Afscheid van Tuur Van Wallendael

'Iedereen gaat dood. Maar het idee dat je er een datum op kan plakken: dat is wel aangrijpend.' Academicus, leraar, journalist, politicus en Antwerpenaar Tuur Van Wallendael is woensdag 18 november overleden op zijn voorwaarden.

Humo 3602/38 van 15 september 2009

'Het is zo onaanvaardbaar. Je kàn je niet verzoenen met je eigen dood'

Tuur Van Wallendael (70) ontvangt blootsvoets op de hoogste verdieping van zijn huis in de Seefhoek, tussen honderden boeken en foto's die wijzen op een rijkgevuld leven: academicus, leraar, journalist, politicus, Antwerpenaar. In juni heeft hij van de dokters te horen gekregen dat zijn darmkanker is uitgezaaid naar lever en longen. De prognose luidt drie tot zes maanden, maar het kan ook nog een paar jaar duren. Op zijn bureau ligt een scheurkalender van 2010 klaar. Maar wat het ook wordt, zegt hij, hij zal sterven op zijn voorwaarden. Zonder pijn, en met waardigheid.

Een afscheidsfeest heeft hij eind augustus al gegeven; nu is hij bezig aan een reeks afscheidsinterviews. Bijna tweeënhalf uur lang praat hij, soms merkwaardig meanderend, over zijn ziekte, politiek, kunst, geloof en zijn geliefden. 'Iederéén sterft, ik weet dat wel. Alleen: dat er een datum wordt opgeplakt, dat is aangrijpend.'

Tuur Van Wallendael «Er zijn momenten dat het fysiek echt niet gaat. Zoals vanmorgen. Het heeft er ook mee te maken dat ik nog nooit zoveel interviews heb gegeven - en lánge interviews. En met vragen waarover ik moet nadenken (lacht). Niet mijn gewoonte.»

HUMO Waarom geeft u die interviews? U wilt per se nog iets kwijt aan een ruim publiek?

Van Wallendael «Met mijn verleden is het moeilijk om aan sommige mensen een interview te weigeren. En voor een stuk vind ik het ook een morele plicht. Mijn eerste reactie was: geen interviews. Mijn vrouw Linda zei ook: nee. Maar ik heb er met mijn broer Jan en een vriend over gesproken, en hen leek het wél een goed idee. Omdat ze vonden: 'De manier waarop je gaat sterven is geen dagelijkse kost. Je zou er, na Hugo Claus, voor kunnen zorgen dat er over euthanasie weer op een gewone manier kan worden gepraat.' En zo waren we vertrokken.»

HUMO Speelde u al langer met de gedachte aan euthanasie?

Van Wallendael «Nee. Ik heb het verdict pas gekregen in juni.

»Ik was in 2003 al geopereerd voor een darmtumor. Daarna ben ik vier, vijf jaar goed geweest, écht goed: ik heb zelfs nog gewerkt (als SP.A-schepen in Antwerpen, red.). Maar op mijn controlebezoek in juni zei de oncologe: 'Ik heb slecht nieuws, er is een nieuwe tumor. En die nieuwe tumor is al uitgezaaid naar uw longen en lever.' Ik vroeg: 'Wat gaan we doen?' Opnieuw chemo, dus. Maar op de scans bleek dat de tumor ondanks de behandeling nog groeide. De artsen zeiden: we raden aan om te stoppen met chemo, maar jij beslist. Dus ben ik gestopt.»

HUMO Dat is toch een bijzonder moeilijke keuze: jezelf opgeven?

Van Wallendael «Ja. Enfin, zo'n gesprek duurt wel wat langer dan ik het hier vertel. Ze beschrijven precies wat er allemaal zal gebeuren met je lijf. Ze zijn daar zeer direct in. Vanaf 2003 hebben ze me op geen énkel moment valse hoop gegeven.

»Na dat verdict heb ik thuis overlegd met mijn vrouw, mijn broer en een vriend van me die arts is. Het duurt eventjes voor je je neerlegt bij het onvermijdelijke. Het is zó onaanvaardbaar. Je kán je niet verzoenen met je eigen dood.

»Ik kan erover spreken met mijn vrouw, maar dat is nog veel erger. De euthanasie zelf is voor mij een kwestie van seconden. Je kan dat zelf kiezen: wil je traag vertrekken of in een paar seconden? Maar voor haar is dat het begin van een rouwproces van maanden of zelfs jaren.

