Afkicken van de macht: ex-ministers over het zwarte gat (2)

Werkdagen zonder eind. Vervelende journalisten, onwillige ambtenaren en rancuneuze collega’s. Frustrerende akkoorden en roemloze eindes. Men zou zich haast afvragen wie nog minister wíl worden. Toch blijft het ministerschap voor de meeste politici het allerhoogste. De nadelen nemen ze er graag bij: ‘Ik heb maar één keer iemand moeten ontslaan. Voor de rest dronken we pinten en gingen we samen op weekend.’

'Plots moest ik naar de koning: ongewassen en zonder frisse kleren. De das heb ik onderweg gekocht'


Stefaan De Clerck: ‘de slechte timing van Dutroux’

Het ministerschap van Stefaan De Clerck eindigde in 1998 nogal chaotisch, nadat staatsvijand nummer één Marc Dutroux op wandel was gegaan. Goed drie jaar eerder was De Clerck minister van Justitie geworden, maar voor hetzelfde geld was zijn ministeriële carrière nog vroeger gestart.

STEFAAN DE CLERCK «In maart 1992 circuleerde mijn naam in de kranten als de mogelijke nieuwe minister van Middenstand, KMO’s en Landbouw. Ik liep toen een hele dag nerveus rond en pas tegen de avond belde Herman Van Rompuy me eindelijk: ‘Het gaat niet door!’ (lacht luid) Die avond opende ‘Het journaal’ met de vrijlating van de ontvoerde Anthony De Clerck, daarna ging het over de nieuwe regering – zonder mij. Goed nieuws voor de ene De Clerck, slecht nieuws voor de andere.»

'Stefaan De Clerck 6 jaar CD&V-minister'

HUMO Van uitstel kwam geen afstel: in 1995 had u wel prijs.

DE CLERCK «In de tweede regering-Dehaene. Ik had al op voorhand te horen gekregen dat ik erbij zou zijn. Ik ging ervan uit dat ik Economie en Telecom zou krijgen – dat was mijn specialisatie, ik was een maand lang op studiereis geweest in de Verenigde Staten om alle nieuwe ontwikkelingen te bekijken – maar dan kwam het verrassende bericht: ‘Het wordt Justitie.’»

HUMO Geen evident departement.

DE CLERCK «Zeg maar: een notoir lastig departement (lacht). Mijn eerste periode als minister is natuurlijk sterk gekleurd door de zaak-Dutroux. We hebben toen veel met de ouders samengezeten en werk gemaakt van de rechten van het slachtoffer. We hebben Child Focus en de Cel Vermiste Personen opgericht. Ik heb het gevoel dat ik mijn stempel heb kunnen drukken. Al heb ik mijn werk niet kunnen afmaken.»

HUMO Uw ontslag was één van de meest chaotische episodes uit de recente politieke geschiedenis.

DE CLERCK «Ik ben ’s morgens vanzelfsprekend nietsvermoedend thuis vertrokken, en ’s avonds zat het erop. Tussendoor was het onuitlegbare gebeurd: Marc Dutroux was ontsnapt. Uitgerekend hij, van alle gedetineerden.

»De timing zat ook tegen. De Kamer was bijeen voor de plenaire zitting: de camera’s draaiden en de oppositie zat op vinkenslag. We hadden geen persoonlijke fout gemaakt, maar toch hebben minister van Binnenlandse Zaken Johan Vande Lanotte en ik snel beslist dat we onze verantwoordelijkheid zouden nemen. Ik ben ook nooit verbitterd geweest. Mijn opvolger Tony Van Parys heeft mijn dossiers overgenomen en afgewerkt.»

HUMO Geen verbittering, zegt u, maar wel een zwart gat?

DE CLERCK «Daar was geen tijd voor: een jaar later waren er al verkiezingen en ik heb me volledig op de campagne gesmeten. Door de dioxinecrisis draaiden die voor de CVP uit op een ramp, voor Jean-Luc Dehaene betekenden ze zelfs de nekslag.

