Advocaat Piet Van Eeckhaut overleden: lees het laatste Humo-interview

Zopas raakte bekend dat topadvocaat Piet Van Eeckhaut onverwacht overleed tijdens een vakantie in Turkije. Exact een jaar geleden stond hij in Humo, met name in een zomerreeks waarin advocaten vertellen over het proces dat hen het meest beroerd heeft, of hun carrière en leven ingrijpend heeft beïnvloed. Lees het interview hieronder.

(Verschenen in Humo 3800/27 op 2 juli 2013)

In een beerput onder een koeienstal in het WestVlaamse dorp Oostkamp vinden speurders op 9 maart 1994 een mannenlijk. Het is Roger Kerckaert (47), een boer die acht maanden eerder op mysterieuze wijze?is verdwenen. De verdenking valt meteen op zijn vrouw Rosie Verstraete, die sinds de verdwijning van haar man als lustige weduwe door het leven dartelt. Heeft zij hem vermoord? Rosie ontkent, maar de beerputmoord leidt tot één van de ophefmakendste assisenprocessen uit de jaren negentig, dat eindigt met een ‘schuldig’ voor Rosie.

Piet Van Eeckhaut, op zijn beurt een van de ophefmakendste strafpleiters van Vlaanderen, vertegenwoordigde als burgerlijke partij de zussen van de dode boer.

Maandagochtend 15 april 1996. In de zaal van het West-Vlaamse hof van assisen wordt een weduwe met ravenzwart haar en harde trekken binnengeleid voor haar proces. Nu eens kijkt ze vermetel de zaal in, dan weer zit ze te snotteren in haar zakdoek. Rosie Verstraete (43) wordt ervan beschuldigd, samen met haar vijftienjarige zoon T., haar man te hebben vermoord. Volgens het Openbaar Ministerie hebben ze boer Roger Kerckaert in de ochtend van dertig juni 1993 verdoofd met een prop chloroform en samen gedumpt in een verbindingskanaal tussen twee aalputten, onder de koeienstal op zijn eigen erf.

Tot buiten in de gang staat het publiek halsreikend te wachten om binnen te mogen in de assisenzaal. Veel mensen van Oostkamp. Het mysterieuze boerendrama houdt de kleine dorpsgemeenschap al bijna drie jaar in de ban. In de ochtend van 30 juni 1993 is Kerckaert, een wat vereenzaamde maar in het dorp geliefde boer, spoorloos uit zijn boerderij verdwenen. Zijn portefeuille en zijn sigaretten liggen nog op tafel – vreemd, voor een verstokte roker. Zijn vrouw Rosie, met wie hij drie jaar eerder getrouwd is, balkt rond dat ‘haar Roger’ ontvoerd is en gedraagt zich vreemd tijdens de zoekacties. Dat ontgaat de dorpsbewoners niet, zeker niet wanneer Rosie in de maanden daarop grote uitverkoop houdt van de veestapel en de landbouwmachines van boer Kerckaert, en al snel een nieuwe vriend heeft. Acht maanden later wordt het lijk van boer Kerckaert in de beerput gevonden. Het dorp is overtuigd: ‘Ze heeft het gedaan, de teef.’

Rosie zelf ontkent, maar haar oudste zoon legt na lange politieondervragingen gedetailleerde bekentenissen af, hoe hij die zomerdag zijn stiefvader samen met zijn ma verdoofde en dumpte in de koeiendrek. Bij iedere confrontatie met zijn dominante moeder trekt hij zijn bekentenissen terug in. Rosie blijft hardnekkig ontkennen. En ze roept de hulp in van een zwaargewicht om de jury van haar onschuld te overtuigen: advocaat Jef Vermassen, die op dat ogenblik aan een indrukwekkende reeks vrijspraken voor het assisenhof bezig is. Op het proces krijgt hij als tegenstrever de flamboyante Piet Van Eeckhaut, die de twee brave zussen van boer Kerckaert bijstaat als burgerlijke partij. Van Eeckhaut beschouwt Rosie ‘zo schuldig als wat’, Vermassen gaat voor de vrijspraak. De volgende twee weken worden een bits duel tussen de twee kemphanen, die elkaar verbaal afmaken. Het publiek bekijkt het als een spannende match tussen twee kampioenen.

‘Het was één van die merkwaardige processen die je niet vergeet,’ vertelt meester piet Van Eeckhaut (74) in zijn nostalgie ademende kantoor aan de Leie, in het centrum van Gent. De oude meester heeft ‘zo rond de honderd’ assisenprocessen afgewerkt in zijn carrière, een record in Vlaanderen, met als handelsmerk de dramatisch voorgedragen pleidooien – redevoeringen, eigenlijk – doorspekt met filosofische of Bijbelse citaten en Latijnse wijsheden.

