Agressie tegen de politie: 'Ik durf niet meer buiten te komen zonder kogelvrij vest'

‘Uitgescholden, bespuwd, bedreigd, beschoten. Bekogeld met kasseien, brandbommen, potten mayonaise: ik heb het allemaal meegemaakt. Soms vraag ik me af waarom ik deze job blijf doen.’ Er was een tijd dat de arm der wet zélf de klappen uitdeelde en erop los timmerde tijdens betogingen, maar vandaag zijn de rollen omgekeerd: nooit eerder werd in België zo veel geweld gebruikt tegen politiemensen.

(Verschenen in Humo 3771 op 11 december 2012)

Het was een banale opdracht: een oproep voor nachtlawaai in een Vlaamse stad. Een man belde omdat zijn onderbuur hem wakker hield met zijn muziek. Toen agent Tom (*) en zijn collega op het adres arriveerden, troffen ze in de gang de lawaaimaker aan, met een radio.

Agent Tom «Toen wij binnenkwamen, draaide hij de volumeknop dicht. We gingen eerst praten met de bovenbuur die ons gebeld had, maar zodra we daar binnen waren, zette de man in de gang zijn muziek zo hard dat we onszelf een verdieping hoger niet eens konden horen praten, zelfs met de deur dicht. Wij opnieuw naar beneden met de vraag of het wat stiller kon. Het was een boom van een kerel, stomdronken. Hij begon te foeteren: ‘Die van boven krijgt altijd gelijk! Normaal gezien is hij het altijd die lawaai maakt. Nu ben ik het eens en hij belt direct de politie!’

»We proberen hem tot bedaren te brengen, maar plots haalt hij uit en geeft mij een nekslag, zo hard en pijnlijk dat mijn ogen vol tranen schieten. Tegen mijn oudere collega: ‘Gij kunt ook nog wat lappen krijgen!’ En zo begon er een vechtpartij. De man was beresterk, maar we konden hem uiteindelijk toch – met veel moeite – overmeesteren.

»Ik hield er een gebroken nekwervel aan over. En ik had geluk: één wervel lager en ik had vandaag in een rolstoel gezeten. Wat me het meest verbijsterde was dat het gebeurde tijdens een routineklus. Als je opgeroepen wordt voor een overval, weet je dat je wat geweld kan verwachten, maar dit was een interventie van dertien in een dozijn. En ineens: boem!»

Het was voor Tom, een politieagent met twaalf jaar dienst in een lokale zone, niet de eerste zware vechtpartij waarin hij – totaal onverwacht – verwikkeld raakte. Op een dag kregen hij en zijn collega een oproep uit de hoerenbuurt.

Tom «We krijgen vaak oproepen van hoerenlopers die 50 euro betalen, niet binnen het kwartier klaarkomen en dan de politie bellen omdat ze hun geld terug willen. Dit was weer zo’n jongeman die vond dat hij ‘geen waar voor zijn geld had gekregen’. Toen hij doorhad dat wij er niet voor gingen zorgen dat hij zijn geld terugkreeg, diste hij een verhaal op over zijn horloge dat was gestolen. Waarop wij hem uitnodigden om op het politiebureau aangifte te komen doen, want in het prostitutiepand kon hij niet blijven. De man weigerde om weg te gaan en eiste dat de aangifte ter plekke zou gebeuren.

»Omdat we al een kwartier op hem hadden zitten inpraten, pakte ik hem uiteindelijk bij de onderarm, heel rustig, om hem naar buiten te leiden. Maar bij de eerste aanraking begon die man al te flippen en sprong hij op mij. Ik heb echt moeten vechten op leven en dood. Als politie mogen wij alleen geweld gebruiken als het echt nodig is, als een verdachte zich verzet of om onszelf te verdedigen. En we mogen nooit méér kracht gebruiken dan strikt noodzakelijk om de weerspannige te immobiliseren. Dat klinkt logisch, maar in zo’n vechtpartij denk je daar niet aan. Dan is je eerste gedachte: ‘Ik moet zorgen dat ik in leven blijf.’ Dat is iets wat ze bij de parketten te weinig beseffen.»


