Kees Kentie zou liever vandaag dan morgen overlijden. ‘Ik ben 87, het wordt nu weleens tijd.’Beeld Fenna Jensma

GetuigenisVoltooid leven

‘Als er een zelfmoordpil op mijn nachtkastje zou liggen, nam ik die meteen’

Terwijl er voor het eerst in ons land drie artsen terechtstaan voor het toedienen van euthanasie bij psychisch lijden, gingen er de voorbije maanden steeds meer stemmen op voor euthanasie bij voltooid leven. Waaróm zien sommige ouderen hun leven als voltooid? Kees Kentie, een 87-jarige Nederlander die het tijdelijke liefst zo snel mogelijk inruilt voor het eeuwige, getuigt. ‘Ik heb overwogen te stoppen met eten en drinken, maar volgens mijn huisarts kan dat pijnlijk zijn.’

‘Vroeger bezocht ik vaak kaartenleggers. Ze vertelden me allemaal dat ik niet ouder dan 80 zou worden, en dat ik in mijn slaap zou overlijden. Nou, ik ben 87, het wordt nu weleens tijd.’ Kees Kentie vertelt zijn verhaal in een ruim appartement aan een chique laan in Den Haag. Hij loopt met een stok, komt uiterst langzaam vooruit, en zijn handen beven. Maar hij staat erop de jas van zijn bezoeker aan te nemen. ‘Is het nat buiten? Ik hang hem in de badkamer. Dan kan hij lekker warm worden.’

Kentie is één van die ouderen die liever vandaag dan morgen zouden overlijden. Voor euthanasie komt hij niet in aanmerking, zeggen de artsen hem, ondanks zijn breekbare voorkomen.

Al ruim dertig jaar woont hij hier alleen, in een appartement dat hij eigenlijk te groot vindt, tussen zijn antieke meubels. Onder de salontafel liggen boeken over kunst, over Den Haag en over de Nederlandse koninklijke familie. Het prachtig gekrulde kabinet in Louis Quinze-stijl, tegenover zijn bank. ‘Dat salontafeltje is Frans,’ vertelt hij. Hier is zijn leven hem lang geleden al ontglipt.

Hij komt alleen buiten voor zijn vaste etentjes bij de buren: twee keer bij de mannen op de ene hoek, en één keer bij de mannen op de andere. Die buren, zeventigers, halen hem dan op. ‘Ik heb de uitnodiging lang afgehouden,’ zegt Kentie. ‘Maar één van hen zegt: ‘Of ik nu voor twee of voor drie man kook, dat maakt niet uit.’’ Ze koken heerlijk, zegt Kentie. Maar het contact is hem niet zo dierbaar dat het iets verandert aan zijn doodswens.

Zijn herinneringen haperen soms, bijvoorbeeld als het over zijn werk gaat, zijn vroegere hobby’s, wat hij deed met zijn geliefde. ‘Dat kan ik niet zo zeggen. Dat is al zo lang geleden,’ verzucht hij dan. Om te vervolgen: ‘Zo, nu weet u wel genoeg voor dat verhaal, toch?’

Waarom wilt u dood?

KEES KENTIE «Vroeger kwam ik graag in de stad. Mooie zaken had je. Ik kocht niet veel, maar ik keek graag rond. Ik kwam graag in De Bonneterie. Maar ik ben al een jaar of drie, vier niet meer in de stad geweest. Ik kom nauwelijks nog buiten: ik ben als de dood dat ik val. Ik ben hier in huis al een paar keer gevallen. Stel je voor dat ik een heup breek. Ik moet er niet aan denken in het ziekenhuis terecht te komen.»

Waarom?

KENTIE «Ik kan niet tegen bloed en tegen snijden. Ik moet eigenlijk ook aan mijn oog geopereerd worden. Maar dat wil ik niet meer, ik vind het wel genoeg geweest. Overlijden na een gebroken heup kan heel lang duren en heel pijnlijk zijn. Een beroerte of een longontsteking zouden voor mij een zegen zijn.»

Hoe zag uw leven eruit?

KENTIE «Ik ben opgeleid als binnenhuisarchitect, maar ik heb er nooit iets mee gedaan. Mijn vader was architect, die wilde dat ik die studie deed. Toen ik 19 was, kwam ik mijn vriend tegen, Han. Hij was tien jaar ouder, en zeer well-to-do, wat ik op die leeftijd wel leuk vond. Hij heeft nooit gewerkt, hij had geld genoeg.»

Hoe kwam u elkaar tegen?

