'Ik vind het onverantwoord om dat pakket aan kunde, kennis en bezieling in de vergeethoek van het pensioen te duwen.'Beeld humo

afscheidmartine tanghe

Afscheid van tv-legende en nieuwsanker Martine Tanghe: ‘Ze heeft de héle geschiedenis van jouw en mijn leven aan ons verteld op tv’

Ook op 30 november zal ze allicht met die coalitie van ernst en warmte in de camera van ‘Het journaal’ kijken. Ze zal het nieuws van de dag in traag gegaard Nederlands vatten, en in haar ogen het licht dragen van iemand die bekommerd is, fundamenteel bekommerd. Nee, Martine Tanghe, al 65 jaar polonaiseschuw, is er het type niet naar om op de dag van haar pensioen plots vulkanisch te worden. En dus vroeg Humo het aan de mensen die naast haar lopen: wie is de vrouw die Vlaanderen 42 jaar lang met passie en metier door de wereldactualiteit gidste?

Ze weet het vast nog precies, hoeveel verkeerslichten je voorbij moet van Bissegem naar Kortrijk, en hoeveel tijd je krijgt voor schuchter wegdromen wanneer ze op rood staan. In het begin van de jaren 70 hoopt Martine Tanghe elke maandagochtend, bij haar vader in de auto, dat die verkeerslichten haar helpen om de tijd wat te rekken. Ze zijn dan op weg naar het lyceum Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen, waar Tanghe op internaat zit. Het is niet zo dat ze de jaren daar moet verbijten: met een laconiek realisme heeft ze zich geschikt naar het ritme van de kostschool, en dan al heeft ze de muziek en de literatuur gevonden, de schaartjes waarmee ze de wereld openknipt. Maar op maandag, wanneer ze voor een week afscheid neemt van haar ouders, schrijnt er altijd wat weemoed, en de hoop dat verkeerslichten haar helpen om het elastiek van de tijd wat uit te rekken.

FRANS DESTOOP «Martine was een heel knappe leerling. Geen tafelspringer, wel een studax, altijd op zoek naar kennis en inzicht.»

Frans Destoop (75) – hij zou later een gewaardeerd politicus voor CD&V worden – is de leraar Nederlands van Tanghe in haar laatste jaren van de humaniora.

DESTOOP «De klemtoon lag toen op literatuur. Martine maakte deel uit van een bijzonder geïnteresseerde klas, met begaafde jonge mensen. De lat mocht hoog liggen. Ik herinner me nog één van de huistaken die Martine had ingeleverd: een uitgebreide en verrassend hoogstaande bespreking van ‘De Oostakkerse gedichten’ van Hugo Claus

Martine Tanghe is geïmponeerd door de notaris- en dokterskinderen rond haar – zelf komt ze uit een arbeidersnest – maar ontpopt zich toch tot de primus van de klas. Met haar verhandelingen wint ze twee prijzen: een reis naar Schotland en Engeland, en naar Parijs. Als ze naar de universiteit trekt, flirt ze met het idee om geneeskunde te studeren. Maar het wordt Germaanse filologie: Frans Destoop heeft haar de weg gewezen naar een liefje dat haar nooit zal verlaten, de taal.

1983Beeld Vrt

De kandidaturen doet ze in Kortrijk, aan de KULAK. Wim Vanseveren (64), de man die later onder meer producer, netmanager en televisiedirecteur zal worden bij de VRT, is één van haar jaargenoten.

WIM VANSEVEREN «In de eerste kandidatuur hadden we een prof die zei: ‘Dames en heren, een Antwerpenaar is iemand die Algemeen Nederlands spreekt.’ En vervolgens, na een dramatische pauze: ‘En een West-Vlaming is iemand die dat gelooft.’ (lacht) Het dialect zat West-Vlaamse studenten soms wat in de weg, en daarom werd ons in Kortrijk met aandrang gevraagd om Algemeen Nederlands te spreken. Dat werd slechts gedeeltelijk opgevolgd, maar Martine en ik waren daar heel plichtsgetrouw in. Ik herinner me niet dat ik haar ooit in het dialect heb horen spreken.»

Ze beheerst het West-Vlaams nochtans, én het Oost-Vlaams, want ze is geboren in Bellem – in haar kindertijd is ze met haar ouders naar Kortrijk verhuisd. Maar háár taal, dat is het elegante, mooi gearticuleerde Nederlands.

Beeld Vrt

Voor haar licentiejaren trekt ze naar Leuven. Ze gaat er op kot en leert Jo Vermeulen (67) kennen, de preses van studentenvereniging Germania. Hij zal later Vlaams Parlementslid worden voor Agalev en de SP.A, en gemeenteraadslid in Antwerpen.

JO VERMEULEN «Ik herinner me onze eerste ontmoeting nog. Als preses wilde ik graag de nieuwelingen verwelkomen, en dus sprak ik op een dag ook het clubje van Kortrijk aan. Martine was ernstig, een tikje terughoudend, geen wildebras. Haar discretie maakte indruk, en ze was zeer attent.»

