Adriaan van Dis schrijft zijn moederboek

‘Ik kom terug’ heet het grote Moederboek van Adriaan van Dis. Zijn moeder geloofde in reïncarnatie. Bijna 100 werd ze, en ze zou groot gelijk hebben mocht ze nog eens terugkomen om met eigen ogen het prachtige papieren graf te aanschouwen dat haar zoon voor haar heeft opgericht. In afwachting hou ik hem gezelschap in een wegrestaurant in Het Gooi, bij een stel kroketten.

HUMO Maria van Dis (1910-2010), dochter van Huibert van Dis en Maria Lijntje van der Made, is geboren in het Noord-Brabantse Fijnaart. Zal ik zelf maar zeggen, want dat soort feitelijke gegevens staat niet in je roman.

'Ik heb een grote fles wodka in de ijskast liggen. Als het -20 graden is en ik levensmoe zou zijn, drink ik die leeg en ga ik buiten in de tuinstoel vredig doodvriezen'

Adriaan van Dis «Leuk dat je het allemaal hebt opgezocht, maar tegelijk vind ik het beangstigend dat je het kán opzoeken. Want sommige dingen wil ik niet in mijn boek, en ik heb ook veel dingen veranderd. Je gaat niet alle verhuizingen beschrijven, bijvoorbeeld, dat is nodeloos ingewikkeld. Uiteindelijk gaat het om de emoties.

»Het is de eerste keer dat ik mijn eigen naam gebruik: Van Dis. Ik heb altijd grote moeite gehad om mijn figuren een naam te geven. In ‘Familieziek’ heette ik gewoon ‘de jongen’, in mijn debuut heette ik Nathan Sid. Waarom die omkering, van Dis naar Sid? Omdat het in koloniale kringen gebruikelijk was een bastaard een omgekeerde achternaam te geven.»

HUMO Je bent de zoon van een Hollandse boerendochter die al drie bruine dochters had uit een huwelijk met een Indische officier, en vervolgens een zoon kreeg van een man met wie ze officieel niet kon trouwen omdat hij nog getrouwd was. Dus was je een bastaard, en dat heb je geweten?

Van Dis «Vandaag heb je gezinnen waarin zowat ieder kind een andere achternaam heeft, maar zo kort na de oorlog was een bastaard toch nog met gêne en schande omgeven. Ook al omdat mijn vader zo’n merkwaardige man was en het om een gekleurd gezin ging. Tot mijn 18de heb ik de naam van mijn vader gedragen, Mulder. Dat deed ik uit piëteit tegenover hem, maar officieel, op schoolrapporten, op mijn verkeersdiploma, heette ik Van Dis. Toen ik 18 werd, moest ik bij de kinderrechter komen, en kon ik officieel Mulder gaan heten, maar intussen wou ik de naam van die man helemaal niet meer dragen, ik háátte hem. Ik heb toen heel bewust gekozen voor de naam van mijn moeder.»

HUMO Om het vervolgens als schrijver voortdurend over je vader te hebben, de driftkikker die jou voortdurend sloeg, en nauwelijks over je moeder. En dat terwijl je je vader maar tien jaar meegemaakt hebt, zo jong stierf hij, en je moeder haast honderd werd. Waarom ging het zelden over haar?

Van Dis «Ik was báng, báng, báng. Ik wou haar geen pijn doen. Haar eerste man is tijdens de oorlog onthoofd, mijn vader is door alles wat hij in die oorlog meemaakte geestelijk gederailleerd: een moeder die dat allemaal meegemaakt heeft, kan je niet lastigvallen. Je hebt moeders die ontzien worden omdat ze altijd migraine hebben: de migraine van mijn moeder heette oorlog.

»Op het schilderij van mijn familie stond mijn moeder altijd op de achtergrond, pas nu heb ik haar met de loep bekeken en naar voren gehaald.»

HUMO Daardoor heb ik nu pas begrepen wat een goudmijn de geschiedenis van de Van Dissen zou kunnen zijn: het is een eeuwenoud geslacht van Waldenzer protestanten, familiewapen incluis. Hoe vreemd dat je nooit met dat familiewapen hebt staan zwaaien.

