27 en successchrijver: waarom Vlaanderen smelt voor Lize Spit

Op Witte Donderdag, ergens ten plattelande, zie ik in het werkplaatsje van een klusser, tevens rijwielhersteller, een rijtje uitgediende weckpotten in een rek staan. Ze bevatten een weelde van schroeven, bouten en spijkers. Hun aanblik doet me een fractie van een seconde aan de harde kern van een spijkerbom denken. Drie dagen na de terroristische aanslagen zie ik in de intercity naar de hoofdstad een capuchontrui die zich door het gangpad rept. Hij draagt een rugzakje. Een fractie van een seconde denk ik: ‘Daar heb je het gedonder in de glazen.’

''Het smelt' haalt de onschuld van de jeugd onderuit; pubers zijn heel dikwijls pervers'


Lees ook Humo's boekbespreking van 'Het smelt' ★★★½

In het Centraal Station van Brussel laten zwaarbewapende militairen mij ongemoeid. Ze werken me niet eens tegen de grond. Ongehinderd loop ik ze voorbij en begeef me aanstonds naar de Beurs, waar de internationale pers zich met satellietschotels om de offerplek heeft geschaard. Vandaag, Goede Vrijdag, om half elf ’s ochtends, zijn hier al handvollen mensen van goede wil het noodlot aan het bezweren. Onbelemmerd, nog steeds heelhuids en welhaast met lichte tred zet ik daarna koers naar het Muntplein. Daar stap ik bezijden de Muntschouwburg Café de l’Opéra binnen, waar Lize Spit (27) me zoals afgesproken zit op te wachten. Zij is aan het RITCS opgeleid voor scenarioschrijver, maar heden is ze vooral de auteur van ‘Het smelt’, een bestseller die zich in het fictieve Bovenmeer afspeelt, een dorp waarin mensen die geen fictie kunnen verdragen, eventueel Viersel kunnen herkennen. ‘Het smelt’ navertellen zou zonde zijn. Laat ik me daarom maar beperken tot enige kenschetsende trefwoorden: wraak, puberteit, perversie, dood, geweld, disfunctioneel gezin, verlangen, hachelijke vriendschap, onvolkomen liefde, en een groot ijsblok. Dat alles uitgespreid over 480 bladzijden. Maar voor we het daarover kunnen hebben, dringt zich vandaag een ander onderwerp op.



HUMO De jongste dagen krijgen we geregeld te horen dat het Brussel van nu heel anders is dan het Brussel van vóór 22 maart 2016. Hoe beleef jij, als inwoonster van de hoofdstad, die verandering?



Lize Spit «’t Is toch eventjes aanpassen. Het rookgordijn is nog niet opgetrokken, denk ik. Deze stad is een wonde die nog moet dichtgroeien.»



HUMO Ben je banger nu?



Spit «Neen. Het leven zit vol gevaren. En wat in Zaventem en Brussel gebeurd is, kan overal gebeuren.»

HUMO Drie dagen na de feiten heb ik nog geen zin om die moordpartijen te relativeren.

Spit «Ik zal vandaag niet zo gauw de metro nemen, maar goed, dat doe ik anders ook nauwelijks: ik fiets overal naartoe. De afgelopen weken was ik banger dan nu. Nu denk ik: ‘’t Is gebeurd.’»

HUMO Zo van: we hebben het ergste achter de rug?

Spit «Ik weet het, ’t is een onbetrouwbare gedachte. Maar ik laat me er toch graag door leiden. Ik wil elke dag kunnen functioneren in deze stad, en me onbedreigd voelen als ik in de buurt van het Noordstation les ga geven aan Sint-Lukas en daarna terug naar huis fiets. Ik begrijp wel dat mensen die niet in Brussel wonen, banger zijn dan de Brusselaars zelf. Er zit voor ons, Brusselaars, niets anders op dan onze stad weer op te eisen en met geheven hoofd voort te leven. Ik woon in Kuregem, een quartier chaud, en ik hoor dag en nacht politiesirenes. Er hangt heel vaak een helikopter in de lucht, maar in de stations van Brussel is het onbehagen nog het meest voelbaar, vind ik. Alleen al de beveiliging creëert angst. Als je voor die militairen staat aan te schuiven, voel je je ook kwetsbaarder dan gewoonlijk: je vormt een massa en je weet dat massa’s doelwitten zijn.»

