A.F.Th. van der Heijden: 'Het kan gebeuren dat je je hele leven aan één persoon wijdt, en dat je na decennia moet concluderen dat je die niet volledig hebt leren kennen'

‘Elke dag kleurt zijn dood anders,’ schreef A.F.Th. van der Heijden nog in 2010, het jaar dat zijn zoon Tonio verongelukte, ‘maar hij – die dood – is nooit afwezig.’ Het was de schrijver onduidelijk of hij nog zou schrijven. Drie jaar later krabbelde hij overeind met ‘De helleveeg’, deel vijf van zijn cyclus ‘De tandeloze tijd’ (die sneeuwpiek in onze letteren).

'Ik kan niet meer naar die oud-Hollandse schilderijen kijken zonder te denken: 'Verdomd, ja, die dames zien er willig uit!''

‘De ochtendgave’ stuurt ons in een tijdmachine ruim drie eeuwen terug naar het Rampjaar 1672, toen de Fransozen Nederland overrompelden en onze noorderburen een schrik pakten die pas zes jaar later, met de Vrede van Nijmegen, weer ging liggen. Dat vredesverdrag tussen Frankrijk en de Verenigde Provinciën paste binnen een bredere herschikking van de Europese kaarten. Het aardige van ‘De ochtendgave’ is overigens dat je niet op de hoogte moet zijn van de finesses van Hollands Gouden Eeuw om te kunnen genieten van de lotgevallen van chirurgijn Caspar Sonmans en Sara Stermont, zijn bruid voor één nacht. Voor die allicht ene keer dat Van der Heijden een historische roman schrijft, maakt hij er meteen een masterclass van, kwestie van het genre eens te herijken.

HUMO Mogen we stellen dat uw schrijverschap weer op de rails zit?

A.F.Th. van der Heijden «Het schrijven van mijn requiemroman ‘Tonio’ heeft inderdaad nieuwe krachten losgemaakt, wat ik niet verwacht had. Tegelijkertijd merkte ik dat het fysieke plezier dat ik aan het schrijven beleefde verminderd was, maar dat is teruggekomen. Ik ben niet tot inertie vervallen. Tonio is ons ontvallen en ik heb daar iets voor teruggekregen, namelijk de volstrekte overtuiging dat ik dit vak elke dag moet beoefenen. En dat lukt nu wonderwel al ruim vijf jaar.»

HUMO Deze historische roman stak andere aangekondigde projecten voor. Hoe kwam dat?

Van der Heijden «In 2008 had de gemeente Nijmegen een novelle van zo’n 120 pagina’s besteld over de Vrede van Nijmegen, met het oog op de 330ste verjaardag van dat verdrag.»

HUMO Een bijzonder rond getal is het niet.

Van der Heijden «Nee, misschien hielden ze er toch rekening mee dat ik zou doorwerken tot de 350ste verjaardag (lacht). Hier op de overloop zou ik je een kast kunnen laten zien met alle ordners voor een heel grote roman over de Gouden Eeuw, want nadat ik die opdracht had aangenomen, was mijn ambitie gegroeid – zoals dat wel meer gebeurt. Mirjam (Rotenstreich, zijn vrouw, red.) wist dat ik me af en toe zorgen maakte dat ik dat boek al die jaren niet had ingeleverd. Begin oktober zei ze me: ‘Waarom kijk je eens niet in die kast? Misschien hoef je er niet zoveel meer aan te doen.’ Toen bleek dat ik twee streng gescheiden versies van ‘De ochtendgave’ bewaard had. Een lange versie die de complete inval van de Fransen in Nederland besloeg, maar ook een veel kortere versie die zich op de Vrede van Nijmegen toespitste. Daar zaten nog drie weken werk aan vast, en het boek was klaar. Waarom ik dit niet eerder heb gedaan, begrijp ik zelf niet.»

HUMO Hebt u hard gezweet voor u besliste een historische roman te gaan schrijven?

