20 jaar na de Bende Van Nijvel (4): de slachtpartij bij Jef Jurion

Sinds de tweede parlementaire onderzoekscommissie heeft het onderzoeksteam van Jumet een wapenstilstand gesloten met de pers. Officieel mogen de speurders geen interviews geven over de Bende van Nijvel, ze kunnen alleen journalisten corrigeren als die weer eens met wilde theorieën komen.


De moordmachine komt op gang

De afgelopen jaren heeft Humo de cel vaak gebeld. Die contacten verliepen altijd vriendelijk, en soms kregen we zelfs pertinente informatie recht uit de database.

Op een keer nam een speurder aan de andere kant van de lijn de criminele organisaties uit de jaren ’80 door die decennialang verdacht werden van de misdaden van de Bende van Nijvel. Hij noemde er drie.

«We hebben de bende van Patrick Haemers gehad, zeer zware overvallers die uiteindelijk ook ex-premier Paul vanden Boeynants gegijzeld hebben, we hebben de extreemrechtse moordenaars van de Westland New Post in de gevangenis gedraaid, en we hebben de bende van de gewezen rijkswachters Madani Bouhouche en Robert Beijer ontmanteld. Wel, als ik doorboom met de collega’s die die dossiers behandeld hebben, hoor ik steeds hetzelfde verhaal: ‘Vergeet die gasten van Haemers, de WNP, Bouhouche. Ze komen niet in aanmerking voor de Bendefeiten.’»

Omgekeerd zijn nagenoeg alle politiemannen van de Delta-cel in Dendermonde ervan overtuigd dat Johnny De Staerke met de Bende van Nijvel te maken heeft. De leiding van het team heeft die overtuiging met vuur verdedigd in de tweede parlementaire onderzoekscommissie.

De collega’s-speurders in Halle, die een paar van de eerste Bendeovervallen onderzocht hebben, staan bijna allemaal op dezelfde lijn: ze geloven rotsvast dat Johnny bij de Bende betrokken moet zijn geweest.

«Er zijn drie getuigen die ons op dat spoor gezet hebben. Ze leven nog alle drie, en ze weten véél meer dan ze ons verteld hebben. Eén van hen was zelf een De Staerke. Ik hoor het hem nog zeggen: 'Pas maar op, onze Johnny heeft er ik-weet-niet-hoeveel van kant gemaakt.' En boenk, hij was weer weg. Voor mij was het zonneklaar dat dat op de Bende van Nijvel sloeg.»


Het voorspel

De Bende gaf de eerste tekenen van leven in het voorjaar van 1982, kort nadat de broers De Staerke waren vrijgekomen, én pal in hun achtertuin.

«In de cel hadden ze nog wat bijgeleerd: de gevangenis is de beste plaats om te weten te komen welke politici, magistraten en politiemensen omkoopbaar zijn. Bij zijn vrijlating kende Philippe 'Johnny' De Staerke iedereen die corrupt is in België.»

«De De Staerkes hebben er hun netwerk kunnen uitbreiden. Ze zijn gaan samenwerken met de mannen van het Bonairkwartier in Anderlecht, en van de Rad-wijk daar vlakbij - twee zware buurten, waar jongens als de dief Kaplan Murat opgegroeid zijn. Die jongens kwamen op gestolen fietsen hier in Halle spullen jatten en in de cafés vechten. »

«Beersel, Sint-Pieters-Leeuw en Halle waren in die periode de Brusselse gemeentes met de zwaarste criminaliteit. Dat kwam allemaal uit de hoofdstad bij ons binnengewaaid, vooral uit Anderlecht, maar ook uit Schaarbeek.

»Op een bepaald ogenblik heb ik beslist de grenzen af te sluiten. We stelden ons ’s avonds zo rond elven op aan de invalswegen en controleerden alle verkeer grondig tot een uur of drie ’s nachts. Zo hebben we een hele serie diefstallen kunnen ophelderen.»

«En ondertussen is onder onze neus de Bende van start gegaan. Voorbeeld: de zogenaamde 'oudere man' uit de daderprofielen van Jumet heeft in mei 1982 in Elsene een ambtenaar van de Franse ambassade bedreigd met een vuurwapen en hem zijn wagen afgepakt.»

»Maar al bij al was het een rustige periode, tot die moord gebeurd is bij de oude voetbalglorie Jef Jurion. Een moord van de Bende van Nijvel.»

