Afscheid nemen met Luc & Eppo Janssen: 'Goeie radio maak je met buikgevoel, om dat uit te leggen heb je geen powerpoint nodig'

Op 28 februari verdwijnt dreigingsniveau 5 voorgoed uit de ether: Luc Janssen, de spannendste portie buskruit die ooit in de Lage Landen heeft weerklonken, wordt met pensioen gestuurd en uitgewuifd met een vier uur durende show op Radio 1: ‘In Memoriam De Lux’. Bloemen noch kransen, maar plaatjes aanvragen mag wel. Een terugblik op 40 jaar vol muziek met vader Luc en zoon Eppo, programmator bij Pukkelpop: ‘Zodra het serieus wordt, verzin ik wel iets om de boel te doen ontploffen.’

Luc Janssen begon zijn carrière in 1979 met ‘Domino’ bij Omroep Brabant, een programma dat levens veranderde en Vlaanderen in de jaren 80 leerde dat niet alles wat blinkt pop is – of was het andersom? Voor de VRT volgden later onder meer ‘Crapuul de Lux’, ‘Select’, ‘Luftwaffe FM’ en ‘Mish Mash’. In Nederland schopte hij keet met ‘Semtex Cyberradio’, ‘Frontlijn’ en ‘De Moordlijst’, en stond hij met 3voor12 mee aan de wieg van internetradio. Hij deed dat alles met zoveel flair dat hij nog tijd overhad voor televisie (samensteller van ‘Villa Tempo’ op het toenmalige TV1, presentator van ‘LUX xl’ op Canvas), het presenteren van Rock Werchter en Pukkelpop, en het verwekken van drie zonen: Eppo, Jasper en Pim. Omdat kiezen tussen andermans kinderen makkelijker is dan kiezen tussen die van jezelf, lieten wij Eppo mee aanschuiven voor een dubbelinterview met zijn vader. Het feit dat Eppo jarenlang actief was als samensteller bij StuBru (‘Duyster’ will never be forgotten), intussen voltijds als programmator bij Pukkelpop aan de slag is en in 2011 in een open brief in De Morgen aan zijn vader schreef: ‘Jij met pensioen, ik zou dat vreemd vinden’, zat er ook voor iets tussen.

Luc Janssen «Ik had gewoon willen stoppen, zonder dat er iets bijzonders zou gebeuren, maar dat bleek niet tot de mogelijkheden te behoren. Twee jaar geleden heb ik nog een mooi programmavoorstel ingediend waar niks van is gekomen, nu word ik uitgewuifd met een vier uur durende show.»

HUMO Wat hield dat programmavoorstel in?

Luc Janssen «Het plan was om elke donderdagavond vanaf elf uur ’s avonds, als Radio 1 stopt, tot zes uur ’s morgens een programma te maken waarin ik mijn platenkasten leegdraai: ‘Ha, A Certain Ratio: leuk!’ Of: ‘Wat een bagger is dit? Dat ik dat bijgehouden heb! Kom, we leggen het op!’ Eventueel met gasten erbij die ik in de loop van de week toevallig zou zijn tegengekomen. Wat we hadden gedraaid, zouden we ’s ochtends in een verzegelde doos stoppen en wegschenken in één of andere wedstrijd. Ik ben van mijn ballast af, iemand anders is er blij mee, en we hebben een leuke uitzending gehad. Maar toen ik als titel ‘Rukkers laat’ voorstelde – naar analogie met ‘Reyers laat’ – zagen ze het niet meer zitten. Nu mag ik dus op de radio naar mijn eigen koffietafel.»

HUMO Ergens wel leuk, denk ik, je eigen koffietafel mogen meemaken.

Luc Janssen «Ik heb het zelf verzonnen, dus: ja (lacht). Ik relativeer het nogal, hoor. Zodra het serieus wordt, verzin ik iets om de zaak te ontmijnen, of iets waardoor de boel ontploft. Meestal dat laatste (lacht).»

HUMO Een mens ontsnapt met ouder worden blijkbaar niet aan de dwang om op te ruimen.