'Op die stille wake aan de Beurs kon ik niet huilen als iedereen; ik keek naar wat ik als schrijver kon gebruiken.'

HUMO Kun je als schrijver iets aanvangen met de verschrikkelijke gebeurtenissen in Zaventem en Brussel?

Spit «Ik schrijf nog maar pas columns voor een krant. Ik had er één over een banaal onderwerp ingeleverd. Toen werd het 22 maart. Ik begreep onmiddellijk dat ik als inwoonster van Brussel niet over die terroristische aanslagen kon zwijgen, en ik was dan ook erg blij dat die krant me vroeg een soort verslag te maken.»

HUMO Is jouw verslag vanzelf anders dan dat van een journalist?

Spit «Ja, want een journalist moet zich aan de feiten houden. Laat ik zeggen dat ik de feiten naar mijn hand zet. Ik heb vrienden die erg emotioneel werden op die stille wake aan de Beurs. Ik ben er ook naartoe gegaan, en ik dacht meteen: ‘Wat kan ik hier als schrijver van gebruiken?’ Of: ‘Welke metafoor kan ik hieraan ontlenen?’ Die houding is gevaarlijk, want ik beleefde die wake louter als schrijver. Ik schrijf graag over vreselijke dingen, en als er in werkelijkheid iets ergs gebeurt, dan is mijn eerste reactie: ‘Oké, ’t is vreselijk, maar hier kan ik over schrijven.’ Misschien ben ik wel hard. Ik ervaar schrijven vaak als een heel nuchtere, zakelijke bezigheid. Op het Beursplein was het alsof ik boven al die emotionaliteit verheven was. Dat vind ik achteraf bekeken erg: waarom kon ik op zo’n groots en overweldigend moment niet huilen zoals iedereen?»

HUMO Wat is schrijven volgens jou?

Spit «’t Klinkt misschien iets te gewichtig, maar schrijven is voor mij een levenshouding. Technisch komt het neer op 80 procent waarnemen en 20 procent opschrijven. Veel meer dan een soort arbeid is schrijven voor mij dus de manier waarop ik in het leven sta.»

HUMO Denk je dat een mens voorbestemd kan zijn om schrijver te worden?

Spit «Neen, maar je moet wel van meet af aan, ook als je nog niet daadwerkelijk schrijft, de juiste blik hebben. Ik denk dat schrijvers zichzelf al op jonge leeftijd wijsmaken dat schrijven het meest zinvolle is wat ze in hun leven kunnen doen. Ik ben altijd al erg opmerkzaam geweest en ik kon me ook als kind al heel goed in andere mensen verplaatsen. Wanneer ik me als tiener beroerd voelde, schreef ik daarover, en door te schrijven leidde ik mijn aandacht af van datgene waar ik last van had.»

HUMO Je hebt in interviews al meer dan eens gezegd dat je als lagereschoolkind een limerick had geschreven die de juf zichtbaar ontroerde. Die keer werd je voor het eerst de kracht en het effect van woorden gewaar. Hoe klonk die limerick?

