null Beeld

50 jaar na mei '68 (1): Vlaamse studenten over hun avontuur in Parijs

In mei ’68 trok een klein aantal Vlaamse studenten naar Parijs, waar het studentenprotest volop woedde. Drie van hen doen hun verhaal. Het is méér dan het relaas van die dagen. Hun woorden maken de tijdgeest van toen weer tastbaar. Door de ogen van die twintigjarigen zie je de opgebroken straten, maar nog meer kijk je in hun hart. Daar heersten de geestdrift en de lichte overmoed dat hun massale protest een veel grotere weg had opengebroken: ‘Het was duidelijk dat we op een kantelmoment in de geschiedenis stonden.’

'Wij waren ervan overtuigd dat de wereld kon veranderen'

Chris Verstraete was 22 en zat in zijn tweede jaar Politieke en Sociale Wetenschappen. Hij zat op kot boven de fakbar (de faculteitsbar) van studentenvereniging Politika in de Tiensestraat in Leuven. Op een avond midden mei kwam Patrick Vanden Berghe aanwaaien in dat café met democratische prijzen.

Chris Verstraete «Patrick was een Antwerpenaar die in mijn jaar zat. Hij had een auto, wat een zeldzame luxe was, zeker voor een pol en soccer. Hij riep: ‘Wie heeft goesting om mee te rijden naar Parijs!?’ Geen half uur later zaten we met z’n vieren in zijn Volkswagen Kever.»

Die felrode Kever had Vanden Berghe in 1966 van z’n ouders cadeau gekregen toen hij... tot priester werd gewijd. Een priestertijd die slechts een jaar duurde, in 1967 nam hij kerkelijk ontslag en ging hij opnieuw studeren. Naast bestuurder Patrick reisde ook z’n jongere broer Francis mee, die filosofie studeerde. Achterin zaten twee West-Vlaamse pol en soccers: Michiel Vandenbussche, de praeses van Politika, en Chris Verstraete.

Verstraete «Dat vertrek naar Parijs was zo’n ingeving als om middernacht zeggen: ‘Mannen, ik heb honger en ik weet een goeie frituur zijn in Brussel, wie rijdt mee!?’ Dertig kilometer rijden voor een pak friet, dat doe je voor de lol. Naar Parijs rijden was ook impulsief, maar minder voor de lol.»

PATRICK Vanden Berghe «Wij wilden naar Parijs, want daar bougéérde het, daar was de vrijheid. Ik was tegen die maatschappij met haar vastgeroeste regels. Je ouders en familie met hun strikte patronen over opvoeding, de leerkrachten op school met hun rigide reglementen, dat was allemaal zo star. En ineens was daar Parijs: daar was zelfs geen scheiding meer tussen de klassen, daar kwamen arbeiders en studenten samen op straat.»

Verstraete «Wij keken op naar Parijs. Parijs lééfde bij ons. Kranten, radio en tv hadden het erover en je had ook Paul Goossens en Ludo Martens horen vertellen over die grote betogingen, de volksvergaderingen en de confrontaties met de politie. In Parijs stond het te gebeuren, dáár was het summum van de studentenprotesten.»

Vanden Berghe «Op de landkaart hebben we rap de reisweg bekeken en op een plannetje van Parijs hebben we de Sorbonne aangekruist. Die universiteit was door de studenten bezet, daar werden non-stop debatten gehouden, daar móésten we naartoe.»

Rond dezelfde tijd vertrekt de 20-jarige Antwerpenaar Leo D’hondt in z’n eentje met de trein. Een rechtenstudent in een onopvallende trui en conventionele broek en ‘met een valiesje in de hand.’ D’hondt zat in zijn derde jaar en was één van de bepalende figuren binnen de Studenten Vakbeweging SVB, samen met Paul Goossens, Ludo Martens, Herwig Lerouge en Walter De Bock. D’hondt was een man met een missie.

Leo D’hondt «Bij de SVB hadden ze al bijna een jaar contacten met de studentenvakbonden in Berlijn, Rome en Parijs. Er was geen internet, alles ging toen nog per brief. En om die contacten hechter te maken, reisde je ter plaatse. Dat was een opdracht van de SVB: ga de kameraden in Parijs vertellen hoe wij het in Leuven hebben aangepakt, en breng zelf ook verslag uit van wat je ginder ziet. Zorg ook voor stof tot studie en nadenken, breng genoeg boeken mee.

