Adrie van der Poel in 't wiel van z'n zoon:'Je kunt Mathieu niet met mij vergelijken: hij heeft veel meer klasse'

Als wielrenner was de ontbering van Adrie van der Poels gezicht af te lezen, alsof hij net een hongerwinter had overleefd. Na een profcarrière van 20 jaar, waarin hij hoogst eigenzinnig voor zijn vak leefde en tal van klassiekers won, waakt hij nu over die van zijn zonen David en Mathieu.

'Ik weet dat onze stamboom bijzonder is, en daarom heb ik altijd tegen David en Mathieu gezegd: 'Je moet het op je eigen manier doen, en ervoor zorgen dat ze niet vergelijken'

Adrie van der Poel (56) groeide op in Hoogerheide, ten noorden van Antwerpen. Vlak over de Nederlandse grens, in een even stil als prachtig landschap dat ze de Brabantse Wal noemen. De ex-renner zit er voor me in werkmansplunje, hij is druk in de weer op het parcours van de wereldbekerveldrit die zijn naam draagt en plaatsvindt in de week voor het WK. Hij woont al bijna 20 jaar in het Belgische Kapellen, maar zijn geboortegrond laat hem niet los. De volksaard laat zich hier met graagte typeren als hardwerkend en nuchter, en zo ziet hij zichzelf ook.

Adrie van der Poel «Mijn ouders hadden een boerderij, met land en koeien. Waar we zonet de foto’s hebben genomen, lagen ooit onze velden. We moesten de handen uit de mouwen steken: voor ik naar school vertrok, maakte ik het melktuig schoon en op zaterdag hielpen we op het erf. Ik heb een mooie jeugd gehad, maar ik heb geen seconde overwogen om de stiel voort te zetten. Mijn vader drong er ook niet op aan. ‘Het is hard werken en weinig verdienen,’ zei hij altijd. Thuis moesten we werken en luisteren, maar voor de rest liet hij ons vrij. We moesten iets doen wat we graag deden. Ik mocht het als wielrenner proberen en met mijn zuur verdiende centen kocht ik mijn eerste racefiets. Eigenlijk droomde ik ervan om architect te worden, maar mijn wielercarrière had al een hoge vlucht genomen. Ik won 22 internationale koersen bij de amateurs en maakte eens indruk door van bij de start te demarreren en de hele wedstrijd een jagend peloton voor te blijven. Zo kon ik in 1981 prof worden. Mijn ploegleider Jan Gisbers adviseerde me nog een jaar te wachten. ‘Nee, doe ik niet,’ antwoordde ik koppig.»

HUMO Meteen won je een rit in Parijs-Nice en eindigde je tweede in het eindklassement achter Stephen Roche.

Van der Poel «Ik wist één ding: ‘Ik moet zorgen dat ik er onmiddellijk sta.’ Ze moesten beseffen dat er iemand bij was gekomen met wie ze rekening moesten houden. De hele winter had ik keihard gewerkt. Ik weet nog goed dat ik Jan Raas en Cees Priem tegenkwam, de twee grootheden van het Nederlandse wielrennen. Het sneeuwde en vanuit hun auto riepen ze dat ik op zo’n manier geen koersen zou winnen. ‘Ik rij jullie er allemaal af,’ schreeuwde ik hen toe. Op dat moment dacht ik wel: ‘Wat doe je nu? Je hebt het wel tegen Jan Raas, hè’ (lacht).»

HUMO Ook op de betreurde Gerrie Knetemann maakte je indruk: ‘Hij gaf me meteen een kwak, terwijl ik de wereldkampioen was en hij pas kwam kijken.’

Van der Poel «Ik heb me nooit laten wegduwen. Het is niet omdat er een gevestigde waarde rondrijdt, dat je je moet laten doen. Ik hoorde het onlangs nog van Mathieu, toen hij in de Ronde van België vooraan had gekoerst. ‘Pa, we worden weggekeken. Als crossers zijn wij maar een hoopje stront.’ Ik heb gezegd dat hij meer van zich moest afbijten: ‘Het is niet omdat je een crosser bent, dat ze geen respect voor jou moeten hebben.’»

