'Ik heb altijd gezegd dat de democratie in staat is zichzelf kapot te maken: ik vraag me af of het nu niet aan het gebeuren is’Beeld Wouter Van Vaerenbergh

overleed 6 jaar geledenjean-luc dehaene

‘Als de krantencommentatoren zeiden dat hij naar rechts moest gaan, wandelde hij graag naar links’

Hadden we Jean-Luc Dehaene maar gehad om deze crisis op te lossen: velen hebben het de afgelopen maanden gedacht, sommigen hebben het luidop gezegd. Zes jaar geleden overleed ‘de loodgieter’. Kort voor zijn overlijden sprak Humo-journalist Mark Schaevers een laatste keer met hem. De oud-premier was herstellende van een zware operatie, de verwijdering van een tumor op de pancreas. Hij was ervan overtuigd dat hij weer ‘den oude’ zou worden. ‘Ik ben mijn normale ritme aan het terugvinden. Ik hoop vanaf half mei op reis te kunnen gaan.’ Die hoop kwam uit, maar het werd een fatale reis.

(Verschenen in Humo 3648 van dinsdag 3 augustus 2010)

Zaterdag 7 augustus wordt JeanLuc Dehaene 70. Een uitgelezen moment om terug te blikken, want er is veel veranderd sinds den dzjeng de eerste keer zijn keel openzette: de Belgische staatsstructuren werden hertekend, er werd een Europese superstaat opgericht, en tot in Brazilië toe drinken mensen pils van Stella Artois. En telkens zat Jean-Luc Dehaene daar voor iets tussen: een leven in zeven decennia.

Het verhaal begint gek genoeg in de Languedoc. Vader Albert Dehaene – psychiater, een pionier in zijn vak – was na de Duitse inval als legerarts ingedeeld bij een eenheid die zich teruggetrokken had in Zuid-Frankrijk. Daar beviel de hoogzwangere Andrée Verstraete van haar oudste.

De jaren 40

HUMO Dat u in Montpellier bent geboren is een toevalligheid, maar voelt u een speciale verbondenheid met die stad?

DEHAENE «Nee. Ik ben er zelfs nooit meer teruggekeerd: als ik ergens vertrek, dan ben ik écht weg. Nochtans heeft het stadsbestuur mij lang geleden, tijdens het vakantiesalon op de Heizel, ereburger gemaakt. Mijn vrouw is er wél op bedevaart geweest, en Geert Hoste heeft ’s een reportage gedraaid in mijn geboortehuis. In ’98 was ik er bijná geraakt: als de Rode Duivels de tweede ronde van het WK hadden gehaald, zouden ze in Montpellier gespeeld hebben, maar ze zijn uitgeschakeld in de groepsfase.

»Toen ik achttien was, werd ik wel opgeroepen door het Franse leger, om te gaan vechten in Algerije. Ik heb gezegd: ‘Nee, merci.’ Zo ben ik mijn dubbele nationaliteit kwijtgespeeld.»

HUMO Drie maanden na uw geboorte keerde uw familie terug naar Brugge, waar uw vader weer aan de slag ging als psychiater. U komt uit een welstellende doktersfamilie: u hebt geen ontbering gekend in de oorlog?

DEHAENE «Zo heb ik het zeker niet ervaren. Mijn vader en mijn grootvaders – ook dokters – kenden redelijk wat mensen en trokken regelmatig de boer op. Letterlijk, dan. Aan eten heb ik alleen nog maar een paar vage herinneringen – dat we boterhammen met smout aten, bijvoorbeeld – maar wat me wel nog scherp voor de geest staat, is de schuilkelder. Daar sliepen we allemaal samen, op matrassen op de grond. Ik herinner me ook beelden van schietende Duitse soldaten: ik zag ze bezig van op de loggia van het huis waar we toen woonden. En ik weet nog heel goed hoe ik met mijn ouders de Canadezen ging verwelkomen op de Grote Markt, tijdens de bevrijding, ik heb toen zelfs nog bloemen aan den een of den anderen kapitein gegeven.»

HUMO Kort voor de bevrijding heeft u nog snel een bescheiden verzetsdaad gepleegd.

DEHAENE «Ja, mijn moeder had vlaggetjes gemaakt om de geallieerden te verwelkomen, en ik had er niets beter op gevonden dan daarmee te zwaaien naar de terugtrekkende Duitsers: mijn ouders in paniek natuurlijk (lacht)

HUMO U was een balorig en roekeloos kind, naar verluidt.

DEHAENE «Roekeloos: dat weet ik niet, maar balorig zeker wel.»

HUMO Andere adjectieven die vaak terugkomen in het moraliteitsonderzoek van de jonge JeanLuc: ‘impulsief’, ‘luidruchtig’, ‘onbeleefd’ en ‘slordig’.

DEHAENE «Jajaja, dat zat er vanaf het begin in. De genen zeker?»

HUMO Op een dag kwam dat onstuimige karakter u zelfs op een pv te staan.

DEHAENE «Mijn broers en ik moesten iedere woensdag naar mijn grootouders, die woonden vlakbij de Jan Van Eyckplaats. En daar stond ook een oliebollenkraam. Wij maakten er een sport van om daar bics naar binnen te gooien. Levensgevaarlijk, natuurlijk, en die mens kon daar niet mee lachen. We zetten het dan altijd op een lopen, maar op een dag had hij ons te stekken en sleurde hij ons bij de kraag naar de overkant van de markt, naar het politiecommissariaat. Mijn grootvader heeft er nog een tekening over gemaakt: mijn broer en ik stonden er als Kwik en Flupke op.»

De jaren 50

HUMO Eigenlijk mag het niet verbazen dat uw ouders u op één september ’53 wegstuurden naar een college ver buiten de stad.

DEHAENE «Tutut, daar had ik zelf om gevraagd. Tot het tweede studiejaar zat ik in het gemengd onderwijs, bij de nonnetjes: ik heb serieus met hun voeten gespeeld. Nadien ging ik naar het college in de stad, maar daar werkte ik de leerkrachten ook op de zenuwen. En ik bracht er niet veel van terecht: toen ik naar het eerste middelbaar moest, de zesde Latijnse, was ik daar niet klaar voor. Ik was een speelvogel en dat Latijn en Grieks zeiden me zjust niks. Ik heb dat altijd nutteloos gevonden, ik had veel liever gehad dat ze mij geleerd hadden wat een cheque was.