Gesluierde kopstoot

‘Er gaat geen dag voorbij zonder dat een politieagent het slachtoffer wordt van agressie tijdens de uitoefening van zijn job,’ zei Annemie Turtelboom, toen nog minister van Binnenlandse Zaken, in 2010 in een toespraak voor de Europese Confederatie van Politiebonden EuroCOP. Nu heeft ook het Comité P de problematiek ontdekt. Uit een onlangs uitgelekte enquête van dat controleorgaan van de politiediensten, blijkt dat meer dan de helft van de politiemensen in Brussel meer dan eens per jaar te maken krijgt met fysiek geweld. Opgestoken middelvingers, scheldtirades en intimidaties zijn dagelijkse kost. Het geweld heeft zich ook in het privéleven van veel Brusselse politiemensen genesteld. Veertig procent van de agenten zegt dat ze maatregelen heeft getroffen om ook na de uren de eigen veiligheid en die van de familie te garanderen. ‘Vroeger ging ik op een vrije avond vaak met vrienden uit in Brussel, nu doe ik dat nooit meer,’ vertelt Steven (*), inspecteur van de lokale politie in Anderlecht (zone Zuid).

Steven «Ik ga ook nooit meer met mijn gezin winkelen in Brussel. Omdat je altijd het risico loopt mensen tegen te komen die je hebt aangehouden. Vroeger gebeurde dat ook, maar de reacties waren nooit echt stout. Nu zijn ze ronduit agressief. Ik heb collega’s die tijdens een avondje stappen in het Brupark in elkaar zijn geslagen door een groep jongeren die ze de week voordien hadden gearresteerd – die kereltjes hadden hen herkend. Eén van die collega’s had een gebroken elleboog en heeft weken thuisgezeten. Bij een andere collega hebben ze thuis ingebroken: in de slaapkamer hadden ze ook een boodschap voor hem achtergelaten. De man was net verhuisd. Er zijn trouwens steeds meer politieagenten die aan het parket de toestemming vragen om hun wapen permanent bij zich te dragen.»

Geweld tegen de politie is al jaren het stokpaardje van Vincent Houssin, ondervoorzitter van het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA) Politie.

Vincent Houssin «We zien twee soorten geweld. In grootsteden als Brussel is het georganiseerd: de politie die in een hinderlaag wordt gelokt door jongerengroepen die hen omsingelen en bekogelen met stenen en molotovcocktails. Vroeger was dat typisch voor de stad, maar we zien het uitdeinen naar de rand. Afgelopen zomer nog raakten in Vilvoorde drie agenten gewond bij een schermutseling met meer dan dertig opgehitste jongeren.

»Daarnaast heb je ook het spontane geweld bij tussenkomsten waar je zoiets helemaal niet verwacht: burenruzies, familiaal geweld of caféruzies waar de agressie zich tegen de politie keert. Vroeger kreeg je in zo’n omstandigheden ook weleens een schop of een duw, maar nu worden agenten gewoon het ziekenhuis ingeslagen. Herinner je je de nikabvrouw in Molenbeek van enkele maanden geleden? Die verkocht een kopstoot aan een politieagente, die er een gebroken neus aan overhield en een paar tanden kwijt is. Of die kickboxer die in Mechelen een agent knockout sloeg met een trap tegen zijn hoofd. Die collega heeft vijf maanden thuisgezeten om te revalideren.

