50 jaar na mei '68: Paul Goossens, een rebel van 75

Zo definieert Paul Goossens, dé leider van de Leuvense revolte in de sixties, zich op zijn Twitteraccount: ‘Pro-Europa-marxist, antinationalist, stichter en ex-hoofdredacteur De Morgen, columnist De Standaard, soixante-huitard.’

'In Parijs hebben we enkele ruiten ingegooid en een lokaal veroverd. Daniel Cohn-Bendit stond er vol bewondering naar te kijken: 'Il faut faire comme les camarades de Louvain' ''

PAUL GOOSSENS «Ik ben een slechte marxist, denk ik, maar in deze tijden van extreme ongelijkheid wil ik het bij wijze van provocatie wel zijn. En het is met een knipoog, hè, want er staat ‘pro-Europa’ voor. Ik heb grote twijfels of Marx zelf pro Europa zou geweest zijn, als ik zie hoeveel linksen zich bijna visceraal tegen Europa als een neoliberale constructie keren. Dat ik een soixante-huitard ben, zeg ik met meer overtuiging.»

HUMO Evident is dat niet. De gewezen Parijse studentenleider Daniel Cohn-Bendit vindt het al lang geen interessant etiket meer.

GOOSSENS «Je kunt 1968 ook op een actuele manier definiëren. Het zijn niet de soixantehuitards die al die clichés en mythes bedacht hebben, maar de tegenstanders van ’68, die een vijandbeeld nodig hadden voor hun contrareformatie.

»Ik was in 2007 stomverbaasd toen Nicolas Sarkozy op zijn laatste meeting vóór de presidentsverkiezingen riep dat de afrekening met mei ’68 dé inzet van die verkiezingen was. Want de achtenzestigers waren verantwoordelijk voor al het slechte in de wereld: het verschil tussen goed en kwaad hadden ze opgeheven, het onderwijs hadden ze vernield, en zíj hadden het roofzuchtige kapitalisme geïnstalleerd met hun respectloze houding voor de arbeiders… Bart De Wever zegt dat de achtenzestigers nihilisten zouden zijn, die God en vaderland buiten hebben geschopt. Wat drijft al die mensen om decennia na mei ’68 zo’n lawaai te blijven maken over die periode?»

HUMO Heb jij er een verklaring voor?

GOOSSENS «Ze wantrouwen de ratio, de gelijkheid en het geëmancipeerde individu, allemaal idealen van de verlichting. De N-VA’ers die je vandaag op hun troon ziet zitten, zijn de behoeders van de tradities en de nouveaux riches. Dat je geen gezag aanvaardt omdát het gezag is, zien zij niet zitten. Ook niet nadat ‘Befehl ist Befehl!’ zo’n ravage heeft aangericht.»

HUMO Bart De Wever beroept zich anders genoeg op de waarden van de verlichting.

GOOSSENS «Maar dat is een verminkte opvatting van de verlichting, die ze als een goedendag tegen de moslim kunnen gebruiken. Over het principe van de gelijkheid, de kritische houding tegenover gezag en de emancipatie van de gekooide mens hoor je hem niet.»

HUMO Wanneer precies is de studentenleider Paul Goossens opgestaan?

GOOSSENS «Er is één bepaald moment waarop ik voor het eerst het gevoel had: we zijn hier geschiedenis aan het schrijven. Dat was twee jaar vóór mei ’68, toen de bisschoppen op 13 mei 1966 plots lieten weten dat er aan de Leuvense universiteit níéts mocht veranderen (de Vlaamse Beweging had de splitsing in een Franstalige en een Nederlandstalige afdeling geëist na de vastlegging van de taalgrens in 1962, red.). Wie het daar niet mee eens was, kon gaan. Toen zei ik, met vele anderen: ‘Verdomme, wat permitteren die zich!’ Op maandagavond was er een spontane betoging voor het Leuvense stadhuis, maar de officiële studentenleiders kwamen niet opdagen. Die zaten zich samen met de leiders van de Vlaamse Beweging het hoofd te breken over wat kon en niet kon. ‘We moeten toch iets zeggen?’ riep iemand. Toen heb ik de megafoon genomen en een korte speech uit mijn duim gezogen, met een driepuntenprogramma. Eén: van nu af aan is het een staking tot het einde. Twee: het academisch jaar is beëindigd. En drie: Leuven wordt een pluralistische universiteit.»

