Julie en Sanarya Beeld Damon De Backer / De Morgen
Julie en SanaryaBeeld Damon De Backer / De Morgen

onlineshoppen

‘80 procent stuur ik weer terug’: jongeren over hun online aankoopgedrag

Voor veel jongeren is onlineshoppen bijna dagelijkse kost. Journaliste Annette Wiesman stelt zich vragen bij het bestelgedrag van haar eigen tieners. En drie jongeren vertellen wat ze allemaal per koerier aan de deur laten komen.

Annette Wiesman

Een doordeweekse dag, elf uur ’s avonds: de deurbel. Mijn zoon snelt “niks aan de hand!”-roepend naar beneden en nadat de voordeur open en dicht is gegaan, klinkt beneden het bekende gekraak van papieren zakken. De oogst: twee zakken snoep en een fruityoghurt. Zoon (17) en dochter (19) vinden dat ze na een dag hard werken wel iets frivools verdiend hebben, en dat was kennelijk niet in de voorraadkast te vinden. Wat een zegen toch, dat er voor dit soort barre noodsituaties tegenwoordig flitskoeriers bestaan!

De online-aankopen zijn bij ons thuis niet van de lucht. Als wij, hun ouders, ’s avonds beiden weg zijn, wordt er bijna per definitie een maaltijdbezorger ingeschakeld, maar ­eigenlijk wordt elke afwijking van de maaltijdroutine als excuus aangegrepen. Het frustrerendste vind ik het als ze laat op de avond, met een prima huisgebrouwen maaltijd achter de kiezen, nog wat snacks bestellen.

“O god, alwéér?”

“Hoezo?”

“Eergisteren hadden jullie nog pizza. En sowieso: we hebben van alles in huis.”

“Wat maakt jou dat nu uit?”

“Ik vind het decadent. En verwend.”

Rollende ogen. “Tuurlijk.”

Schaamte

Daarnaast heeft de dochter een warme verstandhouding met onlinekledingwinkels: gemiddeld eens per week arriveren er pakketjes, waaronder, – dat scheelt – veel tweedehands. Haar kamer is bezaaid met ­dozen en kleding. Een veeg teken is ook dat beide kinderen regelmatig geen idee hebben waar hun bankkaart is, want die heb je in de bestel-app niet nodig.

Het feit dat ze die bestellingen zelf betalen, maakt mijn positie ingewikkeld. Wat ze met hun geld doen, moeten ze tenslotte zelf weten. Bovendien bestellen we zelf ook wel eens wat: gemiddeld een tot twee keer per maand. We zijn niet de enige dozenverzamelaars in onze buurt: de papiercontainers in de omgeving zijn een groot deel van de tijd geblokkeerd.

Toch ga ik regelmatig de discussie aan. Als het om maaltijden en boodschappen gaat, stuit vooral de luiheid me tegen de borst; alles is hier op loopafstand verkrijgbaar. Helaas zijn de bezorgkosten nauwelijks een argument bij flitsbezorgers als Gorillas. Omdat onze dochter zelf ook voor zo’n flitsbezorger werkt, krijgt ze korting, wat het bestellen bijna gratis maakt. En die bezorgers rijden ook nog eens op (elektrische) fietsen rond, dus benzinedampen blijven achterwege. Zo’n kluwen aan halfbakken bezwaren is niet overtuigend, merk ik. Wat is nu eigenlijk de essentie van mijn kritiek? Is mijn bezorgschaamte terecht?

De onlineverkoopcijfers stegen al langer, maar zijn dankzij corona geëxplodeerd. Niet verrassend deed vooral de maaltijdbezorging afgelopen jaar goede zaken: tussen januari en juni werden dit jaar maandelijks tweemaal zoveel maaltijden bezorgd als het jaar daarvoor, terwijl deze branche al een stijging van 40 procent achter de rug had.

En het aanbod groeit mee.

