60 jaar Motown: hoe een platenmaatschappij de muziekwereld voor altijd veranderde

Berry Gordy (89), de Motown-mogul die de carrières van vele sterren als Stevie Wonder, Diana Ross en Michael Jackson gelanceerd heeft kondigde afgelopen zondag zijn pensionering aan op een evenement voor de 60ste verjaardag van Motown Records. Gordy bouwde Motown Records om tot een muziek-, film- en televisie-imperium dat raciale barrières verbrijzelde en de wereld liet kennismaken met R&B, soul en funk. In 2009 publiceerde Humo een artikel over de geschiedens van Motown. Herlees hier het artikel.

(Verschenen in Humo 3605 op 8 oktober 2009)


Lees ook: 60 jaar Motown: de meidengroepen, de sister power en de catfights achter de schermen van de hitfabriek

'Cruisend Met de auto, een Meisje binnen handbereik: dát is Motown'

'Calling out around the world / Are you ready for a brand new beat?’ vroeg Martha Reeves in de zomer van 1964 aan de wereld. En de wereld antwoordde als uit één mond: ‘Ja!’ Blank en zwart, arm en rijk, jong en oud: iedereen zong mee met de hits van Motown. Toen, in de sixties, én nu.

‘Ik ben lekker aan het cruisen met de auto. Ik hoef me niet druk te maken over parkeerplaats. En heb ik honger, dan hoef ik maar een drive-inrestaurant binnen te rijden en een meisje op rolschaatsen geeft me een hamburger. Dát is het gevoel dat Motownmuziek me bezorgt. Nog steeds.’ Aan het woord is James osterberg alias Iggy Pop, gezworen Motownfan sinds hij voor het eerst ‘Where Did our Love Go’ van The Supremes hoorde, op zijn zeventiende, in een kitscherige souvenirshop in een nationaal park in upstate Michigan, waar hij met z’n ouders op vakantie was (het beeld alleen al!).

Vijfenveertig jaar later zweert hij nog altijd bij Motown: als de zoveelste dj het publiek voor een Iggyoptreden probeert op te warmen met stoere blanke punk en rockplaten, zal Mr. Pop hem op de schouders tikken en vriendelijk suggereren om ‘Do You Love Me’ van The Contours op te leggen. ‘Do you loooove me? / Noooow that I can daaaance?’ Dat is pas écht raw power, volgens Iggy. Motown is een verkorting van Motor Town, dat wil zeggen: Detroit.

Lang voor The White Stripes, voor Eminem, voor Madonna, voor techno, voor Iggy Pop en voor Motown zelf, lang voor er hoegenaamd sprake was van een plaatselijke muziekscene of stijl, stond die stad synoniem voor de autoindustrie. In het interbellum trokken tienduizenden vooral zwarte arbeiders en hun gezinnen uit de zuidelijke staten naar Detroit om er te gaan werken in de fabrieken van Ford, General Motors of Chrysler.

Eén van hen was Berry Gordy Sr. Die kreeg op 28 november 1929 – het gezin woonde toen al in Detroit – zijn zevende kind: Berry Gordy Jr. De Gordy’s waren harde werkers met een neus voor zaken. Toen de jonge Berry in 1959 het Tamlalabel oprichtte (de voorloper van Motown), begonnen zijn al even ambitieuze zussen Anna en Gwen met Anna Records – letterlijk een zusterlabel. De kleine, gedreven Berry schakelde Anna Records meteen in om het Tamlasingletje ‘Money (That’s What I Want)’ van Barrett Strong te distribueren. Dat nummer had hij zelf geschreven, en we mogen het gerust lezen als zijn intentieverklaring: geld, dat wilde hij, véél geld. ‘Money (That’s What I Want)’ bracht genoeg op om zijn droom te verwezenlijken: een volwaardig eigen label.

En zo geschiedde: op 14 april 1960 richtte hij Motown Record Corporation op, kortweg Motown. Berry Gordy had er toen al heel wat baantjes opzitten, en stuk voor stuk hadden ze hem iets geleerd dat hem later nog van pas zou komen. Hij was krantenjongen geweest in een blanke wijk, en kende dus iets van de smaak van blanke mensen. Hij had als stukadoor gewerkt in de bouwonderneming van zijn vader, en was dus niet te beroerd om keihard te travakken. Hij was huis-aan-huisverkoper van keukenbenodigdheden geweest, en wist dus hoe hij zijn waar aan de man moest brengen.