VANSEVEREN «Ze was niet het type student dat een academiejaar lang op de lappen gaat en dan, met de examens in zicht, een sprintje trekt. Nee, ze was heel gedisciplineerd. De twee toppers van ons jaar waren Martine en Tine Deboosere, die later ook voor de VRT zou werken. Ze werden boezemvriendinnen: zag je de ene, dan zag je ook de andere.

»Op woensdagochtend zaten Martine en ik altijd samen. Op mijn kot had ik een abonnement op Knack, en dat blad was ons reisbiljet naar de grote wereld: we waren erg geïnteresseerd in actualiteit en politiek. Maar ze hield véél balletjes tegelijk in de lucht.»

VERMEULEN «We speelden samen theater bij de toneelgroep van Joos Florquin, de legendarische prof die op tv ‘Hier spreekt men Nederlands’ presenteerde, en bij wie Martine ook haar thesis zou maken. Elk jaar voerden we een klassieker op. Ik meen me te herinneren dat Martine eens de jonkvrouw heeft gespeeld in een stuk van Felix Lope de Vega, en dat ze schitterde in ‘The Crucible’ van Arthur Miller. Ze was een goeie actrice, hoor.»

VANSEVEREN «Samen met Martine, Tine en Edward Van Heer, die later een gevreesd theatercriticus zou worden, heb ik eens deelgenomen aan een poëzieavond in het Huis van Chièvres, in het begijnhof van Leuven. Toen hebben we samen op de planken gestaan.

»Ze gaf ook lessen Nederlands aan anderstaligen. En dat combineerde ze met gedisciplineerd studeren, én met het journalistenexamen van de openbare omroep.»

2003Beeld Vrt

Martine Tanghe zit in de tweede licentie wanneer ze op de radio hoort dat de toenmalige BRT zo’n examen organiseert, en ze schrijft zich in.

VANSEVEREN «Vrijwel niemand wist dat ze daarmee bezig was.»

VERMEULEN «Een bevlieging was het zeker niet. Ik had het idee dat ze het heel graag wilde. En het was perfect logisch: ze was geïnteresseerd in journalistiek én in taal.»

In mei 1977 dribbelt een duizendtal kandidaten over de Reyerslaan, onder wie schrijver Geert van Istendael (73).

GEERT VAN ISTENDAEL «Het examen liep van mei tot en met december en bestond uit verschillende proeven. Eerst was er de stemtest. We moesten twee berichten voorlezen, eentje ging over de staalindustrie in Elzas-Lotharingen. Ik zie die drukke gang nog voor me, vol verzenuwde jonge mensen die op hun beurt stonden te wachten. 80 procent ging er bij de stemtest al uit. Er volgde nog een kennisproef, een tweede stemtest, een schrijf-, een camera- en een vertaaltest, en ten slotte werden we voor een jury gegooid. Toen waren we met ongeveer twintig. Daar is de helft afgevallen, en uiteindelijk waren elf mensen geslaagd voor het journalistenexamen.»

Bij dat kransje: Geert van Istendael zelf, maar ook Leo Stoops, Paul Jambers en Jef Lambrecht. En twee vrouwen: Lea Cornelis en...

VERMEULEN «Martine! Ze was con brio geslaagd.»

VAN ISTENDAEL «En zo is het begonnen: op 1 februari 1978 zijn we samen de openbare omroep binnengewandeld.»

‘De sfeer op de nieuwsdienst was ronduit seksistisch, ja. ­‘Moedertje, wat kom jij hier doen?’ – die teneur.’ (Foto: 1980.)Beeld Herman Selleslags

DAG MOEDER

Wie eind jaren 70 voor de nieuwsdienst werkt, hoort een alleskunner te zijn: reportages maken, interviewen en ‘Het journaal’ presenteren – dat laatste volgens een beurtrol. Martine Tanghe gaat in 1978 bij de radio aan de slag, maar verhuist na enkele maanden naar de televisie en presenteert al snel haar eerste nieuwsuitzending – een laatavondjournaal, met in de coulissen Bavo Claes, voor als het mis zou gaan. Het gaat niet mis.

‘Het waren andere tijden,’ zegt Johan Depoortere (75), meer dan dertig jaar lang een collega van haar.

JOHAN DEPOORTERE «De BRT was een artisanaal bedrijfje dat tv maakte met kartonnen kaarten waarop titels geplakt werden. Het was de tijd van de pellicule, ook: grijze sneeuw, veel ruis.»

Tanghe komt een oude bekende tegen: Frans Destoop, de leraar die haar de weg naar de taal heeft gewezen.

DESTOOP «Ik heb enkele jaren voor de nieuwsdienst gewerkt, maar mijn grote liefde, het onderwijs, trok té nadrukkelijk aan mij. In 1978 zag ik Martine plots opduiken bij de BRT, en we waren even collega’s. Een prettige verrassing was dat.»

Niet iedereen is zo blij met de intrede van de jonge garde.