»Ik las stapels boeken over economie, filosofie en marxisme. Je wilde beslagen zijn, je wilde proffen, journalisten en tegenstrevers gedegen te woord kunnen staan. Ik was dus geen revolutietoerist die tuk was op rellen, ik ging daar werkelijk om te léren. Paul Goossens en Walter De Bock (later onderzoeksjournalist bij De Morgen, red.) waren me daarin voorgegaan.»


Boudewijn en Fabiola

Verstraete «Je zou ons wél revolutietoeristen kunnen noemen omdat wij eerder gedreven werden door nieuwsgierigheid. Wij waren geen harde ideologen, geen communisten of marxisten van de harde lijn. Wij waren anarchisten die aanleunden bij de Amsterdamse provo’s (‘provocerende’ jongeren die het gezag uitdaagden, red.). Wij lazen de anarchistische klassiekers Bakoenin, Guérin en Constandse, maar evengoed andere politieke filosofen, en ook Marx. Die staat hier na vijftig jaar met ‘Het Kapitaal’ nog altijd op een schap, maar veel heb ik er niet van gelezen! (lacht)

»In Leuven heerste een opstandige geest en alles wat opstandig was, leek ons aantrekkelijk. Om u de sfeer te schetsen, op een avond komt Walter De Bock ons zeggen: ‘In geen enkele Leuvense boekhandel is nog een exemplaar van ‘Het Kapitaal’ te vinden.’ Hij bedoelde: alle exemplaren in de boekwinkels zijn door onze kameraden gestolen!»

HUMO Het zogenaamde ‘proletarisch winkelen’.

Verstraete «Ha, u kent de terminologie! (lacht) Zo was dat toen: elke dag was een dag van opstandigheid. En Parijs was daarvan een avontuurlijk verlengstuk.»

D’hondt «De opstandigheid zat er al maanden in. Wij zagen de universiteit als een plaats waar je vrij moest kunnen denken en spreken. Dus welke koppen sneuvelden als eerste in Leuven? De staatsieportretten van Boudewijn en Fabiola en het traditionele kruisbeeld! Die werden onder gejouw van de aulamuren gehaald, die autoriteiten hadden we niet meer nodig (lacht).

»Proffen die vanuit een ivoren toren lesgaven, dat moest ook gedaan zijn. Hun onderricht moest kritisch zijn en in dialoog met de studenten. Er waren dus veel lessen waarin je overhoop lag met de prof als hij ex cathedra wilde lesgeven. Het vak Kerkelijk Recht was verplicht in álle richtingen en werd nog gegeven door een monseigneur, een aartsconservatief, en natuurlijk werd die gecontesteerd. Zo’n vent werd onder vuur genomen, en als hij geen discussie wilde, kwam er systematisch boegeroep. Die herrie kon in elke les de kop opsteken. Wij van de Rechten, wij wilden ook alles wat klassenjustitie was tot op de grond afbreken. Dus ja, álle proffen werden bedolven onder kritische vragen.»


Gebalde vuist

In die geest van opstandigheid werd koers gezet naar Parijs. Chris Verstraete herinnert zich de hoogspanning onderweg.

Verstraete «We raakten alsmaar meer opgewonden. We dachten: ze gaan ons in Parijs toch niet tegenhouden met die Belgische nummerplaat? Wat dan!? Het was ook een spanning vol verwachting: wat gaan we daar zien en meemaken!? Je had natuurlijk die foto’s voor ogen van studentenleider Daniel Cohn-Bendit die met een megafoon bovenop de barricade staat te speechen: dat had iets heldhaftigs. En wij waren daarnaar onderweg!»

Vanden Berghe «Die trip zelf leek ons al memorabel: wíé zal later kunnen zeggen dat hij dit ook heeft gedaan!? Wij rekenden ons bij de gelukkigen. We waren al euforisch nog voor we in Parijs waren.»

Leo D’hondt kwam overdag aan in een volle Sorbonne waar de grote aula en de kleinere lokalen én trapzalen bezet waren met discussiërende studenten.