Van der Heijden «Ik nam het aan in een voor mij vrij megalomane periode. Ik had ook al gastcolleges gegeven in Delft, allerlei lezingen gedaan, een klein requiem voor Jean-Paul Franssens geschreven, een essay over de romankunst… Ik dacht alles aan te kunnen. Toen ik eraan begon, beleefde ik er ontzettend veel plezier aan om eens in een andere tijd rond te wroeten, daar boeken over te lezen. Ik had wel gauw door dat je de lezer niet moet overladen met historische feiten, met historische couleur locale. Maar in 2010 gebeurden er dingen die alles op z’n kop zetten.»

HUMO Nijmegen is u natuurlijk niet onbekend: u studeerde er, werd er zwanger van ‘De tandeloze tijd’.

Van der Heijden «Ik heb zelfs nog overwogen om van die historische roman een ‘Tandeloze tijd’-deel te maken, met personages in het huidige tijdsgewricht die in het verleden gaan wroeten. Maar daar heb ik uiteindelijk toch van afgezien.»

HUMO In het boek wordt Nijmegen ‘de schoonste stad van Nederland’ genoemd: de sponsor zal tevreden zijn.

Van der Heijden «Nijmegen wás ooit een mooie middeleeuwse stad, vergeven van de steegjes, maar door een vergissing aan het eind van de Tweede Wereldoorlog is de stad finaal kapot gebombardeerd. In het centrum heeft men alleen de Stevenskerk en de Waag gereconstrueerd, het hart van de stad is voorgoed weg. Waar je vroeger al die steegjes had, ligt nu de asfaltvlakte Plein 44. Toen ik daar op mijn 18de ging studeren, had ik nog niet zoveel gevoel voor wat de stad overkomen was. Naarmate ik er meer over las, maakte het me droeviger.»

HUMO Uw verbeelding floreert alvast in die vergane stadsbiotoop.

Van der Heijden «Aan die klontering van steegjes in de kleine binnenstad had ik nog graag een apart hoofdstuk gewijd. In Nijmegen wemelde het van de diplomaten. Natuurlijk waren dat net zulke haantjes als de lui die tegenwoordig in hun sportauto’s de dienst uitmaken in Brussel of Straatsburg. Toen probeerden ze elkaar de loef af te steken met hun koetsen, liever nog hadden ze een span van acht paarden ervoor dan één van zes. In die steegjes konden ze elkaar niet passeren, dat gaf een hoop gescheld tussen koetsiers en geklap met zwepen, voordat één van de twee koetsen achteruit ging rijden. Terwijl de boel al op scherp stond: er moest nog vrede gesloten worden. Daar speelde volop de symboliek van de oorlog: wie deinst terug voor wie?»

HUMO Had u voorbeelden? Thomas Rosenboom schreef ‘Publieke werken’, Louis Paul Boon ‘Het geuzenboek’, maar erg stevig is de naoorlogse Nederlandstalige traditie inzake historische romans niet.

Van der Heijden «Dat is waar. Margriet de Moor, die kan dat ook. ‘De schilder en het meisje’, in de tijd van Rembrandt, is een mooie poging.»

HUMO Hebt u genoeg opgelet op de schoolbanken om de details over de Vrede van Nijmegen paraat te hebben?

Van der Heijden «Het Rampjaar 1672 heeft me wel altijd gefascineerd. Je had prenten die daarover gingen en in de lagere school hingen, en er was ook dat woordspelletje: ‘het volk redeloos, de regering radeloos, het land reddeloos’ – zoiets blijft hangen. Ik heb gemerkt dat die Vrede van Nijmegen ook in Frankrijk en Spanje nog erg leeft en er prominent in de geschiedenisboekjes staat. Europa werd daar toch herverdeeld.»

HUMO Mooie titel, ‘De ochtendgave’. In Van Dale ontbreekt dat woord tussen ‘ochtenderectie’ en ‘ochtendgebed’. ‘Morgengave’ kent het woordenboek wel: ‘gift die de man deed aan de vrouw na de bruidsnacht’.

