2017 zal worden uitgeroepen tot het jaar van de supergroepen

De supergroep, beroemde muzikanten die samenhokken in de hoop dat er een super-surplus zal ontstaan, is terug van sinds de seventies nooit helemaal weggeweest. Wat maakt een supergroep super? Wij zetten de goeie, de middelmatige en de slechte op een rijtje.


1. The Absolutelys

The Traveling Wilburys

George Harrison, Bob Dylan, Jeff Lynne, Tom Petty en Roy Orbison. Er is wellicht maar één groep die qua mythische line-up in de buurt komt van The Traveling Wilburys, en dat is The Dirty Mac: een gelegenheidsband met Mitch Mitchell van The Jimi Hendrix Experience op drums, Eric Clapton op gitaar, Keith Richards op bas (!) en John Lennon op zang en ritmegitaar. The Dirty Mac speelde maar één keer – twee songs tijdens het Rock and Roll Circus van The Rolling Stones in 1968 – en nam nooit een plaat op. The Traveling Wilburys maakten er twee: ‘Vol. 1’ en – humor hadden ze – ‘Vol. 3’. Nummer één bevatte alles wat je van een supergroep verwacht: geweldige songs, fenomenale zangers, heerlijke productie, phantom power. Nummer twee – Orbison was intussen gesneuveld – was veel minder. Zelfkennis was deze oude wijzen niet vreemd, en dus hielden ze er ogenblikkelijk mee op. De groep ging nooit op tournee.


Cream

Het allereerste en nooit overtroffen powertrio in de rock-’n-roll. In zijn iets meer dan tweejarige bestaan maakte de groep één meesterwerk (‘Disraeli Gears’, 1967) en twee beresterke platen (‘Fresh Cream’, ’66 en ‘Wheels Of Fire’, ’68). Aan ego’s en persoonlijkheidsstoornissen was er bij Cream geen gebrek. De drummer was een opvliegende zot (Ginger Baker), de bassist een manipulator (Jack Bruce) en de gitarist (Eric Clapton) werd door zijn fans God genoemd. Dat de groep geen lang leven beschoren zou zijn, stond in de sterren geschreven.

Clapton en Baker zouden samen met Steve Winwood van Traffic en Ric Grech van Family ook nog in Blind Faith spelen, en elk apart de supergroepen Derek And The Dominos en Ginger Baker’s Air Force oprichten.


Crosby, Stills, Nash & Young

‘Déjà Vu’ en ‘4 Way Street’: twee platen uit respectievelijk 1970 en 1971 die Crosby, Stills, Nash & Young voor eeuwig bestaansrecht geven. Young is in de loop der jaren het meest shakey groepslid geweest (Crosby, Stills & Nash deden het dan ook regelmatig zonder hem), maar ook tussen de rest was het zelden helemaal peis en vree. Nash lag jarenlang overhoop met Stills, en liet na een vriendschap van bijna een halve eeuw recent weten dat hij niets meer met Crosby te maken wilde hebben. En in die periodes dat ze het onderling wel met elkaar leken te kunnen vinden, was er in het gezelschap zo veel cocaïne in omloop dat ze elkaars aanwezigheid wellicht niet eens opmerkten. Een unicum: toen Crosby, Stills, Nash en Young in 1974 in het Wembley-stadion in Londen het podium opkwamen voor de laatste show van de tour, hadden ze alle vier een bloedneus. En iemand die er destijds bij was, zei dat CSN&Y zodanig van de wereld waren dat ze ervan overtuigd waren dat het hun muzíék was die een einde had gemaakt aan de oorlog in Vietnam.


Emerson, Lake & Palmer

Oké, oké, ELP heeft in de loop der eeuwen een wat wufte bijklank gekregen, maar de groep heeft naast een hoop bullshit ook twee fantastische platen gemaakt: debuut ‘Emerson, Lake & Palmer’ uit 1970 en ‘Brain Salad Surgery’ uit ’73. Met leden van The Nice en King Crimson in de rangen evenwel geen voer voor progrockhaters.

Toetsenman Keith Emerson (van The Nice) en bassist Greg Lake (van King Crimson) hadden voor de drumstoel aanvankelijk Mitch Mitchell van The Jimi Hendrix Experience op het oog, en heel even stond er zelfs een jamsessie met ook Jimi himself gepland – een sessie die evenwel nooit zou plaatsvinden. In plaats van HELM werd het ELP, met Carl Palmer van Atomic Rooster op drums. Samen verkochten ze vijftig miljoen platen. Emerson en Lake stierven allebei in het zwarte jaar 2016.


