null Beeld

70 jaar Eddy Merckx: De Kannibaal in 5 foto's

Volgens Eddy Merckx fotografeerde niemand hem beter dan Tonny Strouken. Ter gelegenheid van Merckx’ 70ste verjaardag vertelt hij het verhaal achter zijn iconische foto’s, en onthult hij zijn geheim: ‘Ik kon in Eddy’s hoofd kruipen en wist altijd wat er zou gebeuren.’

Vlak over de grens, in een hotel in Valkenburg, maakt Tonny Strouken (79) me wegwijs in zijn opmerkelijke carrière als fotograaf, die ook al bijna zeventig jaar duurt.

Tonny Strouken «Als 11-jarige maakte ik hier op de Cauberg mijn debuut, op het WK Wielrennen van 1948, waar Briek Schotte won. Ik was leerjongen bij een Limburgs persagentschap. ‘Neem hem maar mee,’ had mijn chef gezegd, ‘zo steekt hij nog iets op.’ Maar ’s anderdaags waren het wel míjn foto’s die op de voorpagina’s van de kranten stonden. En dan te weten dat de gendarmes me telkens achter het dranghek hadden gezet: ze dachten dat ik mijn perskaart vervalst had – onmogelijk dat zo’n snotneus een officiële fotograaf was.»

Vanaf dat moment ging het snel. Soms fietste Strouken – nog steeds 11 – 160 kilometer op één dag om alle sportmanifestaties te kunnen verslaan. Maar zijn allerbeste werk begon hij te maken toen hij een jonge Belgische wielrenner uit Brussel op het spoor kwam.

Strouken «Moeder Merckx had me graag. ‘U bent een beleefde jongen, en u maakt de mooiste foto’s van mijn zoon,’ zei ze. De familie Merckx liet me toe in haar leven, in het kruidenierswinkeltje op de Place des Bouvreuils in Sint-Pieters-Woluwe, en ik ben blijven komen. Ook Eddy voelde zich heel vereerd met mijn foto’s, en we kregen snel een goede band. Al was hij in het begin van zijn carrière héél verlegen: hij durfde je amper aan te kijken en antwoordde nauwelijks op vragen. Eigenlijk alleen wanneer hij het niet met je eens was: ‘Bwah, nee,’ bromde hij dan (lacht). Ik zag ook meteen dat hij een uitzonderlijke atleet was: lange benen, slank lijf en gezegend met een grote motor. En ook al was hij timide, je voelde de waanzinnige ambitie die in hem brandde.»


Foto 1: Parijs-Nice, 1971

undefined

null Beeld

undefined

'Ik heb dikwijls mijn leven geriskeerd, maar ik was bezeten: ik dacht aan niks anders dan aan die ene foto'

We bladeren door de enorme stapel foto’s die hij heeft meegebracht, waar er één meteen Merckx’ ware aard toont.

Strouken «Dit is bij de start van een rit in Parijs-Nice in 1971. Er wordt een minuut stilte gehouden: de dag voordien, op 15 maart, was Jean-Pierre Monseré om het leven gekomen toen hij tegen een stilstaande auto was gebotst in de kermiskoers van Retie. Wat opvalt: Eddy is de enige die huilt, ik herinner me hoe de tranen over zijn wangen rolden. Je ziet rechts ook de Spanjaard Luis Ocaña en de Zweed Gösta Pettersson: zij staan er onbewogen bij. Die foto toont vooral hoe gevoelig Eddy was en is. De dood van Jempi greep hem enorm aan: één week later zou hij Milaan-Sanremo voor hem winnen en de zegekrans op zijn graf in Roeselare leggen.

»Vooral in het bijzijn van zijn kinderen en kleinkinderen ervaar ik die gevoeligheid. Meestal uit die zich in tranen van geluk, zoals toen zijn zoon Axel Belgisch kampioen werd. En zo kom je al snel uit bij die complexe persoonlijkheid van hem. Er zijn veel factoren die op Merckx hebben ingewerkt: het oorlogsdrama van Meensel-Kiezegem, de familie die verscheurd raakte tussen collaboratie en verzet, en daardoor uiteindelijk naar Brussel verhuisde. Dat leed heeft hij zich altijd aangetrokken, nu nog kan hij niet tegen onrecht.

»Eddy moest ook opboksen tegen zijn ouders, die hogere studies boven het wielrennen verkozen. In zekere zin hebben we hetzelfde meegemaakt. Mijn vader was pianist, hij speelde voor de radio en genoot aanzien. Ik had zijn talent geërfd en hij droomde er dan ook van dat ik in zijn voetsporen zou treden. Maar ik wilde per se fotograaf worden. En dan zet je je dubbel in om je gelijk te bewijzen. Je kunt het moeder Merckx moeilijk verwijten dat ze het wielrennen niet zaligmakend vond, ook zij had nooit kunnen vermoeden dat haar zoon zo’n fenomeen zou worden.»

