8 Beurstips

Ziet u door de dode bomen het bos niet meer? Humo selecteerde uit het Boekenbeurs-aanbod acht boeken waarmee u gebeiteld, in de lift én op rozen zit. Trefzekere tips voor een gegarandeerd geslaagde beursgang.

Donna Tartt
Het puttertje
(De Bezige Bij)

Meer dan tien jaar schreef Donna Tartt aan haar nieuwe roman, maar ‘Het puttertje’ is het wachten ruimschoots waard. Theo Decker verliest op zijn dertiende zijn moeder bij een terroristische aanslag in het Metropolitan Museum of Art. Hij overleeft de explosie en wandelt naar buiten met een schilderij: ‘Het puttertje’, een zeventiende-eeuws portret van een distelvink. Fabritius’ doek is, net als Tartts boek, een droefgeestige ode aan het ter plaatse klapwieken. De volgende negenhonderd bladzijden probeert Theo de scherven van zijn geëxplodeerde leven samen te rapen.

Eerst vindt hij onderdak bij de rijke familie Barbour. Daarop volgt een uitzichtloos verblijf in Las Vegas, bij zijn teruggevonden vader en diens nieuwe liefde. Uiteindelijk belandt hij terug in New York, bij Hobie, een restaurateur van meubels, die ‘langer en rustiger levens leiden dan mensen’. Tartt serveert een werveling van verhalen, voortgestuwd door Theo’s verlangen in het reine te komen met zichzelf en zijn ouders, en zijn zucht naar roes en destructie.

Ons taalgebied kreeg de primeur van de langverwachte nieuwe roman, wat tot een wispelturige ontvangst leidde: nogal wat critici bespraken de hype in plaats van het boek of verzuimden de tijd uit te trekken die de roman behoeft. Inmiddels ligt ook de Engelse versie van ‘The Goldfinch’ in de winkel en wordt, onder meer door de laaiende kritieken van Michiko Kakutani, de topcritica van The New York Times, en Stephen King, de bijzondere klasse van Tartts derde roman steeds duidelijker. Het boek van het jaar.

Joost Zwagerman
Americana
(De Arbeiderspers)

Er schuilt een zendeling in Joost Zwagerman. Geregeld promoot hij het werk van anderen – collega-schrijvers, popmuzikanten en kunstenaars – in wat hij gaandeweg tot zijn corebusiness is gaan rekenen: de essayistiek. In ‘Americana’, ruim twaalfhonderd bladzijden in twee banden, verzamelt de schrijver alle essays die hij de afgelopen decennia aan de Amerikaanse cultuur gewijd heeft: van literatuur tot architectuur, van kunst tot film, van popmuziek tot fotografie. Een aanstekelijke road movie langs high- en lowbrow Amerika, met een welbespraakte en aimabele gids.

De teksten van Zwagerman zijn gespeend van jargon en moeilijkdoenerij, en de man heeft voldoende metier om te voorkomen dat het uitleggerig wordt. Af en toe gaat hij weleens aan het sakkeren, maar ’t zijn onmiskenbaar liefde en bewondering die hem drijven. En hij noteert het allemaal op zeer aanstekelijke wijze: je voelt voortdurend de aandrang om je spoorslags naar de boekhandel, het MoMa of de internetwinkel te spoeden.

Bloemlezen werkt aanstekelijk. Enkele conclusies uit de Humo-besprekingen van de bundels waarin de hier verzamelde essays voor het eerst verschenen: ‘Zwagerman heeft de gave om de honger bij lezers en kijkers aan te wakkeren, enkel en alleen door ze deelgenoot te maken ‘van de manieren waarop hijzelf blijft bijleren’’ (‘Kennis is geluk’); ‘Dat Zwagerman één van de waardevolste essayisten van de Lage Landen is, is al lang geen geheim meer. Dat hij er nog aldoor béter in wordt, is een zegen’ (‘Alles is gekleurd’).

Alice Munro
De liefde van een goede vrouw
(Colibri)

De Nobelprijs voor Literatuur 2013 was dus niet voor de Japanse tovenaar Haruki Murakami. Dat de topfavoriet het niet haalt, is niet onlogisch als het iemand betreft die – we citeren uit ‘1q84’ – plaatsen verkent ‘waar onze logica niet de minste invloed heeft’. Goed nieuws is dat het de Academie, niet zelden blijk gevend van zonderlinge voorkeuren, heeft behaagd een andere uitstekende winnaar uit te verkiezen: Alice Munro. Nog beter nieuws is dat ‘De liefde van een goede vrouw’, wellicht het beste boek van de kakelverse laureate, volop verkrijgbaar is in een handzame en fraaie editie die nog goedkoop is ook.

