87.125 gezinnen zitten in een collectieve schuldenregeling

Eind 2010 zaten 87.125 Belgische gezinnen in een collectieve schuldenregeling. Die regeling beschermt mensen die tot over hun oren in de schulden zitten tegen hun schuldeisers; in ruil krijgen die de garantie dat ze tenminste een deel van hun geld terugzien.

In 2004 liep de relatie van Hilde Van Tongelen (41) en haar vriend spaak. Van de ene dag op de andere moesten zij en haar twee tienerdochters zich beredderen met een half inkomen, in plaats van twee. ‘Omdat ik rugpatiënt ben, leef ik van een uitkering. Mijn ex-vriend heeft na de breuk maanden gewacht om zijn domicilie te veranderen: daardoor was ik officieel samenwonend en kreeg ik maar 555 euro per maand.’ Behoorlijk weinig, zeker omdat Hilde en haar ex nog voor 14.500 euro leningen moesten afbetalen aan kredietverstrekkers Cofidis en Europabank. Verwijlinteresten en nalatigheidsboetes niet meegerekend.

'Overleven lukt. Leven niet'

Hilde van Tongelen «Omdat ik maar 555 euro en wat kindergeld kreeg, kon ik niet veel méér betalen dan de huishuur. Alle andere facturen bleven liggen, ik had geen geld over om de leningen af te betalen. Dat was zware shit: we leefden op voedselpakketten van Moeders voor Moeders. En altijd was er die verlammende angst voor de deurwaarder.

»In januari 2005 vond mijn vader het welletjes, en stelde hij voor om in schuldbemiddeling te gaan. Ik was aan het verzuipen: financieel, maar ook emotioneel en fysiek. Intussen was gebleken dat Europabank al zes maanden lang elke maand een paar honderd euro van mijn uitkering afhield. (Lachje) En ik had al die tijd niks door: ik had te veel kopzorgen.

»Ik heb de laatste strohalm van de schuldbemiddeling gegrepen, omdat ik zo de deurwaarders buiten kon houden. We hebben de papieren opgevraagd bij de griffie van het gerecht en we hebben een lijst gemaakt van alle schulden. We kwamen uit op 22.000 euro, bij veertien schuldeisers – naast de grote leningen zaten daar ook onbetaalde rekeningen van de school en het ziekenhuis tussen. Omdat er zoveel schuldeisers waren, heeft de rechter mijn aanvraag zonder problemen goedgekeurd.»


Drank en gokken

Een put van 16.996 euro: dat was het onprettige souvenir dat Petra Claes (53) overhield aan haar tweede huwelijk, dat was gestrand in 1999. Petra’s ex-man had geld geleend bij Citibank – voor een auto, zogezegd. Petra: ‘Hij was verslaafd aan drank en aan gokken. Hij heeft het geld door deuren en ramen gegooid.’ En na de echtscheiding stopte de goken drankverslaafde ex met afbetalen. Toen richtte Citibank zijn pijlen op Petra: ‘Het probleem is dat ik óók mijn handtekening onder die lening heb gezet. Een formaliteit, dacht ik – ik heb nooit een cent van dat geld gezien.’

Petra Claes «Mijn ex had zogezegd geen geld, daarom kwam Citibank naar mij. Maar dat is zever: hij heeft zijn dopgeld en hij haalt oud ijzer op. Zwartwerk, maar toch: geld is geld.

»Citibank was nogal agressief – je kent ze. Maar ik ben niet achterlijk of marginaal: ik heb een advocaat gezocht, en ik wilde een proces beginnen tegen hen. Helaas had die advocaat daar geen oren naar: ‘Je moet betalen, want je hebt dat contract óók ondertekend.’

»Hij stelde mij voor om in een collectieve schuldenregeling te stappen. Dat wilde ik eerst niet, want het waren niet míjn schulden. Ik heb uiteindelijk toch toegegeven, omdat ik mijn kinderen wilde beschermen. Dat de gerechtsdeurwaarder míjn huis komt leeghalen, kan me niet schelen. Maar als ze hier niet genoeg spullen van waarde vinden, rijden ze door naar mijn kinderen, want die zijn ondertussen meerderjarig. En van hen moeten ze afblijven. Daarom – en alléén daarom – ben ik in de collectieve schuldenregeling gestapt. Dat was in 2008.»


