20 jaar Woestijnvis: van vriendenclub tot miljoenenmachine (deel 1)

Straks, in september, bestaat Woestijnvis twintig jaar. Het productiehuis van Wouter Vandenhaute en Erik Watté takelde televisie in Vlaanderen weg van de pechstrook, en zette opwindende nieuwe standaarden. Drie weken lang puzzelt Humo de geschiedenis zorgvuldig weer bij elkaar: van de roerige pioniersjaren over het tijdperk van goud en glorie tot de jaren van het penibele pokeren met de zenders VIER en VIJF. Deel één: ‘Bazen? Hier zijn geen bazen.’


Lees ook de andere afleveringen van '20 jaar Woestijnvis'

'Het was fantastisch om te zien hoe Mark Uytterhoeven iedereen meekreeg in zijn autistische denkwereld'

‘Akkoord?’ Wouter Vandenhaute wil het zeker weten.

Jan Huyse «Natuurlijk. Akkoord.»

Mark Uytterhoeven «Akkoord. Als ik straks de rosé mag kiezen, tenminste.»

Het is het voorjaar van 1997, straks zal Cannes weer zonder bovenstukje liggen bruinen. Maar in de hoofden van Wouter Vandenhaute, Mark Uytterhoeven, Jan Huyse en Erik Watté – die laatste kan er op dat moment niet bij zijn, en begint dit verhaal dus met één rosékater achterstand – is het nu al zomer. Ze hebben net een tv-productiehuis opgericht. Het zal Woestijnvis heten (naar een legendarische gok in het ‘Rad van Fortuin’) en het onbeschaamd snurkende Vlaamse tv-landschap naar opwindende vergezichten duwen (naar een legendarische gok van Wouter Vandenhaute).

Die laatste wil naar L’Oasis om het te vieren, een prijzig restaurant in de buurt van Cannes. Huyse en Uytterhoeven verkiezen La Piazza, een bescheiden pizzeria. De meerderheid wint. Het is een zeldzame keer in de geschiedenis van Woestijnvis dat een democratisch besluitvormingsproces aan de basis ligt van een keuze.

De vier zijn elkaar niet toevallig tegengekomen aan de Côte d’Azur. Uytterhoeven, Vandenhaute, Watté en Huyse kennen elkaar al sinds de vroege jaren 90, van op de sportredactie van de BRTN. Uytterhoeven en Vandenhaute maakten daarna samen ‘Het huis van wantrouwen’, het programma dat zijn volk leerde dat het ook op donderdagavond tv kon kijken. Daarna had Uytterhoeven in ‘Morgen Maandag’ aangetoond dat vernieuwende en – stel u voor! – geestige televisie tot juichende kijkcijfers kan leiden. In 1995 waren ze alle vier weer samengekomen, bij SuperSport. Dat was het niet met alle benodigde ledematen geboren broertje van FilmNet, op dat moment het eerste betaalkanaal in Vlaanderen. In veel opzichten werd dáár, bij SuperSport, de basis gelegd van het latere succes van Woestijnvis, maar het avontuur liep uit op ejaculatio praecox: de Zuid-Afrikaanse geldschieter trok er de stekker uit. Vandenhaute, met die prachtige neus van ’m, rook zijn kans. ‘We moeten eens praten, gasten.’

Uytterhoeven «Voor dat moment in Cannes hadden we al gesproken met Piet Van Roe, algemeen directeur televisie van de BRTN, en met Erik Strieleman en Herman Pauwels, de bazen van respectievelijk TV1 en TV2. Dat gebeurde allemaal in het grootste geheim in een kantoortje in Steenokkerzeel. We mochten door niemand samen gezien worden – net een jongensboek.»

Na de oprichting is er al snel een concrete afspraak: het nieuwe productiehuis zal de volgende jaren vier programma’s maken voor de openbare omroep. Voor één van die programma’s is in Brussel al een korset bedacht.

Uytterhoeven «De BRTN wilde een programma van een minuut of acht, om het reclameblok van VTM na de nieuwsuitzending van zeven uur te counteren. We zouden 100.000 frank (bijna 2.500 euro, red.) per aflevering krijgen, op voorwaarde dat het een spraakmakend programma werd. Over de naam hebben we nog een hele tijd gediscussieerd, maar uiteindelijk was er een consensus: ‘Man bijt hond’ moest het worden.»


Agent 001

‘001’. Zo zal het jarenlang bovenaan de loonfiche van Liesbeth Wyns staan. Ze was al producer bij SuperSport, en is nu de allereerste werknemer van Woestijnvis. Daardoor behoort ze tot het selecte kransje dat ‘het roeiboot-shirt’ bezit: een kleinood dat het management aan de eerste werknemers cadeau doet, en modeontwerpers overal ter wereld zal inspireren (zie foto p. 34).

Liesbeth Wyns «Ik kende Jan Huyse en Wouter Vandenhaute al van in mijn studententijd: we voerden toen hoogoplopende discussies in ‘De Kolf’, een café op de Oude Markt in Leuven. Niet toevallig ging het altijd over voetbal, mijn grote passie. Ik kwam hen terug tegen bij SuperSport – een fantástische tijd, ik heb daar twee prachtige pioniersjaren meegemaakt – en uiteindelijk vroegen ze me voor Woestijnvis.»

