Aimen Dean, de dubbelspion van Al Qaeda die de Britse premier en de Amerikaanse president tipte: 'Ik zag alleen maar weerzinwekkende brutaliteit en nietsontziende moordlust'

Op zijn 16de vocht de Saudi Aimen Dean met de moslimrebellen in de Bosnische burgeroorlog, en op zijn 18de ontmoette hij Osama bin Laden in een trainingskamp in Afghanistan. Maar de gruwel werd hem te veel en hij besloot te spioneren voor de Britse geheime dienst: ‘We werden verondersteld edelmoedige krijgers te zijn, maar ik zag alleen maar weerzinwekkende brutaliteit en nietsontziende moordlust.’

'Enkele jihadi's uit de Midlands hadden mijn hulp gevraagd in hun complot om de klinken van luxewagens met een giftige crème in te smeren, om de 'stinkend rijke klootzakken' te straffen'

Aimen Dean (39) staat bij de moskee van Finsbury Park, en hij is allesbehalve op zijn gemak. Daar heeft hij alle reden toe: de laatste keer dat hij hier kwam, probeerde hij als spion informatie over moslimextremisten te bemachtigen. Dean was vroeger lid van Al Qaeda, maar hij werd een informant van MI6, de Britse buitenlandse inlichtingendienst. Nu is zijn leven in gevaar: zijn vroegere ‘broeders’ hebben een fatwa over hem uitgesproken en willen hem dood.

Aimen Dean «Londen is te gevaarlijk voor mij. Ik kan altijd op iemand botsen die ik van vroeger ken.»

Hij is vrij klein van gestalte, heeft dun haar, draagt een bril met dikke glazen en noemt zichzelf nogal nerdy. Hij ziet er niet bedreigend uit, maar Dean was ooit een jihadi die met kalasjnikovs zwaaide. Hij studeerde af aan een terroristenschool in Afghanistan en was jarenlang de belangrijkste spion van het Westen bij Al Qaeda. Onder zijn schuilnaam Lawrence – naar Lawrence van Arabië – tipte hij zijn contactpersonen over plannen voor aanslagen, onder andere één met gifgas in de metro van New York. Niet zelden belandde zijn informatie op het bureau van de Britse eerste minister of de president van de VS. Zijn identiteit was één van de best bewaarde geheimen in de geschiedenis van de spionage volgens Paul Cruickshank en Tim Lister, de journalisten die Dean hebben geholpen zijn memoires te schrijven. Hij zou nooit uit de schaduw getreden zijn als hij niet was verraden door wat iemand bij MI6 verwoordde als ‘een zeer ongelukkig lek’ bij de Amerikanen.

Ongetwijfeld nam hij zijn vertrouwelingen bij MI6 in met zijn zelfrelativerende humor, een zeldzaamheid in de wereld van de jihadi’s. Hij spreekt onberispelijk Engels, doorspekt met spionnenjargon dat hij van hen heeft opgepikt.

Dean «Ze noemden mij de kat omdat ik zoveel levens had – vandaar ook de titel van mijn boek, ‘Negen levens’.»

Hij was een jonge twintiger toen hij voor MI6 begon te spioneren. Hij had op dat moment al voor Al Qaeda gevochten. Hij werd geboren als jongste van zes jongens in een soennitisch gezin in Khobar, in Saudi-Arabië.

DEAN «Mijn vader was een zakenman. Hij kwam om bij een verkeersongeval toen ik 4 jaar oud was. Mijn moeder was een Libanese, en ze was haar leven lang verontwaardigd over de Israëlische bezetting van Zuid-Libanon (van 1982 tot 2000, red.). Als je dan geen politiek bewustzijn kweekt als kind, weet ik het niet meer.»

Toen hij 9 jaar was, gebruikte hij zijn fotografische geheugen om de Koran uit het hoofd te leren. Op zijn 11de mocht hij een handje helpen in een islamitische boekenwinkel, waar hij gretig alle lectuur verslond. Maar kort voor zijn 13de verjaardag stierf zijn moeder.

