Agressieve kinderen en bange ouders: 'Ik hou van mijn dochter, maar de angst is niet meer leefbaar'

Eén op de vijf ouders straft zijn kind nooit. Kinderpsychiater Peter Adriaenssens zet nog hoger in: volgens hem geeft bijna één op de drie mama’s en papa’s zoon- of dochterlief aldoor carte blanche.

(Verschenen in Humo3607 op 20 oktober 2009)

Adriaenssens krijgt elke dag met de gevolgen van die evolutie te maken. ‘Ik zie een groeiende groep jonge lastposten, en dat baart me grote zorgen,’ zegt hij.

Peter Adriaenssens «En dan doel ik niet op jeugdcriminaliteit – uit cijfers blijkt dat die niet toeneemt – maar wél op het feit dat we steeds meer storend gedrag zien. Iedere klassenraad moet in de loop van het schooljaar wel een ernstig geval bespreken. Vroeger was dat niet zo.

»De lastposten zijn ook steeds jonger. Vijfjarigen die schuttingtaal gebruiken als ze hun zin niet krijgen, negenjarige weglopers, tienjarigen die een winkelier afdreigen... Ze zijn weinig gehecht aan gezagsfiguren als ouders en leerkrachten, en ze kiezen vriendjes die net zo dwars zijn, wat hun gedrag nog versterkt.»

HUMO Zijn die kinderen dan ‘slecht opgevoed’?

Adriaenssens «Niet noodzakelijk. Vroeger dachten we dat een baby als een lege doos geboren werd. Wat je in die doos stopte, bepaalde hoe je kind zou opgroeien. Een goed eindproduct was te danken aan de ouders: als je zoon van achttien een schitterende student was en netjes in het pak zat, kreeg jij daar een schouderklopje voor.

»Nu weten we dat het jammer genoeg anders in mekaar zit. Opvoeding speelt een belangrijke, maar geen alleenzaligmakende rol. Sommige kinderen worden nu eenmaal geboren met een sterke impulsiviteit en een grote drang naar onafhankelijkheid. Dat kan je leven een pak moeilijker maken. Dan kom je thuis en je zit in zak en as: ‘Mama, ik heb wéér een stommiteit begaan!’

»Laatst viel de politie binnen op een fuif waar een enorme vechtpartij aan de gang was. Er waren dertien- en veertienjarigen die zo razend waren dat ze door meerdere agenten gegrepen moesten worden. Maar in de combi, met de deur dicht, zakte zo’n puber ineen, begon te huilen en vroeg om vergiffenis. Dan vraagt zo’n agent zich af: is dit nog wel dezelfde jongen?

»De vraag is: hoe ga je om met zo’n temperamentvol kind? Ouders die vinden dat er best wat temperament mag zijn, zullen baldadig gedrag veel te lang laten aanslepen. Opvoeding is slijpwerk, maar zij beginnen pas te slijpen als er zich echte problemen voordoen. Uit een enquête bij leerkrachten is gebleken dat ouders vaak denken dat het foute gedrag van hun kind ‘er wel zal uitgroeien’. Dat is een populair geloof in Vlaanderen, maar het is onzin.»

HUMO Maar u begon met de stelling dat er tegenwoordig meer lastposten zijn dan vroeger. Dat kan toch moeilijk een kwestie van aanleg zijn. Is het probleem niet dat veel ouders gewoon de tijd niet meer hebben om hun kinderen op te voeden?

Adriaenssens «Inderdaad: daar knelt het schoentje. Als je ziet hoeveel een woning tegenwoordig kost, weet je dat het bij veel koppels niet langer een keuze is om met z’n tweeën te gaan werken: één normale wedde volstaat gewoon niet. Daardoor hebben we minder uren dan ooit om het samenleven te oefenen. Vroeger was er de moeder aan de haard: zij ving de kinderen na schooltijd op en luisterde naar hun verhalen. Het grootste gemis voor ouders van nu is dat ânderen die verhalen horen – de naschoolse opvang, broer en zus... Als vader of moeder om zes uur, halfzeven thuiskomen, is die eerste verhalengulp allang in de lucht opgelost.