»Na de verkiezingen ben ik voorzitter en oppositieleider geworden, maar ik moet zeggen dat die rol mij minder lag. In 2001 werd ik ook burgemeester, dat ging me beter af.»

'Vincent Van Quickenborne 9 jaar Open VLD-minister'

HUMO Dehaene vertelde ooit dat hij als burgemeester harder moest werken dan als premier: plots moet hij zijn agenda aanpassen aan die van anderen, in plaats van omgekeerd.

DE CLERCK «Je bent als burgemeester verantwoordelijk voor elke straat en elk gebouw in je stad. De werkdruk is hoger, er is altijd wel íéts.

»Toen men mij bij de lokale verkiezingen van 2012 buitenspel zette, deed dat wél pijn. Ik had de meeste stemmen, maar alle andere partijen vormden een coalitie tegen mij (en Vincent Van Quickenborne werd burgemeester van Kortrijk, red.). Dat leek al meer op een zwart gat, maar gelukkig kon ik een jaar later naar de raad van bestuur van Proximus. Telecom: zo kwam ik terecht waar ik in 1995 dacht te belanden (lacht).»

HUMO Even terugspoelen naar 2008, toen u opnieuw minister werd.

DE CLERCK «Yves Leterme en Jo Vandeurzen moesten na Fortis-gate ontslag nemen (na berichten over politieke druk op het gerecht, red.). Herman Van Rompuy stemde toe om Yves op te volgen, en ik hoopte op mijn beurt Herman op te volgen als Kamervoorzitter. Toen ik te horen kreeg dat het Patrick Dewael zou worden, was dat zo’n grote ontgoocheling dat ik die nacht niet heb geslapen en ’s morgens ongewassen en zonder frisse kleren naar Brussel ben vertrokken. Daar hoorde ik dat ík de nieuwe minister van Justitie zou worden en meteen naar het koninklijk paleis moest. Maar ik was daar natuurlijk niet op gekleed! Ik heb snel-snel een das gekocht in de winkel van de Kamer en ben – hop! – naar het paleis gereden. Het was eind 2008, en ik was plots weer minister, in een regering van lopende zaken weliswaar.»

'Vera Dua 4 jaar Groen-minister'

HUMO Was er ook een schaduwzijde aan de job?

DE CLERCK «De mediadruk was soms groot. Maar eigenlijk had ik meer last met de magistratuur. Die staat niet altijd te springen om te hervormen. Ik denk dat Koen Geens dat nu ook ervaart, net als alle ministers van Justitie voor hem.»

HUMO Tot slot: welke minister die u tijdens uw carrière bent tegengekomen, heeft het meeste indruk op u gemaakt? En u mag geen partijgenoot noemen.

DE CLERCK (resoluut) «Elio Di Rupo, die Telecom heeft gekregen in mijn plaats (lacht). Zijn privatisering van de PTT (Ministerie voor Posterijen, Telegraaf en Telefoon, red.) is een huzarenstuk. Ik heb ook de zaak-Olivier Trusgnach meegemaakt: de fantast die Elio valselijk beschuldigde van pedofilie. Ik heb Elio toen goed leren kennen als mens.

»Tijdens mijn tweede periode als minister heb ik veel gepraat met Charles Michel. Ik heb hem samengebracht met Wouter Beke en gezegd: ‘Jullie zijn de toekomst.’»

'Miet Smet 14 jaar CD&V-minister'

HUMO Eigenlijk ligt u aan de grondslag van de huidige coalitie?

DE CLERCK «Ze hebben elkaar beter leren kennen dankzij mij. Ik denk dat Charles dat nog altijd goed beseft.»


Vincent Van Quickenborne: ‘slobbertrui in de Senaat’

Toen Vincent Van Quickenborne zijn intrede maakte in de politiek, was zijn nom de plume ‘Quickie’. De knuffelbare rebel uit de Volksunie schopte het na een overstap naar de VLD tot minister. Hij hield het negen jaar vol in de regering.