Piet Van Eeckhaut «Mijn eerste assisenproces zal ik mij natuurlijk altijd blijven herinneren. Een passiemoord. Daar heb ik voor het eerst voor een assisenjury gepleit, in 1972. Gaby Fonck, toenmalig assisenjournalist van Het Laatste Nieuws, is de eerste die toen ongelofelijk mooi over mij heeft geschreven. (Staat op en declameert) ‘Meer dan twee volle uren debuteert de jonge raadsman. En wat hij daarbij ten gehore brengt, getuigt van een zeldzaam, stérk talent.’ (Gaat zitten) Mijn nonkel Jef, de oudste broer van mijn moeder, begon te schreien toen hij zijn Laatste Nieuws las. terecht overigens (lacht).

»Als u me nu vraagt welk proces me het meest beroerd heeft, kan ik er verschillende noemen. Het proces-Jespers (de Gentse onderzoeksrechter die in 1978 tot twintig jaar cel veroordeeld werd wegens miljoenendiefstal en een moordpoging op zijn vrouw). Of het proces-Horion en Feneulle (waar Freddy Horion en Roland Feneulle beiden de doodstraf kregen voor de moord op het gezin Steyaert in 1979). Dat was ook met de allergrootste Jef... Niet schrijven, want hij wordt kwaad als ik zoiets zeg. Maar de beerputmoord ligt nog wat dichter bij ons en was minstens even spraakmakend, in vele opzichten.

»Ten eerste: de beschuldigde ontkende. Een verdachte die ontkent is voor advocaten altijd ambetant, zowel voor de burgerlijke partij als voor de verdediging. En Rosie blééf ontkennen, ook al had haar zoon alles al bekend en daarna weer ingetrokken. Die vrouw ontkende zelfs het licht van de zon. ‘Zijt ge daar geweest?’ (Piepstem) ‘Nee!’

»Ten tweede was de belangstelling massaal. Massaal! Oostkamp is een klein dorp en de helft van de bewoners zat daar in de zaal.

»(Bladert door een map met oude krantenknipsels) De emoties laaiden op en sommige nieuwsgierigen gingen bijna met elkaar op de vuist om zich in de assisenzaal binnen te wurmen. De rijkswacht is nog tussenbeide moeten komen. Een lijk dat in een beerput teruggevonden wordt, daar wordt natuurlijk in de streek over gebabbeld. Ach, de mensen zijn zot van alles waar lichaamsvochten aan te pas komen: bloed, tranen, sperma... en van tijd tot tijd ook stront, klaarblijkelijk. Ook de kranten en de televisie besteedden elke dag massa’s aandacht aan de saga van de dode boer.

»Kijk hier: (houdt een knipsel omhoog) ‘Oostkamp juicht want Rosie moet de cel in.’ Wreed, hè. In zekere zin was die vijandigheid van het publiek koren op de molen van de verdediging. Vermassen zei: ‘Ik moet de berg van Golgotha beklimmen, iedereen is tegen mij.’ Dat was juist. Maar voor een advocaat is dat nog niet zo’n kwade situatie.

»Drie: er was de concurrentie tussen Jef en mij.»?


Lees het vervolg »
Advocaat Piet Van Eeckhaut (deel 2)

HUMO De clash der titanen.

Van Eeckhaut (lacht) «Zo noemden ze dat, ja. Ze hebben ervan gemaakt dat we elkaar daar persoonlijk hebben afgemaakt – ik hém dan vooral. Het was natuurlijk een clash. Er moet een foto bestaan waar ik tijdens het pleidooi van Jef een boekje op mijn gezicht heb gelegd en mij languit rek aan de baar van de beklaagdenbank achter mij (lacht). Daarna ben ik mijn krant beginnen lezen Maar het duurde ook zo láng! Eindeloos! Ach, Piet Van Eeckhaut die zegt dat men te lang pleit, wat een vreselijke ironie...

»Het is natuurlijk een tactiek van mij als zijn tegenstrever. Ik onderbreek hem niet, maar mijn lichaamstaal is bijzonder ongunstig voor wat hij pleit. Zijn stijl is anders als ik pleit: hij heeft dan altijd een wat meewarige, afkeurende blik.

»Nu, Jef en ik zullen elkaar misschien nog wel eens ontmoeten in de rechtbank, maar het is voorbij, hè. Het is das VorbeiHeidegger. Ik ben nu in een fase van mijn leven gekomen dat ik er met een zekere gemoedsrust over kan spreken. En dingen veranderen. Een tijd geleden zat Vermassen samen met Nina Van Eeckhaut, mijn dochter, in de assisenzaak van Kitty Van Nieuwenhuysen (de jonge politieagente werd eind 2007 in Lot doodgeschoten door gangsters, red.). Tijdens dat proces klikte het blijkbaar tussen die twee. Ze zijn ook een paar keer samen gaan eten. Eerlijk gezegd overrompelde mij dat, gezien onze voorgeschiedenis. Na het proces heeft Vermassen een mooie, lange brief naar mij geschreven over Nina, waar ik bijzonder blij mee was. Dat was de verzoening tussen ons. Dus ik wil hem absoluut niet voor het hoofd stoten.

