'Alles moet weg' van Tom Lanoye: 'Ik ben de eerste literaire yuppie van Vlaanderen'

Tom Lanoye (30) wilde te­gen elke prijs vóór zijn der­tigste een roman op de plank en ja, hoor, na één dichtbun­del ('In de piste', tweede druk), twee bundels polemie­ken, één verhalenbundel ('Een slagerszoon met een brilletje', goed voor bijna 20.000 exem­plaren) én één toneelstuk (samen met Herman Brusselmans) is hij zopas gedebuteerd inde edele romankunst. 'Al­les moet weg' heet het boek, een titel met een vettige knip­oog naar de commercie, en dat is niet toevallig.

(Verschenen in Humo 2510 van 2 oktober 1988)

'Als ik optreed moeten Octavio Paz, Cockteau en Van Ostayen hun muil houden, want dan ben ík aan het woord'

Het boek gaat over Tony, een gesjeesde stu­dent in de rechten, die al ver­kopend de wereld wil verove­ren, of op z'n' minst toch Vlaanderen want hij toert met zijn Ford Transit de vijf Vlaamse provincies af op zoek naar slachtoffers. Verkopen doet Tony weinig, maar avon­turen beleeft hij des te meer. 'Alles moet weg' is echter meer dan een hedendaagse schelmenroman. Het is een op de eerste plaats ingenieus in elkaar geknutseld boek waar­van de situaties en de beelden blijven leven, lang nadat de laatste bladzijde is omgedraaid. Het is of Lanoye je bij het nekvel grijpt en je op een nieuwe manier naar Vlaande­ren dwingt te kijken. 'Alles moet weg' zou na 'Het Ver­driet van België' van Hugo Claus wel eens de nieuwste li­teraire sensatie kunnen wor­den, al was het maar omdat Tom Lanoye niets onverlet zal laten om daar zelf voor te zorgen.

HUMO Herinner je je het moment dat je tegen je zelf zei: ik word schrijver?

Tom Lanoye «Nee, want ik heb altijd geschreven, van jongsaf. Ik verzon verhaaltjes en feuilletons en die moesten mijn zus en mijn broer dan lezen. Ik herinner me bijvoorbeeld een feuilleton met een muis en elke week schreef ik daar een nieuwe aflevering van. Maar dat was een spel voor mij, net zo­als ik ook bank speelde voor mijn broers. Als zij uitgingen en naar hun zin te weinig zakgeld hadden gekregen, kwamen ze bij mij geld lenen. Ik had altijd wel drie á vierhonderd frank in een kluisje en ik leende die dan tegen woekerrente. Ik-bleek toen al een zakenman te zijn.» (lacht).

HUMO Heb je dan niet het verkeerde beroep gekozen ?

Lanoye «Natuurlijk! Maar om verder te gaan: ik herinner me wel precies de dag waarop ik inzag dat ik me met schrij­ven zeer goed in mijn sas voelde, en dat ik, wilde ik schrijver worden, nog hard moest werken. Ik was toen ze­ventien, had net de humaniora achter de rug en lag te herstel­len van een blinde darmontste­king in het ziekenhuis. Ik ben toen enorm veel beginnen le­zen om techniek te Ieren en om een referentiekader op te bou­wen. Ik heb me zelf schrijfles gegeven door parodieën en pastiches op andere auteurs te maken. Ik las bijvoorbeeld poë­zie van Hugo Claus en dan pro­beerde ik gedichten in de stijl van Hugo Claus te schrijven of ik las verhalen van Heere Hee­resma en dan schreef ik mijn eigen Heeresmaverhalen. Ik heb schrijven altijd als een vak beschouwd. Ik ben trouwens zeer planmatig tewerk gegaan. Ik had me voorgenomen om eerst poëzie te schrijven, dan polemieken, dan verhalen en dan het grotere werk : een roman.»

HUMO Precies zoals het uitgekomen is ?

Lanoye «Nee, precies zo­als ik het gepland had. Ik wilde vóór mijn dertigste die roman geschreven hebben. Wél, een maand voor ik dertig werd, was 'Alles moet weg' af. Ik verzin die strategie niet, ik heb ze destijds al aan vrienden ver­teld. Ik heb aan die roman met panische angst gewerkt, ik was er obsessioneel mee bezig. Gedurende twee jaar heb ik om beurten twee maanden opgetreden en twee maanden aan mijn roman geschreven. Die optredens had ik nodig om de twee andere maanden te overleven terwijl ik de subsidie die ik voor mijn literaire werk kreeg als een soort joker in mijn theaterproducties heb gestoken. Daar ben ik wel met klamme handen aan begonnen, want als mijn optredens de mist waren ingegaan, zou ik niet geweten hebben hoe ik die roman had moeten schrijven.»

HUMO Je plan om een roman te schrijven is al oud?

Lanoye «De eerste notities dateren van vijf jaar geleden. De titel 'Alles moet weg' had ik al zeven jaar en de rode draad van het verhaal ook al lang. lk wist dat het een mengeling moest worden van een jongensboek en een literair werk, van een schelmenroman en een wetboek, van pathos en schunnige, platte sket­ches. »

HUMO Werk je zo planma­tig uit noodzaak?

Lanoye «Ik heb discipline nodig, ja. Ik moet mezelf ver­plichten om zoveel uur per dag achter mijn tekstverwerker te zitten en minimum zoveel re­gels te produceren want ik werk zéér traag. Op het laatste haalde ik weliswaar soms an­derhalve pagina per dag maar dat is zéér veel voor mij. Dat kon ook, omdat alle draden van het verhaal al aangebracht waren. Dat trage schrijven heeft waarschijnlijk te maken met de veelvuldigheid van stij­len. Ik meng alle soorten stij­len en genres door elkaar. Dat heb ik trouwens altijd gedaan. Ik hou van wisselende stem­mingen. Ik haat bijvoorbeeld poëzie die alleen maar ingeto­gen is. Ik hou vancontrasten. Poëzie moet voor mij nu eens vulgair zijn, het andere mo­ment hard en agressief, het moment daarop klagerig of te­der. Ik heb eenzelfde soort on­rust in mij. Ik beschouw het als de weerspiegeling van de tijd waarin ik nu leef.»