DEPOORTERE «De dienst werd uitgemaakt door mannen die de oorlog nog hadden meegemaakt, een clubje van mensen dat in de jaren 50 het begin van de televisie vorm had gegeven. Wij waren de eerste generatie journalisten die daar als groep binnenkwam en zo een zekere ophef veroorzaakte.

»In het geval van Martine was er meer aan de hand. De BRT was een mannenclub, en plots liep daar een mooie, jonge, ambitieuze vrouw. Bij een aantal oudere collega’s was er in het beste geval neerbuigendheid, en in het slechtste geval een stuitend machismo. De sfeer was ronduit seksistisch, ja. ‘Moedertje, wat kom jij hier doen?’ – die teneur.»

Ze is op haar 19de geïnteresseerd geraakt in het feminisme en heeft er veel over gelezen. In 1980 hekelt ze in Humo de verstikkende masculiene cultuur bij de openbare omroep. ‘Die oude generatie mannen pikt het niet dat vrouwen journalisten kunnen worden. Secretaresse, typiste of regieassistente, dat mag natuurlijk: daar zijn vrouwen goed genoeg voor.’

DEPOORTERE «Ik geloof dat ze onder die sfeer leed, ja. Dat was geen fait divers.»

VAN ISTENDAEL «Gelukkig was er dat pinnige sarcasme van haar. Zonder gevoel voor humor hield je het niet vol.»

Ook de kijker moet wennen aan de jonge vrouw op het scherm, en ook aan de vaststelling dat die vrouw een garderobe heeft: er komt commentaar op haar truien, op haar vrolijke losse haren en op Het Jeansvestje. Ze heeft het aangedurfd om het stijfdeftige journaal in denim te presenteren. In Humo onthult ze dat het jasje van Jos Van Hemelrijck is, de journalist die haar vriend is en later haar man wordt. ‘Ik draag gewoon alles wat ik hier in huis heb hangen, alles waar ik in kan.’

‘Ik vind het heerlijk om die beelden van toen terug te zien,’ zegt Inge Vrancken (48), sinds 2003 een collega, en van 2016 tot het begin van dit jaar hoofdredacteur van ‘Het journaal’. ‘Martine zag er prachtig uit!’

INGE VRANCKEN «Ik heb het lang heel logisch gevonden dat een vrouw ‘Het journaal’ presenteerde. Tot ik besefte hoe ontzettend móéilijk het indertijd geweest moet zijn als enige vrouw tussen mannen die erg overtuigd waren van hun eigen gelijk. Nu werken er op de redactie ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Maar hoe dat in één generatie gekanteld is, en hoe we dat grotendeels aan haar kunnen toeschrijven: dat is indrukwekkend. Ze heeft gepionierd.»

Het grote roepen op de barricades heeft ze evenwel altijd overgelaten aan de luidere monden. Haar hoogstpersoonlijke feminisme vat ze in 1987 in Knack Weekend in een compact bon mot: ‘Ik werk graag met mannen en ik probeer om in die mannenwereld mijn vrouw te staan.’

In 1980 houdt Martine Tanghe in Humo een lofzang op het onderwijssysteem in het Cuba van Fidel Castro. Ze ziet er ‘een vrolijk, levendig communisme, een joviaal volk ook’.Beeld Vrt

VOLKSVREEMD TYPE

‘Aan M. Tanghe, tv-joernaliste. Betreft: 1ste joernaal 16-1-’82. In verband met Jalta had u het over een communistische en een kapitalistische invloedssfeer. Dit laatste was tot dusver bij de BRT ongebruikelijk. Ik verzoek u zich in de toekomst aan de bij ons gangbare begrippenparen communistisch-democratisch of communistische versus westerse vrije wereld te houden.’ Aldus luidt een berisping door Karel Hemmerechts, de bestuursdirecteur informatie van de BRT in de jaren 70 en 80, en de vader van schrijfster Kristien, ook een studiegenoot van Martine.

VAN ISTENDAEL «Karel Hemmerechts was een briljante man, absoluut geen wereldvreemd type. Maar hij zat daar plots met een categorie die hij niet kon hanteren: journalisten zonder partijkaart.»

DEPOORTERE «Het was de tijd van administrateur-generaal Paul Vandenbussche, die elke week op het partijbureau van de CVP verscheen. En niet om de belangen van de omroep bij de partij te verdedigen, hè – neen, omgekeerd. De nieuwsdienst werd toen door politici weggezet als een zootje ongeregeld vol communisten.»

VAN ISTENDAEL «De top van de BRT was netjes opgedeeld in katholieken, socialisten en liberalen, en hier en daar een Volksunie-vogel. Buikspreken was er een populaire bezigheid. Alleen: bij de journalisten bestonden er vanaf het begin van de jaren 70 geen politieke benoemingen meer. Het was eenvoudig: je moest slagen voor dat beruchte examen. En wij lieten ons niet etiketteren. Zoals wijlen Kris Borms ooit zei: je hebt een bende ongezeglijke anarchisten nodig op zo’n redactie, anders krijg je het Sovjet-nieuws. Enfin, de politiek had er geen vat meer op, en dat zorgde voor frustratie. De christendemocraten foeterden dat wij donkerrood waren, de socialisten noemden ons een onbetrouwbaar zootje lakeien van het grootkapitaal en bij de Volksunie zagen ze ons als rabiate belgicisten. Ook Martine was vaak het mikpunt van dat soort kritiek.»