Naast de flitsbezorgers en maaltijdbezorgers zijn er maaltijdbox-bezorgers als HelloFresh, Marley Spoon, onlinesupermarkt Picnic en natuurlijk de reguliere supermarkten, die, om de concurrentie aan te gaan, de minimale besteding voor gratis bezorgkosten hebben verlaagd. Zowel flits- als maaltijdbezorgers richten zich vooral op de grote steden, want daar zitten veel mensen op een kluitje.

En ze richten zich op jongeren. De grootste shoppers zijn millennials (25-40 jaar): zij zijn vaak online en kunnen zich veel uitgaven veroorloven. Maar de grootste groei is te verwachten van generatie Z (14-25 jaar); jongeren die aan hun smartphone verklonken zijn, en altijd en overal connected. Ze hebben een grote behoefte aan gemak. Die behoefte leeft niet alleen bij de stedelijke jongeren, zegt Jos Ahlers. De psycholoog schreef met René Boender het boek Generatie Z. Verlangen naar verandering. “We zien weinig verschil in voorkeuren tussen jongeren in de stad en daarbuiten. Sterker: mondiaal gezien gaan deze tieners steeds meer op elkaar lijken. Dat is ook logisch, want dankzij internet doen tijd en plaats er veel minder toe.”

Luie donders

In die luxueuze levensstijl openbaart zich een generatiekloof. Zoals ik in de jaren 1980 met mijn ouders maar héél af en toe uit eten ging of een terras deed – als je ergens heen ging, nam je boterhammen mee – maak ik met mijn gezin regelmatig gebruik van horeca. Onze kinderen, gewend aan die levensstijl, zetten simpelweg de volgende stap.

“Vroeger noemden we dat vooruitgang”, zegt Ahlers. “Mijn coauteur zegt vaak: waarom zou je helemaal naar de Albert Heijn gaan en een maaltijd klaarmaken met behulp van een YouTube-filmpje, terwijl het resultaat nooit zo mooi wordt als op Instagram en je het met één klik thuisbezorgd kunt krijgen?”

Ahlers verwacht dat de groei van online-aankopen zal doorzetten. “De meeste kinderen groeien welvarend op, terwijl hun ouders een strijd moesten leveren om een baan te vinden. Ik ben van generatie X, wij hebben moeten vechten voor werk. Spullen stonden bij ons symbool voor veiligheid. Jongeren voelen zich veilig als ze hun mobiel bij zich hebben. Dat is het resultaat van tachtig jaar vrede.”

Jongeren hechten meer aan belevenissen. Ze geven veel geld uit aan abonnementen: Spotify, Swapfiets, Netflix, Disney+. Het onderhouden van hun online en offline sociale netwerk staat centraal in hun leven. Ahlers: “Dat betekent dat ze elkaar ook opzoeken; samen in het park zitten, met vrienden films kijken en pizza eten, met z’n allen naar festivals. Ervaringen delen.”

Onlinewebwinkels sluiten daar naadloos bij aan met hun belofte: ‘Dankzij ons koop je tijd vrij om leuke dingen te doen’.

Maar volgens Martijn Arets, auteur van het boek De platformrevolutie, is dat een loze kreet. Flitsbezorgers zetten boodschappen doen ten onrechte weg als iets negatiefs. “Het is óók een uitje en wat menselijk contact. Veel techstart-ups zoeken naar een pijnpunt en zeggen: daar gaan we je bij helpen.” Volgens hem gaat er iets vanzelfsprekends verloren in de kapitalistische uitwerking van dit soort diensten. Zoals duidelijk werd bij de start van Uber, toen chauffeurs werden geworven met de boodschap: thuis op de bank zitten is onbenutte tijd. “Ik denk dan: het is best lekker om op de bank te zitten. Maar zij framen dat als tijd die je moet benutten.”