Spit «Dat weet ik jammer genoeg niet meer. Maar ik ben wel heel zeker van die ontroering van de juf, want ik schrijf erover in mijn dagboek van 1999 – ik was toen 11. Vanaf dat moment liet ik elk gedicht dat ik schreef, lezen door de juf, want de bevestiging die ik na die limerick had gevoeld, wilde ik steeds opnieuw beleven. ’t Is een feit dat ik als 11-jarige al besefte hoe belangrijk dat voor me was. Toen schreef ik voor de juf, en eigenlijk moet ik nog steeds voor iemand schrijven. Ik stel me dan het gezicht voor van de personen die mijn tekst als eerste zullen lezen. In het geval van ‘Het smelt’ waren dat Daniël van der Meer, mijn uitgever, en Marsha Holman, mijn redacteur bij mijn uitgeverij Das Mag. Ik heb één jaar lang aan dat boek gewerkt met hen in mijn achterhoofd. Ik wou hén tevreden stellen, want je kunt geen boek schrijven waarmee je duizenden mensen tevreden stelt.»

HUMO Is schrijven ook aangenaam?

Spit «Ja, al is het ook keihard werken.»

'Mijn benen verliezen zou ik minder erg vinden dan niet meer kunnen schrijven'

HUMO Ik weet dat je voor ‘Het smelt’ een kantoor hebt gehuurd, waar je gedurende één jaar elke dag hebt gewerkt. Je schreef van 9 tot 5, ging naar huis, en werkte daar nog eens van 8 uur ’s avonds tot 3 uur ’s ochtends. Zoveel werkuren zouden een arbeider meteen naar de vakbond jagen.

Spit «Mocht iemand me dat opleggen, dan zou ik ook gaan klagen. Maar ik heb er zelf voor gekozen, want dat boek moest er na een jaar zijn.»

HUMO Volgens mij kom je in een roes als je zulke lange werkdagen aanhoudt.

Spit «Ik zie het meer als een trip dan een roes: ik stond in dat jaar juist heel scherp – ik had aldoor het gevoel dat ik in mijn hoofd aan het rennen was. Ik sliep toen ook slecht, want als ik in bed lag, blééf ik maar op dreef. Ik voelde me losgekoppeld van de wereld. Vandaar dat schrijvers niet meteen de leukste levenspartners zijn.»

HUMO Hoe is jouw partner dat jaar doorgekomen?

Spit «’t Was lastig voor hem. We zijn al negen jaar samen. Ik ben loyaal, maar ik heb hem wel duidelijk gemaakt hoe belangrijk het schrijven voor me is: ik zal er sowieso altijd voor kiezen, en dat weet hij ondertussen wel. Hij stelt me niet meer voor keuzes. Schrijven is mijn grootste zekerheid in het leven. Mocht ik mijn benen verliezen, dan zou ik dat minder erg vinden dan niet meer te kunnen schrijven.»

HUMO Dat schrijven zal wel veel met je gevoel van eigenwaarde te maken hebben.

Spit «Natuurlijk. Ik weet niet meer wie ik zou zijn mocht ik niet de hele tijd met het schrijven bezig zijn. Ik heb me er, op het dwangmatige af, aan vastgeklampt. Ik heb ook allerlei regeltjes als ik schrijf. Toen ik aan ‘Het smelt’ werkte, had ik een playlist van twintig nummers. Eén jaar lang heb ik naar niets anders geluisterd, om altijd in dezelfde sfeer te blijven: Leonard Cohen, filmmuziek van Hans Zimmer… Ik was die muziek kotsbeu, maar ik kon niet zonder. Ik kan ook niet werken als ik niet met mijn rug naar de muur zit. Ik schrijf soms in een café, en altijd ga ik aan hetzelfde tafeltje op dezelfde stoel zitten.»

HUMO Kun je overal schrijven?

Spit «Ja, overal, zelfs in de wachtkamer van de tandarts of op de trein. Ik moet niet in de stemming komen om te schrijven, want ik ben er altijd klaar voor.»


Een man van 50

HUMO Is je leven nu helemaal op schrijven ingesteld?

Spit «Ja. Ik doceer schrijven aan de richting beeldverhaal van Sint-Lukas, en ik doceer scenarioschrijven in Antwerpen en Leuven.»

HUMO Als je erin lesgeeft, dan geloof je impliciet dat je kunt leren schrijven.