»Ik wilde thuis sterven. Maar toen zei de dokter: 'Nu moet je je even voorstellen. Jij ligt 's middags in je bed, omringd door je naasten. Een prik en je bent dood. De begrafenisondernemer komt je halen. En 's avonds gaat je vrouw slapen. In dat bed.' Daar had ik nooit aan gedacht! Dus heb ik gezegd: we zullen maar naar het gasthuis gaan.»

HUMO Vond u het verdict niet verschrikkelijk onrechtvaardig?

Van Wallendael «Zeker. Waarom ik? Dat is een domme vraag - enfin, dom omdat je het antwoord wéét: brute pech. Ik rook niet. Ik doe wél andere dingen die niet goed zijn voor de gezondheid (grijnst).

»Het was me eigenlijk voorspeld. Ik heb sinds de jaren zeventig een chronische ziekte in de dikke darm. De dokter zei: de ziekte kunnen we onder controle krijgen, maar het is een voedingsbodem voor tumoren. Daarom heb ik me daar ook altijd laten controleren. En in 2003 was het zover.»

HUMO Is de gedachte aan sterven sinds juni draaglijker geworden?

Van Wallendael «De paniek is verminderd. Een week of drie, vier geleden ben ik met mijn broer een week naar een hotel gegaan, in Noordwijk-aan-Zee. We hebben daar een week gepraat. Over het verleden, onze familie. En natuurlijk over: hoe gaan we dat doen? Hij kwam af met het idee voor dat feest. Bezig zijn met dat te plannen: dat helpt.»

Afscheid van Tuur Van Wallendael

HUMO Mensen met kanker krijgen vrijwel altijd een pronostiek, u ook. Wilde u echt weten hoe lang u nog te leven had?

Van Wallendael «Ik heb het gevraagd. Om dingen te kunnen regelen, puur praktisch. De arts zei: een niet-verzorgde darmtumor is drie tot zes maanden. Maar dat is een gemiddelde: het kan veertien dagen zijn, het kan ook een paar jaar zijn. Je bént daar niet veel mee.»

HUMO De gemiddelde levensverwachting voor een Belgische man is ongeveer 78. U wordt binnenkort 71. Cru gesteld: in wezen is uw levensverwachting niet veel korter dan die van leeftijdsgenoten.

Van Wallendael «Ja. Het is een beetje raar: ik weet nu dat ik ga sterven, maar: jullie ook, hoor. (Glimlacht) Dat zeggen die dokters ook: 'Je bent niet de enige die gaat sterven, kijk maar rond.' Maar het idee dat je er een datum op kan plakken, dat is wel aangrijpend. Daarom vind ik het ook goed dat ik de zaak in eigen handen kan nemen en niet volledig van de medische sector afhang. Ik ben meteen lid geworden van Recht op Waardig Sterven. Al heb ik gezien dat ik mijn lidgeld het laatste jaar nog niet betaald heb: ik zal daar maar beter eens naar kijken.

»Zodra je dat in handen hebt, heb je... iets meer in handen. Je kan er rationeel over denken: je bent een mens, en dus ga je eraan. Dat is een... hoe heet dat (bromt) - dat is een bijkomend verschijnsel: gaten in het geheugen, ik vergeet van alles. De Engels-Oostenrijkse filosoof, hoe heet hij - Wittgenstein! Wittgenstein zei: de dood maakt integraal deel uit van het leven. Hmm. Not true. Vergeet het. Maar met dat lidmaatschap van Recht op Waardig Sterven krijg je een beetje macht terug.

»Ik zie de dood niet als een nederlaag. Verliezen doe je altijd, maar ik ga verliezen op mijn voorwaarden. Voor een groot deel toch. Ik heb twee voorwaarden. Ten eerste: geen pijn. Ik heb een hekel aan pijn, ik ben zéér kleinzerig. Ten tweede: waardigheid. Ik wil mijn waardigheid behouden - al begin ik daar soms al aan te twijfelen. Mijn mobiliteit is zeer beperkt, ik kan ongeveer honderd meter stappen. Ik heb geen volledige controle over mijn stoelgang: in die vorige operatie hebben ze allerlei zenuwen moeten doorknippen. Dat vind ik al een fel gebrek aan waardigheid, moet ik u zeggen. Ik heb ook ogenblikken dat ik niet kan lezen of zelfs maar naar muziek kan luisteren. Zo suf als iets. Verschrikkelijk vervelend.»