Je kunt je afvragen of al die slimme innovaties wel vooruitgang zijn, vindt Arets. “Er is een continue verleiding in je achterhoofd, die heel makkelijk te bevredigen is. Het ­wereldbeeld dat jongeren meekrijgen, is: schaarste bestaat niet, alles kan. Als ik nu een banaan wil, heb ik tien minuten later een banaan. Uiteindelijk zijn we allemaal luie donders. Wordt de maatschappij leuker als wij arrogante mensen zijn, die op hun wenken bediend willen worden?”

Bovendien wordt er wel degelijk een prijs betaald. Door een slechtbetaalde onderklasse, bijvoorbeeld. Want hoewel bezorgers bij beginnende thuisbezorgbedrijven soms nog een redelijk uurtarief hebben, slaat dat vaak om op het moment dat er winst gemaakt moet worden. Zoals gebeurde bij Deliveroo, toen het bedrijf naar de beurs ging. Ook mogen we ervan uitgaan dat de bezorgtarieven, zodra iedereen aan het gemak van thuisbezorging verslaafd is geraakt, omhoog zullen gaan. Er wordt kosteloos gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur in steden, want veel van deze platforms betalen geen belasting, omdat zij domweg geen winst maken. “Wegen slibben dicht en rijders veroorzaken ongelukken, omdat tijd geld is”, zegt Arets. “Dáárom is het aanbod van onlinewinkels vaak zo belachelijk goedkoop.”

Dan is er nog het effect op het milieu, vanwege de massa aan verpakkingsmateriaal en de vele retourzendingen. Dat is niet alleen slecht vanwege de verkeerstoename, maar ook omdat een aanzienlijk deel van de retouren bij het vuilnis belandt.

Deze zomer onthulde de Britse zender ITV dat bij Amazon in het Verenigd Koninkrijk jaarlijks miljoenen producten worden vernietigd: televisies, laptops, koptelefoons, stofzuigers en boeken, waarvan de helft nog nieuw in de verpakking. Van Zalando werd in 2019 bekend dat ongeveer 40 procent van de retour gekomen items bij het afval eindigt. Wel heeft het bedrijf onder invloed van alle maatschappelijke verontwaardiging zijn koers verlegd en zegt het momenteel bijna alle retouren tweedehands te verkopen.

Pieken en dalen

Het is niet allemaal zo zwart-wit: niet alles aan onlineshoppen is slecht. Omdat de werkelijke prijs van deze diensten niet in het oog springt, is het moeilijk om anderen de maat te nemen. Arets vraagt zich af of we de verantwoordelijkheid voor het maken van goede keuzes wel bij het individu moeten leggen. “De wortel die jongeren wordt voorgehouden, is té aantrekkelijk. Drie truien bestellen en er twee zonder kosten terugsturen: bizar. Neem je dat jongeren kwalijk, of de overheid die het laat gebeuren?”

Als deze trend zich doorzet, leven we straks misschien in een wereld zoals in The Matrix, denkt hij, waar de onlinewereld de echte wereld heeft vervangen. Hij schetst een nieuwe middenklasse die z’n huis niet meer uitkomt. “Straks zijn er parallelle onlinewerelden om voortdurend in te verblijven”, zegt Arets. Denk aan de metaverse, een nieuwe hype in de onlinewereld. Facebook heeft onlangs aangekondigd een metaverse-bedrijf te worden: een wereld waar je met je VR-bril probleemloos acht uur per dag kunt doorbrengen, werkend, gamend, shoppend in de onlineshoppingmall, feestjes vierend met bekenden. Arets: “Daarom is het extra belangrijk om ons af te vragen: wat voor samenleving willen we, hoe solistisch willen we dat het wordt? En gooien we nu geen dingen weg onder het mom van gemak, waar we later spijt van hebben? Laten we hier goed over nadenken, om te voorkomen dat er straks geen weg terug meer is.”

