73 soorten nieuwe designerdrugs: 'Ecstasy gevaarlijk? Ja, even gevaarlijk als paardrijden'

Luidens een recent rapport van het Drugsagentschap zijn er in 2012 drieënzeventig nieuwe psychoactieve stoffen onderschept in Europa: geestverruimende en hallucinogene waar, veelal synthetisch, waarvan de namen alleen al – cannabinoïden, tryptaminen, piperazinen – onze receptoren en synapsen aan het flapperen brengen.

Het strafst van al: de meeste van die stoffen kunnen vrijelijk circuleren, omdat hun chemische structuur lichtjes afwijkt van de substanties die wél in de drugswet zijn opgenomen. De lui die de wondere wereld van de designerdrugs bevolken, schuwen over het algemeen het daglicht, maar één ingewijde zette, bij wijze van grote uitzondering, de deuren van het laboratorium wagenwijd open.

'Het is zoals koken: je moet nog altijd snappen wat er in je potten en pannen gebeurt'




Om helemaal correct te zijn: D.H. wás een ingewijde. In 2011 – onze getuige was toen doctoraalstudent scheikunde aan de KU Leuven – trok hij de deur van het lab achter zich dicht. Op dat moment had hij tientallen stoffen gesynthetiseerd, waaronder veel legal highs: substanties die nog niet op de lijst van verboden producten staan. Die tijden zijn definitief voorbij. ‘Ja, ik heb een grove fout gemaakt,’ bekent hij deemoedig, tot vijfmaal toe, maar D.H. wil zijn expertise nu aanwenden ten behoeve van een nieuwe missie: een radicaal nieuw drugsbeleid. Want aan het oude schort het één en ander: het illegale circuit floreert, rotzooi van levensbedreigende kwaliteit overspoelt de straten. En dus moet het anders, vindt D.H. Zijn ideeën zijn verstrekkend, maar zijn betoog is doorwrocht en zijn argumentatie lucide en accuraat. De crux van het verhaal: ‘Legaliseer. En incorporeer het drugsbeleid in het voedselveiligheidsbeleid. Het gaat in beide gevallen over de kwaliteit van wat we consumeren.’



Maar we beginnen bij het begin. Of het einde, zo u wilt. D.H. «Vijf jaar geleden heb ik me voor het eerst ingelaten met drugs. 't Is te zeggen: toen ik 24 was, heb ik wel een keer spacecake gegeten, maar dat is me slecht bevallen. ‘Dat doe ik nooit meer,’ zwoer ik toen. Maar mijn interesse werd later toch weer aangewakkerd: ik was intussen een jaar of 33 en werkte aan mijn doctoraalscriptie. Ik deed onderzoek naar de oplosbaarheid van uraniumoxide in vloeibare zouten, maar het vlotte niet: mijn promotor en ik zaten niet op dezelfde golflengte, ik zat niet goed in mijn vel. Ik denk dat ik toen bewust én onbewust op zoek ben gegaan naar... andere uitdagingen. Toxicologie interesseerde me altijd al, en ik had me al verdiept in de scheikunde van verschillende soorten gif: de stap naar psychoactieve stoffen is dan niet zo groot.
»Van het één is het ander gekomen. Ik heb een aantal producten gekocht, uitgeprobeerd en geanalyseerd, ik heb me op de wetenschappelijke literatuur gestort en op den duur ben ik zelf dingen beginnen te maken. Ik wist wat ik deed. Het is zoals koken: je kunt een recept minutieus volgen, de ingrediënten tot op de gram afwegen, maar je moet nog altijd snappen wat er gebeurt in je potten en pannen. Ik ben begonnen vanuit een wetenschappelijke nieuwsgierigheid: ik wilde alles wat ik geleerd had – chemische reacties, reducties, syntheses... – in de praktijk brengen. Soms lukte dat, soms niet. En op het einde van de rit bleef ik met een psychoactieve stof zitten. Van alle stoffen die ik gemaakt heb, heb ik de meeste níét geprobeerd. Omdat het risico op onzuiverheden te groot was, of omdat ik gewoon dacht: ‘Hm. Interessante reactie. Op naar de volgende.’