DEAN «Toen heb ik mijn moreel kompas verloren. Een oudere broer was in de jaren 80 bij de moedjahedien in Afghanistan gaan vechten tegen de Sovjet-Russische bezetters. Andere mensen naar wie ik opkeek, zoals mijn leraar wiskunde, gingen in Bosnië vechten toen daar in 1992 een burgeroorlog losbarstte. Op mijn 16de ging ik zelf naar de Balkan. Ik ontmoette er al snel blanke Amerikanen die zich tot de islam hadden bekeerd, Britten van Pakistaanse afkomst en veel Egyptenaren. Het was de islamitische versie van de Internationale Brigades, die in de jaren 30 in de Spaanse burgeroorlog hadden gevochten. Ik had geleerd hoe ik mortiergranaten moest afvuren en ik was zelfs bereid om als martelaar te sterven, maar wonderlijk genoeg heb ik die oorlog overleefd.»

De eerste twijfels bekropen hem toen hij zag hoe zijn moslimbroeders Servische gevangenen martelden en onthoofdden.

DEAN «Ik was toen 17. Ik had voorgesteld om hen te ruilen voor moslimgevangenen, maar daar hadden ze geen oren naar. Ze gebruikten messen, bijlen en zelfs kettingzagen. We werden verondersteld edelmoedige krijgers te zijn, maar ik zag alleen maar weerzinwekkende brutaliteit en nietsontziende moordlust.»

Eind 1995 ontmoette Dean in Bosnië Khalid Sheikh Mohammed, het latere meesterbrein achter de aanslagen van 9/11. Die stelde hem voor om naar Afghanistan te trekken en zich daar aan te sluiten bij de rebellen die tegen Amerika en zijn bondgenoten streden. Dean reisde meteen naar de Pakistaanse grensstad Peshawar, waaruit de basissen van Al Qaeda in Afghanistan het makkelijkst te bereiken waren. Daar onderwierp Abu Zubaydah, één van de Saudische kopstukken van de terreurbeweging, hem aan een kruisverhoor. Pas daarna werd Dean naar een trainingskamp nabij Kandahar gestuurd.

'Ik begon te twijfelen toen ik mijn broeders gevangenen zag executeren met bijlen en kettingzagen'


Heilige Bin Laden

In augustus 1996 kwam Osama bin Laden aan in dat kamp.

DEAN «Toen ik hem ontmoette, voelde het alsof ik naar het bureau van een populair schoolhoofd mocht. Hij had bijna de status van een heilige. Ik had het diepste respect voor hem. Tegelijk was er ook een stemmetje in mijn achterhoofd dat maar bleef zeggen dat hij helemaal niet zo briljant was. Er hing een naïviteit rond hem, hij geloofde echt dat wij recht naar Jeruzalem konden marcheren, en dat de westerse nucleaire grootmachten ons niets konden maken. Maar wij zaten daar in een kamp in een godvergeten gat.»

In dat kamp in Afghanistan werd Dean opgedragen nieuwe rekruten koranles te geven. Zelf werd hij een leerling van Abu Khabab, die in het Egyptische leger als mijnopruimer had gewerkt en die nu één van de beste bommenmakers van Al Qaeda was.

DEAN «Eén van zijn oud-leerlingen was Abu Hamza, de beruchte imam van de moskee in Finsbury Park. Khabab was niet alleen geïnteresseerd in conventionele explosieven, maar ook in gifgas zoals Zyklon B, het gas dat de nazi’s tijdens WO II in de concentratiekampen hadden gebruikt. Ik hielp hem met experimenten met gifgas op konijnen. Pas veel later besefte ik hoe naïef ik was geweest. Dat waren geen wapens om mee aan het front te vechten.»

Op 7 augustus 1998 werden twee zware aanslagen gepleegd op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania. Daarbij kwamen 224 mensen om het leven, vooral Kenianen. Het bloedbad vervulde Dean met afschuw.

DEAN «Dat was niet waarom ik bij Al Qaeda was gegaan: ik wilde moslims in het buitenland verdedigen, maar nu was ik verwikkeld in een terroristische oorlog tegen het Westen. Daar wilde ik niets mee te maken hebben, maar hoe kon ik daaruit ontsnappen?»

'Osama bin Laden leek me helemaal niet zo briljant. Hij geloofde echt dat we naar Jeruzalem konden marcheren en dat de westerse nucleaire grootmachten niets zouden doen'

In 1997 was hij voor malaria behandeld in Qatar. In november 1998 vertelde hij zijn oversten dat hij terug moest voor een check-up, en hij kreeg toestemming om het kamp te verlaten. In Qatar verdacht de grenspolitie hem ervan dat hij een militant van Al Qaeda was.