Ze wordt in die tijd veelal aan de linkerzijde gesitueerd. Ze wordt ‘de rooie duidster’ genoemd door Gazet van Antwerpen, en in Humo heeft CVP-politicus Eric Van Rompuy het over ‘een volksvreemd type’.

VAN ISTENDAEL «Die uitspraak sloeg nergens op.»

DEPOORTERE «Hij heeft zich er later wel omstandig voor geexcuseerd. Martine leerde hem kennen toen ze even de voorlichtingsambtenaar van het Vlaams Parlement was – daarvoor nam ze in 1992 loopbaanonderbreking. En later werd Van Rompuy minister van Media. Er kwam wederzijds respect, en hij is altijd gêne blijven voelen over die uitspraak.»

Ook Martine Tanghe rukt zich in de jaren 70 en 80 los van de politieke bevoogding, al is het duidelijk dat ze bij een kruising liever links dan rechts gaat. Ze komt weliswaar uit de traditionele zuil – katholiek gezin, katholieke school, katholieke universiteit – maar heeft al op jonge leeftijd een grote liefde voor Centraal-Amerika opgevat en zich verdiept in de bevrijdingstheologie. In de jaren 70 heeft ze met de Belgische solidariteitsbrigade vrijwilligerswerk in Cuba gedaan. En in 1980 houdt ze in Humo een lofzang op het onderwijssysteem in het Cuba van Fidel Castro. Ze ziet er ‘een vrolijk, levendig communisme, een joviaal volk ook’.

Haar vermeende linkse sympathieën leiden tot geschimp, en zelfs tot fysieke agressie. In 1984 worden tijdens een Vlaams-nationalistische betoging voetzoekers naar haar gegooid, en na de manifestatie wordt ze aangevallen – haar bril wordt verbrijzeld, ze wordt geschopt en geslagen. ‘Ik heb geen vin verroerd terwijl ze sloegen,’ zegt ze later in Humo. ‘Ik dacht: als ik durf te bewegen, slaan ze me dood.’

Als journaalanker blijft Martine Tanghe vier decennia lang consequent weg van politieke anti- en sympathieën: ‘Ik ben niet beginnen te werken met de gedachte de wereld te veranderen. Wel met de gedachte: ik wil de mensen vertellen wat er in de wereld gebeurt.’

De Humo-cover van 10 januari 1985: ‘Ze loopt nu gillend om haar kleren, telkens als ik een foto wil maken.’Beeld Humo

MISS MUSETTE

‘12 kilo koffie, 12 kilo meel, 15 kilo rijst, gerookte hammen, een karrenwiel kaas van 12 kilo, zeer veel eieren ingestreken met vaseline tegen het rotten, 100 rollen wc-papier, Kleenex, keukenrollen, veel zoute koekjes tegen katterigheid en zeeziekte, 12 tuben tandpasta.’ Het is een greep uit het boodschappenlijstje van Martine Tanghe vóór ze in 1984 met Jos Van Hemelrijck voor een jaar op zeilreis vertrekt, naar het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan. Er staan ook twee flessen sherry op het lijstje, en twee flessen whisky. ‘Niet veel,’ verontschuldigt ze zich, ‘maar in de Caraïben is rum spotgoedkoop.’ Het echtpaar heeft een jaar verlof zonder wedde genomen en lang aan hun plan gesmeed. Een jaar eerder vertoont ze in een openhartig Humo-interview enige BRT-vermoeidheid. De besparingen, de weinige kansen die ze krijgt om reportages te maken, de wisselende kwaliteit van haar collega’s: het weegt. Maar huilen wil ze vooral om de hufterigheid. Twintig jaar vóór het ontstaan van sociale media zitten er in haar brievenbus matige opstelletjes met een Twitter-parfum. ‘Ik ben ziek van al die mensen die me voor rotte vis uitschelden. Ik wil daar een jaartje van af zijn. Je zou mijn verzameling scheldbrieven eens moeten zien. Oh oh oh! Zoveel vrouwenhaat!’

Het stel woont al enkele jaren in een flat in de Brusselse Marollen. Ze leven spaarzaam en zijn er zo in geslaagd een houten zeilboot uit 1967 te kopen. Met de Miss Musette zijn ze al van Blankenberge naar Noorwegen gevaren, maar nu ligt het bestek klaar voor het hoofdgerecht: een jaar varen. Het is 1 september 1984. ‘Die dag nam ik altijd afscheid van m’n moeder om naar het internaat te gaan. Het is bovendien de tijd dat het weer verandert. Ik wou dat ik al weg was.’