Spit «Ja, je kunt van alles leren over, bijvoorbeeld, de verhaalstructuur. Schrijven is ook: je smaak ontwikkelen. En schrijven is vooral: zelf schrijven. Ik heb weinig gelezen. Dat ik graag schreef, heeft geen lezer van me gemaakt. Nu ja, als kind las ik veel jeugdboeken, maar dat hield ineens op toen we thuis televisie kregen.»

HUMO Er was dus een tijd dat je thuis geen televisie had. Dat lijkt me nogal ongewoon.

Spit «Mijn ouders waren cultuurliefhebbers, lezers ook, die geen tv wilden. Maar op een keer wonnen ze een tv-toestel in een tombola.»

HUMO Dat voorval heb je in ‘Het smelt’ gebruikt.

Spit «Ja. Was dat toen niet gebeurd, dan hadden we thuis wellicht nooit tv gehad. We konden alleen naar Eén en Canvas kijken, via een antenne die op de tv stond. Vóór die tijd was ik bepaald wereldvreemd. Op de lagere school spraken de kinderen over ‘Man bijt hond’ en ik kon me daar niets bij voorstellen.»

HUMO Je debuut is een bestseller. Dat schept in een door commercie gedomineerde wereld meteen ook hoge verwachtingen voor je tweede boek.

Spit «Ja, vandaar dat men mij al vaak heeft gevraagd of ik nu geen faalangst heb. Tot nog toe niet. Deze week ben ik over iets nieuws beginnen na te denken. Ik heb zoveel geluk gehad met ‘Het smelt’. Veel schrijvers beleven dat nooit. Vandaar dat het me eigenlijk niet uitmaakt of mijn volgende boek een succes wordt.»

HUMO Een boek is ook een product, en schrijvers hebben een marktwaarde. Dat je jong bent en er goed uitziet, is dan wellicht ook meegenomen.

Spit «Ik heb me al weleens afgevraagd of ‘Het smelt’ evenveel succes zou hebben gehad als ik een man van 50 was geweest. Maar goed, ik geloof nog altijd dat een heel goed boek, óók als de schrijver geen borsten of een opvallend kapsel heeft, een succes kan worden. Hoewel ik absoluut niet feministisch ben, ben ik wel blij dat ik als vrouwelijke debutant naar voren word geschoven. Dat is Saskia de Coster en Annelies Verbeke ooit ook te beurt gevallen. Mannelijke debutanten vinden zo te zien minder weerklank de laatste tijd.»

HUMO Maken we de definitieve vervrouwelijking van de boekenliefde mee? Lezers zijn nu al jaren vooral lezeressen.

Spit «Telkens als ik ergens een lezing geef, vraag ik me af: ‘Waar zijn de mannen?’»

HUMO Je noemde jezelf ‘absoluut niet feministisch’. Dat klonk stellig.

Spit «Kijk, als ik gevraagd word voor een interview in het kader van ‘vrouwenliteratuur’, dan bedank ik daarvoor. Er komt weldra een boek uit dat ‘Vrouwen schrijven niet met hun tieten’ heet. Daarin hebben jonge schrijfsters het over hedendaags seksisme, over genderkwesties en over hun rol als schrijfster. Het eerste wat me daarbij te binnen schiet is: ‘Noem dat boek om te beginnen al niet ‘Vrouwen schrijven niet met hun tieten.’’ En als mannen, die nauwelijks 20 procent van de boekenkopers uitmaken, mij als schrijfster niet interessant vinden, of wegzetten als het zoveelste vrouwelijke debutantje, wat zou het mij dan moeten kunnen schelen dat die mijn boek niet lezen?»

HUMO Ik las ergens dat je mediatraining hebt gekregen. Moeten schrijvers zich daar nu ook al mee inlaten?