»Ik heb mescaline gesynthetiseerd, net als alle afgeleiden van mescaline: escaline, proscaline, isoproscaline, allesca- line. Ook alle amfetamines van die afgeleiden. (Abrupt) Weet je wat ironisch is? Die stoffen waren toen nergens te krijgen. Nu wel, omdat ze één voor één verboden worden. Crystal meth heb ik ook ooit gemaakt. Ecstasy? Nee, nooit MDMA, maar wel MDA – de oervorm. From scratch: ik heb ook de precursoren zelf gemaakt, de chemische stoffen die in de chemische reactie het eindproduct voorafgaan. In het geval van MDA is dat bijvoorbeeld safrol, dat van de sassafrasplant komt. Veel synthetische drugs hebben een plantaardige oorsprong. Zo kun je mescaline uit een peyotecactus winnen en heb je voor lsd ergotamine uit de claviceps purpurea of aanverwante schimmels nodig.



»Ik maakte mijn stoffen in het lab van de universiteit, tijdens de kantooruren. Working nine to five, zeg maar. De unief heeft beweerd dat ik ná die uren werkte, maar dat is niet waar: ze willen natuurlijk niet geweten hebben dat ik alles gewoon onder hun ogen deed. Regel één als je iets doet wat niet koosjer is: doe het op een plek waar iedereen je kan zien. Hiding in plain sight. Soms liep het wel 'ns uit, ja: als een reactie bezig is, kun je niet gewoon naar huis gaan. Maar dat is niet zo uitzonderlijk: aan het onderzoek voor mijn doctoraalscriptie werkte ik soms ook 's nachts. Op dat vlak hebben ze de duimschroeven nu aangedraaid: nachtwerk is ondertussen verboden, een begrijpelijke veiligheidskwestie. De tijd dat men ongelukken meewarig afdeed als part of the job is voorgoed voorbij.



»Ik heb domme dingen gedaan, dat is evident, maar ik ben geen idioot. Ik heb altijd op kleine schaal gewerkt en bijvoorbeeld hooguit 1,5 gram crystal meth gemaakt. Een junkie jaagt die hoeveelheid er op één dag door. Anderzijds had ik op een bepaald moment wel meer dan 2 gram DOET staan: 666 keer de reguliere dosis van 3 milligram, dus. Om maar te zeggen: veel of weinig, dat is allemaal relatief. En het ging me alleen om de chemie, niet om de producten.»




CONSILIUM ABEUNDI
D.H. «Ik zou liegen als ik zeg dat ik nooit iets geprobeerd heb, maar het bleef binnen de perken. Ik heb er ook nooit één cent aan verdiend, al gaf ik af en toe weleens iets aan vrienden. Hoeveel is te veel, trouwens? Ik vind: als het je dagelijkse leven bemoeilijkt. En dat was bij mij niet het geval: ik heb wel 'ns een paniekaanval gehad, daar ben ik gevoelig voor, maar ik heb gelukkig nooit een psychotische reactie meegemaakt.
»Crystal meth heb ik zelf ook geprobeerd, ja. Dat zit zo: ik was ADHD-patiënt, en in de Verenigde Staten wordt methamfetamine gebruikt als tweedelijnstherapie voor ADHD. Het is er verkrijgbaar op voorschift, onder de naam Desoxyn. Toen ik jong was kreeg ik Rilatine voorgeschreven, maar als dat niet werkt schakelen ze over op amfetamine – speed eigenlijk. Ik ben daar vier jaar geleden mee begonnen: elke dag één keer 7,5 milligram en twee keer 5 milligram. Ik vond dat brol. Op den duur vóél je dat: het werkte serieus op mijn hart. Ik had op het internet gelezen dat mensen die methamfetamine namen daar géén last van hadden, maar hier in België mag dat middel niet voorgeschreven worden. Ik heb een tijdlang de dosis genomen zoals die in de bijsluiter van Desoxyn beschreven staat, en dat geëvalueerd. Ik heb het later trouwens tegen mijn psychiater gezegd: (laconiek) hij vond het geen goed idee.»



HUMO Het valt toch niet te ontkennen dat je risico's nam?
D.H. «Een departement chemie heeft alles in huis wat je nodig hebt. De juiste producten en de juiste apparatuur. En ik had ook de knowhow: ik heb alles gedaan volgens de regels van de kunst, precies zoals men het mij heeft aangeleerd. Maar inderdaad: je kunt de kans op ongelukken verkleinen, maar nooit tot nul herleiden. Zelfs in de farma-industrie maken mensen fouten: het gebeurt dat je bij de apotheek een doosje verkeerd gedoseerde pillen meekrijgt. Elk jaar gebeuren zo accidenten.»