Hij had ook aan de lopende band gestaan bij Ford, en daar had hij als beginnend songschrijver (hij had voor Jackie Wilson al het hitje ‘Reet Petite’ geschreven) naar eigen zeggen een aha-erlebnis beleefd. Toen hij zag hoe een kaal metalen frame op de lopende band werd gezet en er tientallen meters verderop als een gloednieuwe wagen weer vanaf rolde, besliste hij ter plekke dat zijn platenfirma volgens hetzelfde assemblage principe zou werken. Motown zou een hitfabriek worden: Gordy zou de beste songschrijvers samenbrengen met de beste zangers, de beste zangeressen en de beste muzikanten. Hij geloofde heilig in competitie, ook en vooral intern: alles wat bij Motown van de band rolde, moest perfect zijn. Het minste fabricagefoutje en een liedje werd genadeloos teruggestuurd, of helemaal weggegooid.


Hitsville USA

De plek waar het allemaal gebeurde was Hitsville USA, een gebouw op 2648 West Grand Blvd in Detroit, waar behalve de opnamestudio ook de kantoren waren gevestigd, en in de beginjaren ook de woonvertrekken van Berry Gordy. Helemaal vooraan de lopende band stonden vanzelfsprekend de songschrijvers.

Met voorop het trio Holland, Dozier & Holland, kortweg HDH: de broers Eddie en Brian Holland en Lamont Dozier. Vader Holland werkte in de Ford-fabriek, en daar mochten de kinderen van werknemers gratis naar voorstellingen van kamerorkesten. Daardoor maakte met name Brian al heel jong kennis met strijkers en blazers. Die invloed hoor je heel goed in zijn semiklassieke arrangementen van evergreens als ‘Reach Out I’ll Be There’ of ‘Bernadette’ van The Four Tops. Na de schrijvers (behalve HDH ook nog Norman Whitfield en het koppel Ashford & Simpson) kwamen de vaste studiomuzikanten: The Funk Brothers, met o.a. bassist James Jamerson, drummer Benny Benjamin en pianist Earl Van Dyke in de gelederen. Maar de echte sterren van Motown waren natuurlijk de stemmen, de dames op kop.

Kim Weston (zong samen met Marvin Gaye het duet ‘It Takes Two’) «We kwamen bijna allemaal uit de Detroitse achterbuurten, maar we moesten en zouden klassedames worden. En dus liet Berry Gordy ons etiquettelessen volgen.»

Diana Ross (The Supremes) «We leerden hoe we moesten zingen, bewegen, kijken en zo elegant mogelijk onze microfoon vasthouden. Ze vertelden ons ook hoe we off stage hoorden te praten, lopen en zelfs zitten.»

Uiteraard moesten de Motownmeisjes in de elegante glitterjurken passen die Gordy door een leger ontwerpers liet maken. Hun kroesharen werden door een batterij kappers met de stijltang bewerkt tot ze helemaal plat lagen. Zware make-up met dramatisch geaccentueerde wenkbrauwen en overduidelijk valse wimpers maakten de Motownlook compleet. De mannenafdeling dan.

Daar stond Marvin Gaye in de etalage: eerst nog deeltijds sessiedrummer (o.a. op enkele singletjes op Anna Records) en songschrijver (hij is coauteur van ‘Dancing in the Street’), maar al snel hét mannelijke Motownboegbeeld, en de allergrootste soulzanger ever.

Andere raspaardjes in de Motownstal waren Smokey Robinson & The Miracles, The Temptations, The Four Tops en Jr Walker & The All Stars. Motown had ook twee kindsterretjes. Er was Little’ Stevie Wonder, zoals hij genoemd werd toen hij in 1963 op z’n twaalfde zijn eerste hit had – het grotendeels instrumentale, live opgenomen en nog steeds onwaarschijnlijk groovy ‘Fingertips Parts 1 & 2’.

En er was Michael Jackson, die zijn carrière begon als de schattige leadzanger van The Jackson 5. Over hen zei de Britse piraten-dj Tony Blackburn, de man die meer dan wie ook de Motownsound introduceerde in Europa: ‘Absoluut de grootste talenten die het afgelopen jaar uit de Motownstal tevoorschijn kwamen zijn The Jackson 5. Hun ‘I Want You Back’ schoot uit het niets naar de top van de hitlijsten. De zanger is de tienjarige Michael Jackson, een jongen die ongetwijfeld een fantastische toekomst voor zich heeft.’