HUMO Dat laatste is niet gelukt, maar…

GOOSSENS «Tot mijn grote verbazing was de staking ’s anderendaags algemeen. Nog een dag later was het academisch jaar afgelopen.»

HUMO Je was vast voorbeschikt tot het leiden van een opstand. Werd je op de bewaarschool al niet buitengegooid?

GOOSSENS (verwonderd) «Hoe weet jij dat?»

'In de kleuterschool, het college, het seminarie: ik heb altijd al de boel op stelten gezet'

HUMO De Humo-reeks ‘De wonderjaren’ is een rijke bron van politiek relevante informatie.

GOOSSENS «Dan heb ik misschien ook verteld dat de schoolstrijd in de jaren 50 een belangrijke vorming was. Ik zat in een katholiek college en we mochten tijdens de lesuren mee gaan betogen. In Mechelen is een autobus lelijk toegetakeld. Ik weet niet meer of ik bij de vernielers was, maar ik kwam in ieder geval met een onderdeel van die bus als trofee terug op school en werd daar vriendelijk onthaald. Een bus vernielen voor de goede zaak was geen probleem, het doel heiligde de middelen. Het had me een voorsmaakje gegeven van het gevoel dat collectieve actie een heel aparte krachtbron kan zijn. Zulke momenten kunnen een leven sturen.»

HUMO Hoe komt een jongen met aanleg voor politieke colère in de prille jaren 60 in een seminarie in Sint-Katelijne-Waver terecht?

GOOSSENS «Advocaat, leraar of ingenieur worden, dat zei me niks. Als priester kon ik iets voor de samenleving doen én tegelijk was mijn eeuwige leven verzekerd (lacht). Ik heb ook lange tijd in de jeugdbeweging van Christus Koning gezeten, de Chiro. Dat was een bijna fascistoïde bedoening, zeker op het platteland. Als kind van 8 of 9 jaar marcheerde ik mee door Zemst, ‘Ik had een wapenbroeder’ zingend. Men trommelde alsof er niet net een oorlog was geweest, wat nog maar eens bewijst dat er in Vlaanderen altijd een extreemrechtse stroming is geweest.»

HUMO Dus aan de studentenleider is een brave Chiroleider voorafgegaan?

GOOSSENS «Ik heb altijd al de boel op stelten gezet. In de kleuterschool, in het college, in de Chiro en in het seminarie. Ook daar ben ik buitengegooid toen ik na een verjaardagsfeestje een walm van alcohol verspreidde. ‘Je bent een goeie jongen,’ kreeg ik te horen, ‘je kunt een heel college enthousiasmeren, maar je bent nog niet rijp genoeg. Doe eerst wat anders, misschien kun je later terugkomen.’»


Achter de tralies

HUMO Heb je een geloofscrisis meegemaakt?

GOOSSENS «Nee, dat ging geleidelijk. Ik was nog relatief gelovig toen ik in 1965 in Leuven aankwam, nadat ik in Namen twee jaar economie had gestudeerd. Mijn eerste stuk in het blad van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV) ging over de noodzaak van een revolutionair aggiornamento, het bij de tijd brengen van de rooms-katholieke kerk. Dat had ook te maken met het studentenhuis waarin ik woonde, tussen allemaal Zuid-Amerikanen en Spanjaarden. Zij hadden het voortdurend over priesters-guerrillero’s. Sommigen hadden in Leuven nog les gehad van de bevrijdingstheoloog Camilo Torres, die in februari ’66 in Colombia was vermoord. Jaime Paz Zamora, die later president van Bolivia is geworden, was één van hen. En Felipe González, de latere Spaanse socialistische premier, vertelde over de illegale reizen die hij voortdurend naar het Spanje van dictator Franco maakte. Hij was in Leuven ingeschreven, maar ik denk niet dat hij één les heeft gevolgd. Dat studentenhuis was mijn echte leerschool.»

'Het is altijd weer hetzelfde: iemand met een linkse reputatie moet bijna gratis werken en afzien van elke opzegvergoeding ''

HUMO Toen in januari ’68 de vlam in de pan sloeg, werd je het gezicht van de opstand, vooral omdat je een paar weken in de gevangenis verdween. Zo’n cel vergeet een mens niet?