»Er is altijd een zekere animositeit tussen ons geweest. Ik heb na de heisa rond de parachutemoord in een interview met Humo de ongelukkige uitspraak gedaan dat Jef wellicht alleen maar zijn eigen boek las. Dat was natuurlijk lelijk van mij. Jef heeft zijn eigen stijl, zijn eigen inhoud en zijn prachtige carrière – daar kun je niet omheen. Ondanks al onze ruzies en het gebekvecht – wij hebben in verschillende processen tegenover elkaar gestaan – heb ik nooit ondervonden dat hij deontologisch onkies zou zijn. Het was een faire, zij het vervelende tegenstrever. Hij denkt van mij ongetwijfeld ongeveer hetzelfde.»


Een 'wuf' met twee flinke zonen

Het verhaal van Rosie Verstraete en Roger Kerckaert begint in 1990. Boer Kerckaert is een hardwerkende vrijgezel (‘een jonkman’) van 45 die in Oostkamp een landbouwbedrijf met honderd runderen bestiert vanuit de bouwvallige hoeve van zijn overleden ouders.

Veel comfort biedt de boerderij niet, maar daar maalt de diepgelovige boer niet om. Buren zijn altijd welkom voor een jenever uit vettige glazen. Alleen een vrouw – ‘een wuf’ – mist hij soms. Zijn buurman vertelt hem over een jeugdvriendin uit Oostende die hij onlangs tegen het lijf is gelopen.

Ze is net weduwe geworden en heeft twee flinke zonen die kunnen meehelpen op het land. In de lente van 1990 worden Roger en Rosie aan elkaar gekoppeld, in een dancing in Zuienkerke, zonder al te veel poespas. Het klikt wel tussen de twee: in de zomer gaan ze samenwonen, in de herfst zijn ze getrouwd. Roger is apetrots dat hij eindelijk zijn wuf gevonden heeft. En Rosie is blij dat ze een boer met een erf heeft gevonden.

Daarna gaat het snel. De ambitieuze Rosie Verstraete heeft een zwaar huwelijk achter de rug met een alcoholist van wie de moeder zei dat hij in zijn eentje ‘een hele rij huizen verdronken had’. Dat heeft haar gehard.

Op het erf van boer Kerckaert neemt ze de touwtjes in handen. Ze weet wat ze wil. Er komt een nieuw huis, nieuwe stallen, een nieuwe auto, een pralinewinkel voor Rosie. Roger adopteert de twee zonen van Rosie. Familieleden en buren merken dat de sfeer op de boerderij verandert: ze voelen zich niet meer welkom. Door de zware investeringen die Rosie gedaan heeft, moet een zware lening worden afbetaald: 100.000 oude Belgische frank (2.500 euro) per maand. De last wordt bijna onhoudbaar. Het winkeltje van Rosie draait bovendien niet. Het zet een domper op de gezinsvreugde. Er wordt meer gescholden dan gelachen ten huize Kerckaert en de dorpsbewoners zien de boer langzaam stiller worden en wegkwijnen.

Wanneer Rosie de verdwijning van haar man meldt in de namiddag van 30 juni 1993, zegt ze dat hij wellicht ontvoerd is. Haar advocaat Jef Vermassen betoogt tijdens het proces dat de zwaar depressieve boer mogelijk zelfmoord heeft gepleegd, door zelf in een verbindingssleuf tussen de beerputten te kruipen en zich te laten bevangen door de dodelijke walmen.

Van Eeckhaut «Ik ben in de zaak gekomen via mijn jonge confrater Nathalie Aernoudts, die stage bij mij liep. De twee zussen van Roger Kerckaert wilden zich via haar burgerlijke partij stellen, en ze heeft me erbij gevraagd.

»Het proces was ook bijzonder door een aantal sleutelfiguren die eraan deelnamen. Het Openbaar Ministerie werd waargenomen door Jean-Luc Cottyn, een geboren cynicus die zich van zijn beste kant heeft laten zien. Er was de politieman die het onderzoek had gevoerd en zoon T. zijn gedetailleerde bekentenissen had ontlokt: Jean-Marie Beirnaert, een uiterst bedreven speurder. Voorzitter was de strenge Paul Boudolf, een harde magistraat die de zittingen soms liet uitlopen tot middernacht.