D’hondt «Die geestdrift, die sfeer van algehele opwinding, die was overweldigend. En ook: ‘Louvain’ was een begrip. Als ze op de Sorbonne of op straat aan mij vroegen waar ik vandaan kwam, dan zei ik fier ‘van Leuven!’ en ik stak een gebalde vuist omhoog. Ze gingen bijna spontaan applaudisseren, zoveel sympathie was er. De studenten in Parijs zagen Leuven ook niet als een taalstrijd tegen de Walen, maar als een emanciperend conflict, tegen die katholieke bisschoppen die de plak zwaaiden.»

D’hondt brengt verslag uit bij de Franse studentenvakbond UNEF: hoe het Leuvense conflict is opgebouwd; hoe een kleine ‘voorhoede’ van de SVB de zaak ‘piloteerde’; hoe men met de brede studentenmassa communiceerde en welke contacten ze hadden met de arbeiderswereld. Nadat het UNEF zijn werkwijze heeft toegelicht, krijgt D’hondt een bed op een mansarde. Chris Verstraete en zijn maten komen midden in de nacht aan.

Verstraete «Wij wilden per se naar de bezette Sorbonne, maar die bleek omsingeld door de oproerpolitie. We trokken dan naar het Théâtre de l’Odéon, waar ook continu debatten werden gehouden.»

D’hondt «De grootste aula in de Sorbonne kon nooit alle volk bevatten dat binnen wilde en zo is men al vroeg uitgeweken naar het Théâtre de l’Odéon, dat werd ook bezet. Daar waren 1.200 zitplaatsen.»

undefined

null Beeld

undefined

'De Sorbonne was het epicentrum van het Parijse studentenprotest: 'De scherpe geur van traangas hing overal en het leek alsof het hele Quartier Latin was opgebroken.''

Verstraete «De Odéon, dat was waar Jean-Paul Sartre en Herbert Marcuse hadden gesproken, dat was op dat moment een wereldberoemde plek, het centrum waar wereldgeschiedenis werd geschreven. En zo zijn we daar ook binnengegaan, als in het heilige-der-heiligen. Dat was de romantiek van die dagen, dat idolate van: ‘Wij mogen dit vanop de eerste rij meemaken.’

»Om half één ’s nachts zat daar ook werkelijk driekwart van die pluche zetels nog vol met studenten. Welke discussie aan de microfoon gevoerd werd, weet ik niet meer. Maar die zaal zinderde, er hing een revolutionaire geestdrift.»


Preken verboden

D’hondt «In de debatten en volksvergaderingen discussieerde men over alles, want álles moest veranderen. Het gezag moest afgebroken worden en bij alles moest er inspraak zijn.

»Die debatten gingen van kritiek op de kapitalistische economie tot het vrijere denken over huwelijk en relaties. Maar evengoed namen die Franse studenten de werkomstandigheden van de schoonmakers in de unief onder de loep. Af en toe kwamen er ook arbeiders aan het woord. Die werden natuurlijk luidruchtig verwelkomd.

»Er werd niet alleen in de unief vergaderd, maar ook op straten en pleinen. Mensen stonden in kringen rond een spreker, en op de overvolle pleinen kropen ze in de lantaarns om beter te kunnen luisteren.»

HUMO Naar verluidt waren die debatten doodserieus, konden ze vaak ellendig lang duren en gingen ze soms over de meest waanzinnige onderwerpen.

Verstraete «Parijs was doodserieus. Absoluut niet om te lachen. Wij wilden de maatschappij óók veranderen, maar meer in de stijl van de provo’s: anarchistisch, maar met veel plaats voor fantasie. In Parijs was het menens, daar zaten ze te bouwen en te hameren op de ideologische funderingen.»

D’hondt «In Leuven waren die volksvergaderingen strak georganiseerd, met één of twee sprekers. Preken of lange monologen werden kordaat afgebroken, en er was humor genoeg. Parijs was niet alleen bloedserieus, het was ook veel chaotischer. Na een beroemde auteur als Sartre kon één of andere mafketel de microfoon krijgen voor zijn persoonlijke verbeter-de-wereld-theorie. Dat moest allemaal kunnen. Je zag ook hoe die Fransen zich konden verliezen in dat discussiëren, dat werden kemphanen die van geen wijken wilden weten.»

HUMO Hét grote motto van al die vergaderingen was: ‘Wij willen een andere wereld.’

D’hondt «Ja, wij wilden een rechtvaardige wereld zonder uitbuiting. Die uitbuiting zagen we bij de arme mensen op straat en bij de arme landen in de wereld.