»Ik ben door dat jaar geraakt, met de hakken over de sloot, maar ik voelde dat ze mij beu waren: ‘Dat loopt hier mis.’ Daarom heb ik zelf gevraagd: ‘stuur mij naar Aalst, bij de jezuïeten.’ Dat was een heel streng college, een soort correctieinstelling.»?

HUMO Ook in Aalst liet u zich snel opmerken: volgens de legende joeg u ooit een troep varkens door de schoolrefter. Tot op de dag van vandaag wordt er met veel ontzag gesproken over de baldadigheden van den dzjeng.

DEHAENE (gromt) «Ik liep daar ook niet in het gareel, maar ik had er tenminste geen problemen met mijn schoolwerk. Ik was geen streber, hoor, meer het type dat rekende: hoeveel moet ik halen om er door te geraken. Alleen bij Nederlands opstel en spreekbeurten was ik bij de besten. In de retorica heb ik ’s meegedaan met een wedstrijd: ik heb de eerste prijs gewonnen, met als thesis dat er een Derde Wereldoorlog aan de gang was. ’t Was de tijd van Korea, de beginjaren van de koude oorlog.

»Door die verhandelingen te schrijven heb ik systematisch leren werken: logisch opbouwen, analyse en synthese. Ik teer daar nog altijd op. Ik heb in Aalst ook veel gelezen: tijdens de studie had ik altijd een leesboek onder mijn schoolboeken liggen. Geen grote filosofen, maar de verhalen van Winnetou en Old shatterhand of de boeken van Lod Lavki over de scouts. Daar heb ik veel van geleerd.»

HUMO Hoe legt u die aangeboren recalcitrantie zelf uit? Was het rebellie tegen uw ouders en het burgerlijk milieu waarin u opgroeide?

DEHAENE (krabt aan zijn arm) «Dat zat er voor een stuk tussen, ja. Ik had een heilige hekel aan alles wat gekunsteld was, ook qua kleren en zo. Maar ik rebelleerde ook gewoon om te rebelleren, zonder te verwerpen. Na de retorica ben ik thuisgekomen: ‘Ik wil dokwerker worden.’ En toen mijn ouders naar Rome trokken, bleef ik liever thuis.»

HUMO De klassenmaatschappij was in voege in het Brugge van uw jeugd: bij u thuis was Frans zelfs de voertaal.

DEHAENE «Helemaal in ’t begin spraken we thuis Nederlands, heel keurig, bijna Hollands. Maar mijn grootmoeder was geboren in Mesen en haar Nederlands was niet zo goed. Daarom zijn we overgeschakeld op het Frans, ook omdat mijn moeder tweetaligheid belangrijk vond. Daar heb ik geleidelijk aan verandering in gebracht: ik heb om te beginnen La Libre buiten gesmeten en De standaard binnengehaald.»

HUMO Dat uw supportershart blauw-zwart is, is genoegzaam bekend. Mogen we ook dat begrijpen in het licht van uw rebellie? Club Brugge was tenslotte de ploeg van het atheneum, Cercle die van de katholieke bourgeoisie.

DEHAENE «Achteraf kan je ’t zeker zo interpreteren. Bij ons thuis wisten ze niks van voetbal, maar omdat er op de speelplaats voortdurend over gepraat werd, heb ik aan mijn vader gevraagd of ik ook ’s naar een match mocht.

»Toen ik tien, elf was zijn we zo een paar keer meegegaan met de man van een patiënte van mijn vader. De ene keer naar Club, de andere keer naar Cercle. In ’t begin was het me om ’t even, maar ik voelde me na een tijdje veel meer thuis in de ambiance van de Club, waar je in die tijd al een soort spionkop had. Bij Cercle ging het er stijver aan toe, daar was het zelfs niet toegestaan om de arbiter uit te kafferen of te luid te roepen. Op den duur ging ik alleen nog naar de Club, ook al was het familiaalsociologisch-politiek de fóúte club. Mijn vader heeft er nooit spel van gemaakt, maar ik heb toch nooit durven vragen of ik bij Club mocht gaan spelen.»

HUMO Wat geeft het: u had niet erg veel talent.

DEHAENE (frons) «Toch wel: in het laatste jaar van de humaniora zijn we tot in de finale van het kampioenschap van het katholiek onderwijs geraakt. Ik stond in het doel. Maar na de halve finale – die we wonnen met 5-2 – heb ik geelzucht gekregen, waardoor ik de finale niet kon spelen. (Kruist genoegzaam de armen) Die hebben we met 6-2 verloren.»

HUMO Na uw collegetijd lonkte de vrijheid van de universiteit. Eind 1958 trok u naar Namen, om rechten te studeren.

DEHAENE «Ik wist eigenlijk niet wat ik wilde studeren. Ik wist alleen: ‘Ik word geen dokter of pastoor.’ Die hadden we al genoeg in de familie.

»In Namen heb ik vooral veel films gezien: ik ging soms elke dag naar de cinema. Ik ben er fanaat geworden van de films van Ingmar Bergman. Ik heb eerst ‘Het zevende zegel’ gezien, nadien al de rest. (Mijmerend) In Frankrijk had je de nouvelle vague: Renet en Godard. En Brigitte Bardot. Het heeft me later altijd gefrustreerd dat ik niet meer naar de cinema kon gaan zonder lastig gevallen te worden. Ik ben ooit eens met de kinderen naar Kinepolis gegaan, en ze zijn aan de andere kant van de zaal gaan zitten omdat de mensen mij niet met rust lieten.»

De jaren 60

HUMO Vanuit de duisternis van de bioscoop recht de woelige jaren 60 in: de periode van uw politiek ontwaken?

DEHAENE (knikt) «Een periode van grote veranderingen en charismatische figuren naar wie ik opkeek: Theo Lefèvre, JFK, Johannes XXIII en het Vaticaans Concilie... Ik was in die tijd een fervent lezer van L’Express. Met JJSS, François Mauriac en Françoise Giroud,...

»Nochtans: toen ik in het najaar van ’60 in Leuven aankwam – om te doctoreren in de rechten en economie te studeren – was het daar kalm. De strijd van Wilfried Martens voor de Vlaamse dag op de Expo was gevochten en LeuvenVlaams was nog niet aan de orde: we brachten meer tijd door op café dan op manifestaties.»