Vastgoeddrama

‘100.000 euro, misschien 125.000.’ Beroepsmilitair Danny Deruytter (48) weet niet meer precies hoeveel schulden hij had toen hij in 2003 een collectieve schuldenregeling aanvroeg. ’t Was véél, dat in elk geval: het gevolg van vastgoedinvesteringen – twee vakantieappartementen, twintig garageboxen en een frituur – die door een dramatische samenloop van omstandigheden faliekant waren afgelopen.

Toen Danny er in 1996 niet meer in slaagde om zijn leningen af te betalen, lieten de banken Anhyp en Cera beslag leggen op zijn loon. In 1999 probeerde hij een eerste keer in een collectieve schuldenregeling te stappen, maar dat mislukte omdat een nonchalante advocaat zijn dossier kwijtspeelde. En dus bleef het loonbeslag gehandhaafd.

Danny Deruytter «Gelukkig kon ik toen nog redelijk comfortabel leven. Ik woonde in de kazerne van Evere-Noord, dus ik moest geen huur betalen. Ik ging waar ik wou, en af en toe kon ik een cadeautje kopen voor mijn twee kinderen. De problemen zijn pas begonnen in 2003, toen de kazerne werd gesloten en ik werd overgeplaatst naar de zeevaartschool in Oostende. De meeste militairen konden niet meer gratis in de kazerne wonen en moesten iets zoeken op de privémarkt. Begrijpelijk maar vervelend, want vanaf dan moest ik elke maand 555 euro ophoesten voor mijn appartement. Toen heb ik besloten om een nieuwe aanvraag voor een collectieve schuldenregeling in te dienen – en deze keer lukte het wel.»


Stokbrood met choco

De collectieve schuldenregeling is een gerechtelijke procedure, daarin verschilt ze van het budgetbeheer bij het OCMW: de rechter beslist of iemand ervoor in aanmerking komt of niet. Is dat het geval, dan worden de schulden bevroren en duidt de rechter een schuldbemiddelaar aan. Vaak is dat een advocaat, soms iemand van het OCMW. De bemiddelaar lijst alle schulden op en schrijft alle schuldeisers aan. Hij stelt hen voor om een deel van de schulden te laten vallen – een percentage, de interesten of de boetes. In ruil krijgt de schuldeiser de zekerheid dat hij tenminste een deel van zijn geld zal terugzien. Die overeenkomst wordt in een afbetalingsplan gegoten.

Vanaf dan worden alle inkomsten van de schuldenaar gestort op de rekening van de bemiddelaar. Hij stort een deel door naar de schuldeisers, en keert een deel uit aan de schuldenaar: het leefgeld. Als er dan nog geld overblijft, wordt dat op een reserverekening geparkeerd. Dat geld kan aangesproken worden voor onverwachte uitgaven, als de bemiddelaar daar zijn fiat voor geeft. En dat blijkt niet zo evident.

Petra «Ik ben veroordeeld – anders kan ik het niet noemen – tot 66 maanden. Pas dan zal ik die 16.996 euro afbetaald hebben. Zolang wordt mijn uitkering – ik ben rugpatiënt – rechtstreeks op de rekening van de bemiddelaar gestort, samen met het kindergeld voor mijn jongste dochter en het onderhoudsgeld van mijn ex. Als hij tenminste betaalt.