»Er moest gebroken worden met dat verleden en met de machtsbolwerken ervan. Met alle kastes die er waren: de politici, de rechters en magistraten, de bazen en de rijken, de proffen en de wetenschappers, de militairen en de oorlogvoerders, de geneesheren en hun privileges. Wij wilden die kastes afschaffen, hun de macht ontnemen. Wat er in de plaats moest komen, dat zouden we wel nog zien. Als het oude maar afgeschaft was, dan waren we al op de goeie weg (lacht).»

HUMO Jullie waren ook heftig tegen de consumptiemaatschappij.

D’hondt «De jaren ’60 waren jaren van groei, de economie draaide geweldig en er was een uitgesproken materialisme. Als studenten verwierpen wij dat model. Wij wilden niet studeren om dan een radertje te worden in een economie die de mensen behandelde als consumptievee. Wij weigerden die tredmolen.

»Dat klinkt zwaar, maar toch verliepen die debatten in een geestdrift die aanstekelijk werkte. De geest was uit de fles en niets leek ons te kunnen tegenhouden.»

Verstraete «Die revolutionaire taal en opstandige sfeer veroorzaakten in mijn binnenste wel een vage schrik: stel dat de revolutie hier écht uitbreekt, waar gaat dat dan naartoe? Wat moet er dan van die maatschappij worden? Dat kon niemand zeggen.»

De vele discussies aan de Sorbonne en in het Odéon gingen ’s nachts door. Ook wie op café of naar een bistro ging, bleef palaveren, want de horeca bleef dag en nacht open in de studentenwijk.

D’hondt «Af en toe kwamen straatmuzikanten langs met hun chansons op de harmonica. Tussendoor werd al eens de ‘Marseillaise’ of de ‘Internationale’ ingezet, én meegezongen!»

HUMO Jullie stonden dan recht?

D’hondt «Niet overdrijven, hé. We záten op café! Maar die sfeer was feestelijk. Ken je ‘Le grand soir’? Dat is de poëtische term voor de feestelijke verbroedering, de roes van het winnen van een hard bevochten sociale en politieke strijd. Die feestjes op café waren een voorafname, wij leefden al in de verwachting van de finale overwinning.»

Werd de bistro verlaten, dan ging de nacht nog door in de slaapzalen van de meisjesstudenten. Zoals Leuven had Parijs ook aparte ‘peda’s’ – studentenlogies – voor meisjes en jongens. Een opdeling die plots verleden tijd was.

D’hondt «Je zag hoe meisjesstudenten zomaar jongens uitnodigden in hun slaapzaal, wat uiteraard compleet verboden was. Maar ineens was er die vrijheid. En dan zat je in die dortoirs, met een gitaar en wat flessen goedkope wijn. En natuurlijk werd er in bed geduikeld. Dat hoorde bij zo’n revolte (lacht). En wie het ‘revolutionair’ goed kon uitleggen, die had nog het meeste succes!»

Verstraete, Vanden Berghe en de twee anderen waren moe en wilden enkele uren slapen. Ze kropen naar de bovenste rijen van het balkon van theater Odéon – ‘het uilenkot’ – en strekten zich daar uit op de zetels.

Vanden Berghe «Maar ik denk dat niemand van ons heeft kunnen slapen van de opwinding en de euforie.»


gooien met kasseien

De mei-revolte in Parijs broeide al sinds maart ’68, toen studenten van de campus Nanterre een uniefgebouw bezetten om de vrijlating van enkele anti-Vietnambetogers te eisen. Daarop besliste de decaan om alle lessen op te schorten. Die aanpak zette nog meer betogingen en protesten in gang, die begin mei uitmondden in de bezetting van de Sorbonne. Het protest breidde zich uit naar alle grote steden in Frankrijk, met bijna dagelijks massabetogingen in Parijs, en een gewelddadige escalatie in de nacht van 10 op 11 mei. In de dagen na 13 mei begonnen tien miljoen Fransen – twee derde van de actieve bevolking – een algemene staking tegen president Charles de Gaulle en zijn regering die twee weken zou duren. Parijs had geen benzine meer, het openbare vervoer lag plat en het vuilnis werd niet meer opgehaald. Leo D’hondt zag zijn deel van die acties.