HUMO In het peloton had je zielsverwanten zoals Sean Kelly, ook een boerenzoon.

Van der Poel «Ook van Hennie Kuiper heb ik veel geleerd. Kelly was in de eerste plaats een concurrent, maar we konden heel goed opschieten. We waren hetzelfde type renner en leefden 100 procent voor ons vak. Hij was een goeie en doodnormale kerel, en met zo iemand kan ik het meestal goed vinden.»

HUMO Jij hebt geen boodschap aan sterallures.

Van der Poel «Nee, daar heb ik helemaal niks mee. Het is niet omdat je beter en harder kan fietsen, dat je moet veranderen. Want zo waren er ook veel.»

HUMO Je maakte deel uit van de legendarische generatie van de jaren 80, toen mannen als Bernard Hinault, Jan Raas en Francesco Moser als echte bazen heersten over het peloton.

Van der Poel «Hinault en Raas waren geen bazen, dat waren leiders – volgens mij een groot verschil. Raas heeft afgehaakt op het moment dat hij die rol mentaal niet meer aankon. Hij voelde dat er een nieuwe generatie klaarstond en had ook problemen met zijn rug. Ik weet nog goed dat hij in zijn laatste Ronde van Vlaanderen de boel aan flarden reed: het was een slagveld, overal zag je geloste renners. ’s Avonds bij het eten zei hij: ‘Ik stop ermee, ik kan het niet meer.’ Ik zat hoofdschuddend te denken: ‘Wat zegt die nu? Kon ik al maar de helft van wat hij kan.’ Maar voor hem was dat niet genoeg: als hij doortrok, moest iedereen eraf. Jan was een echte leider: je wist heel duidelijk wat je taak was en je moest niet naast de pot pissen.»

HUMO Raas was de slimste, maar ook de sluwste renner van zijn tijd. Heb je wat dat betreft veel van hem geleerd?

Van der Poel «Die dingen had ik ook allemaal vrij snel door. Ik was verre van de sterkste, maar ik zag mezelf wel als een slimme renner. Ik kon de koers goed lezen en wist wie ik in de gaten moest houden. Ik won zowel de Amstel Gold Race, Luik-Bastenaken-Luik als de Ronde van Vlaanderen – allemaal heel verschillende parcoursen. Ik kon het goed afmaken in de finale, en had vaak het gevoel: ‘Het is hier voor mij, vandaag.’»


Een iel mannetje

HUMO Was je rancuneus? In ’86 werd je derde in Parijs-Roubaix. Je offerde je kansen op omdat je Ferdi Van Den Haute de zege niet gunde.

Van der Poel «Er stond nog een rekening open: hij had me als neoprof in een wedstrijd in Ichtegem van de overwinning gehouden, hij wilde die ‘nieuwe’ een toontje lager laten zingen. Kelly begreep niet dat ik in de finale plots achter de ontsnapte Van Den Haute aanging. Maar ik vergeet níks. Nog altijd niet, ik ben nu eenmaal zo. Bij mij krijg je het ook nooit meteen terug, dat doe ik pas als jij het vergeten bent.

»Zelf heb ik heel weinig problemen gehad met andere renners, ik bleef altijd correct. Er werd weleens op me gescholden als we afdraaiden naar de Oude Kwaremont. Omdat ik zorgde dat ik in tweede positie zat, en geen plaats verder. Ah ja, dat was een beslissend moment in de koers: dan was het ieder voor zich en God voor ons allen. En ik ging altijd als laatste in de remmen. Ze wisten in het peloton op den duur hoe ik was en lieten me er na verloop van tijd altijd tussen. Maar er is in die 30 jaar veel veranderd in het wielrennen: om te beginnen is er al meer geld.»

HUMO Heeft zakenman Bernard Tapie daar in de jaren 80 al niet voor gezorgd toen hij Greg LeMond een contract van 1 miljoen dollar aanbood?

