Johnny's zus BB,samen op verkenning in de omgeving van een boerderij in Lennik, waar ze willen inbreken. In de boerderij woont een vrouw van 73, Sophie Verpeuten, die er vroeger een cafeetje had uitgebaat. Officieel heeft ze de zaak stopgezet, maar haar deur staat nog altijd open voor wie een borrel wil.

Een maand na de moord op Valcke, op 4 november 1980, wordt mevrouw Verpeuten in haar huisje gewurgd. Er komt een onderzoek op gang, waarvoor de BOB van Halle wordt ingeschakeld. De speurders van die brigade zijn stomverbaasd als ze nu, vijfentwintig jaar later, horen dat de moord van weleer te maken zou hebben met de liquidatie van de drie Fransen.

BOB’ER «Wat u nu zegt! De De Staerkes zijn in ons dossier helemaal niet opgedoken. Wij hadden zelf een verdachte, iemand die in de straat van het cafeetje woonde. Het ging om een Corsicaan die schulden had. We hebben hem opgepakt, maar bij gebrek aan bewijs hebben we hem moeten vrijlaten.

»Overigens hebben de moordenaars het geld van de oude vrouw niet gevonden. Wij wel. Ze verstopte haar bankbiljetten onder het dikke plastic kleed op de keukentafel. Er stonden jampotten bovenop, en de ratten liepen erover heen.»

COLLEGA «Onze Corsicaan heeft zijn vrijlating niet lang overleefd. Kort daarna hebben we hem dood teruggevonden in een wei, ingevroren in een badkuip met water voor de koeien. Zijn lichaam is door de veldwachter weggehaald, en de zaak werd geklasseerd als zelfmoord. Wij hadden daar toen onze twijfels over: het leek een ondoenlijke manier om jezelf van kant te maken. Maar we hadden geen idéé wat er in Brussel boven water gekomen was.»


Schot-, steek- en snijwonden

In Brussel waren de De Staerkes inmiddels in beeld gekomen in het onderzoek naar de liquidatie van de drie Fransen - en dat had alles te maken met de moord op de bejaarde vrouw. Getuigen waren naar de gerechtelijke politie gestapt met een reeks belastende verklaringen. Samen vormen de puzzelstukjes een vrij duidelijk beeld.

Twee dagen na de moord op de vrouw ziet Hervé in de kroeg toevallig een krant liggen. Zijn oog valt op een foto van de boerderij waar hij kort voordien met Johnny en Pinta op verkenning is gegaan. Hij herkent de boerderij meteen en leest het artikel: het wordt hem duidelijk dat de De Staerkes achter zijn rug een slag geslagen hebben.

Hervé is woest. Hij vraagt zijn vriendin om hem stante pede naar Pinta te rijden. ‘Pinta is een smeerlap,’ zegt hij onderweg. Na afloop staat zijn gezicht op onweer: ze hebben zwaar ruzie gemaakt, zegt hij. Hij had ermee gedreigd Pinta bij het gerecht aan te geven.

Een Fransman die de wet komt stellen in Brussel, hoofdstad van De Staerke-land? No way. De clan schiet in actie.

Op 22 november rijdt Hervés vriendin hem naar een vergadering bij de De Staerkes. Als ze hem nadien oppikt, hoort ze hem naar Johnny en diens broer Beloet roepen: ‘Tot morgenavond om tien uur.’ Blijkbaar is het geschil bijgelegd en zijn er nieuwe plannen gesmeed.

Op 23 november 1980 vertrekt Hervé met zijn Grandclere en Achnamian naar het rendez-vous in Rode.

Om 23.10 uur zien omwonenden aan de villa van Valcke twee langzaam rijdende wagens arriveren. Eén van de twee heeft een Franse nummerplaat. Vijf minuten later horen getuigen een stuk of zeven schoten vallen. Ze bellen de politie. Na weer een minuut of vijf volgt er een tweede salvo. Tussen de salvo’s in horen de buren geroep in het Frans, in de zin van: ‘Nu is het wel genoeg geweest. Je zult het nu wel snappen.’ Na de laatste schoten horen ze: ‘Je l’ai eu’ - ik heb hem.