Onderweg houdt ze een dagboek bij voor Humo. Het leert ons dat er ook ‘een rijk voorziene apotheek’ mee is, inclusief ‘mesjes, naald en draad’. Want er bestaat rampspoed waarop je kunt anticiperen: ‘De schoonzus van Jos is dokter. Ze heeft me getoond waar de appendix ligt en hoe ik hem moet wegsnijden.’

Ze neemt foto’s mee van wie haar lief is, de teddybeer die net zo oud is als zij, en ook Martje, de poes. Het diertje zal spoorloos verdwijnen op de Kaapverdische Eilanden. Onderweg redden ze een andere kat van de kookpot. Ze noemen haar Bequia, naar het eiland waar ze haar gevonden hebben, en waar een stoofpotje van poes geen taboe is.

Wanneer Humo één van de afleveringen van het dagboek op de cover aankondigt met een foto van Martine Tanghe in bikini, is het nieuwsanker ontstemd. Begrijpelijk, maar toch: wat een móóie foto is het – je ziet een jonge vrouw die schik heeft in het leven, de melancholie ritueel verbrand heeft en kordaat ‘Nu even niet!’ zegt tegen de zwaartekracht. Haar echtgenoot reageert er, nog altijd in het Humo-dagboek, eerder laconiek op: ‘Zeer vereerd dat een kiekje uit het familiealbum goed genoeg bevonden werd voor de cover van Humo. M. loopt nu gillend om haar kleren telkens als ik een foto wil maken.’

In het dagboek schrijft Martine Tanghe over hun alliantie van een jaar met de zee, over hoe ze tijdens het varen beurtelings wachten van vier uur lopen op de zeilboot, over de probleempjes en de problemen, en over de schoonheid die hen overal in het gezicht ademt. ‘Ineens zagen we rond de boot een klein vogeltje fladderen, een landvogeltje, mijlenver van het land. Het was helemaal uitgeput en kwam zomaar op het dek zitten. Tegen de avond vloog het zelfs naar binnen, en boven op een kastje ging het slapen. De wind was ondertussen flauwtjes teruggekomen, net genoeg om te kunnen zeilen. Het was rustig en warm, en er flonkerden duizenden sterren. We zetten een cassette van Simon & Garfunkel op en bleven samen buiten. Het vogeltje sliep en wij luisterden naar de melancholische stemmen uit Central Park, New York.’

De volgende dag zal het vogeltje in haar hand sterven, want schoonheid bouwt graag feestjes met tragiek.

Wim De Vilder: ‘Martine zoekt naar empathie, want zelf is ze ook ontzettend meelevend. Als ze wil weten hoe het met je gaat, is dat een échte vraag.’Beeld Vrt

PRACHTIG KOSTUUM

In het najaar van 1985 moet Martine Tanghe weer een landrot worden. Het lukt, het lukt goed: ze is gulzig naar de wereld en al haar nieuws, ze omhelst de openbare omroep weer, en almaar nadrukkelijker wordt duidelijk dat ze een nieuwsanker is dat excelléért. De voorspelling van een jaar eerder, bij het uitvaren van de Miss Musette, komt uit: ‘In augustus volgend jaar zijn we terug: rijp, bruin, mager, en weer in staat om zeven jaar hard te werken, en de druk te laten komen.’

Martine Tanghe wordt een gezicht, een keurmerk, een standaard. ‘Omdat ze metier heeft, maar geen routine,’ zegt Wim De Vilder (51), sinds 1999 een collega-anker bij het journaal van de VRT.

WIM DE VILDER «Het gebeurt weleens dat ik moe ben, dat ik zorgen heb, dat er iets dwingends uit m’n privéleven om mijn aandacht zeurt, en dat ik dan in m’n werk op automatische piloot vlieg. Maar Martine? Op automatische piloot? Nooit. Never. Ze presenteert altijd weer voor de eerste keer.»

VAN ISTENDAEL «Bekijk je ’t even filosofisch, dan is televisiewerk iets artificieels. De jager-verzamelaar uit de oertijd was niet bezig met het presenteren van ‘Het journaal’, toch? Je kunt er dus geen aangeboren talent voor hebben. En toch is dat precies wat Martine is: een natuurtalent. Dat prachtige kostuum van de nieuwslezer zit haar als gegoten.»

VERMEULEN «Omdat ze áltijd geconcentreerd is, áltijd aandachtig, áltijd empathisch. Alle modes zijn ook aan haar voorbijgewaaid. Nu eens moest het nieuws leuker en populairder, dan weer hoorden interviews koel en kritisch te zijn, later moest alles weer joviaal en inlevend zijn… Maar op Martine kregen die modes nauwelijks vat, omdat ze haar eigen standaard is. En wat voor één.