HUMO Die stijlvermenging trek je ook door tot je eigen carrière. Je bent zowel dichter, kabaretier, schrijver, entertai­ner als polemist.

Lanoye «Ik heb veel te veel energie om alleen maar achter mijn bureau literatuur te bedrijven. Ik ben niet alleen schrijver, ik wil ook nog verko­pen wat ik schrijf. Neem nu 'Alles moet weg'. Ik bemoei me in grote mate met de vorm­geving van het boek en met de campagne er om heen. Het boek leent zich daar natuurlijk goed toe, want het zit volledig in de verkoopsector. Alleen al de titel 'Alles moet weg' le­vert me bij elke koopjesperiode gratis reclame op, dat is twee keer per jaar. (lacht). Het lite­raire milieu is te behoudsge­zind, het kapselt zich te snel in amateurisme en kneuterigheid in.»

HUMO Vele jonge auteurs zijn waarschijnlijk al blij dat hun boek wordt uitgegeven.

Lanoye «Dat is op zich al een amateuristisch standpunt. Ik ben daar niet tevreden mee. Eigenlijk vind ik het doodnor­maal dat dit boek wordt uitge­geven, al zal dat misschien pretentieus klinken. 'Alles moet weg' is gewoon een be­langrijk boek. Ik wil ook dat het zoveel mogelijk gelezen wordt en dus moet het de aandacht wekken en daar wil ik alles voor doen. lk heb destijds voor Bert Bakker gekozen omdat die uitgeverij het verst in de vorm­geving durft te gaan en omdat ik daar het meest inspraak kreeg. Ik mag daar gewoon mijn gang gaan. In mijn verha­lenbundel 'Een Slagerszoon met een brilletje' zijn twee foto's en twee tekeningen op­genomen en de titels zijn met de hand geschreven. Bij Bert Bakker vreesde men dat ik daardoor literair minder au se­rieux zou warden genomen, maar ik heb toch mijn zin moFord mijn boek zou willen promoten met bijvoorbeeld enkele publiciteitsborden ter grootte van twintig vierkante meter, dat zou toch fantastisch zijn!»

HUMO Is dit een sollicitatie?

Lanoye «Reken maar. Als Ford dat zou doen, lig ik gegarandeerd vier weken in katzwijm van geluk. Het zal, me een rotzorg zijn wat het literaire wereldje daarover denkt.»

HUMO Heeft je werk al die heisa wel nodig om verkocht te worden? .

Lanoye «Het geeft me een kick en ik vind dat het moet. Bovendien rendeert het. Als ik in ‘Sonja’ kom, haal ik een paar miljoen mensen en dat stimuleert de verkoop. Of neem ‘De Taalstrijd’. Dat is een uitgelezen programma voor een schrijver om aan deel te nemen maar tegelijkertijd is ‘De Taalstrijd’ alleen maar vertier en niet meer dan dat. Dat wil niet zeggen dat ik alles en nog wat doe. Ik weiger ook veel dingen. De mensen zien alleen wat ik wél doe, niet wat ik niet doe.»

HUMO Wat weiger je zoal?

Lanoye «NRC-Handelsblad vraagt me al drie jaar een column te schrijven, maar dat ligt me niet zo. Dus doe ik het niet. Ze hebben me in Gent gevraagd om mee te werken aan ‘Vlaanderen Leeft’, dat heb ik ook geweigerd. Zo'n anderhalf jaar geleden werd ik gecontacteerd voor een STER-reclame voor Ossewit, ter vervanging van Romain De Coninck. Ik moest het figuurtje ‘Slagerszoon met brilletje’ spelen. Mijn eerste reactie was : fantastisch! Ik als Vlaams auteur in de STER-reclame! Uiteindelijk heb ik afgezegd omdat ik niet zelf het scenario mocht maken en omdat hun scenario van een onwaarschijnlijke oubolligheid was. Er zijn dus grenzen voor mij. Eerlijk gezegd, had ik het scenario mogen schrijven zou het op 'de eerste plaats reclame voor mezelf geweest zijn en pas dan voor Ossewit. Waarom kan Ingrid Berghmans wél vier deodorants en vijf automerken aanprijzen en mag een schrijver dat niet? Wat is daar zo compromitterend aan?»

HUMO Ingrid Berghmans is ‘maar’ met sport bezig, jij mei de Schone Letteren.

Lanoye «Dat betekent alleen maar dat het literaire milieu meer pretentie heeft dan ik. Schrijven is voor mij gewoon een job als een ander en alles wat het mij mogelijk maakt om die job met plezier te blijven doen is goed. Daarom dat ik ook mee doe aan ‘Fatzy & Co’ op de VPRO. Publiciteit, jongen, publiciteit. Ik doe misschien te veel voor eigen promotie zodat er soms missers bijzitten, maar ja, dat weet je pas achteraf.»

HUMO Noem eens zo'n blunder?

Lanoye «Ik heb nogal wat slechte optredens gehad in het jeugdclubcircuit in Nederland. Dat land is, ontzettend rijk, dat merk je vooral in de cultuur. Het bloedstollende verschil met België is dat die jeugdclubs waanzinnig goed gesubsidieerd worden. Het nadeel is dat ze zoveel geld hebben dat ze programmeren om het geld op te souperen. Ze vragen iemand maar vergeten dan soms affiches te hangen. Je moet dan optreden voor zes man en dat is verschrikkelijk moeilijk. Ik word dan wel normaal uitbetaald maar het gaat niet alleen om de poen. Ik verdien graag geld, maar geld is voor mij alleen maar een middel. Het stelt me in de mogelijkheid om affiches te maken, om een roman te schrijven, om ontwerpers en tekenaars te betalen. Voor de kaft van ‘Alles moet weg’ wilde ik iets bijzonders, ik heb allerlei dingen met een fotograaf uitgeprobeerd. Ik ben bezig aan een nieuwe dichtbundel, aan de kaft wordt nu al gewerkt. Ik kan met het geld dat ik zelf verdien dus mensen aan het werk zetten en betalen. Het is een vorm van prefinanciering. Ik ben meer en meer een productiebureau wanmijn eigen spullen aan het worden, zowel van de theaterproducties als van mijn boeken. Ik laat T-shirts maken met mijn naam op, aanstekers...»