Spit «‘Mediatraining’ is in mijn geval overdreven: Theodor Holman heeft me bij wijze van mediatraining één keer geïnterviewd. Ik wilde de autobiografische kant van ‘Het smelt’ afschermen, uit zelfbescherming eigenlijk, maar voor de rest is het nooit in me opgekomen om altijd weer hetzelfde afgesproken verhaaltje te vertellen.»


De Biefstuk gaat voor

HUMO Onder het lezen van ‘Het smelt’ moest ik aan twee films denken: ‘Kids’ van Larry Clark en ‘Gummo’ van Harmony Korine.

Spit «‘Gummo’ ken ik. Ik moet het vooral van de sfeer van films hebben. Ken je de horrorfilm ‘It Follows’ van David Robert Mitchell? En ‘Let the Right One In’ van Tomas Alfredson? Hoe die films in beeld gebracht zijn, zo wil ik schrijven. Als je een boek leest, zou je camerabewegingen moeten voelen.»

HUMO Het kan niet anders of nu is de scenarioschrijfster aan het woord.

Spit «Ongetwijfeld. Zelfs bij het schrijven van een roman vraag ik me vaak af: ‘Waar staat nu de camera?’ Ik ga ook nog wel scenario’s schrijven, maar niet het scenario van ‘Het smelt’.»

HUMO Je hebt de filmrechten van ‘Het smelt’ verkocht aan Menuet, wat in financieel opzicht vast fijn is, maar denk je niet dat de rijkdom van je roman nooit kan blijken uit een film? Dat de verfilming ervan noodgedwongen een enorme verschraling zal zijn? Bovendien lijkt alleen al de casting mij een hels karwei, en misschien zelfs onbegonnen werk in Vlaanderen.

Spit «Daarom zou ik graag willen dat ze andere accenten leggen in de film. Dat ze er zelfs scènes aan toevoegen die de film dienen. Ik laat de producent vrij. Ik heb uiteindelijk niets met die film te maken, vind ik.

»Ik ga ervan uit dat het boek op verschillende niveaus beter zal blijven dan de film, alleen al op het gebied van metaforen, die vooral taal zijn en suggestief. Ik voel ook niet dat ik als schrijver moet concurreren met de film die ze van mijn boek maken. En voor de rest heb ik zo’n warm hart voor film dat ik benieuwd ben hoe mijn romanpersonages er zullen uitzien.»

HUMO Wat was de kiem van ‘Het smelt’?

Spit «De drie jongeren zag ik het eerst voor me: eerst waren het drie jongens, van wie er één extreem vernederd zou worden in een gruwelscène. Het einde van de roman had ik dus ook al voor ogen. Later heb ik van één van die jongens Eva gemaakt, omdat ik me toch beter in een vrouwenrol bleek te kunnen inleven.»

HUMO Kan een schrijver zich een voorkeur voor één van zijn personages permitteren?

Spit «Ik weet niet of een schrijver aan elk personage evenveel aandacht verschuldigd is. Eva en haar jongere zusje Tesje zijn de personages waarbij ik het meest heb gevoeld. De twee jongens, Laurens en Pim, heb ik veel meer uit het niets geboetseerd. Het zijn samenraapsels van verschillende jongens die ik heb gekend. Tesje is dan weer een hommage aan mijn eigen zus. Ook voor de moeder van Laurens, de slagersvrouw, voelde ik grote liefde, maar zij is een minder belangrijk personage.»

HUMO Eva ziet een surrogaatmoeder in haar.

Spit «Ik heb al gemerkt dat zowat iedereen vroeg of laat op zoek gaat naar een andere moeder of vader. Als kind had ik ook altijd een goede band met de ouders van vrienden en vriendinnen. Maar hoe sympathiek en moederlijk de slagersvrouw ook mag zijn, uiteindelijk is ze nog het meest met haar eigen baten en dus met haar zaak bezig. Ook haar liefde is niet onvoorwaardelijk. Zelfs als ze het overlijden van één van de vrienden van haar zoon komt melden, moet ze snel weer aan de kassa gaan staan, want de biefstuk gaat altijd voor.»