«Dat onderzoek is in het honderd gelopen - ik snap zelf niet waarom ik er toen niet dieper op in ben gegaan. Nu, die zaak was ook veel te groot voor een kleine provinciale BOB. De brigade van Halle werd toen wel bij de beste van het land gerekend - we deden met z'n achten honderd arrestaties in één jaar - maar we stonden veel te zwak tegenover wat er toen op ons afkwam.»

«We zijn van de generatie voor het DNA-onderzoek. Tegenwoordig leggen ze bij een grote diefstal beslag op alles waarmee de daders in aanraking gekomen kunnen zijn. De DNA-sporen worden geïdentificeerd en de boel blijft in de kast tot je een tip krijgt. Dan ga je met vijftig man in één klap dertig huizen doorzoeken, en weer DNA-sporen nemen tot je prijs hebt.

»Wij konden in onze tijd alleen terugvallen op inlichtingen. Je probeerde getuigenissen te zoeken, en de modus operandi van de criminelen in kaart brengen. Wie de meeste informanten had, was de beste rechercheur. We werkten op de rand van de corruptie, want onze job bestond erin zoveel mogelijk te weten te komen over gangsters, en dat kan alleen maar door je onder hen te begeven. Zo hoor je weleens wat, maar je moet ook iets kunnen teruggeven. Misschien iets kleins, maar toch, zuiver op de graat kan je het niet noemen.

»Dat was een beetje de situatie toen de Bende van Nijvel José Vanden Eynde geliquideerd heeft. De man was nachtwaker was in de Auberge du Chevalier, de taverne van ex-voetballer en spelersmakelaar Jef Jurion.»


«Een heel vieze moord. Die conciërge, een man van een jaar of zeventig, woonde in een studio boven de herberg waar Jurion zijn voetballersveilingen organiseerde. Vermoedelijk heeft hij die fatale nacht, vlak voor kerstmis 1982, een paar inbrekers betrapt. De telefoonlijn in de taverne was aangesloten op twee toestellen, het ene beneden in de gelagzaal, het andere boven in zijn kamer. Als je boven probeerde te bellen gaf dat beneden een klik die je in het café kon horen. Dat hebben we uitgetest.

»Waarschijnlijk hebben de inbrekers die klik gehoord en zijn ze boven gaan kijken. Ze hebben het telefoonsnoer uit de muur gerukt en die arme man daarmee met zijn polsen aan zijn enkels vastgebonden, ruggelings.»

«Hij was op zijn Siciliaans vastgebonden, maar heel stuntelig.»

«De vaststellingen stelden nog niet veel voor in die tijd, maar we hebben wel kunnen achterhalen dat Vanden Eynde is vastgesnoerd door een linkshandige.

»Toen hij daar lag, hebben de daders hem zwaar op het gezicht getimmerd, en daarna hebben ze hem doodgeschoten: ze hebben een handdoek met een zoom in de kleuren van de Belgische vlag over zijn hoofd gelegd en de lader van heel dichtbij in zijn hoofd leeggeschoten. In het totaal hebben ze acht keer gevuurd, om zeker te zijn dat hij dood was.

»Zijn gezicht zat vol blauwe plekken, zijn aktetas was leeg. In de taverne hadden ze vanalles gestolen: sigaretten, koffie, flessen roze champagne, twee rollen aluminiumfolie, sigaretten, een regenjas, sterke drank, een paar dweilen, handdoeken met een tricolore rand en vijftien borden.»


Nieuwjaarsfeestje

De onderzoeksrechter was, zuchten enkele anciens van toen, Jean Kesteloot, de man die een paar jaar eerder ook belast was met het onderzoek naar de moord op de drie Fransen in Sint-Genesius-Rode, waarvoor Johnny’s broer en schoonbroer Beloet en Pinta negen maanden in voorarrest gezeten hebben.

«Hij deed ons onze tijd verliezen met de meest onzinnige opdrachten. ‘Gelieve alle jeugdbendes uit de streek van Halle te controleren.' Jeugdbendes? In Halle waren geen jeugdbendes. Die kwamen aanwaaien uit Brussel of Charleroi.»

In de tweede Bendecommissie is gebleken, dat het parket Kesteloot de opdracht had gegeven het onderzoek maandenlang stil te leggen.

«Dat kan. Ik herinner me vooral dat we zo weinig opdrachten kregen van die man. Ik heb hem niet één keer te zien gekregen om het dossier te bespreken.»

«Wij zochten de daders niet in de jeugdbendes van Charleroi, wij zochten ze vlakbij. Het zigeunerkamp lag maximum twee kilometer verderop. Volgens mij hebben de inbrekers bij Jurion dingen gestolen om nieuwjaar te vieren. Ik dacht aan dat kamp, en natuurlijk ook aan de De Staerkes.»