Vandenhaute neemt nog een mooie sliert mensen mee die hij al kent van bij SuperSport – een betrouwbare ruggengraat voor zijn bedrijf. Het is één van zijn grootste sterktes: talent verzamelen, en dat in één kuip laten baden. Zo weet hij dat hij Jan Eelen moet hebben...

Jan Eelen «Hoewel ik bij SuperSport die stagiair was die op elke voetbalmatch met een kater verscheen (lacht)

Wyns «En toch: hij had al een grote indruk nagelaten. Eigenlijk is de Jakke nooit een stagiair geweest: hij was meteen een sterkhouder.»

Vandenhaute zoekt ook nieuwe mensen. Dankzij een oeroude techniek valt Woestijnvis op Luc Haekens, anno 2017 medewerker aan ‘De Ideale Wereld’ en ereburger van Tienen.

Luc Haekens «Ja! Dat papierke, nogal knullig opgespeld op een prikbord in de gang van het RITS: ‘Wouter Vandenhaute richt productiehuis op en zoekt geïnteresseerden om mee te werken.’ Kernachtig én prachtig, toch? Ik werkte voor de BRTN en gaf les aan het RITS, en dat was behoorlijk comfortabel. Maar toch: ik wilde het allemaal wel eens horen. Ik was niet helemaal overtuigd. ‘Met alle respect, Wouter, maar ik weet niet of zo’n productiehuis wel gaat lukken.’ In die tijd was ik nog niet zo visionair (lacht). Uiteindelijk zei ik tegen Wouter: ‘Ik zal halftijds bij u komen werken, en halftijds bij de BRTN.»

'Op mijn sollicitatie-gesprek vroeg Wouter Vandenhaute wie de groene en de bolletjestrui in de Tour droeg'

Al snel is er ook een heuse sollicitatieronde voor ‘Man bijt hond’. Daar komt onder meer Hazel Pleysier uit, toen een jong talent met een punkkapsel, nu het hoofd van de human interest bij Woestijnvis, zonder punkkapsel. Twintig jaar na datum lijkt dit de gouden sollicitatietip: niet té hard je best doen.

Hazel Pleysier «Ik had een héél slechte sollicitatiebrief geschreven, maar ik werd toch uitgenodigd. Ik mocht op gesprek bij Wouter Vandenhaute, en die vroeg me wie op dat moment de groene en de bolletjestrui in de Tour droeg. (Glimlacht) Gelukkig wist ik dat.»

Soms stelde Vandenhaute ook moeilijke vragen. Aan Martin Heylen, bijvoorbeeld: ‘Wat kunt gij eigenlijk?’

Martin Heylen «‘Niks,’ antwoordde ik, en dat was waar. Ik was een goeie journalist – ik schreef op dat moment voor Humo – maar van televisie kende ik werkelijk niets. Maar ik voelde dat ik een soort van deugnieterij in mij had, een speelse nieuwsgierigheid, en dat die goed bij Woestijnvis zou passen. Een vaag voorgevoel, maar het bleek helemaal juist. ‘Probeer het een week,’ zei Wouter, ‘en kijk of het je bevalt.’ En ook: ‘Het zit hier vol jong talent. Ik zie wel iets in de combinatie met een oude man.’ Je moet weten: ik was op dat moment 41. (Glimlacht) Nu hij zelf 55 is, herinner ik Wouter er graag aan dat hij me op mijn 41ste al een oude man vond.

»Ik probeerde het een week, ik tekende mijn contract, en ik ben hier nooit meer weggegaan.»

Het jong talent en de oude man vinden onderdak in Zaventem, op een nuffig bedrijventerrein waar rock-’n-roll een scheldwoord is. Het kantoor kent u, zelfs als u er nooit bent geweest: jaren later zullen Alain Vandam en zijn collega’s in ‘Het eiland’ er nijver werken aan de toekomst van Cynalco Medics.

Uytterhoeven «In het begin hadden we zelfs geen kantoor, en zaten we gewoon met een man of acht bij Erik Watté thuis. Daarna hebben we even een huis gehuurd in het Leuvense, om dan uiteindelijk naar Zaventem te verhuizen.»

Pleysier «Dat kantoor scoorde echt 0 op 10 qua hipheid: een suf gebouw op een dwaas industrieterrein.»

Eelen «De eerste weken stonden daar geen meubels – alleen een grote tafel om aan te vergaderen.»

'Bij SuperSport werd de basis gelegd van het latere Woestijnvis. V.l.n.r. Wouter Vandenhaute, Jan Eelen, Sylvie Fabré, Steven Crombez, Bart Raes, Chris Demeulemeester, Gui Polspoel en Franky Vercauteren.'

Wyns «Er lag tapis-plain, en dat was het. Samen met Wouter Janssens – nummer twee op de loonlijst van Woestijnvis – ging ik op zoek naar tafels en stoelen. Bij onze ouders, vrienden, kennissen: overal zijn we toen om meubilair gaan bedelen.