Van der Poel «Klopt, en dat is ook overgewaaid naar de andere ploegen. Met dank aan beide heren, zeg ik er graag bij: plots ging het steil omhoog met onze lonen. Toen ik de Ronde won, stonden hier ineens ploegen op de stoep met contracten waarvan ik duizelde. ‘Is dit nu voor één jaar, of voor vijf?’ vroeg ik. Al veranderde geld weinig voor mij, ik vond fietsen gewoon leuk. Nog altijd, het wielrennen heeft me veel gegeven. Het heeft me ook als mens gevormd: ik ben met de jaren opener geworden. Soms zeg ik zelfs te veel: mijn woorden zijn weleens verdraaid geweest. Maar dan gaat onherroepelijk de deur toe. Mathieu is ook zo: één keer iets flikken en het is over.»

HUMO Je was als renner argwanend en altijd op je hoede, werd er gezegd.

Van der Poel «Ja, ze lachten met me omdat ik een hoog stemmetje had en een iel mannetje was. Ik was een jaar of 15 en ik werd overal gelost, ik kon níks. Ik heb een stuk talent meegekregen, maar ik heb toch vooral 25 jaar lang hard gewerkt. Elke dag zat ik om halfnegen op de fiets.»

'Van der Poel won in 1986 de Ronde van Vlaanderen. 'Ik was verre van de sterkste, maar ik zag mezelf wel als een slimme renner. Zo kon ik zowel de Amstel Gold Race, Luik-Bastenaken-Luik als de Ronde winnen.'


Echte kampioenen

HUMO Je was een echte winnaar. Hoe onderscheiden die zich?

Van der Poel «Voor mij is het simpel, koersen gaat om één ding: winnen. Ik kan me niet voorstellen dat ik me een heel seizoen in dienst zou stellen van iemand anders. Daarom heb ik ook zo veel respect voor mensen die het wel kunnen. Ik deed ook wel mijn werk voor de ploeg, maar dan vooral in wedstrijden die me niet interesseerden.»

HUMO Herken je jezelf in Mathieu?

Van der Poel «Je kunt Mathieu niet met mij vergelijken: hij staat hoger, heeft veel meer klasse en is nóg meer een winnaar dan ik. Als hij geklopt wordt op zijn waarde, is er geen probleem. Maar anders (blaast). Voor het grote publiek houdt hij het verborgen, maar thuis ontploft hij en krijg je hem niet gekalmeerd. Dat hoeft ook niet, vind ik.»

HUMO Bezit hij hetzelfde doorzettingsvermogen?

Van der Poel «Ja, hij ontziet zich niets en tijdens wedstrijden gaat hij diep zoals alleen echte kampioenen dat kunnen. Door terug te komen na zijn zware knieblessure van afgelopen zomer, heeft hij een ongelooflijke veerkracht getoond. Want daarover hoor je plots niemand meer. Vooral voor zijn discipline tijdens de revalidatie, heb ik heel veel bewondering. Ik vind het leuk dat Mathieu zo goed weet wat hij wil: voor hem is zijn seizoen pas geslaagd als hij wereldkampioen wordt. Hij leeft nu ook veel bewuster, terwijl ik hem vorig jaar nog dingen zag doen die niet bij hem pasten. Van bij de start demarreren in een wegkoers, bijvoorbeeld. ‘Daar hebben we zeven andere renners voor,’ heb ik hem gezegd. ‘Jij bent de kopman, je wordt niet betaald om op 10 kilometer van de streep te worden teruggepakt en te eindigen in de grijze massa.’ ‘Dat is zo saai koersen,’ antwoordde hij dan. Daar moet hij dan maar tegen kunnen: pas als de finale begint, is het aan hem. Mathieu is ook heel onthecht: hij stemt nooit zijn koersen af op zijn tegenstanders. Zondag stond hij als enige aan de start met een lichter profiel van banden. Dat had ik vroeger ook: je moet doen wat je zelf goed vindt. Als je te veel naar de anderen kijkt, begint de twijfel. Maar hij twijfelt nooit, zelfs niet als hij een broek kiest in een winkel. Dan moeten ze ook niet met nog een exemplaar komen aandragen.»


Opa Raymond

We kijken naar een foto van afgelopen zondag: na de wereldbekerveldrit in het Franse Lignières-en-Berry legt grootvader Raymond Poulidor zijn hoofd op de borst van zijn kleinzoon, die net de koers heeft gewonnen.