»Hij ging door tot iedereen erbij neerviel. Ik ben eens om twee uur in de namiddag rechtgestaan toen de jury omviel van de honger en hij nog altijd geen aanstalten maakte om de zitting te onderbreken voor de middagpauze: ‘Meneer de voorzitter, u hebt de volstrekte soevereine macht in deze rechtszaal, maar hebt u ook de macht om de zonnewagen tegen te houden?’»

HUMO Was hij kwaad?

Van Eeckhaut «De voorzitter? Rázend. Hij onderbrak de zitting voor de middagpauze, maar hij heeft ons achteraf gekweld met een onmogelijke volgorde van de getuigen. Boudolf was een zeer persoonlijke voorzitter, ook in negatieve zin. Hij viel Rosie Verstraete tijdens haar eerste ondervraging onmiddellijk aan: ‘Doe die tranen maar weg hoor, madam. Die zijn hier niet nodig!’ Dat vond ik ten eerste al niet schoon van hem, maar ik hield mijn hart ook vast. Want de jury zou weleens de neiging kunnen hebben om haar in bescherming te nemen: ‘Maar allee, meneer de voorzitter, ge moet dat mens zo niet uitschelden.’

»Zo reageert een jury, hè. Dat besefte hij niet. Ik heb altijd de beste professionele contacten gehad met Boudolf, maar hier vond ik niet dat hij een exemplarische voorzitter was.

»Ik had het over die bijzondere sleutelfiguren in het proces, dan mag ik de advocaten niet vergeten: Jef Vermassen en Piet Van Eeckhaut. Sterke advocaten.»


Lees het vervolg »
Advocaat Piet Van Eeckhaut (deel3)

Stunt op de boerderij

In de rechtszaal gaat het hard tegen hard tussen Vermassen en Van Eeckhaut, die elkaar afmaken in bitse woordenduels. ‘Dit assisenproces trekt op niks!’ roept Vermassen. ‘Wat gij doet, is de advocatuur onwaardig,’ bijt Van Eeckhaut terug. Het gebekvecht bereikt haar hoogtepunt op de derde procesdag, wanneer het hele hof zich, gelaarsd en gespoord, in een blauwe rijkswachtbus verplaatst naar de hoeve van boer Kerckaertin Oostkamp om de situatie van dichterbij te bekijken.

Magistraten, jury, advocaten en journalisten strijken neer op het erf, waar in de nieuwe bakstenen villa die Rosie en Roger hebben laten bouwen intussen andere mensen wonen. Het hof trekt naar de koeienstal, waar onder de rioleringsroosters in de ondergrondse beerput het lijk van boer Kerckaert was teruggevonden. Wanneer Rosie Verstraete wordt binnengeleid door twee rijkswachters, worden de emoties haar te machtig en snuit ze de ene zakdoek na de andere vol.

Het Hof is daar op vraag van advocaat Vermassen. Hij wil aantonen dat wat T. aan de politie heeft bekend, niet kan kloppen. De oudste zoon van Rosie zou volgens die bekentenissen eerst de roosters van de beerput hebben opgetild en dan zijn door chloroform bedwelmde stiefvader met zijn benen in het verbindingskanaal hebben laten zakken. Waarna hij zelf de put inkroop, zijn stiefvadererinlietzakken,er zelf uitkroop en de roosters weer op zijn plaats bracht. Vermassen wil aantonen dat T. de zware rioleringsroosters nooit alleen had kunnen optillen zonder schade toe te brengen aan de roosters en het zijbeton.

‘En die was er kort na de feiten niet,’ aldus Vermassen, die betoogt dat boer Kerckaert ook op een andere manier in de beerput geraakt kan zijn. Hij neemt de jury mee naar de achterkant van de kalverstal: daar is een grote opening waarlangs Roger Kerckaert misschien zelf door het gat gekropen is en via de mestsleuven in het voorste verbindingskanaal is geraakt. De andere partijen vinden de zelfmoordthesis van Vermassen ongeloofwaardig: vlakbij loopt een spoorweg en is er een kanaal. Dan kruip je toch niet in een put vol drek?

HUMO We vonden een archieffoto van dat bezoek aan de boerderij terug, waar u een beetje smalend staat te kijken hoe Jef Vermassen als een gek aan de roosters rukt.?

Van Eeckhaut «Godverdomme, ja! De fameuze afstapping op de hoeve. Met mijn sigaar! (lacht) Een belangrijke zet van de verdediging, wat mij niet belette er enigszins ironisch mee om te gaan. Vermassen die zich aan het uitsloven is om aan te tonen dat men die roosters niet zomaar omhoog kon krijgen... Mijn lichaamstaal zegt dat ik vond dat het ‘ziever’ was. Ik heb hem nog voorgesteld: ‘Willen we er een keer met ons tweeën aan sleuren, gij en ik?’ Maar hij wou iemand uit de jury vragen. Dat mocht niet van Boudolf, terecht.