»Die zomer hebben Wouter en ik ook nog de toiletten gekuist. En met gekuist bedoel ik: gróndig gekuist, want ze waren ontzettend vuil. In mijn contract stond dat ik werkte als producer, maar dat ik ook voor andere dingen kon ingeschakeld worden. Toen ik op mijn knieën smerige toiletten aan het opkuisen was, heb ik dat zinnetje toch even vervloekt (lacht)

Pleysier «Je zag het bedrijf voor je ogen groeien: terwijl we daar zaten, werden er montagecellen bijgebouwd en muurtjes gemetseld om aparte redacties te maken.»

Uytterhoeven «We hebben het lang gedaan met van die tussenschotten uit goedkoop materiaal. De Jakke had de gewoonte om die te gebruiken bij het vogelpikken, wat ik hoogst vernielzuchtig vond.»

Wyns «‘Vernielzuchtig’ is een adjectief dat voor de Jakke uitgevonden is: je mocht hem niets kostbaars in handen geven, want vijf minuten later was het stuk.»

Uytterhoeven «Ik was Wouter gaan vragen of ik de Jakke niet eens moest aanspreken op dat pijltjepik spelen. Waarop hij: ‘Marco, ik heb liever dat ik af en toe een nieuwe muur moet betalen en dat er goeie programma’s gemaakt worden, dan gave muren en slechte programma’s.’»


Iets met graan

Dat eerste goeie programma heet dus ‘Man bijt hond’. Het belang ervan kan nauwelijks overschat worden: voor de makers zal het vijftien jaar lang het laboratorium zijn waar met ideeën en vormen geëxperimenteerd wordt, voor het productiehuis de kip met de gouden eieren die andere, meer kwetsbare producties mogelijk maakt. En voor u, de kijker: een dot van een programma.

Eelen «Maar het is een werk geweest, hoor. Ik zie ons nog presentatoren testen in een studio, in een krakkemikkig decor dat bestond uit een raam met een fake achtergrond... Verschrikkelijk! Net ‘Zondag Josdag’.»

'Wouter en ik hebben nog toiletten gekuist.'

Anja Daems wordt getest als presentatrice. Michiel Devlieger, die op dat moment furore maakt in ‘Schalkse Ruiters’, wordt gevraagd – ‘Maar ik heb vriendelijk bedankt.’ En dan, op 15 augustus 1997, hakt Wouter Vandenhaute de cruciale knoop door: ‘Man bijt hond’ zal het zónder presentator doen. Bruno Wyndaele zal in het eerste seizoen de voice-over verzorgen. Later wordt Geert Segers De O Zo Karakteristieke Stem.

Heylen «Aanvankelijk zat het niet goed. De proefopname – de generale repetitie, zeg maar – trok op geen kloten.»

Maar op 1 september 1997 moet het programma onherroepelijk op antenne.

Haekens (trots) «De allereerste ‘Man bijt hond’-reportage heb ik gedraaid – over stickers in cafés die aanduidden dat vrouwen er borstvoeding mochten geven.»

Eelen «In die eerste maanden werkte iederéén mee aan ‘Man bijt hond’. Ook Vandenhaute en Watté zelf.»

Pleysier «Wouter combineerde dat vlotjes met de leiding van het bedrijf: dan ging hij onderhandelen met de VRT, om daarna nog snel de voice-overteksten te schrijven voor ‘Man bijt hond’.»

Eelen «Voor die eerste afleveringen werd ik op pad gestuurd met Martin Heylen. De opdrachten waren toen nog eerder vaag. ‘Doe iets met graan, want het is het oogstseizoen’ – dat genre. Martin had nog nooit in zijn leven televisie gemaakt, dus ik leidde hem op terwijl we bezig waren.»

Heylen «In die beginperiode hadden mijn stukjes vaak iets stroefs. Zo’n reportage kwam dan op ‘de plank’ terecht – de dingen die later zouden uitgezonden worden. Vrij snel had ik door dat ‘later’ eigenlijk ‘nooit’ betekende (lacht)

In dat eerste seizoen zijn Laurens Verbeke – hij wordt later programmadirecteur bij VTM, en medestichter van productiehuis ‘De Liefhebbers’ – en Luc Kempen de eindredacteurs.

Luc Kempen «Het begin van ‘Man bijt hond’ was slopend: een dagelijks duel met de deadline. Het waren nog geen digitale tijden, en dus moest de tape elke dag naar de Reyerslaan gereden worden – dat deed Kamiel, onze motard. Het was elke dag weer een kwestie van minuten, en vaker nog van seconden. Dat pokeren met de deadline zette de werkrelaties flink onder druk. Ik heb een paar keer neus aan neus met Erik Watté gestaan, die me verweet dat ik met het geld – en dus: de toekomst – van Woestijnvis speelde.

'Je mocht de Jakke niets kostbaars in handen geven, want vijf minuten later was het stuk.'