»Elke maand krijg ik van mijn bemiddelaar 1.000 euro: dat is het leefgeld waarmee ik de huur moet betalen, maar ook gas en elektriciteit, internet en gsm. En eten, natuurlijk. Nog een geluk dat ik niet veel eet – ik ben niet dik, zoals je kan zien. Uit eten is uitgesloten, maar ik lijd geen honger: ik kook elke dag patatjes, groentjes en een klein stukje vlees. Als ik mijn inkopen doe bij Lidl en Aldi, kan dat er wel van af. Als er niets onverwachts gebeurt, tenminste. In januari is mijn hondje – een chihuahua van 15 jaar – gestorven aan de vallende ziekte. Ik heb het beestje moeten laten inslapen, en dat heeft me 150 euro gekost. Ik heb die rekening betaald omdat ik niet nóg meer schulden wilde maken, en omdat ik 700 euro zou terugkrijgen van de elektriciteitsmaatschappij. Maar die 700 euro heeft de bemiddelaar natuurlijk gehouden. De laatste twee weken van januari had ik niks over.»

Hilde zag haar schuldenlast na tussenkomst van de bemiddelaar herleid worden van 22.000 euro tot 16.000 euro. Intussen is ze weer aan het werk, als ervaringsdeskundige armoede bij de VDAB. Haar leefgeld is vastgelegd op 700 euro per maand.

Hilde «Met die 700 euro moet ik eten en kleren kopen, en alle kosten zoals schoolrekeningen, televisie, gsm en de dokter betalen – de rest regelt de bemiddelaar. Mijn eerste reactie was: ‘Wow, 700 euro, da’s veel meer dan ik verwacht had.’ De eerste jaren waren nog redelijk comfortabel: we kwamen rond en ik moest niet meer bang zijn voor deurwaarders. Vreemd genoeg ben ik na een paar weken toch in een dipje beland. Mensen die in armoede leven, zijn het gewend om te moeten vechten. Als dat gevecht wegvalt, zak je diep weg.»

HUMO Later bleek die 700 euro toch niet zo royaal als je eerst had gedacht.

Hilde «Dat leefgeld wordt niet geindexeerd, terwijl het leven wél duurder wordt. We hebben ons moeten aanpassen: elke dag een warme maaltijd zit er niet meer in. We eten veel stokbrood van bij de Marokkaanse buurtwinkel, met choco – véél choco (lacht). Ik moet altijd goed rekenen als ik ga winkelen: twee diepvrieslasagnes voor ons drieën zijn goedkoper dan wanneer ik zelf eten moet koken.»


Zakgeld voor schoolreis

Ook Danny was in eerste instantie tevreden met het plan dat zijn bemiddelaar – ‘een jong duifke, ze was nog geen 25’ – hem voorlegde: elke maand zou 150 euro naar zijn schuldeisers vloeien, en dat zes en een half jaar lang. Zijn leefgeld: 350 euro per maand. De rest van zijn loon werd gebruikt om facturen te betalen of werd op een reserverekening geparkeerd.

Danny «Dat vond ik convenabel. Ik had links en rechts verhalen gehoord over mensen die het moesten rooien met 50 euro per week. Ik ben geen werkloze die in zijn jogging zit weg te kwijnen: ik ga elke dag werken van zes uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds, en als beroepsmilitair heb ik een voorbeeldfunctie. Ik moet er netjes bij lopen.

»Mijn bemiddelaarster betaalde alle maandelijkse facturen. Ik moest met mijn 350 euro alleen het eten en mijn kleren kopen, en de dokter betalen. In het begin lukte dat erg goed. De bemiddelaarster luisterde als ik om geld vroeg – wat niet wil zeggen dat ze me altijd mijn goesting gaf. Toen ik échte meubelen wilde kopen in plaats van de tuinstoelen die hier staan, kreeg ik geen frank.»

Dat komt ook naar voren in de studie van de consumentenorganisatie Verbruikersateljee: heel wat klanten van de schuldbemiddeling raken gefrustreerd wanneer ze onverwachte kosten moeten maken en vervolgens weken of maanden naar een extra toelage moeten hengelen, vaak zonder resultaat.

Hilde «Na twee jaar had ik kosten aan mijn auto. Ik kon die onmogelijk betalen, maar ik kreeg mijn schuldbemiddelaar op geen enkele manier te pakken. Mijn ouders hebben het geld moeten voorschieten: pas maanden later hebben ze dat bij hem kunnen recupereren.