»Gelukkig zijn heel wat zonen en dochters goede plakbeesten: als jij thuiskomt, komen ze bij je zitten. Maar er zal altijd wel een kind zijn dat achter zijn computer blijft zitten en uit de verte ‘Hoi!’ roept. Met dât kind moet je aan de slag: ‘Wat denk je, gaan we zaterdag naar de speeltuin? Of heb je zin om samen lekker te koken?’ En aan tafel behoor je aandachtig te zijn voor de zwijger. Zeg gerust eens tegen je babbelgrage dochtertje ‘Zwijg jij nu eens even’ en tegen je stille zoon ‘En hoe was jouw dag?’ Zo laat je hem voelen dat hij ook belangrijk voor je is.

»Er wordt me weleens gevraagd of ouders nog belang hebben: ‘Kinderen leren alles toch op school en van televisie?’ Maar geloof me: ouders zijn nog nooit zo belangrijk geweest. De tijd is voorbij dat je erop kon rekenen dat de school voldoende strenge regels had. Vroeger nam de pater prefect het wel over in geval van nood, vandaag hebben kinderen hun ouders nodig als schipper in die woelige zee van informatie waarin ze terechtkomen. Zeventig procent van alle vaders en moeders neemt die rol effectief op. De rest laat de opvoeding over aan de samenleving, en da’s een ruwe leermeester.»


Liefdevol verwaarlozen

Dirk is vier jaar; zijn ouders Hilde en Matthias zijn twee maanden geleden gescheiden. Vorige week beet hij zijn vader in de wang: het was zijn zoveelste woedeaanval.

Matthias «Ik was uitgenodigd op een huwelijksreceptie, en Dirkje mocht mee. De andere kinderen gingen wilde spelletjes spelen op het gazon, en Dirk deed mee. Ik hield mijn hart vast, want ik weet dat het niet altijd wil vlotten met andere kinderen.

»Plots begon hij te huilen – echt krijsen is dat bij hem. Hij lag op zijn rug in het gras en draaide heen en weer. Naast hem stond een jongetje wat beteuterd te kijken: ik dacht dat hij Dirk had geduwd of zo. Eerst wil-de ik Dirk troosten, maar hij keerde zich van me af. Toen ik hem daarna optilde, beet hij me in mijn wang! ’t Is een koleriek manneke – hij staat soms tegen mijn been te schoppen en knijpt en krabt me weleens – maar dat bijten was nieuw.»

HUMO Gedroeg hij zich voor de scheiding anders?

Matthias «Hilde en ik hebben geprobeerd om hem zo weinig mogelijk te laten merken van spanningen en vervelende gesprekken, maar ’t is een heel gevoelige jongen: hij lijdt er vast wel onder.

»Dat gezegd zijnde: een makkelijk kind is Dirk nooit geweest. Hij was een huilbaby. Nachtenlang hebben Hilde en ik met hem rondgewandeld: alleen dat kalmeerde hem. Ik heb toen voorgesteld om hem bij ons in bed te nemen – zo kon hij ook makkelijk de borst krijgen. Dat werkte, maar na een tijd begon ik mijn vrouw te missen: we hadden de nacht nooit meer voor onszelf. Toen Dirk één jaar was, vond Hilde het tijd om hem weer naar zijn kamer te verhuizen. Maar dat wilde hij niet meer. Hij begon opnieuw te huilen, en hij ging nu ook echt vervelende dingen doen, zoals de inhoud van zijn pamper over de lakens uitwrijven.»

HUMO Hoe reageert je omgeving op zijn woedeaanvallen?

Matthias «Heel wat familieleden vinden hem een vervelend, verwend ventje, maar dat komt omdat zij hem niet kennen zoals wij. Eigenlijk is hij heel lief en aanhankelijk. En hij kan al heel grote legpuzzels maken! Toen ik zijn juf dat vertelde, zei die dat Dirk wel slim is, maar dat er iets schort aan zijn emotionele intelligentie. Ze vroeg me om hem te laten testen op ADHD of een gedragsstoornis. Hij is nog maar vier, en nu wil de maatschappij al een etiket op hem plakken!

»Hilde is ook strenger geworden sinds de scheiding. Als hij stout is, sluit ze hem op in zijn kamer, met tranen en vreselijke woedeaanvallen tot gevolg. Ik heb haar gewaarschuwd dat hij een hekel aan haar zal krijgen als ze zo doorgaat.

