20 jaar na de Bende Van Nijvel (6): de schaduw van extreemrechts

De rechercheurs van Delta hebben een verdachte. Wat hebben ze nog meer? Eric Sack en zijn gewezen collega’s van het Dendermondse speurdersteam hebben het enkele jaren geleden op een rijtje gezet in een sterke getuigenis voor de tweede parlementaire bendecommissie.


Zelfmoord van een onderzoek

Philippe 'Johnny' de Staerke is de middag vóór de bloedige raid op verkenning geweest in de Delhaize van Aalst, daarover bestaat niet de minste twijfel. Anderhalf uur na de overval is hij bij de broer van zijn beste vriend een Samsonite-koffer in bewaring gaan geven, die hij daags nadien is komen ophalen en is gaan begraven in een bos: dat is gestaafd door het onderzoek. Bovendien hebben verschillende getuigen van de raid hem geïdentificeerd op foto's, op videobeelden en door een doorkijkspiegel: de daders waren wel gemaskerd, maar de getuigen herkenden de gangster aan zijn ogen, zijn gestalte of zijn typische manier van bewegen.

Johnny de Staerke heeft voor al die aanwijzingen geen enkele aanvaardbare uitleg: hij zegt gewoon dat iedereen liegt. ‘Ze weten maar al te goed dat ze op de eerste rij zitten om de premie van Delhaize op te strijken. Ze hebben tien miljoen redenen om te liegen,’ schrijft hij in zijn memoires.

De speurders hebben ook een pak getuigenissen van celgenoten of kompanen van Johnny, die vertellen dat hij over zijn aandeel in de Bende-overvallen heeft zitten opscheppen. Helaas valt niet uit te sluiten dat de informanten die verhalen verzonnen hebben, of dat Johnny ze zelf gefantaseerd heeft. En geen enkele informant geeft concrete details die de speurders kunnen natrekken.

Wat hebben de speurders niet? Véél dingen: harde bewijzen, DNA, vingerafdrukken, moordwapens, een bekentenis. Ze missen op de koop toe mogelijke mededaders, en toch hebben ze er hard naar gezocht.

Vroegere Delta-speurders zijn erg terughoudend als je ze vraagt twintig jaar na datum hun visie op de feiten te geven. Het is 'freewheelen', en daar houden ze niet van. Maar allez: het is al zo lang geleden, de moordenaars zullen allicht nooit gevonden worden, laat staan veroordeeld. Vooruit dan maar.


Bruine kroegen

Eén uitspraak van Johnny de Staerke, gedaan tijdens een verhoor, hebben de rechercheurs van Delta in hun oren geknoopt: ‘Ik ben gekozen op basis van mijn dossier.’ Als het klopt dat De Staerke en zijn kompanen 'geselecteerd' waren om de Bende-overvallen te doen, dan moet iemand hen geselecteerd hébben. En die iemand, vermoeden de speurders, zou weleens te vinden kunnen zijn in kringen van extreem-rechts. In die tijd is er veel te doen over de 'Strategie van de Spanning', een extreem-rechtse, uit Italië overgewaaide tactiek om door middel van gewelddadige aanslagen angst te zaaien onder de bevolking en op die manier de weg te effenen naar een politiestaat. Dát politiek-criminele spoor wordt de centrale hypothese waarmee de speurders in Dendermonde de Bende-overvallen proberen te verklaren.

In de jaren ’70 en de eerste helft van de jaren ’80 was Brussel een populaire pleisterplaats voor huurlingen en extreem-rechtse terroristen op doorreis. Ze troffen elkaar in kroegen als de Bacchus in de Europese wijk, de Uilenspiegel bij de Beurs (waar een Duits officier naar verluidt elke maand de pensioenen van de Oostfronters kwam uitbetalen), de Renaissance aan de Kolenmarkt en de Van Dyck bij de Grote Markt. Enkele kopstukken bleven in Brussel hangen en vonden hun weg in de criminele fauna van de hoofdstad.

