22 jaar na de dood van Jeff Buckley: een reconstructie van zijn laatste dagen door zijn vrienden en zijn lief (Joan As Police Woman)

Op 29 mei is het 22 jaar geleden dat Jeff Buckley verdronk tijdens een nachtelijke zwempartij in de Mississippi. Kort tevoren had de jonge songwriter zich in Memphis teruggetrokken om in alle rust aan de opvolger van zijn succesvolle debuutplaat ‘Grace’ te werken – en om af te rekenen met zijn demonen. ‘Hij was klaar voor de volgende stap.’

'Jeff zette de radio neer op de oever en stapte het water in. Hij zong luidkeels 'Whole Lotta Love' van Led Zeppelin. Hij kon niet zwemmen'

Jeff Buckley wist dat hij jong zou sterven. De enige vraag was: hoe en wanneer. Uit zijn autopsie bleek dat hij geen drugs in zijn lijf had en niet meer dan één biertje had gedronken toen hij op 29 mei 1997 verdronk in een zijarm van de machtige Mississippi in Memphis. Zijn dood werd als een ongeluk beschouwd – geen zelfmoord dus. In feite was die dag net één van de gelukkigste van zijn leven.

Voor hij in Memphis ging wonen, had Buckley twee jaar lang getourd om zijn debuutplaat ‘Grace’ te promoten. Aan het begin van die tournee stond hij nog vooral bekend als zoon van zijn beroemde vader, de folkzanger Tim Buckley, die in 1975 op 28-jarige leeftijd was overleden aan een overdosis heroïne. Buckley junior had zijn vader maar één keer ontmoet: toen hij 8 was, brachten ze samen een week door.

Tegen het einde van de tournee was Buckley wereldwijd beroemd, en zijn platenlabel Columbia drong aan op een nieuwe plaat die net zo moest klinken als ‘Grace’. Maar Buckley was al een andere weg ingeslagen. ‘Hij wilde een ruigere plaat maken,’ zegt gitarist Michael Tighe, die lid werd van zijn begeleidingsband nadat ‘Grace’ al grotendeels was opgenomen.

Michael Tighe «Hij zei vaak dat hij muziek wilde maken waar de mensen bang van zouden zijn. Het idee om zijn publiek te verdelen hield hem sterk bezig: hij wist dat veel luisteraars de nieuwe plaat maar niets zouden vinden en dat wond hem op.»

Buckley en zijn bandleden hadden in New York samen met Tom Verlaine, frontman van het legendarische Television, aan nieuw materiaal gewerkt. Maar in de grote stad had hij het gevoel dat hij onder een microscoop zat, en de wilde levensstijl van de groep kwam hun concentratie niet ten goede. Buckley moest ontsnappen en koos Memphis als bestemming. Daar woonde zijn vriend Dave Shouse, de gitarist van de alt-rockband The Grifters.

Buckley had Shouse leren kennen tijdens een concert in Iowa in 1994. The Grifters waren toen op tournee met een andere band, The Dambuilders (met violiste Joan Wasser, die later Buckleys vriendin werd en vandaag bekend is onder de naam Joan As Police Woman). Shouse kreeg te horen dat geen van beide bands die avond hoofdact zou zijn: die eer ging naar ene Jeff Buckley.

Dave Shouse «Pardon? Jeff wie? (lacht) We hadden nog nooit van hem gehoord, maar toen we hem die avond zagen spelen, waren we zwaar onder de indruk.»

In Memphis zette de band zich samen met Verlaine opnieuw aan het schrijven van nummers. Het plan was dat Buckley er twee weken zou blijven terwijl hij naar de juiste richting zocht voor de nieuwe plaat. Maar hij voelde zich er zo goed in zijn vel dat hij een huisje huurde en aan zijn tourmanager Gene Bowen liet weten dat hij langer bleef. In Memphis was zijn bekendheid nog niet doorgedrongen; Buckley fietste er naar platenwinkels en keuvelde met de verkopers over Bob Dylan en andere helden. Hij haalde zo vaak eten af bij het Vietnamese restaurant Saigon Le dat hij er voor de thuisbezorger werd aangezien.

Dave Shouse «De dingen waren er simpeler. Er was geen platenlabel, niemand die zijn leven runde. Hij kon er rustig in zijn huisje zitten.»

Joan Wasser, intussen al drie jaar zijn vriendin, kwam om de twee weken op bezoek.

Joan Wasser «Hij vroeg het universum om hulp met de hele situatie. We zaten vaak op zolder, een plek die tot spiritualiteit en meditatie stemde. Jeff had er een dode vogel gevonden en de dood maakte altijd een diepe indruk op hem. Alles was in die woelige tijd beladen met betekenis.»