HUMO Neemt u medicijnen?

Van Wallendael «Pijnstillers. Dezelfde als u neemt, hoor: Dafalgan. Dat zal nog wel veranderen, als de pijn erger wordt.»

HUMO Volgens palliatieve zorgverleners hebben de meeste 'uitbehandelde' mensen nood aan angstremmers. Neemt u die ook?

Van Wallendael «Ik neem Xanax en nog iets anders, ja. Van angst heb ik niet zoveel last: ik zou gerust nog meer pillen mogen nemen van de artsen, maar ik doe het niet. Ik zal de goden uitdagen: ik ben niet bang van de dood. Maar ik heb spijt. Spijt dat ik dit allemaal ga missen. Mijn vrouw, de mensen die ik ken, dit leven, wat er allemaal gebeurt. En door mijn ziekte moet ik 's avonds al rond halfnegen gaan slapen: daardoor is het nóg eens zoveel korter. Daar geraak ik niet uit, hoor. En dan helpt die Xanax soms wel.»

HUMO In een interview in 2003, toen de kanker was ontdekt, zei u in een interview: 'Ik schaam me over mijn ziekte, ik voel me defect.'

Van Wallendael «Ik was vergeten dat ik dat gezegd had. Ik was toen veel actiever, natuurlijk. Ik had een schepenambt. Nu overheerst de spijt.

»Ik ben al meer dan twintig jaar geabonneerd op de New York Review of Books. Ik heb net een brief gekregen dat mijn abonnement vervalt. Wat moet ik daar nu mee dóén? Een jaar verlengen? Mijn kamer stáát al vol boeken. En ik heb er net nog bijgekocht: een paar banden van het Verzameld Werk van Cyriel Buysse. Onvindbaar.»

HUMO Gedragen mensen zich nu anders tegenover u?

Van Wallendael «Een beetje wel. Omdat ze niet weten hoe ze ermee moeten omgaan. Ik had dat vroeger ook, als ik wist dat iemand kanker had. Moet je doen van 'hoe is 't, Swa', of moet je er expliciet over beginnen? Vandaar dat ik er altijd open over ben geweest. Ik zei: ik ga 't niet in de gazet zeggen (lachje), maar ik ga er ook niet over liegen.»

HUMO Welke sfeer hing er op uw afscheidsfeest eind augustus?

Van Wallendael «Dat was best aangenaam, hoor. Er waren meer dan driehonderd mensen. Ik wist op voorhand ook niet wat er precies zou gebeuren.»

HUMO Voelde dat niet als uw eigen begrafenis bijwonen?

Van Wallendael «Eén van de aanwezigen was een goede vriendin van me. Ze is een jaar of drie, vier weduwe, en op de begrafenis van haar man heb ik de lijkrede uitgesproken. Ze vond het mooi en ontroerend, en ze heeft toen gezegd: spijtig dat mijn man jouw woorden niet heeft kunnen horen. Op het feest vorige zondag kwam ze naar mij: 'Gij smeerlap, voor uw eigen hebt ge 't geregeld, hé.' (lacht) Het was ongewoon, en dus ook soms oncomfortabel, maar na een tijdje vond iedereen de goede toon.

»Een paar mensen zullen twéé speeches moeten geven, ja. Caroline Gennez heeft het met zoveel woorden gezegd: 'Ik ben aan het werken aan een tweede speech.' Zo werd er gesproken. En er is ook wel geblèt, natuurlijk.»

HUMO Mario Verstraete, die in 2002 als eerste gebruikmaakte van de euthanasiewet, vertelde in Humo hoe hij zijn begrafenis meticuleus had gepland en bijvoorbeeld zelf afspraken had gemaakt met het crematorium. U ook?

Van Wallendael «Nee. (Wijst naar een stapeltje cd's) Ik heb wel wat muziek uitgekozen. En de plaats vond ik ook belangrijk: het crematorium in Antwerpen is te klein, en bovendien is het een treurige plek. Ik denk er nu aan om het in de Roma te doen: ik woonde daar als knaapje in de buurt, dat was mijn buurtcinema. Ik lig er niet echt van wákker, hoor.»