HUMO Uw jaren 60 staan ook in het teken van pril amoureus geluk. In 1965, na vijf jaar verkering, trouwt u met uw jeugdvriendin Celie Verbeke. 45 jaar later bent u nog altijd onafscheidelijk.

DEHAENE (knikt) «Er was vanaf het begin een goed samenspel tussen Celie en mij. Wij komen alletwee uit een traditioneel gezin, met een klassieke rolverdeling. Wij hebben dat heel spontaan overgenomen, zonder dat het ooit tot grote discussies of conflicten heeft geleid. Mijn rol in het huishouden was beperkt, maar als zij of de kinderen me nodig hadden, konden ze me vinden. Dat wisten ze.»?

HUMO Celie was de allereerste premiersvrouw die zich ook effectief als first lady manifesteerde. Een bewuste keuze??

DEHAENE «Dat was háár keuze, ja. u weet dat ze Amerikaanse roots heeft: ze spiegelde zich aan het Amerikaanse model. Zodra ik premier was, is ze naar buiten getreden. De allereerste keer in dat programma van Mark Uytterhoeven – ik weet niet meer of het ‘Morgen maandag’ of ‘Het huis van wantrouwen’ was. Dat is erg goed meegevallen, dat kwam sympathiek over, en dus is ze dat blijven doen. Ik geef toe dat het mij goed uitkwam: Celie verzachtte mijn stuurse en brute imago.»

HUMO In 1963 studeerde u af, maar u wist – opnieuw – niet goed wat aan te vangen met uw leven. U overwoog ontwikkelingswerk, maar koos op aandringen van Celie voor de scouts.

DEHAENE «Ik ben verbondscommissaris geworden, wat ik tot ’67 ben gebleven. Op het einde combineerde ik dat al met een job op de studiedienst van het ACW, waar ik uiteindelijk fulltime aan de slag ben gegaan.»

HUMO Terwijl buiten de wereld in brand stond: mei ’68 was aangebroken. Betogingen! Revolutie! Hippies op straat!

DEHAENE «Wij hebben die periode heel intens beleefd: op de studiedienst lazen wij ook de boeken van Marcuse en Galbraith. De consumptiemaatschappij was het eerste thema dat ik opvolgde voor de studiedienst: ik was mee in dat denken. Ik was een soort brug tussen die jongeren en het ACW. En de partij.»

HUMO Want intussen was u ook opgenomen in het Wonderbureau, de geruchtmakende lichting CVP-jongeren die binnen de partij als staatsgevaarlijk werden beschouwd.

DEHAENE«Het maatschappijmodel dat wij voorstonden was sterk beïnvloed door mei ’68, en de algemene afwijzing van gezag. Wij brachten de revolte van buiten naar binnen. Er was één wezenlijk verschil. Wij wilden niet álles overboord gooien, want we gingen ervan uit: ‘Je bereikt niks als je jezelf buiten het systeem plaatst.’»

HUMO Jullie werden met de nek aangekeken binnen de partij, maar kregen ook respect van de CVP-voorzitter Robert Vandekerckhove, een conservatieve notaris uit Mechelen.

DEHAENE «Klopt, ook al heb ik hem een paar keer de volle laag gegeven. Dat respect had ook te maken met Wilfried Martens – die was vanuit de Vlaamse Volksbeweging naar de partij gekomen, terwijl iedereen dacht dat hij naar de Volksunie zou gaan. Als wij te fel van leer hadden getrokken, ging Wilfried dat afzwakken in het partijbureau. We hebben de partij ook geholpen in haar strijd tegen de Volksunie, met ons Manifest voor Autonomie. Dat we later openlijk pleitten voor progressieve frontvorming en gemeenschapsscholen, vonden ze veel minder plezant. Maar toen was het al te laat: ze konden ons niet meer tegenhouden.»

HUMO De aanwezigheidslijsten van het Wonderbureau lezen als een soort who’s who van de Belgische politiek van de jaren ’60 tot nu: naast Wilfried Martens en u zaten ook Miet Smet en Jan Huygebaert erbij. Had u toen al door dat het geen doordeweeks groepje was?

DEHAENE «Je kunt dat hebben, hé, dat je met verstandige mensen bijeenzit en denkt: ‘Dit kan iets worden.’»

HUMO Waren jullie vrienden?

DEHAENE «Ik zeg altijd: ‘In de politiek heb je geen vrienden.’ Maar we waren wel bondgenoten, en sommigen van ons zijn altijd bondgenoten gebleven. Er waren eigenlijk twee fracties in het bureau: Miet Smet, Wilfried, Jan Huygebaert, Georges Monard en ik waren vérdenkende pragmatici, terwijl mensen als Paul Pataer, Rita Jolie en Ward Bosmans lak hadden aan alle vormen van structuur. Zij zijn ook buiten de klassieke structuren geëindigd, en zijn zo in de marge blijven rommelen. En dan had je Herman Van Rompuy, die vond dat we allemáál te revolutionair waren. (lacht)»

HUMO U mag dan wel beweren dat u geen revolutionair was, maar binnen de partij werd u ‘die maoïst’ genoemd.

DEHAENE «Een extremist, iemand die voor niks respect had. (Denkt na) In het ACW vonden ze dat eigenlijk ook. Maar Willy D’Havé wist dat ik loyaal was en hij apprecieerde dat. Hij heeft me vaak genoeg verdedigd bij Gust Cool, Jef Houthuys en al die proosten die me buiten wilden.»

HUMO Weer zat u in de contramine. Put u misschien kracht uit confrontatie?

DEHAENE (haalt schouders op) «Plezier: dat wél. (Lacht) Ik hield er van aan de boom te schudden, ik ervaar protocol en klassedenken als remmend. Ik omschrijf mezelf als progressief in die zin dat ik nooit de bestaande orde heb verdedigd enkel en alleen omdat het de bestaande orde was. De maatschappij is evolutief, afspraken en gewoonten ook: je mag je er niet aan vastklampen. Daar vocht ik tegen. Maar ik heb altijd heel goed gevoeld hoe ver ik kon gaan, of beter: hoe ver té ver (lacht). Ik rekte het elastiekje tot het uiterste, maar ik zorgde dat het nooit knapte.»

