null Beeld

7 Days in Entebbe

Boeiend, maar lang niet zo sterk als Spielbergs ‘Munich’.

Erik Stockman

undefined

Wie in de jaren 60 en 70 op een vliegtuig stapte, liep in het gangpad meer kapers dan stewardessen tegen het lijf. Het was een gouden tijd voor vliegtuigkapers, omdat het bij gebrek aan metaaldetectoren in de luchthavens een makkie was om behalve een nekkussen ook een arsenaal wapens aan boord te smokkelen. Een mens wordt er bijna nostalgisch van!

Begrijp ons niet verkeerd: uiteraard zal het voor de slachtoffers niet erg aangenaam geweest zijn om in volle vlucht ‘This is a hijack!’ te horen te krijgen in plaats van het vertrouwde ‘Chicken or pasta?’ Maar in vergelijking met de werkwijze van de huidige generatie terroristen (vliegtuigen in wolkenkrabbers boren, massamoord, onthoofdingen) hadden die vliegtuigkapingen iets, laat ons zeggen, heerlijk ambachtelijks. Trouwens: vaak dienden die kapingen niet om dood en verderf te zaaien, maar waren het wanhopige pogingen om de aandacht te vestigen op het lot van de Palestijnen. Men zou zelfs kunnen opperen dat sommige kapers uit die tijd geen criminelen waren, maar goedaardige idealisten; en dan denken wij vooral aan die ene in de VS verblijvende Cubaan die de piloot dwong naar Cuba te vliegen omdat hij de bonenpuree van zijn moeder miste (geen grap).

‘7 Days in Entebbe’ doet het relaas van één van de meer serieuze vliegtuigkapingen uit die tijd: in 1976 werd een vliegtuig van Air France gekaapt door enkele Palestijnse soldaten en twee Duitse revolutionairen van de Baader-Meinhof-groep. Op bevel van de gijzelnemers landde het vliegtuig op de luchthaven van Entebbe in Oeganda, waar de film heel even een droogkomieke wending neemt wanneer zijne excellentie Idi Amin, de Oegandese president, de gijzelaars op het tarmac probeert gerust te stellen door zichzelf af te schilderen als een door God gezonden Verlosser. Een speech die door de gijzelaars wordt onthaald op een surreëel aandoend applausje.

Intussen volgen we ook de in hemdsmouwen vergaderende regeringsleiders in Tel Aviv, waar het tot een boeiend conflict komt tussen premier Rabin, die neigt naar onderhandelen, en minister Peres, die een commando op het vliegtuig wil afsturen. En weet u: in tegenstelling tot de meeste Amerikaanse critici, die moesten kotsen omdat ‘7 Days in Entebbe’ nét iets te veel begrip vraagt voor de kapers, vonden wij het niet slecht dat regisseur José Padilha peilt naar hun beweegredenen. Zo wijst de film er fijntjes op dat er soms een dunne lijn loopt tussen vrijheidsstrijders (zoals de kapers zichzelf noemen) en terroristen (zoals Israël hen noemt). Het grote probleem is dat die praatscènes veel te breedvoerig en te gekunsteld aanvoelen (de telefoonmonoloog van Rosamund Pike!), en dat ze de actie uiteindelijk hopeloos vertragen.

Tot slot kregen wij pas na een uur door dat de schitterende acteur die Shimon Peres vertolkt, niemand minder is dan de onder een hilarisch kapsel schuilgaande Britse klasbak Eddie Marsan, bekend van de drama’s van Mike Leigh. Helaas: doordat de film niet helemaal op de hoogte staat van zijn vertolking, doet Marsans prestatie een beetje denken aan zaad dat werd verschoten in een zakdoek. Erik Stockman

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234