DEAN «Tijdens de ondervraging besloot ik mee te werken, en ik gaf ze een bankrekeningnummer van Al Qaeda dat ik uit het hoofd had geleerd. Ze waren in de wolken: ze hadden snel door dat ik van grote waarde was en dat ze het vertrouwen van westerse inlichtingendiensten konden winnen als ze mij uitleverden. Ze lieten mij wel de keuze tussen Amerika, Frankrijk en Groot-Brittannië. Met de Fransen had ik weinig culturele affiniteit en ik sprak evenmin de taal. De Amerikanen vertrouwde ik voor geen haar. Met Groot-Brittannië had ik een band: mijn grootvader had tijdens de Eerste Wereldoorlog tegen de Ottomanen gevochten in Mesopotamië, en hij was ook het hoofd van de koloniale politie in de Iraakse stad Basra geweest. Hij had zich altijd zeer lovend over de Britten uitgelaten.»

Op 16 december 1998 werd Aimen Dean op London Heathrow opgewacht door Tom van MI5, de Britse binnenlandse veiligheidsdienst, en Harry, van MI6. Hij werd meteen verhoord in een kamertje op de luchthaven.

DEAN «Ik had de Qatari’s niet alles verteld. Ik had bijvoorbeeld niets gelost over een plan om westerlingen te kidnappen in Jemen. Toen ik dat aan de Britten vertelde, waren ze erg onder de indruk. En hun mond viel al helemaal open toen ik mijn troefkaart uit mijn zak haalde: een cd-rom uit het laboratorium van Abu Khabab. Daarna duwden ze me in een auto en brachten ze me naar een ziekenhuis. Het was erg belangrijk, zeiden ze, dat iedereen dacht dat de Qatari’s me naar Groot-Brittannië hadden gestuurd voor een grondig medisch onderzoek.»

De volgende maanden en jaren ontmoette Aimen Dean officieren van MI6 van diverse pluimage in hotels in heel Londen. Nick, bijvoorbeeld, leek hard op de acteur Sam Neill en rookte Cubaanse sigaren. Richard, die een voorliefde had voor kostuums met een dubbele rij knopen, praatte met hem in perfect Arabisch met het accent van een bedoeïen. Simon was anders: hij had economie gestuurd aan de universiteit van Edinburgh en hij was een fan van ‘The Simpsons’, net als Dean. Hij kon heel goed Mr. Burns imiteren, de slechterik in de reeks. Dan plaatste hij zijn vingertoppen tegen elkaar en zei met nagenoeg dezelfde stem: ‘Excellent! Excellent!’ Voorts was er Raj, een jonge sikh en analist voor MI6, ‘wellicht de enige op de loonlijst van de geheime dienst’.

DEAN «In ruil voor een bescheiden salaris moest ik zoveel mogelijk informatie proberen te zoeken over het netwerk van Al Qaeda in Londen. Abu Qatada, een Jordaans-Palestijnse geestelijke, werd ervan verdacht de centrale spilfiguur te zijn. Ik werd ondergebracht in een kleine flat in een halfvrijstaand huis in Purley. Al Qaeda dacht ondertussen dat ik aan het opknappen was van een latente malariabesmetting.»

Britse jihadi’s vergastte hij op verhalen uit Afghanistan. Zo won hij hun vertrouwen en kon hij te weten komen wat zij van plan waren.

DEAN «Zuid-Londen was vergeven van de jihadi’s. Ik kon aan elke halte van bus 77 stoppen en in geen tijd een militant vinden. Alles wat ik hoorde, rapporteerde ik meteen, zelfs een krankzinnig plan van enkele jihadi’s uit de Midlands. Die hadden mijn hulp gevraagd in hun complot om de klinken van luxewagens met een giftige crème in te smeren, om de ‘stinkend rijke klootzakken’ te straffen.»


Dikkerdje Dean

Na een vakantie in Schotland vroeg Richard aan Dean of hij het erg zou vinden om terug te keren naar Afghanistan, maar dan als een agent van MI6. Dean had de smaak van het spioneren te pakken gekregen, en hapte zonder aarzelen toe. Hij kreeg een doorgedreven training met tal van tips. Als hij opnieuw wilde ontsnappen, moest hij bijvoorbeeld zijn brillenglazen stukslaan. Dan zouden ze hem wel toestaan naar Peshawar te reizen voor een nieuwe bril, en daar kon hij terecht op een geheim adres.