Luc Janssen «Van mijn platencollectie is er hooguit een meter die ik nog weleens opzet. Wat moet ik met de rest? Ik heb geen tijd meer om het allemaal nog eens te beluisteren. Ik wacht nu tot Eppo klaar is met zijn verbouwing, ik heb op de plannen gezien dat er nog een hele muur vrij is.»

Eppo Janssen «Het is wel een heel persoonlijke collectie: eclectisch en uniek. Ik zou die niet verloren willen zien gaan.»

Luc Janssen «Het is geen verzamelaarscollectie. Vijftien jaar geleden heb ik eens een fan van The Sisters of Mercy op bezoek gehad, een jongeman van wie ik de vader goed kende. Ik dacht dat ik wel wat van de Sisters had, maar die jongen was zwaar ontgoocheld toen hij zag wat ik had staan. Als ik al een bootleg had die hem interesseerde, was het er één waarvan het juiste inlegvel ontbrak. Ik ben nooit een muziekverzamelaar geweest, ik heb muziek gebruikt voor mijn werk.»

'Eppo Janssen: 'Als ik alle groepen moet programmeren die vier sterren hebben gekregen, duurt Pukkelpop een maand.''

HUMO Wat niet wegneemt dat er wel een paar kostbare stukken bij zullen zitten?

Luc Janssen «Ik heb tegen mijn vrouw gezegd: ‘Als ik kom te gaan, mag je die en die plaat niet zomaar weggeven, want daar kun je nog een kleine auto van kopen.’»

HUMO Je hebt het exemplaar van ‘Double Fantasy’ dat John Lennon voor Mark Chapman heeft gesigneerd, enkele uren vóór die hem neerknalde?

Luc Janssen «Nee, dat net niet. Zelf heb ik trouwens nooit een plaat laten signeren, omdat ik te veel respect heb voor het artwork. Van Alan Vega van Suicide heb ik ooit een polaroid genomen en die heeft hij gesigneerd, maar daar was ik dan ook heel zwaar fan van.

»Ik heb Captain Beefheart eens geïnterviewd, in 1980 of zo, en voor we eraan begonnen, vroeg hij of hij mijn blad met vragen mocht hebben. Hij draaide het om, nam een potloodje vanachter zijn oor en begon te tekenen. Geen gemakkelijk interview, omdat ik mijn vragen niet meer had, maar wel een heel mooie tekening. Na het gesprek vouwde hij het blad en hij stak het in zijn binnenzak. Ik heb nog altijd spijt dat ik toen niet het lef of de reflex heb gehad om te zeggen: ‘Mag ik alsjeblieft mijn vragen terug?’ Dan hing er nu een originele Don Van Vliet in mijn woonkamer.»

HUMO Eppo, ga jij emotioneel worden als hij ermee stopt?

Eppo Janssen «Wellicht wel, want het pakte mij ook al toen hij het mij vertelde, terwijl ik wist dat het eraan zat te komen. Ik heb nooit anders geweten dan dat mijn vader op de radio kwam. Het zal speciaal zijn, ook voor mijn broers.

»In 1999, toen ik ingangsexamen ging doen bij de VRT, vroegen ze mij of ik vond dat een presentator objectief moest zijn, en ik heb daar meteen ja op geantwoord. Gerrit Kerremans en Jan Hautekiet zaten er toen bij, en die zijn niet meer bijgekomen van het lachen. Het duurde even voor ik besefte waarom: ‘Juist, mijn pa is Luc Janssen.’ Maar ik zat daar als muziekliefhebber die een muziekprogramma wilde maken.»

Luc Janssen «Dat is het verschil tussen ons: Eppo is van de muziek, ik niet. Muziek is voor mij altijd de katalysator geweest om het te hebben over wat er rondom mij gebeurt, en over wat ik voel dat er op de wereld aan de hand is.