VINCENT VAN QUICKENBORNE «Dat ik in 2003 staatssecretaris werd, was een verrassing. Ik zat thuis op een telefoontje te wachten. Niet omdat ik dacht minister te worden, maar omdat ik hoopte op een zitje in het parlement. Toen belde Karel De Gucht: ‘Je moet naar Brussel komen om de eed af te leggen.’ Niet als Kamerlid, maar als staatssecretaris van Administratieve Vereenvoudiging. (Kucht) Klein verrassinkje.»

'Jaak Gabriëls 4 jaar Open VLD-minister'

HUMO Die bevoegdheid leek u op het lijf geschreven.

VAN QUICKENBORNE «Ik heb het graag gedaan. Ik kon creatief werken en heb redelijk wat steentjes verlegd. We hebben de ondernemersloketten en de kruispuntbank voor ondernemingen geopend, de fiscale zegels afgeschaft en de elektronische maaltijdcheques ingevoerd. En we hebben het leven van mensen met een handicap gemakkelijker gemaakt.

»Wist je dat ik de stiel ben gaan leren bij Jef Colruyt? Hij heeft me tien voorbeelden gegeven van hoe hij processen vereenvoudigde, gaande van zijn parkings tot zijn winkelkarren.»

HUMO Staatssecretarissen worden ‘toegevoegd’ aan een minister. In uw geval was dat niemand minder dan premier Guy Verhofstadt.

VAN QUICKENBORNE «Een soort voogdijschap, maar Verhofstadt gaf me veel vrijheid. Hij kon me vanuit zijn kantoor zien zitten (lacht).

»Mijn eerste moeilijke opdracht was een kabinetschef en een woordvoerder vinden. Ik had als senator maar één medewerker, en plots had ik vijftien mensen nodig. Ik ben gaan vissen in mijn vriendengroepje van de universiteit. Eén van mijn beste vrienden is toen op mijn kabinet komen werken.

»Na dat gepuzzel begon een intense periode: in de politiek bestaat nine-to-five niet. Mijn mensen moesten tijdens het weekend werken en dag en nacht beschikbaar blijven. Ik was nog jong met mijn 29 jaar, jonger dan mijn meeste medewerkers. Ik was geen gemakkelijke baas: ik legde de lat hoog. Ik heb maar één keer iemand moeten ontslaan. We hebben altijd veel plezier gemaakt, we dronken samen pinten en gingen zelfs samen op weekend. Onlangs heb ik een stuk of tien mensen teruggezien op een verjaardagsfeest: dat was heel plezierig.»

HUMO U stond vroeger bekend als een buitenbeentje, een rebel, maar plots was u deel van het establishment.

VAN QUICKENBORNE «Ik heb de knop snel kunnen omdraaien. Ik was wel rebels, maar ook een goede student en een harde werker. Veel mensen dachten dat ik niet zou slagen. Er is veel cynisme in de politiek»

HUMO Het rebelse was er snel af?

VAN QUICKENBORNE «Ik ben nog altijd een rebel, maar ik weet ook wanneer ik me moet gedragen. Ik heb bijvoorbeeld mijn garderobe aangepast. In de Senaat droeg ik lelijke hemden en slobbertruien, ik zag er niet uit. Ik heb mezelf moeten fatsoeneren en ben kostuums gaan kopen, er was werk aan.»

'Vincent Van Quickenborne: 'Ik ben de stiel gaan leren bij Jef ­Colruyt.''

HUMO Voor veel politici is het ministerschap het summum. Voor u ook?

VAN QUICKENBORNE «Als minister heb je een grote impact, maar ik was niet verknocht aan de functie. Het beste bewijs is dat ik in 2012 ontslag heb genomen om burgemeester te kunnen worden. Ik ben blij dat ik de twee heb kunnen doen.»