HUMO Tesje, het jongste zusje van Eva, is een aandoenlijk personage, maar evengoed is ze soms bijna grotesk. Ze kampt met een dwangneurose en met anorexie. Je zei dat dit personage een hommage aan je eigen jongste zus was.

Spit «Zij had ook last van dwangneuroses. En de scène waarin hoofdluis bestreden wordt met mayonaise is niet verzonnen. De werkelijkheid lijkt vaak ongeloofwaardiger dan fictie.»

HUMO Een prachtige, wrange scène.

Spit «Ik heb dat natuurlijk wranger gemaakt in mijn roman, want mijn ouders geloofden écht dat mayonaise een prima middel tegen hoofdluis was. Met de beste bedoelingen wreven ze het hoofd van mijn zusje dus met mayonaise in voor ze naar bed moest. Zo nu en dan moet ik iets uit de werkelijkheid kunnen opschrijven. Ik ben geen schrijver die iets integraal kan verzinnen.

»Mijn boek speelt zich af in Bovenmeer, een dorp waarin veel mensen Viersel zullen herkennen, waar ik ben opgegroeid. Ik ken dat dorp door en door, en ik beschouw het dan ook als materiaal. Ter voorbereiding van mijn roman ben ik nog ’ns in Viersel gaan wandelen, maar ik vond er niets wat nog niet in mijn hoofd zat. En mijn zusje is ook materiaal. Als kind had ze een dwangneurose, die me nog steeds op het netvlies gebrand staat. Ik wist toen al dat ik daar ooit iets mee zou kunnen doen. Het schuldgevoel dat Eva ten aanzien van Tesje voelt, heb ik ten aanzien van mijn eigen jongste zus gevoeld. Ik kan het makkelijk oproepen, en daarom kan ik er goed over schrijven.»


Mosselen en de dood

HUMO Uit je boek maak ik op dat de donkere kant van de puberteit – de onbehaaglijke overstap van preseksueel naar seksueel – nu niet anders wordt beleefd dan toen ik nog pril was. Sommige dingen veranderen niet. Iedereen zal wel een fase meegemaakt hebben waarin z’n experimentele driftleven niet met z’n geweten spoorde.

Spit «Ik heb al mensen van 80 gehoord die over de algemene sfeer van ‘Het smelt’ zegden: ‘Dit is mijn jeugd.’ Een oudere man heeft me ook gezegd dat hij blij was dat dit boek eindelijk eens de onschuld van de jeugd onderuithaalt. Pubers zijn heel dikwijls pervers, en wie puber was in de jaren 50, was misschien nog erger dan de pubers van vandaag, die naar porno kunnen surfen op het internet en geen last meer hebben van de katholieke kerk en haar taboes.»

'Ik voel me een soort onkruid: ik kan overal groeien'

HUMO In ‘Het smelt’ doen kinderen anders nog wel hun communie.

Spit «Het geloof is er niet veel meer dan een excuusje. Ondertussen wordt lang niet elk kind meer gedoopt in de dorpen, terwijl in mijn kindertijd in Viersel niemand ongedoopt was. En lentefeesten waren toen ook nog not done. Maar toch vind ik dat de kerk nog merkwaardig aanwezig is in zo’n dorp, al was het maar door die klokslag om het halfuur. Een geluid dat je overstemt en controleert. Het zegt: ‘Ik zie u wel.’ En dan heb je ook nog de doodsklok: zelfs al zit je op de wc of ben je mosselen aan het schoonmaken, toch moet je beseffen: ‘Er is iemand gestorven in het dorp.’ ’t Is mooi en weerzinwekkend tegelijk.»

HUMO Voor er iets vreselijks gebeurt, zijn de pubers Eva, Laurens en Pim, de zelfverklaarde drie musketiers, buitengewoon vrij in dat dorp, want ze kunnen het ouderlijke gezag, als dat er al is, ontlopen. Ook dat soort vrijheid herkende ik uit mijn eigen kindertijd en puberteit. Mijn ouders hadden het erg druk, waardoor ik me al heel vroeg een eigen leven kon permitteren.