Van der Poel «Raymond is een speciale man, het is voor ons allemaal niet aangenaam dat we zo ver van elkaar wonen. Vooral als hij bij ons is, zie je hoe de jongens hun grootvader missen. Mijn vader overleed toen ze nog klein waren, ze hebben hem nauwelijks gekend.

»Ik weet dat onze stamboom bijzonder is, en daarom heb ik altijd tegen David en Mathieu gezegd: ‘Je moet het op je eigen manier doen, en ervoor zorgen dat ze niet vergelijken.’»

'Mathieu twijfelt nooit, zelfs niet als hij een broek kiest in een winkel'


HUMO Toen je je vrouw Corinne leerde kennen, wist je niet dat ze de dochter van Poulidor was.

Van der Poel «Nee, en zij wist ook niet dat ik fietste. Voor ze mij leerde kennen, zei ze altijd: ‘Ik wil nooit een wielrenner als man.’ Door haar vader wist ze dat die zelden thuis waren. We hebben elkaar leren kennen in Martinique, waar ik was uitgenodigd om enkele wedstrijden te rijden. Raymond was er koersdirecteur en had haar meegevraagd. Het was er fantastisch, ook Knetemann en Kuiper waren erbij. We hadden vooraf afgesproken dat we ons een keer goed zouden bezatten. Net die avond heb ik mijn vrouw leren kennen – al was ik wel niet zat. Toen we met de hele groep gingen aperitieven, was er naast mij nog een plaats vrij, en daar kwam Corinne te zitten.»

HUMO Hoe beleeft zij alles?

Van der Poel «Zij is heel bescheiden en treedt zelden op de voorgrond, maar ze is wel heel trots. We wonen al lang in België, maar ze heeft nog geregeld heimwee. Soms gaat het goed, soms wat moeilijker. Zoals op de veldrit van afgelopen zondag. Dat was best emotioneel voor haar, zo dicht bij huis.»

HUMO Eddy Merckx was hard tijdens de koers en leek daarin op zijn vader, zijn joviale en zachte karakter daarbuiten had hij van zijn moeder. Geldt dat ook voor Mathieu?

Van der Poel «Mathieu kan keihard zijn voor zichzelf en voor anderen, maar ook heel emotioneel. Ik denk dat hij dat van ons allebei heeft. Het is vooral mijn vrouw die de jongens heeft opgevoed, met heel eenvoudige waarden: dankbaar en vriendelijk zijn, bijvoorbeeld.»

HUMO Mathieu klinkt altijd vrolijk als je hem hoort.

Van der Poel «Zo is hij nu eenmaal. En je zit ook in een sport die niet groot is, en dan moet je jezelf en die sport verkopen. We doen alles samen met de hele familie, de helft van het jaar staat ons leven in het teken van wielrennen. Wij vinden dat leuk, mijn vrouw af en toe wat minder. Maar het is vooral heel aangenaam om dicht bij je kinderen te zijn. Ik ben ook acht jaar voetbaltrainer en begeleider van de jeugdelftallen in onze buurt geweest, en veel ouders kwamen hun kinderen er altijd gewoon droppen voor de training of de wedstrijd. Dan ging ik op ze af en vroeg waarom ze nooit kwamen kijken. ‘Omdat ik anders niks voor mezelf kan doen,’ zeiden ze. ‘Dan moet u geen kinderen nemen,’ antwoordde ik dan. Ja, zo bot ben ik wel. Ik zat er niet mee in om af en toe voor crèche te spelen, maar het mocht niet te gortig worden. Na een tijdje kwamen ze wel kijken. Dan zei ik hen ook: ‘Je hoeft het niet voor mij te doen, maar ik denk dat je zoon het geweldig apprecieert.’ In de sport leer je respect te hebben voor elkaar, dat vind ik er zo positief aan.»

HUMO Is het voor David moeilijk om constant geconfronteerd te worden met het buitenmaatse talent van zijn broer?