'Ik heb mezelf moeten fatsoeneren toen ik minister werd. Ik ben kostuums gaan kopen, want er was werk aan ''

HUMO Bent u het eens met wijlen Jean-Luc Dehaene: is burgemeester zijn zwaarder dan het ministerschap?

VAN QUICKENBORNE «Nee. Als burgemeester ben je meestal dichter bij huis, waardoor je er af en toe een uurtje tussenuit kunt om je gezin te zien. Als lid van de regering heb ik 250 bedrijven bezocht om te gaan spreken over administratieve vereenvoudiging. Als vice-premier onder Di Rupo ben ik in elke serviceclub van het land uitleg gaan geven over de pensioenhervorming. Ik reed 130.000 kilometer per jaar. Het was hard werken.

»Ik ben wel lang vrijgezel geweest, ik had geen verplichtingen thuis. Ik word straks 45, en ik ben blij dat ik het allemaal op jonge leeftijd heb gedaan.»

HUMO Wat vond u het moeilijkste?

VAN QUICKENBORNE «De afgunst en tegenwerking. Ik herinner me zware conflicten met de socialisten. Johan Vande Lanotte had Peter Van Velthoven onder zich als staatssecretaris. Als ik op de ministerraden een pakket maatregelen op tafel legde, werd ik gesaboteerd omdat Van Velthoven niets had. In zo’n regering wordt continu gesjacherd om iedereen tevreden te houden. Gelukkig heeft Verhofstadt mij geholpen, hij stak zijn nek uit en drukte mijn dossiers door.»

'Stefaan De Clerck: 'Ik had geen schuld aan de ontsnapping van Marc Dutroux, maar ik heb snel beslist ontslag te nemen.''

HUMO Wie is de meest memorabele minister die u op uw pad bent tegengekomen?

VAN QUICKENBORNE (onmiddellijk) «Luc Van den Bossche. Hij is intussen wat aangebrand, maar je m’en fous. Hij heeft me veel inzichten aangereikt. Hij werkte als een business man in de politiek, ook al was hij socialist (lachje).»


Vera Dua: ‘collega’s betoogden tegen mij’

Als groene minister van Leefmilieu en Landbouw zette Vera Dua zwaar in op nieuwe natuurgebieden en lagere mestoverschotten. Daardoor joeg ze de boeren tegen zich in het harnas en beleefde ze een turbulent ministerschap.

VERA DUA «Met Agalev hadden we nooit iets anders gekend dan oppositie, maar na de verkiezingen van 1999 mochten we mee aan tafel tijdens de regeringsonderhandelingen. Al snel begonnen de namen van Mieke Vogels en Magda Aelvoet te circuleren, dus toen Jos Geysels mij belde om te zeggen dat ik Leefmilieu en Landbouw zou krijgen, was dat wel een verrassing. Ik heb twee uur bedenktijd gevraagd en mijn partner om advies gevraagd. Hij zei: ‘Jij moet dat zelf beslissen.’ Ik heb ‘ja’ gezegd.»

HUMO Plots moest u een kabinet samenstellen. Voor Agalev was dat nieuw, jullie konden niet bogen op een netwerk.

DUA «Vertel mij wat! Ik heb daar een forse kater aan overgehouden. De campagne en de onderhandelingen waren loodzwaar geweest. Maar plots vertrok iedereen op vakantie: alleen de vier ministers bleven achter (lacht). We konden niemand bellen als we vragen hadden. Het was hallucinant, maar de partij had er gewoon niet over nagedacht.

»We kregen een aftands en leeg gebouw toegewezen. We hadden zelfs geen rol wc-papier.

»Behalve meubilair moesten we in volle vakantieperiode ook een legertje mensen vinden om vier kabinetten te bemannen. Het was improviseren. Ik zeg vaak tegen de nieuwe generatie: ‘Zorg voor een goede voorbereiding.’»

HUMO Vond u het ministerschap mooier dan de andere jobs in de politiek?