»Vorig jaar, op 17 september, moest ik geopereerd worden aan mijn rug. Het ziekenhuis vroeg een voorschot van 75 euro. Begin augustus heb ik de bemiddelaar een brief gestuurd, iets later nog één, en ik heb zeven, acht keer gebeld: géén reactie. Mijn ouders zijn me weer te hulp moeten schieten. Daar krijg ik het van. De ziekenhuisfactuur heeft hij ook maanden laten rondslingeren. Ik kreeg aanmaning na aanmaning: ik heb ze allemaal doorgestuurd, maar hij bougeerde niet. Op een dag stond er een deurwaarder voor de deur, ook al mag dat wettelijk gezien niet. Als je in een collectieve schuldenregeling zit, ben je beschermd tegen deurwaarders. Gelukkig kon ik hem mijn situatie uitleggen en is hij weer vertrokken, maar het was wel een slag van de hamer. Een ijzeren, geen houten.

»Ik heb echt het gevoel dat mijn schuldbemiddelaar geen enkel besef heeft van het leven dat wij moeten leiden. Hij zegt dat hij ons begrijpt, maar hij begrijpt just niks. Ik had hem herhaaldelijk gevraagd om ons leefgeld op te trekken – mijn dochters zijn intussen 17 en 18 – maar hij hield me maanden aan het lijntje. Uiteindelijk stuurde hij toch een brief (plechtig): ‘Ik acht het mogelijk om u 100 euro extra te geven.’ Ik belde hem meteen op: ‘Per maand?’ Hij: ‘Nee. Eén keer.’ Dat snap je toch niet?

»Ik zit met het verschrikkelijke gevoel dat ik mijn dochters isoleer. Als hun vriendinnen uitgaan, moeten zij elke keer passen. Het kan niet anders dan dat ze zo vrienden verliezen. Ze gaan elk jaar mee op schoolreis naar het buitenland – dat betaalt de bemiddelaar – maar ik moet hun zakgeld betalen van mijn leefgeld. Tot nog toe was dat altijd een klein bedrag – 25 euro, soms 75. Maar daar moesten ze ook hun lunch en drinken mee betalen. (Trots) Dit jaar heb ik ze eindelijk een mooi centje kunnen meegeven: 150 euro. Maar ik heb wel een week van de restjes in de diepvries moeten leven.»


Bedelen voor kunstgebit

Petra «Ik had een kunstgebit nodig: dat zou me 1.320 euro kosten. Ik heb een halfjaar moeten bedelen. Wat ik ook deed, de bemiddelaar gaf geen kik. Dat deed hij pas toen de tandarts zélf contact met hem opnam. Maar toen moest hij eerst nog naar de rechter voor de toestemming – alsof ik stout was geweest! (Zucht) ’t Is zover gekomen dat ik niet naar de dokter ga als ik ziek ben. Ik moet eigenlijk geopereerd worden aan mijn rug, maar ik kan me dat gewoon niet veroorloven.

»Volgende week is de vriend van mijn dochter jarig. Ze heeft me om een beetje geld gevraagd, zodat ze eens met hem naar de cinema kan gaan. Ik zal mijn best doen, maar ik weet niet of het zal lukken. Waarschijnlijk is die verjaardag al voorbij vóór mijn bemiddelaar reageert. Als ik kleren wil kopen, wacht ik tot de solden – maar als ik moet wachten tot hij me wat geeft, zijn de solden al lang voorbij. Ik voel me echt gecolloqueerd: hij heeft mij in zijn macht, en dat zit me dwars.

»Gisteren was het 1 mei, Dag van de Arbeid, dan is er in Genk van alles te doen. Ik zit graag op een terras, maar ik kan me dat niet veroorloven. Ik zit bijna altijd hier binnen. Het enige wat ik nog doe, is lijndansen. Dat kost me 2,50 euro per keer, maar dat laat ik me niet afpakken. Alleen als ik echt krap zit, sla ik een week over. En ik zou in september graag naar de tekenschool willen gaan, maar ik weet niet of ik die 110 euro inschrijvingsgeld zal kunnen betalen.»