Eigenlijk was het ook zijn grote droom om wielrenner worden, vertrouwt Strouken me toe. Maar net na de oorlog was dat de sport van de arbeidersklasse: tennis stond beter voor een fijnbesnaarde intellectueel als zijn vader.

Strouken «Eddy is altijd een volksmens gebleven, hij is nooit tot de Brusselse aristocratie gaan behoren, zoals bijvoorbeeld Jacky Ickx. Dat kwam in grote mate door zijn vrouw Claudine: zij groeide op in een volkscafé en heeft nooit haar afkomst verloochend. Qua karakter is zij Eddy’s tegenpool: heel extravert. Ze kent trouwens veel van de koers, je mag niet vergeten dat haar vader Lucien Acou een groot baanwielrenner was.»


Foto 2: Eddy en Claudine in Napels, 1968

undefined

null Beeld

Hij zoekt in zijn stapel en houdt me even later een foto van Eddy en Claudine voor, als verliefd stel.

Strouken «Deze heb ik in 1968 genomen, in Napels. Eddy had net de Giro gewonnen, zijn eerste grote ronde, en werd uitgebreid gehuldigd. Het wemelde van de supporters en de persmensen, en daardoor had ik hem uit het oog verloren. Tot ik me toevallig omdraaide en hem opnieuw zag staan, samen met Claudine. Ik heb de foto in een flits gemaakt, vandaar dat hij wat onscherp is, al hoort dat voor mij bij het verhaal. Je ziet goed dat de liefde nog pril is: Eddy legt zijn hand op haar gezicht, zij lacht breed en voelt zich overgelukkig. Ze ziet er ook prachtig uit met die mooie witte kraag: Claudine ís een vrouw met klasse. Zij en Nini Van Looy – de vrouw van Rik – zijn wat mij betreft de twee vrouwen die in de sport het meest voor hun man hebben betekend. Je moet weten dat Rik in het begin van zijn carrière een flierefluiter was, die best een beetje aangemaand mocht worden.»


Foto 3: Tour de France, 1969

undefined

null Beeld

undefined

'Als je Eddy nerveus zag rondkijken, dan wist je: hij gaat zijn tegenstanders op hun kop geven' Fotograaf Tonny Strouken

We komen als vanzelf bij Stroukens meesterwerk. Hij zegt meteen dat zulke foto’s niet op bestelling komen, maar dat neemt niet weg dat hij er álles aan deed om in het hoofd te kruipen van de renners die hij fotografeerde. Hij volgde zelfs een opleiding tot wielertrainer om zijn onderwerp beter te kunnen begrijpen.

Strouken «Tegen mijn vaste motard Armand Desmet zei ik dikwijls: ‘Over 5 kilometer gaat het gebeuren.’ Dan verklaarde hij me gek, maar mijn voorspelling kwam altijd uit. Als ik Eddy nerveus zag rondkijken, wist ik dat hij zijn tegenstanders op hun kop zou geven. Even later stampte hij op zijn pedalen en hoorde ik overal klak-klak-klak: het geluid van versnellingen die terugschakelden, van renners die de rol moesten lossen.»

We kijken naar wat misschien wel de beroemdste foto is die ooit van een wielrenner is gemaakt. Het is de Tour van 1969 en Eddy Merckx komt boven op de Col du Soulor, tijdens zijn legendarische solovlucht van 130 kilometer in de Pyreneeën-rit van Luchon naar Mourenx-Ville-Nouvelle.

Strouken «We hebben die hele dag naast hem gereden – kílo’s foto’s heb ik geschoten. We beseften heel goed dat hij op dat moment geschiedenis aan het schrijven was. ‘Allez, ket,’ riep Armand Desmet van op de motor. Hij was een Brusselaar en dus supporter. We spraken de renners wel vaker toe: zo heb ik Lucien Van Impe ooit aangemaand groter te schakelen op de Puy de Dôme. Hij heeft er nog altijd spijt van dat hij niet naar mij heeft geluisterd, want hij heeft toen verloren.

»Die dag op de Col du Soulor was het bloedheet: je merkt het aan de mensen in ontbloot bovenlijf. Aan Merckx’ ogen zie je heel goed dat hij op dat moment een zware inzinking heeft, hij oogt allesbehalve fit. ‘Heb je geen cola?’ riep hij de hele tijd naar ons. Maar renners mochten toen niets aannemen, daar stonden zware tijdstraffen op. Ze mochten wél stoppen aan een café, of iets van een tafel langs de weg graaien. Ik zette dus tot tweemaal toe een cola tussen mij en mijn motard, en zei tegen Eddy dat hij die van het zadel moest pakken. Hij dronk ze in één keer uit, en de commissaris kon niet anders dan toekijken. Eddy zegt dat hij zich die cola’s niet meer kan herinneren (lacht).