Thuis lijkt de pakketjesstroom intussen íéts te zijn geluwd. Hoopgevend. Misschien hebben onze kinderen die herhaalde verontwaardiging toch geïnternaliseerd. Maar we rekenen ons niet rijk, want er zijn nu eenmaal pieken en dalen in de consumptiedrift. Trouwens, ook via een ander kanaal krijgen we nog het een en ander binnen. De koelkast staat vol met tegen-de-datummaaltijdsalades, vlaaien en andere restjes die de dochter na haar werkshift bij de flitskoerier altijd mee naar huis mag nemen. Wat niet binnen een paar dagen op raakt, belandt in de prullenbak.

‘Tachtig procent van mijn aankopen stuur ik terug’

Julie Liekens (19) zit op kot in Antwerpen waar ze verpleegkunde studeert, doet een vakantiejob in de Spar, haar ouders wonen in Heist-op-den-Berg.

Julie Liekens: 'In de lockdowns zat ik constant binnen en waren die pakjes het enige waarnaar 
ik kon uitkijken.’ Beeld Damon De Backer
Julie Liekens: 'In de lockdowns zat ik constant binnen en waren die pakjes het enige waarnaar ik kon uitkijken.’Beeld Damon De Backer

“Ik bestel in periodes: alles hangt af van de staat van mijn bankrekening. (lacht luid) Wanneer mijn loon net gestort is, bestel ik – uiteraard – veel meer. Maar zelfs in ‘rustige’ periodes bestel ik nog steeds één keer per week spullen online. Kleren zijn mijn zwakke plek.

“Zalando, H&M en Zara zijn mijn favoriete websites. Bij die sites weet ik dat ik niet opgelicht zal worden. Mijn ouders waarschuwen me er vaak voor dat ik geskimd kan worden. Dieven proberen dan de gegevens van je bankkaart te ­kopiëren. Mijn papa werkt bij de politie en krijgt daar vaak mee te maken. Zij zijn ook niet meteen trots op mijn gedrag; ze vinden al mijn aankopen maar weggesmeten geld. Ze bestellen zelf werkelijk nooit online kleren of andere zaken.

“Mijn ouders zouden liever hebben dat ik mijn geld spaar of aan reizen en uitstappen spendeer. Maar meestal krijg ik het wel geregeld om alle twee te doen: kleren kopen én een uitstap maken met mijn vrienden. Lokaal shoppen? Dat doe ik niet, dat is te duur voor mij. Ik ken die winkels ook niet zo goed.

“In de lockdowns zat ik constant binnen en waren die pakjes het enige waarnaar ik kon uitkijken. Tijdens mijn onlinelessen stond Zalando dan open en shopte ik tussendoor. In de chat vertelde ik mijn vriendinnen dan over mijn aankopen. Niemand kan toch zien wat je doet tijdens die onlinelessen? En in een ‘echte les’ ben je toch ook vaak even afgeleid? Ik heb geen vaste shopmomenten: ik check gewoon heel vaak tussendoor mijn vaste websites.

“Vroeger ging ik meer naar de stad en kocht ik kleren bij de winkels waar ik nu online shop. Onlineshoppen is vooral zo ongelooflijk makkelijk. Je kunt blijven doorklikken en krijgt suggesties wanneer je een kledingstuk leuk vindt. Ik weet wel dat die technieken bedoeld zijn om mij te beïnvloeden en me meer te doen kopen, maar ik blijf erin trappen: ze stellen ook effectief juist die kleren voor die ik mooi vind.

“Soms denk ik wel: ik moet minderen met kleren kopen, maar dat lukt dus niet al te best. Insta of TikTok zijn een grote inspiratiebron. Vooral de stijl van Zweedse influencers spreekt me aan: hun simpele kleren, de neutrale kleuren, weinig prints. Dat vind ik echt heel mooi. Via Pinterest ben ik op hun Instagram-pagina’s beland. Ik ken hun namen niet, maar ga wel vaak naar hun posts kijken.