HUMO Zitten er ergens ook positieve kanten aan zo'n fataal verdict? De jarenlange onzekerheid die wegvalt?

Van Wallendael «Positieve kanten... Je gaat wel onvermijdelijk denken: ik heb hier toch ruim zeventig jaar mogen rondlopen. Ik heb een aantal dingen gekregen van de schepper, maar ook een aantal dingen niet - de smeerlap! Je maakt een balans. Dat doe je niet als je gezond bent, of toch niet met hetzelfde sérieux. Dan wil je vooruit. Nu ben ik stilgevallen. Alles stopt, hè. Ook door dat gebrek aan mobiliteit.

»Ik wilde deze zomer voor een week naar Avignon. Alles was geregeld, tgv enzovoorts. Maar dan begin je te denken: hoe geraak ik van hier naar het station? Wie gaat mijn koffers dragen? En in de trein: ik moet geregeld naar het toilet, en ik kán niet wachten. Er moet altijd een toilet vrij zijn. Dan besef je: het gáát niet. Ik ben dus niet gegaan. Ik heb al jaren een abonnement voor het Filharmonisch Orkest: ik kan het niet meer. Dat is vernederend. Dat ik niet meer zal deelnemen aan de Olympische Spelen, dat is logisch. Maar dat die eenvoudige dingen me worden afgenomen, dat doet pijn.»

Afscheid van Tuur Van Wallendael

Niet content

HUMO Als u de balans opmaakt, wilt u zich dan ook nog verzoenen met mensen die u onheus behandeld hebt? Of met mensen die ú onheus behandeld hebben?

Van Wallendael «Nee. Dat heb ik niet. Als hier morgen iemand komt zeggen: 'Weet je nog, in 1984 heb je dit en dat gedaan', dan zou ik zeggen: laat zitten

HUMO Een politicus maakt per definitie vijanden.

Van Wallendael «Meer dan iemand anders? Het houdt me niet zo bezig. Bovendien: na de eerste wanhoopsvlaag probeer je wat orde te scheppen, en dan denk je: ik mag niet klagen. Ik ben bijna eenenzeventig. Veel mensen sterven oneindig jonger. Ik heb me zelden verveeld in mijn leven. Ik was daarover tevreden. Maar dát is gekanteld.»

HUMO U bent nu ontevreden?

Van Wallendael «Ja. Door het lezen van een gedicht van Yeats. Die man heeft de Ierse literatuur gemáákt. Nobelprijs gekregen. Joyce gemaakt, Beckett. En hij schrijft op 't eind van zijn leven een gedicht waarin hij opsomt wat hij gedaan heeft. Het slotvers is: but I am not content. En voorlopig is dat ook mijn laatste vers. Als zo'n groot man... Dan ga ik toch niet roepen dat ik wél content ben?»

HUMO Uw discours klinkt bijna katholiek.

Van Wallendael «Calvinistisch, zou ik zeggen.»

HUMO U bent toch nuttig bezig geweest? Leraar, journalist, politicus.

Van Wallendael «Eén van de vragen die ik me stel is: had ik er niet beter één ding uitgepikt en me daarop gefocust? Zodat je op het einde kan zeggen: dát heb ik toch goed gedaan.

»U zult wel weten: mijn leven is niet altijd jolijt geweest. Mijn eerste vrouw is gestorven in een auto-ongeluk, toen ik een jaar of 25 was. Dat heeft me doen beslissen om niet aan de unief te blijven - we waren samen assistent aan de universiteit in Gent. Ik heb toen wat gedoold. Wat lesgegeven. Bij mijn vader gewerkt, die destijds aannemer was. En daarna in de journalistiek beland, bij de VRT. Je zou kunnen zeggen: er zit geen lijn in. Ik had het er nog over met Etienne Vermeersch - die was samen met mij assistent.»

HUMO U bent nog met hem gaan gokken in Knokke.

Van Wallendael (verrast) «Juist! Hoe weet u dat? We wilden rijk worden, maar na vijf minuten aan de roulette waren we al platzak. We zijn later nog berispt door de rector! In zo'n casino moet je je inschrijven, en blijkbaar werd dat doorgegeven aan je werkgever, of toch bij ambtenaren. Ik heb nooit meer gegokt in een casino. Etienne ook niet, denk ik: hij lijkt me niet de man die in het weekend gaat gokken (lacht).

