null Beeld

Alle dagen sax: de 3 tenoren van Nordmann & BRZZVLL

‘t Is gek: men blaast lucht door een conisch gevormde koperbuis, en beroert de bijgeleverde kleppen op zo’n manier dat hartpompen sneller gaan werken, traanklieren actief worden en diepe voren in de ziel verschijnen – o, de nooit aflatende magie van het door Adolphe Sax ontworpen instrument.

Mattias De Craene speelt bij Nordmann, goed voor het zilver in Humo’s jongste Rock Rally – hun uitstekende debuutplaat ‘Alarm!’ verschijnt op 19 februari. Vincent Brijs zit aan het stuur van de Antwerpse afrofunkmachine BRZZVLL, die onlangs het al even mooie ‘Engines’ uitbracht, een samenwerking met de Londense spoken word-artiest Anthony Joseph. Andrew Claes combineert z’n tenorwerk bij BRZZVLL met jazztronicaproject Stuff. (hun plaat verschijnt begin april) en elektronicaduo Internal Sun. Allemaal jazz, Jim, but not as we know it.

HUMO Jullie stammen alle drie uit de jaren 80, het tijdperk van de synthesizer en de cheesy saxofoon – zie bijvoorbeeld: ‘Careless Whisper’ van George Michael, ‘Through the Barricades’ van Spandau Ballet, de solo’s van Clarence Clemons van The E Street Band. En Candy Dulfer, natuurlijk. Waarom zijn jullie sax beginnen te spelen, en bijvoorbeeld geen gitaar?

Vincent Brijs «Ik weet niet meer precies wanneer ik voor de saxofoon koos, maar het had vast iets te maken met het harmonieorkest, een traditie in mijn familie.»

Mattias De Craene «Bij mij ging het ook zo. Ik ging naar de muziekschool, en omdat de dwarsfluiten op waren, koos ik maar voor de saxofoon. ’t Was meer toeval dan een bewuste keuze.»

Andrew Claes «‘Lily Was Here’ van Candy Dulfer en Dave Stewart (van Eurythmics, red.): als ik het me goed herinner, was dat de eerste keer dat ik een saxofoon op televisie zag.

»Ik héb eerst klassieke gitaar leren spelen, maar toen ontdekte ik Jimi Hendrix, en later John Lee Hooker en B.B. King – mijn vader nam me mee naar bluesfestivals in Peer, in het Rivierenhof in Antwerpen en in Louvain La Neuve. Wat later ging op de muziekschool een richting jazz en lichte muziek van start, en daar leerden we de nummers van elektrische jazzgitaristen als Wes Montgomery en Grant Green. Die laatste vond ik wel supercool, maar Jimi Hendrix was mijn ijkpunt voor de elektrische gitaar. Dat die jazzmannen dus altijd dezelfde sound had, en bovendien nooit een wahwahpedaaltje gebruikten, vond ik nogal raar (lacht). Maar van mijn vader kreeg ik twee jazzplaten, eentje van Steve Coleman en eentje van John Coltrane: die beluisterde ik non-stop onder m’n koptelefoon, en zo ben ik stilaan in de jazz gezogen. Saxofonisten waren in de jazz wat gitaristen waren voor de rock, zo redeneerde ik, dus heb ik algauw voor de saxofoon gekozen.»

undefined

'Wij leven misschien onder de armoedegrens, maar we kunnen vluchten in de muziek. Dat gevoel is onbetaalbaar'

HUMO Vincent, jij speelt in de eerste plaats baritonsax. Ooit wat anders gespeeld?

Brijs «Natuurlijk: altsax, want bariton is te zwaar voor een kind. Toen mijn leraar vele jaren later polste of ik geen bariton wilde spelen in een big band, en hij toevallig iemand kende die de zijne verkocht, ben ik daarmee begonnen. Maar ik ben er wel razendsnel verliefd op geworden.»

