50 jaar 'Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band': Onze Man in Abbey Road

Exact vijftig jaar geleden namen een stel scousers uit Liverpool een plaatje op: ‘Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band’, de meest wonderlijke, meest inventieve, meest kleurrijke 38 minuten klank uit die tijd. Nu komt een nieuwe remix uit van de klassiekste klassieker uit de popmuziek.

'Vergis je niet: The Beatles zouden voor elkaar door het vuur zijn gegaan'

De nieuwe remix van ‘Sgt. Pepper’s’ mag ik op een maandag in april voor het eerst horen in Studio 2 van Abbey Road, de studio waar John, Paul, George, Ringo en producer George Martin het origineel opnamen. Op de muurtjes aan de parking staat nieuwe graffiti – fans weten niet dat de directie elke zes maanden alles overschildert. ‘Beatles forever!’ ‘Love is all you need!’ ‘You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one.’ Binnen, in de gang, streel ik met ontzag een aftandse Studer Master Recorder waarop The Beatles nog opnamen. Ernaast staat het Lowrey-orgel dat op ‘Sgt. Pepper’s’ te horen is.

Ik ben hier al vier keer geweest, maar nog altijd krijg ik kippenvel. Hier in Studio 2 weerklonk voor het eerst dat legendarische openingsakkoord van ‘A Hard Day’s Night’! Hier namen de Fab Four ‘Beatles for Sale’ op, én ‘Please, Please Me’ én ‘Help!’ én ‘Rubber Soul’ én ‘Revolver’ én ‘The White Album’ en natuurlijk ‘Abbey Road’ zelf. Ook solo bleven The Beatles trouw aan Abbey Road: John Lennon nam hier op, George Harrison maakte hier ‘All Things Must Pass’ en Paul McCartney blikte hier een song of honderd in.

Wat ook helpt, is dat hier in vijftig jaar tijd amper iets is veranderd. Eén keer, in 1980 – en ik wed dat ze daar nog steeds spijt van heeft – liet de directie van Abbey Road ‘een hoop ouwe troep’ veilen, en werden mixtafels, piano’s, microfoons en zelfs oude kabels verkocht. Maar de vloer, de met dwarse baksteen (om de akoestiek te bevorderen) gezette muren, de gordijnen, de buffetpiano’s en zelfs de Perzische tapijten die je kent van op foto’s van de opnamesessies voor ‘Sgt. Pepper’s’, alles is hier nog, onaangeroerd. Op enkele franjes van zo’n tapijt na: die zijn gepluimd door souvenirjagers. En dan heb ik het niet over fans, want die worden hier niet toegelaten, maar ándere sterren die hier hebben opgenomen. Sinds 1967 heeft Abbey Road miljoenen verdiend aan mindere goden die deze studios boeken in de hoop dat íéts van het genie en de glamour van The Beatles op hen afstraalt.

Het is wonderlijk hoe The Beatles grote kunst toverden uit banaal toeval: de tekst op een circusposter, een krantenbericht… Ze deden de meest uncoole dingen – een clavecimbel en een harp in rock-’n-roll? – maar waren cool as fuck. En dat allemaal niet met de medewerking maar de tégenwerking van de platenfirma. Het archaïsche EMI had strikte regels: een geluidstechnicus moest een kostuum en das dragen (om je kostuumvest tijdens een sessie uit te trekken, was de toestemming van de producer vereist) en minstens 40 jaar oud zijn. De officiële jobomschrijving van een technicus was ‘balance and control engineer’ en van balans en controle wilden The Beatles net áf. Echo werd ontmoedigd en overdubs bestonden niet, enkel zorgvuldig gestileerde superimpositions. En tot na ‘Revolver’ mochten de artiesten de finale mix zelfs niet bijwonen! EMI liep ook achter op technisch vlak: Amerikaanse bands konden toen al opnemen op 8 track, terwijl The Beatles het – voor zo’n gelaagde, inventieve, complexe plaat – moesten stellen met slechts vier sporen.