Over één van hen, de extreem-rechtse Italiaanse geheimagent en oplichter Elio Ciolini, die geïnfiltreerd was in de bende van Patrick Haemers, heeft Humo al eerder geschreven. Maar er woonden hier nog andere notoire extreem-rechtse terroristen over wie nog zo goed als niets is uitgelekt. De twee meest beruchte zijn de Duitse huurling Luciano Bender en de voortvluchtige Italiaanse fascist Elio Massagrande. Volgens het gerecht hadden ze allebei banden met de clan-De Staerke.

Opmerkelijk is dat zowel Bender als Massagrande in contact stond met de man die het meest in aanmerking komt als 'rekruteringsofficier' van de Bende van Nijvel: Jean Bultot, de gewezen adjunct-directeur van de gevangenis van Sint-Gillis. Als iemand mensen kon 'uitkiezen op basis van hun dossier’, dan was hij het: hij zat bij de bron. Johnny de Staerke - een trouwe bajesklant - kende hij bijvoorbeeld maar al te goed. Er is ook een materiële aanwijzing dat Bultot bij de Bende betrokken was: een schriftexpert heeft met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vastgesteld dat een vriendin van Bultot nota’s heeft genomen van zijn schietinstructies - en die nota’s zijn, samen met half verkoolde cheques van de overval op de Delhaize van Overijse, aangetroffen in de uitgebrande vluchtwagen van de Bende in het Bois de la Houssière.

Jean Bultot is aan de Bende gelinkt door Léopold 'Popolino' Van Esbroeck. Die beweerde dat Bultot hem had proberen te ronselen om gewelddadige overvallen te plegen met een bende die daarvoor speciaal getraind zou worden in Zuid-Amerika. Bedoeling van de overvallen: de staat destabiliseren. Popolino kan zijn eigen redenen gehad hebben om Bultot zwart te maken; feit is dat Bultot zich kort voor en na de moordende Benderaid in Aalst verdacht gedroeg.

EEN SPEURDER «Eén: de dag vóór Aalst belt hij in paniek half Brussel af voor een machinegeweer. En twee: twee maanden later neemt hij opeens de vlucht naar Paraguay. Hij heeft honderd euro op zak, maar zijn vliegtuigtickets hebben bijna vierduizend euro gekost - je vraagt je af wie die voor hem betaald heeft.»

COLLEGA «Vóór zijn vlucht naar Paraguay had hij zich in paniek in de bossen verstopt, omdat hij dacht dat ‘ze’ hem van kant zouden maken omdat hij te veel wist. Hij bewoog zich in kringen van criminelen en van extreem-rechts: best mogelijk dat hij wat opgevangen heeft.»


De rechtse reus

Van Esbroeck zette de speurders nog op een tweede politieke spoor: dat van de Duitse huurling Luciano Bender. Die is kort na de laatste Bendeoverval in Aalst ‘wegens onbekende moeilijkheden’ het land uit gevlucht. Delta heeft hem intensief opgespoord, maar zonder resultaat.

Luciano - eigenlijk heet hij Ludwig, hij is in 1946 geboren in Frankfurt - Bender is een reus van 1,90 meter. Hij staat bekend als 'klusjesman' van de Service d’Action Civique, de beruchtste geheime organisatie van Frankrijk. Ze werd daar in juli 1981 buiten de wet gesteld, nadat een SAC-lid dat stage liep bij de politie met heel zijn gezin was uitgemoord in zijn woning in Auriol. Reden: de jonge agent had dossiers over de clandestiene operaties van de SAC gekopieerd. In het daaropvolgende onderzoek kwam aan het licht wat al jaren een publiek geheim was. De SAC was een samenwerkende vennootschap van criminelen, ex-legionairs en extreem-rechts canaille, die grotendeels gefinancierd werd door drugshandel en afpersing. Na de moordpartij in Auriol zouden heel wat bendeleden, onder wie Bender, de wijk hebben genomen naar Brussel.

In Brussel, waar hij zich Ludovic laat noemen, kent Bender binnen de kortste keren alle kroegen en bordelen van het centrum, de Noordwijk en de Naamse Poort. Zijn vrienden raapt hij op in de Van Dyck, waar het latere Bendeslachtoffer José vanden Eynde - de gruwelijk vermoorde conciërge van het restaurant van Jef Jurion in Beersel - geregeld een kaartje komt leggen, omdat zijn zoon Marc er de patron helpt. Marc en Luciano halen er herinneringen op aan hun tijd in het Vreemdelingenlegioen.