Beeld Wouter Van Vaerenbergh

De jaren 70

HUMO Op 7 november 1971 nam u voor het eerst deel aan de parlementsverkiezingen. Weet u nog hoeveel stemmen u haalde?

DEHAENE «600?»

HUMO 691.

DEHAENE «Ik was nog niet genoeg geworteld in de streek: ik was nog maar pas naar Vilvoorde verhuisd.»

HUMO Eigenlijk interesseren verkiezingen u niet bijzonder, hé?

DEHAENE «Dat is het verschil: mijnen Tom fleurt op in verkiezingstijd, ík heb er een hekel aan. Ik noem het een vorm van prostitutie: je gezicht laten zien op pensenkermissen, markten afschuimen... (siddert) Democratie, dat is voor mij: iemand voordragen om de maatschappij beter te maken. Op markten spreken mensen je over véél aan, behalve daarover. Ze stemmen niet meer op partijen, maar op mensen en op de perceptie van die mensen, die niets te maken heeft met hun echte talenten. Ik heb altijd gezegd dat de democratie in staat is om zichzelf kapot te maken: ik vraag me af of we niet stilaan op dat punt zijn aangekomen.»

HUMO In ’72 ging u aan de slag op het kabinet van minister van Openbare werken Jos De Saeger, een paar jaar later was u al kabinetschef. ‘Toen was ik het gelukkigst,’ laat u zich wel ’s ontvallen.

DEHAENE «Mijn vrouw denkt nochtans niet graag terug aan die tijd: ik had toen geen uren. Ik heb de jeugd van mijn kinderen gemist. Maar ik behoor zeker niet tot de categorie politici die zich daar achteraf voor verontschuldigt. Ik had duidelijke afspraken gemaakt met mijn vrouw, en mijn kinderen wisten waar ze me konden vinden als ze me nodig hadden.

»Ik heb nooit heimwee gehad naar een job die afgelopen was, maar op de kabinetten kon ik veel doen zonder dat ik de eindverantwoordelijkheid droeg en zonder dat ik de beslissingen moest verkopen.»

HUMO Van wie heeft u het meest geleerd?

DEHAENE «Jos De Saeger heeft me de kneepjes van het vak geleerd: ik heb hem geduldig geobserveerd, toegekeken hoe hij zich organiseerde. Je had toen nog geen emails, maar De saeger werkte met van die kleine gele briefjes, die hij met vaste hand naar al zijn werknemers schreef. Ik kreeg tientallen briefjes per dag en als je er een naar hem stuurde, kreeg je ook snel antwoord.

»Ik ben in die tijd – ik ging naar alle ministeriële comités en deed de farde van de ministerraad – ook een generalist geworden, met één breed blikveld. Na tien jaar kabinetten was ik beter voorbereid op het ministerschap dan welk parlementslid ook.»

HUMO Uit die periode stammen ook de talloze wilde verhalen over hoe u secretaresses aan het huilen bracht.

DEHAENE (wuift) «Mijnen besten, ge zegt het zelf: wilde verhalen. Rosa Debaus was mijn eerste secretaresse, en ze is het twintig jaar lang gebleven. Rosa was mijn uitbarstingen gewoon, ze wist dat ik geen rancuneuze tiep ben: door alles uit te spuwen bespaar ik mezelf een hartcrisis. Zo doe ik het ook op het voetbal. Ik denk niet dat ik ooit rechtstreekse medewerkers heb gekwetst. En als het toch zo was, dan zal ik me wel geëxcuseerd hebben.»?

HUMO Mensen uit uw omgevsuggereren dat uw brutale manier van doen een manier is om uzelf te beschermen.

DEHAENE (glunderend) «Dat is de theorie van mijn vrouw. Ze zegt dat ik met overacting mijn beschaamdheid compenseer. Bôf, er zal wel iets van aan zijn: toen ik héél jong was, was ik nogal verlegen.»

HUMO In 1975 werd u stilaan een publiek figuur, als kabinetschef van Economieminister André Oleffe.

DEHAENE «Ik kwam toen wel ’s op televisie, omdat ik daar zowat de Nederlandstalige woordvoerder was.»

HUMO Altijd met een rolkraagtrui om de bast gespannen, dat werd uw trademark.

DEHAENE (gromt) «Op den duur was ik de gevangene van die rolkraag. Er zat zeker geen plan achter: ik heb er zo ’s één gekocht en dat beviel me zo zeer dat ik niets anders wilde dragen. Mijn vrouw heeft er nooit een affaire van gemaakt, het ACW ook niet en Jos De saeger zéker niet. Maar het werd een carcan. uiteindelijk heeft Paul Vanden Boeynants me ervan bevrijd.»

HUMO Hij zei op een dag: ‘Doe me een plezier, en doe een das om.’ Wat u deed, uit erkentelijkheid.

DEHAENE «Ja. Ik was intussen kabinetschef geworden van Wilfried Martens, en zonder Paul Vanden Boeynants was de eerste regering Martens er nooit gekomen. Wilfried had een heel zwakke positie in de partij, vergeet niet dat Leo Tindemans daar nog altijd rondliep.»

HUMO Martens I trad aan in april 1979, tijdens de nadagen van wat Herman Van Rompuy het malgoverno noemt. Een turbulente periode, die veel parallellen vertoont met de stand still van vandaag.

DEHAENE «De parallel is evident: tussen ’78 en ’80 is er – in volle petroleumcrisis – niet geregeerd omdat men geen akkoord vond over de staatshervorming. De geschiedenis herhaalt zich, maar dat wil ook zeggen dat er geen reden is tot doemdenkerij. In de tijd zijn we uit de impasse geraakt doordat we een kwantumsprong hebben gemaakt naar een federale staat, vandaag zitten we wellicht aan de vooravond van de kwantumsprong naar een confederale staat.»

De Jaren 80

HUMO Op 17 december 1981 werd u voor het eerst minister, in de vijfde regering Martens. U zegt altijd ‘En stoemelings’.

DEHAENE «Het was zeker niet mijn ambitie. Na de staatshervorming en het malgoverno moesten we dringend de economie onder handen nemen, en dat kon alleen met de liberalen: een harde dobber voor het aCW. Dus hadden ze iemand nodig van wie ze wisten dat hij tegen de liberalen zou ingaan. Omdat Rik Kuylen niet mocht van zijn dokter – enfin, ik denk dat hij een briefje is gaan halen – werd ik het. Het begin van tien jaar ministerschap onder Martens. Wilfried heeft toen a fond gekozen voor het sociaal-economische, die tien jaar stonden in het teken van ons concurrentievermogen.»