»Martine die het journaal leest, dat is: rust. En dat heeft ze altijd bewaard, ook nu je als nieuwsanker blijkbaar heel kinetisch moet zijn: zwaaien met de handen, van het ene been op het andere huppen. (Denkt na) De nieuwsstroom gaat snel en de wereld is complex, net daarom verlang ik van een journaalanker een soort bedaagdheid. En Martine heeft dat. Ze zit daar, en je gelooft wat ze zegt.»

In 2003 vertelt ze in De Morgen over metier, en hoe dat geen vaccin is tegen onzekerheid en nervositeit. ‘Het heeft jaren geduurd voordat ik het gevoel had dat ik vertrouwen kreeg en dat ook waard was. Maar zelfs na vijfentwintig jaar gaat mijn hart bij het begin van iedere nieuwstune toch nog sneller kloppen, ja.’

VRANCKEN «Ik heb vaak in de regiekamer van ‘Het journaal’ gestaan en daar gaat het er vaak vrij hectisch aan toe. Als ik dan, net voor we op antenne gaan, de handen van Martine lichtjes zie trillen, ben ik altijd weer ontroerd. Dan denk ik: nu doe je het veertig jaar, en nog altijd is er die zenuwachtigheid van de eerste keer. En vooral: dat ernstige verlangen om het perfect te doen.

»Er is de hectiek, en dan gaat, enkele seconden vóór zeven uur, het licht in de nieuwsstudio uit. En nog elke keer sta ik dan versteld van wat er gebeurt. Het is de totale afwezigheid van tumult: ze wordt de rust zelve, en van alle plaatsen op de wereld waar ze dan zou kunnen zitten, is alleen die stoel van ‘Het journaal’ de juiste. En dan presenteert ze, en denk ik: damn, já!»

VAN ISTENDAEL «Mag ik nog eens terug naar 1978? Want tóén had Martine dat al. Ik herinner me dat we, in het kader van onze opleiding, een aantal berichten moesten voorlezen voor een camera. Martine en ik zaten naast elkaar, op van die hoge, draaiende krukken. Er hing speelsheid in de lucht en we zaten een eind weg te kletsen, maar plots ging het lichtje van de camera van Martine aan. En binnen de seconde veranderde ze. Ze klemde haar voeten achter de ring onderaan haar kruk, ze boog lichtjes voorover en ze stórtte haar bericht in die camera. En daarin zat alles: de beheersing, de onberispelijke dictie, de uitstraling. Het was perfect. Ik kon het maar niet geloven: hoe ze in één seconde veranderd was van speels en vrolijk naar het summum van concentratie. (Grijnst) En ik herinner me ook hoe ik tegen mezelf fezelde: ‘Ja, jongen, dit haal jij nooit.’»

‘Wie anders hadden ze kunnen kiezen om het Groot Dictee der Nederlandse taal te presenteren? Al van in onze studententijd herinner ik me haar drang naar correct en helder formuleren.’Beeld Belgaimage

UW BELASTINGGELD

Al in 1983 maakt Martine Tanghe in Humo bezwaar tegen een carrière van klimmen en klauteren: ‘Hoe hoger je binnen de BRT klimt, hoe oninteressanter je job wordt.’ Ze is een anker, en ze wil een anker blijven.

VAN ISTENDAEL «Dat had ze met mensen als Paul Muys, Walter Zinzen en mezelf gemeen: wij vonden de vlakke loopbaan een heel aantrekkelijk idee. Iets doen, het blijven doen en dat dan helemaal uitpuren. Er zat ook iets rebels in die houding: mensen als Martine vinden dat het over de inhoud moet gaan, en niet over de mogelijkheid om businesskaartjes voor jezelf te laten drukken.»

VRANCKEN «En kijk naar dat prachtige resultaat: ik weet niet of er veel andere voorbeelden zijn van iemand die meer dan veertig jaar hetzelfde nieuwsprogramma heeft gepresenteerd, zeker niet als vrouw.»

Ze houdt van haar vak, ze houdt van het vertellen – als kind al gaf ze les aan haar poppen. Maar het meest houdt ze misschien wel van de openbare omroep, van het idee om voor elke burger te werken. ‘En dat met ons belastinggeld!’ Elke zure socialemediapraatpaal zou die frase één keer in z’n leven moeten gebruiken als het over Martine Tanghe gaat, en er welgemutst van worden.

VANSEVEREN «Absoluut: Martine is de ultieme verdediger van het instituut. Ik herinner me gesprekken uit onze gezamenlijke VRT-tijd waaruit bleek hoe fél ze voor de openbare omroep streed, hoe gloedvol betrokken ze was bij dat huis. Hoe kwaad ze ook kon zijn als er dingen fout liepen die niet fout hadden mogen lopen, of als de politiek weer eens geprobeerd had om haar lompe poot binnen te zetten. Daar kon ze echt passioneel woedend over zijn. Die levenslange trouw, die eeuwige bezorgdheid: ook verrukkelijk onmodieus, hè.»

In 1989 wordt het monopolie van de openbare omroep doorbroken en danst VTM, de eerste commerciële omroep in Vlaanderen, als een allumeuse. Plots is er een transfermarkt, maar: Martine Tanghe wordt nooit gebeld vanuit Vilvoorde.