GOOSSENS «Met zijn drieën zaten we in een cel van 9 vierkante meter. Eén van ons sliep op tafel, ik eronder. En één pot voor allemaal, met wat pech vlogen de spetters in je bed. De gevangenis was de hogeschool van de criminaliteit. ‘T’es nouveau ici? Et pourquoi?’ Ik was zo dom om te zeggen: om politieke redenen. Je werd weggelachen als je niet met een fatsoenlijke roofoverval uitpakte. Om anderen te kunnen zien, gingen veel gevangenen naar de mis, meer dan waar ook in België. En de gesprekken onder de douche zal ik ook niet gauw vergeten. ‘Hoelang zit je hier nu al?’ ‘Bijna zeven jaar.’ ‘Zeven jaar? Man, de tijd vliegt!’ (lacht)»

HUMO Kon je er toen ook mee lachen?

GOOSSENS «Dat viel wel mee, want ik kon naar de radio luisteren, en ik voelde me gesteund door de gebeurtenissen in Leuven.»

HUMO Er werden acties georganiseerd om jou vrij te krijgen, en er waren zelfs experimenten met molotovcocktails.

GOOSSENS «Dat was mij allemaal niet gegund. Al wist ik wel hoe een molotovcocktail in elkaar stak, hoor. In de lokalen van de Studenten Vakbeweging stonk het bij momenten naar de benzine.»

HUMO Onlangs maakte een nieuwe documentaire over Leuven ’68, met veel beelden van het politie- en betogersgeweld, nog eens duidelijk dat er doden hadden kunnen vallen.

GOOSSENS «We voerden op een massale schaal ongekend radicale acties uit, maar we behielden toch een draagvlak aan de universiteit en in Vlaanderen. In januari is er een auditorium in de fik gestoken, er was een permanente staat van beleg en een samenscholingsverbod, maar Vlaanderen accepteerde het. We waren oncontroleerbaar voor het establishment, en dat is in paniek geraakt. Zo hebben we België uit zijn unitaire scharnier getild. Bovendien is de ontkerkelijking in een hogere versnelling gegaan, de ‘Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus’-liturgie is er flink door verzwakt. En de Vlaamse Beweging heeft toen de doodsteek gekregen.»

HUMO Dat het de studenten waren die de regering deden vallen, heeft achtenzestiger Edi Clijsters in deze kolommen dé mythe van Leuven ’68 genoemd. De CVP heeft dat gedaan, met de interpellatie van Jan Verroken in het parlement.

GOOSSENS «Tja, een regering kan alleen in het parlement vallen, en wij hadden geen enkel parlementslid. Maar hadden wij niet voor die heibel gezorgd, dan hadden Jan Verroken en de CVP die interpellatie tot in het oneindige uitgesteld.»

HUMO Een arbeidersrevolutie is er niet van gekomen, en het federale België neerhalen was niet meteen jouw doelstelling. Kunnen we stellen dat je als nuttige idioot fungeerde voor de flaminganten?

GOOSSENS «Het unitaire België was voor ons toch geen ideaalbeeld? Dat was een krakkemikkige staat. Die mocht je toch door elkaar schudden? Dé figuur van dat unitaire België was de fraudeur Paul Vanden Boeynants, en in de universiteit stonden we tegenover het ancien régime van de bisschoppen. Dan begrijp je toch dat de val van de regering voor ons een moment van euforie was?»

HUMO Toen the real thing begon, mei ’68 in Parijs, waren de Leuvense studenten alweer aan het studeren. Paul Goossens ook?

GOOSSENS «Ik heb de bezetting van de ULB in Brussel meegemaakt, en ik ben verschillende keren in Parijs geweest. Na de bezetting van de universiteit van Nanterre op 22 maart, hebben we met de Leuvense Studenten Vakbeweging een bus gecharterd. Toen we in Parijs arriveerden en er geen vergaderlokaal beschikbaar was, hebben we enkele ruiten ingegooid en een lokaal veroverd. Daniel Cohn-Bendit stond er vol bewondering naar te kijken, en hij zei later in een vlammend betoog: ‘Il faut faire comme les camarades de Louvain.’»


Paul Goossens spreekt studenten toe in de Leuvense Alma II na zijn vrijlating uit de gevangenis op 30 januari 1968.

''Een politieke carrière had erin gezeten, maar ik zou binnen de kortste tijd grote ruzie gehad hebben.''