»We signaleren het probleem al tien jaar, maar we kregen altijd te horen dat het ‘inherent was aan onze functie’. Dat een politieman tegen een stoot moet kunnen is normaal, maar wat we vandaag meemaken is dat niet meer. Daarom hebben we bij het aantreden van Joëlle Milquet als minister van Binnenlandse Zaken en Annemie Turtelboom als minister van Justitie een globaal plan voorgesteld om het geweld tegen politieambtenaren in te dijken. Het is gebaseerd op het Nederlandse voorbeeld en voorziet in een betere bijstand en opvang van de slachtoffers én een effectieve bestraffing van de daders.

»Afgelopen zomer waren er opnieuw rellen in Vilvoorde, Anderlecht en Etterbeek. Verschillende politieagenten raakten gewond. We hebben op tafel geslagen en gedreigd met een nationale staking, en dat heeft geholpen. Sinds september zitten we geregeld op het kabinet van Milquet samen met alle betrokken partijen – justitie, het college van procureursgeneraal, politievakbonden... – om eindelijk eens werk te maken van ons actieplan.»


2.586 dagen arbeidsongeschikt

Dat het geweld tegen politieambtenaren aanzienlijk is toegenomen, wordt door het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Milquet bevestigd, maar cijfers zijn er niet. ‘Omdat er een probleem is bij de registratie,’ klinkt het, ‘maar er wordt gewerkt aan een centrale databank.’ In afwachting organiseerde het VSOA zélf een rondvraag bij de lokale politiezones. Hoeveel geweldplegingen waren er het afgelopen jaar tegen politieambtenaren en hoeveel dagen waren ze daardoor arbeidsongeschikt? Koploper is zone Brussel Hoofdstad Elsene, met 121 gewelddaden: slagen en verwondingen, weerspannigheid, poging tot doodslag, geweld bij arrestatie, achtervolging... Met in totaal 2.586 dagen arbeidsongeschiktheid tot gevolg. Onmiddellijk daarna volgt politiezone Brussel-West (met onder andere Molenbeek) met 41 incidenten en 1.987 dagen arbeidsongeschiktheid. Zone Schaarbeek en SintJoost: 605 dagen arbeidsongeschiktheid. Antwerpen: 114 feiten, 492 dagen arbeidsongeschiktheid. Turnhout: 990 dagen. Luik: 1.103 dagen.

Houssin «Die cijfers zijn verre van volledig, maar ze geven een idee van de omvang van het geweld en de enorme kosten die ermee gepaard gaan, met politiemensen die uitvallen en vervangen moeten worden, medische kosten, materiële schade, verzekerings en gerechtskosten. Dat valt haast niet te berekenen.»

Hoe komt het dat het geweld tegen de politie zo’n hoge vlucht heeft genomen? Wanneer zijn we ons ontzag voor de man met de kepie verloren? Er zijn talloze theorieën over een veranderende maatschappij, maar het antwoord dat toch overal doorklinkt is de straffeloosheid.

Houssin «Daders voelen zich ongenaakbaar. Ze weten dat ze geen straf riskeren. De parketten zijn overbelast, onze klachten worden geseponeerd, in de gevangenissen en jeugdinstellingen is nergens plaats.»

HUMO Nochtans werden de straffen voor geweld tegen politiemensen nog niet zo lang geleden verdubbeld.

Houssin «Een goed signaal, maar wat ben je daarmee als de straffen toch niet worden uitgevoerd? Je moet drie jaar effectief krijgen om überhaupt in de gevangenis terecht te komen, daar moet je al véél voor gedaan hebben in België. Om het probleem van het geweld tegen de politie op te lossen, moet je eerst dat van het lakse vervolgingsbeleid oplossen.

»In Mechelen hebben ze dat gedaan: daar wordt elk feit van agressie tegen politieagenten vervolgd. Het parket, de politie en de rechtbank, iedereen staat daar op één lijn: ‘Ne touche pas è mon flic.’ En dat werpt vruchten af. Ik weet wel dat je Mechelen, dat een speldenkop groot is, niet kan vergelijken met een stad als Brussel. Maar het toont wel aan dat het kán. De vraag is of ze het in Brussel al niet te ver hebben laten komen. Het respect voor de politie is er eigenlijk onbestaande.»