HUMO De PVBA Tom Lanoye, zoals je jezelf aanprijst, bestaat echt?

Lanoye «Behalve dat het nog geen PVBA is. Als het er een was, zou ik er niet zo over leuteren. Ik wil zo ver mogelijk afstaan van het beeld van de dichter die op een zolderkamertje in de grootste armoe en kou poëzie schrijft. Mijn aanpak past natuurlijk perfect bij mijn persoonlijkheid, maar het werkt bovendien artistiek. Die aanpak is tegelijkertijd een teken van deze tijd, denk ik. Alles is tegenwoordig oververcommercialiseerd. Het geeft me een kick om als compleet bedrijf op een podium te staan of achter mijn tekstverwerker te zitten. Ik ben eigenlijk de eerste literaire yuppie van Vlaanderen. Daarover gaat ook ‘Alles moet weg’. Het is het epos van een yuppie, van een verkoper. Goed, het loopt slecht af met de hoofdfiguur Tony, maar het zal met mij misschien ook slecht aflopen. Intussen geniet ik met volle teugen van het feit dat het literaire milieu zich aan mij ergert. Ze noemen wat ik doe prostitutie maar intussen prostitueren ze zich aan elkaar. Ik heb bijvoorbeeld een gloeiende hekel aan boeken die openen met vier citaten uit de wereldliteratuur die je niet begrijpt, tenzij je zelf veel gelezen hebt.»

HUMO De nieuwe novelle van Portocarero begint met vijf citaten.

Lanoye «Dat is een typische uiting van onzekerheid. Het is een signaal van: ‘pas op, ik ben niet achterlijk, ik heb zelf veel boeken gelezen, mijn boek is dus ook intelligent.’ Als ik schrijf of optreed moeten Octavio Paz, Cocteau, Michaux en Paul Van Ostaijen hun muil houden, want dan ben ik aan het woord. Misschien heb ik minder belangrijke dingen te vertellen dan die heren, maar dan moeten de mensen maar buitengaan of mijn boek weggooien. Als ik Rimbaud wil lezen, lees ik Rimbaud en geen novelle van Portocarero.»

HUMO Zo gemakkelijk is het toch allemaal niet. Jij hebt acteertalent, jij kunt optreden én verkopen. Je kunt moeilijk, verwachten dat Hubert Lampo of Ward Ruyslinck een podiumact verzinnen?

Lanoye «Hubert Lampo heeft anders zijn kop mee om in het variété te gaan. Een zeehondennummer met Lampo, dat zou zeer gesmaakt worden, denk ik. Akkoord, ik heb daar zes jaar mee bezig geweest en ik zou de mensen niet de kost willen geven die een slecht optreden van mij gezien hebben. Zelfs een klein multinationaal bedrijf als het mijne zou dat niet kunnen dragen. Maar niemand anders probeert het. Ze zeggen vooraf al dat ze het niet kunnen. Je moet natuurlijk niet op je veertigste beginnen, maar ik ken ook schrijvers van voorin de twintig die al van hun zesde mentaal in een bejaardentehuis zitten en waar de mufheid af druipt. Je moet de ‘Poëziekrant’ maar lezen, een tijdschrift waar mijn hart aan verkriocht is, want het heeft veel voor mij gedaan maar het staat vol kleffe gedichten en inteelt. Een auteur moet een verhaal hebben dat de mensen aanspreekt. Als je dat niet hebt, wordt het moeilijk in dit mediatijdperk. Stel dat je met Willy Spillebeen naar een marketingbureau stapt. Wat moet je daarmee beginnen? Die man schrijft goede boeken, je hebt in essentie dus een degelijk product, maar de uitstraling ven Spillebeen is nihil. Beroep: leraar. Dat is niet te verkopen. Je kunt hem anderzijds geen groene hanekam op zijn hoofd zetten want dat zou bij hem ook niet werken. Hij zal dus nooit veel gelezen worden. Dat is zeer onrechtvaardig maar de realiteit.»

HUMO Nogal wat schrijvers klagen tegenwoordig dat er niet meer gelezen wordt omdat iedereen liever tv kijkt. Jij draait het om. Jij wil op tv komen om de mensen tot lezen aan te zetten.

Lanoye «Natuurlijk. Iedere schrijver zou zo veel mogelijk zelf op tv moeten komen om zijn spullen aan te prijzen. Niet iedereen kan dat natuurlijk, dat besef ik wel, maar dan zou de uitgever iets moeten bedenken om de aandacht op zijn boeken te vestigen. Eigenlijk zou elke uitgeverij een louche, malafide figuur moeten inhuren met ervaring in verkoop van cactussen of tweedehandswagens en met de nodige kennis van de slechtheid van de mens. Zo’n man zou dan moeten uitzoeken hoe een bepaald auteur het bet moet worden verkocht. Dat is allemaal zeer laagbijdegronds, dat weet ik ook wel, maar als Mitterrand het doet Mitterrand het doet en Jack Lang, waarom zouden auteurs en uitgeverijen het dan niet doen? Het werkt gewoon. Neem het boek ‘Geheimen van Pittsburg’ van Michael Chabon. Waarom verkoopt dat zo geweldig? Omdat een snuggere marketingman op het briljante idee gekomen is om deze debutant het grootste honorarium uit de literaire geschiedenis te geven. Die vondst alleen al heeft zoveel onbetaalde publiciteit opgeleverd in alle kranten ter wereld dat het honorarium van Chabon dubbel en dik terug verdiend werd. Dat is toch geweldig ? Of neem FNAC! Ze laten weten dat ze niet langer het officiële BTW-tarief op platen willen toepassen en hops, alle kranten schrijven erover. Dat is pure gratis reclame. Als de GB wil melden dat de mayonaise 10 frank goedkoper wordt, moeten ze dure advertenties betalen. Ik vind dat FNAC dus slimmer is want met die niet betaalde reclame voor BTW-verlaging trekken ze volk dat misschien ook een video of een CD-speler koopt, ook al is FNAC op dat vlak duurder dan andere zaken. ‘Waar geloop is, is verkoop’-zei mijn vader altijd.»