Van der Heijden «Ik vond ochtendgave wat mooier klinken dan morgengave, en ik kwam allebei die woorden wel tegen. In dit geval blijft het cadeau van de bruidegom in de ochtend onuitgepakt, de bruid is foetsie. Maar er is nog een andere ochtendgave in die turbulente huwelijksnacht, het begrip krijgt een dubbele lading, en daar is het hele boek op gebouwd.»

'Soms lukt het me om uit die megalomane waanzin een boek tevoorschijn te toveren. En als een heleboel boeken ongeschreven blijft, wat dan nog?'

HUMO Het taalplezier spat van het boek. Ik ging begrijpen waarom u in uw rede bij de aanvaarding van de P.C. Hooft-prijs in 2013 ook het Nederlands bedankte.

Van der Heijden «Ik kon hier de registers eens opentrekken, dat klopt. Je moet zo dikwijls aanhoren dat je in het Engels de dingen zoveel beter zou kunnen zeggen, zoveel compacter. Dan denk ik: voor alles heeft het Nederlands een woord, voor alles is er een oplossing, ik heb nog nooit met mijn mond vol tanden gestaan. Waarom zou ik de Nederlandse taal dan niet bedanken? Ze heeft me grote diensten bewezen.

»In dit geval kon ik aan de slag met woorden uit die tijd, geen neologismen, altijd bestaande woorden, soms een woordcombinatie. Voor het minnespel zijn het dikwijls woorden uit het ‘Erotisch woordenboek’.»

HUMO Een erectie wordt dan ‘een opstyging van de vaar’…

Van der Heijden «Ja, en een aantal 17de-eeuwse beschrijvingen van het vrouwelijk geslacht mochten ook niet ontbreken: ‘in onse Taal vleugelen, rimpelen, nimfen, of opperhuyts vleesagtige uytspansels gesegt’… Maar ik heb er me wel voor behoed het verhaal niet te laten bezwijken onder het spel met oude woorden. Soms vlecht ik er een 17de-eeuws zinnetje in, maar voor de rest is het in tamelijk gangbaar Nederlands geschreven. Wel merkte ik bij het corrigeren van het boek dat je onwillekeurig net iets ouderwetser gaat schrijven dan je in een moderne Nederlandse roman zou doen. Ik vond dat het niet misstond.»

HUMO Ook de seks is wat ouderwetser.

Van der Heijden «Die scènes heb ik op intuïtie geschreven. De filmmaker Wim Verstappen, een man die veel erotische scènes heeft verfilmd, zei eens: ‘Je moet eens naar die oud-Hollandse schilderijen kijken, met die vrouwen met hun bleke, ietwat doorschijnende gezichten… Ja, die lusten er pap van!’ En sindsdien kan ik niet meer naar die schilderijen kijken zonder te denken: ‘Verdomd, ja, die dames zien er willig uit!’ Ziedaar mijn literaire bron (lacht).

»Iemand die dat hoofdstuk over de eerste huwelijksnacht las, schreef me dat de mensen toen helemaal niet over hun seksualiteit spraken, dat er geen verslagen zijn van zo’n eerste nacht. Ja, wat antwoord je dan? ‘In mijn verhaal dus wél.’ Ik kan me trouwens niet voorstellen dat er helemaal over gezwegen werd. Ik heb zoveel schunnige rijmpjes uit die tijd onder ogen gehad, met alleen al een verbluffende woordenschat voor de geslachtsorganen en de copulatie, dat ik er zeker van ben dat er over zo’n huwelijksnacht dingen naar buiten kwamen. Mensen zijn toch altijd opscheppers geweest?»

HUMO Dit is een sleutelzin, lijkt me, als het over de relatie tussen Caspar en Sara gaat, misschien ook over relaties in het algemeen: ‘Wie een compleet mens wilde zijn, moest niet tornen aan de compleetheid van een ander.’