DUA «Ik kon dingen veranderen met één handtekening: dat geeft voldoening. Je hebt de macht om de samenleving bij te sturen.

»Bij het ministerschap komt wel meer stress kijken. Ik heb vaak beslissingen moeten nemen met verregaande gevolgen. Ik heb nog meegemaakt dat boeren huilend in mijn bureau zaten, omdat ze geen uitweg zagen uit de miserie, maar je kunt je beleid niet aanpassen à la tête du client.»

'Vera Dua: 'Ik heb nog meegemaakt dat boeren huilend in mijn bureau zaten.''

HUMO Het nieuwe mestdecreet: dat herinner ik me van uw ministerschap.

DUA «Ik ook (lacht luid). Op een gegeven ogenblik kon ik niks goeds meer doen. De perceptie zat tegen, de pers had het niet begrepen op mij en de andere partijen keerden zich tegen ons – een perfide strategie. Ik denk dat we op een hellend vlak zijn terechtgekomen door de omstreden wapenlevering aan Nepal en het daaropvolgende ontslag van Magda Aelvoet.

»We kwamen in een negatieve spiraal. Voor de verkiezingen was er zelfs een landelijke betoging tegen mijn beleid. Die betoging was door de Boerenbond opgezet – zelfs met gratis bussen – en de landeigenaars, de jagers en de vissers deden ook mee. Het werd persoonlijk, er liepen mensen rond met een bordje tegen ‘de groene hoer’. Toen wist ik dat het niet meer goed zou komen. En de verkiezingsuitslag was inderdaad dramatisch, we zijn van de kaart geveegd.»

HUMO U nam ontslag.

DUA «Ik had het gevoel dat ik niet meer kon functioneren. Hoe zou ik na zo’n betoging en een rampzalige verkiezingsuitslag nog kunnen onderhandelen met de Boerenbond? Ik had geen autoriteit meer. Ook al omdat er coalitiepartners in de betoging meeliepen: zelfs Jaak Gabriëls, een collega-minister.

»De maanden na mijn ontslag waren niet plezant, ik heb een soort rouwproces doorgemaakt. Maar dat had vooral te maken met de partij die op drift was. Gelukkig kon ik net daardoor niet te lang kniezen: in november ben ik partijvoorzitter geworden en was er genoeg shit om op te ruimen.»

HUMO Denkt u nog vaak met weemoed terug aan uw ministerschap?

DUA (denkt na) «Nee. Als minister word je geleefd. Ik heb het gevoel dat ik dingen ben vergeten omdat het tempo te hoog lag. Het is spannend en je leeft op adrenaline, maar ik kan me niet voorstellen dat je dat lang volhoudt. Of dat het gezond is.

»Wel mis ik de kick die je voelt wanneer je een belangrijke stap vooruit zet. En in de beginperiode was het ook plezant in de Vlaamse regering. We waren allemaal relatief jong en hadden een open geest en goeie mentaliteit. Er was zelfs plaats voor emoties. Misschien dat een aantal van ons hebben overdreven.»

HUMO Om Bert Anciaux niet te noemen.

DUA «Bijvoorbeeld (lacht). Maar Mieke kon er ook wat van, hoor. Wij allemaal, eigenlijk.

»Nu, vrienden bij de andere partijen heb ik er niet aan overgehouden, daarvoor is het te veel in mineur geëindigd.»

HUMO Een leuk extralegaal voordeel van het ministerschap: de auto met chauffeur.

DUA «Ik had er zelfs twee (lacht). Ze wisselden elkaar af, anders kregen ze het niet geregeld: ik werkte twaalf uur per dag. Als minister kun je niet zonder auto met chauffeur. Ik heb een paar keer de trein genomen, maar ik kon simpelweg mijn dossiers niet dragen. Ik had twee of drie bakken op de achterbank staan met vergunningen en brieven: die gingen er allemaal door.»

HUMO Gedragen mensen zich anders wanneer je minister bent?