HUMO Jij hebt ‘Bluffing your way to the top’ gelezen?

Lanoye «Ik heb het zelf geschreven. Haha. Nee, ernstig. Ik heb wel meer gepresteerd de afgelopen vijf jaar dan alleen maar een grote bek opgezet. Je kunt het vergelijken met Hinault. Iedereen vond dat die man.zo gemakkelijk over de bergen ging, terwijl de andere renners pijn leden. Alsof Hinault niet afzag. Hij had alleen iets meer karakter, hij deed er iets meer voor. Het is dus niet zo dat het mij geen moeite kost. Ik moet er ook keihard voor knokken.»

HUMO Bestaat bij jou niet het gevaar van overkill?

Lanoye «Misschien wel, maar dat komt omdat ik de enige ben, die het met hart en ziel doe. Ik kan me er helemaal in uitleven. Stel dat er vijf à zes gasten waren die er net als ik tegenaan gingen, dan zou er verdomme meer leven in de brouwerij zijn. lederéen zou bij literaire programma's aan zijn tv hangen, gewoon omdat het boeiender om volgen zou zijn. Neem in Vlaanderen Herman Brusselmans en mij weg en het literaire landschap is weer een doodse boel. Zo is het toch? Ik ben niet van plan om overdreven bescheiden te zijn, dat is nergens goed voor.»

HUMO Intussen beïnvloeden je optredens je manier van schrijven. Zelfs je roman lijkt voor het podium geschreven. Ook op papier heeft je tekst de neiging om te galmán.

Lanoye « Dat is zo. Ik schrijf geen enkele zin die niet bekt. Ik moet hem luidop kunnen voorlezen. Een zin moet allure, kleur, ritme en klank hebben, in die mate zelfs dat hij soms poëzie wordt. Ik ga trouwens stukken uit mijn roman op het podium brengen. Het fragment over Antwerpen heb ik al uitgetest en het werkt. Het is zo rethorisch, het rolt en bolt eruit, dat stuk heeft de kracht van een ware filippica want ik haat Antwerpen.»

HUMO Voel je je toch niet wat schizofreen? Twee maanden lang ben je een potsenmaker én lolbroek, de twee maanden daarop ben je een fulltime auteur met serieuze ambitiès.

Larioye «Natuurlijk voel ik me schizofreen, maar liever dat, dan wachten op een zolderkamertje tot een rijke madame langskomt die me wil sponsoren. Overigens is de spanning tussen mijn optredens en mijn schrijverschap niet slecht. Een te gelijkmoedig leven is niet goed, ik heb onrust en verandering nodig. Ik treed bijvoorbeeld soms twee drie keer per dag op. Er staat dan een auto met ronkende motor op mij te wachten om me van bij de Almeerse randdebielen naar Bachten de Kupe te brengen of van de Lelystadse dokwerkers naar Brussel. Dat zijn meestal de beste optredens, want ik sta dan volledig onder de speed, ik bedoel natuurlijke speed. Als ik echte speed zou nemen, zou ik los door de muur gaan: Die diversiteit werkt zeer creatief voor mij. Zelfs als ik het financieel niet meer nodig zou hebben, zal ik blijven optreden. Ik ben er verslaafd aan. Toen ik op de ‘Gentse Fieste’ na twee maanden onderbreking weer begón, had ik dezelfde dag nog de laatste correcties op de drukproeven van ‘Alles moet weg’ aangebracht. Ik zat nog helemaal in de sfeer van die roman. Ik had een halve depressie toen ik naar Gent vertrok want ik was bang dat ik het niet meer zou kunnen of dat ik mijn tekst zou vergeten zijn, maar ik kwam op het podium, voelde dat het een prachtig publiek was en ik schoot vol adrenaline. Dat is een fantastische ervaring. Ik wil dat niet meer missen. Optredens zijn ook lessen in nederigheid, want je gaat gegarandeerd af en toe op je bek. En als je denkt dat je populair bent en je komt weer eens in een zaal met zes man die daar per vergissing zit, weet je wel beter. Ik geloof sterk in die contrasten en in de werkzaamheid ervan. Ik zoek de strijd zelf op. Ik hoor hier veel mensen beweren dat het in Nederland allemaal zoveel beter is. Wél, waar wachten ze op? Waarom gaan ze de confrontatie niet aan? Ik ben al als student naar Amsterdam getrokken, heb contact gezocht met het tijdschrift Propria Cures en dweilde de boekenbeurzen af. Niemand zit in Nederland op iemand te wachten.»

HUMO Wat is het belangrijkste verschil tussen Nederland en België?

Lanoye «Als je in België een manager hebt, vinden ze je een dikke nek. Als je in Nederland niet via een theaterbureau passeert, geraak je gewoon niet in het circuit. In Nederland is alles prachtig georganiseerd, ook de technische details. In Vlaanderen kennen ze dat niet. Ik vrees dat de grondziel van de Vlaming fundamenteel amateuristisch is. Werken in Nederland en wonen in België, dat lijkt me een mooi compromis.»

HUMO In Nederland bestaat bovendien een jarenlánge kabarettraditid waar jouw optredens goed in passen.

Lanoye «En dat is meer dan een woord. Het betekent .dat er kanalen voor zijn: er is publiek, er zijn theaters én theaterbureaus en er is een gespecialiseerde pers. In Vlaanderen krijg je altijd een horde theaterincestdebielen over je heen. In Nederland zijn er ook veel mensen bezig en kun je met één act drie jaar op tournee, hier ben je meteen rond. Dat betekent dat je je in Nederland als beginneling kunt verliezen in dat circuit en ongemerkt een leerschool kunt doorlopen. Hier gaat dat niet. Het is een vicieuze cirkel. Hier bestaat geen circuit en dus geen publiek en er kan geen circuit uitgebouwd worden omdat er geen gevormd publiek is. Vlaanderen is ook te veel verwend. Wij krijgen hier alleen maar het allerbeste uit Nederland te zien, de mensen die het in Nederland al gemaakt hebben en die alleen maar hun markt willen vergroten. Op het vlak van het boekbedrijf is het niet anders. Hoe wil je dat we goede uitgeverijen hebben als de mensen niet lezen? Dáárom kies ik voor een persoonlijke strijdcultuur. Voor elk boek moet worden gevochten en ik tien bereid om daar heel ver in te gaan. Verkopen is een vak, jongen, een vak!»