»Ik heb een afkeer van repressieve opvoeding. Hoe klein mijn zoon ook is, hij is een mens en verdient respect. Het gebeurt dat ik Dirk in de hoek zet, maar daar komt hij on-middellijk weer uit. Wat wil je dan dat ik doe? Ik kan hem toch moeilijk gaan slaan?»

***

HUMO Meneer Adriaenssens, Matthias heeft het beste met zijn zoontje voor, maar streng zijn lukt niet zo goed.

Adriaenssens «En dat is het probleem, natuurlijk. De vraag is niet: ‘Waarom bijt Dirk?’ De vraag is: ‘Keurt Matthias dat af of niet?’ Die jongen doet dingen die niet kunnen, punt. Maar er wOrdt geen punt gezet! Zijn vader zet een komma, hij slijpt niet aan dat gedrag. Resultaat: Dirk zal opnieuw bijten. Matthias is té kindvriendelijk, hij is een advocaat voor zijn zoon.

»Met dat fenomeen krijgen leerkrachten steeds vaker te maken. Stel: zo’n jongen gaat voor het eerst naar school en bijt daar in één week drie kinderen. ‘U moet er iets aan doen,’ zegt de leraar tegen de vader. Maar die zegt: ‘Ten eerste: het zal wel uitgelokt zijn. En ten twee-de: het voorval vond in de klas plaats, het is aan Q om te reage-ren.’ Terwijl hij eigenlijk heel sec had moeten zeggen: ‘U hebt gelijk: hij hoort dat niet te doen. Ik spreek hem er vanavond over aan.’ En tegen het kind: ‘Als ik je morgen aan school kom afhalen, zal ik je leraar vragen of je hebt gebeten. Heb je niet gebeten, dan gaan we fijn een spel spelen. Heb je wél gebeten, dan spelen we helaas niet en ga jij na het eten naar bed.’ Dat is wat ik noem ‘gehoorzaamheid uit keuze’: het kind bepaalt zélf wat het wordt, de dag erna. Dat is iets heel anders dan het autoritaire geschreeuw van vroeger, genre ‘Als jij nog één keer durft te bijten, zul je geen tanden meer in je mond hebben, manneke’. Dat werkte wel, maar het stond een gevoelsrelatie in de weg.»

HUMO Klinkt goed, maar kun je als ouder ook niet overdrijven met die democratie?

Adriaenssens «Elke democratie heeft regels nodig. Stel dat je de volgende wintervakantie wil bespreken met je kinderen. ‘Ik wil naar de bergen,’ zegt je dochter. ‘Ik wil naar zee,’ zegt je oudste zoon. ‘Ik wil naar de zon,’ zegt je jongste zoon. Als goede premier luister je naar het parlement, waarna je een wijs oordeel velt én je daaraan houdt.

»En daar beginnen de problemen: te veel ouders willen dat al hun kinderen hun fans zijn. We hebben het er moeilijk mee als de jongste boos wegloopt en roept: ‘Ik wist wel dat je de oudste voorrang zou geven!’ – in de hoop dat je achter hem aan komt getrippeld en zegt: ‘Zo heb ik het niet bedoeld!’ Maar als je een beslissing hebt genomen, moét je er een punt achter zetten. Als goede premier kan je de volgende keer ook de andere partij van je coalitie iets gunnen, natuurlijk. Maar als democratie alleen maar betekent: naar de ideeën van je kinderen luisteren en ze dan koste wat het kost allemààl willen realiseren, dan is dat pedagogische verwaarlo-zing. Heel wat ouders zijn geschokt als ik zeg dat ze hun kinderen – die ze vaak vreselijk graag zien – verwaarlozen. En toch klopt het: onderzoek wijst uit dat de meeste ouders wel weten wat hun kroost mag en niet mag, maar dat ze die regels thuis niet altijd toepassen.

»Dat blijkt ook als we een camera in de woonkamer van een gezin zetten en filmen tussen zes en acht uur ’s avonds – als je je moet haasten om te koken, je partner te begroeten, met je kinderen te praten, naar hun huiswerk te kijken. In dertig procent van de gevallen krijgen de kinderen de hele tijd hun zin. Ouders hebben er alles voor over om dat crisismoment te overleven, en dus kiezen ze voor de makkelijkste weg. Echt opvoeden is zwaar, zéker na een lange werkdag – vermoeidheid is een onderschat probleem bij ouders.»

