Advocaat Johan Platteau verdedigt André Gyselbrecht op het kasteelmoordproces: 'Het is een zeer mooie zaak, hoe tragisch ze ook is'

Het was een opluchting voor hem dat zijn cliënt André Gyselbrecht na vijf jaar liegen plots tot bekentenissen overging. ‘Ik kan het best overtuigen als ik zelf overtuigd ben,’ zegt advocaat Johan Platteau, die in het proces over de kasteelmoord door zowat al zijn collega’s verwenst én benijd wordt.

'In deze zaak heeft iederéén boter op zijn hoofd, de ene al wat meer dan de andere'

Johan Platteau «Vroeger kwamen mijn ouders naar elk assisenproces dat ik pleitte. Mijn vader kwam me achteraf vertellen of ik het goed of slecht gedaan had. Sinds zijn dood blijft mijn moeder thuis. Ze kan er niet tegen als ik de kop van Jut ben. Als je je cliënt verdedigt, moet je vaak tegen de wind in gaan. Je moet dat lastige vraagje stellen dat anderen ongemakkelijk maakt. Ze merkt dan de ergernis in de zaal of hoort de commentaren van andere advocaten. ‘Hij is daar weer!’ Op zulke momenten ziet ze af in mijn plaats: ‘Maar jongen, toch!’ Als ze op het proces van de kasteelmoord had gezeten, en al die uitvallen van collega’s had gezien, had ze het geen vijf minuten uitgehouden.»

Dwarsligger, keikop, pleiter met passie. Zo leerde Vlaanderen Johan Platteau de voorbije jaren kennen als advocaat van André Gyselbrecht, de dorpsdokter uit Ruiselede die terechtstaat voor de moord op zijn schoonzoon Stijn Saelens, de rijke kasteelheer uit Wingene. We ontmoeten Platteau in de kelder van zijn advocatenkabinet in Antwerpen, ingericht om ongestoord aan het dossier van de kasteelmoord te kunnen werken, en met een pingpongtafel om zich op tijd en stond te kunnen afreageren.

Het is de meest interessante zaak uit zijn carrière, vindt hij zelf. En die is nochtans niet min. In de 69 assisenzaken waarin hij optrad voor de beschuldigde, haalde hij veertien vrijspraken. ‘Of vijftien, ik herinner het me niet precies.’ Een even mooi palmares als dat van zijn idool Jef Vermassen, voor wiens pleidooien hij als student spijbelde, en zelfs beter dan Piet Van Eeckhaut, die andere god van hem. Toch bleef Platteau al die jaren een underdog: onbekend bij het grote publiek, een buitenbeentje bij collega’s, een lastpak voor het parket. Een sluwe vos voor wie je maar beter uitkijkt, ook. Dat laatste ontkent hij stellig: ‘Ik heb totaal geen strategisch inzicht, dat is mijn grootste gebrek. Maar ook mijn sterkte. Ik verdedig mijn cliënten altijd uit overtuiging. Ik wil een sterke band met hen, ik wil voelen wat zij voelen, zodat ik hen kan begrijpen en uitleggen waarom ze soms afschuwelijke dingen hebben gedaan. Daarvoor ga ik altijd tot het uiterste. Ik vind mensen verdedigen het mooiste wat er is.’

Pleiten doet hij volgens de oude school, breedvoerig en met veel pathos, en dat leverde hem al tijdens zijn stage als beginnend advocaat drie vrijspraken op rij op. De meest opmerkelijke was die in het assisenproces over de ontvoering van Anthony De Clerck, het 11-jarige zoontje van Beaulieu-baas Jan De Clerck, waar hij de vrijspraak kreeg voor de bewaker van de jongen.

HUMO Met een verhaal over yoghurtjes, nota bene.