DUA «In je gezicht zijn ze beleefd, maar ik voelde toen al dat sommige ambtenaren begonnen te smoezen zodra ik mijn rug draaide.

»Op het einde was het vertrouwen tussen de coalitiepartners ook helemaal weg. De messen werden gewet. Ik heb een zwaar conflict gehad met Patrick Dewael, die achter mijn rug is gaan onderhandelen met de landbouworganisaties – terwijl ik op vakantie was.»

HUMO Wat waren uw belangrijkste realisaties?

DUA «Ik ben trots op de rol die we als partij hebben gespeeld in de grote ethische dossiers: euthanasie, het homohuwelijk, de regularisatie van mensen zonder papieren. En er zijn bossen waarvan ik weet: dat ligt er dankzij mij.»

HUMO Slotvraag: wie van uw collega’s heeft het meeste indruk op u gemaakt?

DUA «Steve Stevaert, omdat hij de eerste was die inzag dat je politieke overwinningen kon boeken door te communiceren, en niets meer dan dat. En wij stonden erop te kijken: ‘Wat doet hij nu?’ Maar hij haalde zijn slag binnen. Op dat vlak was hij zijn tijd ver vooruit.

»En ik wil ook een bloemetje gooien naar Marleen Vanderpoorten. Ze heeft belangrijke hervormingen gerealiseerd in het onderwijs. Ze kreeg veel kritiek, er werden zelfs poppen van haar verbrand, maar ze kende haar dossiers en luisterde naar iedereen, ongeacht de politieke voorkeur.»


Miet Smet: ‘Relletje over besnijdenis’

Miet Smet is de grande dame van de Vlaamse christendemocratie. Lid van het roemruchte Wonderbureau van de CVP, voorvechtster van de vrouwenrechten en van 1985 tot 1999 ononderbroken lid van de regering.

HUMO In 1985 werd u staatssecretaris voor Vrouwenemancipatie. Hoe is dat nieuws u ter ore gekomen?

MIET SMET «Oei, dat kan ik me met de beste wil van de wereld niet herinneren (lacht). Een verrassing was het niet. Het zou pas een verrassing zijn geweest als ik het níét was geworden, als één van de weinige vrouwen op het voorplan.

»Ik was blij toen men mij vroeg, maar ik heb meteen gezegd dat ik geen genoegen nam met Vrouwenemancipatie alleen. Ze gaven me ook Milieu en Sociale Emancipatie – waaronder de OCMW’s vielen. Daardoor was ik ook verantwoordelijk voor de opvang van vluchtelingen. Dat bleek maar achteraf, want het was een onbestaand probleem tot plots een grote stroom vluchtelingen op gang kwam, uit toenmalig Zaïre, Nigeria, Roemenië, Pakistan, Turkije en het uiteenspattende Joegoslavië. De privé-opvang zat in een mum van tijd vol. Ik heb uiteindelijk het Klein Kasteeltje losgekregen van François-Xavier de Donnea, ik heb het nog zelf moeten bemeubelen.»

'Op een gegeven moment kon ik niets goeds meer doen. De perceptie zat tegen, de pers en de andere regeringspartijen keerden zich tegen mij ''

HUMO U was niet de enige vrouw in de regering.

SMET «In het begin waren we met drie. Wivina Demeester was staatssecretaris van Volksgezondheid en Paula D’Hondt was staatssecretaris voor de PTT.

»Nu zijn er meer vrouwen in het parlement, maar in de regering zijn we nog altijd met te weinig.»

HUMO Bent u het ermee eens dat er in de politiek niets boven het ministerschap gaat?

SMET «Ja, het is inderdaad het summum. Ik wist ook al heel vroeg dat ik minister wilde worden. Ik ben altijd omringd geweest door politiek: mijn vader was senator. Als een leraar op school iets slechts zei over politici, dan ging ik tegen hem in. Ik wilde als jong meisje in de politiek gaan, en het is me gelukt. Daarna wilde ik minister worden en ook dat is gelukt.»