“Tachtig procent van mijn aankopen stuur ik terug. De kleren passen niet, ze zijn niet mooi, de stof is lelijk; kan allemaal gebeuren. De kleren van Zara en H&M die niet oké zijn, breng ik wel zelf terug naar de winkel.

“Ik heb daar wel dubbele gevoelens bij. Ik geniet van het shoppen, maar ik weet dat door al dat heen en weer rijden van die bestelwagentjes en al die fast fashion mijn ecologische voetafdruk groter wordt. Toch zit ik best in met de klimaatverandering. Eén keer heb ik al voor het klimaat gespijbeld en ik probeer zo ecologisch mogelijk te leven. Zo gebruik ik geen plastic flesjes, maar een drinkbus.

“Meer dan één keer per week bestel ik níét via Takeaway.com. Ik vind dat veel te duur om alleen voor mezelf eten te bestellen. Het geld dat ik uitspaar door zelf te koken, geef ik liever aan kleren. Met vrienden bestellen we wel vaak eten op kot. Of ik stilsta bij de lage lonen of slechte werkomstandigheden van al die koeriers? Neen, niet echt. Ik ga wel nooit eten bestellen wanneer het buiten stormt, dat wil ik die koeriers niet aandoen.”

‘Ik voel me schuldig, maar ik kan er niet mee stoppen’

Firdaouss Rian (21) doet een master Business and Information Systems Engineering aan de KU Leuven, werkt in Brussel bij Capital, woont in Vilvoorde bij haar ouders.

Firdaouss Rian: ‘Mijn ouders zijn totaal anders: ze kopen alles in gewone winkels – wat me echt 
choqueert.’ Beeld Damon De Backer
Firdaouss Rian: ‘Mijn ouders zijn totaal anders: ze kopen alles in gewone winkels – wat me echt choqueert.’Beeld Damon De Backer

“Ik bestel ontzettend graag online, maar voel me wel altijd heel schuldig omdat ik goed genoeg weet dat het niet ecologisch en duurzaam is.” Gemiddeld twee keer per week bestelt Firdaouss kleren en gadgets op grote websites zoals Bol.com en Zalando. Via Instagram shopt ze eerder bij lokale winkels. “Ik ben student aan de KU Leuven, loop er ook stage en ben bestuurslid in Academics For Companies in Brussel. Meerdere dagen per week werk ik ook nog bij Capital (organisatie die jongeren op weg zet naar een job of verdere studie, red.) in de hoofdstad. Al die activiteiten zorgen ervoor dat ik echt nauwelijks tijd heb om te winkelen.”

Minstens één keer per week bestelt ze ook eten online. “Tijdens de blok bestelde ik zelfs elke dag mijn eten via Deliveroo en Uber Eats. Dat is echt de veiligste optie om tijdens het studeren geen tijd te verliezen. Nu bestel ik wat minder. Ik beschouw mijn wandelingetje naar een restaurant of lunchbar als mijn pauze op het werk.

“Of ik zelf nog veel kook? Tijdens de grote vakantie kookte ik wel, maar nu ga ik toch wel vijf dagen op de zeven eten afhalen. Hetzelfde patroon zie ik bij mijn vrienden, medestudenten en collega’s. Mochten er hier al flitskoeriers zijn of andere bezorgdiensten bestaan, zou ik daar zeker gebruik van maken. Je boekt gewoon een enorme tijdswinst wanneer zij je boodschappen voor je doen. Naar de winkel of de supermarkt gaan is zo stressy omdat ik bang ben dat ik iets zal vergeten. Wat dan meestal ook gebeurt. (lacht luid)

“Het geeft zo’n gerust en ontspannen gevoel om spullen via het internet te bestellen. Je kunt verschillende sites openklikken, de prijzen vergelijken en alles even laten bezinken. Alle artikelen staan ook mooi uitgestald voor je op je computerscherm. Je hebt ook zo veel meer keuze op het internet. Als ik ‘in het echt’ ga winkelen, denk ik ook altijd: ‘Als ik nu deze jas koop en in de volgende winkel hangt er een mooiere en minder dure jas, ga ik dan niet erg teleurgesteld zijn?’