VANSEVEREN «Ik denk dat men bij VTM wel wist: Martine is de láátste die je de Reyerslaan uit krijgt.»

VERMEULEN «‘Bij VTM hebben ze ook goeie mensen en programma’s, hoor,’ zei ik haar weleens – ik heb er tien jaar als redacteur gewerkt. Maar zij wás de openbare omroep. Enfin, dat is ze nog altijd.»

‘Ze floreerde in de drukte van zo’n verkiezingsdag. Ze kreeg vaak pas twee seconden vooraf ingefluisterd welke live-interventie ze moest aankondigen. Waarop zij met een inleiding kwam waar dagen aan gewerkt leek.’Beeld Vrt

NAMEN NOEMEN

In 1993 neemt Martine Tanghe deel aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Zeventien fouten maakt ze, en ze bromt: het is een teleurstelling. Maar daarmee blijkt ze vervolgens wel de top vijf te halen. Vanaf 2005 presenteert ze ‘Het Dictee’, samen met Philip Freriks, een jaar of tien lang.

VANSEVEREN «Natuurlijk: wie anders hadden ze kunnen kiezen? Al van in onze studententijd herinner ik me haar drang naar perfecte taal, naar correct en helder formuleren.»

DESTOOP «Dat dateert zelfs van vóór haar studententijd. Toen ik haar leraar was in het internaat, had ik de gewoonte om bij het begin van de les een mooie tekst voor te lezen. De gedichten van Adriaan Roland Holst, bijvoorbeeld – ik meen me te herinneren dat dat haar is bijgebleven.»

VRANCKEN «Ze is zó verliefd op het Nederlands. Ik kan nog altijd een intro van haar horen en denken: die klinkt zo vlot, zo soepel, zo in-vijf-minuten-getoverd. Maar ik weet dan hoe ze erop heeft gezwoegd, tot het laatste woord. Ook na meer dan veertig jaar leest Martine geen stukje tekst voor waar ze niet op heeft gezweet.»

VERMEULEN «Het moet ook juist zijn, ze houdt niet van onachtzaamheid met taal. Ik heb m’n verjaardag eens gevierd met een kleine theatervoorstelling in mijn huiskamer. Klein Jowanneke kwam spelen, Johan Petit, en op een bepaald moment zei hij: ‘Er was een gast, en die noemde Marcel…’ Ik zag Martine verkruimelen. Heten, niet noemen! Petit liet even een pauze vallen, en zei dan: ‘En dan moet ge weten dat er mensen zijn die daar zot van worden, als ge ‘noemen’ zegt in plaats van ‘heten’.’ (lacht) We hebben er daarna nog flink over doorgeboomd, en ik herinner me mijn conclusie nog: ‘Deze strijd winnen we niet, Martine.’ (lacht)»

In oktober 1995 krijgt ze de Groenman-taalprijs, een tweejaarlijkse bekroning voor wie het Nederlands klaar voor het bal schminkt. De jury: ‘Martine Tanghe bewijst dat een Nederlands dat in woordkeuze, grammatica en uitspraak aan de hoogste eisen voldoet, toch natuurlijk en ongekunsteld kan klinken.’

VAN ISTENDAEL «Dat Nederlands van Martine: dat is hét. Zo moet het. Vroeger had je Boudewijn de Groot en Hugo Claus, nu heb je Martine Tanghe. Een klein Nobelprijsje, ja, dat zou haar wel toekomen.»

DE OERMOEDER

‘Ik geloof dat Martine de grote verkiezingsshows als de hoogtepunten beschouwt,’ zegt Wim De Vilder.

DEPOORTERE «Dan kon ze haar talent ten volle uitspreiden.»

VRANCKEN «Ze floreerde telkens weer in de onvoorspelbare drukte van zo’n dag. Zo kreeg ze vaak pas twee seconden vooraf ingefluisterd welke live-interventie ze moest aankondigen. Waarop zij ter plaatse met een inleiding kwam waar dagen aan gewerkt leek.»

VAN ISTENDAEL «Daar bestaat een term voor: meesterschap. Ze is op zo’n moment een beetje een jazzmuzikant, met die combinatie van talent en metier.»

VRANCKEN «En met dank aan de druiven. Want dat geheim mag nu wel onthuld worden: Martine komt zo’n slopende verkiezingsdag door op druiven, véél druiven.»

In 1995 presenteert ze voor het eerst de openingsavond van ‘Kom op tegen kanker’. Ze kent de ziekte – ze is 19 wanneer haar moeder borstkanker krijgt. Ze kan gelukkig behandeld worden. In 2011 krijgt Martine – de genetica staat niet bekend om haar empathie – zelf borstkanker en verdwijnt ze een jaar van het scherm.

Op 3 september 2012 zit ze weer in de studio, en vertelt ze wat er in de wereld is gebeurd.