»Mijn leven is wat te rafelig, vind ik. Ik heb niet altijd mijn best gedaan, al kan ik daar alleen maar wat anekdotische voorbeelden voor geven. Ik las een tijdje geleden het boek van Simon Schama over de kracht van kunst, waarin hij onder meer Picasso's Guernica beschrijft. Dat doek heb ik vijf, zes keer gezien, in het Reina Sofia-museum in Madrid. Het is heel mooi opgesteld, met alle schetsen en voorstudies erbij. Ik lees die veertig bladzijden van Schama: die man heeft verdorie twintig keer zoveel gezien als ik! Dan denk ik: gij stoemekloot, wat hebt gij daar al die keren staan doen?

»Dat is maar één voorbeeldje: ik heb niet genoeg opgelet, niet genoeg gezien. En misschien heb ik daardoor ook wel mensen gekwetst. Daarover voel ik me onzeker. Eén van die speechers op mijn feest zei: 'Jij wordt door niemand gehaat.' Wel, hij vergiste zich. Helaas.»

HUMO Toch zoekt u geen verzoening, zei u. Ook niet met uw vroegere vriend Fred Nolf, de stadssecretaris die moest aftreden nadat u een klacht had ingediend voor gesjoemel - het startschot voor de beruchte Visa-affaire.

Van Wallendael «Nee. Ik heb nooit iets tegen Nolf persoonlijk gehad - omgekeerd wel natuurlijk. Ik hem pijn gedaan, ja. Onlangs kwam ik hem tegen, op een begrafenis nota bene. We hebben een vriendelijke babbel gehad, ook over de Visa-zaak. Hij is een oude rot, die perfect weet wat er toen allemaal is gebeurd. Maar ik zoek geen toenadering.

»Weet u, Nolf is zeer belangrijk geweest voor Antwerpen. Hij was de eerste die Antwerpen niet langer als een boerengat maar als een echte stad wilde besturen. Maar hij en een aantal anderen - overigens veel minder intelligent dan hij - brachten op een bepaald moment ook de goede dingen in gevaar. Dan moet je ingrijpen.»

HUMO Worden al dat soort zaken niet extreem onbelangrijk, met het einde in zicht? Was het voor u zinvol om aan politiek te doen?

Van Wallendael «Politiek heeft zeker zin, maar niet voor mij. Ik was veel te oud toen ik er in 1995 aan begon. Ik miste energie en creativiteit. Ik heb wel dingen kunnen doen, maar niet genoeg. Het lag in mijn macht, maar ik had de kracht niet. Nogmaals: I am not content

HUMO En vond u de journalistiek zinvol?

Van Wallendael «Tuurlijk! Het is bovendien het aangenaamste beroep dat je je kunt indenken. Er zijn een paar negatieve kantjes, maar je verveelt je nooit. Vandaag interviewen jullie mij en morgen misschien de winnaar van Waregem Koerse. En zodra je een beetje statuur krijgt, kan je je met verdomd interessante dingen bezighouden. Die balans is zeer positief.»


Immoreel

HUMO Positiever dan uw politieke carrière?

Van Wallendael «Ja. Ik heb even in de Senaat gezeten. Je kunt daar gerust geen klap uitvoeren: het maakt geen enkel verschil of je er bent of niet. En senatoren die wél willen werken, zitten helaas in de verkeerde assemblee, want het gebeurt in de Kamer. Het Vlaams Parlement vond ik iets beter, maar het bleef toch vaak een kindertuin, om een toenmalige collega te citeren.

»Bovendien: ik wou in de oppositie zitten. We verloren verkiezing na verkiezing maar we bléven verdorie in de regering! Ik had als journalist de oppositie van dichtbij meegemaakt, met Louis Tobback als oppositieleider in de Kamer. Een droom! Alle dagen feest! Dat was wel wat anders dan braaf knikken en stemmen als lid van de meerderheid.

»Omdat ik in het parlement niet echt op de proef werd gesteld, heb ik de kans gegrepen om schepen te worden - een uitvoerend mandaat. Daar heb ik de dingen gedaan waarover ik nu tevreden ben. (Grijpt een dikke map) Kijk, het grond- en pandenbeleid van de stad. Wij kopen... (Mompelt) Wat zeg ik nu? De stad koopt verkrotte panden, renoveert en verkoopt ze aan de meestbiedende. Dat is al gelukt met een veertigtal panden. Klinkt simpel, maar het heeft gigantisch veel voeten in de aarde gehad. Dat is een zichtbaar resultaat, letterlijk.