»De eerste jaren bij ‘Domino’ hebben mij meer gekost aan platen kopen dan wat ze mij hebben opgebracht. Ik kon niks met de muziek die de platenfirma’s opstuurden. Dat waren dingen die in een marketingplan pasten, niets wat mij interesseerde. Als je wilde weten wat er gebeurde, moest je naar die paar winkels in België die wél de juiste platen hadden.

'In de villa van Virgin Records mocht ik snuisteren in de bakken met proefpersingen. Ze wisten: als die Belg het mee naar huis neemt, kan het iets worden ''

»In Nederland werkte het met pluggers. Die hielden elke donderdagnamiddag spreekuur. Ook zij wisten dat ze bij mij niet terechtkonden, omdat ik hun plaatjes een jaar eerder al had gedraaid. Achteraf, na het spreekuur, trokken ze met z’n allen naar de villa van Virgin Records om coke te snuiven. Voor mij, die Belg, stond er een sixpack Heineken klaar. Ik mocht ook snuisteren in de bakken met proefpersingen, en dan keken ze altijd nauwlettend toe, omdat ze wisten: als die Belg het mee naar huis neemt, kan het iets worden. Daft Punk heb ik daar ontdekt. En ‘I’ve Got the Power’ van Snap. Platte popmuziek, maar als zoiets een vette hit werd, had je wel voor de rest van je dagen respect van heel Hilversum. Ik heb een neus voor kwaliteit, of voor dingen die een hit kunnen worden, en dat heeft Eppo ook. We hebben zoveel dingen gezien en gehoord dat we snel het kaf van het koren kunnen scheiden.

»Ik ben bijvoorbeeld ook als één van de eersten Lenny Kravitz gaan interviewen. Niet meteen mijn ding, maar ik had van de Belgische platenfirma een cassette van zijn eerste plaat gekregen. Ik hoorde dat het heel goed was, en had de mensen in Hilversum erover aangesproken. Een paar weken later kreeg ik telefoon van Virgin America: ‘Luc, je weet het niet van mij want wij hebben er niks mee te maken, maar die Kravitz zit in een hotel in Amsterdam.’ Hij zat daar met Lisa Bonet, een reden te meer om naar Amsterdam te rijden.

»Ik liet de receptie naar zijn kamer bellen: hij bleek in bad te zitten, maar twintig minuten later mocht ik aankloppen. Geweldig interview was dat. Ik herinner me nog hoe hij in tranen vertelde over ‘Mr. Cab Driver’, en dat hij stomverbaasd was dat iemand uit België wist dat hij een plaat had gemaakt. Ik reed terug naar Hilversum, monteerde het gesprek en zond het ’s avonds uit. ’s Anderendaags telefoon van mijn baas: ‘Luc, wie was die man? Hoe kom je aan dat interview? Wie heeft dat gemonteerd en wie heeft je toestemming gegeven om dat uit te zenden? Zo doen wij dat hier niet.’ Ik: ‘Oei, vond je het niet goed?’ Waarop hij: ‘Jawel, heel goed, we gaan dat vanaf nu allemaal zo doen!’ (lacht) Bij de VRT deed ik het ook al zo, terwijl het daar ook niet gebruikelijk was. Om te monteren is er namelijk personeel in dienst.

»Voor we op zaterdagavond aan ‘Domino’ begonnen, legden Arnold Rypens en ik samen voor een goedkope fles wijn, waarmee we de twee technici wegstuurden. Zowel Guy De Pré – die het eerste, meer rootsgerichte deel van ‘Domino’ presenteerde – als ik vonden het leuk om zelf met techniek bezig te zijn. En terwijl die technici in een lokaaltje hun vakantiedia’s gingen inkaderen bij een glaasje wijn, deed ik de techniek voor Guy, en hij voor mij.»


Sigaar op wielen

Eppo Janssen «Pa heeft me altijd op het hart gedrukt om zo breed mogelijk te kijken. Als we vroeger bijvoorbeeld op vakantie gingen, dan was dat nooit naar Center Parcs, maar wel naar Parijs of Londen.