Van der Poel «David kan veel beter dan hij nu presteert. Hij heeft de ziekte van Pfeiffer gehad, een variant van klierkoorts. Dat heeft er echt bij hem ingehakt, we zijn er ook pas laat achter gekomen. Af en toe zien we flitsen van zijn talent, maar hij moet ook meer in zichzelf geloven. David zegt ook: ‘Het leuke is dat ik weet hoe hard Mathieu kan rijden, en de concurrentie nog niet.’ Vind ik wel mooi van hem. Een groot gedeelte van het succes van Mathieu is er dankzij hem, David zorgt goed voor zijn jongere broer. Als ze ergens naartoe moeten, rijdt hij en kan Mathieu languit achterover liggen. Ze hebben een verschillend karakter en dat zie je ook in de koers. Daar toont Mathieu zich flamboyant en geeft hij graag show, al zou ik willen dat hij dat weglaat op beslissende momenten. Maar hij denkt er niet bij na: alles wat hij doet, is heel complexloos.»

'Van der Poel en zijn vrouw Corinne Poulidor, de dochter van wielerlegende Raymond. 'Ik wist niet wie haar vader was, en zij wist niet dat ik fietste.' Boven: Mathieu van der Poel met opa Raymond.'


HUMO Zelf kon je het destijds moeilijk verkroppen dat jouw broer Jacques bij de jeugd meer talent had, het maakte je zelfs kribbig.

Van der Poel «Nee, dat is niet waar. Ik was er zelfs trots op dat hij zo hard reed. Maar het motiveerde me wel om nog harder te trainen, en mijn goede raad hield ik voor mezelf (lacht).»

HUMO Je bent zowel vader als begeleider. Is het moeilijk om daarin een evenwicht te vinden?

Van der Poel «Ik doe het niet alleen. Christoph Roodhooft blijft de ploegleider, maar er is heel veel wederzijds respect en er wordt ook naar mij geluisterd. We doen veel zelf, en zeker een psycholoog hebben we niet nodig: dat vind ik onzin. Als je die inroept, is dat een teken dat er iets mis is met je entourage. Je moet ze van in het begin leren omgaan met tegenslagen, want daar draait het om in de sport. Winnen is gemakkelijk.»

'Ik insinueerde helemaal niks over Wout van Aert, ik zei enkel dat hij drie keer groter en breder is geworden'

HUMO En toch: zit je er niet te dicht op?

Van der Poel «Nee, dat vind ik niet. Ik ga ook nooit met hen mee op stage. Ze hebben allebei de goede ingesteldheid, en dan hoef je je niet zo druk te maken als het een keer niet gaat. Voor mij draait het maar om één ding, en dat is de carrière van mijn zonen. Je hebt ook met sponsors te maken, maar uiteindelijk blijven het wel mijn kinderen en heb ik liever dat ze vijftien wedstrijden heel goed rijden, dan dertig half zijn kloten. Ik hoop dat hun carrière twintig jaar duurt en geen vijf jaar.»

HUMO Omdat je er zelf zolang deugd van hebt gehad?

Van der Poel «Vraag het aan Sven Nys, hij is ook twintig jaar top geweest. Het is geweldig wat je al die tijd terugkrijgt. Bart Wellens heeft door omstandigheden maar vier jaar hard kunnen rijden. Mij vertel je niet dat een kampioen zoals hij de laatste jaren nog met plezier op zijn fiets heeft gezeten.»


Eten met Maxima

HUMO Op welk koersverloop gok je zondag?

Van der Poel «Het zal afhangen van de weersomstandigheden en de vorm van de dag. En wie wat voor elkaar wil doen. Nys rijdt voor Van Aert, want ze hebben dezelfde sponsor. En als de rest van de Belgen ook voor Wout rijdt, dan zal hij wel een vette premie beloofd hebben. Eerlijk gezegd: de tactiek van de Belgen is het minste van mijn zorgen.»

HUMO Heeft Mathieu last van een favorietenrol?

Van der Poel «Nee, dat deed hem vorig jaar ook al niks. Hij kwam er toen voor uit, Van Aert zag zichzelf niet als favoriet. Toen ik zei dat Wout daarom een flauw ventje was, heb ik bakken kritiek gekregen. Terwijl hij toch een gebrek aan ambitie toonde. Als ik bondscoach was geweest, had ik hem niet meegenomen.»

HUMO Van Aert neemt wel aanstoot aan jouw uitspraken. Vooral de keer dat je doping insinueerde in Het Laatste Nieuws.