»Ik geloofde van dat experiment niets. Níéts! En ik: ‘Zeg Jef, zijn we hier bij Matlock of zo?’ Prachtige serie trouwens (Amerikaanse serie uit de jaren negentig waarin een advocaat tegelijk detective speelde, red.). ‘Nee!’ roept Jef. ‘We zijn hier om de waarheid te vinden!’

»Kijk, dat is nu het verschil in stijl tussen ons beiden. In mijn pleidooi ben ik daarmee begonnen: ‘Meester Vermassen en ik houden er een ander ideeoverdeadvocatuuropna.

Ik zie niet graag hoe hij, gezeten op een groot wit paard (bootst rijbewegingen na), het gerechtsgebouw binnenrijdt als de Ridder van de Waarheid en de Gerechtigheid.’

»Maar het was een goede zet van hem. Hij zat natuurlijk niet in een gemakkelijk parket, met een vrouw die alles ontkende tegen de sterren op. Hij heeft álles geprobeerd. Al mijn professionele waardering.»

HUMO Hoe zat dat precies, met dat verschil in stijl?

Van Eeckhaut «Ik ben in wezen een redenaar, meer dan een pleiter. Als jonge scholier in de Grieks-Latijnse was ik geobsedeerd door de redenaarskunst: de toespraak, Cicero. Ik citeer in mijn pleidooien graag uit literatuur en poëzie. Dat is niet altijd goed, hoor: soms zit ik boven de hoofden van de jury of de professionele rechter te pleiten. Ik weet het wel, dat komt pedant over, maar ik kan het niet laten. Ik hou van dichters. Ik heb eindeloos geciteerd uit Werumeus Buning. (Draagt voor) ‘Maar van iedere zeven tranen zijn er zes voor hun eigen lot.’ Zo wás het ook vaak. Ik verdedigde beschuldigden die zaten te schreien in de beklaagdenbank. Voor zichzelf. Zelfs mijn beste vrienden zeiden: ‘Zeg, Piet, zoek nu eens een ander vers.’

»Jef is dichter bij de zaak. Hij pleit regelrecht naar de jury toe, vanuit een Vlaamse, agrarische achtergrond. De jonge strafpleiters in mijn bureau zijn ook meer die directe, concrete en zakelijke stijl toegedaan. Ook mijn dochter Nina. Ze is veel beknopter en, om haar moeder te citeren, veel efficiënter.»

HUMO Hebt u in dit proces veel citaten rondgestrooid?

Van Eeckhaut «Dat leende er zich niet echt toe.»


Doodstraf

HUMO Het proces-Verstraete was één van de laatste waarin – symbolisch – de doodstraf nog had kunnen worden uitgesproken. Niet lang daarna werd ze afgeschaft in ons land.

Van Eeckhaut «Hier zou dat niet op zijn plaats geweest zijn. Er waren verzachtende omstandigheden. Ze was geen schurk, hè.»?

HUMO U noemde haar in uw pleidooi toch een afschuwelijke misdadigster.

Van Eeckhaut «Is dat zo? Ik vond het wreed om haar man te laten eindigen waar hij geeindigd is. Maar het was een relationele misdaad, ze begonnen op elkaars zenuwen te werken. Rosie was een harde, innerlijk getekende vrouw. Na haar eerste huwelijk, waarbij ze door een hel was gegaan, wilde ze zich per se verbeteren. Ze kwam met een enorm verwachtingspatroon naar Oostkamp, ze dacht dat het niet kon mislukken met de niet onbemiddelde Roger Kerckaert. Het kon niet snel genoeg gaan. Maar twee jaar later waren er alleen schulden, ruzies en gescheld.

»Roger was niet de man die ze in hem had gezien. Ze had zich het leven als herenboerin wel anders voorgesteld. Ze faalde als would-be boerin met een dwaze boer die niet mee wilde evolueren. Die bittere teleurstelling sloeg om in misprijzen tegenover het slachtoffer. Hij was een blok aan haar been, ze wilde ervan af. Ik heb dat trouwens gepleit: ‘In uw vorige huwelijk heeft de dood u een handje geholpen, dit keer hebt gij de dood een handje geholpen.’ Het was wreed, maar ik zou de doodstraf niet gevraagd hebben.

»Let wel, ik ben voor de doodstraf. Niet voor Rosie! Maar in sommige gevallen vraag ik mij toch af: wat moeten wij er toch mee aanvangen? Ik vind dat wij, in uitzonderlijke gevallen, de filosofische en religieuze bezwaren opzij moeten zetten. Iemand die een weerloze oude vrouw doodt in haar eigen huis, ik weet niet of we daar zo veel mededogen voor moeten hebben. Sommige mensen moeten verdelgd worden. (Snel) Weinigen, maar ze zijn er.