DEAN «Ik vertelde mijn contacten bij Al Qaeda in Londen dat ik absoluut terug naar Afghanistan wilde voor mijn geestelijke gezondheid. Ze hadden echt niets in de gaten, ze gaven me zelfs radio’s en satelliettelefoons mee. MI6 stopte die vervolgens vol afluisterapparatuur.

»In Peshawar keerde Abu Zubaydah mijn fonkelnieuwe paspoort om en om. Het enige wat hij zei, was: ‘Je bent wel wat dikker geworden.’»

Terug in het kamp in Afghanistan moest Dean onmiddellijk aan de slag bij Abu Khabab.

DEAN «Die was druk in de weer met TATP-explosieven. In Londen kon MI6 dankzij de afluisterapparatuur telefoontjes van en naar het belangrijkste trainingskamp van Al Qaeda traceren. Om al mijn reizen te verantwoorden, was ik als dekmantel intussen een groothandel in honing begonnen. De top van Al Qaeda zag daar geen graten in: alles wat geld in het laatje bracht, was prima.»

In plaats van zijn bril stuk te slaan, gebruikte Dean zijn alibi als honinghandelaar om zijn MI6-collega’s in Peshawar te kunnen opzoeken en hun alles over Abu Musab al-Zarqawi te kunnen vertellen. Die was plots in het kamp opgedoken, en Dean wist zeker dat de Britten geïnteresseerd zouden zijn in wat de Jordaanse jihadi te vertellen had – later zou hij een wrede sleutelrol spelen in Irak, als de leider van de bende die de Britse ingenieur Ken Bigley zou vermoorden.

DEAN «Ik moest een hele procedure volgen om veilig op de geheime Britse MI6-post in Peshawar te raken. Eerst moest ik een nummer bellen vanuit een telefooncel in Peshawar, waarna ik te horen kreeg dat ik langs de straat moest slenteren. Toen ik dat deed, werd ik onverhoeds in een bestelwagen geduwd, en toen een hele tijd later de deur weer openging, zag ik dat we in een ondergrondse garage waren aangekomen. ‘Aha, de kat komt haar jongen even goeiedag zeggen,’ grapte Richard.»

Dean werd voorgesteld aan Alan, een kale man met een flinke bierbuik, en twee Britse diplomaten die in Islamabad waren gestationeerd. Ze gingen rond een keukentafel zitten en noteerden alles wat Dean hun vertelde, zoals het nieuws dat twee leerlingen van Khabab zichzelf een paar dagen eerder hadden opgeblazen.

Toen het tijd was om terug te keren, gaf Richard hem een bruine enveloppe waarin ruim 4.000 euro aan roepies in stak. ‘Dat is voor je tweede lading honing,’ grijnsde hij. ‘Al weet ik nog niet hoe ik dat aan de boekhouding moet uitleggen. Ik denk niet dat ik zal wegkomen met het excuus dat het voor de honingexport van Al Qaeda is.’

'Ik ging in de leer bij Abu Khabab, de bommenmaker die ook Abu Hamza had opgeleid.' (Foto: Abu Hamza, de haat­prediker van de moskee in Finsbury Park, Londen.)'


Mol tussen mollen

In de zomer van 2001 moest Aimen Dean bij één van de naaste medewerkers van Osama bin Laden komen.

DEAN «Ik dacht dat iemand me had verraden. Maar hij vroeg me een boodschap te bezorgen aan vier broeders in Londen. Ze moesten het land verlaten en vóór 1 september in Afghanistan zijn. Er stond iets groots te gebeuren en Al Qaeda verwachtte dat Amerika Afghanistan zou binnenvallen.»

Niet veel later wandelde Dean in Oxford Street, toen hij een menigte zich voor een etalage zag verdringen.

DEAN «Iedereen stond naar tv-schermen te kijken waarop een vliegtuig zich in een wolkenkrabber boorde in New York. Ik had niets opgevangen over geplande aanslagen, maar nu sloeg ‘iets groots’ als een natte dweil in mijn gezicht.

»Na 9/11 deed ik alles wat ik kon om de medeplichtigen op te sporen en doelwitten te bepalen voor aanvallen van de internationale coalitie onder leiding van de VS in Afghanistan. Op een dag hoorde ik een verontrustend bericht: Abu Khabab had een manier gevonden om zijn gifgas te gebruiken, iets waar hij jarenlang naar had gezocht. Het doelwit: de metro van New York.»