Platteau «De bewaker van Anthony was een brave jongen. Het zware gangstermilieu in Luik had hem gevraagd om mee te doen, en de man wist dat zijn leven geen cent meer waard was als hij zou weigeren. Hij heeft dus meegedaan, maar hij heeft ontzettend goed voor Anthony gezorgd. Hij speelde en voetbalde met hem. Eén van de voorbeelden die ik tijdens het proces heb aangehaald, waren de yoghurtjes. In een setje van vier had je vier verschillende smaken. Anthony lustte alleen aardbei, en de bewaker offerde zich op en at de drie andere potjes leeg, zodat de jongen altijd zijn aardbeien had. Dat zijn van die details waarmee je een verhaal voor een jury tot leven brengt. Ik heb de vrijspraak voor die man gekregen op basis van artikel 71, onweerstaanbare drang. Een fantastisch moment, zeker omdat Piet Van Eeckhaut, toen stafhouder in Gent, mij had gezegd dat het een op voorhand verloren zaak was om voor de vrijspraak te gaan. Achteraf was hij groots genoeg om me te komen feliciteren.

»Geen enkele journalist had aandacht voor mij, want ik was maar een onooglijke stagiair naast al die grote tenoren van de balie. Maar één journalist van het Belang van Limburg maakte een foto van dat moment, en een klein artikeltje. Dat hangt nog altijd in het kantoor van mijn stagiairs, om te laten zien dat je ook als beginnend advocaat mooie resultaten kunt halen. Als je in iets gelooft, moet je ervoor gaan, probeer ik hun te leren.»

Als advocaat van de onmogelijke gevallen verkreeg Platteau ook een vrijspraak in de moord op veehandelaar Van Rie, voor een man die al bekentenissen had afgelegd. Hij toonde aan dat het om door de politie afgedwongen bekentenissen ging, van een mentaal labiele man. Voor Albert Barrez, de moordenaar van veearts Karel Van Noppen, sleepte hij 25 jaar uit de brand, terwijl die levenslang riskeerde. En op het proces van Olav Herreman, die verdacht werd van de gruwelijke moord op de 17-jarige Joke Van Steen in Oudenaarde, zette hij het parket en de politie in hun hemd door aan te tonen dat de onderzoekers vijftien jaar lang achter de verkeerde dader aan hadden gezeten. Een klinkende vrijspraak volgde.

Ook nu, in de kasteelmoord, neemt hij de speurders en het Openbaar Ministerie op de korrel. Er is de incestklacht tegen Stijn Saelens, die door het parket van Brugge niet onderzocht zou zijn. Saelens zou zijn dochtertje van 7 op de vagina hebben gekust en met haar hebben getongzoend. Dat het gerecht in Brugge de klacht onder de mat veegde terwijl zijn kleinkinderen in gevaar waren, was de reden voor de moord, zo klinkt het vandaag in de bekentenissen van dokter Gyselbrecht.

Vorig jaar diende Platteau ook een klacht in voor mogelijk geknoei met de computer van Stijn Saelens. Volgens hem werden bepaalde bestanden – mogelijk kinderporno – gewist op een moment dat alleen de speurders in het kasteel in Wingene aanwezig waren. Met de achterliggende suggestie dat dit op vraag van de machtige familie Saelens gebeurd zou zijn. Alsof dat nog niet genoeg was, kloeg Platteau ook over het Openbaar Ministerie, dat politiemensen onder druk zou zetten om valse pv’s op te stellen.

Niet alleen het parket, maar ook Platteaus confraters staken hun ergernis niet weg op de eerste tumultueuze procesdag van de kasteelmoord. De plotse bekentenissen van André Gyselbrecht werden gezien als een strategische zet en ‘slecht theater’.

Platteau «Ach, als ik mijn collega’s tegen mij tekeer zie gaan, denk ik: ze zouden allemaal staan springen om André Gyselbrecht te mogen verdedigen. Ik denk dat ik benijd word. Het is een ongelooflijk mooie zaak, hoe tragisch ze ook is.»