HUMO Dat verwoede werk kwam tot een abrupt einde in ’87, toen de regering viel. Over Voeren, luidt de officiële versie. Omdat het ACV van Verhofstadt af wilde, luidt een andere versie.

DEHAENE (ontwijkend) «De verkiezingen van december liepen archislecht af: we verloren veel zetels. Frank Swaelen sloot dezelfde avond niettemin nog een akkoord met Annemie Neyts: ze zouden een rooms-blauwe Vlaamse regering vormen. achteraf gezien was dat erg onvoorzichtig: Karel Van Miert was in zijn gat gebeten, wat de federale regeringsvorming héél moeilijk maakte. Ze wilden alleen in de federale regering als ze ook in Vlaanderen mochten meedoen.»

HUMO Willy Claes deed een formatiepoging maar faalde, net als Guy Spitaels.

DEHAENE (knikt) «De blokkage was totaal.»

HUMO En dus kwamen ze bij u aankloppen.

DEHAENE «Voor de binnenwereld was dat bijna evident: ik had al sinds ’78 binnenskamers een prominente rol gespeeld.

»Maar ik wist dat het niet gemakkelijk zou worden.»

HUMO Daarom zei u – also sprach Hugo De Ridder – tegen de koning: ‘Sire, geef me honderd dagen.’

DEHAENE «Ik heb dat nooit gezegd. Ik heb tíjd gevraagd, dat is alles, want de koning wilde bij momenten dat ik sneller ging.»

HUMO Uiteindelijk deed u er 105 dagen over om een regering te vormen met de socialisten en de Volksunie. En u breide er een verregaande staatshervorming aan: zo vestigde u definitief uw reputatie als loodgieter slash onderhandelingsgenie. Wat is uw recept?

DEHAENE «Simpel: ik luister en probeer te achterhalen wat de motieven van de anderen zijn.»

HUMO Zoals uw vader altijd zei: ‘Je kan met élke gek praten, als je maar weet wat zijn uitgangspunten zijn’

DEHAENE (knikt) «Dat geldt niet alleen voor gekken, maar voor álle mensen. In de politiek is het EQ veel belangrijker dan het IQ: ik heb veel toppolitici weten falen door hun gebrek aan empathie.

»Ik vang ook snel signalen op. Je moet zorgvuldig luisteren en kijken, elk teken interpreteren. Ook onbewuste signalen: body language is erg belangrijk. En je moet je tegenstanders kennen, je moet weten wat ze belangrijk vinden. toen we in 1993 het globaal Plan maakten, wist ik dat ik de tegenstand van Jean-Maurice Dehousse moest overwinnen, iemand die vree ambetant kan zijn. Ik wist ook dat Jean-Maurice een tekstman is: hij kon zich eeuwig opwinden over vormelijke details. Daarom liet ik hém de teksten redigeren: punten en komma’s, níéts essentieels, maar zo kreeg ik hem wel mee aan boord.»

HUMO Tegen het gewoonterecht in werd u in ’88 niet de premier van de regering die u in mekaar had gebokst. Naar verluidt omdat de koning u té boers vond.

DEHAENE «Onzin: als Wilfried het niet had gedaan, was ik premier geworden, punt. Maar Frank swaelen en ikzelf waren ervan overtuigd dat onze partij continuïteit nodig had, en dat Wilfried die continuïteit belichaamde. De koning was het daarmee eens, en ik had er ook geen probleem mee. Maar ik wist dat ik Wilfried eigenlijk geen cadeau deed, en dat het voor hem de regering te veel zou worden. Dat is gebleken.»

HUMO U werd minister van Verkeer in die regering, en ook de geestelijke vader van de zone 30 en de 0,5 promille-limiet. U was een soort Steve Stevaert avant la lettre, tot uw Audi 100 in ’89 gesignaleerd werd op een Waalse provincieweg, tegen 140 per uur.

DEHAENE (snuift)?

HUMO U liet weten dat niet u maar uw dochter achter het stuur zat. Wat op scepsis onthaald werd.

DEHAENE «Ik had beter gewoon níét gereageerd, want ik zat in het buitenland toen het nieuws uitlekte, en dan heb je veel kans dat je naast de plak zit. Zodra ik minister van Verkeer was, ben ik niet meer zelf achter het stuur gekropen, omdat ik weet dat je sowieso fouten maakt. Op een keer zijn journalisten achter mij aan gereden en hebben ze alle fouten van mijn chauffeur opgetekend: daar kreeg ik het van op de heupen. Maar je weet dat op voorhand, hé? toen ik hier burgemeester ben geworden, heb ik mijn politie de opdracht gegeven heel streng te controleren, maar ik heb ook gezegd: ‘Ik zal waarschijnlijk de eerste zijn die tegen de lamp loopt.’ Het is mijn vrouw geworden, ik heb ze daarvoor gefeliciteerd (buldert)

Beeld Wouter Van Vaerenbergh

De Jaren 90

HUMO We luiden de jaren negentig in met een stevige valse noot: zwarte zondag. Op 24 november 1991 verloren de klassieke partijen samen 630.000 stemmen. Het Vlaams Blok begint aan zijn jarenlange opmars.

DEHAENE (hapert) «’91 was traumatisch omdat ik het niet had zien aankomen. Het was een keerpunt in de geschiedenis: voor het eerst stemde een grote groep volgens de waan van het moment, los van de grote sociologische tendensen. Foertstemmen, een ras-de-bol. En sindsdien is dat alleen maar erger geworden.»

HUMO Mensen die erbij waren zeggen dat u écht onder de indruk was. U stond op het punt ermee te kappen. Was u boos op de kiezer?

DEHAENE «Ik vond dat we dat niet verdiend hadden. Oké, er was natuurlijk wat spektakel geweest met Rwanda, het vertrek van de Volksunie uit de regering en de zaak Walid Khaled (Palestijns terrorist die een visum voor België had gekregen van Buitenlandse zaken, red.) maar mijn reflex was: ‘Wat zit ik hier nog mijne nestel af te draaien? als het zo zit, ben ik weg.’ Ik had geen zin om de pispaal van de maatschappij te zijn. Ik heb toen contact opgenomen met het aCW: ‘Ik kom terug naar huis.’ Het persbericht lag klaar. Maar ik ben gebleven omdat de druk groot was – ook vanuit het ACW.