»Als we vroeger met de school naar Brussel gingen, dan was ik degene die tegen de leraar moest zeggen: ‘Neenee, het is die kant op.’ We kwamen uit de Kempen, hè. Maar hij heeft altijd met een ruime blik naar alles gekeken. Als we naar Rome gingen dan was het om naar Caravaggio te gaan kijken. Zijn zintuigen stonden altijd open. En als iets dwars was, of er werd wat gewrongen, dan interesseerde het hem nog net iets meer. Omdat hij wist: daar gebeurt het. Er kwam thuis ook altijd volk over de vloer met de nieuwste snufjes.»

Luc Janssen «De allereerste elektrische auto, gemaakt door Macintosh, daar hebben wij thuis in de Veldstraat mee gereden. Een witte sigaar op wielen, met een batterij erin.»

Eppo Janssen «Ik weet nog dat ik toen heel lastig was omdat ik er niet mee naar school mocht rijden (lacht). Die vrienden van hem waren net als hij gasten die op zoek waren naar wat er zat aan te komen.»

Luc Janssen «Toen ik 16 of 17 was, ging ik met de trein naar Londen. Trafalgar Square en Madame Tussauds liet ik links liggen, in plaats daarvan ging ik naar Camden Lock of Dingwalls, waar je in een bar toevallig naast Bob Dylan kwam te zitten. Ik zou niet geweten hebben wat ik tegen Bob Dylan moest zeggen, maar je was wel op de plek waar je voelde dat het gebeurde. En je leerde geen angst te hebben om die plekken op te zoeken. Dat hebben Eppo, en zijn broers Pim en Jasper, van kleins af meegekregen: dat je voor iemand als pakweg Nick Cave geen blokje moet omlopen. Je moet niet zelf een afstand creëren.»

HUMO Ik las dat één van mijn vroegere helden, Andrew Eldritch van The Sisters of Mercy, een vriend van je is geweest. Als er iemand was van wie ik dacht dat je er wél een blokje voor moest omlopen, dan toch Eldritch.

Luc Janssen «Na mijn ontslag bij de VRT naar aanleiding van het scheetincident (in 1982 stuurde Janssen live een scheet van een luisteraar de ether in en werd hij op staande voet ontslagen, om een half jaar later weer te worden binnengehaald, red.), ben ik met een paar mensen een platenlabel begonnen, en daarop hebben we de allereerste single van The Sisters uitgebracht. Ik ben toen vaak met Eldritch – ik mocht hem Andy noemen – naar fuiven van de VUB geweest. Als hij Andy was, zag hij eruit alsof hij bij een bank werkte en herkende niemand hem. Maar bij The Sisters trok hij een zwarte leren broek en een lange, zwartfluwelen jas aan, hij zette een zonnebril en een hoed op en werd de Vleermuis. ‘Als je echt iemand wilt worden, Luc,’ zei hij, ‘dan moet je je verkleden.’ Ik heb zijn raad nooit opgevolgd.

»Een vriend zou ik hem niet noemen, maar we hoorden elkaar wel geregeld. In 1992 is daar abrupt een einde aan gekomen. Nirvana had toen in laatste instantie afgezegd als headliner van Pukkelpop – Cobain had in Rome weer maagpijn gekregen – en Chokri en Herman Schueremans, die wisten dat ik Eldritch kende, vroegen me of The Sisters niet wilden headlinen. Ik bel hem op en hij zegt: ‘Waarom bel jij me daarvoor?’ Ik antwoord: ‘Geen idee, ze hebben mij dat gevraagd.’ Een halfuur later belt hij terug: ‘Ik weet waarom je het vraagt: normaal zou Nirvana spelen en wij moeten ze vervangen. Don’t call me Andy anymore, it’s Andrew from now on.’ Hij vond dat ik hem erin had willen luizen. Sindsdien heb ik ’m niet meer gehoord. The Sisters hebben toen wel degelijk op Pukkelpop gespeeld: Andrew had zijn haar afgeschoren en was helemaal in het wit gekleed, en hij heeft geen enkele hit gespeeld. Zo’n grote fuck you dat je mensen in het publiek zag kijken: zijn dat wel The Sisters of Mercy? Twee dagen eerder had hij in Brussel een verrassingsconcert voor de fans gespeeld: helemaal in het zwart, en met alle hits.