'Er zijn magistraten die elke dag hun uiterste best doen om correct te werken. Maar er zijn ook rechters voor wie ik nooit zou willen verschijnen'


Straffe Stagiair

HUMO U schopt het Openbaar Ministerie graag tegen de schenen. Waar komt dat balorige kantje vandaan?

Platteau «Dat temperament heb ik van mijn grootvader, die gerechtsdeurwaarder was in Gent en wilde dat ik advocaat werd. Hij liet me als kind al de gerechtsverslaggeving in de krant lezen – ik herinner me vooral het beruchte proces-Jespers (onderzoeksrechter Guy Jespers werd in 1978 veroordeeld wegens miljoenendiefstal en een moordpoging op zijn vrouw, red.) – en vertelde over de advocaten die hij ontmoette. Hij vond dat alleen advocaten in de positie verkeerden om de gevestigde orde, de magistratuur, ‘eens goed hun gedacht te zeggen’. Als gerechtsdeurwaarder moest hij altijd knikken en zwijgen.

»Mijn vader, een ingenieur, wilde dat ik handelsrecht ging studeren, of notariaat, maar dat zei me niks. Als rechtenstudent in Gent liep ik vaak in het gerechtshof rond, en zo ben ik in de ban geraakt van assisenprocessen. Ik vond het schitterend hoe advocaten als Jef Vermassen of Piet Van Eeckhaut alle aandacht naar zich toe zogen en je met hun woorden meesleepten in de wereld van de beschuldigde. Ik was verslaafd aan de spanning die erop volgde, het wachten op de uitspraak van de jury… De avond voor mijn huwelijk ben ik nog tot laat op een proces blijven zitten omdat ik wilde weten hoe het zou aflopen. Toen wist ik: dít wil ik doen.

»Toen ik als stagiair mijn eerste assisenzaak in Gent had, kénde de zaal mij, natuurlijk. Ik had jarenlang deel uitgemaakt van de harde kern van ‘assisentoeristen’, en plots mocht ik als advocaat naar de overkant stappen. De zaal supporterde en gaf me raad. ‘Je moet artikel 71 pleiten,’ zeiden ze, ‘óf de 411’ (gerechtvaardigde doodslag, uitgelokt door het slachtoffer, red.). Op dat laatste stond een maximumstraf van twee jaar. En dat is het geworden. Geloof me, een stagiair die een assisenzaak won, daar werd over gesproken in Gent.»

HUMO Toch heb ik de indruk dat u altijd harder dan uw confraters hebt moeten knokken voor wat aandacht in de media.

Platteau «Ik ben lang onder de radar gebleven, maar ik heb altijd genoeg werk gehad. Toen ik mijn eigen kantoor begon, heb ik een dorp gezocht waar nog geen advocaten waren. Dat werd Gavere: een nieuwe vijver aan klanten, en de verzekeringsagent en de notaris van het dorp waren ook blij.

»Ik heb een groot deel van mijn carrière te danken aan een cliënt die in de gevangenis zat, en een verwoed pokeraar was. Omdat hij vaak won en daar telkens ruzie van kwam, vloog hij van de ene gevangenis naar de andere. En overal waar hij kwam, maakte hij reclame voor mij: ‘Platteau is de beste. Neem hem nu hij nog te betalen is, want over een paar jaar breekt hij door.’

»Ik merkte snel dat echtscheidingen niks voor mij zijn. Een vriend uit het voetbal in Gavere vroeg me om zijn zaak te doen. Zijn vrouw was verliefd op een ander en had zijn zoontje meegenomen. Die man had nooit iets misdaan en had altijd voor zijn gezin gezorgd, en toch was zijn leven plots een puinhoop. Ik vond dat zo vreselijk voor hem dat ik er zelf aan kapotging. Dan zag ik meer rechtvaardigheid in moordzaken: daar worden schuldigen gestraft.»