»De roem en de erfenis van ‘Man bijt hond’ zijn terecht. Het was fijn om dat programma mee op te starten. Ik vond het plezierig om een ploeg op pad te sturen voor een actuareportage, en dan ter plaatse de dingen te laten gebeuren. In het begin probeerden wij om half tien de eerste cameraploeg buiten te hebben, en om half elf de tweede. Maar dat spontane is er na verloop van tijd uitgegaan. Er werd veel gepland en gescript – de cameraploegen zaten uren met hun vingers te draaien, tot een item uitgeschreven was en ze het konden gaan draaien. Terwijl ik vond dat een actuareportage net géén invuloefening mocht zijn van iets wat in Zaventem zorgvuldig voorbereid was.»

‘Man bijt hond’ heeft geen presentator, en dus geen gezicht. ‘Dat werd een dogma,’ aldus Tom Bevernage, één van de jonge talenten waar Wouter Vandenhaute wat in ziet. Hij zal vijf jaar voor ‘Man bijt hond’ werken, dertien jaar voor ‘De Pappenheimers’, en tussendoor ook nog ‘Het Geslacht De Pauw’ en ‘De slimste mens ter wereld’ van humor voorzien.

tom Bevernage «Het werd op den duur een maniërisme om mensen niet te vertellen in wat voor reportage ze figureerden. Herinner je je de milieubox van Theo Kelchtermans nog? In een reportage lieten we zien voor welke oneigenlijke doeleinden die gebruikt werd – als plantenbak, bijvoorbeeld, of als aquarium. Maar ze hadden die mensen gevraagd om dat te doen. De Vlaming is creatief, maar toch vooral op commando.

»Voor de rubrieken hadden we veel archiefmateriaal nodig. Eigenlijk pleegden we elke dag een guerilla-aanval op het archief van de VRT. We kregen daar één uur kopieertijd, want we mochten geen tapes mee naar buiten nemen. Maar dat uur was van twaalf tot één ’s middags, wanneer we meestal nog niet wisten wat we nodig hadden voor de aflevering van ’s avonds. Dus moesten we elke dag tapes naar buiten smokkelen. Het gebeurde weleens dat we een kwaaie telefoon kregen van iemand van de nieuwsdienst: hadden ze net die tape nodig die nog bij ons lag.»


Vrolijke vrienden

Het is een geboorte met complicaties: aanvankelijk scoort ‘Man bijt hond’ niet zo aardig.

Bevernage «De eerste aflevering had 700.000 kijkers, de tweede 600.000, de derde 500.000, en rond dat cijfer zijn we lang blijven hangen. Het is een jarenlange strijd geweest om het miljoen te halen.»

Uytterhoeven «De commentaren waren ook vernietigend. Ik weet nog dat ik Bart De Pauw, Tom Lenaerts en Michel Vanhove zag na de eerste week ‘Man bijt hond’. Zij vonden ‘Vaneigens’, de afsluiter, een totale ramp. Toen ik zei dat we onze beste afleveringen nochtans in die eerste week hadden gestoken, lachten ze mij vierkant uit.»

'Omdat ik het zo fijn werken vond, heb ik jarenlang opslag geweigerd. Als ik maar bij Woestijnvis mocht blijven werken'

Haekens «Ik moest in die tijd Jean-Pierre Van Rossem interviewen. Op het einde zei die: ‘Zeg, die twee mannen op het einde van jullie programma, die ‘Vaneigens’, wat is dat, jong? Dat trekt op geen kloten.’ Ook bij de VRT waren er veel collega’s die schamper reageerden. ‘Heb je daarvoor je job hier deels laten vallen? Proficiat.’»

Uytterhoeven «In die eerste week begonnen ze bij VTM met ‘Goeiemorgen Vlaanderen’, de uitvinding van de Vlaamse ontbijttelevisie. Dat werd gepresenteerd door Catherine Van Eylen (de partner van Wouter Vandenhaute, red.) en kreeg wél meteen goede kritieken. ‘Ik had deze week liever in de schoenen van mijn vrouw gestaan dan in die van mezelf,’ zei Wouter toen. Maar kijk: ‘Man bijt hond’ heeft daarna gelukkig wel televisiegeschiedenis geschreven. En ‘Goeiemorgen Vlaanderen’ niet echt, denk ik.»

Eelen «Het had ook geen zin om ‘Man bijt hond’ meteen al met de grond gelijk te maken: natúúrlijk had het tijd nodig om te groeien.»

Het eerste seizoen wordt afgesloten met een onstuimig feestje. Het is het begin van een leververzwakkende traditie: elk jaar zal Woestijnvis zich na de laatste aflevering van ‘Man bijt hond’ in een groot eindeseizoensfeest verliezen.

Pleysier «Op het einde van dat eerste feestje kwam Wouter naar mij: ‘Voilà, we zijn vertrokken voor tien jaar.’ Ik was gechoqueerd: ‘Die wil dat nóg eens zoveel jaar doen? En ik ben nu al zo moe!’ Achteraf gezien was dat natuurlijk visionair van Wouter: ‘Man bijt hond’ heeft dertien jaar lang de vooravond van Eén bepaald.»

Het zijn vermoeiende maanden geweest: hartstochtelijk pionieren kruipt in de kleren. Maar het is toch vooral vrólijk werk. Op een smoezelig bedrijventerrein in Zaventem gingen passie, vriendschap en dadendrang een entente aan.