Bij Danny klinkt hetzelfde geluid: toen hij op voorspraak van de legerarts een bril kocht – ‘200 euro, de goedkoopste die ik vond’ – zei zijn schuldbemiddelaar dat hij maar recht had op 50 euro. En toen Danny’s kunstgebit in twee stukken brak, moest hij zélf opdraaien voor de kosten.

Danny «Als ik naar het ziekenhuis ging, betaalde ik dat met mijn leefgeld – maar de tussenkomst van het leger ging naar de schuldbemiddelaar. Als ik op missie ging voor het leger, betaalde ik van alles uit eigen zak – maar de onkostenvergoedingen betaalde het leger uit aan mijn schuldbemiddelaar. Dat is toch niet normaal? Om de zoveel maanden moest ik zélf een gedetailleerde rekening opvragen om uit te pluizen hoeveel schulden er intussen waren afbetaald, anders gebeurde er niks.

»Intussen was mijn vrouwelijke bemiddelaar vervangen door een man. Die hield niet zo van een mondige ‘klant’ en schafte het spreekuur af. Met alle gevolgen van dien: ik kreeg op geen enkele vraag nog een antwoord. Ik leerde een nieuwe vrouw kennen: we wilden samenwonen, maar we hadden geen flauw idee welke gevolgen dat zou hebben voor mijn situatie. Mijn vriendin had 14 miljoen frank op haar bankrekening staan. Ik heb mijn bemiddelaar maandenlang om verduidelijking gevraagd: wat als ik bij haar intrek, in een huis dat haar eigendom is? We zijn tot bij de jurist van het OCMW gegaan, en daarna zelfs naar de voorzitter, maar die heeft me terug naar af gestuurd.

»Het einde van het liedje was dat we nooit zijn gaan samenwonen. Onze relatie is stukgelopen op die discussie over geld. Op relationeel vlak is het een ramp. Aan mijn geliefden krijg ik nog wel uitgelegd dat ik krap bij kas zit – liefde maakt blind, gelukkig – maar zij krijgen het niet verkocht aan hun familie en kennissen: ‘Er loopt toch nog genoeg normaal volk rond?’ Enfin, ik snap dat ergens ook wel. Als ik zou afkomen met iemand die aan de dop staat of een laag IQ heeft, zouden ze ook zeggen: ‘Jij kunt beter krijgen.’

»Ik ben een normaal mens; alleen mijn financiële situatie is niet normaal. Maar toch speel je je vrienden kwijt – omdat je zaterdagavond niet mee een glas kan gaan drinken, of omdat je niet mee naar het voetbal kan. Als ze mij uitnodigen voor een barbecue, moet ik weigeren – ik zou er ook niet raken, want een auto heb ik niet meer. En je kan daar ook niet met lege handen aankomen. Enfin, de eerste keer wel, maar na de derde keer nodigen ze je niet meer uit. Voor communiefeesten: idem dito. Omdat ik niet kan bijleggen voor het cadeau, of maar 5 euro kan geven in plaats van 50, word ik niet meer gevraagd. Het excuus: ‘We gaan u niet op kosten jagen.’»


9,92 euro wordt 376 euro

De collectieve schuldenregeling is niet gratis: de advocaten-bemiddelaars schrijven facturen uit voor bewezen diensten. Begrijpelijk, maar – en daar knelt het schoentje – vaak zijn die facturen gepeperd, en zo wordt de strop rond de nek van de schuldenaar nog wat aangespannen. Hilde haalt nog een enveloppe boven.

Hilde «Mijn afrekening voor 2010: 2.147 euro. Alles samen heb ik al 5.000 of 5.500 euro betaald aan mijn bemiddelaar. Dat is ongeveer het bedrag dat mijn schuldeisers me hebben kwijtgescholden: een nuloperatie, dus.