Philippe zat in de gevangenis.

«Dat zal dan wel, maar hij kan gemakkelijk een ploeg aan het werk zetten vanuit zijn cel. Mij moet je daar niks over vertellen.»

«In één van de onderzoeken rond de De Staerkes hebben we een envelop in beslag genomen waarin drukkersclichés zaten, stempels van de gerechtelijke politie van Brussel en andere benodigdheden om ‘uithalingsbevelen’ na te maken: daarmee kan je gevangenen gaan halen voor een verhoor. Die envelop was aan een Brussels advocate gericht.»

De ex-vrouw van de vroegere substituut Claude Leroy heeft aan Delta verteld dat diezelfde advocate Johnny inderdaad met valse documenten uit de gevangenis is gaan halen.

«En kort na de moord bij Jurion is er een getuige opgedoken, die ons zegde: ‘Zoek in de richting van de De Staerkes en je zult de daders vinden.’ Die tipgever was iemand uit de directe omgeving van de vermoorde José vanden Eynde.»

«Hij bracht de liquidatie in verband met heroïnesmokkel. De ex-man van Josés schoondochter, een zekere Fernand, was in die drugsaffaire veroordeeld. Hij was conciërge geweest in het farmaceutische bedrijf BIOS in Schaarbeek, dat cocaïne en morfine voor medisch gebruik produceerde. Het spul werd uitgevoerd met certificaten van het ministerie van Volksgezondheid.»

Op een dag wordt er zowat tien kilo morfine en vijf kilo zuivere cocaïne van het bedrijf in Pakistan op de zwarte markt te koop aangeboden. Op verzoek van Karachi begint het Brusselse gerecht een onderzoek. Fernand wordt in 1977 veroordeeld, maar het is niet duidelijk of de De Staerkes een rol gespeeld hebben in dit dossier. Garçon de Staerke werd in die periode verdacht in een drugszaak, maar ging na een paar maanden voorarrest vrijuit.

De speurders van Nijvel, die het dossier overnamen van Halle, besloten uiteindelijk dat niets wijst op een verband tussen de moord in de taverne van Jurion en de De Staerkes. De BOB’ers van Halle zijn nu, meer dan twintig jaar later nog altijd kwaad en ongelukkig als ze eraan terugdenken.

«Er is zo hard gewerkt aan dat dossier, maar net het spoor-Fernand hebben de speurders in Nijvel laten liggen. Onze getuige wist meer, en ik vraag me af of de speurders hem daar wel voldoende over aan de tand hebben gevoeld.»


Bijltjesdag

«Maanden hebben we in die zaak verspild met waardeloze onderzoeksopdrachten, tot de Bende van Nijvel op 3 maart 1983 de Colruyt van Halle is binnengevallen. De gerant Walter Verstappen werd doodgeschoten en de directeur van de voeding Jules Knockaert werd zwaar gewond. Ze waren vrienden van mij. Ik had die dag vrij maar ik ben toch gaan werken omdat ik het zo triest vond.

»De Bende is beestig opgetreden in de Colruyt. Ze hadden een heel lange matrak mee, geen echte maar een staaf van tachtig centimeter. Ze hebben wat in het rond geschoten om de klanten koest te houden, en zijn dan naar het kantoor boven de winkel gestapt.»

«Jules heeft toevallig met zijn hand de telefoon aangeraakt. Vermoedelijk heeft één van de gangsters gedacht dat hij wilde bellen, en hij heeft - krak - met die matrak Jules’ hand verbrijzeld. Jules droeg een wapen, een heel goed pistool. Hij heeft het niet kunnen gebruiken omdat zijn hand kapot was.

»Walter hebben ze voor zich uit geduwd naar de kluis. Hij heeft ze opengemaakt en kreeg een nekschot. Jules lag op de grond en zag het bloed van Walter voorbij vloeien.»

In oktober 1983 sloeg de Bende van Nijvel een laatste keer toe in de heimat van de De Staerkes: op 7 oktober 1983 vielen de gangsters de Delhaize in Beersel binnen, waar ze de gerant doodschoten.

«Ik kende die man, Freddy Vermaelen. Hij had nog een bar uitgebaat in Brussel, de Butterfly aan de Waterloose Steenweg, en hij was slager geweest. Vermaelen had geen bange vezel in zijn lijf.