Buckley worstelde met tegenstrijdige gevoelens over zijn vader en zijn moeder, Mary Guibert, die door veel van zijn oude vrienden als dominant wordt omschreven. Bovendien begon ook in Memphis bekend te raken dat hij de kerel was die ‘Grace’ had geschreven.

Dave Shouse «Hij was nogal wankel en kwetsbaar. We probeerden hem te helpen. We namen hem uit eten voor het ontbijt of bleven bij hem logeren. Dat deed hem plezier, denk ik… Hij voelde zich alsof hij plots zou kunnen verdwijnen.»

Tammy Shouse (echtgenote van Dave) «Ik had allerlei moederlijke gevoelens. Jeff keek erg op naar Dave. Hij zei soms: ‘Ik weet niet waarom zo iemand met mij zou willen omgaan.’ Maar dat was natuurlijk wederzijds (lacht). Dat was een deel van het probleem: hij voelde zich nog steeds een kleine jongen. In sommige opzichten was hij heel volwassen en wijs, in andere helemaal niet.»

Zijn plotse status als superster maakte het er niet beter op.

Tripp Lamkins (bassist The Grifters) «Tijdens concerten waren zijn vrouwelijke fans door het dolle heen – zelf zou ik een moord hebben begaan voor dat soort aandacht (lacht). Maar ik zag hoe hij zo’n meisje tot rede probeerde te brengen: ‘Ik ben ook maar een gewone jongen, hoor. Ik ben niet wat je denkt.’»

Ook de nalatenschap van zijn vader woog zwaar op zijn schouders.

Wasser «Nu eens verzette Jeff zich heftig tegen alles wat met zijn vader te maken had, dan was hij er weer dol op. Vaak kocht hij in één keer al zijn platen, die hij dan een tijdje beluisterde en uiteindelijk weer bij het vuilnis zette.»

'Tijdens concerten waren de vrouwelijke fans door het dolle heen, maar Jeff probeerde ze tot rede te brengen: 'Ik ben ook maar een gewone jongen, hoor.''

Buckley bracht veel tijd door met het schrijven van songs op zolder en voelde dat de nieuwe plaat eindelijk vorm kreeg. Hij had Verlaine al de laan uitgestuurd; nu vertrouwde hij zijn manager toe dat hij overwoog om in Memphis te blijven wonen, het huurhuis te kopen, zijn rijbewijs te behalen en een auto op de kop te tikken. Hij wilde een echte inwoner van de stad worden. Op een dag nam Tammy hem mee naar de Memphis Zoo, één van zijn favoriete plekken – maar deze keer niet om naar de dieren te kijken.

Tammy Shouse «De vlinderverzorger mishandelde de beestjes, vond Jeff. En dus ging hij zelf solliciteren voor die baan, fris gewassen en opgedirkt. Hij wilde zo graag een gewoon leven. We hadden het er soms over dat hij zich nooit echt voelde als een man die op eigen benen stond: zijn geld werd door iemand anders beheerd, zijn hele handel en wandel werd door anderen bestuurd. Hij wist niet hoe hij het roer in eigen handen kon nemen.»

Buckley had op maandagavond een vaste stek op het podium van het plaatselijke café. Hij probeerde er nieuw materiaal uit en kreeg zo een nieuwe kijk op de songs. Thuis legde hij op aanraden van Joan zijn hoofdtelefoon opzij en kocht hij een paar tweedehandsluidsprekers. De klank van zijn viersporendemo’s vulde het huis.

Wasser «Het was één van de mooiste momenten van mijn leven. De muziek was verbluffend. Zo mooi, zo direct: pure emotie. En toen hoorde hij zijn eigen nummers voor het eerst door de kamer schallen… Die blik in zijn ogen: ‘Mijn god, dit ís iets. Dit is écht, niet zomaar wat droomgeluiden in mijn hoofdtelefoon.’»

In april liet Buckley aan tourmanager Bowen weten dat de repetities van start konden gaan. Eind mei zouden ze beginnen op te nemen. Op 28 mei liet hij Bowen thuis enkele viersporenopnames horen van de nummers die uiteindelijk de B-kant van ‘Sketches for My Sweetheart the Drunk’ zouden vormen.

Gene Bowen «‘Nu hoor je ze in zwart-wit,’ zei hij, ‘maar de band gaat de muziek inkleuren.’ Meer hoefde ik niet te horen. Ik begreep hem volkomen.»