Munro, vaak vergeleken met Tsjechov, wordt alom bejubeld als de koningin van het korte verhaal, en ‘De liefde van een goede vrouw’ etaleert breeduit waarom. De bundel bevat zes verhalen. Zoals altijd bij Munro hebben ze de impact en envergure van een roman, en zoals meestal staan doodgewone meisjes en vrouwen en hun dagdagelijkse besognes centraal – deze verhalen hebben geen nood aan extravaganza om er emotioneel diep in te hakken.

De bundel ontleent een extra kracht aan de thematische eenheid van de verhalen: alle protagonisten staan op een keerpunt in hun leven. Bovendien ligt het zwaartepunt van de verhalen rond 1960, waardoor gaandeweg iets als de contouren van een generatie vrouwen zichtbaar wordt. Een impliciet moraliteitsportret, dat de ook op zich uitstekende verhalen van Munro in deze bundel nog optilt. ‘De liefde van een goede vrouw’ toont wat literatuur op z’n krachtigst vermag.

Richard Yates
Een geval van ordeverstoring
(De Arbeiderspers)

‘Ik heb gedronken, maar ik ben niet dronken.’ Al bij de tweede repliek van John C. Wilder is het zo klaar als pompwater: de antiheld van ‘Een geval van ordeverstoring’ van Richard Yates is een volbloed alcoholist. Naast een permanent verhoogd promillage in het bloed heeft hij een aardig betaalde maar muisgrijze baan, vrouw en kind, en een samen met een vriend gehuurd souterrain om met een occasionele verovering onder te duiken. Na een zenuwinzinking verlaat de weinig helder uit zijn ogen kijkende pimpelaar zijn gezin om met een groener gras belovend liefje in Hollywood een oude droom als filmproducer na te jagen. Waarna het natuurlijk van gemarineerd kwaad naar beneveld erger gaat.

‘Een geval van ordeverstoring’ sluit aan bij de eerder herontdekte romans van de ruim twintig jaar geleden overleden Yates: steevast grijpt wel een of ander personage naar de fles om de druk van niet eens torenhoge verwachtingen te milderen. Toch slecht Yates grenzen: voor het eerst laat hij het kristalheldere realisme achter zich om de wanen van zijn antiheld accuraat te beschrijven. Hallucinatoire freejazz, op het ritme van in whiskyglazen rinkelende ijsblokjes. Die verraadt hoe dicht Yates zichzelf in deze roman op de huid zit: de schrijver was zwaar aan de whisky, deed daardoor weleens aan ordeverstoring, en leed daarenboven aan een bipolaire stoornis. Genadeloos zet hij het mes in zijn eigen falen. Dat maakt van ‘Een geval van ordeverstoring’ een beklijvende boodschap in een fles.

Timur Vermes
Daar is hij weer
(De Bezige Bij Antwerpen)

Op een warme aprildag kruipt Adolf Hitler weer overeind, niet ver van de Führerbunker in Berlijn, op de plek dus waar hij haast zeven decennia eerder afscheid heeft genomen. Zijn uniform geurt nog naar benzine, maar gelukkig is Stomerij Yilmaz in de buurt. Er ist wieder da!

Het is de beginzet van wat een gouden idee bleek voor Timur Vermes, een succesrijk Duits ghostwriter. Zijn boek houdt makkelijk stand in de Nederlandse vertaling van Liesbeth van Nes: ‘Daar is hij weer’.

Deze roman wérkt omdat Vermes, hoe zeer hij ons ook wil doen lachen, Hitler au sérieux neemt. Hij heeft zijn redevoeringen en geschriften goed bestudeerd voor hij in zijn huid kroop, legt de methode in zijn waanzin bloot, legt impliciet ook uit waarom de man succes kon hebben.

‘Daar is hij weer’ is een eindeloze monoloog die pas na ruim driehonderd pagina’s stokt. Hitler vertelt hoe hij na zijn wederopstanding zijn weg vindt in onze moderne tijd met laptop en gsm, met loofblazer en gesorteerd afval, met Youtube en Wikipedia. Via een kioskhouder komt hij snel na zijn wederopstanding in contact met televisielui, die goud in hem zien. Zijn nieuwe omgeving houdt Hitler voor een komisch acteur, terwijl hij zelf doodernstig zijn politieke roeping weer oppakt: het wordt vrolijk als die twee logica’s botsen. Hitler haalt uitstekende kijkcijfers, en dat snoert critici de mond: zo wordt ‘Daar is hij weer’ een satire die ons behalve over het nazisme ook over ons televisietijdperk doet nadenken. Dat kan geen kwaad.

Stefan Hertmans
Oorlog en terpentijn
(De Bezige Bij)

De verste herinnering van Stefan Hertmans aan zijn grootvader Urbain Joseph Emile Martien is die aan een man van zesenzestig op het strand van Oostende. Hertmans zelf heeft gewacht tot hij de zestig voorbij was om in de roman ‘Oorlog en terpentijn’ diens levensverhaal te vertellen, als proeve van een matuur schrijverschap.