'Om het probleem van het geweld op te lossen, moet je eerst dat van het lakse vervolgingsbeleid aanpakken'


‘Mort aux poulets'

Zondagavond 5 augustus 2012. Politiezone Zuid krijgt een oproep dat er een brandende auto op de tramsporen staat op de Albert I-square in Anderlecht, en ze stuurt enkele patrouilles om bijstand te verlenen aan de brandweer. ‘Toen we ter plaatse kwamen, zagen we uit onze ooghoeken dat er volk kwam aanlopen, maar door de rook en het vuur hadden we niet meteen door wat er gebeurde. Dit soort spektakel lokt altijd veel toeschouwers,’ vertelt inspecteur Steven. Hij maakt al jaren deel uit van de interventieploeg in de wijken achter het Brusselse Zuidstation, waar de politie voor veel jongerenbendes de vijand is.

Inspecteur Steven «Plots zagen we één van die toeschouwers een molotovcocktail naar ons lanceren: het startsein voor de hele groep om met zakjes benzine en stenen te gaan gooien. Ik zag de brandbom recht op onze auto afkomen en ik was ervan overtuigd: ‘Nu gaan we eraan.’ Het haar op mijn armen komt er nog van overeind als ik eraan denk, en ik ben nochtans véél gewoon. We hadden geluk: de bom miste ons op een haar na en kwam terecht op een wagen achter ons, die gelukkig geen vuur vatte. We zijn in allerijl gevlucht en hebben ons wat verder gehergroepeerd. Toen we twee minuten later terug ter plaatse waren, was iedereen verdwenen.

»Het was een echte hinderlaag. Op de plaats van de feiten vonden we een bak met tweeëntwintig flesjes waar ze molotovcocktails van hadden gemaakt, met benzine en wieken. En honderd meter verderop vonden we een tweede gestolen wagen, klaar om in brand gestoken te worden. Het was dus niet zomaar iets dat ‘uit de hand was gelopen’, er zat een hele voorbereiding achter. Ze waren vastbesloten om ons naar die plek te lokken.

»Het is een oorlog die we nooit kunnen winnen met de middelen en de wetgeving die we nu hebben. Die jongens hebben het gevoel dat ze álles mogen, en ze hebben niet eens ongelijk. Soms pakken we kerels op die al vijftig, zestig feiten achter hun naam hebben staan: diefstal, heling, drugs, wapens en munitie, weerspannigheid... Onlangs hadden we er één met honderd feiten. Dan vraag je je echt af: hoe komt het dat die nog vrij rondloopt?»

HUMO Is het geweld in deze wijken extremer dan pakweg vijf jaar geleden?

Steven «Het was toen bij momenten ook al erg. Het is cyclisch: soms is het een aantal maanden rustiger en dan flakkert het geweld ineens weer op. Verbaal geweld en bedreigingen zijn er elke dag. ‘J’ai un AK47,’ is één van hun lievelingsuitdrukkingen. Een kalasjnikov AK47 is zo’n beetje een statussymbool. Je ziet het ook als graffiti: ‘AK47’, naast ‘MORT aux poulets’ of ‘MORT aux flics’.

»Twee jaar geleden zijn ze met granaten beginnen te gooien: één naar het gemeentehuis en één naar ons politiecommissariaat – dat was een Tjechische oorlogsgranaat. Gelukkig richtte die niet al te veel schade aan, maar het was duidelijk een oorlogsverklaring aan ons adres. Toen heb ik wel gedacht: waar gaat dit eindigen? Dat ze ons komen opzoeken bij ons thuis?»

'Ik durf niet meer buiten te komen zonder kogelvrij vest'


James Bond

Commissaris en VSOA-afgevaardigde Philippe Devos is sinds 1985 flik in Brussel en Schaarbeek, en hij heeft het geweld op straat zien groeien. Het is een uitwas van een veranderende maatschappij, vindt hij.