»Ik heb zo genoeg van die pampercultuur van tegenwoordig. Al die voorwaardelijke invrijheidstellingen en zo... Nu is er weer dat malheureuze gedoe met die handlanger van

Dutroux, Michel Lelièvre (die deze zomer een paar keer de gevangenis mag verlaten ter voorbereiding van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling, red.).»

HUMO Ik ben stomverbaasd. Op het proces-Horion Feneulle hebt u, als raadsman van Feneulle, met vuur tégen de doodstraf gepleit. U vond dat de westerse beschaving onwaardig en sleepte er Bijbelse citaten bij: ‘Oog om oog, tand om tand’...

Van Eeckhaut (onderbreekt) «U hebt gehoord dat tot de ouden gezegd is: ‘Oog om oog, tand om tand’, maar ik zeg u: ‘Vergeld geen kwaad met kwaad.’ Dat heb ik zeker vijftig keer gepleit voor het assisenhof. In zoverre dat mijn trouwe luisteraars kwamen zeggen: ‘Meester, nu hebt ge toch veel herhaald, hoor.’

»Het is ook zo, vergeld geen kwaad met kwaad. Het is een onoplosbaar vraagstuk wat je met sommige hardcoremisdadigers moet doen. Feneulle, Horion, een paar anderen. Door hun daden plegen ze eigenlijk een soort euthanasie op zichzelf, ze zetten zichzelf buiten de maatschappij. De moordpartij bij de familie Steyaert: verschrikkelijk. Moeder en dochter die op de keldertrap zaten, bevend van angst: ‘Wat gebeurt er boven ons hoofd?’ En dan een nekschot, één voor één.

»Verdient zo’n dader clementie? Je kunt dan wel zeggen dat hij een modelgevangene is, of dat hij zich heeft bekeerd tot de protestantse godsdienst. Voor mijn part wordt hij dominee, maar de lijken liggen daar toch maar. In gruwelijke omstandigheden. Ik heb daar geen pardon voor. ‘Vergeld geen kwaad met kwaad!’ Mijn Bijbelse zin begint te wankelen.»?HUMO Horion en Feneulle hébben de doodstraf gekregen.?Van Eeckhaut «Twee keer. Na het eerste proces zijn we in cassatie gegaan. We hebben het gehaald, er kwam een nieuw proces, in Brugge dit keer, met exact dezelfde uitspraak: twee maal de doodstraf.

»Nog eens, wat moet ge met zulke mensen aanvangen? Neem nu Kim De Gelder, wat moet ge daar in godsnaam mee gaan doen? Wederopvoeding? Misschien behoor ik niet tot de optimisten, maar tot de existentiële pessimisten. Heidegger, Kierkegaard. Ik zeg u: er is geen kruid gewassen tegen ernstige misdaden als die van De Gelder.»

HUMO En waar had u dan aan gedacht? De stoel?

Van Eeckhaut (zucht) «Ge snijdt mij letterlijk de adem af. Want uw opmerking is natuurlijk juist, het is eersteklas barbarij. Kijk naar wat er in sommige Amerikaanse staten gebeurt: de wreedheden, en de blunders die het gerecht maakt en die onherstelbaar zijn. Ik ben een groot bewonderaar van François Mitterrand en zijn minister van Justitie Robert Badinter. Zij hebben in Frankrijk, het land van de guillotine, in 1981 de doodstraf afgeschaft.

»Nu, we leven in een rechtsstaat, ook ik ben een kind van de joods-christelijke traditie, en van de humanistische traditie. We zijn dus tégen de doodstraf. Maar ik heb mijn bedenkingen.»

HUMO Wanneer bent u zich die bedenkingen beginnen te maken?

Van Eeckhaut «Jaren geleden. Ik denk in de tijd van Horion en Feneulle.»

HUMO Waarom hebt u die zaak dan aanvaard?

Van Eeckhaut «Je moet jezelf als advocaat natuurlijk niet verraden, maar er is een groot verschil tussen de publieke tribune of het opiniestuk, en het pleidooi. Als je een zaak aanvaardt, vecht je je te pletter voor een cliënt. Een zaak is een zaak. Je doet het niet voor de schone ogen van het gerecht, er moet ook geld in het laatje komen. Je moet kunnen leven. Niet in rijkdom, dat heb ik nooit nagestreefd. Relatief welgesteld volstaat al ruim.»

HUMO Hoever kun je als advocaat gaan in een pleidooi? Er was nogal wat heisa rond het pleidooi van uw dochter Nina in het ‘Ik heb zo genoeg van de pampercultuur van tegenwoordig’ proces tegen Kim De Gelder. Vooral over het zinnetje: ‘Ge zijt nog te laf om u op te hangen.’