Hertmans’ grootvader was korporaal tijdens de Eerste Wereldoorlog, en zette op hoge leeftijd zijn herinneringen op papier aan die vreselijke oorlog die een diepe scheur door zijn leven trok. Zijn kleinzoon recycleert die cahiers binnen de bredere bedding van een compleet levensverhaal, zorgvuldig gecomponeerd, verfijnd gestileerd. De details over de slachtpartijen in de loopgrachten hadden allicht niet door een schrijver kunnen worden verzonnen, maar ze konden alleen door een groot schrijver opgeschreven worden zoals hier.

Er is meer dan oorlog in dit boek, het geurt ook naar terpentijn, want Urbain Martien is een verdienstelijk amateurschilder. Hertmans noemt die passie een ‘toegewijde treurarbeid’. Door de meest alledaagse dingen te schilderen wil zijn grootvader immers ‘het huilen van de wereld’ bedaren. Het huilen van hemzelf ook, want er is nog een andere scheur die door zijn leven loopt: het verlies van een verloofde aan de Spaanse griep in 1919. Hij huwt dan maar haar zus, en dat levert geen al te vrolijk bestaan op als ‘gehuwde weduwnaar’. De versmelting van dit particuliere levensdrama met het megadrama van de Grote Oorlog, dat is het werk van een toverkunstenaar.

Gaito Gazdanov

Het fantoom van Alexander Wolf

(Cossee/Lebowski)

De literaire goudzoekers van Lebowski Publishers gingen naarstig op zoek naar een opvolger voor ‘Stoner’ van John Williams, een door mond-tot-mondreclame aangezwengeld succès fou. Ze kwamen uit bij ‘Het fantoom van Alexander Wolf’ van Gaito Gazdanov (1903-1971), een vergeten Russische balling in Parijs.

Oorlogsveteraan en emigrant Gazdanov heeft niet ver moeten zoeken naar verhaalstof: op zijn zestiende vocht hij in de Russische burgeroorlog tegen de bolsjewieken, nadien vluchtte hij naar Parijs om er als taxichauffeur aan de kost en als schrijver aan een levensvervulling te komen. Zijn roman begint dan ook aan het front, met een zin als een pistoolschot: ‘Van al mijn herinneringen, van die eindeloze reeks ervaringen uit mijn leven, is de pijnlijkste herinnering aan de enige moord die ik heb begaan.’ De onder die herinnering gebukt lopende man leest jaren later – intussen is hij journalist in Parijs – in een boek van de hem onbekende Alexander Wolf een haarfijne reconstructie van dat noodlottige moment. Dat is, welja, het startschot voor een speurtocht naar de geheimzinnige Alexander Wolf.

Sinds de uitgave van zijn Verzameld Werk in 2009 wordt Gazdanov massaal herondekt. Hij wordt vaak vergeleken met Vladimir Nabokov – ook een balling en een stilist van het hoogste karaat. Zijn Russische heroïek is er eentje van het Franse soort, waardoor ook weleens gerefeerd wordt aan Albert Camus – ook een schrijver van existentieel proza. ‘Het fantoom van Alexander Wolf’ is een te koesteren literair goudklompje.

Marisha Pessl
Nachtfilm
(Anthos)

Zeven jaar na haar droomdebuut, ‘Calamiteitenleer voor gevorderden’, levert Marisha Pessl een droomopvolger af. In ‘Nachtfilm’ reconstrueert onderzoeksjournalist Scott McGrath zeshonderd bladzijden lang de levenswandel van cultregisseur Stanislas Cordova, een duivelskunstenaar die in het verborgene leeft. Startschot voor zijn speurtocht is de dood van Cordova’s 24-jarige dochter Ashley, die gevonden wordt in een liftschacht in een verlaten pakhuis.

McGrath ontdekt algauw dat de hang naar privacy van vader en dochter geheimen aan het zicht moet onttrekken. Op zijn tocht langs de rafelranden van Manhattan volgt hij sporen van het extreem manipuleren van acteurs, het filmen van levensechte gruwel en het door zwarte magie geïnspireerde mismeesteren van kinderen. Pessl spreidt de nerveuze klopjacht inventief uit over 118 voortijlende hoofdstukken, meestal slechts enkele bladzijden lang en gestoffeerd met foto’s, krantenstukken en webpagina’s. McGrath ontwikkelt tot drie keer toe een verklaringsmodel om alle feiten en speculaties tot een mogelijk verhaal te ordenen.

Het uitputtende spel van schijn en wezen maakt van de onderzoeksjournalist tegen wil en dank zelf de protagonist van een ‘nachtfilm’ – een label waarmee Cordova zijn meest beklemmende werk bedacht: ‘Ik zet mijn personages graag in het donker. Dan pas kan ik precies zien wie ze zijn.’

‘Nachtfilm’ is een spannende, ontroerende en bevreemdende ode aan de irrationaliteit van de verbeelding.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234