Rond diezelfde tijd belde Buckley gitarist Michael Tighe op.

Tighe «Twee dagen voor we vertrokken, vertelde hij nog hoe enthousiast hij was over het materiaal waaraan hij werkte: ‘Het voelt net zoals toen we voor het eerst bij elkaar kwamen en muziek maakten als groep.»

'In Memphis Zoo solliciteerde Jeff voor de baan van vlinderverzorger. Hij wilde zo graag een gewoon leven'

Tighe en de rest van de band zouden op 29 mei arriveren. Bowen – die een paar dagen eerder al met hun materiaal was overgekomen in een gehuurde bestelwagen – ging naar de luchthaven om hen op te pikken. Het plan was dat Buckley samen met Keith Foti, een vriend van Bowen, rond 22 uur naar Buckleys huis zou gaan om de anderen te ontvangen. Maar eerst zouden ze langs de repetitieruimte passeren. Om de één of andere reden maakten ze een omweg – omdat Buckley de juiste weg vergeten was, volgens sommigen. Het was toen dat de fatale duik plaatsvond.

Wasser «Jeff kon niet zwemmen. Dat wéét ik, want ik heb vaak genoeg geprobeerd het hem te leren; zelf groeide ik zowat in het water op. Ik had hem zover gekregen dat hij zich min of meer wist te redden met rugslag; dat was naar verluidt wat hij aan het doen was die dag.

»Je hoort de mensen vaak zeggen: ‘Hij droeg altijd van die laarzen met stalen tippen, het gewicht moet hem onder water hebben getrokken.’ Maar in feite had hij samen met mij een stel goedkope zwarte laarzen gekocht die bijna niets wogen, en díé droeg hij op dat moment.»

Foti herinnert zich dat ze samen naar The Beatles en Jane’s Addiction aan het luisteren waren op zijn draagbare geluidsinstallatie toen ze bij de rivier aankwamen. Buckley zette de radio neer op de oever en stapte het water in. Hij zong luidkeels ‘Whole Lotta Love’ van Led Zeppelin. Foti waarschuwde hem voor twee boten die zijn richting uitkwamen en ging zelf de geluidsinstallatie wat verder weg zetten opdat die niet nat zou worden van de golven. Toen hij zich weer omdraaide, was Buckley weg.

Joan Wasser herinnert zich dat Buckley voortdurend over de dood sprak.

Wasser «Kort nadat ik hem had ontmoet, zei hij: ‘Ik ga op jonge leeftijd sterven. Dat moet ik je vertellen, want misschien wil je in dat geval geen relatie met me beginnen.’»

Ze antwoordde dat ze hoe dan ook bij hem wou zijn, en dat hij volgens haar ongelijk had: ze kon hem zich voorstellen als oudere man. ‘Ik hoop dat je gelijk hebt,’ zei Buckley.

In zijn vriendenkring in Memphis heersen nog steeds schuldgevoelens en verdriet.

Tammy Shouse «Vooraf droomde hij vaak over zijn dood. Hij wist dat er iets ging gebeuren. En ik voel me erg verantwoordelijk, want Joan had tegen me gezegd: ‘Zorg goed voor hem. Hou hem met beide voeten op de grond.’»

Dave Shouse «Het was voor iedereen een bevreemdende periode. Er bleef door zijn dood zoveel potentieel onbenut, zoveel dingen bleven onuitgesproken… Niet alleen in zijn muziek maar ook in zijn banden met de mensen hier. Memphis had hem geschonken wat de stad aan velen te bieden heeft: de kans om alles in je leven even in een lagere versnelling te schakelen. Toen de band arriveerde, was hij klaar voor de volgende stap.»

Wasser «De vreugdevolle vrijheid die hij in Memphis genoot, ging heel diep. Hij kon er aspecten van zijn leven verkennen die in New York niet aan bod kwamen. Hij kon er doen wat nodig was om de ketenen van zijn verleden af te werpen. En als het waar is dat hij het einde voelde naderen, dan heeft hij er nog iets heel moois van gemaakt. Na twintig jaar sta ik nog altijd verstomd van de schoonheid van zijn ziel.»

Op een zonnige dag tijdens één van Wassers bezoekjes in Memphis liet Buckley haar het wrak van een antieke, babyblauwe auto zien, omgeven door onkruid en overdekt met roest. Terwijl ze samen op de motorkap zaten, vroeg hij haar ten huwelijk. Ze had even nodig om weer bij haar positieven te komen en zei toen ja. Het huwelijk was gepland voor meteen na de opnames van de nieuwe plaat.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234