»Ik ben ook tevreden over mijn hoerenbeleid. Daar zitten twee kanten aan. We hebben de hoerenbuurt tot een paar straten beperkt en Villa Tinto is erbij gekomen: een mooi gerenoveerd gebouw waarvan de kamers rechtstreeks aan de prostituees worden verhuurd, zonder pooiers, zodat ze in alle veiligheid en hygiëne kunnen werken. Er is zelfs een politiepost in het gebouw. Ook dat heeft allemaal veel moeite gekost. Het was zelfs gevaarlijk: Leona (Detiège) en ik zijn in die periode eens bijna van de stoep gereden door een pooier in een dikke 4X4.»

HUMO Als minister had u wellicht nog meer kunnen realiseren. Toch heb u een ministerpost geweigerd. Waarom?

Van Wallendael (glimlacht) «Nogmaals: omdat ik energie en creativiteit miste. Een politicus die gráág campagne voert, is zwaar ziek, denk ik. Ik vind het verschrikkelijk. Je moet het maar eens proberen, iemand in twee minuten overtuigen om voor de socialisten te stemmen. Als dat zou kunnen, hadden we toch al lang de absolute meerderheid? (lacht)

»In 1999 kregen we een ferme rammeling van de kiezers, en ik voelde me uitgeput. Ik ben met mijn vrouw naar Zuid-Frankrijk vertrokken, ver weg van alle gedoe. Ik heb er toen echt aan gedacht om terug te keren naar de VRT, want dat kon nog altijd. Maar wat hadden ze daar met mij moeten aanvangen? Tijdens mijn gepieker kreeg ik telefoon van Steve (Stevaert): of ik minister wilde worden. Mijn antwoord was nee. En ik heb er geen spijt van: ik zou het niet gekund hebben. Op dat niveau gaat het er ook harder aan toe. In een stadsbestuur word je wel eens gepitst, in een regering slaan ze met een bijl.

»Ik zou ook niet nog eens zo'n campagne aangekund hebben - partijfeesten afdweilen om door brave dames gecrocheteerde lapjes te bewonderen... Ik wilde vooral met rust gelaten worden. Stap als politicus een café binnen en je hebt meteen een halvegare aan je been die je ofwel uitschijt, ofwel vraagt om voor zijn dochter een appartement te regelen (zucht).»

Afscheid van Tuur Van Wallendael

HUMO Schrijft u nog verhalen? In 1995 hebt u de bundel 'Vrienden en kennissen' gepubliceerd, die goed onthaald werd.

Van Wallendael «Ik heb een tijdje geprobeerd gedetailleerde notities bij te houden. Ik wilde een lijn krijgen in wat er nu met me gebeurt, er zicht op hebben. Maar (blaast) dat gáát niet. Hooguit noteer ik soms wat. (Leest voor uit een piepklein agendaatje) 'Opgestaan 8.30u na een goede nacht.' Veel stelt het niet voor, hè?

»Ik heb er wel spijt van. Toen ik die bundel uitgaf, noemde een criticus me een volgeling van Elsschot. Ik voelde me zeer geflatteerd, maar het klopt niet. Mijn grote voorbeeld was nog veel hoger gegrepen: Graham Greene

HUMO Een uitgesproken katholiek schrijver, die ook iemand als Herman Van Rompuy erg bevalt.

Van Wallendael (enthousiast) «Ik deel wel meer voorkeuren met Van Rompuy

HUMO Cathérine Deneuve?

Van Wallendael (lacht) «Juist. Samen met Claudia Cardinale noemde ik haar in Humo (in 1997, red.) mijn favoriete onenightstand. Net als Freek de Jonge een paar weken geleden. Dat deed deugd.»

HUMO Maar wat hebt u nog gemeen met de premier?

Van Wallendael «In Humo's eindejaarsvraagjes noemde Van Rompuy als beste film 'Matchpoint' van Woody Allen, over een doorslechte schurk die overal mee wegkomt en aan het eind van de film rijk en gelukkig is. Een compleet immoreel verhaal. Ik heb Herman toen een berichtje gestuurd dat het ook mijn favoriete film van het jaar was. Hij reageerde dat hij zich wel vijftig jaar jonger voelde (lacht).