'Ik wil op een oprechte manier uitleggen wat voor iemand André Gyselbrecht (rechts op de foto) is'

HUMO Over het proces-Van Noppen zei u dat die grote zaken een soort Olympische Spelen-effect hebben: iedereen verschijnt aan de start en wordt gezien, of hij nu wint of verliest.

Platteau «Een strafpleiter heeft aandacht nodig om zijn zaken te doen draaien, dat is zo. Maar ik ben geen media-strateeg, anderen zijn daar veel beter in. Walter Damen (de advocaat die in de kasteelmoord Pierre Serry verdedigt, de man die de moord organiseerde in opdracht van Gyselbrecht, red.) haalt met alles wat hij doet de media. ‘Walter speelt toneel.’ ‘Walter gaat naar het voetbal.’ ‘Walter gaat naar de boekenbeurs.’ Hij kán dat. Ook in de kasteelmoord. Op de jongste zitting, bijvoorbeeld... De ballistisch expert en de wetsdokter komen getuigen. Walter is er niet, arriveert vijf minuten voor het einde van de zitting en heeft dus niets gehoord. Maar ’s middags kijk je naar het tv-journaal en wie zie je? Walter! Om commentaar te geven bij de zitting van die ochtend!

»Ik bewonder het, hoor, want het is een kunst op zich. Sven Mary is er ook zeer goed in. Alleen vond ik zijn commentaar op de kasteelmoord onlangs bij ‘Van Gils & gasten’ wat misplaatst. Hij vond al die kritiek op het gerecht van Brugge ‘niet verstandig’. Maar toen hij zelf nog in de zaak zat (als raadsman van Johnny Vanlingen, die ervan werd verdacht de auto te hebben geleverd voor de uitvoerders van de moord, red.), heeft hij de raadkamer proberen te wraken. Dan denk ik: ‘Komaan! Wat zegt hij nu?’»

HUMO Dat dacht iedereen ook toen dokter André Gyselbrecht op de eerste procesdag van de kasteelmoord plots begon te bekennen.

Platteau «Ik wil u niet ontgoochelen, maar inhoudelijk kan ik daar niks over zeggen zolang het proces loopt.»

HUMO Maar u wist natuurlijk al lang hoe de vork aan de steel zat.

Platteau «De mensen denken altijd dat een advocaat alles weet, maar dat is niet waar. In die 76 moordzaken heb ik mij zelfs twee keer vergist. Ik verdedigde ooit een vrouw van wie ik dacht dat ze onschuldig was. Ik was ervan overtuigd dat de politie haar tot bekentenissen had gedwongen – die ze later weer had ingetrokken. Ik heb voor haar gevochten, maar ze werd toch veroordeeld. Pas jaren later heeft ze me de waarheid verteld.

»Het omgekeerde heb ik ook meegemaakt, toen ik een jongen verdedigde die beschuldigd werd van de moord op zijn vader. Er waren zoveel elementen tegen hem dat ik dacht dat hij het gedaan had. ‘Vertel me wat er is gebeurd, en ik zal je beter kunnen verdedigen,’ zei ik hem. Maar hij bleef ontkennen en nam een andere advocaat. Een paar maanden later werd hij vrijgelaten omdat ze de echte dader hadden opgepakt. Ik had het dus bij het verkeerde eind. Dat was een ongelooflijke les voor mij: als advocaat mag je het verhaal van je cliënt niet te snel loslaten.

»Maar als die cliënt natuurlijk dingen vertelt die helemaal in tegenspraak zijn met het onderzoek, als je hem ziet aarzelen en worstelen met zichzelf… Dan ben je er als advocaat zeker bij gebaat dat hij zijn verhaal bijstelt.»

HUMO Niemand geloofde dat dokter Gyselbrecht zijn schoonzoon enkel een lesje wilde leren.

Platteau «Niemand geloofde die jongen waar ik het net over had.»

HUMO Maar dat Gyselbrecht bekende was een opluchting voor u?