»Ik begreep eerst niet hoe hij aan zo’n hoge factuur kwam. Tot ik de detailstaat ging controleren. Eén voorbeeld: toen ik in de collectieve schuldenregeling stapte, had ik nog onbetaalde facturen liggen van Telenet, de school en het ziekenhuis. Die ziekenhuisfactuur bedroeg 9,92 euro. Mijn ouders wilden dat geld meteen op tafel leggen, maar daar kon volgens de bemiddelaar geen sprake van zijn, dat móést mee in het schuldenpakket. Die factuur heeft me uiteindelijk 376 euro gekost. Hij betaalde die rekening af in schijven van enkele eurocenten. Per overschrijving rekende hij 7,51 euro aan, en elke brief die hij voor dat onderdeel van het dossier verstuurde, kostte mij 10,80 euro.»

Petra «Vorig jaar heeft mijn bemiddelaar mij 1.100 euro gekost. En wat doet hij in ruil? Míjn geld in ontvangst nemen en enkele stortingen doen – maar dat gaat allemaal automatisch. Hij stuurt mij zelfs geen afrekening. Ik ben uiteindelijk zélf naar de griffie van de rechtbank gestapt, want daar moeten de bemiddelaars geregeld een verslag indienen. (Haalt een blad boven) Kijk eens wanneer hij mijn geld ontvangt en wanneer hij mijn leefgeld stort: daar zitten tien dagen tussen, soms nog meer. Ik wil er niet aan denken hoeveel hem dat aan interesten oplevert.»

Hilde «Ik krijg af en toe één papier met een paar cijfers. Ik weet niet hoeveel er binnenkomt of buitengaat. En vooral: ik weet niet hoeveel mijn bemiddelaar intussen gespaard heeft voor mij. Alles bij elkaar – loon, alimentatie en kindergeld – heb ik nu een mooi inkomen van 1.933 euro. Daarvan gaat 250 euro naar de schuldeisers, 700 euro krijg ik als leefgeld, en een deel gaat naar zijn eigen portefeuille...»


Easy money

Hans Bonte is volksvertegenwoordiger voor de SP.A, en daarnaast ook voorzitter van het OCMW van Vilvoorde. In die hoedanigheid stoot hij steeds vaker op wantoestanden in de collectieve schuldenregeling: ‘Het is een goed instrument, maar er moet één en ander aan bijgeschaafd worden.’

Hans Bonte «Het systeem is in 1999 ontstaan als een compromis tussen de welzijnswerkers en de schuldeisers. Er was al langer een juridisch kader nodig om zwakke consumenten te beschermen, om te voorkomen dat ze tot het einde van hun dagen opgejaagd zouden worden door deurwaarders of dat ze–ikstelhetcru–ondereen trein eindigen. Maar de collectieve schuldenregeling biedt ook een oplossing voor de problemen van schuldeisers. Een postorderbedrijf als Trois Suisses heeft er geen baat bij dat het vruchteloos deurwaarders op zijn klanten moet afsturen. Nu recupereren ze een deel van hun schulden – meer dan wanneer ze incassobureaus zouden inschakelen – én ze krijgen juridische en boekhoudkundige zekerheid: zolang schulden niet zijn afbetaald, kunnen ze niet afgeschreven worden.»

Uit de vaststelling dat bijna 90.000 mensen en/of gezinnen in de collectieve schuldenregeling zitten, zou men cynisch kunnen besluiten dat het systeem een succes is, maar in de eerste plaats legt het een harde realiteit bloot.

Bonte «In april 2011 waren er volgens de Nationale Bank 369.415 Belgen met achterstallige kredieten. Dat zijn er 1.500 meer dan de maand ervoor. Onze samenleving teert meer en meer op krediet. Dat is de voedingsbodem voor een nieuwe financiële crisis.»

Artikel 1 van de OCMW-wet luidt: ‘Iedereen heeft recht op een menswaardig bestaan.’ Bonte: ‘Iedereen die in aanraking komt met arme mensen, zou dat boven zijn bed moeten hangen.’ Omdat de collectieve schuldenregeling zo’n menswaardig bestaan niet kan garanderen, heeft de volksvertegenwoordiger een wetsvoorstel klaar dat de scherpe kantjes van het systeem moet afvijlen.