The Last Shadow Puppets

Mede door de drukke agenda’s van hun gewaardeerde hoofdberoepen – Alex Turner met Arctic Monkeys, Miles Kane met The Rascals en James Ford met Simian Mobile Disco – zaten er acht lange jaren tussen hun heerlijke debuut ‘The Age of the Understatement’ (2008) en opvolger ‘Everything You’ve Come to Expect’ (2016), maar The Last Shadow Puppets zijn zonder twijfel één van de meest waardevolle supergroepen van het afgelopen decennium. Een succulente mix van Beatles, progrock, Scott Walker en David Bowie. Van die laatste coverden ze onder meer ‘Moonage Daydream’ en ‘In the Heat of the Morning’. Van opspelende ego’s voorlopig geen spoor of melding. More to come, wellicht. Maar wanneer?


Zeer eervolle vermeldingen

Electronic, Fantômas, Broken Social Scene, The Good, The Bad & The Queen, Bad Company, Run The Jewels, The Raconteurs, Gutterball en Danny & Dusty.


2. The Whynots

The Highwaymen

Met vier van de grootste tenoren van het genre – Johnny Cash, Waylon Jennings, Willie Nelson en Kris Kristofferson – dé country-supergroep. Maakten tussen 1985 en ’95 drie platen waarop de som echter nooit helemaal was wat de afzonderlijke delen beloofden. Live waren The Highwaymen een tijdlang wel de moeite waard, tot het clashen der ego’s een aanvang nam. Vier rebellen, notoire einzelgängers bovendien, samen in één groep, dat kon niet goed blijven gaan. Jennings was de politieke toespraken van Kristofferson tijdens concerten beu, en Jennings en Cash waren kwaad op Nelson omdat die één song meer had bedongen dan de rest. De band bleef touren tot eind jaren 90. Jennings overleed in 2002, Cash volgde een jaar later. Kristofferson leidt aan de ziekte van Lyme, Nelson – twenty joints a day keep the doctor away – verkeert in blakende gezondheid.


Temple Of The Dog

Wat The Highwaymen waren voor de country, was Temple Of The Dog voor de grunge. Opgericht door Chris Cornell van Soundgarden om de heroïnedood van zijn vriend en Mother Love Bone-zanger Andrew Wood te verwerken. Cornell haalde er Jeff Ament en Stone Gossard van Mother Love Bone bij op bas en gitaar, Mike McCready ook op gitaar, en zijn Soundgarden-collega Matt Cameron op drums. Lead en backing vocals deelde Cornell met Eddie Vedder, een jongen die Ament en Gossard net als McCready gerecruteerd hadden voor hun nieuwe groepje Pearl Jam. Temple Of The Dog maakte slechts één plaat: het fantastische ‘Temple of the Dog’ uit 1991, met daarop ‘Hunger Strike’, één van de beste songs die de grunge heeft voortgebracht. Temple Of The Dog staat bij de Whynots en niet bij The Absolutelys omdat er zoveel meer had ingezeten. De groep speelde slechts één volwaardige show, tijdens de opnames en repetities – en dus vóór de release – van hun enige plaat. Om de 25ste verjaardag van die plaat te vieren, gingen ze vorig jaar wel op tournee, maar ook daar kwam geen nieuw materiaal van.

In de schaduw van Temple Of The Dog was er nog een tweede grunge-supergroep: Mad Season. De groep rond Layne Staley van Alice In Chains en Mike McCready van Pearl Jam maakte één plaat (‘Above’, 1995), en dat hadden ze niet hoeven te doen.


The Dead Weather

Een supergroep die voor de helft is opgetrokken uit leden van een andere supergroep: The Raconteurs. Het was zelfs tijdens een concert van The Raconteurs in 2009 dat The Dead Weather het leven zag. Halfverwege een set in Memphis, Tennessee merkte Jack White (The White Stripes) dat hij zijn stem aan het verliezen was, waarop hij de eveneens aanwezige Alison Mosshart (The Kills) op het podium riep. Een gelegenheidsgeschenk dat al snel een staartje kreeg in de studio, met Jack Lawrence (The Raconteurs, The Greenhornes) op bas, Dean Fertita van Queens Of The Stone Age op gitaar en toetsen, en White zelf op drums. The Dead Weather zit aan drie platen. Alle drie zeer degelijk, maar geen enkele beter dan het beste van Stripes, Kills, Queens of Raconteurs.


Atoms For Peace

In 2009 door Thom Yorke samengesteld om te kunnen gaan touren met zijn soloplaat ‘The Eraser’ van drie jaar eerder. En let’s face it: een gezelschap bestaande uit Chili Pepper Flea op bas (en voor de gelegenheid mét broek!), Radiohead-producer Nigel Godrich op toetsen en gitaar, Joey Waronker op drums, Mauro Refosco aan de percussie en Thom Yorke zelf op zang, gitaar en piano gooi je achteraf niet zomaar weg. Drukke soloagenda’s zorgden ervoor dat de enige plaat van Atoms For Peace, ‘Amok’, pas in 2013 verscheen. En ook op de plaat zelf valt enigszins te horen dat er van tijdsgebrek sprake was. De songtitel ‘Stuck Together Pieces’ spreekt wat dat betreft boekdelen. But the boys can play.


