40 jaar na de maanlanding: Buzz Aldrin

Op 21 juli 1969, twintig minuten na Neil Armstrong, zette ook Edwin Eugene Aldrin Jr. ('Buzz' voor de vrienden) voet op het maanoppervlak. Aldrin was vanaf dat moment veroordeeld tot een bestaan als de eeuwige tweede, de Poulidor van de ruimtevaart, de man wiens naam géén belletje doet rinkelen. Misschien is dat de reden waarom hij na zijn terugkeer zo verdwaalde in het leven: drie keer getrouwd, verslaafd geraakt aan alcohol, in een klinische depressie gesukkeld.

Aldrin vond redding in zijn geloof, en ontpopte zich vervolgens tot een éénmanspromotiemachine voor de NASA. Terwijl Armstrong dezer dagen een kluizenaarsbestaan leidt, staat Aldrin nog altijd graag in de belangstelling. Naar aanleiding van de veertigste verjaardag van de maanlanding heeft hij ook een boek geschreven: 'Magnificent Desolation', waaruit u in Humo 3593 exclusief een voorpublicatie kunt lezen.

Lees een passage:

Woensdag 16 juli 1969, 6 u 's ochtends. Countdown: T minus drie uur, dertig minuten tot liftoff. Heldere lucht boven Florida.

Honderdvijftig meter boven de grond, op Lanceringsplatform 39-A van het Kennedy Space Center, stond ik op de ijzeren roosters van één van de torenhoge stellingen die Appollo 15 overeind hielden. Een paar meter verder stond de reusachtige Saturn V-raket, volgetankt met meer dan tweeduizend ton vloeibare zuurstof en waterstof. Door de supergekoelde zuurstof in de tanks hadden zich op de buitenkant van de tanks grote ijsblokken gevormd, die nu aan het afbrokkelen waren.

Voor dag en dauw had ik met mijn teamgenoten Neil Armstrong en Michael Collins een vroeg ontbijt gekregen: steak met eieren, een astronautentraditie. Daarna waren we met de hulp van enkele NASA-technici in onze drukpakken, helmen, handschoenen en laarzen gehesen.

Als alles volgens plan verliep zou deze raket binnen minder dan drie en een half uur een gigantische vuurbal uitbraken en trillend en majestueus hemelwaarts stijgen: de eerste Amerikaanse poging om mensen op de maan te laten landen.

De zon was nog niet op. Ik keek door het heldere glas van mijn helm. Het enige geluid kwam van mijn ventilatiesysteem. Langs de kustlijn zag ik de stranden van Cape Canaveral, waar zich in de loop van de nacht meer dan een miljoen mensen hadden verzameld. Ze kwamen aangereden in wagens, pickups, motorfietsen, campers en motorhomes, geduldig aanschuivend in tergend trage files, op zoek naar een plekje met een perfect uitzicht op de lancering. Duizenden bootjes lagen voor anker in de Indian en Banana-rivier vlakbij de Cape. Zonder een goeie verrekijker zouden de meeste toeschouwers moeite hebben om mij te zien, maar ik kon zien met hoeveel ze waren aan de flakkerende kampvuurtjes.

Instinctief tastte ik naar een zakje in mijn ruimtepak waarin een insigne zat, een aandenken aan de mannen die waren omgekomen in Apollo I.

Een kwartier lang stond ik op het plaftorm, genietend van een moment rust en eenzaamheid terwijl ik in gedachten onze nakende reis overliep. We hadden er vertrouwen in. We waren zestig procent zeker dat we op de maan zouden kunnen landen - het stuk van de missie dat nooit was ingeoefend - en we waren zelfs negentig procent zeker dat we dit avontuur zouden overleven. Maar garanties bestaan niet in ruimtevaart. Zelfs met alle voorbereidingen konden er duizenden dingen mislopen. Als astronauten waren we getraind om die risico's te aanvaarden. Zelfs het risico dat we niet zouden terugkeren.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234