50 jaar later: terug naar Woodstock


Vijftig jaar geleden vond nabij Woodstock, een negorij in de Amerikaanse staat New York, het beroemdste rockfestival aller tijden plaats. Woodstock, dat was drie dagen peace, love en onwaarschijnlijk veel fantastische music: Jimi Hendrix, Janis Joplin, Joe Cocker, Creedence Clearwater Revival, The Who, Santana, Crosby, Stills, Nash & Young, eigenlijk zo’n beetje iedereen die er anno 1969 toe deed minus Bob Dylan (die toen nochtans – feit! – in Woodstock woonde). Wij gingen terug naar de plek waar het allemaal begon. Fasten your teensletsen!

‘Ik ben hier dertig jaar geleden aangekomen,’ zegt Ricochet, een slonzig oud mannetje dat in het centrum van Woodstock op een klapstoeltje zit te genieten van de zon. In zijn lange baard zitten paarse verfvlekken. Ricochet kwam dus dertig jaar te laat voor het legendarische muziekfestival waar dit pittoreske dorpje honderdvijftig kilometer ten noorden van New York zijn mythische reputatie aan te danken heeft, maar hij praat erover alsof hij het zelf heeft bedacht.

Ricochet «De tegencultuur die hier een gezicht kreeg, was de grootste bedreiging die de Amerikaanse regering in de jaren zestig heeft gekend. De overheid zat met een ei. Gouverneur Rockefeller van de staat New York heeft overwogen om het festival te laten uitroepen tot nationale ramp. Hij wilde helikopters sturen en het festivalterrein laten ontruimen door het leger! Hij heeft het uiteindelijk niet gedaan omdat hij vreesde dat de pleuris zou uitbreken.»

Woodstock wordt nog steeds gezien als het mekka van de Amerikaanse tegencultuur uit de jaren zestig, maar eigenlijk verdient het dorp die faam niet. Toen de drieduizend inwoners in de lente van 1969 vernamen dat een paar jonge gasten in hun gemeente een muziekfestival wilden organiseren voor tweehonderdduizend mensen, ging de meerderheid dwarsliggen. Tweehonderdduizend! Dat was onvoorstelbaar, bedreigend ook.

Ricochet «Michael Lang, drijvende kracht achter het festival, kreeg van de gemeentesecretaris te horen dat hij hier niet welkom was. Lang had al grote groepen gecontracteerd. Ook de datum lag al vast: 15, 16 en 17 augustus. Nu moest er inderhaast een andere plek worden gevonden. Uiteindelijk zijn ze in Bethel terechtgekomen, vijfenzestig kilometer hiervandaan. Daar heeft Lang toen een melkboer ontmoet, Max Yasgur, die bereid was om het festival op zijn grond te laten doorgaan. Yasgur is de ware held van Woodstock: zonder hem was er nooit een festival geweest.»

Al vond Woodstock dus niet in Woodstock plaats, Lang besloot de naam die hij voor het festival had bedacht toch te behouden: ‘An Aquarian Exposition: The Woodstock Music and Art Fair’. Daar mag het dorp hem tot vandaag dankbaar voor zijn. Uit de toeristische winkeltjes in Tinker Street, de hoofdstraat waar ik met Ricochet zit te praten, puilt nostalgie. Nergens ter wereld vind je zoveel kartonnen Bob Dylans, kitscherige portretten van Jimi Hendrix, psychedelisch gekleurde T-shirts, lieve handdoeken met vredeswensen. ‘Hippies Always Welcome’ lees ik op een bordje in een winkelraam. Elders: ‘Hippie Parking Only. All Others Will Be Stoned.’