HUMO Heb je veel te maken gehad met Daniel Cohn-Bendit, hét icoon van mei ’68?

GOOSSENS «Niet zoveel. Later heb ik hem wel geregeld gezien in het Europees Parlement en op persconferenties. Hij is een ster, hè? Ik misschien ook, maar bij hem is er geen enkele twijfel mogelijk. Hij duldt ook geen tegenspraak. Als ik een lastige vraag stelde, kon hij vreselijk uit zijn slof schieten, en hij permitteerde zich tegenover mij meer dan tegenover anderen.»

HUMO Voor de leiders van ’68, schrijf je in je boek ‘1968. Het jaar dat niet wil sterven’, zijn geen standbeelden, stichtingen of leerstoelen opgericht.

GOOSSENS «De Vlaamse elite gedraagt zich schizofreen, ze zit vreselijk in de knoop met de doorslaggevende rol van de progressieve studenten. Op 25 februari hield de N-VA een congres over Leuven Vlaams met getuigenissen van Thierry Baudet en Mia Doornaert, die ik in ’68 nooit heb gezien, met een lezing van Benno Barnard – een hallucinatie over het christendom waar Teresa van Avila niet tegenop zou kunnen – en een woord van Jan Verroken, intussen de 100 voorbij. Ik zat daar in de zaal en ik werd als een melaatse behandeld. Ik kreeg op geen enkel moment het woord, terwijl ik er de enige was die de daad heeft gepleegd (lacht).»

HUMO Wat deed je daar? Was je uitgenodigd?

GOOSSENS «Nee, maar het was sterker dan mezelf. Ik wilde absoluut meemaken hoe ze de geschiedenis vervormden waar je bij stond. De Wever heeft nog een sneer aan mijn adres uit zijn speech geschrapt, omdat iemand hem had verteld dat ik in de zaal zat. Niet erg moedig, vind ik. Misschien was ik opgestaan: ‘Hé, geef mij die microfoon eens!’ Ik moest me inhouden, maar het helpt als je vrouw naast je zit.»


Leugens en moord

HUMO De achtenzestigers zijn uitgezwermd in de politiek, de media en het onderwijs. Zelf kreeg je een mooie plaats op een CVP-Kamerlijst aangeboden. De man die de plaats wel aanvaardde, Luc Van den Brande, heeft het tot minister-president van Vlaanderen geschopt. Had een politieke carrière toch gekund als een andere partij je had gevraagd?

GOOSSENS «Het had gekund. Maar een partij is een collectief gebeuren, met een bepaalde discipline. Ik zou binnen de kortste tijd grote ruzie gehad hebben.»

HUMO Je werd journalist, vanaf 1973 voor De Standaard, toen nog de AVV-VVK-krant. Je moest je even vermannen?

GOOSSENS «Welke opties had je toen in de journalistiek? Bij De Standaard waren de marges nog het ruimst. Over de politieke lijn had ik geen bal te zeggen, maar ik kon er wel belangrijke dossiers uitvlooien, zoals de staalcrisis.»

HUMO Toen De Standaard in 1976 failliet was, heb jij er ondernemer André Leysen van Agfa-Gevaert bij gehaald, wil de legende. Hij zou vervolgens de krant redden.

GOOSSENS «Ik was bij De Standaard de enige die André Leysen kende, omdat ik het nieuws van de haven volgde. We gingen maandelijks uit eten. Ik wist dat hij gebeten was door de politiek, de pers en de macht. Toen de drukkerij van De Standaard failliet ging, ben ik hem het vonnis die avond gaan brengen. ‘Dat is nog maar het begin,’ heb ik hem gezegd, ‘alle dominosteentjes zullen vallen. Voor iemand als u is dít het moment.’ Hij zette er meteen zijn batterij boekhouders op en begon te telefoneren met zijn zakenpartners.