HUMO Bejegenen mensen u anders als u minister bent?

SMET «Ze houden meer afstand, er komen meer egards bij kijken. Maar ik vind dat normaal (lacht).»

HUMO U doet me nu denken aan de jongeman die ‘Hey, Manu!’ riep naar Emmanuel Macron en vervolgens een bolwassing kreeg van monsieur le président.

SMET «Dat zou ik niet doen, maar je mag toch een minimum aan respect verwachten?

»Als je minister bent, vragen mensen zich af wat je voor hen kan regelen. In die tijd bestond het dienstbetoon nog en kwam men voor het minste aankloppen. Een job, de belastingen, de legerdienst. In de tijd van mijn vader leefde dat nog veel sterker. Er was een trein die ‘het senateurke’ heette, omdat er zoveel mensen op zaten die werk hadden dankzij hem. Dat was in mijn tijd niet meer mogelijk.»

HUMO Had de job ook mindere kanten?

SMET (resoluut) «Nee. Het ministerschap zat me als gegoten. Ik kwam zelfs goed overeen met de journalisten (lacht). Al moet je ook tegen een stootje kunnen: het zou toch erg zijn als de media geen kritiek mogen geven? Toch heb ik soms medelijden met Joke Schauvliege: zij krijgt er elke week van langs.

»Ik heb zelf ook eens onder vuur gelegen, toen ik de vrouwenbesnijdenis wilde verbieden. Een krant schreef toen dat ik de besnijdenis ook voor mannen wilde verbieden. Het land stond op zijn kop.»

'Miet Smet (r), naast Wivina Demeester (l) en Paula D'Hondt: 'Als je minister bent, vragen mensen zich altijd af wat je voor hen kunt regelen.''

HUMO Op welke realisaties bent u het trotst?

SMET «Ik heb veel gedaan voor vrouwen. Als ik nieuwsberichten over #MeToo zie, denk ik: daar was ik toen al mee bezig. Ik heb als eerste actieplannen tegen seksueel geweld opgestart, ik heb studies besteld en gezegd dat ze vrouwen met rust moeten laten. Op de quota ben ik ook heel trots: het is goed dat er nu 40 procent vrouwen in het parlement zitten.»

HUMO In 1999 ging uw partij de dieperik in, en verdween ook u uit de regering. Een donkere periode?

SMET «Maar nee, gij. Ik heb het veertien jaar mogen doen: dat is toch fenomenaal? En er komt altijd een einde aan, dat moet je leren aanvaarden.»


Jaak Gabriëls: ‘Ik kende iets van boeren’

Jaak Gabriëls maakte een steile opgang binnen de Volksunie, tot hij in 1992 de overstap maakte naar de VLD. Nog eens zeven jaar later werd hij minister in de regering-Verhofstadt I.

JAAK GABRIËLS «Toen ik minister werd, zat ik al 22 jaar in het parlement. Ik had nooit de ambitie gehad om minister te worden, het is me overkomen. Toen de VLD in 1999 aan zet was, woedde de gekkekoeienziekte. Veel landbouwers kenden grote financiële verliezen omdat veel dieren geruimd moesten worden. Daarom wilde de partij iemand met kennis van zaken op Landbouw. Ik ben de zoon van een landbouwer: ik heb het van thuis uit meegekregen. Net als mijn vrouw.»

HUMO Er wordt weleens gesuggereerd dat uw ministerschap een beloning was voor uw overstap naar de VLD in 1992.

GABRIËLS (afgemeten) «Ik ben niet de enige die is overgestapt, we waren met veel. Na Zwarte Zondag (de overwinning van Vlaams Blok in 1991, red.) was de malaise in de politiek compleet. Wij wilden die impasse doorbreken en hebben gesprekken opgestart met Guy Verhofstadt – ik heb mijn partij daarover altijd op de hoogte gehouden – die uiteindelijk tot een nieuwe partij hebben geleid, de VLD.»

HUMO Was uw familie blij?