Het hele dorp teert op de herinnering aan een festival dat hier nooit heeft plaatsgehad. Het is een bekende boutade: wie zich de jaren zestig herinnert, heeft ze niet meegemaakt. Misschien heeft het daarom veertig jaar geduurd voor Michael Lang zijn memoires kon schrijven. In het onlangs verschenen ‘The Road to Woodstock’ doet hij zeer gedetailleerd verslag van het hele festival, het verzet van de overheid en de lokale bevolking, de drugs, de financiële kater. Het is een boek zonder literaire pretentie, maar heel informatief en af en toe niet ongeestig.

Als de organisatoren op 20 juli 1969 even hun voorbereidingswerken onderbreken om op televisie naar de maanwandeling van Neil Armstrong te kijken, noteert Lang: ‘The irony! America was putting a man on the moon, and we were just trying to land on earth.’ Bij Lang las ik ook dat Woodstock eigenlijk altijd al een beetje een schuilplaats was voor esthetisch gevoelige mensen van stand. Zo bestaat hier al sinds 1903 de Byrdcliffe Arts Colony, een afgelegen broedplek voor muzikanten, schrijvers, schilders. Albert Grossman, Dylans manager, richtte hier de Bearsville Studio op, één van de belangrijkste opnamestudio’s uit de Amerikaanse popgeschiedenis. Het lijstje muzikanten dat hier platen heeft opgenomen is bepaald indrukwekkend: van de Stones tot REM, van Foreigner en Bonnie Raitt tot Patti Smith, Van Morrison, Jeff Buckley en Phish.

Blank getto

‘Na 1969 zijn een boel mensen in Woodstock blijven hangen,’ vertelt Tamara Cooper. Tamara is programmadirecteur van de Family of Woodstock, een welzijnsorganisatie die uit het festival is voortgekomen. ‘

Cooper «De verhouding tussen de festivalbezoekers en de mensen uit het dorp was erg gespannen. Een vrouw, haar naam ben ik vergeten, is toen gaan bemiddelen. Ze hielp de gestrande hippies in hun conflicten met politie en buurtbewoners, en ze richtte de Soft Landing Machine op, een hulpgroep voor mensen die bad trips hadden meegemaakt. Uit haar pionierswerk is de Family gegroeid.

»Wij organiseren in het hele district hulpprogramma’s voor armlastige mensen. Woodstock is de laatste twintig jaar heel duur geworden: welgestelde Newyorkers kopen alles op. Betaalbare huisvesting is een gigantisch probleem. De scholen worden kleiner omdat er steeds minder kinderen zijn. Jongeren trekken weg omdat ze hier geen baan meer vinden. Je kunt in de huizen of de tuinen van rijke weekenders gaan werken, maar dat is seizoensarbeid.

»De achtergebleven hippies zijn noodgedwongen nomaden geworden. In de winter trekken ze weg, in de zomer leven ze hier in de bossen aan de rand van het dorp, vaak zonder middelen van bestaan. Bij ons kunnen ze kleren en voedsel krijgen.

»We hebben tweehonderd betaalde werknemers in dienst, maar we werken ook met een heleboel vrijwilligers. President Obama heeft de Amerikanen opgeroepen om weer meer vrijwilligerswerk te doen, en de laatste maanden hebben zich voor onze trainingsprogramma’s meer vrijwilligers ingeschreven dan ooit tevoren.»

HUMO Als je de documentaire over het Woodstockfestival terugziet, was de hippiecultuur uit de jaren zestig vrijwel uitsluitend blank. En ook vandaag lijkt Woodstock nog sterk op een blank getto.

Tamara (glimlacht) «De tegencultuur wâs een blanke cultuur. Altijd geweest. Je hebt hier een beetje hispanics en een kleine maar groeiende Tibetaanse gemeenschap, maar de overgrote meerderheid is blank en welgesteld, ja. De klassentegenstellingen zijn scherp. Dit is een gemeente van rijken en van arme nostalgici. En die mensen helpen wij.’»