Van Dis «Daarvoor hoorde ik er te weinig bij – ik was toch een bastaard. En mijn moeder stond daarom in een moeilijke positie ten opzichte van de Van Dissen. Ik herinner me haar voortdurende angst om onterfd te worden. Soms moest ik bij mijn grootvader mijn excuses maken voor een nare opmerking. ‘Zo, de erfenis is weer gered,’ zei ze dan als ik thuiskwam.»

HUMO En die erfenis is er gekomen?

Van Dis «Ja, toen één van mijn tantes doodging, maakte dat een enorm verschil voor ons. Daarvóór was het jurken verknippen, spaarzaamheid, daarna waren we relatief rijk. We kregen ook enorm veel antiek van die tante, maar die wou mijn moeder niet. Ze heeft al die meubelen aan de decorafdeling van de Nederlandse Televisiestichting gegeven. Alle stukken van Couperus zijn gespeeld in het decor van mijn tante. Als we dan zaten te kijken naar ‘De stille kracht’ met Ellen Vogel, ging het plots van: ‘Hé, onze kast! Onze klok!’»


‘Ons’ boek

HUMO Laten we inzoomen op je moeder. Had dit boek ‘Honderd jaar eenzaamheid’ kunnen heten?

Van Dis «Mooie titel. Maar eenzaamheid is voor mij een te weinig fysiek woord om het samen te vatten. Kil was ze, ongenaakbaar. Ze liet geen mensen toe. Geen knuffel, geen aai. Ze keek met afstand naar de wereld, al was ze wel heel politiek betrokken: altijd boos en verontwaardigd over het dagelijkse nieuws.»

HUMO Fysiek lijken jullie op elkaar.

Van Dis «Ik lijk ook op mijn vader. En ik heb zeker zijn drift. Van mijn moeder heb ik de angsten. En haar verlangen naar alleen zijn. Ik heb weliswaar een gelukkige relatie, maar woon alleen. Een versierder ben ik nooit geweest. Ook op school was ik niet zo’n jongen die zomaar op een meisje afstapt en brutale praatjes heeft.»

HUMO Ik neem aan dat ‘de wilde Marie’ in haar je aanspreekt, het meisje van een jaar of 20 dat de sprong maakt van de Brabantse buiten naar de kolonie?

Van Dis «Die sprong vind ik ongelooflijk, ja. Stel je voor: een onhandig meisje, in het zwart gekleed, dat op de thee bij een freule in Breda een jonge indo ontmoet, een halfbloed, en meteen met hem meegaat, wég uit de streek waar haar familie al driehonderd jaar woont.»

HUMO Voor we jouw portret van haar verder inkleuren, zeg eerst eens hoe zij jou zag.

Van Dis «Een bijzonder goeie vraag, maar wel één die me voornamelijk tot stilzwijgen noopt. Ze toonde nooit veel belangstelling voor wat ik deed. Ze las mijn boeken wel, want ze was een heel belezen vrouw. En ze deed dat met een literair oog, niet dat gezeur van: ‘Dat is toch niet waar!’ Ze las het, keurde het goed, maar er werd nooit op teruggekomen. Ze zou echt niet gaan opscheppen over mij. Hetzelfde voor mijn televisiewerk. Als ik maar gewoon bleef doen en me maar niks verbeeldde, dat vond ze het belangrijkste.

»Ze vond me een snob, wat ik ook ben, maar zij máákte mij tot een snob, met haar cultus van het gewone. Het meest waardeerde ze mensen die een overall droegen en iets met hun handen deden: iemand uit de familie die niet zo goed kon leren en kraandrijver is geworden, die vond ze de interessantste van allemaal!»

HUMO Na de dood van je vader stortte ze zich in occulte sferen.