Platteau «Ik ben als advocaat op mijn sterkst als ik een verhaal kan brengen waar ik 100 procent achter sta.»

'Als ik mijn collega's tegen mij tekeer zie gaan, denk ik: ze zouden allemaal staan springen om André Gyselbrecht te mogen verdedigen'


TIming is alles

HUMO Vertelt de dokter nu wél de waarheid?

Platteau «Als je na vijf jaar met een nieuwe versie komt, moet ze juist zijn. Anders verlies je je geloofwaardigheid. Het is heel moeilijk voor hem geweest. Hij was doodsbang voor de reactie van zijn familie, zeker van zijn dochter.»

HUMO Klopt de timing in het verhaal van de dokter wel? Op het proces werd gezegd dat de moord al besteld was vóór de incestklacht werd ingediend. Drie dagen voor de klacht kwamen de Tsjetsjenen die aanvankelijk voor de huurmoord waren aangezocht, al op verkenning naar het kasteel.

Platteau «De timing is inderdaad heel belangrijk. Maar alles zal perfect door mijn cliënt uitgeklaard worden op het proces.»

HUMO Wat vindt u van de massale media-aandacht voor de kasteelmoord?

Platteau «Mij boeit de zaak ook mateloos, maar om een totaal andere reden dan de media, die vooral in het kasteel geïnteresseerd zijn. Wat mij bezighoudt, is de vraag wat je moet doen als je in de situatie terechtkomt waar André Gyselbrecht ongevraagd in verzeild raakte. Iedereen die kinderen en kleinkinderen heeft, wil dat ze gelukkig opgroeien. Wat moet je doen als die kleinkinderen in gevaar zijn? Wat als je hulp zoekt, maar die niet krijgt? Moet je je er dan verder niks van aantrekken?

»Wat de zaak ook uniek maakt, is dat élke procespartij in de rechtszaal – behalve die van de kinderen – een stukje verantwoordelijkheid draagt. Dat heb ik nog nooit eerder in een zaak meegemaakt.»

'Ik ben bang van justitie, ja. Als je door het gerecht geviseerd wordt, weet je niet wanneer je lijdensweg stop'

HUMO U bedoelt: niet alleen de beklaagden, maar ook het slachtoffer Stijn Saelens zelf, en zijn weduwe Elisabeth?

Platteau «U vergeet het parket. Iedereen in de rechtszaal heeft boter op zijn hoofd, de ene al wat meer dan de andere. En niet iedereen zal zijn fouten toegeven, zoals André Gyselbrecht dat nu wel heeft gedaan. Mijn visie is: hadden anderen hun verantwoordelijkheid genomen toen ze dat konden, dan was het misschien niet zo ver gekomen.»

HUMO Hebt u nog vertrouwen in het parket van Brugge?

Platteau «Ik heb veel vragen. Ik ben op dingen gebotst die ik vreemd vind, en die ik hoop uit te klaren. Misschien heeft een magistraat een fout gemaakt. Een beoordelingsfout, al dan niet opzettelijk. Het parket in Brugge corrupt noemen is een brug te ver. Dan zou ik de zaak daar moeten weghalen. Terwijl de Brugse justitie zich in de kasteelmoord ook van zijn góéie kant heeft laten zien, want ze heeft de zaak opgelost.»

HUMO U hebt de eerste onderzoeksrechter Paul Gevaert wel laten wraken.

Platteau «Dat vond ik heel pijnlijk, maar ik kon niet anders. Toen André Gyselbrecht voor de tweede keer werd aangehouden, schreef de onderzoeksrechter in zijn aanhoudingsbevel ‘dat het nu bewezen was dat hij schuldig was’. Als je zoiets schrijft, kun je het onderzoek niet meer leiden, want een onderzoeksrechter moet neutraal blijven. Maar ik ben niet tégen justitie. Ik koester geen haat tegen procureurs of politie. Alleen denk ik dat ze hier een paar steekjes hebben laten vallen.»