»Meestal had hij geen oog voor mijn camera, daar was hij te geconcentreerd voor. Maar bij deze foto zat ik omgekeerd op de motor, en omdat we vlak voor hem reden en de weg maar 1,5 meter breed was, móést hij wel in de lens kijken. En de commissaris achter Eddy maar roepen en fluiten dat we moesten voortmaken.

»Ik zat meestal achterstevoren op de motor. Ook tijdens de afdalingen bleef ik zo zitten, met mijn rug tegen die van de motard. En we reden ook nog eens zonder helm. Ik heb dikwijls mijn leven geriskeerd, maar ik was bezeten: ik dacht aan niks anders dan aan die ene foto. Ik heb altijd goed geld verdiend, maar op zulke momenten dacht ik niet aan geld. Eddy ook niet, trouwens. We geloofden allebei erg in wat we deden. Zelf zegt hij dat dít de foto van zijn leven is, dat het de mooiste foto is die ooit van hem is gemaakt. Dat maakt me trots. Ik weet dan dat het niet voor niks is geweest: mijn foto’s zijn aangekomen. Maar die rit was dan ook legendarisch: hij finishte met 8 minuten voorsprong, beeld je dat nu eens in.»


Foto 4: Ronde van Italië, 1976

undefined

null Beeld

Hij vond Merckx enorm fotogeniek, vooral tijdens een inspanning. ‘Zijn markante kop vertelde altijd een verhaal. Als hij achter Ocaña aan joeg, veranderde hij plots in een krijger. En als hij in een hevige discussie verzeild raakte, kregen zijn trekken iets nukkigs.’ Er komen foto’s tevoorschijn waarop Merckx verschrikkelijke pijn lijkt te lijden. Achterovergeleund, als een piëta.

Strouken «Hij kon door een muur gaan en zelfs als hij halfdood was, reed hij nog altijd 50 kilometer per uur. Of zoals Felice Gimondi ooit zei: ‘Het lijkt wel of Eddy nooit moe wordt.’

»Deze komt uit de Giro van 1976, de herfst van zijn carrière is ingezet. Hij had een enorm abces op zijn zitvlak, en toch reed hij door tot hij zowat stervende was. Uiteindelijk werd hij nog achtste in het eindklassement, maar aan de finish zakte hij in elkaar. Iedereen zou het begrepen hebben, mocht hij hebben opgegeven. ‘Eddy, je kunt je kansen niet meer verdedigen. Waarom stap je in godsnaam niet af?’ dacht ik de hele tijd. Maar uit een koers stappen was uitgesloten voor hem.»


Foto 5: Tour de France, 1970

undefined

null Beeld

undefined

'Ik dacht niet aan geld. Eddy ook niet, trouwens. We geloofden allebei erg in wat we deden'

Strouken «Eddy ging nooit dieper dan die keer op de Mont Ventoux, om Tom Simpson te eren, zijn vriend en ploegmaat die er om het leven was gekomen. Hij raakte zelfs in zuurstofnood. We zijn in de Tour van 1970 en die ochtend had zijn manager Jean Van Buggenhout me toevertrouwd dat Eddy iets bijzonders wilde doen. Tourbaas Jacques Goddet zou die dag het herdenkingsmonument voor de Brit inhuldigen, voor de eerste keer sinds zijn dood werd de berg opnieuw beklommen.

»Het is me gelukt om al die gebeurtenissen in één foto te vatten: enerzijds Goddet die zich bukt met zijn krans en naast hem de Franse gendarmerie, anderzijds Merckx die net dan langsrijdt en zijn petje afdoet als eresaluut. Het hele beeld staat vol: de enthousiaste supporter met zijn transistorradio, de koerscommissaris in de volgwagen die wil passeren en een collega-fotograaf die zijn lens op Goddet richt. Die had ik misleid, iets wat ik wel vaker deed. Ik wil niet onbescheiden klinken, maar ik was dé referentie als fotograaf in de Tour en had een World Press Photo Award gewonnen. Mijn collega’s hielden me nauwlettend in het oog, ik zag ze denken: ‘Wat is die Strouken nu weer van plan?’ Daarom richtte ik mijn camera soms op een boom, wat ze dan nadeden. Ook hier probeerde iemand me na te apen, maar terwijl ik naast hem stond, hield ik nauwlettend Merckx in het oog. Zodra Eddy eraan kwam, stapte ik snel een meter achteruit, ik schoot de foto en was de concurrentie te snel af. En het is opnieuw een wereldberoemde foto geworden: hij is de hele wereld rondgegaan en is aan tal van magazines en kranten verkocht.»