Philippe Devos «De agressie en intolerantie bij de mensen is groter geworden, en de maatregelen daartegen zijn niet meegegroeid. Neem nu de jeugdwetgeving. Bij de jongerenbendes die amok maken, zitten al kereltjes van 13, 14 jaar. Die worden door jongeren die al meerderjarig zijn, vaak naar voren geschoven om stenen en molotovcocktails naar de politie te gooien. Ze weten toch dat ze niet vervolgd worden. Die jeugd ziet zo’n stadsguerrilla trouwens als een spel, er zit weinig ideologie achter. Ook dát heeft met de veranderende maatschappij te maken, kijk naar de armzalige buurten waar ze wonen, de overvolle huizen waarin ze hokken, de scholen waar ze spijbelen.

»Toen we in de jaren negentig controles deden in Schaarbeek, kregen we wel allerlei verwijten naar het hoofd geslingerd – ‘Racist!’ – maar geen volle blikjes cola en kasseien, zoals nu. Als je vandaag een identiteitscontrole doet bij een individu dat je van dealen verdenkt, ben je in een mum van tijd omsingeld door veertig jongeren die beginnen te duwen en te trekken, te schoppen en te slaan, zodat de dealer er snel vandoor kan gaan. Er worden ook veel meer messen getrokken én gebruikt tegen politieagenten. Op zo’n moment kun je niet anders dan je wapen trekken.»

Uit de enquête van het Comité P blijkt dat het geweld zich ook in het privéleven van politiemensen nestelt. Commissaris Devos kan ervan meespreken. Hij kreeg het in 2007 aan de stok met een paar Turken tijdens rellen in Schaarbeek, werd verschillende keren bedreigd, en kreeg een prijs op zijn hoofd in het milieu. ‘Ik heb toen enkele maanden permanente politiebewaking gekregen,’ vertelt Devos. ‘Voor mijn vrouw en mijn kinderen was er een speciale vluchtroute uitgestippeld voor het geval ze bij ons thuis zouden komen.’

Eind oktober 2007 is een woelige periode in Schaarbeek: er breken rellen uit tussen Turken en Koerden, Turkse jongeren stichten brand in een Koerdisch café, en daarna is het hek van de dam. Overal in Schaarbeek en SintJoost worden veldslagen uitgevochten, auto’s vernield, ruiten verbrijzeld. Philippe Devos maakt die avond deel uit van een driekoppige verkennerspatrouille in een anonieme wagen, die de bewegingen van de jongerengroepen moet observeren.

Devos «Rond elf uur ’s avonds rijden we traag een laan in die op het eerste gezicht verlaten is. Een eindje verder merken we dat de weg wordt geblokkeerd door een stilstaande BMW, met een troep jongeren errond. Ik denk: ‘Shit.’ We stoppen op honderd meter afstand, maar we kunnen niet omdraaien, want er is maar één rijstrook.

»Plots komt de BMW achteruit naar ons toegereden, omstuwd door jongeren, gewapend met stokken en stenen. We kunnen zelf niet achteruit, achter ons staan er al een paar wagens: we zitten letterlijk in de val. De jongeren omsingelen ons, springen op het dak, gooien onze ruiten in met kasseien en proberen ons zo hard mogelijk te raken met hun stokken. Het is choquerend: tussen de oudere jongeren zie ik gezichten van kinderen tussen de 12 en de 14 jaar, meisjes en jongens. Dat beeld zal ik nooit vergeten. Ze timmeren erop los en vernielen de auto. We moeten in een paar tellen beslissen wat we doen, dit is een kwestie van leven en dood. De chauffeur geeft gas en knalt in de achterkant van de BMW. Dan rijdt hij een stukje achteruit, neemt een aanloop en knalt opnieuw in de BMW, die telkens een stukje vooruitvliegt. Het gaat ontzettend snel, ik hoor de relschoppers van ons dak vallen, we schuren tegen geparkeerde wagens aan. De voorruit is verbrijzeld, we zien niks, en blind blijven we tegen de BMW aanknallen. We duwen hem voort tot aan het kruispunt en forceren een opening, zodat we kunnen vluchten.