Asia

Houd abrupt halt en maak rechtsomkeer, vijanden van de prog: Asia is een supergroep bestaande uit bassist-zanger John Wetton van King Crimson, gitarist Steve Howe en toetsenman Geoff Downes van Yes, en drummer Carl Palmer van Emerson, Lake & Palmer. Asia debuteerde in 1982 met het fantastische ‘Asia’ en vond dat reden genoeg om ons vervolgens vijfendertig jaar lang (and counting, Asia bestaat nog steeds!) in wisselende en vaak dubieuze bezettingen met pompeuze rommel om de oren te slaan. Iemand zei ooit: de ego’s van de afzonderlijke groepsleden waren zo gigantisch dat enkel een volledig continent kon dienen als groepsnaam.


Eervolle vermeldingen

Humble Pie, Slash’s Snakepit, The Postal Service, Velvet Revolver, Apparatjik, Probot, The Honeydrippers, Moderat, Hindu Love Gods, The Power Station, A Perfect Circle, Them Crooked Vultures.


3. The Neverminds

Monsters Of Folk

Wat The Highwaymen waren voor de country en Temple Of The Dog voor de grunge, had Monsters Of Folk voor de, welja, folk moeten worden. Jim James van My Morning Jacket, Conor Oberst en Mike Mogis van Bright Eyes, Will Johnson van Centro-Matic en M. Ward leerden elkaar in 2004 kennen toen de tours van hun respectieve groepen elkaar kruisten. Er werd wat samengespeeld in backstages, occasioneel bij elkaar op het podium de guest uitgehangen, en veel gelachen, gedronken en banden gesmeed. Het viertal bleef elkaar in de jaren die volgden opzoeken, en daar de gezelligheid telkens zodanig troef was, werd in 2009 besloten om de gezamenlijke leut op band te pleuren. ‘Monsters Of Folk’ blijft voorlopig de enige plaat van Monsters Of Folk, wellicht omdat de groepsleden zelf ook in de smiezen hadden dat het eigen vermaak geen enkele straffe song had opgeleverd. Spelen en drinken doen ze wel nog steeds. Alaaf!


Chickenfoot

Wat krijg je als je Sammy Hagar, Van Halen-bassist Michael Anthony, Chili Peppers-drummer Chad Smith en gitarist Joe Satriani samen de studio instuurt? Een plaat die het ene moment klinkt als een gitaarworkshop, het andere als een drumclinic, en op weer andere momenten alsof er een varken gekeeld wordt. Begrijp ons niet verkeerd: varkens kelen heeft zijn plaats in de rock-’n-roll, en zowel Anthony, Smith als Satriani hebben in hun respectieve deelgebieden hun merites, maar waar er meer skills dan songs in het spel zijn, hoeft wat ons betreft geen microfoon te vertoeven. Chickenfoot maakte al twee platen en lijkt van plan dat nog te zullen doen. Heeft iemand het telefoonnummer van Chuck Norris?


Hollywood Vampires

Een groep opgericht door Alice Cooper, Johnny Depp en Joe Perry van Aerosmith om de muziek van de in de seventies door drank en drugs gevallen rocksterren te eren. De groepsnaam leenden ze van The Hollywood Vampires, een besloten drinkersclub die Cooper zelf begin jaren 70 oprichtte en die onder meer John Lennon, Keith Moon, Micky Dolenz van The Monkees tot zijn leden telde. In de touring band van Hollyood Vampires speelden ook nog Duff McKagan en Matt Sorum van Guns ’N Roses en Robert DeLeo van Stone Temple Pilots, en op de enige, titelloze plaat die de groep uitbracht, waren er gastbijdragen van Paul McCartney, Dave Grohl, Joe Walsh (Eagles) en de intussen overleden horrorlegende Christopher Lee. Hoe fenomenaal klinkt dat alles niet op papier?

The Vampire Killers leggen op hun plaat evenwel dusdanig lamme versies neer van klassiekers als ‘My Generation’, ‘Whole Lotta Love’, ‘Jeepster’, ‘Cold Turkey’, ‘Manic Depression’ en ‘Itchycoo Park’ dat je gaat twijfelen aan de kwaliteiten van het origineel. Foei! De drank wellicht.


SuperHeavy

Mick Jagger, Joss Stone, Damian Marley, Dave Stewart van Eurythmics en de Indische ragacomponist en ‘Slumdog Millionaire’-soundtracker A.R. Rahman: dat zag er op papier al uit als een heel slecht idee en het werd er in de studio niet beter op. Akkoord, de single ‘Miracle Worker’ heeft vanwege een paar klassieke Jagger-strofes nog enig bestaansrecht, de rest van de titelloze en enige SuperHeavy-plaat (2011) klinkt alsof Joss Stone geen flauw idee heeft waarom ze samen met Mick Jagger over een allegaartje van reggae en raga staat te kwelen, terwijl Dave Stewart haar staat aan te staren.


Hadden ook niet gehoeven

Brad, The Winery Dogs, Tinted Windows, Oysterhead, Methods Of Mayhem, Audioslave en vele anderen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234