Van der Heijden «Dan hebben we het over de aloude onkenbaarheid van mensen onderling. Je kunt vele jaren met iemand getrouwd zijn en op een dag toch moeten toegeven: ze is onkenbaar voor me gebleven; we zijn heel intiem met elkaar, er zijn geen problemen, en toch hebben we elkaar niet écht leren kennen. Dat is iets wat me erg bezighoudt. Mirjam en ik zijn deze maand 36 jaar bij elkaar, en nog altijd ken ik haar niet echt. Dat is geen klacht, wel een constatering die ik niet uit de weg ga.

»Er zijn ook mannen die vóór hun 60ste al vijf huwelijken achter zich hebben. Dan zou je kunnen zeggen: ze hebben zich niet de tijd gegund om al die echtgenotes tot op het bot te leren kennen. Maar het kan ook gebeuren dat je wel je hele leven aan één bepaalde persoon wijdt, en dat je na een aantal decennia toch moet concluderen dat je die niet volledig hebt leren kennen, en dan moet je je daarbij neerleggen. Misschien is het ook wel goed dat iemand met wie je dagelijks leeft toch nog iets mysterieus voor je behoudt, want de langlopende liefde haalt al zoveel mysterie uit een verhouding.

»Ik heb in een eerder boek weleens geschreven dat de stappen die je zet om de liefde te bestendigen die liefde meteen ook vernietigt – ook dat is een natuurgegeven. Want de onstuimigheid van het begin is er dan niet meer. Gewoon om mijn zinnen te verzetten bekeek ik gisteren toevallig nog een hoofdstuk uit ‘De grafdelver’, een deel uit ‘De tandeloze tijd’ waar ik nog aan werk. ‘Kastanje aan de zee’ heet het. Het speelt in 1972 in Nijmegen en gaat terug op het grote erotische avontuur met een meisje dat ik had ontmoet in een studentendisco in de Sint-Annastraat.

»De hoofdpersoon in dat verhaal is op zoek naar de ware seksualiteit. En dan bedoelt hij een soort ranzigheid, maar positief, een ranzigheid die de seks opwaardeert. Er was ooit een tijd, denkt hij, dat het normaal was dat een dienstbode tegen een bezoeker zei: ‘Mevrouw moet twee weken het bed houden, ze is gisteravond klaargekomen.’ Dat is volgens hem de verloren gegane seksualiteit, in alles verschillend van de vrouw die hij voor ogen heeft, die zich aanstelt, die veinst dat ze klaarkomt. Hij hoopt die verdwenen seksualiteit weer te beleven met een absolute nymfomane, die geen experiment schuwt.

»Een interessante kwestie om te onderzoeken, vind ik, in een korte roman. Ik zit me af te vragen of ik dat verhaal niet uit ‘De tandeloze tijd’ moet lichten en nu moet afmaken. Is het nu of nooit?»

HUMO In 2003 zei u in Humo over die cyclus ‘De tandeloze tijd’: ‘Het was gemakkelijker de gegevens voor die boeken uit mijn eigen tijd, mijn eigen milieu, mijn eigen achtergrond te halen dan me jarenlang te documenteren voor een roman over de 17de eeuw.’ Na het schrijven van ‘De ochtendgave’ weet u of dat klopt.

Van der Heijden «Dat vind ik nog steeds, en ik zal ook over mijn eigen tijd blijven schrijven. Alle kans dat ik nooit meer iets historisch oppak, dat het bij ‘De ochtendgave’ blijft. Maar ik heb wel veel geleerd van het schrijven ervan. Bovendien: als je maar oud genoeg wordt en je moet je over je eigen jeugd in de jaren 50 gaan buigen, dan schrijf je natuurlijk ook een historische roman.»


Alles in het groot

HUMO Goed dat ‘De ochtendgave’ van de baan is, er is nog werk genoeg, zie ik: alleen al op deze werktafels staan enkele honderden ordners in het gelid.

Van der Heijden «Dat is geen aanstellerij, hoor, die ordners. Ik dacht nog even: Mark Schaevers komt straks, ik ga ze in kasten opbergen. Het voordeel van zo’n ordner is dat hij al een beetje een boekvorm heeft – al is het zelden zo dat het materiaal voor een boek in één ordner past (lacht).