»Ik heb hem leren kennen toen ik nog journalist was. Ik was op zijn eerste persconferentie als partijvoorzitter (september 1988, red.), waar hij het had over één of ander politiek probleem - ik weet al lang niet meer wat - dat vóór het einde van het jaar opgelost moest zijn. Anders zou België uiteenvallen, u kent dat wel. Een journalist vroeg of dat wel mogelijk was tijdens de kerstperiode, waar iedereen toch met feesten en familie bezig was. Weet u wat de schurk antwoordde? 'Familie is iets waar men voordrachten over houdt.' Mooi hè? Dat is me altijd bijgebleven.»

HUMO Na uw operatie in 2003 zei u in een interview: 'Ik heb me faliekant vergist in dat stuk van het leven' - het ging over het verwaarlozen van familie en vrienden.

Van Wallendael «Ik herinner me die uitspraak nog. Ik vertelde dat ik niet naar de begrafenis van mijn nicht Frieda was geweest vanwege één andere politieke verplichting. (Cynisch) Waarschijnlijk moest ik ergens gecrocheteerde lapjes gaan bewonderen. Dat was verkeerd.»

HUMO Weegt dat soort spijt zwaar door in uw balans?

Van Wallendael «Ik vrees dat ik een immoreel antwoord moet geven: ik heb daar geen spijt van. Ik heb nichten en neven, en nog een paar ooms en tantes. Een paar van hen zie ik geregeld, en dat is best aangenaam, maar ik ben niet echt intiem met familie, behalve met mijn broer dan. Ik mis dat ook niet.»


De man met de baard

HUMO Hebt u nog plannen? Zijn er dingen die u nog absoluut wilt doen, plaatsen waar u heen wilt?

Van Wallendael «Ik heb een hekel aan reizen. Enkele jaren geleden ben ik in Cuba en Brazilië geweest. Wel, Brazilië vond ik gewoon tijdverlies. Cuba was best aangenaam, die promenade in Havana bijvoorbeeld, en het klimaat was er goed. Maar voor de rest? Ik zou nog een aantal kunstwerken willen zien in een paar steden waar ik graag ben: Londen, Amsterdam en vooral Parijs.

»Ik ben voor het eerst in Parijs geweest toen ik veertien was. We reden er met de auto naartoe, langs de Routes Nationales - er was nog geen snelweg. We kwamen via de Rue des Flandres de stad binnen: dat beeld vergeet ik nooit. Duizenden mensen, drukte, de gebouwen, al die activiteit. Overweldigend. Dát was leven. Ik heb Parijs onmiddellijk in mijn hart gesloten. Sindsdien ging ik er drie, vier keer per jaar naartoe. Helaas kan ik het nu niet meer.»

HUMO Welke schilderijen zou u nog willen zien?

Van Wallendael «Ik zou meer van Mark Rothko willen zien. Zijn monochrome kleurvlakken fascineren me. Maar ik wil toch vooral werken zien die ik al tientallen keren heb gezien. Als Vlaams Parlementslid vergaderde ik om het halfjaar met de commissie voor de Nederlandse Taalunie in Den Haag - een nogal nutteloze commissie overigens. Ik liep dan telkens het Mauritshuis binnen om naar één en dezelfde Vermeer te gaan kijken: Gezicht op Delft. Daar krijg ik nooit genoeg van. In Antwerpen ging ik geregeld Dulle Griet bekijken, van Pieter Bruegel de Oude, mijn lievelingsschilder. En Madonna met kind van Jean Fouquet - daarvoor stond Agnes Sorel (rond 1450 de maîtresse van Karel VII van Frankrijk, red.) model. Ongelofelijk: op een troon in haar prachtige blauwe kleed, met het kindje Jezus op haar schoot en één borst ontbloot. Maar wát een borst! En daarrond al die rode en blauwe engelen. Door Simon Schama weet ik nu tenminste hóé ik moet kijken. (Zachtjes) Maar het zal er wellicht allemaal niet meer van komen.»

HUMO Wat heeft het leven u geleerd? Wat zou u daarover vandaag tegen de 20-jarige Tuur Van Wallendael zeggen?