Moddermirakel

Day Yusko is één van de laatste hippies die nog in Woodstock wonen. In een zijstraat van Tinker Street drijft hij een bescheiden winkeltje dat geverfde stoffen en ‘the best drums in the world’ verkoopt. Ik vind hem in het kleine achterhuis. Grijs haar, grijze baard. Life is Full of Important Choices, verkondigt zijn zwarte Tshirt. Hij ontvangt me hartelijk in een smoezelige zitkamer. Op het lage houten tafeltje ligt een pakje Marlboro, maar de kamer ruikt naar andere rookwaren. Day is ooit uit de East Village in New York hierheen gekomen. Hij was een jong en succesvol zakenman.

Yusko «Maar toen raakte God me aan, en heb ik alles opgegeven om me in te zetten voor de armen.

»Het festival van Woodstock is gegroeid uit de Soundouts van 1967 en 1968. Soundouts waren kleine, gezellige muziekfestivals, georganiseerd door een fantastische vrouw, Pan Copeland, een activiste die hier in de buurt een boerderij bezat. Er traden lokale bandjes op, mensen brachten hun kinderen en hun tenten mee en kampeerden in de wei. Elke zaterdag was het feest. Daar heeft Michael Lang zijn idee om een groot festival te organiseren vandaan gehaald.

»Tussen 1965 en 1969 was dit dorp echt van de hippies. Uit de hele wereld kwamen ze hierheen. Alle winkels in Woodstock waren in handen van wel vierhonderd hippies. We hadden onze eigen boerderij in Phoenicia, hier wat verderop. Overal bloeiden communes.

»Het festival was de geboortegrond van de tegencultuur. Daar hebben we beseft hoe volslagen vervreemd ons leven tot dan toe was geweest. Een openbaring! De muziek was bijkomstig. Eigenlijk ging het op Woodstock helemaal niet om de muziek, het ging om ons. Om elkaar, om de camaraderie. Zelfs de weg ernaartoe was een groot feest. Overal zag je mensen in een roes, dansend en zingend. Het was zo druk dat ik de laatste vijftien kilometer te voet heb afgelegd. Tijdens het festival drong ineens tot ons door: wij zijn het publiek niet, wij zijn de act! Wat ons daar toen is overkomen... Weet je hoe wij dat noemen? Het mirakel in de modder. Want dat was het: een mirakel in de modder.»

Vandaag is Day één van de drijvende krachten achter de Rainbow Family of Living Light (www.welcomehere.org), in zijn eigen woorden ‘de grootste non-organisatie ter wereld’. Een wat wazige vereniging ter bevordering van de wereldvrede, die jaarlijks een grote bijeenkomst organiseert in één of ander woud in Amerika. Daar trachten de broeders en zusters in zogenaamde drum circles de wereldvrede te bevorderen. Trommelen voor een betere wereld.

Yusko «Tijdens die bijeenkomsten leven we zeven dagen in een bos, zonder rock’nroll, zonder elektriciteit, zonder gsm’s. In Woodstock zelf kan dat allemaal niet meer. De yuppies hebben het dorp ingepalmd. Ik voel me zo’n beetje de laatste der Mohikanen.»

Keurig gazon

Financieel was Woodstock een gigantische flop. Dat kwam onder meer omdat het hek rond de festivalweide niet op tijd klaar was, zodat duizenden bezoekers gratis naar binnen konden. Het hekprobleem is intussen verholpen, merk ik wanneer ik na anderhalf uur autorijden bij de heilige grond in Bethel arriveer. Het hele domein is keurig omheind. Het grasveld is perfect onderhouden. Op het hoogst gelegen deel van de festivalweide is een soort cultureel centrum neergepoot, het Bethel Woods Center for the Arts. Maar het grootste deel van de festivalweide is niets meer dan een saai, proper grasveld. Het lijkt wel een golfterrein. Het mirakel is in de modder verzwolgen. Bij een poortje in de afrastering staat een bord dat leest als het grafschrift van de tegencultuur die hier ooit heeft gebloeid: ‘Bethel Woods is a smoke-free environment. No public intoxication. No loud music.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234