Van Dis «Kasten vol humbugboeken had ze, waar ze dagelijks in wegvluchtte. Voor haar waren die een grote steun, ze geloofde erin, ook al spraken ze elkaar onderling allemaal tegen. Ze zette strepen in die boeken, de meest genoteerde opmerking was het uitroepteken, en wel bij de meest raadselachtige passages. Als ik haar op al die zweeftochten niet kon volgen, vond ze dat tragisch voor mij: ze had met me te doen! We hadden ook dat beroemde boek van Gayelord Hauser in huis, ‘Blijf jong, leef lang’. Daar staan alleen maar vieze gerechten in, en die aten wij met regelmaat.»

HUMO Had je het moeilijk met haar esoterische kant?

Van Dis «Ik vond het wel leuk dat ze de hand las van mijn klasgenoten, vooral de meisjes, of dat ze na het werpen van muntjes de toekomst las uit de ‘I Tjing’. Je had geen andere moeders die met zulke dingen bezig waren, dat maakte het interessant. Mijn moeder las het ‘Tibetaans dodenboek’ vóór het hier ooit maar ter sprake kwam. Ik was één van de eersten die yoga nam bij Rama Polderman, vanaf mijn 11de jaar. Een wonderbaarlijke arts was dat, die met een onwaarschijnlijke hypnotische kracht naar je kon kijken.

»Ik was een heel gezeglijk kind: van mijn 10de tot mijn 19de heb ik in een theosofische gespreksgroep gezeten, en dat vond ik hartstikke leuk: we vergeleken de Koran met de Bijbel, of de Bhagavad Gita. Ik heb dan ook geen enkele last van religieuze trauma’s, er is geen pater die in mijn billen heeft geknepen. Zelf ben ik helemaal niet gelovig, voor mij is de mens een chemisch proces als een ander. Maar als chemisch proces kunnen we denken, en hebben we behoefte aan verhalen en verzinsels, en daarom ben ik voor godsdienst: religie is een geniaal verzinsel!»

HUMO Zodra je het huis uit was, zag je je moeder nog weinig.

Van Dis «Ze was een moeder die niet om aandacht vroeg, en die kreeg ze van mij ook nauwelijks. Een moeder op afstand, die ik één of twee keer per jaar zag. Ik herinner me nog het bevrijdende moment dat ik in Amsterdam studeerde en iemand me zei dat hij nooit meer naar huis ging. ‘God, dat hoeft inderdaad niet meer!’ dacht ik toen. Tot dan ging ik uit fatsoen nog naar huis, maar dat fatsoen verwaterde. Daarna hebben we niet één keer nog een feestdag of verjaardag samen gevierd: mijn ‘familie’ bestaat eigenlijk niet.

»Pas toen mijn moeder de 90 voorbij was en ik in Parijs woonde, voelde ik sterk dat ze wel behoefte had om te praten. Ik zag haar helemaal niet meer, maar we belden met regelmaat. Als je een leven lang een sterke vrouw geweest bent, geen pijn toegelaten hebt, terwijl je toch twee dochters en een kleinkind ontvallen zijn, dan wordt de dijk dun. En juist omdat we elkaar aan de telefoon níét in de ogen keken, viel de gêne weg. Van dan af heb ik wel een meter aantekeningen gemaakt. Ik ben haar ook echt gaan interviewen, weer zonder oogcontact, met een blocnote tussen ons.»

HUMO Ze wist dat je een boek over haar ging schrijven.

Van Dis «Ja, en ze voelde zich er erg betrokken bij, had het over ‘ons boek’. Ze werd steeds openhartiger. Ik kan je zeggen dat ik in dit boek niet alles heb verteld. Waarom zou ik? Ze zei me dingen die gewoon te beschamend zijn, en waarmee ik ook andere mensen zou besmeuren.»

HUMO Door je gesprekken met haar wilde je een aantal raadsels ontsluieren over haar Indische tijd. Wat heb je uiteindelijk bijgeleerd?

Van Dis «Dat haar eerste huwelijk zo slecht was, had ik nooit beseft. Als die man niet onthoofd was, was het op een scheiding uitgelopen, zei ze me, het zwaard was de scheiding voor. Dat staat niet in het boek, omdat het van een prozaïsche kilte is die niet uit mijn pen wil vloeien. Ik heb er ook moeite mee mijn enige nog levende halfzus daarmee te confronteren: zij heeft die vader wel nooit gekend, maar hij is toch een heel belangrijke man in haar leven geworden.