Als de nieuwe remix wordt opgelegd, valt op hoe kristalhelder en ruimtelijk die klinkt. Je hoort álles: een kazoo (een met waspapier omwikkelde kam), een koebel, een triangel, een hond, een leeuw… Het ritmische handgeklap klinkt alsof je tussen de muzikanten in staat. Van Lennons vocale percussie in ‘A Day in the Life’ klinkt het gehijg nu bijna obsceen. Tenzij ik het me inbeeld, kan ik zelfs horen welke zinnen McCartney grijnzend zingt, je hoort de lach in zijn frasering. Natuurlijk heeft niet iedereen thuis dezelfde fenomenale hightechinstallatie die hier staat, maar toch: het verschil zal dag en nacht zijn.

Na afloop beantwoordt Giles Martin, die de remix overzag, vragen van een hondertal journalisten, ingevlogen uit de hele wereld. Was het veel werk? ‘Nee, we deden één song per dag, en vervolgens spendeerden we maanden om de details juist te krijgen. Hier in Abbey Road werkt trouwens één piepjonge assistent die nog nooit van The Beatles had gehoord!’

Wat ligt er nog in de kluis dat we nog níét te horen kregen? ‘Veel. Maar het is de vraag of we alles moeten uitbrengen, want dat is alsof je van goden gewone mensen wilt maken. Niet alle takes zijn een openbaring. Is het noodzakelijk om die commercieel uit te brengen? Voor de completists misschien, die élke noot willen horen die The Beatles ooit voortbrachten. Maar ’t is niet essentieel.’

Kon Giles toen hij de sporen isoleerde horen wát er gemompeld werd in de outro van het laatste nummer, de mythische ‘geheime boodschap’ die op ‘A Day in the Life’ volgt? ‘Neen. Zelfs toen ik de achterstevoren weergegeven opname achterstevoren afspeelde, bleef het gewauwel. Ik vermoed dat ze mensen die op zoek waren naar samenzweringscomplotten en verborgen boodschappen voor schut wilden zetten en dus doelbewust wartaal uitkraamden.’


Knip- en plakwerk

Enkele weken na het bezoek aan Abbey Road kan ik Martin aan de telefoon spreken, om nog wat door te vragen.

HUMO ‘Sgt. Pepper’s’ is zowat de allergrootste klassieker uit de popgeschiedenis. Heb je ooit gedacht: ‘Ik blijf er beter af?’

Giles Martin «Die platen klinken natuurlijk sowieso geweldig. Maar toen we de dvd-collectie ‘1’ maakten, moesten we de originele versies overzetten van mono naar stereo. En toen bleek dat alles nog impressionanter klonk in stereo. Dat hebben we nu ook proberen te doen: het origineel een nieuwe glans geven en de dynamiek oppeppen, zonder aan de ziel ervan te raken.»

'De groep zag de studio als een speeltuin, met de grenzen van hun eigen verbeelding als enige beperking'

HUMO Waarom zwoeren The Beatles eigenlijk bij mono? Dat is toch alsof je zwart-wittelevisie zou verkiezen boven kleur?

Martin «Dat is aan de tijdgeest te wijten. Niemand had de langetermijnvisie om te beseffen hoeveel rijker stereo kon zijn, het werd beschouwd als een gimmick, iets dat snel zou overwaaien. Paul heeft eens gezegd: ‘Wij dachten dat stereo twee keer zo luid zou klinken omdat er twéé luidsprekers aan te pas kwamen.’ (lacht) Hij is trouwens tevreden over de nieuwe versie. Hij is totaal niet nostalgisch, ik had zelfs de grootste moeite om hem te dwingen om één keer naar het resultaat te luisteren. Na afloop zei hij zacht: ‘We were a pretty good band, eh?’ Hij zei het niet arrogant maar vertederd, vol liefde voor z’n jongere zelf.»

HUMO Paul heeft ook eens gezegd dat hun bij elke plaat werd ingeprent: ‘Pas op met experimenteren, want zo vervreemd je je oude fans.’

Martin «Ja, en dat advies hebben The Beatles altijd terecht genegeerd. Wat hielp, was hun kinderlijke enthousiasme: ze zagen de studio als een speeltuin where anything goes – met de grenzen van hun eigen verbeelding als enige beperking. En ze waren gezond arrogant en dachten: ‘Screw ’em, wat kan het ons schelen wat de platenfirma en de fans willen, wij zijn verdomme The Beatles en we zullen de plaat maken die wij nu willen horen!’»

HUMO Hadden de originele tapes voor jou nog verrassingen in petto?