Van Eeckhaut «Ik vond dat prachtig. Trouwens, iederéén die er iets van kende, heeft gezegd dat ze zeer goed gepleit heeft. Maar dan de reacties! Ze had zogezegd in haar eentje het zelfmoordpreventiebeleid op de helling gezet. En dan die schrijfster, Saskia de Coster, niet gehinderd door enige kennis van zaken... Nina heeft dat niet zo maar uitgekreten, dat is gezegd in een heel precieze context.

»Natuurlijk komt dat hard aan, en dan springen allerlei moraalridders recht. Dat raakt noch haar, noch mijn koude kleren. Hier hebben ze de voorgevel van mijn kantoor ook eens volgeplakt met allerlei slogans, toen ik als socialistische schepen van Onderwijs een opvoering van het theaterstuk ‘Snoepjes’ in de stedelijke academie had verboden. Een stuk over toegelaten pedofilie? Njet. Komt er niet in. Daar stonden ze weer, hoor, altijd hetzelfde type: de welweters, in mijn partij trouwens talrijk aanwezig.»

HUMO De linkse intellectuelen, bedoelt u.

Van Eeckhaut (gooit de armen in de lucht en kermt) «De linkse intellectuelen! Aaaaaaaah! Waartoe ik zelf altijd behoord heb. Ik troost mij met de gedachte: ik kwam zeer goed overeen met Louis Tobback. We hebben trouwens aan elkaars zijde gestaan in de fameuze Agusta-zaak, ik was één van de advocaten van Etienne Mangé, intussen wijlen.

»De groenen? Ik zeg altijd: ze hebben gelijk, ze hebben bijna altijd gelijk, da’s juist. Te veel. Een mens moet ook eens ongelijk hebben, vind ik.

»Laat mij dan een linkse flamingant zijn, met een onverholen sympathie voor Bart De Wever. Pas op, ik mag hem om een totaal andere reden. Een paar jaar geleden deed hij mee in de televisiequiz ‘De slimste mens ter wereld’. De kandidaten kregen een vraag over strafpleiters voorgeschoteld: ze moesten vijf foto’s van advocaten herkennen. Het was de beurt aan een jonge vrouw, ik ben haar naam vergeten, maar ze wist veel. Mijn foto wordt getoond, en zij: ‘Ik kén hem, ik kén hem! Wie is dat ook alweer?’ Ik zat thuis met mijn vrouw te kijken en zakte bijna door de grond. Mijn vrouw ging gespannen rechtop zitten: ‘Ze gaat u niet herkennen.’ Tring! Beurt voorbij. Ze wist het niet. Dan was het de beurt aan Bart De Wever: ‘Maar allee, ‘t is Piet Van Eeckhaut natuurlijk!’ Opluchting ten huize Van Eeckhaut! Hij kan niets meer verkeerd doen in mijn ogen. Weinig politieke motieven dus (lacht)


Lees het vervolg »



Advocaat Piet Van Eeckhaut (deel 4)

Elke dag zondag

De laatste dag van het proces Rosie Verstraete is de langste – negentien uren – en eindigt in volledige chaos. Na twaalf uren van pleidooien en replieken zendt rechtbankvoorzitter Boudolf de juryleden om 21 uur naar de beraadslagingskamer. Het is iets na elf uur ‘s avonds als ze terugkeren met het antwoord op de twee schuldvragen. Eén: heeft Rosie Verstraete haar echtgenoot gedood? Twee: deed ze dat met voorbedachten rade?

De voorzitster van de jury leest de antwoorden voor: ‘Ja op de eerste vraag. Ja op de tweede vraag, met zeven tegen vijf juryleden.’

Van Eeckhaut «Ze zaten ernaast, hè! De jury had zich, zoals ze in Aalst zeggen, misdoeberd. Want op de tweede vraag, een bijvraag, wordt er nooit over het aantal stemmen gecommuniceerd. Voorzitter Boudolf kréég wat. Hup, de jury terug naar de beraadslagingskamer, na een bolwassing van de voorzitter.»

Na twintig minuten komt de jury terug. Dit keer luidt het antwoord op de eerste vraag: ‘Ja, met zeven tegen vijf’, en op de tweede: ‘Neen.’ De wet voorziet bij een schuldigverklaring van zeven tegen vijf juryleden in een bijkomende beraadslaging, waarbij de drie beroepsrechters van het hof zich bij de gezworenen voegen en een beslissende stem hebben. Om 23.35 uur is het hof terug in de zaal, om 23.38 uur valt het uiteindelijke verdict. ‘Schuldig,’ zegt Paul Boudolf.

