null Beeld

Adam Foulds - De dwaaltuin

De rol van de krankzinnige in de literatuur heeft de laatste eeuwen weinig evolutie gekend. De voor de eeuwigheid op papier vastgelegde gek is zelden meer dan een licht kwijlend stijlmiddel, een simpele truc die wordt bovengehaald als de auteur waarheden hoopt te verkondigen over de arbitraire manier waarop het dynamische duo Samenleving en Tijdgeest bepaalt wat normaal is en wat niet.

In 'De dwaaltuin' (Ailantus), de derde worp van de sinds z'n debuut 'Hoe het werkelijk is gegaan' door de Britten murwgeknuffelde Adam Foulds
, is dat niet anders. De schrijver voert u naar het negentiende-eeuwse High Beach Private Asylum, een psychiatrische inrichting die voor haar tijd behoorlijk progressief werd gerund, maar waar tegelijk niet werd opgekeken van een hardhandig afgedwongen lavement op zijn tijd.

Kortom, alles is relatief - en dat is precies de boodschap die Foulds er te gretig wil inrammen: wie heeft het leven nu beter begrepen, de patiënten of het personeel? Of nog: zien we niet veel klaarder zónder die oogkleppen van het zogeheten gezond verstand? U kent het.

Wie die opzichtige moraal naast zich neer weet te leggen en zijn tanden niet stukbijt op het wat stroeve, bewust archaïsch gehouden taalgebruik, krijgt gelukkig ook nog een bij vlagen behoorlijk voldragen, op de shortlist van de Man Booker 2009 geplaatste roman te lezen. Centraal staat dokter Matthew Allen, de charmante maar met een schimmig verleden behepte pater familias die instaat voor de dagelijkse leiding van het gesticht.

Verder voert Foulds John Clare en Alfred Tennyson op, twee namen die u nog zou moeten kennen van de lessen Victoriaanse Poëzie, en die omstreeks 1840 ook écht in Allens vagevuur verbleven. Lord Tennyson is later vooral bekend geworden als poet laureate, maar op High Beach fungeert hij als de hoeder van zijn depressieve broer. Clare is dan weer een aan waanvoorstellingen lijdende plattelandsdichter wiens schrijfsels niet in de smaak van de tijdgenoten vielen en die alleen postuum zijn gram zou halen. Die tabloidachtige premisse – twee prominenten in één zottekot – is de drijvende kracht van het boek.

De historische feiten (zie ook Tennysons onheilzame investering in de ontwikkeling van een houtsnijmachine) vermengt Foulds listig met zijn eigen verbeelding. Het resultaat is, behalve een flink gefotoshopt snapshot van de tijdsgeest, een vertelling bevolkt met figuren die wanhopig hun oppervlakkige zelf proberen af te werpen, in de hoop een beter leven in ruil te krijgen.

Het sadistische genoegen dat Foulds aan de dag legt als hij het zijn personages zo lastig mogelijk maakt, werkt overigens bijzonder aanstekelijk. Nooit eerder zo hard gehoopt op het uitblijven van een happy end.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234