Bonte «Het leefloon (het bestaansminimum, red.) is een heel concrete invulling van dat principe uit de OCMW-wet. Maar ik zie mensen in een collectieve schuldenregeling zitten die het moeten rooien met een fractie van het leefloon: een paar tientallen euro’s per week. Dat moet gedaan zijn, er moet een ondergrens komen.

»Ik wil met mijn wetsvoorstel ook iets doen aan de rol van de bemiddelaar. Op dit moment mag élke advocaat die is ingeschreven bij de balie, zich kandidaat stellen als bemiddelaar. Als mensen een verzoek tot een collectieve schuldenregeling indienen bij de rechter, laten ze zich vaak bijstaan door een pro-Deoadvocaat. Niet zelden suggereert die in het verzoekschrift een confrater uit zijn eigen kantoor als bemiddelaar, en de rechter is meestal geneigd om op dat voorstel in te gaan.

»Op zich is dat geen probleem: veel advocaten nemen hun taak als bemiddelaar heel ernstig. Maar ik kom als voorzitter van het OCMW ook veel kantoren tegen die schuldbemiddeling als easy money beschouwen. Sommige kantoren behandelen honderd of zelfs tweehonderd dossiers tegelijk. Daar komt amper een advocaat aan te pas: ze zetten een paar bedienden op die dossiers en die beginnen brieven rond te sturen. Op het eind zet een advocaat zijn handtekening eronder en wordt er een factuur opgemaakt: that’s it

HUMO Het prijskaartje – hoor ik overal – is vaak stevig.

Bonte «De tarieven per verstuurde brief of uitgevoerde overschrijving liggen wettelijk vast. Maar sommige advocaten doen veel meer verrichtingen dan strikt noodzakelijk is. Als ze een klant hebben met negen schuldeisers, sluiten ze een compromis met acht schuldeisers en de negende verstoppen ze even in hun mouw. Als alles rond is, komt die negende – verrassing! – boven water. Dan moeten ze de hele onderhandelingsronde overdoen en elk van de negen schuldeisers opnieuw benaderen – met alle kosten van dien. Dat soort misbruiken moet eruit. In het ideale geval moeten de schuldenaars niet zelf opdraaien voor de kosten van de bemiddeling, maar daar zal ik nooit een meerderheid voor vinden in het parlement.

»Ik wil ook dat de OCMW’s veel vaker optreden als bemiddelaar tussen schuldenaars en schuldeisers. Nu kunnen ze dat alleen als ze een jurist in dienst hebben die een opleiding over schuldhulpverlening heeft gevolgd. Ik vind trouwens dat ook advocaten-bemiddelaars die opleiding moeten volgen, want de meeste advocaten hebben weinig expertise op het vlak van armoede: ze hebben in het beste geval ooit eens een cursus consumentenrecht gevolgd. Het wordt niet evident om dat door het parlement te krijgen, vrees ik, want zoals je weet zitten daar nogal wat advocaten bijeen.»

HUMO Nog iets waar veel cliënten van bemiddelaars over klagen: het totale gebrek aan communicatie. Petra, Hilde en Danny kregen alle drie zelden hun schuldbemiddelaar te spreken. Ook niet als de nood hoog was.

Bonte «Ik heb me in de collectieve schuldenregeling vastgebeten nadat we in Vilvoorde een dame over de vloer hadden gekregen – ze is intussen helaas overleden – die al maanden geen contact meer had gehad met haar bemiddelaar. Ze zat met heel concrete vragen: hoeveel heb ik al afbetaald? Hoelang heb ik nog te gaan? Het probleem werd nijpend toen de vrouw keelkanker kreeg en aangepaste voeding nodig had – peperduur, té duur voor haar, want ze kreeg per week 60 euro leefgeld. Ze heeft tientallen keren geprobeerd haar bemiddelaar te bereiken, zonder succes. Onze maatschappelijk werkster kreeg hem evenmin te pakken. Toen we hem na weken uiteindelijk wél konden spreken, liet hij droogweg weten: ‘Dat zal niet nodig zijn, die vrouw heeft toch niet lang meer te leven.’ Misdadig.

