null Beeld

Adrian Crowley en de zwijnen

Mag Adrian Crowley op zijn zevenenveertigste eindelijk victorie kraaien? Figuurlijk gesproken zeker, zijn zevende plaat ‘Some Blue Morning’ (de achtste als je zijn tribute aan Daniel Johnston meerekent) is een meesterwerkje, maar aanleg tot vrolijkheid heeft hij niet. 't Is een Ier, en dan zitten de melancholie en de verhalen je in het bloed. Evenals de liefde voor muziek.

Zijn vorige heette: ‘My Yoke Is Heavy: the Songs of Daniel Johnston’. Kent u meteen één van zijn helden. Voeg daar Bill Callahan en Mark Eitzel aan toe en u weet ongeveer hoe hij klinkt. Crowley is ook fotograaf. Geen professionele, wel een goeie. Neem er ter illustratie gerust de hoezen van zijn twee eerste platen bij. Of zoek ze op op het internet, want zo ondergewaardeerd is Crowley wel: vlot verkrijgbaar is zijn vroeger werk niet meer. Ik ontmoet de man in Brussel en vraag of ik met een grote vraag mag beginnen. Hij knikt.

HUMO Wat betekent muziek voor jou?

Adrian Crowley «Alles. Muziek geeft mij zo veel, en blijft geven. Op een bepaald moment heeft het mijn leven overgenomen. Als kind hield ik van muziek, maar ik heb nooit plannen gehad om er iets in te gaan doen. Muziek is mij komen halen. Ik put er enorm veel energie uit, het verrijkt mijn leven, voor mij is het bijna even belangrijk als zuurstof en eten en drinken. Het is allesoverheersend, vooral als ik een plaat ga maken en er in mijn hoofd iets begint te groeien. Dan kan ik aan niks anders meer denken. Gelukkig ben ik een goeie slaper, het houdt me ’s nachts niet wakker, maar vanaf het moment dat ik mijn ogen opendoe, is het er. Always music, I never switch off. Ik fotografeer ook, iets wat ik graag doe, maar ik kan gemakkelijk twee weken geen foto’s nemen.

»Het gekke is: hoe meer je van muziek houdt, hoe meer het je ook op de zenuwen kan werken. Er zijn mensen die muziek gewoon niet horen, voor hen is het iets wat op de achtergrond plaatsvindt. Voor mij is het altijd op de voorgrond. Vanochtend zat ik in het vliegtuig, we waren net aan de grond en moesten nog een halfuur wachten op de landingsbaan. Er werd muziek gespeeld, populaire muziek neem ik aan, en het klonk allemaal hetzelfde. Zachte, onopvallende, onschadelijke muziek. Nu, misschien was dat net de bedoeling, wilden ze de mensen rustig maken, maar ik werd er hoorndol van (lacht). Ik moest denken aan een telefoontje dat ik een paar jaar geleden kreeg, iemand belde me op mijn vaste lijn, voor een enquête over playlists van één of andere radiozender. De kerel aan de andere kant liet me songfragmenten horen, telkens vijftien seconden, en ik moest zeggen wat ik ervan vond, in één woord – ik meen me te herinneren dat de opties waren: awesome, okay, bad, awful. De arme man (lacht). Hij dacht dat ik met zijn voeten aan het spelen was, maar ik vond het echt allemaal heel erg slecht. Ik herkende ook geen enkele song, waar ik dan weer niet rouwig om was.»

HUMO Is er muziek die je niet snapt? En dan bedoel ik dingen die door kenners wel op een voetstuk worden gezet.

Crowley (denkt na) «Ik heb niks met opera, terwijl sommige mensen ervan moeten huilen van ontroering. Een besmuikte lach is het enige wat het bij mij teweegbrengt. Als ik het hoor, denk ik altijd: ‘En zing het nu eens op een manier die ik kan geloven.’ Maar als iemand me bij de hand wil nemen en het me laten horen zoals ik het nooit eerder heb gehoord: graag.»

HUMO Heb je ooit je mening over een artiest of genre grondig moeten bijsturen?