Martin «Verrassingen niet echt, maar wel veel problemen. ‘A Day in the Life’ was ellendig, per minuut moesten we ettelijke horden nemen. Aartsmoeilijk, omdat er natuurlijk grenzen waren aan onze bevoegdheid. We konden niet zeggen: ‘We nemen deze gitaarpartij eventjes snel opnieuw op’, of ‘We vervangen dit geluid door een ander sfeertje’. Bij sommige songs, zoals ‘Sgt. Pepper’s (Reprise)’, stonden drums, gitaar en orgel samen op één track. De foutjes op één instrument verbeteren zonder aan de andere te raken, vereist dan een soort chirurgische precisie. Heb je de alternatieve outro van ‘A Day in the Life’ gehoord? (Neemt z’n laptop) Luister, hun eerste poging was een langgerekt en a capella ‘ooohm’, dat ze door multitracking tot mythische proporties opbliezen. Pas later heeft Paul het kamervullende slotakkoord op piano bedacht.»

HUMO Geef eens een voorbeeld van iets wat jullie veranderd hebben?

Martin «Van ‘She’s Leaving Home’ hebben we het tempo een tikje opgedreven. Haast onmerkbaar, net genoeg om de crispyness te verhogen: de harp en Pauls stem klinken nu fris en helder, het sprankelt meer dan ooit.»

HUMO Opereerden The Beatles in een cocon, of sijpelde de buitenwereld soms binnen?

Martin «Er zijn in die periode ook opnames gemaakt in de Regent Sounds Studio, en Paul vertelde me dat daar op een ochtend een man voor de deur stond die zei: ‘Ik ben Jezus. Ik kom meedoen.’ Het typeert de hippiespirit van die tijd dat Paul antwoordde: ‘O, ben jij Jezus? Dan moet je zeker meedoen, kom binnen!’ The Beatles waren niet wereldvreemd, maar ze wisten perfect wat ze wilden, dus zelfs een oorlog zou hun visie niet vertroebeld hebben. Ze waren geniaal, maar als je de outtakes beluistert, denk je soms: ‘This is just four boys making silly noises.’»

'De opnames van 'Sgt. Pepper's' waren volgens alle betrokkenen hun gelukkigste periode als groep: amper wederzijdse irritatie, amper stress'

HUMO Alleen jouw vader en jij kregen een inzicht in de dynamiek tussen The Beatles, al was het maar omdat jullie op elke take ook te horen kregen wie vooraf welke aanwijzingen geeft aan wie. Wie nam de leiding?

Martin «Paul leverde de meeste ideeën en wierp zich op als orkestleider en dirigent, voor zover mijn vader hem dat toeliet (grinnikt). Maar het was een samenwerking, misschien wel hun béste samenwerking ooit. Vlak voor ze ‘Lucy in the Sky with Diamonds’ inzetten, hoor je Paul bijvoorbeeld aan John zeggen hoe hij moet zingen, maar op ‘Getting Better’ is het John die aanwijzingen geeft, heel liefdevol. Over die twee takes vertelde Ringo me: ‘Ik herinner me die dag heel precies, en ik weet ook nog precies waarom: ’t is één van de weinige dagen dat alles klikte en iedereen samenwerkte.’

»‘Sgt Pepper’s’ is de meest Beatlesque Beatles-plaat – ‘The White Album’ was bijvoorbeeld veel individueler, een optelsom van ieders inbreng. De opnames waren volgens alle betrokkenen hun gelukkigste periode als groep: amper wederzijdse irritatie, amper stress. Hun grote ruzies kwamen pas later, nadat Brian Epstein gestorven was, en gingen nooit over muziek, altijd over geld. Ik heb fellere ruzies gehad met mijn vrouw, en ik heb een goed huwelijk. Ongelofelijk dat ze zo’n meesterwerk bijna spelenderwijs maakten. Het was een zeer vruchtbare kruisbestuiving. Natuurlijk is ‘Sgt. Pepper’s’ een showcase voor het melodieuze en visionaire genie van Paul McCartney: het hele concept was zijn idee en hij leverde de meeste ideeën, de meeste songs én, dat wordt weleens vergeten door de fanclub van John Lennon, hij experimenteerde het meest. George Harrison beweerde later dat het ‘knip- en plakwerk’ van ‘Sgt. Pepper’s’ hem niet beviel, maar toen ik met Paul naar de remix luisterde, was hij vol lof over George. Die gasten zouden voor elkaar door het vuur zijn gegaan, vergis je niet.»