»Over mijn vader, en dat vond ik héél beschamend om op te schrijven, zei ze dat hij zo’n geweldige minnaar was. Normaal keek mijn moeder naar de grond, bij dit soort dingen ging ik naar de grond kijken (lacht). Ze heeft het me altijd kwalijk genomen dat ik in mijn boek ‘Indische duinen’ zo boos was op mijn vader, heeft altijd benadrukt dat hij een zachte kant had en een kwetsbare, ontwortelde man was. Zo ben ik hem steeds meer gaan zien, maar ik heb hem nu eenmaal gekend als een militaire man, een ijzervreter, een driftige, kleine ondermaatse Indische sergeant, voor wie iedereen bang was, en het is moeilijk dat eerdere beeld los te laten. Iedereen koestert zijn ongeluk, we zijn verslaafd aan onze wonden.»

HUMO Je geeft je moeder in ‘Ik kom terug’ min of meer een minnaar, daar in de tropen, de Duitse arts Carl.

Van Dis «Dat is ingekleurd door mij, omdat ze wel erg veel over een bepaald iemand sprak, van wie ze ook veel grappige foto’s had. Zo heb ik willen tonen dat ze, hoe kil ze ook was, een heel hartstochtelijk meisje geweest moet zijn. Maar de oorlog heeft die zinnelijkheid gedoofd. Haar gevoel was op.»


Een grote fles wodka

HUMO Je maakt er geen geheim van dat dit boek zwaar om te schrijven was.

Van Dis «Ik was toch de gier die om het lijk cirkelde? Altijd op de uitkijk voor een mooie zin van haar, een gebeurtenis. En ik ging maar door met vragen tot het te pijnlijk werd. Tegelijk merkte ik dat ze ook wílde dat ik doorging. Het is als het uitdrukken van een puist. Er komt pus uit, het doet pijn. Maar je vindt het lekker dat er nog meer op gedrukt wordt, en er nog meer pus uitkomt. Wat een onsmakelijke beeldspraak, zo bij de kroket. Sorry about that.

»Ik heb me enorm schuldig gevoeld over wat ik schreef. Want het is ook een boosaardig boek, ik laat mijn moeders kwaaie kanten zien. Ik betrapte me erop dat ik me al schrijvend afvroeg: ‘Heb ik ooit echt van haar gehouden?’ Ik geloof het niet. Ik hield niet van mijn moeder, en dat is een vreselijke ontdekking. Ik weet nog steeds niet of ik van haar hou.

»Heeft mijn moeder van mij gehouden? Ze heeft me nooit aangeraakt. ‘Wat kan het je godverdomme schelen?’ zou je kunnen zeggen. Ik merkte dat het me ontzéttend veel kon schelen. En dat besef is toch ook weer beschamend voor een man van 67. Dan ga je medelijden krijgen met jezelf, en dat moet je alleszins zien te voorkomen, dat weet ik als schrijver én als ervaringsdeskundige in de psychiatrie.

»Door het schrijven van dit boek ben ik teruggekeerd naar mijn psychiater, want ik raakte tamelijk in de war. Als je ouder wordt, dat geloof ik absoluut, worden je merkwaardigheden, je pijn, je donkere dromen sterker. Ik ben niet opnieuw in analyse, het was gewoon een APK – algemene psychiatrische keuring. Zoals andere mensen hun cholesterolgehalte laten nakijken, laat ik even onder het deksel van mijn brein kijken.»

HUMO Je moeder bekeek je boek, zo stel je het toch voor, als een soort ruilhandel: ‘Jij een verhaal, ik een pil.’

Van Dis «Zo was het. Ze was lid van de Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde. Ze wilde dood, maar ze mocht niet dood. Ze was nog te gezond. ‘Mevrouw, we gaan u niet vermoorden!’ zei de huisarts haar letterlijk. Ik werd voortdurend onder druk gezet om haar te helpen met sterven. Op een dag had ik een kussen in de hand, ze smeekte me het in haar gezicht te drukken. Dan zit je daar met die vraag: ‘Zou ik mijn moeder kunnen vermoorden?’»