»Er is een tijd sprake van geweest dat ik naar de Vlaamse regering zou gaan, maar dat zou niet goed afgelopen zijn: de jonge generatie – Ludwig Caluwé en Johan Van Hecke – stond klaar om af te rekenen met de partijleiding. Ik ving signalen op dat ik een stemming in de Vlaamse fractie niet zou overleven.

»Uiteindelijk heeft Herman Van Rompuy mij overtuigd om er niet de brui aan te geven.»

HUMO ‘Het land heeft je nodig, Jean-Luc.’ Heeft u lang getwijfeld?

DEHAENE «Op zulke momenten komt het scouteke in mij naar boven: als ze vinden dat ik mij nuttig kan maken, ben ik snel over te halen.»

HUMO U had maar 35 dagen nodig om een regering te vormen, en dit keer werd u wél premier. Wilfried Martens heeft u dat lang kwalijk genomen.

DEHAENE «Dat was een misverstand: kort na de verkiezingen had ik hem gezegd dat we ons het beste wat koest hielden. Hij heeft dat geïnterpreteerd als: ‘We zetten een stap opzij.’ Ik lees in zijn memoires dat Wilfried vond dat we een afspraak hadden, maar zo heb ik dat nooit ervaren. En intussen was de context ook veranderd. Ik heb hemel en aarde bewogen om Wilfried het voorzitterschap van de senaat te gunnen, maar dat is niet gelukt. Daardoor hebben we Wilfried niet de sortie kunnen bezorgen die hij verwachtte.»

HUMO Op 7 maart 1992 kon uw regering van start gaan, onder een niet zo gunstig gesternte.

DEHAENE «De Belgische frank was in die tijd aan de Duitse mark gekoppeld en de markten geloofden niet in die constructie, waardoor de interestvoeten razendsnel stegen en de staatsschuld elke dag opliep. We moesten een signaal geven dat we het meenden. Dat is het globaal Plan geworden.»

HUMO Drastische besparingen en hervormingen die uiteindelijk de weg moesten bereiden voor de euro. Er kwam erg veel protest tegen uw ingrijpende hervormingen, wekenlange stakingen waren uw lot.

DEHAENE «Een heel moeilijke periode, maar de regering stond pal: we waren een hechte ploeg. Daar had ik veel in geïnvesteerd: na elke ministerraad organiseerde ik een informele lunch. Er werd veel gelachen, wat saamhorigheid creeerde. Toen Louis Tobback uit de regering stapte, vroegen ze hem: ‘Wat ga je missen?’ ‘De lunches van Dehaene,’ antwoordde hij. Een van de schoonste complimenten die hij me ooit gegeven heeft. De sfeer was goed, en mijn ministers hadden vertrouwen in mijn probleemoplossend vermogen. Zelfs als de opdracht onmogelijk leek, schaarden ze zich achter mij: ‘Hij zal het toch weer dóén.’»

HUMO Vandaag staat de politiek voor even grote uitdagingen, maar de cohesie ontbreekt.

DEHAENE «Als ze die niet kunnen herstellen, hebben ze een groot probleem. Want de omstandigheden zijn nog moeilijker: er moet meer bespaard worden, de groei is lager en de interestvoeten liggen hoger – en dan zwijg ik nog over de communautaire toestand.»

HUMO Kunnen we het dan nu even over Korfoe hebben?

DEHAENE (schuddebuikt) «ah ja: dat was ook in de jaren 90.»

HUMO 24 mei 1994: de twaalf Europese lidstaten moeten op een top in Korfoe beslissen wie Jacques elors opvolgt als voorzitter van de commissie. U was de topfavoriet, ook al had u veel eerder laten weten dat Europa u niet interesseerde.

DEHAENE (bromt) «Dat verhaal achtervolgt mij sinds een interview met Paul Goossens. toen hij vroeg of ik naar de top van lissabon zou gaan, heb ik geantwoord: ‘Ik zal wel moeten zeker?’ De Pol vergat erbij te schrijven dat ik aan het zwanzen was.»

HUMO U was de uitverkoren kandidaat van Helmut Kohl.

DEHAENE «Hij had dat ’s laten vallen, maar ik ben daar niet verder op ingegaan. tot Willy Claes afkwam: ‘Weet ge dat ze aan u denken?’ toen wist ik dat het voor echt was. tegelijk wist ik ook dat mijn kandidatuur niet goed lag in Groot-Brittannië.»

HUMO Daar kwam prompt een laag-bij-de-grondse smeercampagne op gang.

DEHAENE «Een typisch Britse tabloïdcampagne. Maar in feite schreven ze in het lang en het breed wat ik al mijn leven lang te horen kreeg.»

HUMO Ze vergeleken u met een varken. Heeft dat u niet gekwetst?

DEHAENE «Nee. Ik heb in mijn leven maar twee keer gedacht: ‘Dit gaat te ver.’ Bij een stuk van Sus Verleyen en een artikel van Francis van De Woestyne in La Libre Belgique.»

HUMO Ruud Lubbers – die ook op de post aasde – liet zich anders ook niet onbetuigd: ‘Hoe kan je Europa leiden als je niet eens 30 kilogram overgewicht kan bestrijden?’

DEHAENE (haalt de schouders op) «Frustratie.»

HUMO Terwijl de regeringsleiders over uw lot beslisten, bleef u achter op uw hotelkamer.

DEHAENE «Ik heb gekeken naar een WK-match van Kameroen tegen kweetnietwie (Brazilië won de wedstrijd met 3-0, red.). Ik moest me toch bezighouden? tijdens de geboorte van mijn derde ben ik ook voetbal gaan kijken, omdat ik het de eerste twee keer niet had uitgehouden.»

HUMO Diep in de nacht kwam het verdict: 11 stemmen voor, 1 tegen. De Britse premier en conservatief John Major stelde zijn veto. Een geestesgenoot: pijnlijk.