Algauw werkt Bender zich op tot bodyguard en manusje-van-alles voor enkele Belgische politici. Hij zou wapens bezorgd hebben aan de als privé-militie veroordeelde VMO, en hun leden getraind hebben. Hij levert ook hand- en spandiensten aan Marcel Barbier, een leider van het extreem-rechtse clubje Westland New Post. Intrigerend detail: in de parachuteclub Golden Eagle in Bertrix is Barbier lid 128, de overleden rijkswachter en Bendeverdachte Martial Lekeu 146, en Luciano Bender 160.

In 1984 wordt Bender aangehouden en veroordeeld voor slagen en verwondingen en pooierij. Aan een vriendin die hem komt opzoeken in de gevangenis van Merksplas, zegt hij dat hij daar zit vanwege zijn extreem-rechtse sympathieën. In maart 1985 komt hij vrij.

Eind 1985 - kort na de laatste Bende-aanslagen - laat Bender zich tegen een kennis ontvallen dat hij 'erg veel zorgen' heeft. Hij zegt dat hij niet in België kan blijven en neemt de wijk naar Marseille. Delta komt bij de Franse collega’s te weten dat Bender zich in oktober 1986 heeft laten inschrijven als dierenarts in Roquebrune. Eind jaren ’80 keert hij terug naar Argentinië, waar zijn ouders op een ranch leven - ze hebben trouwens goede contacten met Jean Bultot.

Alles wijst erop dat Bender een belangrijk verbindingsfiguur geweest is tussen de criminele wereld en extreem-rechts. Daarom heeft Delta zwaar geïnvesteerd in het onderzoek. Helaas zijn er geen elementen opgedoken die 's mans betrokkenheid bij de Bende van Nijvel aantonen; hij is in die zaak ook nooit verhoord. Anno 2005 schrijft Bender boeken over parachutespringen en doet hij mee aan valschermwedstrijden. Tot zover het eerste extreem-rechtse spoor.


De Strategie van de Spanning

Op een dag gaat substituut Willy Acke, de man die het onderzoek in Dendermonde leidt, lunchen met de ondertussen overleden Brusselse BOB-adjudant Guy Goffinon, dé connaisseur van de rosse buurt aan de Naamse Poort. 'De Goff' was een typische adjudant uit die tijd: een man die zijn eigen weg ging en de magistraten meer naar zijn hand zette dan andersom.

Ackes notities over het gesprek zijn beknopt, maar in grote lijnen krijgt hij het volgende te horen. De Bende-aanslagen zouden zijn gepleegd door Italianen die in Spanje verblijven, en die gehandeld hebben in opdracht van extreem-rechts. Eén van de opdrachtgevers zou Elio Massagrande zijn: de voortvluchtige leider van de in Italië verboden fascistische organisatie Ordine Nuovo ('Nieuwe Orde'), en een hoofdrolspeler in de Strategie van de Spanning.

Het hoofdstuk-Massagrande is één van de meest schimmige uit het hele Bendeonderzoek. Het spoor duikt op in februari 1986, als Johnny de Staerke nog op vrije voeten is. Aanleiding vormen twee mysterieuze incidenten. Bij het eerste zou Corinne Nicolas, de advocate van de De Staerkes, enkele mensen uit het milieu hebben aangesproken met de vraag hoe je een 'hete' riotgun kunt vernietigen - merkwaardig als je weet dat in de raid op de Delhaize van Aalst, amper enkele maanden eerder, precies zo'n wapen is gebruikt.

Bij het tweede incident brak adjudant Serge Klingels van de drugssectie van de Brusselse BOB zijn been. Oud-BOB'er François Raes heeft Klingels zeer goed gekend, vertelde hij ons kort voor zijn dood.

FRANÇOIS RAES «De adjudant was getrouwd met een nicht van een generaal, en daardoor kon hij zich veel veroorloven. Om acht uur ’s ochtends kwam hij op kantoor, en een uur later was hij al 'moe'. Hij had de naam dat hij extreem-rechts was, al heb ik daar persoonlijk nooit iets van gemerkt.»