»Toen hij zijn reddingsplan opstelde, probeerde hij me als contactpersoon te gebruiken. Dan belde hij me: ‘De redactie zal dit of dat moeten slikken.’ Ik was vakbondsafgevaardigde en heb hem moeten uitleggen: ‘Hou daarmee op. Wat u probeert, is een vorm van medebeheer, ongetwijfeld naar Duits model, maar dat is niet het mijne.’ Ik had toen geen contact meer tot hij officieel zijn overnameplan bekendmaakte. ‘De boot is gezonken,’ zei hij, ‘er zaten vijftienhonderd mensen op, en er is maar plaats voor vijfhonderd.’ Vooral onder mijn impuls is er toen een betoging georganiseerd tegen die ontslagen, vergeefs. We eindigden vóór het gebouw van de krant aan de Jacqmainlaan in Brussel, en Leysen kwam daar aan terwijl ik aan het speechen was. Hij ging op hetzelfde kratje staan waarop ik had gestaan, en stak een discours af: wat is echte solidariteit, met vijftienhonderd ten onder gaan of vijfhonderd banen redden? Geen grootse speech, maar wel doeltreffend.

»Dat faillissement was een bijzonder leerrijke periode. Je zag wat voor een instituut De Standaard toen nog was. Ik was lid van het ACV, en de baas daarvan, Jef Houthuys, heeft me onmiddellijk willen kaltstellen. In ’t Pallieterke en elders werd een campagne tegen mij gevoerd: ik had de krant willen overnemen om er een Rode Standaard van te maken. Een maand later nodigde Leysen mij uit in zijn bureau. Hij zat klaar voor een stukje intimidatie: ‘Meneer Goossens, u zult het zelf ook wel weten: u hebt een heel slechte pers gehad.’ Hij had een dossier met knipsels voor zich liggen. Ik vind mijn antwoord nog altijd niet kwaad: ‘Meneer Leysen, het feit dat ik in ’68 rebels en links geweest ben, kunnen ze even moeilijk vergeten als het feit dat u in de oorlog met de bezetter hebt meegedaan.’ Dat was toen nog helemaal niet bekend, en het gesprek was meteen afgelopen: ‘Oké, laten we erover zwijgen.’»

HUMO SP-voorzitter Karel Van Miert kwam enkele jaren later, in 1978, bij u terecht, op zoek naar een hoofdredacteur voor een moderne socialistische krant, De Morgen, die de Volksgazet en de Vooruit moest vervangen.

GOOSSENS «Ik ben meteen op het voorstel van Karel Van Miert ingegaan, wat misschien niet zo verstandig was. Bij de Gentse Vooruit kwam ik in een onwaarschijnlijk kluwen terecht. Die drukkerij was archeologisch erfgoed, om de haverklap was er een panne. Ik had wel redactionele autonomie verworven, maar de financiers, de Socialistische Gemeenschappelijke Actie, probeerden altijd weer invloed uit te oefenen en plaatsten onbekwame mensen in het bestuur.

'Hoe ga jíj dit allemaal opschrijven? Het zal er wel weer op neerkomen dat ­Goossens een ­caractériel is, zeker?'

»Ik wist niet goed waaraan ik begonnen was, maar Karel Van Miert evenmin. Toen halfweg de jaren 80 de rek uit zijn voorzitterschap was en hij vooral een goed verkiezingsresultaat nodig had, begon hij meer druk uit te oefenen op de redactie. En toen we hem een bocht in het dossier van de kruisraketten verweten – een schitterend bewijs van onze onafhankelijkheid (lacht) – ging hij op zoek naar de beste manier om van de krant af te raken.

»Daarvoor vertrouwde hij op Luc Van den Bossche. Die beraamde in 1986 het plan om de krant op te doeken vlak voor het lange weekend van Allerheiligen en Allerzielen. Ze dachten dat we zoals bij het faillissement van de Volksgazet onze brooddoos zouden nemen en braaf naar huis zouden gaan. Maar dat was buiten de geest van ’68 gerekend. Er was meteen ambiance: ‘Niet met ons!’»

HUMO Op de persen van De Rode Vaan werd een noodnummer gedrukt: De Moord. ‘Ik ben nooit zo smerig behandeld als toen,’ aldus Karel Van Miert. Want om De Morgen te kunnen redden, speelde je een leugen uit: dat de socialisten de krant hadden kapotgemaakt.

GOOSSENS «Ik heb er geen moment aan getwijfeld om het zo uit te spelen. Die krant moest kunnen voortwerken, en we waren razend over wat ze achter onze rug hadden beslist, én over hun timing.»

HUMO Er verscheen een boek over de geschiedenis van De Morgen van Bruno Vanspauwen, met als stelling: in de krant is een half miljard Belgische frank gestopt, wat een verknalde kans.