'Ik hou van mijn dochter, maar die angst is niet meer leefbaar'


Überpuber

Het gedrag van kleine lastposten kan in de puberjaren behoorlijk ontsporen. Annick, een alleenstaande moeder, is bang van haar zestienjarige dochter Manon: het meisje bedreigt haar en gebruikt fysiek geweld.

Annick «Vorige week is ze me naar de keel gevlogen, omdat ik haar geen geld meer wou geven. Ze had al driehonderd euro gekregen, voor schoolboeken en kleren. Maar ze wilde uit met haar vriendinnen en vroeg me nog twintig euro. Ik wist best wat ze daarmee ging doen – sterkedrank kopen in de nachtwinkel – en dus weigerde ik. Dat maakte haar razend. Ik denk niet dat ze me écht probeerde te wurgen; ze had zichzelf gewoon niet meer in de hand. ’t Was alsof er een explosie in haar hersenen plaatsvond: haar ogen puilden uit, ze schreeuwde, ze liep vuurrood aan. Heel akelig. Het was niet haar eerste aanval.

»Ik begrijp niet waarom Manon zich zo misdraagt, want ze heeft hier nooit agressie gezien. Haar vader en ik maakten weleens ruzie, maar nooit sláánde ruzie. We zijn trouwens al meer dan dertien jaar gescheiden.»

HUMO Hoe was Manon als kind?

Annick «Een schatje. Ik ben nachtverpleegster: als ik moest werken, ging Manon naar mijn moeder, de buurvrouw of één van mijn vriendinnen. Dat vond ze allemaal goed. Ik voelde me schuldig dat ik zo vaak weg was, en dus verwende ik haar met snoep en speelgoed. Als ik haar van school afhaalde, gingen we vaak even langs de speelgoedwinkel. Dan kreeg ze kleine dingetjes, zoals een barbiepop of iets om mee te knutselen. Ze was toen nog vlug tevreden, maar als ze eens een week niets kreeg, kon ze wel heel nukkig worden.»

HUMO Wat heeft de ommekeer veroorzaakt?

Annick «Op de middelbare school kreeg ze de verkeerde vriendin-nen. Een paar van die meisjes ben ik echt gaan háten. Ze mogen hier niet over de vloer komen, maar Manon brengt ze toch mee. Dan zitten ze op haar kamer en zetten de muziek hard, terwijl ze weet dat ik moet slapen. Ik zie vreselijk op tegen weekends en vakantieweken, want dan is ze veel thuis.

»Ik hou van mijn dochter, maar die angst is niet meer leefbaar.»

HUMO Hoe denk je deze situatie op te lossen?

Annick «Geen idee. Mijn buur-vrouw – de enige die ik al in vertrouwen heb genomen – zegt dat ik naar de politie moet gaan, maar dat kan ik toch niet máken? Stel je voor dat ze met een combi aan huis komen: de schande! En in psychologen en aanverwanten heb ik weinig vertrouwen – Manon zou toch niet mee willen gaan. Ik kan alleen maar wachten tot ze de leeftijd heeft om op kot te gaan.»

***

HUMO Manon is een puber: tot op welke hoogte is haar probleemgedrag ‘normaal’?

Adriaenssens «Veel mensen geloven nog in de populaire stelling dat een tiener zich onbetamelijk móét gedragen. Dat je zonder storm geen normale volwassene kunt oogsten. Maar recent onderzoek heeft uitgewezen dat een lastige puberteit niet langer een vereiste is om later een leuke volwassene te worden. Jongeren gaan uit, slapen met hun lief, hebben geld op zak. Waar zouden ze nog tegen moeten rebelleren?

»Ouders als Annick gebruiken een soort cut-off score, een nullijn die zegt: als dát gebeurt, dán is de maat vol. Bij Annick was dat waarschijnlijk het moment dat haar dochter haar naar de keel vloog. Maar als ze bij mij op consultatie kwam, zou ik haar vragen om de film vérder terug te draaien: naar het moment dat ze voor het eerst voelde dat Manon haar gezag niet aanvaardde. Meestal is er een voorgeschiedenis van schelden, bedrie-gen en zelfs weglopen – en heeft de ouder dat gedrag geduld, waardoor het probleem is gaan woekeren.»