'Veel moleculen uit klinische studies staan plots te koop op het internet'


HUMO Heb je zelf ook nieuwe molecules ontworpen?
D.H. «Alleen op een theoretisch niveau, verder ben ik nooit gegaan: te gevaarlijk. Ik was het van mijn onderzoek gewend om met gevaarlijke producten te werken – chinolines en uraniumoxide zijn geen stoffen waar Groen erg vrolijk van wordt (lacht) – maar je moet weten wanneer je moet stoppen. Een kleine aanpassing aan een kleine molecule kan dramatische gevolgen hebben voor de toxiciteit. Er zijn computermodellen die dat min of meer kunnen voorspellen, maar uiteindelijk moet je nog altijd terugvallen op dierproeven.»



HUMO In de Spaanse krant El Pais stond twee jaar geleden een uitstekende reportage over een besloten kring van universiteitsstudenten die zelf nieuwe drugs ontwikkelden, én ze vervolgens op zichzelf uittestten, tot nut van het algemeen.
D.H. «Schandalig. Zo hoort het niet. Maar het is wel wat de overheid oogst met haar beleid.
»Zelfs als mensen zéggen dat ze zich bewust zijn van de risico's, zijn ze dat vaak niet. Ik dacht dat mijn vrienden de risico's ook kenden. Tot ik de verslagen van de verhoren las: ze wisten minder dan ik aannam.»
De verhoren: D.H. laat het woord bijna achteloos vallen, maar het gaat wel degelijk om politieverhoren. Als gevolg van een ‘bezoek’ dat D.H. op een dag kreeg, ‘van onze vrienden van de politie’.
D.H. «Het was nog vroeg – een uur of zeven, ik lag nog te slapen – toen er gebeld werd. En dan nog 'ns. En nog 'ns. Bij de vijfde keer weet je: het is niet de facteur. Ik heb de deur opengedaan, ik heb de sleutel van mijn brandkluis gegeven en hun de weg gewezen. Ik had hier thuis ongeveer vijftig substanties staan. Twee derde daarvan waren legal highs. Een deel van eigen makelij, een deel niet.»

HUMO Heb je een idee hoe de politie je op het spoor is gekomen?
D.H. (stil) «Iemand is naar de politie gestapt. Waarom? Ik heb er nachten van wakker ge- legen, maar ik heb geen idee.»
HUMO Je hebt een hoge tol betaald.
D.H. «Een gigantisch hoge. De universiteit is meteen een tuchtprocedure gestart. Ik had geen schijn van kans, ik ben geschorst voor het leven. Consilium abeundi. De strafrechte- lijke procedure is geëindigd in de raadkamer, die besloot tot opschorting van straf over te gaan. Ik begrijp dat ik een fout heb gemaakt, maar anderzijds vind ik het oordeel zwaar. Wie explosieven maakt in een lab – heb ik met eigen ogen zien gebeuren – is een gemotiveerde scheikundige, wie psychoactieve stoffen synthetiseert een crimineel. Enfin: ik heb geen strafblad. Maar toch vind ik geen werk op mijn niveau. Bij high profile-jobs vragen ze door, en dan komt de waarheid al snel aan het licht. Toch wil ik graag iets doen met de ervaring die ik heb opgedaan. Op mijn eigen manier, want via de geijkte kanalen zal het niet meer lukken.»



HUMO Je wilt een draagvlak creëren voor een radicaal nieuw beleid.
D.H. «Ze leren ons een leven lang: drugs zijn slecht. Alle drugs. Altijd. Dat is onzin: in dat geval zouden ze niet meer gebruikt worden. Vergeet ook niet dat veel drugs geneesmiddelen zijn of waren. Repressie wérkt niet: de vraag naar drugs is nog nooit gedaald.