HUMO Mijn respect voor Ringo Starr is nog gestegen: vele andere platen uit die periode zijn nu onbeluisterbaar en dat is bijna altijd te wijten aan de drummer, die te véél speelt.

Martin «Ringo zei tegen mij: ‘Eindelijk kunnen de mensen mij horen.’ Hij heeft gelijk, want zijn subtiele percussie verdronk in de oorspronkelijke mix. Ringo speelde altijd wat de song vroeg, en hij was vaak heel inventief op een subtiele manier. Hij liet zich ooit ontvallen dat zijn sterkste herinnering aan de sessies was ‘dat ik leerde schaken’, wat suggereert dat hij vaak niet veel te doen had. Maar er heerste in Abbey Road een musketiersmentaliteit: één voor allen, allen voor één.»

HUMO Het heeft me altijd getroffen dat de eindmix álles is: mix één instrument luider, of mix het weg, en de song verandert drastisch. In een vroege take van ‘A Day in the Life’ klinkt de pianopartij als een ordinaire boogiewoogie, je zou nooit vermoeden dat zo’n banaal riedeltje zal uitgroeien tot die bigger than life-hymne.

Martin «The Beatles speelden altijd met het oog op de eindmix, dat was een deel van hun talent. Je hoort op de outtakes ook hoe ze ruimte laten voor later nog in te vullen strijkers, blazers of geluidseffecten. ‘A Day in the Life’ is daar een goed voorbeeld van. Ze zagen, zoals alle grote talenten, door de bomen het bos. Ik heb vaak met Paul McCartney gewerkt en ik stel het elke keer vast: hij blijft schaven en experimenteren tot de laatste perfecte take.»

HUMO Jij bent pas geboren twee jaar nadat ‘Sgt. Pepper’s’ uitkwam, maar omdat je vader die plaat geproducet en gearrangeerd heeft, moet jij nu iets van nostalgie hebben gevoeld.

Martin «Mijn vader is op 8 maart van vorig jaar gestorven, en de eerste stem die ik hoorde toen we de eerste mastertape afspeelden, was die van hem. Dat was emotioneel, ja. Gelukkig is mijn moeder er nog, zij merkte over de remixes op: ‘Ik vind dat ‘When I’m Sixty-Four’ nu véél beter klinkt. Ik hou nog steeds niet van de song, maar ’t klinkt nu draaglijk.’ Je kunt altijd op haar rekenen om het werk van de beste popband aller tijden én dat van haar echtgenoot te relativeren (lacht).»

HUMO Is er iets dat jij toen anders gedaan zou hebben?

Martin «Ik heb ooit tegen mijn vader gezegd: ‘Dad, eigenlijk is ‘Lucy in the Sky with Diamonds’ toch een beetje een mislukte opname, hè?’ Hij maakte zich ervan af met een gebromd ‘We zaten toen in acute tijdnood.’ Eigenlijk bestaat ‘Lucy’ slechts uit twee instrumenten en een stem. Maar er is ook dat riedeltje op farfisa (soort orgel, red.) dat Paul speelt. Dat heb ik in stukjes geknipt en geherpositioneerd, zodat het nu in stereo klinkt alsof tussen de twee luidsprekers een gigantisch klavierbord staat en Pauls hand van links naar rechts gaat. Da’s een voorbeeld van creative mixing, waarbij je het origineel nog meer als het origineel laat klinken. Mensen denken te vaak dat mixen draait om perfectie en dynamiek, maar het belangrijkste is de feel van de song: je moet een spot richten op de ziel van een song, beter kan ik het niet zeggen.

»Maar er is niks dat ik echt anders gedaan zou hebben. Ik ben heel trots op mijn vader. Hij heeft duizend platen geproducet, van álle grote sterren, en hij heeft me altijd gezegd dat hij het meest trots was op ‘Sgt. Pepper’s Lonely Heart’s Club Band’.»

‘Sgt. Pepper’s 50th Anniversary Edition’ verschijnt op 26 mei bij Universal.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234