GOOSSENS «Was het een half miljard? Dat cijfer betwist ik. Het was zeker een verknalde kans, maar de verantwoordelijkheden zijn verdeeld. Onze ambitie was misschien te groot. We wilden meteen een kwaliteitskrant met goed binnenlands en veel Europees nieuws maken.»

HUMO Er kwam een grootschalige solidariteitsactie op gang, gedragen door progressief Vlaanderen. Een mooi moment in een mensenleven?

GOOSSENS «Het was vooral een zware periode. Toen de partij had begrepen dat de krant niet zou verdwijnen, vreesden ze voor een afrekening, en dus werden er allerlei niets en niemand ontziende intriges opgezet, om de redactie ertoe te bewegen mij weg te krijgen met een putsch. Op een redactie zitten er altijd mensen die je als hoofdredacteur op de tenen hebt getrapt. Ik moest een papier tekenen dat ik me niet meer met de zakelijke kant van de krant zou bezighouden. Dat doet hij nooit, dachten ze. Toen ik het wel deed, was dat pech voor de logebroeders op de redactie, die samengeroepen waren en, om het vacuüm op te vullen, al een nieuwe hoofdredacteur hadden aangeduid.»

HUMO In 1989 werd De Morgen opgekocht door uitgeverij Hoste, en kwam je tot de vaststelling dat je daar als stichter van de krant in de weg liep.

GOOSSENS «Toch in de periode toen Christian Van Thillo daar arriveerde, als een jonge god met een Amerikaans diploma, om de winkel van zijn vader over te nemen. Intussen heeft hij een feeling voor de krantenwereld ontwikkeld en metier opgebouwd, maar toen kon ik niet overweg met de energieke bemoeizucht van een neofiet. Ik was het ook beu, ik vond dat mijn tijd om te gaan gekomen was.»

HUMO Vreemd genoeg vertelde je de buitenwereld toen een ander verhaal. Je stapte op omdat het Vlaams Blok een gigantisch succes had behaald bij de verkiezingen van 1991, en je vond jezelf mee verantwoordelijk voor die Zwarte Zondag.

GOOSSENS «Mijn beslissing stond al vast vóór Zwarte Zondag. Je zag het Blok opkomen, je zag wat Van Rossem met zijn vele geld uitstak, en je kon het tij niet keren. In De Morgen hadden we ingehakt op het Vlaams Blok, zonder enig resultaat. Het was toch een uitslag die je naar adem deed happen, niet? Ik maakte blijkbaar de verkeerde krant. Die verkiezingsuitslag vatte mijn eigen malaise samen: ik begreep mijn tijd niet meer.»

HUMO Vanuit de top van het bedrijf viel op te vangen dat je wel een royale afscheidspremie kreeg: ‘Links lullen, rechts zakken vullen.’

GOOSSENS «Pff, noem het de betere klassenstrijd. Als ík het geld niet op zak had gestoken, bleef het in de portefeuille van Van Thillo zitten. Als je dertien jaar hebt gezwoegd, heb je recht op een borrelnootje. Het is altijd weer hetzelfde: iemand met een linkse reputatie moet bijna gratis werken en afzien van elke opzegvergoeding. Ik kon een paar maanden in de zon gaan liggen, verder had ik niets. Het was een sprong in het ijle, zonder parachute.»

HUMO ‘Alles wat er met de krant gebeurde, heeft me voor het leven getekend,’ zei je een paar jaar later.

GOOSSENS «Tja, als ik de wereldproblemen van vandaag overschouw, denk ik: de problemen bij De Morgen waren maar een kleine rimpeling.»

''Onze ambitie was misschien te groot.''


Als eerste hoofdredacteur van De Morgen.

HUMO Je hebt er meer vijanden dan vrienden aan overgehouden?

GOOSSENS «Dat zou heel juist kunnen zijn. Het zij zo. Ik heb me geregeld gerealiseerd dat je problemen krijgt als je je bek blijft opendoen en tegen de kar van sommige mensen durft te rijden. Ik heb nu eenmaal een meer uitgesproken mening dan 90 procent van de bevolking. Maar met het ouder worden houdt dat me steeds minder bezig.»


Zonder commentaar

HUMO Je hebt in de jaren 90 onderdak gevonden bij Knack, tot je ook daar naar buiten werd geholpen.