HUMO U bent bang voor het gerecht, hebt u eens gezegd.

Platteau «Er zijn magistraten die elke dag hun uiterste best doen om correct te werken. Maar er zijn ook rechters voor wie ik nooit zou willen verschijnen, die denken dat ze alles weten en gezien hebben.

»Ik vind het beangstigend hoe de roep om strenge straffen steeds luider wordt: onze maatschappij vergeeft alsmaar minder. Het probleem is dat de burger zich altijd met het slachtoffer identificeert, nooit met de dader. Terwijl veel mensen die een moord hebben gepleegd, een week eerder nog dachten dat ze nooit tot zoiets in staat zouden zijn. Het zijn dikwijls mensen die geen reddingsboei meer hebben. Het is een illusie om te geloven dat je een mens beter maakt door hem vele jaren van zijn leven af te nemen. Bij mij thuis hangt een muur vol foto’s van cliënten van wie ik vind dat ze te hard gestraft zijn, omdat ik ze niet wil vergeten.

»Ik ben dus bang van justitie, ja. Als je door het gerecht geviseerd wordt, weet je niet wanneer je lijdensweg stopt. Ik maak dat van dichtbij mee. Je verliest alles wat je hebt opgebouwd: je vrijheid, je reputatie, je eigenwaarde, je privacy, je geld, je vrienden… En soms is het ten onrechte. Soms vergissen magistraten zich, en zien ze dat pas jaren later in, of helemaal niet. Er zitten ook veel onschuldigen in de cel. En er zullen er nog veel volgen, nu assisen verdwijnt.

»Er gaan ongelukken gebeuren, nog meer gerechtelijke dwalingen dan vroeger. Ik heb een paar keer meegemaakt hoe een procureur zélf zijn vergissing toegaf aan het einde van zo’n assisenproces. Een zaak van een jongen die terechtstond voor moord en verkrachting. Op basis van het geschreven dossier was de procureur overtuigd van zijn schuld, maar toen hij op assisen alle getuigen en debatten had gehoord, moest hij zijn mening bijstellen en vroeg hij zélf de vrijspraak.

»Dat zal niet meer kunnen in de correctionele rechtbanken, die nu de meeste moordzaken behandelen. Er is een nieuwe, jonge generatie rechters die hard werken en het heel goed menen, maar weinig vertrouwd zijn met assisen. Die mensen willen dat het vooruitgaat. Ze lezen het dossier, vormen zich een idee, en vinden al die advocaten en getuigen maar ballast. Zo krijg je moordprocessen die op een paar uur afgehaspeld worden. Onlangs in Antwerpen: de zaak begon om negen uur en om halftwaalf was het al gedaan. Dat vind ik beangstigend.

»Bij assisen kon je er vroeger gerust in zijn dat iedereen op het einde van de rit wist waarover het ging. Nu ben ik bang dat zelfs de advocaten niet meer de moeite zullen doen om het volledige dossier te doorploegen – want dat is dikwijls weken werk. Maar als je iemand voor de rest van zijn leven opsluit, kun je daar toch niet snelsnel overheen gaan?»

'De avond voor mijn huwelijk ben ik nog tot laat op een proces blijven zitten omdat ik wilde weten hoe het zou aflopen. Toen wist ik: dít wil ik doen'


Reservekeeper

HUMO Het proces van de kasteelmoord is een testcase: voor het eerst wordt een grote moordzaak behandeld door de correctionele rechtbank. Dat wringt langs alle kanten.

Platteau «Het is een ramp. We zijn begonnen in maart, in april was er een zitting, een maand later komen de getuigen, en zes maanden later – zes! – volgen de pleidooien. Ondertussen krijgt iedereen andere zware dossiers binnen die ingestudeerd moeten worden. Wie vindt daar nog de kracht voor?