Spit «Nu ja, het liefst zou Eva de partner in crime van Elisa zijn, een nieuw meisje dat ineens bij haar in de klas zit. Ze voelt dat ze waardeloos is in de ogen van Elisa en dus is ze op die twee jongens aangewezen. Ze voelt zich nooit echt goed bij hen, maar ze heeft gewoon geen andere optie. Maar inderdaad, hun vrijheid is immens, en daar wordt merkwaardig genoeg niet vaak op ingegaan. De meeste lezers hebben het over hun verveling.

»Ik reed vroeger heel vaak met mijn fietsje door het dorp: ik zou wel zien waar ik zou uitkomen. Het bankje bij de kerk? Het tennisplein? En daar trof je dan andere gasten op zomeravonden. Ik wens iedereen zo’n vrije kindertijd toe. Niets is erger voor een kind dan ongeruste, angstige ouders. Door mijn opvoeding heb ik een sterk karakter gekregen – ik voel me een soort onkruid: ik kan overal groeien. We waren met vier kinderen thuis, en allemaal hebben we onze plan leren trekken.»

HUMO Was je een buitenbeentje?

Spit «Dat waren we volgens mij allemaal. En ook wel een beetje eenzelvig. Als ik voor een vervelend onderzoek naar de dokter moet, of als er iets belangrijks in mijn leven gebeurt, dan ben ik het liefst alleen.»

HUMO Eva lijkt haar leven veeleer onbewogen te registreren.

Spit «Ik heb haar mijn innerlijke stem gegeven, en ja: ik registreer ook voortdurend, van jongs af aan al, en ik weet ook niet meer hoe het anders zou moeten. Ik lijk overal een beetje buiten te staan en heb voortdurend het gevoel dat er zich voor mijn ogen een verhaal afspeelt waaruit ik de juiste dingen moet zien te plukken. Ik controleer alles wat ik voel en zie. Als ik huil, maak ik vrijwel simultaan een analyse van mijn huibui: ‘Waarom huil ik nu precies?’»

HUMO ‘Het smelt’ is behalve hard ook pakkend. Kun je jezelf ontroeren, of doen huiveren, met wat je schrijft?

Spit «Neen. Ik heb geen traan gelaten toen ik ‘Het smelt’ aan het schrijven was. Dat ik me allerlei vreselijks zo plastisch mogelijk moet voorstellen om het te kúnnen opschrijven, brengt weinig bij me teweeg. Ik kan met het grootste gemak naar een openhartoperatie op de televisie kijken terwijl ik balletjes in tomatensaus aan het eten ben. Ik was me er zelfs niet van bewust dat sommige dingen die ik in ‘Het smelt’ beschreven heb, zo erg waren. Toen ik klaar was, dacht ik: ‘’t Is niet erg genoeg.’ Terwijl mijn uitgever toen al vond dat ik te ver ging: ‘Dit kunnen we niet uitgeven.’ Hij vond eerst dat de gruwel van de sleutelscène aan het eind van de roman het hele verhaal overschaduwde. Ik ben er ondertussen al wel achter dat lezers juist niet teleurgesteld zijn door de hardheid van mijn roman. Zij kunnen nog van de gruwel in mijn boek wegkijken, maar als schrijver wil ik dat net niet. Iets gruwelijks als een verkrachting kun je maar beter zo klinisch en zo afstandelijk mogelijk beschrijven om maximaal effect te hebben.»

HUMO Laatst zei A.F.Th. van der Heijden op de televisie dat hij aan een boek over een psychopaat werkt. Hij voegde eraan toe: ‘Ik kan niet ontkennen dat ik die psychopaat een beetje word.’ Zou dat het gewone gefabuleer van een schrijver zijn?