»In 99 procent van de gevallen blijken de artiesten van wie ik de muziek goed vind, ook als mens erg mee te vallen. Ninja van Die Antwoord, bijvoorbeeld, die eigenlijk Watkin Tudor Jones heet, heb ik voor het eerst gezien toen hij in Johannesburg in een tent voor zeventig mensen een sprookje over een vis zat te vertellen. Ik wist meteen: dit is een kunstenaar pur sang. We zijn bevriend geraakt, en later werd hij Max Normal en ging hij rappen bij Die Antwoord. Maar hij schrijft ook fictie, fantasy, en hij heeft me eens een zak bezorgd met figuurtjes die hij uit washandjes had genaaid. Prachtig. Ik zei: ‘Die moet je opsturen naar Disney!’ Maar hij was alweer met iets anders bezig. Hij heeft me ooit een singer-songwriterplaat gestuurd waarvan hij zich vervolgens volledig heeft gedistantieerd: één van de beste dingen die ik ooit heb gehoord. Een plaat die hij had gemaakt na de dood van zijn vader. Hij kan wat creepy overkomen, maar ’t is een geweldige kunstenaar en een schat van een vent. Op Pukkelpop staat-ie bijvoorbeeld ineens achter je, neemt hij je vast en fluistert in je oor: ‘Ik wil me stokkie diep in je keel steken.’ (lacht) Dat is voor hem pure liefde, zijn manier om te zeggen: ‘Ik zie u gère.’

»Tegen de artiesten die ik beter heb leren kennen, ben ik ook altijd eerlijk geweest in mijn commentaar op hun werk. Toen Frank Black soloplaten ging maken die ik niet goed vond, heb ik ’m dat gezegd. Waarop hij een hele tijd niks van zich heeft laten horen (lachje). Des te fijner dat hij jaren later zelf besefte dat het niet zijn beste periode was, en dat ook toegaf. Er zijn genoeg mensen die tegen zo’n Frank Black om wat voor reden dan ook altijd zeggen: ‘Goed bezig!’»

'Luc Janssen: 'Elke dag een nieuw groepje op StuBru: ik word daar zenuwachtig van. Dan denk ik: ik heb de vorige vijf nog niet gehoord.''


leren jassen

HUMO Waren de Pixies jullie eerste gezamenlijke liefde?

Eppo Janssen «Ik denk het wel.»

HUMO Bruce Springsteen niet, neem ik aan.

Eppo Janssen «Nee, daar had hij veel minder mee.»

Luc Janssen «Omdat ik niet echt met muziek bezig ben, was ik één van die mensen die Springsteen compleet fout hebben ingeschat toen hij met de Amerikaanse vlag begon te zwaaien.»

Eppo Janssen «Bruce Springsteen was de invloed van mijn Chiro-leiders. Eén van de weinige keren dat er sprake was van een soort afzetten tegen mijn vader.»

Luc Janssen «Terwijl hij nu bij mij thuis weleens een plaat van Springsteen uit de kast trekt en mij aankijkt: ‘Huh?’ (lacht)»

Eppo Janssen «Hij had ze blijkbaar wel. Mijn pa nam me vaak mee naar concerten in de legendarische zaal Lux in Herenthout.»

Luc Janssen «Weet je nog wat het eerste was dat we daar samen hebben gezien?»

Eppo Janssen (knikt) «The Fuzztones, Hard-Ons, The Paranoiacs en Claw Boys Claw

HUMO Dat kan maar één jaar geweest zijn!

Eppo Janssen «1988 (lacht). Ik had toen al wel Pukkelpop meegemaakt, maar zo’n concert in een zaal was toch anders. De geur van leren jassen! Dat jaar zag ik ook de Pixies, en het jaar daarop de Ramones. Toen is echt alles veranderd: van Springsteen was er plots geen spoor meer.»

HUMO Is jouw job de afgelopen tien jaar drastisch veranderd?