HUMO Je belooft het haar ergens: ‘Ik zal je verlossen.’

Van Dis «‘Als ik flink ben,’ staat erbij. En ik ben niet flink. Ik heb geen seconde overwogen mijn moeder daarbij te helpen. Ik zou het niet kunnen. Het schuldgevoel daarna, al die nachten dat het weer terugkomt: niks voor mij.»

HUMO Je moet op zulke momenten wel denken: hoe vreemd dat we het sterven niet beter georganiseerd krijgen.

Van Dis «Ik heb vele jaren in Parijs gewoond, in de rue du Cherche-Midi. Daar heb ik drie gevallen van euthanasie meegemaakt. Dat was geen enkel probleem. Een humane dokter, een humane apotheker… Daar wordt niet over gepraat, dat wordt opgelost. Omdat er geen wetten zijn. Maar wij hebben wel wetten, en dus praktische bezwaren. In Le Figaro stond eens een opmerkelijk stuk over euthanasie in Nederland. Teneur: het wordt weer zomer, de Nederlanders gaan hun grootmoeder weer vermoorden, want ze willen met vakantie! Maar dat klopt dus helemaal niet: in Nederland is het ontzettend lastig om je dood te regelen; in landen zonder wetgeving is het makkelijker.

»Ik ken mensen die naar Zwitserland gegaan zijn. Duur hotel, pil opgehaald, de volgende morgen dood. Maar ook daar is het lastiger geworden om het goed te regelen.

»Ik heb door deze ervaring alleszins wel goed nagedacht hoe ik dit straks zelf ga doen.»

HUMO En?

Van Dis «Ik heb een grote fles wodka in de ijskast liggen. Als het -20 graden is en ik levensmoe zou zijn, drink ik die leeg en ga ik buiten in de tuinstoel vredig doodvriezen – een heerlijk einde, toch? Helaas vriest het niet meer zo hard…»

HUMO Voor je nog tips bedenkt, zal ik maar het nummer van de zelfmoordlijn vermelden: 1813.

Van Dis «Vermeld vooral ook de plekken waar de beste wodka te vinden is!»

HUMO Je hebt nu trouwens een tuin, zag ik in het promotiefilmpje voor je boek, want je bent verhuisd naar een houten huis in de Achterhoek.

Van Dis «Ik had een hartstochtelijke zin in een tuin, en nadat Parijs mij vier boeken gegeven had, heeft die tuin me nu dit boek gegeven. Die tuin was een heel belangrijk experiment om bij mijn moeder uit te komen. Zij heeft me in het tuinieren ingewijd. Tot mijn 19de heb ik bij anderen veel tuinen schoongemaakt, voor het geld. Ik ben een goeie tuinman.»

HUMO Pompoen, tomaat, rucola…

Van Dis «Het lukt allemaal! Dat is het leuke aan die grond: je mikt er van alles in, er komt altijd wat op.»

HUMO Toch lees ik in je boek dat je je verhuizing vervloekt. Vat het experiment Achterhoek eens samen.

Van Dis «Een vergissing! Meer zeg ik niet (lacht). En dit is alleen voor de Belgische pers! Ik mis Parijs enorm. Omdat ik er kon ontsnappen aan de keurige Van Dis van de VPRO en NRC, ik kon er buiten mezelf treden, ontmoette er zowel heel arme als heel rijke mensen.»

HUMO Maar de bestsellerauteur Van Dis kon Parijs echt niet meer betalen?

Van Dis «1.500 euro in de maand voor 31 vierkante meter, een kopje koffie 4,80 euro! Iedereen denkt dat ik rijk ben omdat ik deftig praat, maar daar denkt mijn bankrekening anders over. Ik ben niet arm, maar ik geef alles uit. In Parijs ging ik elke dag uit eten – alleen in een restaurant, het leukste dat er is! Vaak in Brasserie Lipp, met mijn speldje van chevalier des arts et des lettres kreeg ik daar altijd wel een plaatsje, in de gang, bij de wc. Met een uitstekende wijn, en mijn opschrijfboekje: le meilleur théâtre de Paris! Je ziet daar Jean-Pierre Belmondo voorbijschuiven.»