GABRIËLS «Niet echt, omdat ze beseften dat ik nog veel meer van huis zou zijn. Maar ze zagen ook de zwaarwichtigheid van de opdracht in: bij ons thuis wisten ze in welke miserabele toestand de landbouwers zich bevonden. (Plechtig) Ik moest mijn verantwoordelijkheid opnemen.»

HUMO Na anderhalf jaar bent u verkast naar de Vlaamse regering.

GABRIËLS «Door de staatshervorming werd Landbouw een Vlaamse bevoegdheid en ik ben mee verhuisd (lacht).»

'Jaak Gabriëls: 'Gelukkig had ik een chauffeur: ik zat met mijn hoofd in mijn dossiers, niet bij het verkeer.''

HUMO Was het ministerschap het hoogtepunt van uw carrière?

GABRIËLS «Ik ben historicus van opleiding: in Leuven heb ik geleerd te relativeren. Het is niet omdat je minister bent dat je plots moet gaan dwarsliggen, het belangrijkste is dat je oplossingen vindt. Neem de oprichting van het Federaal Voedselagentschap: dat was een belangrijke stap om een herhaling van de dioxinecrisis en de gekkekoeienziekte te vermijden. En ere wie ere toekomt: dat was vooral de verdienste van Magda Aelvoet, maar we hebben goed samengewerkt.

»Ik kijk met plezier terug op mijn periode als minister, omdat ik mezelf nuttig heb kunnen maken. Ik heb 34 jaar in het parlement gezeten, maar als minister zit je aan de stuurknuppel en kun je de koers wijzigen. Ik heb niet zitten niksen, ik denk dat ik minstens tien, twaalf uur per dag heb gewerkt. Ik bleef soms in Brussel slapen, omdat ik anders de dag erna niet op tijd op een vergadering zou kunnen zijn. Maar ik was jong en vond het razend interessant: het viel me nooit te zwaar.»

HUMO Zijn er ook mindere kanten aan de job?

GABRIËLS «Je bewegingsvrijheid wordt kleiner. Je moet je tong twee keer omdraaien voor je iets zegt – voor je het weet veroorzaak je een ruzie tussen coalitiepartners. Maar ik heb geen grote incidenten gekend.»

HUMO U had het op een gegeven moment toch aan de stok met Vera Dua? U liep zelfs mee in een betoging tegen haar landbouwbeleid.

GABRIËLS «Ik had een ander standpunt dan Vera Dua, maar ik vind dat je ook als minister ietwat bewegingsruimte moet kunnen behouden. Dat vind ik nog altijd. Je moet nu eenmaal keuzes maken, ook als die voor anderen hard overkomen. Maar ik heb zeker nooit slagen onder de gordel gegeven.»

HUMO In 2004 mocht Open VLD opnieuw deelnemen aan de Vlaamse regering, maar voor u was er geen plaats meer. Was u teleurgesteld?

GABRIËLS «Ja, vooral omdat ik mijn werk niet had kunnen afmaken. Maar tegelijk viel ook een zware verantwoordelijkheid van mijn schouders. Ik zei al dat ik historicus ben, dus ik weet ook dat alles een begin en een einde heeft. En ik denk dat een exit uit een regering meestal niet elegant verloopt. In de politiek mag je niet op mededogen rekenen: zo zit die wereld niet in elkaar. Maar wees gerust, ik ben niet in een zwart gat gevallen. Ik ben teruggekeerd naar mijn stad Bree en bleef actief binnen de partij.»

HUMO Plots moest u weer zelf met de auto rijden.

GABRIËLS «Ja, maar vaak vroeg ik andere mensen om te chauffeuren. Zonder dat ik ze daarvoor betaalde: ze deden het uit vriendschap, om het mij wat makkelijker te maken. Dat was vooral goed nieuws voor de tegenliggers: als ik aan het werk was, zat ik met mijn hoofd in mijn dossiers, niet bij het verkeer.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234