»Net als we denken dat we veilig zijn, zet de BMW de achtervolging in: hij komt naast ons rijden en botst zijdelings tegen ons, om ons aan de kant te duwen. We horen loeiende sirenes, er is versterking op komst, en de BMW slaat op de vlucht.

»Het leek wel een scène uit een James Bond-film, één van de heftigste uit mijn 27-jarige carrière, en ik vreesde echt voor mijn leven.»

De BMW werd nog dezelfde avond teruggevonden, volledig vernield. Eerst beweerden de inzittenden dat er zomaar een auto op hen was ingereden, maar een helikopter had het incident met infraroodcamera’s gefilmd. Uit de beelden bleek dat de drie Turken wel degelijk samenspanden met de relschoppers om de patrouille van Devos in de val te lokken. De chauffeur en zijn collega op de achterbank waren zwaargewond, Devos zelf kwam er met lichte verwondingen van af, maar kreeg het psychisch zwaar te verduren. De drie daders ontliepen hun straf niet: eind 2008 werden ze veroordeeld tot drie jaar cel en een schadevergoeding. Maar ze gingen in beroep, en toen begon de ellende opnieuw voor Philippe Devos.

Devos «In de daaropvolgende maanden werd ik verschillende keren bedreigd. Als ik na mijn shift naar huis wilde vertrekken, werd ik buiten aan het commissariaat opgewacht door één van de daders, die zei dat ik er spijt van zou krijgen als ik mijn klacht niet zou intrekken. Andere keren werd ik aangesproken tijdens mijn diensturen. De toon werd steeds dreigender, want ik weigerde natuurlijk te buigen. Kort nadat het proces in beroep was ingeleid, bereikte ons een tip dat er een prijs op mijn hoofd stond. De federale politie onderzocht die, en het bleek waar: er waren een paar bij het gerecht bekende Roemenen aangesproken om mij een lesje te leren. In die periode heb ik dikwijls Roemenen in de buurt van mijn huis zien rondhangen. Uit het strafdossier wisten ze waar ik woonde. Ik kreeg politiebewaking en een training van de Speciale Eenheden, voor het geval ze me thuis zouden komen opzoeken, en ik mocht mijn wapen permanent dragen. Het was een verschrikkelijke periode, ik voelde me nergens nog veilig. Ook voor mijn vrouw en mijn kinderen was het zwaar.

»Tegenwoordig is niemand nog bang voor een politieman. Je maakt geen enkele indruk meer. Ik denk dat het geweld zal blijven toenemen. Sinds een jaar of vier hebben we kogelvrije vesten. In het begin vond ik dat overdreven, maar nu durf ik zonder mijn vest niet meer buiten te komen.»


Loslopend wild

HUMO Het lijkt wel alsof de rollen zijn omgedraaid. Twintig jaar geleden was het de rijkswacht die met wapenstokken en traangas flink van jetje kon geven tijdens betogingen. Er waren ook verhalen over arrestanten die in de verhoorkamer met een telefoonboek op het hoofd werden geslagen, aan de radiator werden geklonken of in een kast opgesloten. Vandaag is de politie zelf loslopend wild.