Van Wallendael «Daar heb ik nog niet over nagedacht. (Na een lange stilte) Misschien zou ik mezelf meer geduld opleggen. Dan had ik zeker meer en beter gezien. Ook de mensen met wie je praat moet je geduld gunnen, zelfs al weet je soms al na hun eerste halve zin wat er volgt.

»Daar heb ik Louis Tobback altijd om bewonderd. Als voorzitter kon hij op het partijbureau met eindeloos geduld luisteren naar halvegaren die de meest onwaarschijnlijke lulkoek uitkraamden. Wie? Die lijst ga ik u niet geven (lacht). Maar als ze waren uitgepraat en Louis antwoordde, dan was het fasten seatbelts.»

HUMO U bent vrijzinnige en notoir logebroeder, maar u leest nu in de Bijbel, vertelde u onlangs.

Van Wallendael «'t Is heel boeiend, maar als je over die verhalen een beetje begint na te denken... God schiep Adam en Eva en ze kregen twee zonen, Kaïn en Abel. Maar hoe is de rest van het menselijk ras daaruit voortgekomen? Er moet dan toch iemand met zijn moeder gevogeld hebben? Of met een zuster? En die ark van Noë. Hoe heeft God het bij de zondvloed gearrangeerd om al de vissen te verdrinken? (lacht) Zéér merkwaardig allemaal om daarin te geloven.

»Sus Verleyen (de overleden oud-hoofdredacteur van Knack en ook logelid, red.) schreef ooit als opdracht voor mij in één van zijn boeken: 'Voor de enige echte heiden die ik ken'. Sus was bij een zogenaamde reguliere loge, waar ze geloven in een opperbouwmeester van het heelal. Wel, die bouwmeester heeft zich aan mij nog nooit vertoond. De zeldzame keren dat ik rechtstreeks met geloof en godsdienst te maken heb gekregen, waren nogal onaangenaam - misschien ligt het daaraan.»

HUMO Wanneer was dat?

Van Wallendael «Op 1 september 1944 moest ik naar het eerste studiejaar: de dag dat Antwerpen werd bevrijd! Overal in de stad werd er geschoten, en de school bleef dicht. Toen een paar weken later de vliegende bommen kwamen, werden de kinderen geëvacueerd. Samen met een vriendje uit het tweede studiejaar kwam ik in het West-Vlaamse Rekkem in een nonnenschool terecht. Het einde van de wereld, voor mij. We zaten samen in één klaslokaaltje, met aan de ene kant het eerste studiejaar en aan de andere kant het tweede. Ik wilde uiteraard naast m'n vriendje zitten en dat mocht niet van die non! Het begin van mijn afvalligheid (lacht).»

HUMO Kunt u zich nog opwinden over de invloed die godsdienst blijft hebben op het leven van mensen? Hier om de hoek woedt een bitse strijd om de hoofddoek. Volgt u dat?

Van Wallendael «Dat speelt zich verdorie af in mijn school! Ik ben in de jaren vijftig ook naar dat atheneum gegaan.

»Ik vraag me vooral af of we er wel goed aan hebben gedaan om van de hoofddoek een politiek issue te maken. Mij maakt het niet uit of de loketambtenaar die mijn formulier invult al dan niet een hoofddoek draagt. In Groot-Brittannië zie je zelfs bobby's met een tulband. Ik denk dat er hier meer onverdraagzaamheid is.

»In een discussie met Antwerpse Joden heb ik ooit gezegd dat ik me niet kon voorstellen dat God zich echt bezighield met welke hoed ze moesten opzetten. Ze waren boos. In het atheneum zijn er meisjes die vorig jaar nog rondliepen met een kort rokje en een bloot buikje en nu een hoofddoek tot op hun heupen dragen, en ze kunnen blijkbaar niet meer terug. Hoe komt dat? Zijn we misschien te ver gegaan met dat verbod? Ik vraag het me echt af.»

HUMO Als het einde van hun leven nadert, putten heel veel mensen troost uit de verwachting van een hiernamaals. U niet?

Van Wallendael «Nee. Een vriend vroeg me wat ik zou doen als ik na mijn euthanasiespuitje plots voor een grote poort zou staan die wordt opengedaan door een man met een lange baard. Geen idee - ik verwacht niet meteen dat ik na mijn dood voor een gesloten deur zal staan. Ik denk daar zelfs niet over na. Waarom zou ik?»

Jan Lippens & Raf Weverbergh

Foto's Marco Mertens

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234