Geen zin meer

HUMO Ik vrees dat we terug moeten naar het rusthuis, waar je moeder aftakelt en meer en meer een beroep op je begint te doen.

Van Dis «Vreselijke plekken zijn die rusthuizen, de ellende en onrust zijn er tastbaar. Daarom worden er in Nederland vandaag ook veel gesloten. Mijn moeder zat in een serviceflat, want al wordt het altijd weer ontkend, in Nederland is alles opgedeeld volgens rangen en standen – ik háát dat! Zo’n serviceflat huur je, en je koopt er zorg naargelang van je budget.»

HUMO Je moeder was armer dan je dacht.

Van Dis «Ik was verbijsterd toen ik ontdekte dat ze geen cent meer had. Ze is gestorven met een zeer flinke schuld. Die heb ik keurig afbetaald.»

HUMO Achteraf dacht je: daarom wou ze dood, het geld was op.

Van Dis «Daar ben ik van overtuigd, zo simpel was het.»

HUMO Hoe motiveerde ze zelf haar wil om te sterven?

Van Dis «Dat deed ze nauwelijks. ‘Geen zin meer.’ ‘Ik ken niemand meer.’ ‘Ik heb het gehad.’ ‘Het boek is uit.’ Ze leed aan een vorm van depressiviteit, zou je kunnen zeggen. Laten we daar eerlijk over zijn: de tijden waren ook minder leuk aan het worden. Ze volgde de actualiteit nog op de voet: 9/11, Pim Fortuyn, Theo van Gogh, al die Nederlanders met hun korte lontje, het gedoe op de sociale media. En van dance parties wist ze ook alles, want in dat tehuis zat ze uitgebreid te praten met de jongeren die daar werkten.

»Ze had een enorme vleesboom in haar buik, vermoedelijk goedaardig, maar ze wilde geen enkel onderzoek laten doen. ‘Wil ik niet!’ waren de woorden die ze de laatste drie jaar het vaakst uitsprak. Ze liep ook niet meer zo goed. Maar intussen bleef ze wel glashelder: dat is het absurde van de geschiedenis.»

HUMO Je moest weleens met haar naar de douche of de wc: vond je die fysieke confrontatie erg?

Van Dis «Dat was even schrikken. Tegelijk vond ik het wel bijzonder, omdat ik voordien mijn moeder nooit had aangeraakt. Ik had haar ook nooit of nooit naakt gezien. Maar soms ging ze ook vreselijk met me om, behandelde ze me als een boodschappenjongen.»

HUMO Je woede daarover bal je samen in een scène waarin de 65-jarige zoon in het bijzijn van zijn moeder een doos koekjes tot moes trapt.

Van Dis «Totale woede, jongen! (Valt stil) Wat moet ik zeggen? Ze was geen aardige moeder.»

HUMO Aangrijpend zijn de passages waarin je beschrijft hoe ze haar leven kaalplukt, alles om haar heen systematisch ontmantelt.

Van Dis «Alles heeft ze weggegeven, weggedaan. Toen ze dood was, waren we in een middagje klaar: nog even een wandmeubel en een tafel naar het kringloopcentrum brengen en dat was het. Het was een verschrikkelijk gezicht, die onttakelde, vervallen kamer, je hebt geen idee hoe het eruitzag. Alles leek wel een groot afgekrast rollatorparcours, krassen op deuren, bonken, gaten.»

HUMO Uiteindelijk besloot ze niet meer te eten.

Van Dis «In hetzelfde huis als mijn moeder woonde een apotheker die 98 was en een hersentumor had. Hij heeft de trein naar Amsterdam genomen, dan nog een bus naar een buitenwijk, en is daar van een flat gesprongen. Voor zo’n dood moeten mensen kiezen omdat ze niet gewoon een pil hebben om uit het leven te stappen! Dat voorval heeft op mijn moeder een diepe indruk gemaakt; toen is ze er misschien wel over beginnen te broeden hoe ze er zelf een einde aan kon maken.»