Toen ik 14 was, rookten mijn vrienden gras omdat ze geen sigaretten konden kopen. Of iets illegaal is of niet, maakt niks uit. Integendeel: het aanbod wordt net groter als een drug illegaal wordt. Dat is gebleken toen 4-methylmethcathinone – bekender onder de straatnaam meow-meow – in Groot Brittannië werd verboden: plots was het overal beschikbaar.
»Doordat drugs gecriminaliseerd worden, ontstaat een zwarte markt waar van alles wordt aangeboden – ook stoffen waarvan je niet weet wat ze doen. Zoals de cannabinoïden, synthetische cannabisproducten. Achteraf is gebleken dat sommige daarvan kankerverwekkend zijn. Ik weet niet of je al van ‘krokodil’ hebt gehoord? 't Is een straatdrug, een goedkoop alternatief voor heroïne, die in Rusland veel slachtoffers maakt. Eigenlijk is het huisgemaakte, en dus onzuivere, desomorfine. Op zich is er niets mis met desomorfine, als het zuiver is en je het gebruikt zoals het moet. Maar omdat het verboden is, experimenteren amateurs met codeine, benzine en fosfor uit luciferkopjes. En dat injecteren ze dan bij zichzelf: het mag niet verbazen dat hun ledematen daarvan beginnen te rotten. Crystal meth: hetzelfde verhaal. Een geweldig probleem in de States. Overal waar gebruikers hard aangepakt worden, beginnen mensen zélf te produceren – in hun keuken, met producten die je gewoon in de supermarkt koopt.
»Daarom pleit ik voor een nieuwe invalshoek: zet een drugsbeleid op poten dat op wetenschappelijke leest is geschoeid. Doe research. Zeg duidelijk wat brol is, waar je moet afblijven, en wat wél kan. Eigenlijk zou het drugsbeleid deel moeten uitmaken van het voedselveiligheidsbeleid: het gaat in beide gevallen over de kwaliteit van wat we consu- meren. Als je sommige drugs gecontroleerd ter beschikking stelt, kom je al een heel eind. Nieuw-Zeeland kiest nu voor zo'n resoluut nieuwe benadering: ze gaan de productie én de consumptie van legal highs toelaten als de producent ervan duidelijk kan aantonen dat het gezondheidsrisico laag is. Dat is een goudmijn: de farma-industrie gaat zich daar natuurlijk op smijten. Beeld je maar 'ns in hoeveel accijnzen dat de overheid zou kunnen opleveren!»



HUMO Is België rijp voor zo'n verstrekkend beleid?
D.H. «De politiek niet. En dat begrijp ik: hun paycheck hangt ervan af. En het is niet zonder gevaar. Zo'n ommezwaai moet doordacht gebeuren. Als je zegt: ‘Vanaf morgen is alles legaal,’ dan krijg je accidenten. Eén en ander moet ook internationaal aangepakt en gecoördineerd worden.
»In de wetenschappelijke wereld is er wél stilaan een consensus. Geen enkele academicus zal nog pleiten voor repressie.»




DRUGSWOLK
‘Het klopt dat repressie niet werkt. Maar alles legaliseren en regulariseren is mij een brug te ver,’ zegt professor Jan Tytgat, toxicoloog met faam en expertise. Tytgat veroorzaakte enige weken geleden commotie met een opmerkelijk voorstel over de gecontroleerde teelt van cannabis, maar eerst werpt hij licht op de huidige drugswetgeving.
Jan Tytgat «Tot nog toe is het zo dat elke drug, elke molecule afzonderlijk wordt opgeno- men in de wet. Dat heeft het voordeel van de duidelijkheid, maar mensen die in illegale labs moleculen modifiëren – zodat ze buiten het juridische kader vallen maar wél nog actief zijn – kunnen daardoor niet gepakt worden. Een sprekend voorbeeld: xtc. Toen in de ja- ren 80 MDMA –of ADAM – furore maakte onder de straatnaam xtc, werd die stof in de drugswet opgenomen. Even later werd de Belgische markt al vanuit Nederland met EVA overspoeld, de ethylmodificatie van MDMA. Een mooi voorbeeld van hoe de overheid altijd achterophinkt. Tussen haakjes: veel legal highs die bij ons in het lab belanden, zijn research chemicals. Gepatenteerde – vaak veelbelovende – moleculen die van de farmaceutische camion zijn gevallen, zeg maar. Ze ‘ontsnappen’ en cours de route – veelal tijdens de klinische studies – uit de ontwikkelingsprocedure die elke nieuwe substantie moet volgen en dan zie je ze plots te koop aangeboden worden op het internet.»