Eppo Janssen «Absoluut. Enerzijds door het internet, en anderzijds doordat de budgetten verschoven zijn. Vroeger betaalden de platenfirma’s de tournees, nu doen wij dat. Vroeger konden we autonoom programmeren, nu is het contact met de andere festivals veel belangrijker geworden. Er zijn er ook veel bij gekomen: in België zijn er zeker tien à vijftien topfestivals.

»Vroeger belden wij naar platenwinkel GigaSwing in Hasselt om te vragen hoeveel platen er van een groep waren verkocht om die te kunnen inschatten, nu moet je rekening houden met streamingcijfers. ’t Is te zeggen: daar trek ik me intussen ook niks meer van aan, want dat zou een heel makkelijke manier van programmeren zijn: je neemt gewoon de top 15 in België en zet die op de affiche.»

HUMO Heb je ooit dingen compleet fout ingeschat?

Eppo Janssen «Ik was in het begin totaal niet mee met Arcade Fire. Misschien zat ik toen te hard in mijn ‘Duyster’-trip. En andersom zal ik ook wel een hoop dingen geprogrammeerd hebben die nooit iets geworden zijn, maar dan zou ik de affiches erbij moeten nemen. Groepen die ik in de States live in een kleine club had gezien, en die op een groot podium totaal niet bleken te werken. En tegenwoordig is het moeilijker dan ooit, met al die snoepjes van de dag. Op StuBru is de hot shot vervangen door de catch of the day. Da’s élke dag een nieuw groepje, hè.»

Luc Janssen «Ik word daar zenuwachtig van. Dan denk ik: weer vijf nieuwe, en ik heb de vorige vijf nog niet gehoord.»

Eppo Janssen «Elke booker komt ook af met: ‘We stonden wel bij de tien beste platen van de week!’ Of: ‘We hebben daar en daar vier sterren gekregen!’ Als je alle groepen moet programmeren die vier sterren hebben gekregen, duurt het festival een maand.»

HUMO Heb je muziekvrije periodes?

Eppo Janssen (denkt na) «Nee. Of misschien één keer per jaar, als we met het gezin op vakantie gaan. In de bossen in Frankrijk, zonder wifi. Maar in die week mis ik de muziek wel. Dan ben ik in mijn hoofd al bezig met wat ik ga opzetten als we terug thuis zijn.

»Ik vind deze job geweldig, maar ik mis de radio. Ik mis die specifieke manier van met muziek bezig zijn. Voor een radioprogramma moet je een song door en door en van begin tot eind kennen, terwijl ik nu vaak beslissingen neem op basis van twintig andere parameters die weinig met de muziek te maken hebben, maar die belangrijk zijn voor het festival. Ik ben nu veel meer bezig met de businesskant van het verhaal, wat ik razend interessant vind, maar ik mis het ambacht van radio maken. Zoals andere mensen gaan joggen of fitnessen, kroop ik voor ‘Duyster’ in mijn cocon. Dat was me-time.»

Luc Janssen «Ik heb binnenkort veel tijd, Eppo. Als je iemand zoekt…»

HUMO Hoe vlot het eigenlijk met de affiche van Pukkelpop 2019?

Eppo Janssen «Die is voor 70 procent rond. Vroeger werd de volledige affiche in één keer gepresenteerd, nu doen we het mondjesmaat. Anders zouden veel mensen denken: shit, daar ken ik 80 procent niet van, misschien is het dit jaar niks voor mij. Vergelijk het met een kerstboom: het prikkelt veel harder als daar vijf in plaats van vijfhonderd pakjes onder liggen.»

Luc Janssen «Om de affiche te presenteren moet je misschien een Pukkelpop-bordspel overwegen, een soort ‘Wie ben ik?’: ‘Heeft hij een snor?’ (lacht)»

HUMO Zijn de beste radioprogramma’s die met het simpelste concept? Goeie titel en goeie muziek?