De politieagenten doorzoeken het park met zaklampen. Kort voor middernacht vinden ze drie lijken. De slachtoffers vertonen gapende schot-, steek- en snijwonden. Ze liggen tientallen meters van elkaar. Hervé ligt het verst, in het struikgewas. Grandclere heeft een schroevendraaier op zak. Achnamian draagt handschoenen. Hervé heeft kousen aan zijn handen. Kennelijk zijn de drie uitgerust om een inbraak te plegen, en waren ze met dat smoesje naar het park gelokt. Iemand heeft hen blijkbaar voorgespiegeld de waardevolle antiquiteiten in de nog altijd verzegelde villa te gaan roven, en gezien de verklaringen van de vriendin van Hervé, de cafébaas en de getuigen moeten dat de De Staerkes geweest zijn, besluit justitie.

Een paar dagen na de afrekening stappen Johnny en Beloet het café binnen waar Hervé in de krant de boerderij had herkend. 'Jij had een afspraak met Hervé,' zegt de cafébaas. 'Hervé is dood en jij leeft.' Beloet bevestigt de afspraak, maar zegt dat Hervé niet was komen opdagen. Johnny zegt dat hij die avond tv had zitten kijken bij Pinta en een paar inbraken had gepleegd.

De week na de moord wordt Beloet aangehouden, veertien dagen later wordt Pinta opgepakt. Tijdens hun verhoren stellen ze zich zo dreigend op dat de politie de getuigen tegen hen in bescherming moet nemen.

Inmiddels wordt de clan ook in verband gebracht met de eerste moord, die op Valère Valcke. Kort na die moord heeft Johnny’s zus BB sieraden in pand gegeven bij de Berg van Barmhartigheid in de Marollen, waar de De Staerkes vaste klanten zijn. Haar man Pinta heeft een Ford Granada en een caravan gekocht: hij beweert dat hij voor de caravan 2.500 euro betaald heeft, maar volgens getuigen was dat minstens het dubbele. Het geld, zo houdt hij vol, had hij van de verkoop van de juwelen van zijn vrouw.

Begin januari brengt Johnny enkele sieraden binnen in het Pandjeshuis. Deltaspeurders lezen in het Brusselse dossier dat ze afkomstig zijn van de vermoorde juwelier, maar Johnny beweert dat hij ze allang in zijn bezit heeft.


Alain Delon als alibi

De alibi’s van de clan-De Staerke voor de moord op de drie Fransen zijn verward, noteren de Deltaspeurders jaren later. BB vertelt aan Johnny’s vriendin Josiane dat zij en Pinta de dag van de moord in Nederland waren, bij mensen van wie ze jammer genoeg de naam niet kende en die Pinta's alibi dus niet kunnen bevestigen. Maar aan de politie had BB verteld dat ze bij haar tante Thérèse in Sint-Pieters-Leeuw tv hadden zitten kijken: een film met Alain Delon. Johnny was daar ook binnengekomen. Maar de film had geduurd tot halfelf, en van de woning van tante Thérèse tot aan de villa van Valcke is het twaalf minuten rijden, terwijl de moord in elk geval na elf uur is gebeurd.

Ook Josiane kan haar vriend geen alibi verschaffen. Ze heeft al een jaar een af-en-aan-relatie met Johnny. De nacht van de moord, 23 november, is het net af: ze wonen apart.

Josiane wordt begin januari 1981 voor het eerst verhoord. Ze ligt dan in het ziekenhuis, waar ze was opgenomen na een mislukte zelfmoordpoging. Ze was het parkeerterrein van de Colruyt in Rode opgereden en had vijftig Seresta-slaaptabletten doorgespoeld met een fles Vichywater. De politie vindt een afscheidsbriefje, waarin ze haar moeder om vergiffenis vraagt: ‘Liever zo sterven dan door zijn handen.’ Aan de politie legt ze uit dat Johnny erg jaloers en nerveus is: hij krijgt soms een zenuwcrisis voor een niemendal.


De grootste flik van België

Pinta en Beloet blijven tot september 1981 in voorarrest. Hun vrouwen zitten inmiddels niet stil: ze zoeken getuigen op en proberen hen om te praten om hun verklaringen in te slikken. Pinta bewerkt een medegevangene om iemand anders te beschuldigen van de drie moorden.

Rond die tijd ziet Flosj Johnny in de gevangenis van Mechelen. Johnny geeft hem te verstaan dat hij, Flosj, de enige getuige is van de inbraken die Hervé en Beloet samen gepleegd hebben. Flosj alarmeert zijn vrouw Flosjette, en die begrijpt de boodschap: ze duikt onmiddellijk onder.