Heylen «Na een week dacht ik: ‘Dit is het plezierigste dat ik ooit gedaan heb.’ En het gebeurde allemaal in groep! Voor mij was dat heel belangrijk, want in de jaren daarvoor was ik bijna gek geworden van de eenzaamheid die bij schrijven hoort.

»Omdat ik het zo fijn vond bij Woestijnvis, heb ik jarenlang opslag geweigerd. Wouter zei: ‘Kom, we gaan er wat bij doen.’ ‘Laat maar,’ antwoordde ik telkens, ‘als ik hier maar mag blijven werken.’»

Haekens «Die pioniersgeest werkte heel aanstekelijk. Ik kwam van de VRT, een veel grotere en loggere organisatie. In zo’n klein bedrijfje belanden was voor mij een revelatie. Als we in de zomer brainstormden, lagen we op onze buik in het gras. Ik denk dat ze zich bij de andere bedrijven op die site echt afvroegen: ‘Wat is dat daar toch voor iets?’»

Wyns «Je kent de elandtest, die veiligheidsproef voor auto’s? De Jakke wilde die zelf eens uitproberen. Hij was op de VRT elandkostuums gaan halen, en liet daar een paar Woestijnvismensen in rondlopen. Zelf reed hij met de auto, en botste hij af en toe lichtjes tegen zo’n eland. Het duurde niet lang voor iedereen op dat bedrijventerrein buiten kwam kijken wat er in hemelsnaam aan de hand was.»

'Wouter Vandenhaute en Mark Uytterhoeven hadden samen al 'Het huis van wantrouwen' en 'Morgen Maandag' gemaakt: geestige televisie die tot juichende kijkcijfers had geleid.'

Haekens «In het begin wisten we ook perfect van elkaar waar we mee bezig waren.»

'Het T-shirt dat de eerste werknemers van Woestijnvis cadeau kregen.'

Uytterhoeven «Het voordeel van een klein huis: iedereen liep bij elkaar binnen. Je vertelde waar je mee bezig was, en je probeerde de ander te helpen om een nóg beter programma te maken.»

Heylen «Wouter liep daar op zijn sletsen, en in van die rare korte broeken. ‘Wat is dat hier toch voor een kot,’ dacht ik. Dat gebrek aan hiërarchie trok me geweldig aan. In mijn eerste gesprek met Wouter had ik gezegd dat ik echt niet tegen bazen kan. Ja, solliciteren is geen groot talent van me (lacht). ‘Geen probleem,’ antwoordde Wouter, ‘want hier zijn geen bazen.’ En dat klopte ook, in die beginjaren.»

Wyns «Het was echt bizar hoe daar alleen maar mensen kwamen werken met wie het intens klikte. Iedereen die aangeworven werd, was een potentiële vriend. Dat hadden we aan Wouter te danken, denk ik: hij kan heel goed de juiste mensen samenzetten. Iedereen van die bende had hetzelfde referentiekader en hetzelfde blozende enthousiasme. En als je zo hard werkt, zit je voortdurend onder de adrenaline, en kan je ’s avonds niet slapen. Dus wat doe je: je gaat met je collega’s op café. Het werk, dat was ons sociaal leven. Voor onze privérelaties was dat redelijk dramatisch.

»Work hard, play hard: dat was het Woestijnvis van die beginjaren. Terwijl we in augustus een nieuw seizoen van ‘Man bijt hond’ aan het voorbereiden waren, stelde iemand voor om ’s avonds nog naar Pukkelpop te gaan – het was de tijd dat je nog gewoon aan de kassa tickets kon kopen. Dus gingen we met de hele bende naar Kiewit.»

Ook huidig Eén-netmanager Olivier Goris, die al meedraaide sinds de dagen van SuperSport, herinnert zich de camaraderie van weleer.

OLIVIER Goris «We deden toen echt álles samen. We werkten ons een half jaar te pletter, om daarna ook nog eens met elkaar op vakantie te vertrekken. En onze lieven moesten braaf thuisblijven. (Lacht) Die vriendschappen hebben het vaak beter overleefd dan de liefdes.»

Kempen «Ik was toch meer een buitenstaander. Ik vond het een beetje een raar beginsel, dat je vrienden moet zijn om samen goeie programma’s te maken. Maar veel mensen van toen geloofden daarin, of zagen het zelfs als een voorwaarde. Ik vond dat het ‘vrienden richten samen een productiehuis op’-sprookje ook vrij snel achterhaald was. Jan Huyse is er bijvoorbeeld al vrij snel uitgestapt, hè.»

Goris «En toch: als we gewoon collega’s waren geweest in plaats van vrienden, was Woestijnvis nooit Woestijnvis geworden. Ik zeg niet dat dat het enige denkbare model is, maar voor ons was dát de manier.»

Eerder dan een woeste rock-’n-rollband is Woestijnvis in de begindagen een scoutsgroep, permanent op bivak.