HUMO Tony uit ‘Alles moet weg’ is ook verkoper, alleen krijgt hij niets verkocht.

Lanoye «Omdat hij alles op een verkeerde manier aanpakt. Hij verliest zich in zijn dromen en is veel te veel met zich zelf bezig. Hij wil iedereen gebruiken maar wordt zelf door iedereen gebruikt. Hij loopt met ai zijn pathos hopeloos verloren. Tony is voor een deel een allegorie op de manier waarop ik leef: handelaar in kunst, scheurend over 's lands wegen. In het topseizoen leg ik namelijk 6.000 kilometer per maand af in een Golf Diesel zoals het een literaire yuppie past. Als ik sterf mogen ze in de krant zetten: ‘de dood van éen handelsreiziger’, Als ik straks tegen een boom rij, zou de mythe pas volledig zijn. Op mijn graf kan dan staan: ‘Tussen kunstenaar en koopman, charmeur en charlatan’. Liefst in marmer.»

HUMO Zie jij je als de woordvoerder van de jonge generatie?

Lanoye «Generatie, generatie. Ik denk daar niet aan. Ik wil schrijven uit mezelf, mezelf in deze tijd, en ijver deze tijd wil ik zoveel mogelijk in mijn werk naar binnen halen. Als dat klikt, zal het door de lezer wel vanzelf worden opgepikt.»

HUMO Ik 'bedoelde: ‘Alles moet weg’ is in hoge mate beïnvloed door de popkultuur en rock 'n roll. Er is een hoofdstuk dat ‘Lof der Autostrada’ heet en André scheurt op een Harley Davidson rond.

Lanoye « Natuurlijk ben ik door de rock 'n roll beïnvloed Maar ik ben er tegelijkertijd al aan ontgroeid. Misschien heeft de rockkultuur wel een maatschappelijke dimensie maar voor mij is popmuziek alleen nog goed, voor feestjes. Ze moet dan dom en luid klinken en de rest is flauwe kul. Het is een industrie geworden die zich speciaal op pubers richt. Volgens mij stelt het verder weinig voor. lk lees bijvoorbeeld liever de LP-recensies in Humo dan dat ik naar de platen luister. De recensies zijn beter. Dat is veelzeggend, vind ik. Vorige zomer ben ik trouwens zeer ontgoocheld geweest door de uitspraken van Herman Schueremans tegen het gratis uitdelen van condooms op Torhout-Werchter. Dat de twee burgemeesters er tegen waren, lag in de lijn der verwachting maar de organisator zelf? Die man wordt rijk van de popmuziek maar de essentie van de rock'n roll wordt wel in de kiem gesmoord. De mensen zouden eens kunnen denken dat popmuziek de jeugd de verderfenis instort. En lk die dacht dat mensen als John Lennon, Mick Jagger, Bob Dylan en de punk juist de verpersoonlijking waren van oorden des verderfs. Ik vind dat Torhout-Werchter op dat punt een uitgelezen kans heeft laten liggen. Ik treed veel op in scholen in Nederland. In elke school hangt er een condoom-automaat, dat is bij ons ondenkbaar. Het argument in Vlaanderen is dat niet iedereen op die leeftijd al aan seks toe is, dat is misschien waar, maar we moeten ons ook geen illusies maken, geneukt wordt er toch, en daarom heeft opvoeding tot veiligheid voorrang. Torhout-Werchter had daar een flinke steen toe kunnen bijdragen. Helaas. »

HUMO Is jouw generatie romantisch ?

Lánoye «We zijn zeker niet minder romantisch dan de vorige generaties. Misschien hebben wij het wat moeilijker om rechttoe rechtaan romantisch te zijn. Alhoewel. Hoeveel zolder-kamerauteurs zijn er nog? De meeste schrijvers zijn leraar of pastoor. Ik vind van mezelf dat ik veel romantischèr leven heb. En wacht maar tegen dat ik groot ben, dan zal je eens wat zien! » (lacht).

HUMO Jij moet zowat de enige kleine zelfstandige ter wereld met een zwaar romantisch leven zijn.

Lanoye «Dat ik een kleine zelfstandige ben, wil ik niet ontkennen. Ik bén de zoon van een slager. Ik heb ook nog in de horeca gestaan, zelfs toen ik al schrijver was en als entertainer optrad. Het geld dat ik daarmee verdiende, schreef ik dan in als ‘verhuur van diensten’. Ik heb in een frituur gewerkt, garçon gespeeld in een klasserestaurent waar ik sabayon moest kloppen, terrassen gelopen... Tegelijkertijd heb ik keurig en net een universitair diploma gehaald. Ik ben eigenlijk en bizarre mengeling van conformisme en tegendraadsheid. Op bepaalde momenten vind ik het verschrikkelijk dat iemand de sfeer verbreekt en op andere momenten zou ik niets liever willen dan zelf de sfeer verpesten. Ik ben zeer wispelturig. In die zin zijn Tony en Soo uit ‘Alles moet weg’ twee afsplitsingen van mezelf. Soo is de brave droogstoppel, de student rechten die alles doet om toch maar zijn diploma te halen. Hij is de complete conformist, de man van wet en orde. Tony is meer het bombastische type met alles wat daar bij komt kijken: kunst, filosofie, godsdienst. Daarom heet het eerste hoofdstuk ook ‘Het Schriftje’. Als Tony over de snelweg schrijft, begint hij bijna te delireren. Hij is weliswaar niet gelovig maar de snelweg is als een soort God voor hem. Hij vangt de werkelijkheid even pathetisch en even kitscherig als elke godsdienst. Tony kan alleen maar dromen. Zelfs seks is voor hem iets wat zich uitsluitend in zijn hoofd afspeelt. Als er echt gevrijd moet worden, blokkeert hij. Dat is godzijdank bij mij iets minder. Maar ik heb er lang over gedaan, hoor! Lang over gedaan! (lacht). Eigenlijk zijn het twee types die niet in de werkelijkheid leven. Voor Soo zijn alleeen de wetteksten realiteit, voor Tony zijn het plannen en-dromen. Het is een zeer onsympathieke hoofdfiguur. Pas op het einde van de roman slaagt Tony erin echt iets te doen, uit pure vriendschap voor de raté André maar daarna gaat dan ook alles kapot. André sterft en Tony vlucht naar het buitenland. Het prettigst om schrijven vond ik het hoofdstuk ‘Over de ontoereikendheid van het abstract’ omdat alle lijnen van het verhaal daarin samenvloeien. Tony delireert daarin over de tijd terwijl op hetzelfde moment het horloge van André kapot gaat waardoor hun bankoverval mislukt. Heel hun plan valt in duigen door een stom toeval. Ik hoop dat de lezer dat even logisch als ik vind, want alles waarmee hij in contact komt gaat stuk in het boek. ‘Alles moet weg’ slaat dus niet alleen op het verkopersvak maar ook op het vergankelijke van alles.»