Op 19 februari 1986, de dag nadat Delta - op Johnny na - de hele clan De Staerke had opgerold, was adjudant Klingels helemaal niet moe. Hij had een afspraak met één van de De Staerkes, zo zou hij tegen een collega gezegd hebben; hij had die ontmoeting naar eigen zeggen vooraf met een procureur besproken. Tijdens de afspraak zou er een vechtpartij zijn ontstaan, waarbij Klingels over een tafel was geduwd en zijn been gebroken had.

Als de speurders in Dendermonde dit verhaal veel later horen - Johnny de Staerke zit dan allang achter slot en grendel - gaat er een belletje rinkelen. Een lid van de clan had hun eerder verteld dat er een rijkswachter met een gebroken been in het militair hospitaal lag, en dat die rijkswachter Johnny destijds trouwens gewaarschuwd had over een nakende huiszoeking. Johnny had zelf rondgetoeterd dat hij vooraf van de huiszoeking wist.

Als de Delta-speurders hun collega Klingels aan de tand voelen, is die niet bijster coöperatief. Hij kent Johnny niet, zegt hij, en hij gooit een foto van zichzelf op tafel: die mochten ze gerust eens aan die kerel laten zien. Nee, hij had een perfecte uitleg voor wat er gebeurd was. Een bevriende advocaat had hem gebeld omdat Johnny zich naar eigen zeggen wilde overgeven. Tijdens een ontmoeting met die advocaat en met Corinne Nicolas was Klingels ongelukkig gevallen - vandaar dat gebroken been.

Tegenover Humo stelt de inmiddels gepensioneerde adjudant zijn versie nog wat bij.

SERGE KLINGELS «Op een dag kreeg ik van iemand die in een gevangenis werkte - zijn naam ben ik vergeten - de vraag of de broers De Staerke nog altijd opgespoord werden. Ja, zei ik, en toen vertelde mijn informant dat ze zich wilden overgeven, op één voorwaarde: Guy Goffinon mocht hen niet arresteren. Ik heb mijn chefs ingelicht, en er zijn dan drie gesprekken geweest in de flat van die informant. De derde keer ben ik stomweg gestruikeld op de trap en heb ik mijn been gebroken. Daardoor heb ik de verdere onderhandelingen niet meer gevolgd.

»Ik heb geen flauw idee waarom de De Staerkes mij hadden uitgekozen om die boodschap over te brengen. Ik weet ook niet waarom ze niet wilden dat Goffinon erbij betrokken werd. Ik weet wel dat Goffinon de broers verdacht van betrokkenheid bij de Bendeoverval op de zeilmakerij in Temse. Maar ik zal u terugbellen met het telefoonnummer van een vroegere collega die u daarover alles kan vertellen.»

Op dat telefoontje wacht Humo nog altijd.

Guy Goffinon had begin '86 inderdaad een tip gekregen over de moordende raid op de zeilmakerij in Temse, waar de Bende drie jaar eerder zeven kogelvrije vesten had gestolen. Volgens de tipgever zou Elio Massagrande, de Italiaanse fascist, via de clan De Staerke in het bezit van de vesten zijn geraakt. Als die informatie klopte, was er dus een band tussen de Bende van Nijvel en extreem-rechts. In ieder geval liet het gerecht Massagrande opsporen.

Het onderzoek naar de roofmoord in Temse valt onder de bevoegdheid van de speurders in Dendermonde. Die hebben zelfs een informant die Massagrande ontmoet heeft bij Jean Bultot in Paraguay. Volgens die tipgever komt Massagrande vaak naar België: hij heeft een flat op de Louizalaan en verplaatst zich in een witte Mercedes 500. De speurders willen de tip meteen natrekken, maar dat is buiten de 'collega's' in Jumet gerekend. ‘Momentje,’ klinkt het daar: ‘Extreem-rechts is óns terrein.’


De speurdersoorlog

Veel details zijn er niet over uitgelekt, maar er heeft jarenlang een ondergrondse oorlog gewoed tussen de speurders van Jumet en Dendermonde. Het slagveld waarop die oorlog plaatsvond was extreem-rechts. Wie hem gewonnen heeft is ook bekend: dat was de Bende van Nijvel.