Crowley «Palace Brothers. Ik woonde in Frankrijk, jaren geleden, en een vriend liet me hun plaat ‘There Is No One What Will Take Care of You’ horen. Ik vond er niks aan, snapte niet wat de bedoeling was. Het ging tegen mijn oren in. Ik kon me niet voorstellen dat ik er ooit nog naar zou luisteren. Maar dat deed ik wel, and I loved it. Na de vierde of de vijfde keer, denk ik. Het gekke is dat je daarna met de beste wil van de wereld niet meer begrijpt dat je het ooit níét goed gevonden hebt.»

HUMO Ik heb geprobeerd om mijn favoriete song op je plaat, ‘Golden Palominos’, op akoestische gitaar te spelen, en ik merkte dat ik op zoek ging naar het derde akkoord dat er niet was. Een song zo simpel dat je het bijna gewaagd zou kunnen noemen.

Crowley «Het is inderdaad makkelijker om veel informatie in een song te stoppen dan weinig. En het allermoeilijkste is nog: nét genoeg. Ik doe heel hard mijn best om alleen die dingen te gebruiken die de song echt nodig heeft. Ik kleed meer uit dan aan: mijn demoversies zitten altijd veel voller dan wat het uiteindelijk wordt. Als je er te veel overheen gooit, hoort niemand nog wat je wil zeggen. Ik ben er in de loop der jaren veel beter in geworden, ik heb ervaring. Bij deze plaat merkte ik dat ik me nog maar heel weinig vragen stelde, ik wist instinctief wat juist was en wat niet. Er was een tijd dat ik een jaar aan een plaat werkte: dingen weggooien, opnieuw proberen, weer weggooien… Deze was klaar in twaalf dagen.»

HUMO ‘The Wild Boar’ is meer kortfilm dan song, over een onzachte ontmoeting met een wild zwijn. Echt gebeurd?

Crowley «Ik ben onlangs ook beginnen schrijven, gewoon tekst, zonder muziek, en ‘The Wild Boar’ was eerst een kortverhaal. Gebaseerd op een waargebeurd verhaal, mij verteld door mijn schoonmoeder in Frankrijk. Ze kende iemand die een wild zwijn had aangereden en meteen dacht: ‘Hmm, lekker’ (lacht). Hij had de veenbessensaus bij wijze van spreken al in gedachten. Om een lang verhaal kort te maken: hij dacht dat hij het zwijn gedood had, maar toen hij ging kijken, was het weg.

»Vorig jaar was ik solo op tournee, altijd een vrij eenzame onderneming: je praat heel weinig met mensen, hooguit wat smalltalk voor en na een concert. Op het einde van de tour speelde ik in Berlijn, met twee dagen vrijaf voor het laatste concert. Ik zocht een vriendin op en omdat ik al zo lang niet meer echt met iemand gepraat had, gulpte er een waterval van woorden en verhalen uit mijn mond. Waaronder dat verhaal van mijn schoonmoeder over het wilde zwijn. Toen ik later die avond op het podium stond, riep mijn vriendin vanuit de zaal: ‘Vertel ons over the wild boar!’ En dat heb ik gedaan. Tijdens mijn volgende concert, een poos later, heb ik het opnieuw verteld, dit keer met muzikanten erbij. Zo is het gegroeid en uiteindelijk op de plaat beland. Twee vreemde parallellen: in de backstage in Berlijn, waar ik het verhaal voor het eerst publiekelijk heb verteld, hing een foto van een Magnum-fotograaf van iemand die een hert had aangereden. Het hert leefde nog, en op de foto zat het beest naast de bestuurder op de passagierszetel. Hoe weird is dat? En de tweede parallel: in Ierland heeft elke achternaam zijn eigen embleem, en dat van de Crowleys is een wild zwijn. Zo zie je maar: dat beest achtervolgt me al van bij mijn geboorte (lacht).»

HUMO Eén vraagje nog: ben jij een afstammeling van de befaamde Britse occultist Aleister Crowley, bijgenaamd The Wickedest Man in the World?

Crowley «Ik denk het niet. Ik ben nooit op onderzoek uitgegaan, maar omdat ik tegenwoordig meer interviews doe dan ooit tevoren en die vraag constant gesteld krijg, heb ik er mijn vader twee weken geleden naar gevraagd. Hij wist niet eens wie Aleister Crowley was. Dus de kans is klein.»


Beluister 'The Hungry Grass'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234