»Als ik in mijn hoofd een romanidee heb, zet ik meteen een aantal lege ordners van het merk Leitz voor me neer. Plakkertje erop, deel zoveel, hoofdstuk zoveel, en geleidelijk worden die ordners met aantekeningen gevuld. Aanvankelijk staan daar dus lege ordners voor me, maar daarmee is het boek toch al een beetje tot een fysiek bestaan gekomen.

»Voor een buitenstaander ziet het er allemaal tamelijk chaotisch uit, zelf kan ik alles meteen vinden. Dit hier is materiaal voor de ‘Homo duplex’-cyclus. Al zeven of acht jaar had ik dat weggesloten in een archiefkast op de overloop. Als ik het niet een keer tevoorschijn haal, dacht ik, raak ik de band er helemaal mee kwijt, dan krimpt het in mijn hoofd tot een compact idee. Nou, dat was een openbaring, ik wist het allemaal nog. Ik heb ontzettende zin om ermee verder te gaan, maar ik moet het ook niet te gek maken. Per 1 januari moet ik weer aan ‘Kwaadschiks’ beginnen. Deze stapel, 1.200 pagina’s – er kan wel wat uit.

»Hier links staat al het materiaal voor ‘President Tsaar op Obama Beach’, een boek geïnspireerd door de crash van de MH17. Verderop de ordners voor ‘De grafdelver’, een volgend deel van ‘De tandeloze tijd’. O ja, ‘De ijzeren man’ staat daar ook nog, een deel dat speelt vanaf 1942.

»Ik voel met steeds meer zekerheid dat dít mijn plek is, tussen al het documentatiemateriaal, al die geschreven aantekeningen. Ik zie mezelf als een schilder in zijn atelier, met verschillende ezels. Op mijn 15de zag ik mezelf trouwens als kunstschilder. Men had me wijsgemaakt dat ik een redelijk tekentalent had. Een oom was schilder; ik vond zijn atelier lekker ruiken, met al die olieverf en terpentijn. Hoe afschuwelijk oogt daartegenover een schrijver, zoals die aan een tafeltje zit met een potlood en een stukje toiletpapier… Nou ja, de beeldende kunst is het niet geworden, maar dat idee dat het allemaal wat groter moet zijn, heb ik nog steeds. Ik wil wel opgesloten zitten om boeken te schrijven, maar pin me in godsnaam niet vast op die ene titel.»

HUMO Laat me al eens van ezel veranderen?

Van der Heijden «Laat deze ezel soms een ezel opschuiven, ja (lacht). Ik heb altijd zonder veel schuldgevoelens dingen laten liggen om aan iets nieuws te beginnen. Er is niets heerlijkers dan gewoon in het wilde weg een roman te zitten ontwerpen. Maar het heeft ook iets vrijblijvends, ik heb nu toch sterk de behoefte dingen af te ronden. Ik ben sowieso efficiënter gaan werken, pragmatischer. Ik bekijk hoe ik in een overzienbare tijd iets af kan maken.»

HUMO Ooit had u 21 titels in voorbereiding.

Van der Heijden «Ik heb dat drastisch teruggedraaid, want als critici dáárover gaan schrijven, dan weet je: dit zit niet goed. Ik zag een keer ergens een quizvraag passeren: ‘Welke van deze vier titels heeft Vander Heijden wél gepubliceerd?’ (lacht)»

HUMO Het is ook niet vol te houden dat op uw 64ste het grootste deel van uw oeuvre nog niet geschreven is?

Van der Heijden «Nee, daarom. Maar ik wil er zo graag in geloven dat sommige titels die nog niet bestaan, of uitsluitend als ordners met aantekeningen, nog af te maken zijn. Ik ben een onverbeterlijke megalomaan, een plannenmaker, een titelmaker, een schemamaker – alles in het groot! Nou, dan ben ik maar zo. Soms lukt het me toch om uit die megalomane waanzin een boek tevoorschijn te toveren? En als ik riskeer dat een heleboel boeken ongeschreven blijft, wat dan nog? Harry Mulisch is zéven keer begonnen aan zijn uiteindelijk onvoltooide boek ‘De ontdekking van Moskou’, zo gefascineerd was hij door zijn eigen verhaal. Die schrijftijd had hij ook kunnen besteden aan verhalen die niet boven zijn macht gingen. Maar zo zitten we niet in elkaar. Je wil niet toegeven dat je in het gevecht met dat speciale boek het onderspit hebt gedolven. Je pakt het altijd weer op, je begint opnieuw.»