»In veel moordzaken pleiten advocaten pro Deo, en voor hen is het nog erger. Want als het proces een jaar duurt, moeten zij nog een jaar langer op hun vergoeding wachten, die sowieso al heel laag is. Wie kan dat nog? Ik niet. Ze zouden heel dat pro-Deosysteem moeten herbekijken, want op die manier blijft het niet draaien.»

HUMO Maar pleiten doen jullie nog altijd alsof jullie voor assisen staan. U hebt zelf een hele dag gereserveerd voor uw pleidooi. Dat moet het langste uit uw carrière zijn.

Platteau «Tot nu toe hebben we alleen het standpunt van het parket gehoord. Met een powerpointpresentatie van meer dan duizend slides hebben de onderzoeksrechter en het hoofd van de recherche hun visie uiteengezet. Op assisen kon je dat beeld achteraf aanvechten door je eigen getuigen op te roepen. Maar dat mag dus niet meer. Dus ben ik van plan om in mijn pleidooi alle dingen te vertellen die níét aan bod zijn gekomen, ook van de getuigen die niet naar de rechtbank mochten komen. Ik ga míjn slides eens tonen, en het zullen er ook meer dan duizend zijn.»

HUMO Voor een assisenjury had u ongetwijfeld aangestuurd op een vrijspraak met artikel 71 – onweerstaanbare drang. Voor beroepsrechters wordt dat veel moeilijker.

Platteau «Beroepsrechters zijn ook mensen, hoor. Ik ga gewoon pleiten zoals ik dat altijd doe. Johan Platteau is Johan Platteau. Een jury heeft natuurlijk veel meer aandacht voor de mens achter de misdaad, terwijl een beroepsrechter kijkt of de feiten bewezen zijn of niet. Maar als advocaat verdedig je de mens die het gedaan heeft. En daar wil ik aandacht voor vragen, want in die hele powerpoint van de politie kwam dat nergens ter sprake. Wie is André Gyselbrecht? Wie was Stijn Saelens? Wat heeft er tussen die twee mensen gespeeld?»

HUMO Was het geen clash tussen twee totaal verschillende culturen? Stijn Saelens kwam uit een libertijnse familie die in alternatieve geneeskunde geloofde en die vrijheid belangrijker vond dan gezag – ouders werden met de voornaam aangesproken – terwijl dokter Gyselbrecht, zowat de belichaming van de klassieke geneeskunde, als pater familias graag de touwtjes strak in handen had. Elisabeth zat daartussen en kon niet kiezen.

Platteau «De psychiater van Elisabeth zal op het proces komen uitleggen waarom dat voor haar zo moeilijk was. Het is niet aan mij om daar iets over te zeggen. Wat ik wil doen, is op een oprechte, menselijke manier uitleggen wat voor iemand mijn cliënt is, en wat daar gebeurd is. Ik hoop dat er nu, doordat mijn cliënt zijn verantwoordelijkheid in het drama heeft toegegeven, veel spanning wegvalt.»

HUMO Wordt u het vechten nooit moe?

Platteau «Ik kan heel goed incasseren. Dat heb ik in mijn jeugd geleerd, die nochtans heel gelukkig was. Ik had fantastische ouders en lieve grootouders. Ik droomde ervan voetballer te worden. Het probleem was dat ik daar helemaal niet goed in was. En wat doen ze dan in de jeugdploeg? Ze maken je reserve-keeper. Er is niks ergers, want een keeper raakt natuurlijk nooit gekwetst en je zit dus altijd op de bank. De enige reden waarom ze me niet uit de ploeg zetten was, denk ik, omdat ik altijd de meeste kaarten verkocht voor het jaarlijkse mosselsouper. Het pijnlijkste moment was de douche. Want je bent niet vuil, terwijl alle anderen onder de modder en het zweet zitten. Moet je dan ook douchen? Of wegkruipen in de kleedkamer? Dáár heb ik dus leren incasseren, en ben ik weerbaar geworden. Als strafpleiter komt dat me nog elke dag van pas.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234