HUMO Als gitarist kun je bijna meteen aan de slag: één schamel akkoord en je kunt – gabba gabba hey! – het oeuvre van de Ramones naspelen. Ik vermoed dat een beginnende saxofonist eerst de berg der techniek – laten we ’m de Mount Trane noemen – moet beklimmen voor je überhaupt iets tevoorschijn kunt blazen wat op een melodie lijkt?

Claes «Je moet inderdaad behoorlijk wat kilometers op je saxofoon rijden voor het ook maar ergens op lijkt.»

De Craene «Maar dat is met de gitaar toch niet anders? Tenminste: als je een eigen sound wil, en zo. Alleen uit een piano krijg je misschien nog het snelst iets dat minstens interessant klinkt.»

Claes «Op het conservatorium probeerden ze ons aan te praten dat het eigenlijk een soort paracommando-opleiding is, iets waarvoor je keihard moet werken maar waar je nadien trots op kunt zijn dat je ’t hebt gehaald. Je wordt algauw een echte streber, een vakidioot wiens leven er als volgt uitziet: opstaan, drie toonaarden studeren met een metronoom, wat rondhangen met vrienden, nog wat meer toonaarden studeren, eten, en dan naar café Hopper trekken voor het livesetje van je leerkrachten. De volgende dag ziet er exact zo uit, alleen studeer je dan drie andere toonaarden. En als je ze allemaal hebt gehad, zet je je metronoom wat sneller. Zei ik ‘vakidioot’? Ik bedoelde ‘übernerd’.»

Brijs «Om het nog wat concreter te maken: soms oefende je zo lang dat je lippen begonnen te bloeden, waardoor je de volgende dag niet meer kon spelen. Ik studeerde ’s nachts vaak gewoon door in mijn dromen, en soms werden dat heuse nachtmerries – ik dwaalde dan door de catacomben van het Lemmensinstituut, en aan de muren hingen posters met duizend saxofoonkleppen op. Niet gezond meer, eigenlijk.»

De Craene «In het begin ben je er ook niet zo bewust mee bezig: je spéélt gewoon. Maar als je dan plots beslist om ermee door te gaan, gaat er een hele nieuwe wereld open, een wereld van mondstukken en rietjes en ‘Ik wil klinken als die of die’. Maar het maffe is: hoe hard je ook probeert, je klinkt altijd...»

Claes «...als jezelf.»

De Craene «Precies. Je kunt tientallen mondstukken uittesten – hout of metaal, whatever, omdat je vindt dat je zo vlotter of zachter speelt, maar na twee weken klink je weer gewoon als jezelf.»


Zotte hipsters

HUMO Jazz bestaat intussen bijna honderd jaar, en het genre heeft vele omwentelingen gekend, van Jelly Roll Morton en Duke Ellington via Miles Davis tot bij pakweg Archie Shepp: vier keer jazz, maar wel vijf keer totaal andere jazz. Naar welke periode gaat jullie voorkeur uit?

Brijs «De jazz die ik thuis opleg, komt ook veelal uit de periode tussen 1955 en 1975: Charles Mingus, John Coltrane, Wayne Shorter, Ornette Coleman of Archie Shepp. Maar ik luister nog vaker naar hedendaagse muziek, en daar zit weinig jazz bij – eerder elektronica of experimenteel spul. De jazzscene van nu volg ik niet op de voet.»

De Craene «Hetzelfde hier: Coleman, Shepp, noem maar op. Maar dat heeft er vooral mee te maken dat de muziek uit die periode heel vrijgevochten was. Veel hedendaagse muziek heeft die spirit ook, en ze inspireert me zeker zo hard.»

undefined

'Ik heb er nooit van gedroomd om gekleed in een tijgervel sax te spelen op het podium' Mattias De Craene

undefined

null Beeld

HUMO Er hangt dus geen poster van John Coltrane meer boven jullie bed?

De Craene «Nee. Ik ben sowieso nooit ontvankelijk geweest voor de eis dat elke beginnende saxofonist alle akkoordenwisselingen van Coltrane koste wat kost vanbuiten moet leren (Brijs en Claes gniffelen en knikken begrijpend). Aan de jazzschool wordt je geacht in het werk van een kransje muzikanten te kruipen, zogezegd omdat het de enige goeie manier is om de stiel te leren. Maar eigenlijk...»