Luc Janssen «Ik zat eens in een workshop waar aan jonge radiomakers werd uitgelegd hoe het moest. Als grote voorbeeld haalden ze ‘Mish Mash’ aan, en daar hoorde een hele uitleg met powerpoint bij. Ik heb toen op de achterste rij mijn vinger opgestoken en gezegd: ‘Sorry, maar ik heb dat programma gemaakt, en het enige concept was: het is vrijdagavond, ik heb net mijn televisieprogramma gemaakt, ik ben hondsmoe, ik heb voor twee uur plaatjes gekregen, ik gooi die omhoog, plak ze aan elkaar, ontkurk een fles witte wijn, doe de deur van de studio op slot en zet alles op tien.’ Om dat uit te leggen heb je geen powerpoint nodig. Goeie radiomakers werken vanuit hun buikgevoel.»

Eppo Janssen «De manier waarop jij een programma in elkaar stak, vond ik wel heel speciaal. Bij de VPRO had je eens twee programma’s na elkaar, het eerste presenteerde je met je gewone stem, het tweede met een robotstem.»

Luc Janssen «Dat was ‘Semtex Cyberradio’. Internet zat eraan te komen, er stond van alles te gebeuren, maar we wisten nog niet goed hoe dat er zou uitzien. We wilden iets futuristisch maken, cyberradio, weet je wel. Ik ben bij Blokker voor 199 frank een Casio Rapman gaan kopen, een plastic keyboard met een schijf om te scratchen. Er zat een toektoektoek-drumstelletje in, een ambulance, een deurbel, dat soort dingen. En een microfoontje met drie standen: Donald Duck, een grafstem of een gewone stem. Kraakte verschrikkelijk. Ik ben daarmee naar mijn vrienden van Front 242 gegaan, die het aansloten op – ik zal het nooit vergeten – een Ensonic DP4. Een toestel waarmee je kon morfen. Dat klonk zo apart dat ik meteen wist: dit wordt het. Een paar weken later hadden we in Hilversum Massive Attack op bezoek, en toen die mij bezig hoorden door dat ding, wilden ze het meteen hebben: ‘Your machine is wicked, man!’ Ik wilde het niet verkopen, maar na lang aandringen van hun manager heb ik gezegd: ‘500 gulden.’ Ze hadden enkel dollars op zak en hebben mij er nog een smak meer voor gegeven. De dag erna ben ik het voor 199 frank opnieuw gaan kopen. Niet lang daarna zijn die van Massive Attack gestopt met joints blowen (lacht).»


Man met borstjes

HUMO Je hebt daarnet je korte tv-carrière even vernoemd. Ik denk dat ik je ooit maar één keer op je ongemak heb gezien, en dat was toen je in ‘LUX xl’ Hans Teeuwen op bezoek had.

Luc Janssen «Dat was inderdaad niet zo comfortabel. Om het fris te houden wilde ik mijn gasten nooit vooraf zien, terwijl het in de tv-wereld wel gebruikelijk is dat je eerst een praatje maakt en de vragen even doorneemt. Soit, Hans Teeuwen had bij de producers mijn gegevens opgevraagd en me een mailtje gestuurd: ‘Hey, Luc, ik heb je foto gegoogeld: ouwe mannen krijgen borstjes, hè?’ Beetje jennen, typisch Hans.

»Ik heb me op tv nooit helemaal op mijn gemak gevoeld, het is gewoon niks voor mij. Na de derde reeks ben ik naar de baas gestapt en heb ik gezegd: ‘Ik stop ermee.’ Waarop hij: ‘Janssen, ik heb net een nieuw seizoen van veertien afleveringen besteld!’ ‘Ja, maar niet bij mij.’ Het is niet mijn ding, er wordt veel te veel voor jou beslist door andere mensen.»

HUMO Laatste vraag: heb je in de loop van je carrière ooit het gevoel gehad dat je oud werd?

Luc Janssen «Eén keer. Ik stond op Werchter backstage iets te drinken toen de manager van een grote band, de naam ontglipt me even, me de hand kwam schudden en zei: ‘Herman, thanks for having us.’ (lacht) Dat vond ik heel akelig.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234