D’hondt «Toen ik er aankwam, waren al heel veel straten in het Quartier Latin met de koevoet opgebroken. In Leuven hebben we kleine burgerstraten opgebroken, in Parijs waren het hele boulevards. De kasseistenen werden gestapeld tot barricades en zo’n stenen wal stopte niet aan het voetpad, die liep tot tegen de gevels van de huizen.

»Die barricades werden nog opgevuld met vuilnisbakken, ijzeren roosters van de bomen en uitgebrande autowrakken. Dat was een work in progress, je kon dag en nacht helpen bouwen. Die verdedigingswallen waren nodig om de betogingen in de studentenwijk te beschermen tegen raids van de oproerpolitie, met hun combi’s of waterkanonnen.»

undefined

'Welke discussie aan de microfoon gevoerd werd, weet ik niet meer. Maar die zaal zinderde, er hing een revolutionaire geestdrift ''

HUMO Die massabetogingen hadden soms 500.000 tot een miljoen deelnemers.

D’hondt «Dat zoveel mensen – studenten én arbeiders – op straat kwamen, daar ging een macht van uit. Je keek links en rechts en je dacht: deze massa moet wel Het Volk zijn. Het Volk dat opstapt en zich wil emanciperen. Je voelde: hier kunnen ze onmogelijk naast kijken. Heel bijzonder was dat mensen van hun werk kwamen en in plaats van toe te kijken, mee opstapten met ons. En maar scanderen: ‘Ce n’est qu’un début! La lutte continue!’

»Wat ik wel miste, was het zingen. In Leuven was ‘We Shall Overcome’ strijdlied nummer één. Dat galmde in die smalle straten, dat provinciestadje daverde alsof wij daar de baas waren met enkele duizenden betogers. In Parijs leek je soms te verdrinken tussen die tienduizenden.

»Die grote onstuitbare golven van volk, dat had ook iets angstwekkends en overrompelends. Als van een pletwals. Je moest soms wegspringen, voor de politie die moedwillig op die massa wilde inrijden, én voor de gasten die de confrontatie wilden aangaan, en die je opzij duwden als je aarzelend bleef staan.»

HUMO Heb jij met stenen gegooid?

D’hondt «Ik was niet het type om kasseien naar de politie te smijten. Ik had er ook het postuur niet voor. Je moet al een kogelstoter zijn om zo’n zware pavé een aantal meters ver te smijten. Die stenen dienden niet altijd om iemand te raken, dat was ook een vertragingsmaneuver. In Leuven zag je dat ook: zo’n vliegende steen doet een peloton uniformen altijd afremmen. Zo krijg je wat respijt als je op de loop bent.

»Na die dagelijkse betoging moest je wel op je hoede zijn voor de nachtelijke uitvallen van de oproerpolitie. Die agenten reden rond in hun combi’s, zagen een groep studenten, klapten de deuren open en dan begonnen ze met vijf flikken die groep te matrakkeren. Elders werden nog grotere groepen aangevallen. Er zijn avonden geweest met 500 gewonden. En ook arrestaties waarbij je in de cel vloog en heel snel voor de rechter moest komen. Sommigen hebben tien dagen cel gekregen.»


Paris s’éveille

HUMO Menigeen vertrok naar Parijs met de gedachte dat daar De Wereldrevolutie ging uitbreken.

Verstraete «De wereldrevolutie, dat niet. Maar dat we op een kantelmoment in de geschiedenis stonden, dat was duidelijk.»

D’hondt «Ik had in Leuven ook massaprotesten gezien, maar in Parijs was de schaal zoveel groter. Toen op 13 mei die algemene staking begon, de grootste in de geschiedenis van Frankrijk, toen voelde dat zeker als een kantelmoment. Vanuit Leuven hadden we de regering doen vallen. Stel dat de studenten én de arbeiders in Parijs de regering van zo’n enorm land tot ontslag konden dwingen, dát zou nogal een effect hebben binnen Europa! Als die dominosteen zou vallen, dan leek alles mogelijk.»

HUMO In Leuven is een samengaan van arbeiders en studenten niet gelukt.

Vanden Berghe «Wij hadden wel de bedoeling om een brug te slaan. Het motto was: ‘Arbeiders, studenten, één front.’»