Wyns «De Jakke had altijd te weinig montagetijd. Elke keer weer moest ik voor hem een extra cel regelen. Honderd keer heb ik ’m uitgelegd dat ik geen kast had waar ik de monteurs zomaar kon uittrekken – tevergeefs. Op een bepaald moment was er echt niets mogelijk: alles zat vol. Maar hij moest en zou extra montagetijd hebben. ‘Als je dat toch in orde krijgt,’ zei hij, ‘passeert er hier morgen om drie uur een vlieger met daarachter een spandoek met ‘Bedankt Liesbeth!’ erop.’ Ik draaide eens met mijn ogen, en regelde met een kunstgreep toch maar weer een montagecel voor hem. De volgende dag hoorde ik gestommel boven mijn bureau, op het dak. Plots vloog er een kartonnen vliegtuigje voorbij mijn raam, mét spandoek: ‘Bedankt Liesbeth!’ (Lacht) Waarna ik hem al helemaal niets meer kon weigeren.»

'Ik was niet overtuigd. Ik wist niet of Woestijnvis zou lukken.'

Bevernage «Ik maakte onder meer ‘Blind Date’, een rubriekje met BV’s in ‘Man bijt hond’. Daardoor had ik veel telefoonnummers, en dat was niet altijd zo’n goeie zaak. Op het WK voetbal van 1998, in Frankrijk, speelde België de beslissende derde groepswedstrijd tegen Zuid-Korea: alleen bij winst gingen we naar de tweede ronde. Het stond gelijk toen Georges Leekens, de bondscoach, Enzo Scifo wisselde voor Franky Van der Elst: de slechtste vervanging in de geschiedenis van het Belgische voetbal. We waren die match op café aan het bekijken, en ik had het gsm-nummer van Leekens. We hebben hem toen gebeld en iets, euh, niet zo aardig ingesproken op zijn voicemail.»

Wyns «Ik amuseerde me geweldig. Toch had ik nog niet het gevoel dat we aan een glorietocht begonnen waren. Bij SuperSport had ik me immers óók geweldig geamuseerd, en dat was niet goed afgelopen. Het is mogelijk dat het lukt, maar het is net zo goed mogelijk dat ik over een paar maanden weer naar iets anders moet uitkijken: zo bekeek ik het.»


Kartonnen dozen

In de laatste week van het eerste seizoen van ‘Man bijt hond’ kreunt Luc Kempen zich de spoedafdeling van het ziekenhuis binnen.

Kempen «Een maagontsteking, van de spanning. Het tweede seizoen heb ik nog voor de helft meegedaan, maar toen was ik aan het einde van mijn Latijn. Léég. Dat dagelijkse ritme was slopend. ‘Man bijt hond’ maakte continu deel uit van mijn gedachten; eigenlijk was ik er zeven dagen op zeven mee bezig. Dat verschroeiende tempo lag me wel, dacht ik – tot ik dus in het ziekenhuis belandde.»

Haekens «‘Man bijt hond’, dat was: voor zes uur ’s ochtends thuis vertrekken, en pas ’s avonds laat terugkeren. Dat was geen evident ritme, zeker niet omdat ik op dat moment drie jonge kinderen had.»

Pleysier «De uitzending begon rond half acht, en niemand durfde naar huis te gaan voor de aflevering effectief op tv was geweest.»

Wyns «Op het einde van 1997 vroeg de VRT plots om de afleveringen vijf minuten langer te maken. En het was elke dag al zo’n strijd om de tape op tijd in Brussel te krijgen! Maar we staken gewoon nog een tand bij.»

Bevernage «Ik was een jaar of 27 – ik stelde me geen vragen bij die attitude, want iederéén deed het daar zo.»

Heylen «We waren zo blij dat we mochten maken wat we maakten, dat we vaak tot ’s nachts doorwerkten. Gezond was het niet, maar we deden het van harte. Dat is een schoon gevoel, hoor.»

'Als we gewoon collega's waren geweest in plaats van vrienden, was Woestijnvis nooit Woestijnvis geworden.'

Wyns «Sommigen begonnen wel een beetje te koketteren met dat hard en lang en nachtelijk werk. Tegelijk geloof ik dat het geholpen heeft: er zaten ontzettend goeie mensen bij elkaar die allemaal hetzelfde wilden, en de lat voor zichzelf ongelofelijk hoog hadden gelegd. De monteurs gingen daar trouwens vlot in mee. Want die moesten ook naar huis bellen om te zeggen dat ze er ’s avonds niet zouden zijn, hè. Het was keihard werken, maar zo voelde het niet, omdat we ons zo erg amuseerden. Woestijnvis was een speeltuin.»

Een speeltuin waar plots een verdachte kartonnen doos staat.

Wyns «In 1998 werkte ik mee aan het omkaderingsprogramma van het WK voetbal. Alleen: officieel mocht dat niet, omdat ik doorheen het jaar al te veel had gewerkt. Ik was dus niet ingeschreven. Op een ochtend kwam ik aan, en pakte Jan Huyse me meteen mee: ‘De sociale inspectie is hier, Liesbeth. Jij kruipt nu in die doos daar!’ Ik ben toen braafjes in een kartonnen doos gekropen, en heb daar úren ingezeten. Want toen de inspectie weer vertrok, waren mijn lieve collega’s uiteraard vergeten om me dat te vertellen (lacht)


Woestijnwalvis

Ligt de werkdruk bij ‘Man bijt hond’ al roekeloos hoog, dan schakelt de redactie van ‘Alles kan beter’ naar een nog krankzinniger ritme. Het is het tweede programma van Woestijnvis en aan de Reyerslaan is de lat hoog gelegd: het moet het nuffige TV2 – later: Canvas – doen floreren.