DE VILDER «Iedereen had op dat moment zitten wachten, en het werd ook aangekondigd in de kranten: ze was terug! Om er onder die druk te staan en niet bezig te zijn met jezelf, maar wel gewoon met ‘Het journaal’ van die dag, daar moet je echt Martine voor zijn.»

VERMEULEN «In moeilijke periodes – na de dood van Jos, bijvoorbeeld, in 2019 – was het werk iets dat haar mee overeind hield, een ankerpunt. Ze putte daar kracht uit.»

VRANCKEN «Ja. Het is een baan met een grote zichtbaarheid, met een grote verantwoordelijkheid ook, en ik denk dat die verantwoordelijkheid haar hélpt. Je moet weten: Martine is geen open boek. Als er iets in haar leven kapseist, als er verdriet is, zal het altijd even duren voor ze daarover mensen in vertrouwen neemt. Haar werk is dan een reddingsboei: ze legt zichzelf op dat ze overeind moet blijven, want er is die grote verantwoordelijkheid.»

DEPOORTERE «Die verantwoordelijkheidszin is ook echt, het is geen vermomde ijdelheid. Toen Martine begon, bestond de vedettencultus nog niet. De journalist als ster: ik denk niet dat ze dát model aanhangt.»

VRANCKEN «Het is geen wonder dat ze al meer dan veertig jaar alléén in een studio presenteert. Als ze dat miljoen kijkers voor haar zou zien zitten, zou ze het nooit doen, want ze staat helemaal niet graag in de belangstelling. De kleine, beschermende warmte van een studio: daar houdt ze van.»

‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’: het is de slotregel van een gedicht van Neeltje Maria Min, en één van de flardjes tekst waar Martine Tanghe al decennia verliefd op is.

DE VILDER «Het vat aardig samen wie ze is: Martine leidt geen flamboyant leven met duizend vrienden. Ze haalt haar energie uit een kransje van mensen dat haar dierbaar is – voor hen bestaat ze.»

VRANCKEN «Ze geeft en vraagt toewijding, integriteit en loyauteit. Als die basis er is, kun je met haar op stap door het leven.»

DE VILDER «Ze apprecieert mensen met een ruggengraat. En ze zoekt naar empathie, want zelf is ze ook ontzettend meelevend. Als ze wil weten hoe het met je gaat, is dat een échte vraag.»

VRANCKEN «Het is makkelijker om iemand te feliciteren met een kind dat geboren is dan om te bellen wanneer iemand in de touwen ligt. Maar Martine gaat mensen die spartelen niet uit de weg. Het heeft er vast mee te maken dat ze zelf ook genoeg moeilijke periodes in haar leven heeft gekend, dat ze zelf heeft ervaren hoe kostbaar dat is, mensen die oprecht in jou geïnteresseerd zijn.»

Ze heeft drie kinderen. In 1987, ze is op haar 31ste net voor het eerst moeder geworden, zegt ze in Humo iets over het ouderschap dat in al z’n eenvoud een harpoen in het hart is: ‘Je neemt deel aan de toekomst. Je geeft leven door.’

VRANCKEN «Ze is een oermoeder. Het ouderschap – én grootouderschap – is waanzinnig belangrijk voor haar. Daar haalt ze zóveel vreugde uit.»

Of, in haar eigen woorden uit 1987: ‘Vroeger hield ik van donkere, sombere kleuren. Nu kies ik voor frisse, heldere tinten. Ik ben nu veel minder somber dan toen ik 20 was.’

Straks wordt het anker een kijker. Wat moeten we haar wensen? Niet de wind van achteren, leert het zeildagboek van 35 jaar geleden. ‘Wens nooit iemand ‘goede reis en de wind van achteren’. Wind van opzij is veel leuker.’

DE VILDER «Ik kan het me nog niet voorstellen, de nieuwsdienst zonder Martine.»

DEPOORTERE «Jos zei altijd: ‘Ze zullen Martine daar met een tractor moeten buitenslepen.’»

VAN ISTENDAEL «Ik vind het onverantwoord om dat pakket aan kunde, kennis en bezieling in de vergeethoek van het pensioen te duwen. Dat is even onrechtvaardig als inefficiënt.»

VRANCKEN «Je moet er eens bij stilstaan: Martine heeft de héle geschiedenis van jouw en mijn leven aan ons verteld op tv.

»Ze wil het liefst zo stil mogelijk verdwijnen, maar ik vind het héél jammer dat corona een afscheidsfeest onmogelijk maakt. En vooral: dat dat virus ons geheime plan heeft getorpedeerd. We waren er op de nieuwsdienst van overtuigd dat de Rode Duivels het EK zouden winnen. En op 12 juli zouden we Martine, een grote supporter, ‘Het journaal’ laten presenteren. Martine die vertelt dat Eden Hazard zonet het land naar de ultieme euforie heeft getrapt: dát is het afscheid dat haar toekomt.»

Beeld Humo

Welke herinneringen aan Martine Tanghe koestert u? Wat wil u haar nog zeggen voor ze van het scherm verdwijnt? Laat het ons weten:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234