Drank, drugs en Diana

Algauw rolde bij Motown de ene na de andere nummer 1hit van de band (de allereerste was ‘Please Mr. Postman’ van The Marvelettes, 1961), maar het bleef natuurlijk mensenwerk. Al in de gouden jaren zestig waren er rivalen, rebellen en zelfs stakers in de hitfabriek.

Mary Wells, die zichzelf in 1964 met ‘My Guy’ gebombardeerd zag tot first lady van Motown, verliet het label nog datzelfde jaar: ze was ongelukkig over haar wurgcontract, dat ze getekend had toen ze zeventien, anoniem en onmondig was. Dat ‘My Guy’ zo’n hit was geworden, was voor een groot deel te danken aan de hese bariton van David Ruffin, broer van Jimmy ‘What Becomes of the Broken Hearted’ Ruffin, lid van The Temptations en één van de meest tragische figuren uit de Motowngeschiedenis. Het succes steeg hem naar het hoofd: hij eiste dat hij in een eigen limousine werd rondgereden, en dat de groepsnaam veranderd werd in David Ruffin and The Temptations.

De band zette hem simpelweg buiten, waarna hij wegzonk in een cocaïneverslaving. Uiteindelijk zou hij in 1991 sterven aan een overdosis. Inspiratie voor zijn grillen had Ruffin gevonden bij de überdiva van Motown: Diana Ross. In 1967 veranderden The Supremes op bevel van hogerhand opeens van naam: voortaan heetten ze Diana Ross & The Supremes. Was het toeval dat Diana Ross destijds een relatie had met labelbaas Berry Gordy? Hoe dan ook, de voorkeursbehandeling was een doorn in het oog van zowat alle vrouwelijke Motownsterren,

Martha Reeves en Mary Wells op kop. Florence Ballard, één van de twee andere Supremes, kreeg achtereenvolgens last van een depressie, een drankprobleem en overgewicht, waarna Berry Gordy haar uit de band zette en uiteindelijk van het label zwierde. Een solocarrière bij ABC Records mislukte, en de berooide Ballard stierf in 1976 aan een hartinfarct.

Maar niemand reed zo’n geaccidenteerd parcours als Marvin Gaye. In 1967 zakte Tammi Terrell, de zangeres met wie hij z’n grootste sixtieshits scoorde (‘Ain’t No Mountain High Enough’ en ‘Ain’t Nothing Like the Real Thing’), op het podium in Marvins armen ineen. Het genadeloze verdict: hersentumor. Toen ze in 1970 stierf, trok Marvin zich uit de openbaarheid terug. Een jaar later bracht hij een plaat uit die in niets deed denken aan de geijkte Motown-hitformule, maar wél zou uitgroeien tot het allergrootste album van het label.

‘What’s Going On’ was een mijlpaal: een symfonische soulplaat vol sombere mijmeringen over Vietnam, milieuvervuiling en de sociale wantoestanden in de VS, alles gemarineerd in Gayes unieke, ongeëvenaard zwoele stem. Zijn volgende plaat, ‘Let’s Get It On’, is ook een verhaal apart. Ze was geïnspireerd door zijn nieuwe liefje: Janis Hunter, een meisje van zeventien.

Probleempje: Gaye was getrouwd, en wel met Anna Gordy, de zus van Berry, een sterke, wereldwijze moederfiguur bij wie hij als jongeman de nestwarmte vond die hij als kind nooit had gekend. Heel zijn jeugd was hij mishandeld door zijn vader, een respectabele predikant die zich thuis gedroeg als een tiran (en die zich binnenskamers graag uitdoste in vrouwenkleren). De onvermijdelijke breuk met Anna én Berry Gordy zou Gaye van zich afschrijven op ‘Here, My Dear’, een bittere plaat waarmee hij Motown in 1978 vaarwel zegde. Zes jaar later werd hij doodgeschoten – door zijn vader.


Brooddoos

Toen waren de grote jaren van Motown al verleden tijd. In 1968 was het trio Holland-Dozier-Holland opgestapt – na een dispuut over centen met Gordy, hoe kan het ook anders. En inmiddels liepen de sixties op hun eind: Woodstock, Vietnam en lsd waren de nieuwe modewoorden, en zelfexpressie was het hoogste goed. De tijd was voorbij dat platenbazen hun artiesten dicteerden wat ze moesten zingen, zeggen en dragen: een groep kon pas goed zijn als ze hun eigen songs schreven.