Rosie Verstraete is schuldig aan doodslag, maar niet met voorbedachten rade. Het heeft één stem gescheeld, of ze was vrijuit gegaan. De vrouw in de beklaagdenbank stort in elkaar en barst in snikken uit: ‘Ik zit al twee jaar en drie maanden vast voor niets! Het was elke dag zondag met Roger in vergelijking met vroeger!’ Ook advocaat Jef Vermassen zit er verslagen bij. ‘Dit is de droevigste dag uit mijn leven. Ik vrees dat de juryrechtspraak, waarvoor ikzelf en meester Van Eeckhaut zo hard gevochten hebben, door deze uitspraak de genadeslag heeft gekregen.’ Om halfvier ‘s nachts hoort Rosie Verstraete zich veroordelen tot twintig jaar dwangarbeid voor de doodslag op Roger Kerckaert.

HUMO U had het daarnet over blunders van het gerecht in amerika, maar dat kan evengoed in België.

Van Eeckhaut «Het was inderdaad geen reclame voor de juryrechtspraak, maar het was geen gerechtelijke dwaling. Het was een warrige uitslag waar men natuurlijk enige munt uit kan slaan. Ik denk dat die brave voorzitster van de jury zich de eerste keer gewoon compleet vergist had. Niemand is volmaakt. Maar ook beroepsrechters begaan fouten. Daarop een systeem afbreken, dat gaat niet. Ik heb véél jury’s meegemaakt. De jury die vrijdag binnenkomt, is drie dagen later al niet meer dezelfde: ze groeit in haar taak. En veel gezworenen stellen interessante vragen. Er zitten natuurlijk ook minder slimme mensen tussen, maar ik ben lang in de stedelijke en provinciale politiek actief geweest, en ik zeg u: je hebt overal dwaze mensen.»

HUMO Vermassen zei toen dat het zijn allerlaatste assisenproces was. Hij is acht jaar uit de assisenhoven weggebleven.

Van Eeckhaut «Hij was tot het uiterste ontgoocheld over de uitslag. Wat ik hem wel verwijt, is dat hij er in de jaren erna maar op blééf terugkomen: ‘Ze is onschuldig en ze is onschuldig...’ Ze was helemáál niet onschuldig. Trouwens, de jury heeft gesproken. Voor de familie van de dode boer was het ook allemaal zeer triestig om nog eens te moeten horen dat hun broer zo gestorven was.

»Wat veel mensen trouwens niet weten, is dat er nog een tweede rechtszaak is geweest over de zaak van de beerputmoord, die het assisenhof over de hele lijn gelijk heeft gegeven. Dat was het proces van Rosies oudste zoon, T., voor het jeugdhof in Gent. Hij werd als minderjarige apart vervolgd en door de jeugdrechter van Brugge schuldig bevonden aan oudermoord, een half jaar voor het assisenproces van Rosie. Maar hij ging in beroep, en dat proces vond drie weken ná het assisenproces plaats. Vermassen en ik hebben dus nog eens over de zaak gepleit, na het assisenproces, hier (wijst naar het oude gerechtshof in Gent aan de overkant van de Leie). Voor het zeer serene jeugdhof hebben we nog eens zes volle namiddagen grondig gedebatteerd over deze zaak. Men heeft het nog eens helemaal onderzocht. En het arrest van het jeugdhof, aan het eind van het proces, liet geen plaats voor twijfel: T. was terecht schuldig verklaard door de Brugse onderzoeksrechter. Hij is niet gestraft omdat hij minderjarig was. Daar was geen tamtam rond, maar het toont ook aan dat het niet alleen de assisenjury was die er zo over dacht.

»Ik ben natuurlijk partijdig, maar ik vind assisen nog altijd een prachtige procedure: de democratie in de rechtszaal. Ik ben er altijd door gebiologeerd geweest. Ik las al over de processen in de krant toen ik acht, negen jaar was.

»Nu is dat voor mij wel das Vorbei. Ik betwijfel of ik zelf nog assisenzaken zal pleiten. Nu denk ik ‘s morgens: ‘Ach, gelukkig kan ik nog even een half uur uitslapen. Ik hou van deze wellicht laatste, hopelijk zo lang mogelijk durende periode in mijn leven. Ik leef nog, en misschien schrijf ik nog weleens een boek, maar mijn vrouw zegt: 'Laten we liever gaan wandelen met de hond, da's veel gezonder.' Ik werk nog deeltijds, ik pleit alleen nog zaken die ik echt wil pleiten, en ik steun de jonge, aankomende garde. Nina Van Eeckhaut, Frank Scheerlinck, Peter Meirsman, Laurens Van Puyenbroeck... Wellicht werk ik ook duchtig op hun zenuwen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234