Uytterhoeven «Voor de oprichting van Woestijnvis had ik Piet Van Roe gezegd dat ik best nog wel voor de openbare omroep wilde werken, maar dat ik niet meer tot die reusachtige, logge machine wilde behoren. Van Roe begreep dat, maar stelde wel een duidelijke eis: als we een productiehuis zouden oprichten, dan moest er meteen een programma komen met mij als gezicht. Dat is dus ‘Alles kan beter’ geworden.»

Het is meteen een culthit. De eerste aflevering haalt meer dan 500.000 kijkers, en die zullen twee reeksen lang een trouwe spionkop vormen. Ook al moeten ze eerst acht minuten naar suffende walvissen kijken.

Wyns «Onrechtstreeks was dat de schuld van ‘Schalkse Ruiters’. Officieel hadden Bart De Pauw en Tom Lenaerts nog niets te maken met Woestijnvis, maar in de praktijk monteerden ze af en toe al reportages voor ‘Schalkse Ruiters’ bij ons. Door een misverstand in de planning kregen zij de monteur die aan ‘Alles kan beter’ was beloofd, en liep alles in het honderd.»

Goris «We hadden tot het allerlaatste moment zitten monteren, en de aflevering was nét te laat klaar. Daardoor moest Canvas een documentaire opstarten – acht minuten lang zat de kijker naar walvissen te staren (lacht). Dat toont aan hoeveel vrijheid we kregen: nu zou je dat als productiehuis onmogelijk nog kunnen maken.»

Eelen «Het uitgangspunt van ‘Alles kan beter’ was: je stelt een tv-fenomeen vast, en gaat daarmee aan de slag. Maar vaak waren die fenomenen amper vast te stellen, en moesten we ons bewijsmateriaal echt gaan bovenspitten, door uren televisieprogramma’s te bekijken.»

Uytterhoeven «Tónnen VHS-videotapes heb ik toen besteld om alle programma’s op te nemen waarvan ik dacht dat we er iets mee konden. Dat ging heel intuïtief. Ik zag iets en wist meteen: dit kunnen we gebruiken.»

Bevernage «Ik werkte toen bij ‘Man bijt hond’, en de redactie van ‘Alles kan beter’ zat naast ons, in een grauw kot. De muren plakten er vol met post-its. Dan stond er bijvoorbeeld ergens ‘Systeem Struelens’. Dat verwees naar een fragment met basketballer Eric Struelens die het woord ‘scheidsrechter’ niet kreeg uitgesproken: ‘We hadden problemen met de schei... Met de sch... Met de arbiter.’ En dan moest die redactie dus soortgelijke fragmentjes zoeken. Het was fantastisch om te zien hoe Uytterhoeven iedereen meekreeg in zijn autistische denkwereld.»

'Ik dacht dat het verschroeiende tempo me wel lag. Tot ik in het ziekenhuis belandde. Een maagontsteking van de spanning'

Uytterhoeven «Ook de opnames zelf verliepen volgens een hels ritme. Donderdagavond namen we twee uur lang op voor de uitzending van vrijdagavond. Na die opname kreeg ik de cassette mee naar huis, terwijl de Jakke, die ‘Alles kan beter’ regisseerde, op kantoor ging slapen op een veldbed. Ik bekeek de hele opname, en gaf sterren: drie sterren was ‘zeer goed’, één ster betekende ‘liever niet gebruiken’. Ik belde Jan dan wakker tussen 4 en 5 uur ’s ochtends, waarop hij de geselecteerde stukken begon te monteren. Tegen vrijdagmiddag kwamen we dan allemaal naar Woestijnvis, om met de gemonteerde stukjes een aflevering in elkaar te puzzelen.

»Een krant schreef toen: ‘Mark Uytterhoeven heeft van zijn pathologie een programma gemaakt.’ Welja: dat was het.»

Kempen «Hoewel ik me er indertijd zelf schuldig aan heb gemaakt bij ‘Man bijt hond’, vind ik dat die heroïek van lang en laat werken te veel werd gecultiveerd. ‘Alles kan beter’ had bijvoorbeeld een uitzending op kerstdag. Tja, onvermijdelijk kregen alle collega’s die niet aan het werken waren op kerstavond toen het gevoel: ‘Oei, ik ben niet goed bezig.’ Er hing een streberig sfeertje, zo van: ‘Laat ‘Terzake’ en al de rest maar op vakantie gaan, wij zullen er wel voor zorgen dat de kijker iets goeds krijgt.’ Als er niet een nacht aan doorgemonteerd was, kon een programma niet goed zijn.»

Goris «Het was geen aanstellerij, hoor. We waren gewoon extreem perfectionistisch. Daardoor kregen de gastpanelleden in ‘Alles kan beter’ vaak het gevoel dat ze het niet goed deden.»