HUMO Een andere rode draad doorheen het boek is de dood. Bij de meeste personages wordt heel - kort gemeld hoe ze aan hun eind komen, details die op dat moment niet terzake doen maar wel keihard aankomen. Over de gasten op het huwelijksfeest staat er bijvoorbeeld: ‘Een van deze gasten zou overlijden aan een trombose, twee anderen zouden samen verdrinken. Er was een vrouw die door haar echtgenoot in de rug zou worden geschoten met een jachtgeweer, waarna de man zich zou verhangen. Enkelen zouden het leven laten bij ongevallen, anderen zouden kanker krijgen, in het hoofd, in het beendermerg, in de keel. Er was Iemand die aan zijn pols werd geopereerd en niet meer wakker werd uit de narcose. Drie stierven officiéel aan longontsteking, vijf al even officieel aan leukemie.’ Over Soo staat op de laatste pagina: ‘Hij huwt, krijgt twee kinderen en veertig jaar later doen de maden zich tegoed aan zijn lijk.’

Lanoye «Vroeger, zo tussen mijn zeventiende en mijn drieëntwintigste, voelde ik soms een panische angst om oud te worden en dood te gaan. Ik schoot dan 's nachts wakker en was helemaal in paniek. Maar daar heb ik nu geen last meer van. Volgens de psychiatrie kan doodsangst te maken hebben met extreme levensdrift. Misschien ligt het ook aan mijn opvoeding. Ik ben het jongste kind van een moeder en een vader die alle twee ook de jongste van het gezin warern. Het gevolg is dat er voortdurend een nonkel of tante op sterven lag. Ik werd dus voortdurend geconfronteerd met oude of zieke mensen. Bovendien kwam ik in de slagerij van mijn vader veel in contact met kadavers. Ik werd ook al vrij jong aan 't werk gezet. Ik zat soms tot mijn ellebogen in het varkensbloed als ik er broodkruim in sopte om pensen te maken. Wat me ook altijd gefascineerd heeft, is de vijf seconden overgang tussen leven en dood. Voor mij is een stier altijd het symbool van vruchtbaarheid en kracht geweest en toch werd die in het slachthuis in enkele seconden afgemaakt. Ik zal niet zeggen dat het mij shockeerde want het werd als doodnormaal ervaren maar toch maakte het grote indruk op mij. Beestenkadavers kan ik sindsdien pirobleemloos zien, terwijl ik wel bang ben voor mensenlijken. Tenzij op tv. Want dat is film. Bij de zoveelste bloedige beelden in het Nieuws, denk ik soms: had Sam Peckinpah maar achter de camera gestaan, dan was het tenminste behoorlijk gefilmd. Dat klinkt misschien zeer pervers, dat geef ik toe. Maar je hebt gelijk: de rode draad van mijn roman is de dood, of beter: het verval. Die thematiek komt. ook in mijn ander werk voor, heb ik al gemerkt. In ‘Alles moet weg’ wordt dat verval gesymboliseerd door het element water: André gooit alle gestolen goederen in het kanaal, de regen slaat. de tekstverwerker van Tony stuk, als Tony door een bejaarde janet verleid wordt, ziet hij plotseling diens vals gebit in een glas water liggen...»

HUMO De enige vrijscène uit ‘Alles moet weg’ is er inderdaad een tussen mannen. Verder heeft Tony uitsluitend homo-erotische fantasieën. Moet je roman gelezen worden als een verhaal over twee vrienden die niet bij elkaar kunnen komen ?

Lanoye «Het is zeker en vast een mannenboek. Er komen nauwelijks vrouwen in voor, tenzij in de hoofdstukken over het trouwfeest en over die stokoude vrouw die Tony manipuleert. Soo is duidelijk verliefd op Tony maar hij is zo conformistisch dat hij nooit zijn mond heeft durven open te doen. Voor Tony ligt het anders. Hij beschouwt Soo als een sullige vriend die naar zijn geleuter wil luisteren. Tony gebruikt Soo, hij schrijft hem brieven om vooral zichzelf te overtuigen. Soo is zowat zijn laatste band met de realiteit. Ik had er natuurlijk een man en een vrouw van kunnen maken maar zo'n koppel heeft niet diezelfde spanning, althans niet voor mij. Het is ook veel cynischer dat de masturberende Tony in zijn Ford Transit alleen maar homoseksuele fantasieën heeft, terwijl zijn vriend Soo nooit diepere gevoelens voor Tony heeft durven te bekennen.»

HUMO Vroeger schreef je minder openlijk over homoseks. Had je het daar moeilijk mee?