Het is voor substituut Willy Acke een bittere pil als Jumet hem en zijn Delta-team sommeert van het spoor-Massagrande af te blijven. Nog voor de maand om is, krijgen ze in Dendermonde te horen dat hun collega's uit Jumet hun geen informatie meer mogen doorspelen. Een jaar later blijkt dat er zelfs geen onderzoek meer naar wordt verricht. Jumet heeft het extreem-rechtse spoor blijkbaar afgepakt om het te begraven.

Het is een cliché, maar wie de veldslagen tussen Dendermonde en Jumet op een rijtje zet, heeft het moeilijk om niet aan Kafka te denken. Het is scheefgelopen na de vondst in Ronquières, waar Bendeleden kort na de raid in Aalst een deel van hun wapenvoorraad in het kanaal hadden gedumpt. Daarna is de verhouding totaal verziekt. Het heeft zelfs niet veel gescheeld of de speurders van Dendermonde werden door de onderzoeksrechter van Jumet verhoord. De zaak werd ei zo na een Vlaams-Waalse kwestie.

Begin 1987 pleit Acke ervoor Jumet te ontlasten van de dossiers over de Bendeovervallen in Overijse en Eigenbrakel, en heel het onderzoek naar de moordpartijen van 1985 te centraliseren in Dendermonde. Na lang gepalaver komt het tot een compromis: Jumet blijft officieel bevoegd, maar in werkelijkheid zal Dendermonde het werk doen.

Dendermonde krijgt zo spoedig mogelijk een afschrift van alle dossiers, belooft Jumet. Kort nadien ontvangt onderzoeksrechter Freddy Troch drie van de elf mappen, met het vriendelijke verzoek ze snel te kopiëren en terug te bezorgen. Dat gebeurt binnen een week. Alleen: een maand later heeft hij de resterende acht mappen nog steeds niet ontvangen. Ondertussen stelt hij vast dat er in de dossiers van Overijse en Eigenbrakel processen-verbaal zitten die duidelijk slaan op de raid in Aalst.

Eind februari hoort Troch dat zijn collega Jean-Claude Lacroix in Jumet tegen de afspraak toch opnieuw werk wil maken van het dossier-Overijse. Hij belt Lacroix, maar die ontkent formeel.

Er wordt een nieuwe vergadering belegd. Daar verneemt Dendermonde dat Jumet de afgelopen weken nieuwe teams heeft opgericht die zich speciaal zullen gaan bezighouden met... de overvallen in Overijse en Eigenbrakel. Op de vraag waarom er kennelijk wordt afgestapt van de eerder gemaakte afspraken, komt ‘geen aanvaardbaar antwoord’.

Op 6 maart 1987 schrijft substituut Acke een brief naar het parket-generaal in Luik om zijn hart te luchten. Hij stelt ‘met de dood in het hart’ vast dat het vertrouwen tussen de magistraten volledig zoek is. Afspraken worden niet nageleefd, dingen worden verzwegen, collega's vertellen elkaar ‘flagrante onwaarheden’. Hij vreest dat prestigeoverwegingen de bovenhand halen op het verloop van het onderzoek. Hij schrijft dat hij zich schaamt.


Opgewarmde kost

Het breekpunt in de speurdersoorlog is het geplande verhoor van Jean Bultot, de voormalige gevangenisdirecteur die inmiddels bij verstek veroordeeld is wegens inbraak, heling en inbreuken op de wapenwet. België heeft Paraguay om zijn uitlevering verzocht, en hij wordt in het land verwacht. Helaas: hij blijkt op het laatste nippertje de wijk te hebben genomen naar Zuid-Afrika. België richt nu ook een verzoek tot uitlevering aan Zuid-Afrika; het wachten is op een reactie vanuit Pretoria.

Op een werkvergadering, eind januari 1990, horen de speurders uit Dendermonde dat onderzoeksrechter Lacroix de Bendedossiers heeft overgedragen aan zijn collega Pierre Hennuy - wéér tijdverlies. Erger nog: Jumet heeft zich nu ook op het dossier-Bultot geworpen. Bultot beweert dat hij meer weet over een oude wapenroof die wordt toegeschreven aan de Bende van Nijvel. Allemaal goed en wel, alleen: wat hij te vertellen heeft, weet het gerecht allang. Opgewarmde kost dus. Het heeft er alle schijn van dat het gaat om het zoveelste vertragingsmanoeuvre.