Philippe Devos «We zijn van het ene extreem in het andere gevallen. Vroeger – ik spreek over de periode vóór de politiehervorming van 2000 – was er veel minder controle op het gedrag van de politie. Er werd ook veel meer door de vingers gezien. Maar sinds de politiehervorming is het gedrag van de politieman serieus veranderd. We werken nu met het model van de zogenaamde community oriented policing, de gemeenschapsgerichte politie die vooral door betrokkenheid en een goeie communicatie tussen de bevolking staat, in plaats van ertegenover. Dat leren de agenten ook in hun opleiding: eerst proberen het probleem op te lossen in plaats van de confrontatie aan te gaan. Een positieve, zachtere benadering dus. Maar als ze op het terrein met geweld in aanraking komen, laten ze zich vaak verrassen en zijn ze soms niet goed genoeg voorbereid.

»Daarbij komt nog dat de controles op de politiemensen ook verscherpt zijn: er is het Comité P, er is de Algemene Inspectiedienst en er zijn de interne controlediensten die allemaal een onderzoek kunnen instellen als iemand een klacht tegen een politieagent indient. En ook dat gebeurt veel vaker dan vroeger. Maar arrestanten reageren vaker weerspannig, waardoor je als politieagent wel op een harde manier tussenbeide moet komen, wat dan weer aanleiding geeft tot meer klachten van de burgers tegen de politie.

»Dat keert zich dikwijls tegen ons. Arrestanten zeggen dan dat ze om een onbekende reden klappen hebben gekregen – terwijl je ze bijvoorbeeld wilde oppakken voor verboden wapenbezit of voor dealen. Later dienen ze een klacht in tegen jou omdat je geweld hebt gebruikt. Vaak op aanraden van hun advocaat, om je in diskrediet te brengen.»

Het aantal klachten tegen politiemensen is de afgelopen jaren dan ook fenomenaal gestegen. Het comité P alleen al krijgt elk jaar 2.500 klachten binnen. ‘Maar meer dan 85 procent blijkt achteraf onterecht,’ zegt Vincent Houssin van het VSOA.

Vincent Houssin «Het is gemakkelijk om te beweren dat de politie onterecht geweld heeft gebruikt. Onze mensen worden van van alles beticht: foltering, valsheid in geschrifte, schuldig verzuim... Zulke beschuldigingen zijn niet min, hoor, in onze job. En de onderzoeken zijn niet van de poes. Collega’s worden eerst urenlang ondervraagd, en dan volgt een maandenlange procedure. Dat kan intimiderend zijn, zelfs al weet je dat je niets verkeerds hebt gedaan. Van de korpsleiding moet je niet te veel steun verwachten. Die gaat er vaak van uit dat ‘de agent wel iets verkeerds gedaan zal hebben’.

»Het geeft een wrang gevoel om plots zelf tussen misdadigers te staan. En het werkt enorm demotiverend. Als je één keer zoiets meemaakt en je komt later in een soortgelijke situatie terecht, dan is het toch begrijpelijk dat je de andere kant opkijkt?»


Kepie aan de haak

De tijd dat kinderen op de speelplaats indruk konden maken met de melding ‘mijn papa is politieman’ lijkt definitief voorbij. Agenten vertellen in hun omgeving liever niet meer wat ze doen voor de kost. ‘Ik ben bij de politie gegaan omdat ik iets wilde doen tegen onrecht,’ zegt agent Tom.

Tom «Ik wilde een verschil maken voor de slachtoffers, de wereld een beetje beter maken. Ja, dat klinkt naïef. Maar veel collega’s doen het uit idealisme. Wat ik raar vind, is dat slachtoffers in elke andere bevolkingsgroep worden erkend, maar als het om politie gaat, vinden mensen het maar normaal. Een kepie is voor sommige mensen bijna een uitnodiging: ‘Sla er maar eens op.’ Ik heb al verschillende keren met mijn vrouw besproken of ik er niet mee zou stoppen, omdat het het risico niet waard is. Mijn vrouw moedigt me aan om vol te houden, maar ik denk dat veel politiemensen hun kepie aan de haak zouden hangen als ze de kans kregen om te stoppen.»

(*) De namen van de betrokken politieagenten zijn fictief

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234