DEHAENE «Het heeft onze relatie niet vertroebeld: hij kon niet anders, in hun ogen was ik een overtuigd Europees federalist en dat kreeg hij in eigen land niet verkocht. Ik heb gezegd: ‘Ik begrijp het. Maar het is onverstandig. als je nu toegeeft, zal je je eigen positie verzwakken.’ (Fijntjes) Zo is het ook gegaan.

»Korfoe is nooit een trauma geweest. Meer zelfs, toen mijn naam genoemd werd, wist ik: ‘Ik zit gebeiteld.’ als ik het was geworden: tant mieux. In het andere geval was ik de man tegen wie John Major een veto had gesteld en maakte ik ook naam in Europa. Mijn enige zorg was het binnenland, dat mocht niet de indruk krijgen dat ik een geslagen man was. Dus heb ik een cameraploeg van de RtBf bij mij thuis uitgenodigd (grijnst)

HUMO Het hele land zag u de dag na uw ‘nederlaag’ – in uw geheel eigen stijl – opgaan in de WK-wedstrijd België-Nederland. Toen Philippe Albert de 1-0 tegen de netten prikte, ging u door het dak. U had uw punt gemaakt.

DEHAENE «Ik durf te zeggen dat ik een verdienstelijk amateurfotograaf ben: ik zíé wat het beeld gaat worden.

»Als ik wél voorzitter was geworden, had mijn woordvoerster de boel trouwens moeten afblazen. Daarom zat Adamo er ook bij, als back-up.»

HUMO Dat neigt lichtjes naar manipulatie. Geniale manipulatie, weliswaar: bij de volgende verkiezingen haalde u bijna een half miljoen voorkeurstemmen.

DEHAENE «Ik moest die boodschap kwijt, hé? Het was de enige keer dat ik zoiets gedaan heb. Mijn sterkte is dat ik mezelf kan blijven. De mensen herkenden zichzelf in mij. Ik heb nooit een beroep gedaan op spin doctors.»

HUMO Omdat u zelf de beste spin doctor van allemaal bent: u laat zich wél fotograferen terwijl u wild tekeergaat op een mechanische stier, wanneer u piepend over het strand van Zeebrugge holt of innig een zeeleeuw omhelst...

DEHAENE «Dat was op het randje, maar ik wist perfect wat ik deed: ik creëerde een beeld. Niet iedereen was daar tevreden mee: Noël Slangen, bijvoorbeeld.»

HUMO Een groot deel van de tweede helft van de jaren 90 – en dus ook uw tweede regeerperiode – werd ontsierd door een aanhoudende sfeer van scandalitis. Te beginnen met de zomer van ’96, toen Marc Dutroux werd opgepakt.

DEHAENE «De meest traumatiserende periode uit mijn carrière. Een erg emotionele tijd, en dan ben ik niet op mijn best.»

HUMO Terwijl de bevolking nood had aan een troostende leidersfiguur.

DEHAENE «De koning heeft mij toen heel goed geholpen, door die emotionele rol op zich te nemen. Ik liet me weinig zien, want iemand moest de crisis opvangen. als het stormt, moet de piloot niet achteraan bij de passagiers zitten, maar in de cockpit.»

HUMO Is de affaire-Dutroux de donkerste pagina uit uw carrière?

DEHAENE «Ik was erg onder de indruk, zoals iedereen. Dat kon ook niet anders: de sfeer was prerevolutionair. Ik voel nog altijd veel bewondering voor de ouders van de vermoorde kinderen, die de boel toen gekalmeerd hebben. Na de Witte Mars heb ik ze ontvangen.

»Men verweet me dat ik dat op een houterige, on-respectvolle manier had gedaan, maar we hebben toen wel een diepgaand gesprek gevoerd, en daaruit is ons gezamenlijk zespunten-programma gevloeid. Het succes én de zwakte van de Witte Mars was dat ze ‘wit’ was: er was geen duidelijke boodschap. Iedereen die meeliep, had een eigen agenda.

»Dat gesprek met de ouders gaf me een leidraad voor de onderhandelingen die uiteindelijk zouden leiden tot het Octopus-akkoord en de hervorming van Justitie. We hadden dat sneller moeten doen, dat geef ik toe, de plannen van Melchior Wathelet lagen zelfs al klaar tijdens de formatie. Maar we hebben dat verwaarloosd omdat we geobsedeerd waren door de besparingen en ook omdat het van nature niet mijn ding was. als er één ding is waar ik spijt van heb, dan is het dat.»

HUMO Kort voor de affaire uitbarstte, had u uw kleinzoon Lars verloren: kreeg de zaak daardoor voor u persoonlijk een andere dimensie?

DEHAENE «Niet echt: de omstandigheden waren helemaal anders. Maar ik wist uit eigen ervaring wel wat de ouders voelden.»

HUMO Twee jaar later sloeg het noodlot wéér toe: uw kleindochter Maaike stierf aan de gevolgen van hersenstamkanker.

DEHAENE «Ik wilde niet dat mijn dochter Mieke – die niet gekozen heeft voor een publiek leven – door de media achtervolgd zou worden. Dat kon ik alleen maar door te doen alsof er niets aan de hand was: de dag voor de begrafenis van Maaike moest ik Jacques Chirac ontvangen, En de dag zelf de eerste minister van Rusland. Dat is niet evident. Het voelde heel schizofreen, maar het was de enige manier om mijn dochter en haar gezin te beschermen.»

De Jaren 2000

HUMO Uw jaren 2000 begonnen in mineur met de dioxinecrisis.

DEHAENE (knikt) «De meest frustrerende crisis uit mijn carrière.»

HUMO Omdat u het gevoel heeft dat u geflikt bent?

DEHAENE «Ik geloof niet in het manipulatiescenario. Ik denkt niet dat Guy Verhofstadt aan de basis ligt van de dioxinecrisis, maar hij is zeker handig omgesprongen met zijn informatie. Hij speelde de grote staatsman, terwijl hij maar in één ding geïnteresseerd was: mij een pad in de korf te zetten.

»Toen ik hoorde dat er mogelijk dioxines in de voedselketen waren geslopen, wist ik meteen: ‘Dit is mijn politieke dood.’ Want: gezondheid is emotie. En op twee weken van de verkiezingen zet je zoiets niet meer recht. We waren intussen tien jaar na de zwarte zondag: het kiespubliek was nog meer losgeslagen.»