“In het begin was ik wel bang dat mijn bestelde kleren niet zouden passen. Maar het blijkt zo makkelijk om foute maten terug te zenden dat mijn reserves volledig verdwenen zijn. Ik bestudeer wel altijd de foto’s en lees de reviews om te weten hoe een kledingstuk precies valt. Die reviews zijn helaas wel niet altijd even betrouwbaar. Het leuke is dat ik de bestelde kleren rustig kan passen wanneer ik eens de tijd heb. Toch wel 60 procent stuur ik na een pasbeurt terug.

“En ja, daar voel ik me dus wel schuldig over, zoals ik in het begin al zei. Ik zit in met de lage lonen die de koeriers krijgen, maar ook met de milieuvervuiling. Niet elke koerier komt met de fiets én ik stuur ook veel pakjes terug, wat weer extra verplaatsingen betekent met al die camionettes van Bpost of andere bezorgdiensten.

“Ik ben echt wel bezig met de klimaatopwarming en let bijvoorbeeld op mijn vleesconsumptie, maar onderneem dus niet echt actie om mijn onlinekoopgedrag te veranderen. Ik heb nog wat extra duwtjes nodig, vrees ik, om het goede te doen. Want nu bestel ik zelfs kleine spulletjes online, zoals een notitieboekje of een bandje voor mijn Fitbit.

“De rommel van al die dozen en verpakkingen neem ik er maar bij. Wat ik wel doe, is de dozen van Zalando en Bol.com hergebruiken om via Vinted weer kleren te verkopen. Daar verkoop ik ook boeken die mijn zusje niet meer leest omdat ze er te oud voor is geworden. Facebook Market lijkt de nieuwe hype om spullen door te verkopen. Dat ga ik binnenkort eens proberen.

“Mijn ouders zijn wel totaal anders. Zij kopen alles ter plaatse – in gewone winkels – wat me echt choqueert. Sinds corona heb ik mijn moeder wel enkele websites leren kennen. Soms vraagt ze nu wel aan mij om wat spulletjes daar te bestellen. De pandemie heeft mijn onlinekoopgedrag doen exploderen. Sinds ik geforceerd ben om het te doen, kan ik er niet meer mee stoppen, omdat het gewoon zo makkelijk is.”

‘’s Avonds is het Zalando-tijd: mijn favoriet moment’

Sanarya Sharif (18) woont in Stabroek, studeert biomedische en laboratoriumwetenschappen aan de KDG-hogeschool en heeft een studentenjob in de Zoo van Antwerpen.

Sanarya Sharif: ‘Ik weet dat mijn gedrag niet erg ecologisch is, maar dan moet ik heel mijn levensstijl omgooien. Dat is zo moeilijk!’ Beeld Damon De Backer
Sanarya Sharif: ‘Ik weet dat mijn gedrag niet erg ecologisch is, maar dan moet ik heel mijn levensstijl omgooien. Dat is zo moeilijk!’Beeld Damon De Backer

“Echte meisjesdingen.” Dat koopt Sanarya het meest en het liefst online. Haar favoriete webshops zijn Zalando, Bol.com, Douglas en SmallBusiness via TikTok. “Ik koop vooral kleren en haar- en huidproducten. Op TikTok kijk ik ook naar video’s van tieners die zelf producten maken en die koop ik ook graag. Vooral zelfgemaakte juwelen.”

Vooral de afstand tot de grote stad doet Sanarya online shoppen. “Stabroek ligt drie kwartier met de bus van Antwerpen.