Van der Poel (fel) «Ik insinueerde helemaal niks, dat is wel het laatste wat ik zou willen. Ik zei enkel dat hij drie keer groter en breder is geworden. Hij heeft zijn groeischeut laat gekregen. Dat kan, ik was ook al 20 toen ik me de eerste keer scheerde. Mijn woorden kwamen er misschien ongelukkig uit. Trouwens, we praten nu over Van Aert – die volgens mij tijdens de kerstperiode bewust op reserve reed – maar er zijn er nog die zondag kunnen winnen.»

HUMO Samen met jouw zoon steekt hij er toch bovenuit, en nog geen klein beetje.

Van der Poel «Schrijf Kevin Pauwels niet af. En Lars van der Haar is ook altijd goed in Zolder. Ik veronderstel dat hij en Mathieu goede afspraken zullen maken en eerlijk tegen elkaar zullen zijn. Daarmee bedoel ik: niet achter elkaar aan rijden, of: het tegen de ander zeggen als je een slechte dag hebt. Zo kunnen ze elkaar helpen. Ach, Mathieu lost het wel zelf op. Ik zeg hem vooraf ook niks over hoe hij moet rijden of zo.»

HUMO Het lijkt opnieuw een België - Nederland te worden. Met 60.000 toeschouwers kan de boel zo in de fik.

Van der Poel «Misschien, maar de reputatie van Mathieu is heel anders dan die van Groenendaal destijds. Hij heeft ook heel veel Belgische supporters, ze kwamen hem zelfs op het Nederlands kampioenschap aanmoedigen.»

HUMO Ooit overwogen om hem Belg te maken?

Van der Poel «Nee, sorry. Al zou het kunnen: zowel Mathieu als David zijn in België geboren. Ik ben niet de grootste chauvinist, maar ik was altijd trots als ik voor mijn land kon koersen. En het doet me nog iets als ik het Wilhelmus hoor. Mijn regenboogtrui van 1996 in het veldrijden koester ik nog steeds. Wist je dat Mathieu vorig jaar na het WK bij Maxima en Willem-Alexander mocht gaan eten? Hij vond het fantastisch, en zei nadien dat het zulke leuke mensen waren om mee te praten.»


Hogedrukreiniger

HUMO De onvermijdelijke vraag: wil je hem zijn talent niet op de weg zien etaleren?

Van der Poel «Ja, daarom was het zo jammer dat hij viel in de Ronde van de Toekomst: we waren benieuwd naar wat hij op de cols zou laten zien. Ik weet nog dat ik hem ooit bij de junioren bergop zag rijden. Ik zat samen met Marc Dierickx, mijn ex-ploegmaat en nog altijd één van mijn toeverlaten, in de wagen. We keken elkaar aan en zeiden: ‘Dit hebben we nog nooit gezien.’ Afgelopen zomer liet hij ook mooie dingen zien op de GP Cerami: nadien kwam Gilbert hem vertellen dat ze met twee ploegen hadden moeten rijden om hem terug te pakken. Maar het hedendaagse wegwielrennen is zo zwaar geworden dat niemand op zijn 21ste mentaal rijp is om prof te worden. Voor je het weet, moet je de hele tijd op kop rijden. En als je eerst twee jaar geknecht hebt, word je nooit nog een kopman. Je verdient goed en altijd krijg je je schouderklopje. Alleen: het winnen heb je verleerd. En ondertussen zitten we gebeiteld bij de broers Roodhooft, ze zijn heel correct. Dat had ik hen vooraf ook gezegd: als ik erachter kom dat we genaaid worden, maak je wat mee (lacht).»

HUMO Zal je zondag genieten bij een tweede wereldtitel? Ik zie je na een wedstrijd vooral druk in de weer met een hogedrukreiniger.

Van der Poel (lacht) «Dat zijn afleidingsmanoeuvres, want natuurlijk doet het deugd. Ik geniet op mijn eentje, ik hou het allemaal liever voor mezelf. En het klinkt pretentieus, maar als ik de drukte voor het podium zou opzoeken, komen ze onvermijdelijk bij mij terecht. Dan neem ik de aandacht weg, terwijl Mathieu alle eer verdient.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234