HUMO Mislukken schrikt u niet af?

Van der Heijden «Nee, maar het raakt me wel. Je gaat de match aan, en je verliest. Terwijl je daar op de grond ligt, staat boven je iemand te tellen, en wat hij telt, zijn niet de delen van een nieuwe cyclus…»

HUMO Toen ik hier een kleine twintig jaar geleden een keer zat, viel me op hoezeer u toen uw beroep relativeerde. Je weet nooit of je niet een verkeerde keuze maakt door zoveel energie in je geschriften te stoppen, zei u toen. Misschien was u liever, heette het in hetzelfde tijdsgewricht, een onopvallende wetenschapper geworden.

Van der Heijden «Ik zou die relativering nu niet meer maken. Ik heb me verzoend met het vak dat ik gekozen heb. Ik zal nog elke dag van alles willen relativeren, maar mezelf afvragen of ik niet beter wetenschapper had kunnen worden, dat niet. We zijn ook twintig jaar verder: toen had ik nog afscheid van de literatuur kunnen nemen, nu is het daarvoor te laat.»

HUMO Terwijl u ‘De ochtendgave’ zat te corrigeren, stond in Parijs en Brussel de actualiteit in brand. Voelt u dan niet de behoefte met een mening in de krant te staan?

Van der Heijden «Ik heb van meet af aan de actualiteit verwerkt in mijn romans, al in de proloog van ‘De tandeloze tijd’, met de rellen op de Dam in 1980. Dat is een keuze voor de langere adem. Toen de MH17 neerstortte, heb ik nergens een ingezonden brief in de krant gezet, maar twee weken later was ik er wel over aan het schrijven. Ik vond dat ik andere boeken opzij moest schuiven om het zo, via de omweg van een roman, te hebben over de huidige verhouding tussen het Westen en het Oosten, over de dreiging van een nieuwe koude oorlog of erger. Arnon Grunberg schrijft elke ochtend een klein commentaartje in de krant. Heel knap, hoor, dat hij dat doet, maar het is ook een beetje een maniak, want ik geloof dat hij dat al tweeduizend keer achtereen gedaan heeft. Dat zou gewoon niks voor mij zijn.»

'Ik wil niet dat één van mijn nabestaanden moet concluderen: 'Nou, hij is niet erg populair meer, waar zijn al die mensen?''

HUMO U hebt Grunberg al eens uw kroonprins genoemd – maar als gevolg van een rel met u heeft hij wel een cordon sanitaire rond de Nederlandse literatuur gelegd.

Van der Heijden «Ach, anderhalf jaar geleden, toen we allebei geïnstalleerd werden als leden van de Academie van Kunsten, bleek dat we heel goed met elkaar overweg konden. Ik ben een groot bewonderaar, ik mag hem graag, zeker als schrijver. Met zijn Voetnoten doet hij wat ik niet kan. Ik ben trouwens erg verguld dat hij die naam aan de slotregels van mijn roman ‘De Movo Tapes’ heeft ontleend, want wat staat daar? ‘Voetveeg van de geschiedenis, geen voetnoot waard.’ Een hele eer.»


Getrouwen aan het graf

HUMO Toen we een jaar na de dood van Tonio correspondeerden, schreef u dat u bewust de pijn opzocht – ‘Ik wil de zenuw openhouden’ – om Tonio zo levend te houden. Is dat nog altijd zo?