Johnny zelf is in dit hele onderzoek maar één enkele keer verhoord, zo stellen de Deltaspeurders ontzet vast: op 28 januari 1981, vrij kort na de liquidatie in het park. (De moord op Valcke kan hij moeilijk gepleegd hebben, aangezien hij op dat moment in de gevangenis zat.) Substituut Willy Acke, die de leiding heeft van het onderzoek-De Staerke in Dendermonde, is diep verontwaardigd als hij verneemt dat Johnny en Pinta niet eens met elkaar geconfronteerd zijn en dat hun alibi’s pas een halfjaar later nagetrokken werden. Acke vindt geen enkele aanvaardbare reden voor dat uitstel. Met andere woorden: de Brusselse speurders hebben hun werk niet gedaan.

Jean Kesteloot, momenteel politierechter, was als eerste onderzoeksrechter bevoegd voor het dossier-Rode. Als we hem bellen, is hij hoorbaar ongelukkig. Bij een tweede poging wil hij weten waarom Humo hem toch zoekt.

JEAN KESTELOOT «Het is allemaal veel te lang geleden, die zaak is mij niet bijgebleven. Ik heb nu een andere functie en ik mag het dossier niet meer inkijken. Ik kan er u helemaal niks over zeggen.»

De nu gepensioneerde hoofdcommissaris Christian De Vroom, volgens Johnny's memoires ‘de grootste flik van België’, had bij de gerechtelijke politie van Brussel de leiding van het onderzoek. Ook hij weigert een gesprek: hij had advies ingewonnen en een interview was hem 'afgeraden'. Hij wil wel even kwijt dat hij Beloet onlangs heeft teruggezien.

CHRISTIAN DE VROOM «Hij viel me om de hals en toonde foto’s van zijn kinderen. Ik zei: ‘Ik hoop dat je niet in mijn dorp komt wonen.’ ‘Nee nee,’ zei hij. ‘Trouwens, ik ben ondertussen getrouwd en ik ben op het rechte pad.»

Een politieman die ook in het onderzoek meegedraaid heeft, vond het een hopeloos dossier.

SPEURDER «De De Staerkes zijn keiharde mensen zonder geheugen. Je kunt alleen slimme mensen laten bekennen: die kunnen zich in anderen inleven, omdat ze zelf gevoelens hebben. Imbecielen kun je niet aan de praat krijgen, je krijgt geen contact met hun emoties. De De Staerkes zijn imbecielen. Ze bouwen een muur om zich heen waar je niet over of door kunt.

»Ik had gehoopt dat Beloet in dit dossier door de knieën zou gaan. Hij is slimmer dan Johnny, hij kent meer van het leven. Beloet kon een politieman uitschelden en bedreigen, maar achteraf bood hij wel zijn excuses aan. Johnny niet. Johnny kent geen medelijden.»

Toch heeft de speurder het gevoel dat er destijds genoeg elementen waren om een volksjury van de schuld van de verdachten te overtuigen.

SPEURDER «Naast de juwelen in het pandjeshuis, de afwezigheid van degelijke alibi’s en de beschuldigingen van Hervés vriendin, de cafébaas en andere mensen over de afspraak met de drie Fransen, hadden we nog een paar veelzeggende details. Bijvoorbeeld: de omwonenden hebben de moordenaars zien arriveren in een auto waarvan één van de lampen niet werkte; welnu, één van de De Staerkes reed in een dergelijke wagen. Aanwijzingen genoeg dus, maar hét doorslaggevende bewijs, het moordwapen of een bekentenis van één van de daders, is er nooit gekomen.»


Het mes van de Voorzienigheid

De Vroom en Kesteloot krijgen omstreeks 1986-1987 een andere functie. Daarna verhuist het dossier naar onderzoeksrechter Damien Vandermeersch - nu advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie.

Inmiddels heeft de Bende van Nijvel zijn moordende raids gepleegd en is het onderzoek naar de bende-De Staerke in Dendermonde in een stroomversnelling geraakt. Meer dan een half dozijn gangsters heeft aan de speurders verklaard dat Johnny hun met gruwelijke details zijn rol in de moord op de drie Fransen beschreven heeft. Niet één van hen, en dat is toch opmerkelijk, kent Beloet een rol toe in het drama.

Eén van Johnny’s kompanen kreeg het verhaal niet alleen te horen van De Staerke zelf, maar ook van een zekere Patrick, een gangster en drugshandelaar die, als hij even niet in de gevangenis zit, in Ronquières woont. Hij behoort tot de intiemste vrienden van Johnny - en ook tot de harde kern van diens Omertà Club.