'Waar gebruikers hard aangepakt worden, beginnen ze zélf te produceren'


HUMO Op dit eigenste moment wordt de wetgeving bijgevijld.
Tytgat «Klopt. De regering heeft een wetsontwerp goedgekeurd dat vertrekt vanuit groepen, en niet meer vanuit afzonderlijke substanties. Veel drugs zijn varianten op terugkerende scheikundige basisstructuren. Je hebt de indolamines, bijvoorbeeld. Piperazinestructuren. Of de cathinonen, waartoe alle amfetaminen behoren.»



Water under the bridge, meent D.H.
D.H. «Mensen zijn creatief: ze zullen experimenteren met nieuwe groepen. Twee moleculen kunnen er totaal anders uitzien en toch hetzelfde effect hebben. Cocaïne en Rilatine hebben op moleculair niveau niets met elkaar te maken, maar in klinische studies is het farmacodynamische effect van die stoffen identiek. Men zal andere groepen uitvinden, en dat zal veel gemakkelijker gaan dan vroeger, toen men een stof maakte en dan – door trial-and-error – probeerde of die werkte. Nu simuleren supercomputers 3D-modellen van onze hersenreceptoren en kunnen we zo berekenen welke moleculen erop passen. Men verwacht dat over een jaar of tien de eerste moleculaire printers op de markt komen: een technologische tijgersprong die de productie nog zal doen versnellen.»



Tytgat «In theorie is dat waar, maar het zal zo'n vaart niet lopen. We zouden die nieuwe groepen al ontdekt hebben, ze zouden al op de markt zijn. De lijst van mogelijke moleculen is eindeloos, maar er is een grens aan de farmacologische activiteit. De komende jaren zullen nog nieuwe designerdrugs opduiken, maar over twintig jaar zullen ze geen probleem meer zijn: tegen dan zijn de variaties uitgeput.»
De nieuwe drugswet zal in elk geval paal en perk stellen aan de grijze zone waarin ontwikkelaars en handelaars van psychoactieve waar opereren, hun manoeuvreerruimte zal verkleinen. Maar het valt sterk te betwijfelen of ze de vraag naar roesmiddelen zal doen dalen, en dat weet ook Tytgat.
HUMO U hield een maand geleden een opmerkelijk pleidooi voor de legalisatie van cannabis. Meer zelfs: u vindt dat de overheid moet instaan voor een gereguleerde productie.
Tytgat «Ik zal als toxicoloog nooit een kruistocht voeren voor een stof die schadelijk is voor de gezondheid, maar ik vind wél dat mensen recht hebben op correcte informatie. We zien dat België momenteel overspoeld wordt door cannabis van heel slechte kwaliteit, met té hoge concentraties THC. Als de overheid consequent wil zijn, zou ze haar standpunt ten aanzien van alcohol en tabak moeten doortrekken naar cannabis. Het mag, als je je aan bepaalde regels houdt.

»Als je bier of sterkedrank koopt, kun je ervan op aan dat het goede alcohol is en geen methanol, waar je blind van wordt. Een etiket vermeldt ook de concentratie. Er is een ver- bod op de verkoop van alcohol aan minderjarigen, het is verboden om dronken achter het stuur te kruipen. Ik zeg: laten we die insteek gebruiken voor cannabis. Zorg dat er controle is op de kwaliteit. Reguleer de productie, creëer werkgelegenheid en incasseer accijnzen. Op die manier kun je ook de miljoenen witwassen die in het zwarte circuit circuleren. Als je een kwalitatief product voor een competitieve prijs aanbiedt, krijg je die zwarte markt klein.»



HUMO Gelden die argumenten – kwaliteitscontrole, het onderdrukken van het criminele circuit – niet voor alle drugs?
Tytgat «Dat is voor mij een brug te ver. Bij cannabis zijn er duidelijke parallellen met alcohol en tabak. Bij heroïne en cocaïne speelt ook het risico op fysieke afhankelijkheid, wat voor cannabis nooit wetenschappelijk bewezen is. Hier is het aloude onderscheid tussen hard- en softdrugs – een classificatie van de Wereldgezondheidsorganisatie uit de jaren 50, die door sommigen irrelevant gevonden wordt – nog wel bruikbaar.»