Van der Heijden «Dan kan ik weer dat boek over de MH17 als voorbeeld geven. Ik had daar een dubbele agenda mee. Ook daar heb ik die pijn toch weer opgezocht, want ik wou dat hele verhaal bekijken door de ogen van een jonge oorlogsfotograaf, en daarmee was ik weer terug bij Tonio. Hij studeerde fotografie, hij had dus best oorlogsverslaggever kunnen worden. Tonio was inmiddels vier jaar dood, nu kwam het erop aan hem tot leven te wekken, mijn verbeeldingskracht in te schakelen: hoe zou hij nu geweest zijn? Ik had blijkbaar de behoefte om hem langdurig bij me te hebben, maar dan een heel andere Tonio. Een Tonio die nooit had mogen bestaan, maar die toch heel veel trekjes van hem had. En dat was misschien nog pijnlijker, om me hem in het volle leven voor te stellen, dan me het leven te herinneren dat hij gehad heeft.»

HUMO Is dat boek stilgevallen?

Van der Heijden «Ik heb nooit een writers’ block gehad, maar in het afgelopen voorjaar blokkeerde dat boek. Wat ik wist over het neerstorten van dat toestel, had ik opgebruikt, het wachten was op het definitieve onderzoeksrapport. Ik besefte: ik sta droog, ik ben door de technische feiten heen.

»Tonio heet Nathan in dat boek, naar zijn grootvader. Hij maakt foto’s van de site waar al die vliegtuigonderdelen lagen. En ik laat zijn ouders, Mirjam en ik dus, in het vliegtuig zitten dat uit de lucht wordt gehaald. Nathan vindt hen dood op de grond bij een verlaten kippenboerderij in Oost-Oekraïne. Ik heb de zaak dus omgedraaid: hij is in dat boek de rouwende. De zoon, die in werkelijkheid dood is, schrijft over zijn dode vader, die in werkelijkheid nog leeft. Dat maakt het des te meer tot een emotionele exercitie, een bijna onmogelijke opgave. Want zo’n jongeman heeft natuurlijk ook zijn kritiek op z’n vader, zijn manier van leven, zijn vak. Ik probeer daar eerlijk in te zijn.»

HUMO Het wordt toch geen postume afrekening met zijn vader?

Van der Heijden «Het is duidelijk dat hij ook wel van zijn vader houdt. Vooral houdt hij van zijn moeder. Die passages heb ik kort na de ramp met de MH17 geschreven. Hoe Nathan zijn moeder in een verdroogde tractorvoor vindt in wat ooit de modder van Oost-Oekraïne was. Ik kan die passages niet met droge ogen lezen, misschien zijn ze dus wel goed opgeschreven. Maar wanneer komt dat boek uit? (lacht)»

HUMO U riskeert dan uw eigen begrafenis te moeten beschrijven.

Van der Heijden «Tonio was hier, twee dagen voor zijn dood. Het was prachtig weer, we zaten buiten. Mirjam en ik hadden die dag een paar crematies achter de rug, ik zat daarover te mopperen: ‘Waarom moeten we ook naar élke crematie?’ En ik heb Tonio toen gezegd: ‘Beloof me één ding, ik wil alleen drie getrouwen aan mijn graf en voor de rest niks.’ En Tonio zei toen, heel koel: ‘Wie is die derde dan?’ (lacht) Dat is inderdaad een goeie vraag.»

HUMO Dat van die drie getrouwen, is dat echt uw wens?

Van der Heijden «Ja, dat hou ik vol. Kijk, mijn debuut was in 1978, ik draai nu 37 jaar mee en heb enige bekendheid verworven, ik wil eigenlijk niet dat één van mijn nabestaanden moet concluderen: ‘Nou, hij is niet erg populair meer, waar zijn al die mensen?’ Of evengoed: ‘Nou, wat een mooie toeloop zeg!’ Dat de waardering voor mijn schrijverij wordt afgemeten aan hoeveel mensen er op mijn begrafenis komen, zint me op één of andere manier niet.»

HUMO Niet nóg eens dat soort recensie als u onder de zoden ligt?

Van der Heijden «Precies! Een zes-voet-dieprecensie… Dat ze dan maar mijn boeken in een kist leggen en daar achteraan sukkelen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234