Heylen «Dat kan ik bevestigen, want ik heb er een paar keer gezeten. Uytterhoeven was nooit tevreden. Dan dacht ik: ‘Fijne aflevering, goed gelachen!’. En zei hij: ‘Trok op niks!’ – zo kritisch dat het niet plezant meer was.»

'Als tv-figuur benaderde Rob Vanoudenhoven de perfectie.'

Goris «Dat was het credo van Uytterhoeven: ‘Je moet niet praten over wat goed ging, wel over wat beter kan.’»

Uytterhoeven «Voorzichtig met elkaar communiceren, dat vond ik tijdverlies. Een voorbeeldje van zo’n conversatie? ‘Dat trekt op geen kloten.’ ‘Ja, dat zie ik ook wel, dat ziet alleman. Maar wat doen we eraan?’ ‘Ik weet het niet, maar volgende week hebben we weer een uitzending, en we hebben niets, hè.’ Heel direct, maar nooit met roepen en tieren.»

Eelen «In het tweede seizoen merkte je dat we beiden ons individueel groeipad volgden. Ik was bijvoorbeeld met ‘Vaneigens’ begonnen, waardoor ik ontdekte dat ik ongelooflijk graag met acteurs werk. Daarom smokkelde ik Wim Opbrouck en Tom Van Dyck ‘Alles kan beter’ binnen. Steeds vaker probeerde ik om een klein verhaaltje in onze items te weven, terwijl Uytterhoeven dat helemaal niet graag had. Hij hield meer van de grote moppensalvo’s: ‘Fire! Fire! Fire!’ Op het einde van ‘Alles kan beter’ was dat helemaal duidelijk: de ‘Zondag Josdag’-sketch was bijna een sitcom. De kiem van mijn volgende project ‘In de gloria’ is dáár gezaaid.»

'Na een week dacht ik: 'Dit is het plezierigste dat ik ooit gedaan heb.''


Kom van dat dak af

Ook op het tweede net maakt Bruno Wyndaele ‘De Commissie Wyndaele’, en daarna is het tijd voor het vierde programma dat aan de VRT beloofd is – en waar Woestijnvis carte blanche voor krijgt.

Uytterhoeven «Bij de Belgische Improvisatieliga had ik Rob Vanoudenoven gevonden. Het was me meteen duidelijk dat hij over een uniek talent beschikt. En dat hij dus absoluut in ‘Alles kan beter’ moest.»

Eelen «Als tv-figuur benaderde Rob inderdaad de perfectie. In ‘Alles kan beter’ was zijn komische timing gewoonweg schitterend.»

Uytterhoeven «Rob was niet de man van de prachtige volzinnen, dat was meer het fort van Guy Mortier en mij. Zijn basistruc was: de onnozele uithangen. Dat kon hij echt fantastisch goed.»

En dus is er op 30 augustus 1998 de eerste aflevering van ‘De XII werken van Vanoudenhoven’, een zondagavondshow op het eerste net.

Uytterhoeven «Ik vond het niet fijn dat ze Rob zo snel op ‘De XII werken’ hadden gezet, omdat ik het imago dat hij bij ‘Alles kan beter’ had opgebouwd – ‘Who the fuck is Rob Vanoudenhoven?’ – nog wilde uitspelen in ons tweede seizoen. Als gezicht van een zondagavondprogramma zal hij niet meer zomaar overal de onnozele kunnen gaan uithangen, redeneerde ik. Ik heb zelfs nog even overwogen om hem te vervangen in het tweede seizoen van ‘Alles kan beter’, maar dat hebben we uiteindelijk toch niet gedaan.»

Wat Uytterhoeven goed voorvoeld heeft: dat ‘De XII werken van Vanoudenhoven’ een kijkcijfersucces wordt.

Goris «Het programma groeide elke week, tot het uiteindelijk echt een fenomeen werd: de kijkcijfers waren gigantisch.»

Wyns «Er is in Vlaanderen nooit iemand populairder geweest dan Rob toen.»

Goris «Ik herinner me nog de laatste aflevering van het eerste seizoen, op 15 november 1998, waarin Urbanus Rob de opdracht gaf om de Elisabethzaal in Antwerpen last minute te laten vollopen. Rob lanceerde zijn oproep even voor de uitzending: ‘Kom allemaal naar Antwerpen!’ Hij had nooit gedacht dat mensen écht in hun auto zouden stappen, maar plots stond half Vlaanderen daar. De zaal was meteen gevuld, en het Astridplein stond vol. Ik zie Rob nog een beetje verweesd op het dak van de Elisabethzaal staan, om al die mensen die niet waren binnengeraakt te groeten. ‘Euh, bedankt om te komen allemaal.’ (lacht)»

Kempen «Dat moment is de katalysator geweest. Toen is de raket van Woestijnvis vertrokken richting outer space

Wyns «Ik vertelde daarstraks dat ik in het eerste jaar van Woestijnvis niet kon inschatten of het allemaal zou lukken. Maar op 15 november 1998 aan het Astridplein besefte ik: het lukt. Dit wordt een sprookje.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234