HUMO Bij alcoholverslaving is er toch ook duidelijk een fysieke component?
Tytgat «Alcoholisme is inderdaad een vorm van fysieke afhankelijkheid, dat klopt. In die zin is er een wetenschappelijke basis om te zeggen dat alcohol een harddrug is, maar het is ingeburgerd en miljarden mensen gebruiken het op een verstandige manier: je mag de goegemeente niet straffen voor het gedrag van enkelingen. Maar het klopt dat alcohol, als het vandaag uitgevonden werd, veel moeilijker aanvaard zou worden dan tweeduizend jaar geleden.»
HUMO 90 procent van de mensen die drugs gebruiken doen dat ook op een verantwoorde manier, zonder schadelijke gevolgen.
Tytgat «Het is niet bewezen dat er bij mensen die af en toe een speed- of xtc-tablet slikken altijd meetbare, schadelijke gevolgen zijn. Maar heroïne is bijvoorbeeld zo destructief, dat zelfs de sterkste karakters uiteindelijk voor de bijl gaan.»
D.H. «Toen professor Tytgat zijn voorstel deed, reageerde de N-VA als door een wesp gestoken: ‘We gaan toch niet zeggen dat drugs níét slecht zijn?’ Ik krijg het van de gratuite manier waarop het woord ‘gevaarlijk’ wordt gehanteerd. Is water gevaarlijk? Niet als je een glas drinkt, maar elk jaar verdrinken mensen in hun bad, in een bodempje van 20 centimeter water.



»David Nutt, een Britse wetenschapper en overheidsadviseur, voert al jaren onderzoek naar de effecten van drugs. Hij probeert het begrip ‘gevaarlijk’ te rationaliseren op basis van een erg gedetailleerde, fijnmazige definitie van schadelijkheid. Men vroeg hem ooit of xtc gevaarlijk was. Zijn antwoord: ‘About as dangerous as horseback riding.’ Dat is wetenschappelijk gezien 100 procent correct: op basis van het aantal doden, gewonden, hospitalisaties, enzovoort. Uit het onderzoek van Nutt blijkt ook hoe gevaarlijk alcohol wel niet is.»
D.H. diept een artikel op dat Nutt in 2010 samen met een econoom van de London School of Economics in The Lancet publiceerde. Hij laat zijn vinger over een grafiek glijden. De horizontale as geeft de schade weer die een drug aanricht bij de gebruiker ervan, de verticale as meet de schade bij anderen – familie, de samenleving, de economie. Op eenzame hoogte, rechts van het midden: alcohol. Een pak minder schadelijk voor de gebruiker dan heroïne, crack of meth, maar veel méér schade aan anderen. Die vier middelen staan op de grafiek trouwens ver verwijderd van alle andere onderzochte middelen, die links beneden in een wolkje samenklitten. Ecstasy blijkt relatief weinig gevaarlijk voor gebruikers – minder dan tabak en cannabis – en veroorzaakt ook weinig hinder bij anderen – opnieuw minder dan tabak en cannabis.




ZINLOZE REPRESSIE
Professor in de criminologie Tom Decorte deed in de jaren 90 onderzoek bij een grote groep cocaïnegebruikers in Antwerpen. Eén van zijn bevindingen was dat het gebruik van de drug niet per se tot de totale neergang van de gebruiker leidt. De negatieve gevolgen, zo besloot Decorte ook, zijn van veel meer afhankelijk dan de farmacologische kwaliteiten van het product alleen. In de discussie over het drugsbeleid wordt Decorte tot het liberale, progressieve kamp gerekend.
‘Wat met de designerdrugs?’ willen we weten van Decorte.