Dean bracht meteen zijn contactpersonen op de hoogte. Die meldden het direct aan hun Amerikaanse collega’s, en in geen tijd lag het bericht op het presidentiële bureau in het Oval Office. Uiteindelijk zou Al Qaeda afzien van de aanslag, maar in de ogen van de internationale spionagediensten was Dean uitgegroeid tot een held.

DEAN «Maar ik voelde me dubbel. De VS leidden de invasie in Irak, en daarbij kwamen erg veel burgers om het leven. Ik was ontzet, en ook mijn geloof in Groot-Brittannië was geschokt, omdat het deelnam aan de oorlog. Toen één van mijn contactpersonen me verweet dat ik hun niet sneller informatie had bezorgd over het plan om portierklinken met giftige crème in te smeren, snauwde ik hem toe dat ik er mijn buik vol van had.»

Het was maar een tijdelijke dip. Een week later werd hij uitnodigd voor een etentje in een restaurant aan Trafalgar Square. Daar werd hij voorgesteld aan een nieuwe contactpersoon, Alastair. Die had Arabisch gestudeerd in Oxford, was gefascineerd door middeleeuwse Egyptische soefigeleerden en was erg sceptisch over de invasie in Irak.

DEAN «MI6 had de geknipte figuur gevonden om mij weer vertrouwen te doen krijgen in mijn missie. Wat later mocht ik naar Fort Monckton, in de buurt van Portsmouth. Dat is het trainingscentrum van de geheime dienst voor operaties op het terrein. Ik werd er verwelkomd door Richard, die inmiddels was bevorderd. Hij had een gesprek geregeld met enkele toplui om het over mijn activiteiten te hebben. Die nacht mocht ik logeren in de vertrekken van Sir Mansfield Cumming, de legendarische directeur van MI6. Een bijzondere eer, zei Richard me, die alleen Groot-Brittanniës beste spionnen te beurt viel.»

Dean ging met hernieuwde moed weer aan het werk, maar het einde van zijn carrière als spion kwam snel naderbij.

DEAN «In 2006 genoot ik van een paar dagen vrijaf in Parijs, toen ik plots een sms’je kreeg. Mijn hart stond stil: ‘Verberg je snel, er is een verrader in ons midden. Surf nu meteen naar de website van Time.’ Ik ging naar een internetcafé en de titel spatte van het scherm: ‘Exclusieve voorpublicatie: Hoe een cel van Al Qaeda een aanslag met gifgas plande op de metro van New York.’ Het artikel had het over een spion in de rangen van Al Qaeda, Ali genaamd. Ik heette in die tijd Ali Durrani. Ali was wel een veelvoorkomende naam in het Midden-Oosten, maar het artikel stond bol van de details die me konden verraden.»

‘We zullen voor je zorgen,’ zei een Britse geheim agent toen Dean in Londen uit de Eurostar stapte. ‘We hebben er geen idee van hoe dit is kunnen gebeuren,’ zei een andere contactpersoon. ‘Maar het is een serieuze klap. Mensen zoals jij komen niet elke dag ons kantoor binnenwandelen.’

Dean kreeg een eervol afscheid in Fort Monckton, en een pensioen van MI6. Hij kreeg ook de raad om een nieuwe naam te kiezen. ‘Maar Aimen Dean klonk zowel Pakistaans als Iers, dus dat heb ik niet gedaan.’ Nu woont hij met zijn vrouw en kinderen op een geheime plek in het VK.

DEAN «De meesten die mij dood wilden, zijn nu zelf dood of zitten lange celstraffen uit. Maar de dreiging blijft: in 2016 trouwde een neef van mij in Bahrein, maar de geheime dienst had ontdekt dat iemand van de gasten op het feest van plan was om mij te vermoorden. Ik ben dus thuisgebleven.»



Nu werkt hij als consulent over moslimextremisme, en hij wordt in de hele wereld om raad gevraagd. Voor de moslims in de westerse samenleving heeft hij maar één advies.

DEAN «Ze moeten zich echt integreren. Je kunt geen parallelle samenleving opzetten en denken dat de rest zich niet angstig zal voelen en wantrouwig zal zijn. Ten slotte moet het Westen alert blijven voor moslimextremisme. Ik vergelijk dat altijd met een landmijn: je moet erop blijven staan, anders ontploft het in je gezicht.»

© The Sunday Times / Vertaling en bewerking: Lieven Germonprez

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234