Je vraagt je af waarom de speurders in Jumet per se het onderzoek-Bultot in handen wilden krijgen - met het bekende gevolg dat de man, net als Elio Massagrande, nooit meer verhoord is over zijn eventuele betrokkenheid bij het Bendedossier.


Dood van een substituut

Nu Jumet het extreem-rechtse spoor netjes heeft ingepalmd, begint in de zomer van 1990 de strijd om het hele onderzoek naar de overval op de zeilmakerij in Temse en op de Delhaize van Aalst weg te halen uit Dendermonde. Het is een strijd die Willy Acke zal verliezen.

Op 13 juni 1990 trekt een Deltateam naar de inmiddels gebruikelijke werkvergadering in Jumet. Jammer, jammer: kersvers onderzoeksrechter Hennuy heeft de lectuur van de Franstalige dossiers nog niet afgerond.

Op 18 juni bespreken de procureurs-generaal van Gent en Bergen samen met de advocaten-generaal, de procureurs, de substituten en de onderzoeksrechters hoe de samenwerking tussen Dendermonde en Jumet het best kan worden georganiseerd. Acke heeft na afloop de indruk dat alles al vooraf geregeld was, en stuurt een bittere brief naar de procureur-generaal.

Op de vergadering is volgens Acke voorgesteld een eenheidscel op te richten in Brussel, maar dat idee zou Jumet verworpen hebben: onderzoeksrechter Hennuy moet het gigantische dossier nog instuderen en wil niet in Brussel gaan werken. Het compromis komt erop neer dat de Dendermondse onderzoeksrechter Troch braaf mag blijven doorwerken tot het leesuurtje van zijn collega in Jumet voorbij is en die het ogenblik geschikt acht om de dossiers-Aalst en -Temse over te nemen. Die beslissing is volgens Acke een grove inbreuk op de onafhankelijkheid van de onderzoeksrechter.

Op 29 oktober 1990 moet Freddy Troch voor de raadkamer komen. Men wil hem van het onderzoek naar Aalst en Temse afhalen, zegt hij, maar dat is helemaal niet nodig. Maar de rechtbank volgt hem niet, en beslist dat de dossiers van Aalst en Temse naar Jumet moeten. Willy Acke, inmiddels ijlings weggepromoveerd naar het parket-generaal in Gent, wordt verplicht om, met de dood in het hart, zélf de ontlasting te vorderen van de onderzoeksrechter die hij maandenlang zo hartstochtelijk verdedigd heeft.

Bij Delta is de verslagenheid totaal.

ROGER ROMELART (toenmalig Deltaspeurder) « Op een dag kom ik bij Freddy Troch op kantoor. ‘‘t Is hier gedaan,' zegt hij. 'Ik ben geen onderzoeksrechter meer. Alles moet naar Jumet.’ - 'Dat kan toch niet,' zei ik. Maar het was zo.»

Willy Acke, die zich meer dan vier jaar met hart en ziel voor het onderzoek heeft ingezet, is er kapot van. Hij is pas 35 en nu al advocaat-generaal, maar hij geeft niet om eer of titels. De mensen die van hem houden, zien hoe hij opbrandt. Van een optimist en een doorzetter wordt hij een twijfelaar.

Vier jaar later, in december 1994, is hij op bezoek bij een vriend. Hij zegt dat hij naar huis gaat en stapt in zijn wagen. Dan stapt hij weer uit en valt zijn vriend om de hals. Kort nadien pleegt hij zelfmoord. Willy Acke had ook persoonlijke problemen, maar intimi zijn ervan overtuigd dat hij het nooit heeft kunnen verkroppen dat het Bendedossier van hem is afgepakt. Hij geloofde dat hij met zijn Deltateam op het juiste spoor zat, en dat ze het onderzoek tot een goed einde hadden kunnen brengen.

Volgende week: de stunt van De Staerke

Deze serie kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234