Brijs (onderbreekt) «...is dat niet helemaal waar: je moet niks, er is zo veel muziek om van te leren en je door te laten inspireren.»

De Craene «Voilà: je luistert toch naar de muziek die je wil, zeker? Waarom zijn die iconen zo belangrijk geworden? Omdat ze de vrijheid om te vernieuwen hoog in het vaandel droegen. Wat heeft het dan voor zin om die hele traditie klakkeloos te kopiëren?»

HUMO De spanning tussen avant-gardisten en traditionalisten zit ook in de voortreffelijke HBO-serie ‘Treme’: de getalenteerde trompettist Delmond Lambreaux komt aan de kost in de hippe jazzclubs in New York, maar wordt daar in z’n thuisstad New Orleans, bakermat van de swingjazz, scheef voor bekeken.

Claes «Uitstekend voorbeeld maar mag ik eerst nog op je vraag van zo-even antwoorden? Op mijn kot hing wél een poster van Coltrane, en er staat nog altijd een ingekaderde foto van ’m in mijn woonkamer – voor mij is hij een icoon, zoals Jezus voor de katholieken (lacht).

»Het gevecht tussen traditie en vernieuwing is de essentie van jazz. Maar ik maak graag het onderscheid tussen het genre en de levenshouding. Met een boutade: je kunt gerust jazz spelen die, naar de letter beschouwd, helemaal geen jazz is; en omgekeerd kun je ook jazz spelen zonder de traditionele jazzinstrumenten.

undefined

'Aan het conservatorium oefende ik soms zo lang dat mijn lippen begonnen te bloeden, waardoor ik de volgende dag niet meer kon spelen. Niet gezond meer, eigenlijk' Vincent Brijs

»Ik bedoel maar: je kunt gerust met een jazzcombo nummers in de geest van Miles Davis’ tweede kwintet spelen, en het zal nog lekker klinken ook, maar eigenlijk ga je dan lijnrecht in tegen de geest waarin die muziek is ontstaan. In de late jaren 60 was dat rauwe avant-gardemuziek, iets voor zotte hipsters, reden waarom het dertig jaar heeft geduurd voor de gewone jazzfans ervan gingen houden.

»Goeie jazz hield ook altijd de vinger aan de pols. Wel, dat kun je als jazzcat vandaag ook doen, bijvoorbeeld door aan de slag te gaan met elektronische muziek. 90 procent van de populaire muziek is elektronisch – kijk maar naar Beyoncé: allemaal gemaakt met de computer, er komt geen muzikant aan te pas. Ik ga ook graag aan de slag met de klanken uit die nummers: blazers! 808-drumcomputers! Zware sawtooth-synthesizerklanken! Dubstepbassen! En dankzij mijn EWI kan ik ze allemaal produceren.»

HUMO Aha, de EWI ofte Electronic Wind Instrument: een elektronische saxofoon, populair gemaakt door Michael Brecker. Met voorsprong het lelijkste instrument van de afgelopen dertig jaar, maar je zei?

Claes «’t Ziet er inderdaad niet uit, maar dankzij die EWI kan ik on the spot dansbare elektronicanummers bedenken, of gewoon improviseren met al die maffe klanken. Zo hou je de jazzgedachte toch méér levendig dan door ergens wat bebop-standards te gaan spelen? Al vindt mijn bompa dat ik helemaal geen jazz speel als ik op een podium van die wobble-bassen uit m’n EWI tover (lacht).»


Tijgervel

HUMO Hoeveel jazz zit er eigenlijk in het – jouw woorden, Mattias – progressieve jazzrockcombo Nordmann? En hoeveel rock-’n-roll? Ik bedoel maar: jullie hebben wel deelgenomen aan de Rock Rally.