GOOSSENS «Frans Verleyen had van Knack een instituut gemaakt waar alles moest kunnen. Hij had een natuurlijk gezag. Na zijn overlijden in 1997 is er op een obscure manier een hoofdredacteur aan het roer gekomen – ik kan nooit op zijn naam komen (Rik Van Cauwelaert, red.) – die zijn gezag alleen maar kon vestigen door een voorbeeld te stellen: ‘Niet met die Goossens.’ Dat was zijn manier om zich te affirmeren. Misschien zou ik zelf iets soortgelijks gedaan hebben als hoofdredacteur. Wij waren elkaars ideologische antipoden: onder hem is Knack naar de N-VA gaan overhellen, heeft het blad zich anti-Europees opgesteld en werd er een redactionele gedachtepolitie geïnstalleerd. Maar je zal vast wel weer geruchten opgevangen hebben over een royale vooropzeg? (lacht)»

HUMO Je kwam in 2001 op de Europa-desk van het persagentschap Belga terecht. Klinkt saai.

GOOSSENS «Maar dat is het helemaal niet. Ik was er nog geen zes maanden of de directeur van Belga meldde me dat Guy Verhofstadt me daar absoluut weg wilde: ‘Wat die Goossens doet, is puur commentaar leveren!’ Dat was het boeiende aan zo’n agentschap. Ook al leest de man in de straat die berichten niet, je kunt er ontzettend makkelijk dingen mee triggeren. Vlak na 9/11 kwam de NAVO in Brussel samen om het fameuze artikel 5 over de onderlinge solidariteit te activeren. Ik wist dat er aan Belgische kant aarzelingen waren en belde de hele dag rond om dat bevestigd te krijgen. Ik heb wel dertig keer gebeld naar premier Verhofstadt en zijn hele kabinet, maar niemand nam op. Dus schreef ik een bericht van drie regels: ‘NAVO-vergadering uitgesteld omdat België dwarsligt’. Sec, echt geen commentaarstuk (lacht). Het persbureau Reuters nam het meteen over en een minuut later was Washington op de hoogte. Prompt kreeg ik Verhofstadt wél aan de lijn. Hij was woedend: of ik dat metéén wilde rechtzetten. ‘Luister eens,’ zei ik, ‘ik heb jullie de hele dag proberen te bereiken, maar jullie vonden het de moeite niet. Nu heb ik geen tijd meer om het recht te zetten, want mijn vrouw wacht al twee uur op mij. Goeienavond.’»

HUMO Al een paar decennia verspreid je doemberichten over de media omdat de commercie het heeft overgenomen, de ‘religie van de markt’. Maar worden we vandaag niet beter bediend dan ooit?

GOOSSENS «Als dat zo zou zijn, hebben mijn waarschuwingen geholpen (lacht). Maar het blijft allemaal heel fragiel. De hele krantenindustrie staat op haar kop want de adverteerders haken af en de winst van de digitale advertenties wordt afgesnoept door Google & co. Men moet Google en Facebook geld op tafel doen leggen. Het onafhankelijke Vlaanderen kan dat niet fiksen. Europa zou wel voor een regulering kunnen zorgen, maar of het dat ook wil?»

HUMO Intussen ben je een eenzame soixante-huitard op Twitter.

GOOSSENS «Vooral de rechtsgezinden zijn op Twitter aanwezig. Ook daardoor beginnen opinies te verschuiven: politici denken dat ze op Twitter het volk aan het woord horen.»

HUMO Schuif je zelf nog naar links op?

GOOSSENS «Vind je dat ik te vaak verontwaardigd ben? Ik besef dat ik moet opletten, nu ik gepensioneerd en een compleet vrij man ben.»

HUMO Onder elke column van Goossens zou een disclaimer moeten staan: ‘Hier spreekt een compleet vrij man’?

GOOSSENS «Als je de totale vrijheid hebt om te zeggen wat je wilt, leef je niet in de werkelijkheid. In het leven moet je altijd rekening houden met je omgeving, met weerstanden, met machten en tegenmachten. Politiek is dialectiek, een spel van these en antithese. In een column schrap ik altijd een paar zinnen die té links zijn.

»Hoe ga jíj dit allemaal opschrijven? Het zal er wel weer op neerkomen dat Goossens een caractériel is, zeker? Terwijl ik de soepelheid zelve ben (lacht).»

‘1968. Het jaar dat niet wil sterven’ van Paul Goossens verschijnt begin april bij EPO.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234