Patrick had verteld hoe hij zijn mes rechts in de borst van één van de Fransen gedreven had, zo diep dat het er langs de rug weer uitstak en dat zijn eigen hand voor een stuk mee in de wonde zat. In zijn paniek wist hij niet meer waar het hart van een mens juist zit, en hij had het aan de anderen moeten vragen. ‘Links!’ hadden die geroepen, en toen had Patrick het slachtoffer opnieuw gestoken.

Johnny had tegenover de informanten vooral zijn eigen inbreng in de verf gezet. Hij had met Hervé gevochten, had hij uitgelegd. Toen de politiepatrouille arriveerde, was Hervé geraakt in zijn been en in zijn heup, maar hij leefde nog. Hij was de bossen in gevlucht. Terwijl de politie met zaklampen het terrein afscande, had Johnny hem afgemaakt met een dolk.

Tegen een vriend uit Halle had Johnny verteld dat hij Hervé had doodgestoken met een bajonet, tegen een andere maat had hij gepreciseerd dat hij een mes bij zich had dat hij eerder had meegenomen bij een villadiefstal. Dat mes had hem tijdens zijn gevecht met Hervé het leven gered. ‘Vandaar dat hij geloofde in de Voorzienigheid,’ aldus de informant tegen de verblufte speurders. ‘Terwijl hij het mij vertelde, zag ik dat het de waarheid was. Hij rilde en kreeg kippenvel, hij ging zo in het verhaal op dat hij dat gevecht helemaal opnieuw beleefde.’

Johnny had het relaas over de wonderbare ingreep van de Voorzienigheid ook gedaan tegenover minstens drie andere gangsters.

Deze getuigenissen zijn uiteraard geen bewijs dat Johnny de Staerke de moorden in het park echt heeft gepleegd. Zo zijn de speurders tevergeefs gaan graven in de buurt van een watertoren waar hij volgens één van de informanten het moordwapen zou hebben ondergespit. Maar het gaat wel om een pak nieuwe aanwijzingen in de onopgehelderde moord op vijf en vermoedelijk zes mensen (als je de Corsicaan in de badkuip meetelt).

De Dendermondse substituut Acke speelde alle nieuwe gegevens eind 1987 plichtsbewust door aan zijn Brusselse collega’s. Wat is er vervolgens mee gebeurd? Volgens Johnny is het simpel. De - zijn woorden - ‘superonderzoeksrechter’ Damien Vandermeersch, die het dossier geërfd had, zag gelukkig in dat hij, Johnny, zo blank als een sneeuwvlokje was. Vandermeersch had na enkele maanden speurwerk in een woning in Waals-Brabant een massa goud en juwelen ontdekt die afkomstig waren van de roofmoord op Valcke. De eigenaar van de woning had zich opgehangen nét toen de politie hem op het spoor was. Helaas kan Johnny zich zijn naam niet meer herinneren. Tot zover zijn versie.

Damien Vandermeersch wil net zo min als Kesteloot en De Vroom commentaar geven over een zaak waar hij al zo lang geen enkele bevoegdheid meer over heeft. Dat hij ooit een deel van de buit van juwelier Valcke zou hebben teruggevonden in het huis van iemand die zich net daarvoor had verhangen, herinnert hij zich niet. Dus belden wij naar het Brusselse parket.

JOS COLPIN (woordvoerder) «We zijn het dossier-Valcke gaan zoeken in de kelders van het justitiepaleis, maar het is helaas niet boven water gekomen. Het onderzoek naar de drievoudige moord in Rode wel, maar dat is in 2000 jammer genoeg onherroepelijk verjaard - het viel net niet meer onder de nieuwe wet op de verjaringstermijnen. Op 17 juni 1994 heeft justitie beslist Léon ‘Beloet’ de Staerke en Istvan ‘Pinta’ Farkas in de driedubbele moord op de drie Fransen buiten vervolging te stellen.»

De Deltaspeurders hebben geen absolute zekerheid dat Johnny betrokken was bij één of meer van de zes moorden, maar de dossiers van Rode hebben wel alle ingrediënten van de latere Bendeoverval op de Delhaize van Aalst: heel veel bloed, heel veel doden, heel veel belastende verklaringen maar geen enkel hard bewijs, geen vingerafdrukken, geen moordwapen en geen enkele bekentenis. Het lijkt wel de generale repetitie.

Drie jaar na deze onopgehelderde moorden doorbreekt één van de De Staerkes een absoluut taboe. Hij stapt naar de BOB van Halle.

Volgende week: De moord bij Jef Jurion

Deze serie kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234