De Craene «Behoorlijk veel jazz, denk ik. Ik speel om te beginnen saxofoon, een veelgebruikt instrument in de jazz, en onze nummers zitten vol improvisatie. De rest is gewoon het gevolg van samenspelen met die andere drie mensen in Nordmann. Ik heb er alleszins nooit van gedroomd om in een tijgervel gekleed sax te staan spelen op het podium.»

Claes «Waarom niet, eigenlijk?»

De Craene (lacht) «Nu ja, we zijn ook nooit begonnen vanuit de idee: ‘Laten we eens een jazzgroepje oprichten.’ We wilden gewoon samen wat jammen, en omdat het klikte, gingen we algauw nummers schrijven. Toen kwam de Rock Rally op ons pad: ’t leek me geestig om ons in te schrijven, maar omdat we daar maar een kwartier mochten spelen, begonnen we die nummers wat meer samen te ballen – minder improvisatie, meer song – en zo schoven we wat meer op richting rock.»

HUMO Waarom doen jullie het eigenlijk, muziek spelen?

Claes «Alleszins níét om grieten te versieren, of bij uitbreiding de wereld te veroveren – de aloude bakvisdroom in de rock-’n-roll. Ik heb maar één drijfveer: van mijn koppijn af geraken. (Tegen Mattias) Ik weet niet hoe het met jou zit, maar als ik met hoofdpijn op het podium stap, dan duurt het geen drie seconden voor die verdwenen is.»

De Craene «Klinkt bekend, ja.»

Claes «Mijn lief lachte me er vroeger graag mee uit, maar ik blijf erbij: het zogenaamde muzikale orgasme is géén grap. Waarom kiezen zo veel jazzmuzikanten ervoor om de rest van hun leven in cafés te blijven spelen voor een habbekrats? Omdat ze er gelukkig van worden, tiens. Als het daarmee goed zit, maal je niet om geld, drank, drugs of groupies.»

Brijs «Het musiceren an sich is al zaligmakend genoeg.»

De Craene «Mee eens: spelen, dat is het enige wat telt. Soms zit je alleen in je woonkamer te studeren, en heb je net iets geleerd waarvan je denkt: ‘Heerlijk!’ Je wéét dat het compleet nutteloos is, dat de wereld er niet beter van wordt, maar toch ga je gloeiend van opperst geluk naar de supermarkt.»

HUMO Studeren, zei je. Oefenen jullie allemaal nog?

Brijs «Tuurlijk. En het is leuk, want anders dan op het conservatorium is er niemand die aan je oren trekt. Geloof me: het duurt een hele tijd voor je als afgestudeerd jazzmuzikant op eigen benen kunt staan – muzikaal, dan toch. Ik bedoel: voor je wat zelfrespect ontwikkelt, en beseft dat je geen slaaf bent van andermans idee-fixen.»

HUMO Mattias: jij zat ten tijde van jullie Rock Rally-deelname nog op het conservatorium. Heb jij de ketens der slavernij al kunnen doorbreken, of overdrijft Vincent?

De Craene «Helaas niet. Tijdens de jazzopleiding wordt vooral gehamerd op het vergaren van technische bagage, terwijl je toch in de eerste plaats een eigen stem moet vinden. Hoe, daar moet je helemaal zélf achter komen. Voor de ene is het dagenlang toonladders beklimmen, iemand anders gaat tussen het studeren door inspiratie opdoen in een museum, of in boeken.»

Claes «Eigenlijk zijn wij allemaal verslaafden, zij het aan een drug waaraan je niet zo gauw bezwijkt. We zijn voortdurend op jacht naar iets nieuws, iets waarmee we onszelf kunnen verbeteren, of heruitvinden.»

De Craene «’t Is zoals met je spreekstem: soms ben je die ook zo beu als koude pap. Maar helaas kun je daar niks aan veranderen. Je saxofoonstem kun je daarentegen wél voortdurend verbeteren, en als je weer zo’n sprong maakt, zorgt dat voor een kleine opstoot van euforie: ‘Megawijs!’ Na een paar weken is het effect natuurlijk uitgewerkt en begint het spel weer van voren af aan.»