“Ik heb echt geen zin om helemaal naar de Meir te gaan om te shoppen. Ik winkel ook niet graag: ik ben geen shopper. De drukte in de winkels en op straat, dat vind ik niet leuk. En dat uitkleden in die kleine pashokjes, dat vind ik ook te veel moeite. Ik ben ook echt een ‘weerpersoon’. Als het slecht weer is, blijf ik liever thuis. Bij regenweer wil ik soms niet eens naar school.

“Wanneer je online kleren bestelt, heb je ook twee weken bedenktijd. Dan kan ik mijn aankopen aan mijn ouders tonen. Mijn zus en ik houden soms modeshows thuis en dan discussiëren we met het hele gezin of we bepaalde kleren wel of niet zullen houden. Mijn mama wil ook altijd zien wat ik wil kopen voor ik op de ‘bestelknop’ druk. Ik zou ook nooit iets stiekem kopen. Mama ontvangt ook de pakjes bij ons thuis wanneer ik op school ben. Zij klaagt wel over de grote hoeveelheden kleren en crèmes die mijn zus en ik aanschaffen. Dat is een beetje de standaard bij ons thuis. (lacht) Wij kopen, mama klaagt.

“Ik moet ook toegeven dat mama de pakjes naar de post brengt wanneer sommige kleren niet blijken te passen. Daar klaagt ze dan ook een beetje over, maar dan zeg ik dat ik moet studeren, en dan doet ze het toch. Mijn mama is dus echt wel superlief. Om maar even heel eerlijk te zijn: er liggen hier nog twee broeken die terug moeten. Mijn ouders bestellen zelf niks online, dat vinden ze te ingewikkeld. Mama heeft ook nog zo’n bakstenen gsm van Nokia.

“Mijn zus en ik neuzen ook heel vaak samen op onze smartphones in allerlei webshops. Op sommige sites krijg je 20 procent korting wanneer je voor meer dan 80 euro bestelt. Dan onderhandel ik met haar tot we samen dit bedrag gehaald hebben. Per maand geef ik toch wel 80 à 100 euro uit aan online-aankopen. Ik probeer te letten op wat ik uitgeef en probeer ook te sparen. Vaak wacht ik ook tot de solden of tot er kortingcodes op mijn favoriete sites staan. Dan kan ik wat meer kopen. Mijn favoriete shopmoment is ’s avonds thuis, wanneer ik klaar ben met mijn gewone leven. Dan is het ‘Zalando-tijd’.

“Soms bevalt ‘een look’ op TikTok me en koop ik die. Onlangs zag ik nog een rok van Bershka op TikTok en heb ik die meteen besteld. Ik weet dat Bershka, net zoals H&M en Primark, niet erg duurzaam zijn omdat het zulke goedkope merken zijn. Maar de kleine winkeltjes in de zijstraten van de Meir zijn echt veel te duur voor mij.

“Of al die influencers niet door kledingmerken betaald worden? De tieners van mijn leeftijd die ik volg, krijgen geen geld van grote merken. Mensen die schoonheidsproducten promoten, vertrouw ik wel niet. Voor haar- en huidproducten ga ik zelf op onderzoek. Dan kijk ik op YouTube, vraag ik rond of geeft mijn zus mij advies.

“In Stabroek zijn er maar twee resto’s die aan huis leveren. Het is hier echt heel stil. Meestal ga ik dus gewoon frieten of burgers halen wanneer we niet koken. Bij vrienden bestellen we wel altijd aan huis.

“Ik wil wel veranderen, ik weet dat mijn gedrag niet erg ecologisch is, maar dan moet ik heel mijn levensstijl omgooien. Dat is zo moeilijk! Ik probeer wel af en toe vegetarisch te eten en spullen in de Oxfam-winkel bij ons in de straat te kopen. Het is ook supererg dat de koeriers van al die pakjesdiensten heel weinig geld verdienen. Maar wat kan ik daaraan doen?”

(DM)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234