»De collectieve schuldenregeling móét transparanter worden. De schuldenaar moet zijn rekeningen kunnen zien: niet om aan dat geld te kunnen, maar om een beeld te hebben van zijn situatie. Dat is een mensenrecht.»


De buik van De Wever

HUMO Hilde, heb je door al die problemen ooit overwogen om uit de schuldenregeling te stappen?

Hilde «Nee. Er is toch geen alternatief, en volgende maand heb ik alles achter de rug. Dan zal ik zes jaar in die collectieve schuldenregeling gezeten hebben, een jaar langer dan eerst was afgesproken.

»Het is een goed systeem, maar de eisen zijn onmenselijk. En je moet geluk hebben met je bemiddelaar. Ik hoor veel over de plichten van de schuldenaar, maar niets over die van de bemiddelaar. Dat is toch niet eerlijk? Mensen die niet arm zijn, begrijpen niet wat ik heb meegemaakt.»

HUMO Ben je nooit bang dat je zal hervallen in oude gewoonten?

Hilde (beslist) «Nee. Derde keer, goede keer – ik ben vroeger al eens in budgetbeheer geweest bij het OCMW. Ik heb mijn les geleerd, dit overkomt me niet nóg eens. Ik heb nu enkele duidelijke prioriteiten: we gaan verhuizen en ik ga ook een nieuwe auto kopen. De rest moet wachten.»

Petra heeft nog vier jaar te gaan voor haar schulden afbetaald zijn: dat vooruitzicht maakt het moeilijk om de voordelen van het systeem in te zien.

Petra «Het is goed voor mensen die niet met geld om kunnen gaan, maar ik heb géén gat in mijn hand. Ze mogen gerust een paar honderd euro van mijn uitkering afhouden, maar laat mij toch de rest, zodat ik waardig kan leven. ik zal een spaarpotje hebben als ik 57 ben, maar dan hoeft het eigenlijk niet meer voor mij.

»Een geluk dat er nog politici zijn die zich ons lot willen aantrekken, maar van iemand als Bart De Wever moeten we geen steun verwachten. in interviews zegt hij dat het allemaal onze eigen schuld is. (Kwaad) maar zíjn dik buikske zit wél vol. Hij zou zich moeten schamen, potverdekke. Arme mensen bestaan, en ze zullen altíjd blijven bestaan.»

Danny werd na onenigheid met zijn bemiddelaar in oktober 2007 uit de collectieve schuldenregeling gezet. Na drie jaar loonbeslag diende hij een nieuw verzoekschrift in bij de rechter, en sinds januari 2010 zit hij weer in een collectieve schuldenregeling.

Danny «Via de normale weg zou het minstens 27 jaar duren om alle schulden af te betalen. Nu ben ik er in principe van af na zeven jaar... ik hoop dat ik het haal, want de relatie met mijn schuldbemiddelaar is niet optimaal. ik had liever vijf jaar afbetaald, in plaats van zeven. Waarom moet het toch zo lang duren?»

HUMO Het is toch begrijpelijk dat de banken zoveel mogelijk geld terug willen?

Danny «Als ik een investering doe en het loopt fout, moet ik op de blaren zitten en mijn leven lang afbetalen. maar de banken lopen geen enkel risico: zij kunnen altijd beslag laten leggen op je loon. Dat is toch verkeerd? en ondertussen behandelt de bemiddelaar mij als een werkloze of een illegaal die hier aanspoelt: ‘Jij kunt het niet, we zullen je eens zeggen hoe je ’t wél moet doen.’ Het systeem dient om mensen opnieuw te lanceren, maar ik ga áchteruit. en het zal littekens nalaten, dat weet ik zeker. emotioneel, en ook financieel: ik kan niet aan pensioensparen doen, ik kan geen overlijdensverzekering afsluiten... Overleven lukt nét, leven nét niet. ik heb een half leven.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234