HUMO Kun je als ouder nog iets doen om zo’n situatie recht te trekken?

Adriaenssens «Ja. Het gouden advies aan ouders is: het is nooit te laat.

»Van bij de geboorte kun je met je kind de zogenoemde Driehoek oefenen. Eén: zeg wat je van zijn gedrag denkt. Twee: zeg hoe je je erbij voelt. Drie: zeg wat het kind béter zou doen. Neem nu een baby die heel hard aan de tepel zuigt. ‘Au!’ zegt mama. ‘Dat doet pijn.’ Waarna ze de baby in de ogen kijkt, zijn wang streelt en zegt: ‘Dat vind ik niet fijn, hoor. Zachtjes, hè.’ De baby kijkt haar aandachtig aan, en er wordt geoefend. Of een kleuter die zijn vriendje op de hand slaat om een stuk speelgoed af te pakken. ‘Dat mag je niet doen,’ zegt papa. En dan: ‘Ik vind dat niet leuk. Dat doe ik toch ook niet bij mama als ik iets van haar wil hebben?’

»Sommige kinderen moet je voortdurend helpen om de Driehoek te gebruiken, maar je hebt er ook die al van bij de geboorte ware gevoelsbeesten zijn. Zoals een meisje dat tegen haar broertje zegt: ‘Wees nu een beetje stiller, want je maakt mama zenuwachtig.’ Dat kind vormt een extra steunpunt in het gezin.

»De Driehoek is een instrument voor alle leeftijden, en dus ook voor pubers. Vertel je tiener gerust wat je denkt van zijn gedrag, zeg hoe je je erbij voelt, en reik alternatieven aan. Dat klinkt simpel, en toch hebben wij het daar moeilijk mee. Dat komt omdat we slechte herinneringen hebben aan de manier waarop onze ouders óns dicteerden. Vroeger was het normaal dat een vader tegen zijn puberzoon riep: ‘Weet jij wat jouw probleem is! Wat jij eens zou moeten leren! Wat jij eens zou moeten doen!’ Als je die zinnen hoort, voel je de adrenaline stijgen en heb je al geen zin meer om te luisteren. Maar je luistert wél als iemand voor zichzelf praat. Als een vader zegt: ‘Jongen, als jij je zo kwaad maakt, dan voel ik me ellendig. Dat is toch niet de manier waarop wij met elkaar omgaan? En dan die grove taal. Voel jij je niet akelig als je zo doet? Ik zou willen dat je erover nadenkt hoe je dit anders zou kunnen aanpakken.’ Het zal niet direct vruchten afwerpen, maar je moet blijven volhouden.»

HUMO Maar hoe breng je een kind beleefdheid bij als het op MTV fuck you’s regent?

Adriaenssens «Ja, da’s moeilijk. De samenleving bestookt het gezin continu met problematisch materiaal.

»Gisteren kwam er een moeder bij me op consultatie met een ont-stellend verhaal. Ze heeft drie zonen en moet voortdurend opboksen tegen hun seksistische opmerkingen. Als zij boos is op één van hen, knipogen ze naar elkaar en zeggen: ‘Dat heb je met zo’n teef.’ De Driehoek indachtig hamert zij er iedere keer weer op: ‘Dat is geen taal. Jullie vader praat toch ook niet zo tegen mij?’ Maar kennelijk hebben ze dat van MTV en co. Dat is unfair: die vrouw kan daar op haar eentje geen tegenwicht voor bieden.

»Het probleem is dat we tegen-woordig maar één antwoord op agressie van jongeren lijken te kennen: angst. Een man zei me over zijn neefje: ‘Ik blijf uit zijn buurt als hij weer eens ontploft. Geen dénken aan dat ik me daarin meng!’ Je kunt op de bus geschoffeerd worden door een jongere zonder dat de andere passagiers je te hulp schieten: in de tijd van onze groot- of overgrootouders was dat ondenkbaar. Terwijl dat gedrag niet alleen het probleem is van één of andere geïsoleerde ouder, maar van de hele samenleving. Met wat meer solidariteit zouden we al een heel eind verder raken.»

Matthias, Hilde, Dirk, Annick en Manon zijn gefingeerde namen om de privacy van de getuigen te beschermen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234