HUMO En zo kwam er een einde aan een verblijf van ruim zeven jaar in de Wetstraat 16. Toen u uw afscheidsspeech voorlas, was u emotioneler dan we van u gewoon waren.

DEHAENE «Het was het einde van een tijdperk, hé: ik had 17 jaar in de regering gezeten, waarvan zeven als premier. Dat laat je niet onverschillig. Terwijl ik mijn brief voorlas – ik had bewust alles op papier gezet – brak mijn stem.»

HUMO Wat was het eerste dat u gedaan heeft nadat u de sleutels van de 16 aan Guy Verhofstadt had overhandigd?

DEHAENE (glundert) «Ik ben een zwembad gaan bestellen: de beste investering die ik ooit gedaan heb. toen ík klein was vond ik het een corvee om naar mijn grootouders te gaan, míjn kleinkinderen zijn blij als ze kunnen gaan zwemmen bij opa.

»Toen ik vertrok uit de 16 wist ik totaal niet wat ik zou gaan doen, ik had géén benul. Mijn grote geluk was dat Romani Prodi mij nog tijdens de vakantie gevraagd heeft voor de Raad Der Wijzen, om het Verdrag van Nice voor te bereiden. Niet veel later kwamen Jo Lernout & Pol Hauspie, Karel Vinck en John Cordier aankloppen.»

HUMO Zo begon uw tweede carrière, in talloze raden van bestuur.

DEHAENE «Acht of negen in het totaal. als eerste minister heb ik er ook altijd voor gepleit om de schutten tussen de privé en politiek neer te halen. De amerikaanse methode is het andere uiterste, maar er is wel degelijk een tussenweg.»

HUMO Er kwam al snel kritiek: Dehaene geeft zich over aan de graaicultuur.

DEHAENE «Ik wist op voorhand dat ze dat zouden zeggen, en ik heb er altijd mijn voeten aan geveegd.»

HUMO Over de politiek hoorden we u maar weinig, tijdens die eerste jaren van het decennium.

DEHAENE «Ik heb mijn rol gespeeld in Europa en Vilvoorde, maar ik nam afstand van de Wetstraat, ja. Bij de scouts had ik mensen gezien die na hun vijftigste nog altijd in korte broek rondliepen: dat wilde ik vermijden. Ik heb in de partij gezegd: ‘ge zult me niet meer zien op het partijbureau en tenzij het de spuigaten uitloopt, geef ik geen interviews. Maar ge hebt mijn telefoonnummer, als ge me nodig hebt.’»

HUMO Ze hadden u niet zo vaak nodig. Tot het communautaire spook plots weer opdook in de Wetstraat.

DEHAENE «Dat zag ik al aankomen, sinds ze het zogenaamde ‘probleem’ BHV zo verschrikkelijk begonnen op te blazen. Mijn eigen partij, ja. Ik heb toen gezegd: ‘Dit loopt verkeerd af.’ Maar we zaten in de oppositie en dus gingen ze a fond. als burgemeester heb ik nooit deelgenomen aan de betogingen en ik heb zeker nooit verkiezingen geboycot. Ik zei: ‘Jongenslievedeugd, ge zijt zot. Hier betalen we ooit een prijs voor.’ Ik heb gelijk gekregen.»

HUMO Het malgoverno 2.0 met name: de krakkemikkige regeringen van Leterme en Van Rompuy, en het ‘probleem’ BHV dat maar niet opgelost geraakte. En dus werd u weer ter hulp geroepen.

DEHAENE «Ik heb ‘ja’ gezegd omdat Herman Van Rompuy zo naar Europa kon vertrekken zonder chaos achter te laten. En Yves Leterme kreeg een deftige tweede kans. Ik achtte een oplossing niet eens onmogelijk, tot Alexander De Croo – opgezweept door spin doctors – de timing plots belangrijker vond dan de grond van de zaak.»

HUMO Had u al een eindpunt in uw hoofd?

DEHAENE «Ja. Het zou niet schoon om te zien geweest zijn, maar het was tenminste een oplossing (brede grijns).»

HUMO Uw nom de plume ‘de loodgieter’ was lange tijd een geuzennaam, maar heeft tegenwoordig een wrange ondertoon. Je hoort wel ’s zeggen: ‘We dragen nu de gevolgen van de compromissenbrij van Dehaene.’ Heeft u ons opgezadeld met een krakkemikkige en onontwarbare staatsstructuur?

DEHAENE «Als je structuren hervormt, moet je altíjd compromissen sluiten, daar moet je mee leren leven. Het knappe van de Belgische politiek is dat die compromissen altijd gedragen werden door een brede meerderheid, en dat er geen bommen en granaten aan te pas kwamen. In het buitenland bewonderen ze ons daarvoor. Ik ben niet fier op de constructie die er nu is, maar ik ben er wel fier op dat we de problemen hebben kunnen beheersen. Dat critici eerst maar ’s zelf met een akkoord komen dat beter ineen zit: dan zal ik deemoedig het hoofd buigen. Maar ik weet nu al zeker dat de volgende generatie ook kritiek zal hebben op wat de huidige ervan bakt.»

HUMO U wordt zaterdag 70, en u bent niet van plan om de riem er af te leggen. Wat houdt u – al 70 jaar lang – gaande?

DEHAENE «De sociale drive. (Denkt na) En ook: ik heb ooit gezegd dat als ik in het klooster zou gaan, het een trappistenklooster zou zijn, maar eigenlijk ben ik geen contemplatief type. Ik ben een man van de actie, ik moet mijn energie kwijt kunnen. En door mijn opvoeding steek ik die energie vooral in het opbouwen van de maatschappij.»

HUMO Hoe belangrijk was erkenning?

DEHAENE «Het was niet het belangrijkste motief, maar laten we zeggen dat het me niet onverschillig laat hoe men achteraf over mijn regeerperiodes geschreven heeft.»

HUMO En hecht u dan het meeste belang aan de erkenning van gelijken?

DEHAENE «Niet alleen dat. Begin jaren 2000 hebben ze ’s een enquête gehouden over de belangrijkste eerste ministers. Ik eindigde op gelijke hoogte met Gaston Eyskens. Toen dacht ik: bon, dan heb je blijkbaar toch nog iets goed gedaan, Dehaene.»

Beeld Wouter Van Vaerenbergh
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234