D’hondt «Wij studenten waren het aankomende geweld, maar wij wilden geen ivoren toren, wij wilden die grote massa van werkende mensen bereiken. Vergaderen met de vakbonden, samen betogen met de arbeiders, dát hadden we in Leuven voor ogen. Dat heeft echter niet willen vlotten. In Parijs ging het ook niet gemakkelijk: de solidariteit kwam vooral van de basis, en niet van de vakbondstop.»

Chris Verstraete en Patrick Vanden Berghe hebben het arbeidende Parijs op een bijzondere manier gezien. Na drie uur niet-kunnen-slapen op dat theaterbalkon namen ze opnieuw de auto.

Vanden Berghe «’s Ochtends vroeg zijn we met de auto door Parijs gaan toeren. Precies om vijf uur, dat was mijn idee. Ik wilde Parijs zien ontwaken zoals in dat liedje dat we van de Leuvense jukeboxen kenden, ‘Il est cinq heures, Paris

’s éveille’ (het liedje van Jacques Dutronc stond in maart 1968 op nummer 1 in de Franse hitparade en op nummer 2 in België, red.).»

undefined

'Die algemene jeugdige geestdrift van schouder aan schouder staan en de wereld willen veranderen, heb ik nadien niet meer terug gezien ''

Verstraete «Parijs ontwaakte, en wij zongen dat liedje met z’n vieren hardop in die Volkswagen, en ondertussen begonnen de vuilniswagens aan hun ronde, werden de boulevards met water schoongespoten, en liepen de vroege werkers naar de metro.»


Gebuisd

Nadat ze de dageraad zagen, wilde het viertal naar de opgebroken straten en de barricades nabij de Sorbonne.

Vanden Berghe «Maar de politie had de omgeving afgezet, niemand kon er nog binnen of buiten. De scherpe geur van traangas hing overal en het leek alsof het hele Quartier Latin was opgebroken. Waar straten en winkels moesten zijn, daar lagen omgekantelde auto’s en waren etalages ingeslagen.»

Dan maar terug naar het Odéon, waar het debatteren onvermoeid verderging, en waar zij – na 24 uur – besloten om toch maar naar Leuven terug te keren. Vanden Berghe was echter zo onder de indruk dat hij eind mei een tweede keer naar Parijs reed.

Vanden Berghe «Dat was op de dag van de historische speech van president De Gaulle, toen hij die grote steunbetoging kreeg van 800.000 sympathisanten. Ik zag dat traditionele Frankrijk opstappen, dat uit zekerheid voor het oude regime koos, en ik kon niet begrijpen hoe men dat land ging regeren na al die protesten. Wekenlang was Frankrijk zo goed als anarchistisch geweest, wekenlang deed iedereen wat hij wilde. Hoe gingen ze die geest weer in de fles krijgen!?»

HUMO Nuchter gezien was het een ‘revolutie’ die op zowat vier weken was opgekuist. Dat is redelijk kort.

D’hondt «Nu lijkt dat niks, een protest van ocharme vier weken. Maar als je elke dag mensen op de been wil brengen, voor discussies, voor vergaderingen, voor betogingen, voor fabrieksbezoeken om arbeiders tot solidariteit te bewegen, dan is een maand verschrikkelijk lang. Want dat is dertig dagen lang de druk op de ketel houden. Dat betekent dat je een maand lang elke dag tienduizenden mensen moet motiveren én mobiliseren om op straat te komen. En natuurlijk worden mensen soms moe of moedeloos, maar zo’n inzinkingen moet je ook kunnen overwinnen. Als de vakbonden nu een 24 urenstaking met een betoging houden, dan bereiden ze dat maandenlang voor. Kwestie van de tegenstellingen aan te scherpen, wat zich dan kan ontladen in één grote betoging. Die algemene staking in Frankrijk heeft twee weken geduurd, met élke avond een massademonstratie. Breng dat maar eens op de been!»

D’hondt was drie dagen in Parijs en bij zijn terugkeer bracht hij verslag uit aan de andere kopstukken van de SVB. De reis was een succes. Zijn studies waren dat minder.