Lanoye «Ik was alleen bang dat ik het verwijt zou krijgen dat ik ermee koketteerde, maar aangezien koketteren in mijn natuur ligt, kan mij dat niet meer schelen. De homoseks in ‘Alles moet weg’ is ook bedoeld als tegengewicht tegen de dood. Raoul, met wie Tony eventjes iets begint, staat voor de zielige, oude janet. Als piepjonge homo maak je dat soort situaties soms mee. Je laat je meenemen door een wat oudere man, maar daarna ben je daar niet goed van. Het stemt je wrevelig en-tegelijk triestig. Ik spreek uit ervaring. Niet dat ik zoals Tony, ooit ben afgezogen door een janet op leeftijd met een kunstgebit. Dat kunstgebit moet alleen de treurigheid van de situatie beklemtonen.»

HUMO ‘Alles moet weg’ is nog meer. Het is een vademecum van Vlaanderen anno 1988.

Lanoye «lk heb tamelijk veel research gedaan. Als Tony kalk probeert te verkopen citeert hij letterlijk uit folders, zoals er ook letterlijk uit het Belgisch Burgerlijk Wetboek wordt geciteerd. Een aantal passages over Antwerpen komt eveneens uit folders. Voor het personage van André heb ik met ex-gevangenen gesproken, ondermeer met de gewezen punker Marc Geudens die twee jaar en een half gevangen heeft gezeten en daarover een merkwaardig goed boek ‘De rol van de stadswaag’ heeft geschreven. Ik ben verder ook naar alle plaatsen gereden die in het boek voorkomen: Tessenderlo, de beestenmarkt in Gent, Doel. Zelfs de cafégesprekken in het boek heb ik zo goed als letterlijk gehoord, ondermeer die discussie pro en contra joden. Ook de moppen zijn van horen zeggen. Ik heb er maar één zelf bedacht.»

HUMO Welke?

Lanoye (declameert) «Er zaten eens een Hollander, een Belg, een Duitser, een Angolees, een Amerikaan, een Zoeloe, een Eskimo, een Lap, een Hongaar, een Chinees en een Indiër samen in het café. Zegt die Hollander: we gaan hier toch geen rondjes beginnen geven zeker.»

HUMO Terug naar het ver-schrikkelijk Vlaamse karakter van jouw roman.

Lanoye «Ik hoop dat hij verschrikkelijk Vlaams is, want ik ben zelf zo Vlaams als de pest. Het is ook mijn bedoeling geweest. Vlaanderen ken ik het best en hier liggen mijn wortels. Waarom zou ik hoofdpersonages creëren die typisch uit de randstad komen? Dat moeten de Nederlandse schrijvers maar doen. Heel wat Vlaamse intellectuelen vinden het intellectueel om zo min mogelijk Vlaams te zijn, maar juist daardoor missen ze een belangrijke dimensie. Die roots heb je nu eenmaal en je kunt maar één soort roots hebben, de echte. Je kunt ze natuurlijk proberen te ontkennen en weg te stoppen, maar volgens mij zijn ze veel werkzamer als je er iets mee doet. Dat heb ik met Walter Van den Broeck gemeen. ‘Alles moet weg’ is dan ook des te opmerkelijker naarmate de roman voluit Vlaams is. Het is een boek zoals er in Nederland de laatste jaren weinig te lezen waren.»

HUMO Je trekt wel het hele Vlaamse register open: trouwfeest in zalen Memlinc, de beestenmarkt in Gent, de autosnelwegen, Doel, Tessenderlo Chemie...

Lanoye «Vlaanderen ligt vol autosnelwegen, dat is typisch Belgisch. Toch heb ik nog nooit een roman gelezen waarin ze verwerkt werden. Ik kom 's nachts soms van Nederland naar België. Je rijdt dan vanuit een donker gat een poel van licht binnen. Onze snelwegen zijn waarschijnlijk op een corrupte manier verlicht, daar twijfel ik niet aan, want dit is het Shangai van Europa, maar ze zijn tenminste verlicht. Hetzelfde geldt voor de grondverkaveling hier, ook allemaal corrupt, maar je moet die dingen laten zien, niet aanklagen. Anders eindig je als Paul de Wispelaere. Ik heb, hoop ik, op een originele manier over Vlaanderen geschreven. Het is tegelijkertijd herkenbaar Vlaams maar ook herkenbaar Tom Lanoye. Ik ben wel tegen kernenergie maar tegelijkertijd heb oog voor de mooie vormgeving van een kerncentrale. Ik heb drie, vier keer Doel bezocht en zo'n centrale heeft een eigen esthetiek, net zoals al die lelijke autosnel-wegen. Of de fabrieken in Tessenderlo. Sommige van die vormen en lijnen hebben een opmerkelijke artistieke spanning. Ik begrijp niet waarom een potscherf uit het neolithicum kunst is en waarom de gebruiksvoorwerpen van vandaag alleen maar plat en afstotend zijn. Voor mij gaat er een geweldige kracht van uit. Had een kunstenaar ze bedacht, hij zou wereldberoemd zijn.»

HUMO Is ‘Alles moet weg’ ook niet een demonstratie van al je kunnen? Het is een road-roman en een briefroman, er wordt gespeeld met taal, en geëxperimenteerd met moppen en citaten uit het Burgerlijk wetboek. Tegelijkertijd steunt hij op een ijzersterke structuur.

Lanoye «Ik heb op de eerste plaats een boeiend verhaal willen schrijven voor iedereen. Af en toe zullen sommige lezers bij bepaalde passages wel opkijken maar ze stoten niet af. Anderzijds kan de literaire freak er zijn hartje aan ophalen want er zit voldoende virtuoos knutselwerk in elk hoofdstuk heeft een titel in een ander lettertype, sommige masturbatiescènes staan onopvallend op rijm, maar dat is voor de fijnproevers. ‘Alles is weg’ is een mengeling van ‘Het Verdriet van België’ van Hugo Claus en ‘Kaas’ van Willem Elsschot waarin ook het thema van verkopen aan bod komt. Anderzijds is het ook een mengsel van Jack Kerouac en ‘Dode Zielen’ van Gogol. Het is een moderne schelmenroman met voldoende filosofie en nepfilosofie in.»

HUMO Nepfilosofie, zeg dat wel. Je schuwt de kitsch en het cliché niet.