Motown probeerde nog wel: het experimenteerde met poppy psychedelica (‘Ball of Confusion’ van The Temptations) en sociaal engagement (‘War’ van Edwin Starr), en het bracht zelfs twee klassieke artist albums uit: ‘What’s Going On’, en het machtige ‘Songs in the Key of Life’ van Stevie Wonder.

Er waren funky danshits (‘Papa Was a Rolling Stone’ van The Temptations, ‘Superstition’ van Stevie Wonder), er was de uitzinnige discopop van ‘Superfreak’ van Rick James en, toen waren we al in de eighties, ‘Somebody’s Watching Me’ van Rockwell.

Maar de gouden tijd van Motown is voor eeuwig de jaren zestig. De impact van Motown op de popcultuur is moeilijk te overschatten. Iggy Pop is niet enige rockster die zijn hart verpand heeft aan de Motownsound. Zomaar een paar voorbeelden. De toen nog vrij gezonde, maar al behoorlijk kwetsbare Amy Winehouse vertelde ons drie jaar geleden (‘Back to Black’ was net uit) dat ze van de wachttijd tussen interviews gebruikmaakte om video’s van The Temptations te bekijken: ze wou iets opsteken van hun choreografi eën, want ze was jaloers op de moves van haar achtergrondkoortje.

Annie Lennox was als tiener verslingerd aan de songs van Martha Reeves & The Vandellas die uit haar tienerradiootje kwamen geswingd: ‘Zonder Martha Reeves was ik nu geen zangeres.’ En zowel TV On The Radio (alternatief, Amerikaans, zwart) als Keane (soft, Brits, blank) biechtten me een zware Motownverslaving op. Nog een addict is Greg Dulli, die als kind naar school ging met een Jackson 5-brooddoos, en die met z’n Twilight Singers niet vies is van een livecover van ‘Let’s Get It On’.

In de jaren zestig al coverden The Beatles ‘Please Mr. Postman’, en ‘Street Fighting Man’ was het antwoord van The Rolling Stones op ‘Dancing in the Street’.

De Engelse mods van de jaren zestig dweepten met Smokey Robinson, The Temptations en The Supremes. En niets is heerlijker dan de Britse rockversie van dat klassieke Motowngeluid: van de swingende pop van The Style Council in de jaren tachtig, over de groovy indiesoul van The Charlatans en Ocean Colour Scene in de jaren negentig, tot het recente monsterpact tussen Mark Ronson en Amy Winehouse (maar evengoed tussen Bernard Butler en Duffy) om de Motownsound naar de eenentwintigste eeuw te vertalen.

The Fall nam ooit een heerlijk gruizige garagerockversie op van ‘There’s a Ghost in My House’, een noveltyhitje van R. Dean Taylor – één van de weinige blanke Motownzangers, net zoals de Britse Dusty Springfield één van de weinige blanke Motown-zangeressen was. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan. Het punt is: de melodieën van Motown hebben iederéén geïnspireerd, van de gladste popsterren tot de ruigste rockers, van een onschuldige lolita als Duffy tot een neuzelende gluiperd als Mark E. Smith.

Er wordt weleens gezegd dat Motown te blij, te gepolijst, te poppy is. Het zou de grit van de blues missen, de groan van de gospel en de grom van de rock’n’roll. Onzin. De tijdloze kracht van Motown is juist dat universele gevoelens van verdriet en zelfs verbittering in de zwierigste pop worden gegoten. Vaak ondersteund door een symfonisch arrangement, maar nooit huilerig of over the top. Een Motown-ster torst z’n pijn met geheven hoofd en bezondigt zich nimmer aan goedkope pathos, en zéker niet aan zelfmedelijden. En daar zit de absolute meerwaarde van Motown-songs: ze geven je een extra energieboost als je je goed voelt, en een troostende schouder als je verdrietig bent: ‘Kop op, je bent méér waard!’

Eén van de stelregels van Eddie Holland luidde: ‘Onthoud alles wat je hoort en gebruik het in je songs. Mensen houden van herkenbaarheid.’ En dus spitste Eddie de oren toen een boos vriendinnetje hem toeriep: ‘You don’t really love me! You just keep me hanging on!’ Hij hoorde al niet meer wat ze hem nog meer verweet; in zijn hoofd klonk al een nieuwe song, gebouwd rond die éne zin – ‘You Keep Me Hanging On’. Diana Ross & The Supremes mochten het inzingen, en zo rolde één van de allerstrafste Motown-songs van de band: een anthem voor de rechten van de vrouw, geschreven door een man.

Volgende week: alles over die vrouwen van Motown.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234