Vriendelijke fuck you

HUMO ‘A Love Supreme’ van John Coltrane – de best verkochte jazzplaat aller tijden, die deze maand vijftig jaar oud is – werd in amper vier uur tijd opgenomen; voor ‘Engines’ had BRZZVLL één dag nodig.

De Craene (verbaasd) «Eén dag, meen je dat?»

Brijs «Twee, eigenlijk. De basistracks hebben we op één dag ingeblikt, vooral omdat Anthony Joseph, die in Londen woont, zich maar één dag kon vrijmaken. Maar het was helemaal niet de bedoeling dat we een plaat zouden maken: we wilden gewoon eens iets opnemen, omdat we al drie keer met ’m hadden gespeeld tijdens ‘Nuff Said, en het zo goed klikte. We hebben in die ene dag twee lange jamsessies opgenomen, en omdat we die goed genoeg vonden voor een plaat, hebben we daar nadien nog wat synth- en blaaspartijen aan toegevoegd.»

Claes «Tien jaar geleden zou dat nooit gelukt zijn, maar tegenwoordig kun je alles zelf opnemen, je geluidsbestanden nadien thuis rustig beluisteren, en de boel op je dooie gemak mixen.»

undefined

'Gouden stelregel in de muziek: luister nooit ofte nimmer naar je boekhouder' Andrew CLaes

HUMO Is ‘Alarm!’ van Nordmann ook quick and dirty ingeblikt?

De Craene «Nee, al hebben we ook best snel gewerkt. We hebben de acht songs in één week geschreven, tijdens onze residentie in Vrijstaat O. in Oostende: iedereen had voldoende ideeën bij, en die zijn we dan in elkaar gaan puzzelen. Daarna hebben we vijf dagen uitgetrokken om de songs op te nemen: de eerste dag hebben we vooral aan de sound gesleuteld, daarna zijn we volle bak takes beginnen op te nemen, twee à drie van elk nummer.»

HUMO ‘Alarm!’ is de eerste full-cd van de Rock Rally-lichting uit 2014. Zorgt dat voor extra stress?

De Craene «Toch wel. Zo’n Rock Rally-bekroning geeft je een geweldige duw in de rug, maar zeker die eerste maanden was het ook lastig: tijdens de Rock Rally mochten we maar een kwartier spelen, dus moesten we onze nummers serieus inkorten – minder improvisatie, minder experiment. Maar als we dan ergens een volledige set speelden, was een deel van het publiek in de war: blijkbaar voldeden we niet aan de verwachtingen. Kortom: de releasetournee van ‘Alarm!’ wordt nog wreed interessant.»

Brijs «Ik herinner me nog een BRZZVLL-concert tijdens een Klara-evenement in Oudenaarde: we slaagden erin zowat iedereen op de Grote Markt weg te jagen met onze ellenlange jams, ’t was precies niet wat de mensen hadden verwacht van een groep die de Jong Jazztalent-onderscheiding gewonnen had (lacht).»

De Craene «We hebben ook wel eens in jeugdhuizen gespeeld waar ze ons met een pint in de hand raar stonden te bekijken: ‘What. The. Fuck. Doen. Die. Nu?’ Maar dat vind ik niet erg: altijd leuk als je mensen met iets nieuws kunt confronteren, en misschien staan ze er de volgende keer wat meer voor open.»

undefined

null Beeld

undefined

'Tweede plaats in de Rock Rally of niet, wij moeten ons tegenover niemand verantwoorden. Fuck you, iedereen peper in zijn gat!' Mattias De Craene

HUMO Het qué?-moment op ‘Alarm!’ zit helemaal achteraan: het nummer ‘Nightwork’ begint als een poel van lawaai, maar dan ontvouwt er zich plots iets moois.

De Craene «De wereld is om zeep, maar plots begint daar toch een bloemetje te bloeien.

»Weet je: tweede plaats in de Rock Rally of niet, wij moeten ons tegenover niemand verantwoorden. Het is gewoon leuk dat we ons kunnen bewijzen op een groot podium, en voor een groot publiek: fuck you, iedereen peper in zijn gat! Nu ja: een beleefde, positieve fuck you.»