»De Bende is de winkel binnengestormd. De telefoon voor de klanten hing aan de buitenkant van zijn directiekantoor. De reus die kickerschoenen droeg, toen een rage, heeft met een speciale, met touw omwonden bijl het telefoonsnoer over gehakt. Vermaelen met die enorme klap zeker gehoord hebben in zijn kantoor.

»Ik zie zo voor mijn ogen wat er toen gebeurd is: Vermaelen die als een leeuw op die mannen vliegt. Ze hebben hem direct neergeknald.»

Had u aanwijzingen, dat de De Staerkes te maken konden hebben met die twee warenhuisovervallen?

«Nee. Ik weet wel met absolute zekerheid dat de daders ons BOB’tje daar in Halle op hun duim gekend moeten hebben. Ze moeten geweten hebben dat er maar één van ons die avond dienst had, en dat was ik.

»Ik was weggeroepen na een zeer dringend telefoontje. Ik moest onmiddellijk naar de Colruyt komen, want ze hadden daar een informant aan de lijn die inlichtingen had over de Bende van Nijvel en die cito presto iemand van de BOB wilde spreken. Ik ben er naartoe gereden en heb als een onnozelaar een halfuur bij het toestel zitten wachten tot de informant terug zou bellen. Toen ik terugreed naar de BOB hoorde ik op de radioverbinding dat er een overval was gebeurd in de Delhaize van Beersel.

»‘Miljard, ze hebben me liggen,’ schoot het door mijn hoofd. Ik heb twee machinegeweren in mijn auto gegooid en ben post gaan vatten bij de oprit van de autoweg achter de brug van Beersel. Als de moordenaars, drie mannen in een Golf, daar langs waren gekomen, had ik ze kunnen inrekenen maar ze hebben een andere vluchtweg genomen. Ze moeten de streek op hun duim gekend hebben.»


De derde getuige

«Naderhand hebben wij via-via vernomen dat Vermaelen, de vermoorde gerant van de Beerselse Delhaize, één van de daders herkend zou hebben. Het zou om iemand uit het chequecircuit gaan.»

«In die tijd wemelde het van de chequebendes. Ze gaven hun gestolen cheques liefst van al uit in de warenhuizen, omdat die ze aanvaardden zonder dat je een bankkaart moest tonen.»

«De opkopers uit dat circuit schaften zich in de Delhaizes enorme hoeveelheden dure voedingswaren aan, champagnes, kaviaar, foie gras.... En volgens wat wij gehoord hebben, zou de doodgeschoten gerant in Beersel de schutter herkend hebben uit zo’n circuit. Maar dat is nooit hard gemaakt.»

«Dat is bij alle goeie speurders van Halle blijven knagen. Maar wij hadden met het onderzoek niets meer te maken. Justitie heeft de dossiers van alle Bende-overvallen in Nijvel gecentraliseerd.»

Het knaagt vooral omdat er ondertussen een getuige was opgedoken die voor die eerste Bendeovervallen ook al naar de clan-De Staerke wees.

«Toen de warenhuizen op de proppen kwamen met een premie van tien miljoen frank als beloning voor informatie stond de telefoon bij ons in de kazerne almaar te rinkelen. We wisten niet waar eerst beginnen. Alle inlichtingen werden genoteerd op papiertjes.»

«We hadden niet eens een bandopnemer om de tips te tapen. Bij Colruyt hadden ze wel zo'n apparaat en de afspraak was dat er daar ook telefoons zouden aankomen.»

«Eén van de bellers was een kleine gangster, een van de vele meelopers uit de Bende De Staerke. Hij wilde ons onmiddellijk naar Ronquières brengen, waar de clan volgens hem de Bendewapens in het Kanaal had gedumpt. Maar het was een hectische tijd, en we konden niet zomaar alles laten vallen om met die informant mee te gaan. Die man heeft zich toen verschrikkelijk boos gemaakt en wilde nadien niet meer meewerken. Hij leeft nog altijd, zo heb ik horen zeggen, en hij is erg verbitterd. In ieder geval moet hij meer afweten van de eerste overvallen van de Bende van Nijvel, maar ik heb geen idee of er in Jumet nog iets met zijn inlichtingen gebeurd is.»

Een paar jaar later dregt een team genieduikers precies op de plaats die de getuige omschreven had, en vindt inderdaad wapenonderdelen, sommige ervan werden zelfs gebruikt in de raids van 1985, jaren na de aangifte van de tipgever. De Bende van Nijvel is die dumpingplaats dus ongestoord jarenlang blijven gebruiken.

Volgende week: Acht dode mussen in Aalst

Deze serie kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234