Spit «Ik kan me er wel iets bij voorstellen, maar ik ben niet van het principe dat je alles wat je schrijft, ook zoveel mogelijk moet beleven. Nu ja, als je over drugsgebruik schrijft, kun je maar beter drugs gebruiken, maar precies om dat niet te hoeven doen, schrijf ik er ook niet over.»

HUMO Ik kan me vergissen, maar ik denk dat alle thema’s die je nog wil behandelen in andere romans, al in ‘Het smelt’ zitten.

Spit «Dat denk ik ook, want ‘Het smelt’ is een opeenstapeling van alles wat ik interessant vind, alles waar ik voor sta. ’t Is best mogelijk dat elk nieuw boek een uitgewerkt facet van mijn debuut zal zijn. En de kern van mijn oeuvre zal wel melancholie zijn.»

HUMO Elke inhoud heeft vorm nodig. Je kunt meeslepend, erg plastisch en met oog voor tekenende details schrijven, zodat ik het zonde vond dat er manke taal in je proza is gelopen.

Spit «Zoals?»

HUMO ‘Ik was mezelf’ hoort, als je bedoelt dat je een bad neemt, ‘ik was me’ te zijn. ‘We zaten vaak te wachten tot de beurt aan ons was’ moet volgens mij ‘we zaten vaak onze beurt af te wachten’ zijn. ‘Mijn maag knijpt zich samen’ was beter ‘trekt zich samen’ of ‘krimpt ineen’ geweest, en met ‘de kip stuift recht’ zul je wel ‘de kip stuift op’ bedoeld hebben. Je schrijft ‘overnacht’ als je ‘van de ene dag op de andere’ of ‘zomaar ineens’ bedoelt: dat is me dunkt een anglicisme. Nu ja, ik maak me sterk dat die onvolkomenheden de meeste van je lezers geen hol kunnen schelen, maar ik vind ze niettemin jammer.

Spit «Goed dat ik dat weet. Ik zit bij een Nederlandse uitgeverij en mijn boek is erg Vlaams. Misschien wringt daar het schoentje.»

'Ik denk dat ik gelukkig ben, al was het maar omdat ik nooit levensmoe ben.'

HUMO Ja, misschien denkt een Nederlandse eindredacteur dat slecht Nederlands vanzelf goed Vlaams is.

Spit «Dat zou best kunnen. Maar wat ‘ik was mezelf’ betreft: zo zeg ik het altijd. Is dat erg? Als ik het altijd zo zeg, waarom mag ik het dan niet opschrijven? Ik zeg altijd een ‘schel’ paté, en dat schrijf ik dan ook. Als ik mijn proza hardop lees, dan klinkt het juist, omdat het mijn idioom is.»

HUMO Heb je een idee van wat een belangrijk kenmerk van jouw generatie zou kunnen zijn?

Spit «Een sterk ontwikkeld zelfbewustzijn. Dat betekent dat we heel erg met onszelf bezig zijn en dat we ons heel erg bewust zijn van hoe we in de wereld staan, alsof er aldoor een camera op ons is gericht. Ik weet niet of dat goed is, maar ’t maakt ons wel streng voor onszelf. Waardoor we onszelf ook makkelijk ter discussie stellen.»

HUMO Het lijkt je, wat bijvoorbeeld erkenning betreft, mee te zitten in deze nog jeugdige fase van je leven. Ben je dan ook gelukkig?

Spit (aarzelt) «Ja, maar soms vraag ik me af hoe ik kan weten hoe ‘gelukkig’ écht voelt. Wie weet ben ik naar andermans normen ongelukkig, en besef ik dat niet omdat ik nooit iets anders heb gekend dan wat ik nu voel. Ik lijk de jongste tijd wel meevallers te hebben, maar dat is oppervlakkig geluk, hè? Ach, ik denk wel dat ik gelukkig ben, al was het maar omdat ik nooit levensmoe ben. Melancholisch, doch gelukkig: laten we het daar maar op houden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234