Claes «Eigenlijk is dat de essentie van rock-’n-roll, hè. Op een podium stappen en zeggen: ‘Kijk, dit is wat ik doe. Vind je het niet leuk? Tja, dat is dan vooral jouw probleem.’ Waarmee ik niet zeg dat je alléén jezelf moet plezieren, een beetje balans tussen wat jij wil en wat het publiek van je verwacht is nooit weg.»

De Craene «Maar je moet wel proberen om de grenzen wat op te rekken: op een groter festival spelen en zeggen: ‘Kijk, zo kan het dus ook.’ Daar streef ik wel naar.»

Claes «De allerbeste schlagersaxofonist ter wereld moet niet per se bebop willen gaan spelen omdat hij ergens heeft horen waaien dat het cooler is. Dat is bijna nog erger dan die geweldige freejazzsaxofonist die voor het geld schlagers gaat inspelen. Sommige muzikanten zijn nu eenmaal gemaakt voor populaire genres, en ’t heeft geen zin om daar op neer te kijken.»

De Craene «Oprechtheid: dat is het ware in alle kunsten – muziek, fotografie, noem maar op.»

Brijs «Vele artiesten van wie je merkt dat ze de kantjes er hebben afgevijld omdat het hen beter uitkwam, of omdat ze niet meer naar zichzelf hebben geluisterd, of omdat ze een groter publiek wilden aanboren, die zijn minder interessant geworden. Niet dat ze mindere kwaliteit gingen leveren, maar misschien hebben ze wel aan artistieke zeggingskracht ingeboet.»

HUMO Noem gerust namen.

Brijs «Hardop in Humo? Shit (lacht)

Claes «U2. Tussen mijn 8ste en mijn 14de was ik een superfan: ‘Boy’! ‘War’! ‘Rattle and Hum’! En daarna kwam ‘Achtung Baby’, opgenomen in het toen nog nét niet überhippe Berlijn met Brian Eno en Daniel Lanois: alles aan die plaat klopte als een bus. ‘Pop’ kon er ook nog wel mee door, maar daarna ging het echt steil bergaf. Toen ‘Songs of Innocence’ verscheen, dacht ik: ‘Hey, ze zijn weer interessant.’ Maar dat was omdat ik ze zinnige dingen hoorde vertellen in een interview, want toen ik de plaat zelf hoorde, geloofde ik mijn oren niet: zo slecht! Waarom kappen ze er niet gewoon mee?»

HUMO Omdat hun boekhouder ze van het tegendeel overtuigt?

Claes «Gouden stelregel in de muziek: luister nooit ofte nimmer naar je boekhouder. Echt, jong: mij maak je dus niet wijs dat Bono door die nummers te zingen van zijn koppijn af geraakt.»

HUMO Over boekhouders gesproken: muziek is jullie vak, maar kunnen jullie er ook van leven?

De Craene «Ik heb me er allang bij neergelegd dat ik een vaste job nodig heb en de muziek erbij moet doen. Omdat ik geen multi-inzetbare saxofonist ben, moet ik wel voor het compromis kiezen.»

Claes «In België is bovendien maar plek voor twee studiosaxofonisten, meer niet.»

HUMO Waar leven jullie van, Stefan en Andrew?

Brijs «Ik speel voornamelijk. Verder geef ik wat les op de Jazz Studio en aan de muziekschool.»

Claes «Ik ook, een paar uur per week, de rest vul ik aan met opdrachten in het theater, of met wat reclamewerk. (Sarcastisch) En daarmee kan ik mijn brutoloon optrekken van 2 naar 3 euro. Als ik de staat mag geloven, dan leef ik onder de armoedegrens. Maar het gekke is: ik voel me rijk, ook al moet ik rondkomen met 700, 800 euro in de maand. Want ik ben wel vrij.»

Brijs «Tja: wij leven misschien onder de armoedegrens, maar we kunnen vluchten in de muziek. Dat gevoel is onbetaalbaar.»