HUMO Versterving, het lijkt me een vreselijke dood.

Van Dis «En het kan verdomd lang duren, hoor! Zeker als je vals speelt, zoals mijn moeder. Ook nadat ze besloten had niet meer te eten, bleef het haar erg goed gaan. Bleek dat ze elke dag door de kok een halve liter vette kippensoep liet bezorgen, in een geheim plastic tasje. Op het laatst leed ze enorme pijnen. Het lichaam verzuurt bij gebrek aan voedingsstoffen, haar benen deden zeer. Het is geen vrolijkheid.»

HUMO Je bleef lange tijd dicht in haar buurt, maar op het stervensmoment zelf was je er niet. Je halfzus was uit Italië overgekomen en had de regie in handen genomen. Was je min of meer gaan lopen?

Van Dis «Ja, ik wou daar niet bij zijn, ik vond het een onsmakelijk gedoe. Ik had ook al zo veel keer afscheid genomen, ze ging maar niet dood. En dus was ik niet bij haar sterven en dat neem ik mezelf niet kwalijk. Ik heb één van mijn zussen zien sterven, en zoiets wil ik nooit meer meemaken. Ik krijg het niet uit mijn herinnering geschrapt: met moeite krijg ik die zo aardige zus nog teruggetoverd.»

HUMO En dus heb je de laatste woorden van je moeder van horen zeggen moeten noteren.

Van Dis «Maar het is toch een fantastische scène? Toen ze stierf, was er een regeringsformatie bezig en was er veel te doen om Maxime Verhagen (de christendemocratische minister, red.). De laatste woorden van mijn moeder waren: ‘Maxime Verhagen is een druiloor,’ en daarna viel ze om. Prachtig toch?»

HUMO Weet de brave man hier al van?

Van Dis «Ja, hij heeft laten weten – dat is de politicus dan weer – dat hij het leuk vond.»

HUMO Je moeder had een kostbaar Perzisch tapijt met de sporen van haar rollator erin. Wat doe je achteraf met zo’n tapijt?

Van Dis «Weggegooid! Dat ding hing aan flarden. Erg sentimenteel waren we niet. We waren zelfs zo onsentimenteel na haar dood dat we op het verzoek om de as ergens uit te strooien niet eens zijn ingegaan. We waren gewoon totaal uitgeput! Ik heb geen idee wat er dan met die as gebeurd is. Gaat die de algemene ashoop van het crematorium op, van de mensen waarin niemand nog geïnteresseerd is? Mijn moeder heeft geen graf. Haar graf heet: ‘Ik kom terug’.»

HUMO Ze geloofde rotsvast in reïncarnatie. Mag ze van jou terugkomen?

Van Dis «Ze is er al! Ik ben heel gespannen over wat er allemaal komen gaat. Er komen zeker commentaren van mensen die vinden dat je zo’n boek niet mag schrijven op de rug van je moeder. Ik verwacht ook haar commentaar, ik voel haar aanwezigheid. (Buigt zich naar de recorder) En wij plaatsten nog een bestelling voor Mevrouw Van Dis. De twee kroketten waren in een mum van tijd verdwenen (lacht).»

HUMO Wil je zelf, ooit, een graf?

Van Dis «Gewoon een stukje groen onder een boom, met een steen erop. Zodat vijftig jaar later iemand zich kan afvragen: wie was die man?»

HUMO Wat staat er dan op die steen?

Van Dis «Mijn naam: Van Dis. Dat is genoeg.»

HUMO Vorig jaar werd je in Oostende gevraagd je eigen in memoriam uit te spreken. Je liet zogenaamd je vader aan het woord. Niet je moeder.

Van Dis «Zij is nog te vers dood.»

HUMO Je liet je vader toen betreuren dat je de stamboom niet had voortgezet. Dat knaagt wel eens?

Van Dis «De redenen om me niet voort te planten hadden te maken met angst, en dat vind ik spijtig. Zag je ooit die reclame van Grolsch: een jongen komt thuis en drinkt met zijn vader een glas bier. Dat je kan huilen om een stomme Grolsch-reclame, geloof je dat?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234