D’hondt «In dat jaar heb ik amper de cursussen gevolgd. Ik heb ook geen tweede zit gedaan, dat had geen zin. Door mijn rol in de SVB was ik verbrand. Zo goed als alle proffen zouden mij gebuisd hebben. Ik ben moeten uitwijken naar de VUB om mijn rechtendiploma te halen.»


wars van winstbejag

Chris Verstraete en Patrick Vanden Berghe waren wel geslaagd. Hun diploma’s zijn vergeeld, maar mei ’68 heeft wel hun leven bepaald. Verstraete zette zijn engagement verder in de jeugdbeweging KSA-VKSJ en in de basisbeweging Wereldscholen. Vanden Berghe richtte met enkele medestanders de groep ‘Exodus’ op. Zij deden opvang van priesters en nonnen die uittraden uit de Kerk.

Vanden Berghe «Wij bepleitten een normalisering: dat uittreden geen verderfelijke schande was; dat het moest beschouwd worden als iemand die ontslag nam uit zijn bedrijf. Dat lijkt nu normaal, maar toen was dat niet zo. Ik kende een jonge uittredende priester van wie de ouders al zijn kleren uit de kast hebben gehaald om ze te verbranden. Volgens hen was de duivel in het spel. Wij kwamen ook op voor leerkrachten die scheidden en daardoor tot ontslag verplicht werden door het katholieke onderwijs.»

D’hondt «Leuven en Parijs hebben mij getekend voor het leven. Dat gold voor zowat iedereen die toen op straat kwam. Voor de traditionele maatschappij waren wij ‘de onaangepasten’, en daar waren we fier op. Al mijn medestanders van toen zijn op enkele uitzonderingen na sociaaldenkend en strijdvaardig gebleven. Solidair met mensen in de ontwikkelingslanden. Wars van winstbejag. Wars van de wil om carrière te maken.»

undefined

null Beeld

undefined

'In het Théâtre de l'Odéon hadden Sartre en Marcuse gesproken, dat was een wereldberoemde plek, het centrum waar wereldgeschiedenis werd geschreven.'

HUMO Denken jullie soms nog met heimwee terug aan toen?

Verstraete «Mijn heimwee is een heimwee naar een tijd waarin een breed deel van de bevolking overtuigd was dat een sociale samenleving te verkiezen was boven een maatschappij gebaseerd op individualisme. Dat streven staat compleet haaks op de huidige mentaliteit van de De-Wevers-van-nu.

»Die periode zelf herinner ik mij als een gewéldige tijd. Neem nu die slogan: ‘il est interdit d’interdire’ – het is verboden te verbieden. Dat is toch fantastisch! Voor ons, anarchisten, was er geen betere samenvatting te bedenken. Dat appelleerde aan dat streven naar vrijheid van de provo’s in Amsterdam. Zij kwamen met wilde ideeën, zij kwamen met het Witte Fietsen-plan, dat hetzelfde principe is als de publieke fietsen die je nu in Antwerpen en Brussel vindt. Die anarchisten waren hun tijd vér vooruit.

»Er is veel ontstaan uit die emancipatiebeweging van mei ’68. De Wereldscholen, de Wereldwinkels, de Wetswinkels, de wijkgezondheidscentra, de eerste patiëntenraden, de opkomst van de kleine alternatieve scholen.»

D’hondt «De partij Amada is ook uit mei ’68 voortgekomen en dus ook haar opvolger de PVDA. Voor mij is het een troost dat er een linkse en strijdbare partij is gebleven.»

Verstraete «Weet je wat het verschil is tussen nu en ’68? Jonge mensen keken toen anders naar hun toekomst. Het was een hoopvolle tijd en nu is het een onzekere tijd.»

D’hondt «Nu zijn studenten helemaal gedetermineerd door hun eigen rol in de toekomst: in welke werkonzekerheid ga ik terechtkomen? Het bestel fundamenteel in vraag stellen durft men niet meer. Jonge mensen hebben nu schrik om tegendraads te doen, want dat betekent dat ze mogelijk hun eigen toekomst gaan schaden.

»Vroeger was het: hand in hand, schouder aan schouder gaan wij de wereld veranderen en gaan wij alle mogelijke hindernissen nemen. Die algemene jeugdige geestdrift heb ik nadien niet meer teruggezien.

»Wat mij met heimwee vervult, is dat het streven naar meer gelijkheid in de maatschappij zo’n onbezorgd streven was. Ondanks alle conflicten was er een geweldig optimisme. Wij waren overtuigd dat de wereld kon veranderen. In onze ogen kon het alleen maar beter worden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234