Het hart van in

We bladeren verder, en Strouken bleek aanwezig op álle grote momenten uit Merckx zijn carrière. In zijn kamer in Savona, bijvoorbeeld, waar hij op zijn bed lag te huilen en zijn onschuld uitschreeuwde toen hij in de Giro van 1969 op doping werd betrapt. Wat er die dag werkelijk is gebeurd, blijft nog steeds een mysterie.

Strouken «Ik heb Eddy ooit met vijf minuten voorsprong de Ronde van Lombardije zien winnen. De sterkste renners joegen 50 kilometer achter hem aan en nóg kon hij zijn voorsprong uitbouwen. Na de wedstrijd werd hij positief bevonden op efedrine, een stof die je vooral in neusspray vindt. Weg was zijn zege. Wel, ik daag jou uit om een hele doos efedrine te nemen en te zien hoeveel je sneller fietst. Wees gerust, het zal niet helpen.»

We zien nog hoe Merckx fluks een gesloten overweg oversteekt, terwijl er een trein op komst is – ‘Ach, daar maakte niemand zich toen druk over.’

En als we op Johan Cruijff en Mohammed Ali stuiten, vergelijkt hij deze drie reuzen uit de sportgeschiedenis.

Strouken «Eddy was standvastiger dan Ali, er zat meer balans en intelligentie in zijn leven en zeker in de opbouw van zijn carrière. Al sinds zijn 17de wist hij heel goed wat hij wilde. Hij zou ook nooit moslim geworden zijn of geweigerd hebben zijn dienstplicht te vervullen, zoals Ali. Daarvoor was hij te veel Belg in hart en nieren. Cruijff was het tegenovergestelde: zijn Amsterdamse bluf stond haaks op Eddy’s verlegenheid. Ik volgde als fotograaf ook Ajax in de Europacup en zat begin jaren 70 mee in het vliegtuig naar Lissabon, waar ze tegen Benfica zouden spelen. Cruijff was aan het kaarten met Piet Keizer en Rinus Michels ergerde zich dood: ‘Ze zijn niet eens met de wedstrijd bezig.’ Waarop Cruijff: ‘Schei uit, we maken ze zonder problemen in.’ En jawel, Ajax won met 5-1. Cruijff moesten ze op zijn 17de van het veld halen bij het Nederlandse elftal omdat hij te veel protesteerde tegen de scheidrechter: het contrast met Merckx kon niet groter zijn.

»Al kun je wel zeggen: Johan Cruijff is geboren als voetballer, en niemand heeft Eddy leren fietsen. Die jongens hadden geen trainer nodig, zij hadden de gave om hun dromen te doen uitkomen. Toch moet bij Merckx die droom in scherven zijn geslagen toen een dokter in 1964 een hartafwijking bij hem vaststelde en hem afkeurde voor het wielrennen. We hebben het al gehad over de krachten die op hem inwerkten, maar volgens mij was dat het keerpunt in zijn leven: ze wilden hem het wielrennen afpakken. Gelukkig vertelde een tweede diagnose een ander verhaal. Op het WK in Sallanches nam Eddy wraak en won hij met grote overmacht.»

We staan nog even stil bij een breed lachende Merckx.

Strouken «Die heb ik genomen op een oefenkamp in Italië. Ze hadden de onderkant van het bord van een ploegmaat ingesmeerd met schoensmeer, en na het eten zag zijn gezicht helemaal zwart. Er werd hard getraind, maar ze vonden wel nog de tijd om elkaar te jennen. Eigenlijk zag je Merckx zelden lachen, daarvoor was hij veel te geconcentreerd. Als er iets was dat hem afleidde, werd hij boos. Toen hij in volle koers in zijn gezicht werd gestoken door een bij, vond hij dat vooral vervelend omdat het hem uit zijn concentratie haalde. Hij was koel, consciëntieus, maniakaal en legde ook een enorme last op zijn schouders. In die tijd waren er nog geen woordvoerders of managers die iedereen op een afstand hielden. Alleen Van Buggenhout zei weleens: ‘Jongens, nu is het genoeg geweest. Laat hem met rust.’ Hij was en is publiek bezit, en dat moet een zware prijs zijn. Bij Van Looy kwamen ze destijds met volle autobussen langs, waarop Rik naar buiten moest en met iedereen op de foto ging. Elke grote kampioen heeft ermee te maken, maar voor Eddy is dat geen sinecure, gezien zijn verlegenheid.

»Zelf ben ik van geen enkele renner supporter geweest, ook niet van Merckx, maar ik bewonderde hem wel. Mijn zonen hebben allebei gekoerst, Alain werd zelfs kampioen van Nederland bij de nieuwelingen. Toen hij als eerste over de finish reed, stond ik met open mond te kijken. Ik had twee fototoestellen om mijn nek hangen, maar een foto heb ik niet genomen. Vergeten, ik was te hard aan het juichen (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234