Claes «Absoluut, ik denk elke ochtend bij het opstaan: ‘Yes! Vandaag weer muziek maken!’»

De Craene «Ik ben ook dankbaar dat ik dit mag doen, maar ik heb wel last van de onzekerheid: ik heb de voorbije twee maanden minder concerten gespeeld, en dat voel ik serieus in mijn portemonnee.»

HUMO Moeten we het nog hebben over de platenverkoop, of over de inkomsten uit streaming?

Claes «Laat maar, het was net zo gezellig (lacht).»


De saxofoontracks die hun leven veranderden:

Wayne Shorter: 'Witch Hunt'

Vincent Brijs «De openingstrack van 'Speak No Evil' van Wayne Shorter, als ik me niet vergis de allereerste jazzplaat die ik zelf heb gekocht. Ze heeft alleszins mijn ogen - of liever: mijn oren - geopend, want op mijn zestiende, zeventiende luisterde ik alleen maar naar hiphop en jungle.»

Herbie Hancock: 'Hang Up Your Hang Ups' (1975)

Brijs «Eén van de eerste nummers die we met het toen pasgeboren Brazzaville probeerden te spelen. Dat bleek op dat moment nog te ver gegrepen voor ons. Het nummer komt uit het geweldige 'Man-Child', een plaat waarvoor Herbie allemaal legendes samenbracht: Wayne Shorter, Benny Maupin, Ernie Watts, Dewayne 'Blackbyrd' Mcknight, Wah Wah Watson, Paul Jackson, Harvey Mason, Mike Clark en - op de harmonica! - Stevie Wonder.»

The Lounge Lizards: 'Queen of All Ears' (1998)

Mattias De Craene «Er ging een wereld voor me open toen ik The Lounge Lizards leerde kennen, het jazzensemble van John Lurie (behalve muzikant ook acteur, regisseur en schilder, red.). Samen met zijn band creëerde hij een muzikaal universum zonder grenzen: er zit veel open ruimte in, die ze vaak opvullen met Afrikaanse invloeden en de meest onweerstaanbare laagjes muziek, en dat alles met veel gevoel voor humor.»

Archie Shepp: 'Blasé' (1969)

De Craene «Van bij de eerste noot die Archie Shepp uit zijn saxofoon blaast, zit ik in een andere dimensie - een wereld vol weemoed, melacholie en pracht, waardoor ik die andere makkelijk kan relativeren. Als ik één saxofonist moet noemen die mijn leven veranderde, dan wel deze.»

John Coltrane: 'Out of this world' (1962)

Andrew Claes «Ik luisterde al een hele tijd naar jazz, en ik was ook geïntrigeerd door die Afro-Cubaanse polyritmes in de bebop - in nummers als 'A Night in Tunisia' bijvoorbeeld. Maar het stoorde me dat ze in de brug van het nummer altijd naar een swingritme overschakelden. In 'Out of this world' - het openingsnummer van het geweldige 'Coltrane' - houdt drummer Elvin Jones die fantastische groove gewoon de hele tijd aan: heerlijk! En dan zwijg ik nog over die bezwerende manier van spelen van Coltrane. Man, hoe vaak heb ik in mijn kamer geen luchtsaxofoon gespeeld bij dit nummer! Toch zeker tot ik het helemaal écht kon meespelen (lacht).»

Gil Evans: 'The Barbara Song' (1964)

Claes «Eén van de allermooiste platen van Gil Evans (pianist, maar vooral bekend als arrangeur van Miles Davis, red.), naar mijn gevoel onterecht in de vergeethoek beland. De ritmesectie is fabuleus: Elvin Jones, Paul Chambers en Ron Carter doen erop mee. En die solo van Wayne Shorter in 'The Barbara Song', vooral dat stukje vanaf 5' 40'', grijpt me na al die jaren nog altijd naar de keel. 't Is verrassend rustig, maar de sound en de manier waarop hij die noten aan elkaar blaast, bewijzen maar één ding: dat hij een verlichte jazzgeest is.»

undefined


Herbekijk Nordmann op de finale van Humo's Rock Rally 2014

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234