Hij kent het Nieuw-Zeelandse model niet tot in de details, maar hij voelt wel iets voor het principe.
Tom Decorte «Het verhaal van de designerdrugs is een cynisch spelletje zonder eind. Uitvinden. Verbieden. Uitvinden. Verbieden. Er valt dus iets voor te zeggen om de bewijslast om te keren: ‘Doe maar, op voorwaarde dat je kunt aantonen dat het niet schadelijk is.’ Noem me nu geen voorstander van het Nieuw-Zeelandse model, maar ik geloof wél dat de overheid door te criminaliseren per definitie achter de feiten aanholt. De mensen tegen wie ze vechten, zijn enorm creatief. Doordat de winsten zo groot zijn, staan ze op het vlak van onderzoek en ontwikkeling altijd drie stappen verder dan de overheid.»
HUMO In een breder perspectief: repressie werkt niet.
Decorte «Veel wetenschappelijke rapporten en commissies zijn tot die conclusie gekomen, op basis van objectieve indicatoren als de prijs en de beschikbaarheid van producten. Behalve een afschrikeffect teweegbrengen wil de overheid met repressie drugs schaars maken, zodat de prijzen stijgen en bijgevolg ook de drempel om te gebruiken. Als je om je heen kijkt, kun je alleen maar het tegendeel vaststellen. Je raakt heel makkelijk aan drugs en veel producten zijn met de jaren, rekening houdend met de inflatie, goedkoper geworden. Plus: we hebben geen enkele greep op de kwaliteit.
»De repressie heeft ook verregaande onbedoelde neveneffecten: de georganiseerde misdaad wordt er groot mee en het politie- en justitieapparaat loopt vast. De kosten zijn gigantisch, ook qua gevangeniscapaciteit en de inzet van mensen. Het is een duur beleid waarmee je op de keper beschouwd weinig resultaat boekt.»



HUMO Waarom, vraagt een mens zich dan af, houdt men er zo halsstarrig aan vast?
Decorte «De internationale verdragen die de basis vormen van het mondiale drugsbeleid, zijn moeilijk te wijzigen. Hoewel het juridisch gezien perfect kan: je kunt ze afschaffen of aanpassen. Politiek gezien is het minder evident: een hele groep landen gelooft nog altijd sterk in de repressieve, strafrechtelijke aanpak. En de procedures lopen vast als een paar landen dwarsliggen.
»Nu, je ziet wereldwijd dat landen allerlei creatieve methoden bedenken om een eigen koers te varen. Portugal heeft grondwettelijke redenen aangevoerd, en in de Verenigde Staten – toch de grote inspirator van de war on drugs – hebben achttien staten een systeem ingevoerd om medische marihuana te verstrekken. In sommige van die staten is dat duidelijk een manier om de recreationele gebruikers te bevoorraden. De internationale verdragen voorzien in uitzonderingen om medische en wetenschappelijke redenen. En Nederland heeft twintig, dertig jaar alle internationale kritiek getrotseerd, vooral van Frankrijk en de Verenigde Staten. Hoogstens krijg je een tik op de vingers van administratieve waakhonden, zoals de International Narcotics Control Board, maar dat is niet het einde van de wereld: je kunt moeilijk beweren dat Nederland politiek geïsoleerd is.»
HUMO Zijn de geesten niet stilaan rijp voor een structurele omslag?
Decorte «Steeds meer gezaghebbende figuren en commissies zeggen dat het tijd is om te praten over alternatieven: academici, politici, zelfs politieorganisaties. Vaak wel mensen van wie de actieve loopbaan voorbij is en die dus geen risico lopen. In Amerika bestaat er een organisatie van politiemensen, de Law Enforcement Against Prohibition, die luidop zegt: ‘We zijn al veertig jaar verkeerd bezig.’ De Global Commission on Drug Policy – bevolkt door mensen als Kofi Annan, George Shultz en ex-politici uit de States en Latijns-Amerika – heeft gezegd dat de war on drugs mislukt is, en pleit nu voor regulering in plaats van repressie. Dat wil iets zeggen.»



HUMO Hoever moet die deregulering gaan, volgens u? Jan Tytgat pleit voor de legalisering van cannabis, zoals u weet, maar gaan zijn argumenten niet op voor alle drugs?
Decorte «In theorie wel. Er zijn uiteraard een aantal argumenten – het kwaliteitsargument, de criminalisering, de generatie van criminele winsten – die evengoed opgaan voor andere producten. Er zijn nu eenmaal bepaalde risico's verbonden aan bepaalde producten. Een ander belangrijk argument: cannabis wordt, in tegenstelling tot cocaïne en heroïne, op grote schaal gebruikt. Het is genormaliseerd. Jongere generaties nemen er minder aanstoot aan, ook niet degenen die niet gebruiken. Ik vind: laten we het debat in eerste instantie op cannabis focussen. Zet experimenten op en kijk hoe het evolueert: achteraf kunnen we dan lessen trekken voor andere substanties. Cannabis is maatschappelijk relevant, designer- drugs die door een kringetje van adepten worden genomen níét, met alle respect.»






























































Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234