Lanoye «Dat moet, het is zo bedoeld, al is het mogelijk dat de lezer zegt: bah, allemaal clichés. Het is zeer dubbel allemaal. De masturbatiescènes van Tony in zijn Ford Transit spelen zich bijvoorbeeld af in hetzelfde verhevigde taalgebruik waarmee Stijn Streuvels een liefdesscène beschreef. Kijk, dat vind ik nou echt fijne humor» (schatert) HUMO Hoe groot is je angst voor ernst?

Lanoye «Die is niet meer zo groot. als vroeger, ‘Alles moet weg’ eindigt trouwens zeer ernstig maar ik vind dat er onderweg wel moet gelachen worden. Ik kan geen dingen schrijven die uitsluitend ernstig zijn. Waarom vraagt men trouwens waarom ik altijd grappig ben en nooit aan anderen waarom ze altijd zo ernstig zijn? Alsof humor minderwaardig is. Jammer genoeg denken velen zo. Woody Allen zal nooit vijf Oscars winnen, hoe goed hij ook is. Humor dient voor mij om op te luchten of om climaxen aan te brengen. Ik ben ook zo. Ik ben van nature een vrolijke pessimist. Ik vrees echter dat ‘Alles moet weg’ niet de roman is die men van mij verwacht. Men kan er zich niet te pletter bij lachen zoals bij mijn optredens.»

HUMO Is ‘Alles moet weg’ pure fantasie of heb je veel uit eigen ervaring geput?

Lanoye «Veel uit het boek heb ik persoonlijk meegemaakt, tot en met de likwidatie van de gestolen goederen door André en Tony. Ik kende destijds een kleptomaan. Hij werd op heterdaad betrapt en vreesde een huiszoeking. Zijn hele zolder lag vol gestolen materiaal. Ik reed in die dagen in een 2PK en wilde de boel wel mee helpen opruimen. lk heb toen een hele nacht heen en terug gereden. Ik vervoerde alles in vuilniszakken, net zoals ik het in mijn boek beschrijf. Het is me trouwens bijna fataal geworden. Ik werd op zeker moment door een rijkswachtpatrouille aangehouden. Ze waren op zoek naar CCC-ers want er was weer een aanslag gepleegd. Eén van die kerels wilde weten wat ik vervoerde. Afbraakmateriaal, zei ik. Gelukkig kon ik dank zij mijn acteerervaring mijn zenuwen de baas blijven. Ik moest mijn identiteitskaart geven en daar stond in potlood ‘letterkundige’ als beroep bijgeschreven, dat is iets wat ik van in den beginne altijd geëist heb. Die rijkswachter snapte dat niet al te best en wilde weten wat dat wel was ‘letterkundige’. Ik begon dus te ver-tellen wat ik allemaal al ge-schreven had, en die kerel en moest daar om lachen. Ik lachte maar mee en precies daardoor vergat hij in die zakken te kijken en mocht ik door-rijden. Een pak van mijn hart want in de eerste vuilniszak zat bovenaan een gloednieuw strijkijzer! Als ik niet zo'n acteur was geweest, had ik waarschijnlijk gehangen.»

HUMO Je leven als kelner heeft je waarschijnlijk ook voldoende stof geleverd?

Lanoye «De hoofdstukken over het trouwfeest zijn een milde parodie op wat ik werkelijk heb meegemaakt. Er gebeuren ongelooflijke dingen: bruid en bruidegom die op de dag van hun huwelijk elkaar al tot bloedens toe beginnen te slaan; discobars die niet opdagen; vergissingen met menu's, soms zelfs zo erg dat er helemaal geen eten is, terwijl de hele familie in de zaal staat... Ik heb vanaf mijn vijftiende bijna alle weekends en vakanties in de horecasector gewerkt. Dáár heb ik leren verkopen, al blijf ik klein bier in vergelijking met mijn broer. Hij heeft ooit Sunbeams verkocht, in die tijd geen bekend automerk, maar na een jaar reed half Sint-Niklaas met een Sunbeam. Mijn ouders hebben ooit nog een dame in de winkel gehad die kwam vragen of we nog bierviltjes hadden die je onderaan in een bloempot moest leggen waardoor de planten groeiden. Mijn broer had die ooit aan de man gebracht. Hij had op een zeker moment geen geld meer en had een hoop bierviltjes uit een café meegenomen en had daar een verhaal bij verzonnen en ze verkocht. Die mevrouw haar planten waren zo goed gegroeid dat ze, tot grote gêne van mijn ouders, echt geloofde dat het door die bierviltjes kwam. Hij had op een zeker moment zelf een feestzaal. Op een keer kwam er een koppel van Beveren naar Sint-Niklaas gefietst, dat is zo'n zestien, zeventien kilometer ver. Ze kwamen hun trouwfeest bespreken. Bleek dat ze dat twee jaar vooraf wilden vastleggen. Ik stond achter de toog en mijn broer ze : ‘die zal ik eens kloten.’ Hij vertelde ze dat hij alleen nog een vaste datum kon garanderen als ze dezelfde dag nog een voorschot van twintigduizend frank konden betalen. Wel, dat koppel is opnieuw door weer en wind heen en terug naar Beveren gefietst om die twintigduizend frank te halen.»

HUMO En zijn ze twee jaar later getrouwd?

Lanoye «Dat weet ik niet, dat was waarschijnlijk het koppel waarvoor men geen eten had toen ze arriveerden (lacht). lk heb veel lol beleefd in de horeca maar er ook mensen leren haten. Er zijn namelijk drie ma-nieren om iemand te leren kennen : ermee vrijen, iemand dronken meemaken en iemand bedienen in gezelschap. Sommige mannen proberen op restaurant indruk te maken, meestal op vrouwen, door zeer grof te doen op de kap van de ‘garcon’. Je wordt als kelner echt als een stuk stront behandeld. Het verhaaltje uit mijn roman over die man die de gebraden rechter-schaamlip van een hert bestelde heb ik zelf meegemaakt. Alleen was ik toen niet alert genoeg om zoals de kelner in mijn roman te antwoorden: ‘Mag het een linker schaamlip zijn, anders moet ik een nieuwe kut aansnijden?’ Ik heb de vertelstof gewoon voor het grijpen gehad.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234