KENTIE «Tja, hoe ging dat… We liepen elkaar tegen het lijf, min of meer op straat. Ik weet nog wel dat ik hem vroeg: ‘Blijven we altijd bij elkaar?’ ‘Ik hoop het,’ zei hij. Ik hoefde vanaf dat moment ook niet meer te werken, maar ik wilde graag iets doen. Han vroeg: ‘Waarom zou je?’ Maar anders zit je maar met z’n tweeën de hele dag. Ik hielp een vriendin in haar antiekzaak. Daarna heb ik zeventien jaar gewerkt bij een juwelier. Ik liep daar binnen en vond het meteen mooi. ‘Waarom kom je hier niet werken?’ vroegen ze. En dat heb ik toen gedaan. ’s Ochtends de etalage inrichten en aan het eind van de dag opruimen. Het contact met klanten vond ik leuk.»

Waar genoot u verder van in die tijd?

KENTIE «Ach, het is zo lang geleden... Ja, als we naar Zuid-Frankrijk gingen, dat vond ik wel mooi. Dat deden we twee keer per jaar. O, we gingen ook graag naar de Koninklijke Schouwburg hier in Den Haag. En ik was graag met bloemen in de weer.»

Zijn vriend kreeg kanker. Ze spraken er niet over. Ik wist zogenaamd van niets,’ zegt Kentie. ‘Maar ik had het natuurlijk wel door. Hij kreeg minder zin om met vakantie te gaan, had afspraken bij dokters.’ In 1983 overleed Han. Ze waren ruim dertig jaar samen geweest. Kentie was 51. Een tijdje werkte hij nog twee dagen in de week bij de juwelier. ‘Iedereen zei: ‘Je moet blijven werken’. Maar ja.’ Kentie haalt zijn schouders op. Hoe zijn werk precies eindigde, weet hij niet meer.

Beeld Fenna Jensma

»Mijn vriendinnen zeiden na de dood van Han: ‘Hier komt hij nooit meer overheen.’ Zo’n verdriet had ik. Ze vingen me op, ik was hele dagen bij hen. Amsterdam, daar wilde ik nog wel eens heen, dat vond ik vroeger zo leuk. Maar hoe vaak ben ik daar nog geweest? Ik kwam tot niets. Ik ging vroeg naar bed met een pond bonbons. Daar deed ik drie dagen mee. Ik zei ook toen al: ik heb het wel gezien. Daarna ben ik afgegleden. Ik heb niets meer van het leven gemaakt.»

Wilde u toen al dood?

KENTIE «Ik ben nooit zo’n levensenthousiasteling geweest. Han zei ooit: ‘Kees vindt het niet erg om dood te gaan’. Nee, ik had niet geboren hoeven worden.»

Heeft u nog betere periodes gehad, na de dood van Han?

KENTIE «Nog twee keer heb ik heel even vlindertjes gevoeld, nadat ik iemand had leren kennen. Maar dat was na een dag weer voorbij.»

Had u met een nieuwe partner weer zin in het leven kunnen krijgen?

KENTIE (peinzend) «Ik weet het niet… Hoe kan dat nou? Ik ben bijvoorbeeld heel netjes, en dan zul je zien dat hij…. Of ik houd van dit, en hij van dat… Ik geloof niet dat het had gekund. Ik zou het toch vergelijken met Han. En zo iemand als hij bestaat niet. (Stilte) Ja, je zou kunnen zeggen: als ik nu weer een leuk vriendje had, dan… ach nee, het weegt niet meer op tegen de tijd.»

Kentie is nooit zo aan het leven gehecht geweest, zegt hij. Toch zocht hij de dood niet op, ook niet na het overlijden van Han. ‘Ik heb altijd gedacht: ‘Ik word toch maar 80. Waar maak ik me druk over, het is nog maar even.’’ Na de dood van Han bezocht hij een tijdje een psycholoog. Hij kreeg medicatie tegen depressiviteit, maar dat hielp onvoldoende, zegt hij.

Toch was hij niet alleen maar depressief. Hij ging er nog op uit. Hij kreeg zeker twee keer per week bezoek van één van zijn goede vriendinnen, dan haalde hij vooraf een taartje in huis. Hij noemt de namen van vier vriendinnen die hem de afgelopen jaren ontvallen zijn. Er klinkt liefde in door. ‘Ach, als Betty er nog zou zijn…’ verzucht hij. ‘Alleen Corrie is er nog, maar we zijn allebei te slecht om elkaar nog te zien. We bellen een keer per week.’

Sinds een paar jaar zoekt Kentie actief naar wegen om te overlijden. Zijn verdwenen bewegingsvrijheid geeft de doorslag, samen met zijn vrees voor pijn en het ziekenhuis. Volgens zijn huisarts en het Expertisecentrum Euthanasie (de vroegere Levenseindekliniek) is hij te gezond voor euthanasie, legt hij uit. ‘Met de Levenseindekliniek heb ik twee jaar contact gehad. Ze kwamen iedere drie maanden langs. Ik dacht: binnen een half jaar zal het wel gebeurd zijn. Maar uiteindelijk konden ze niets doen, zeiden ze.’

Heeft u familie?

KENTIE «Ik heb geen broers en zussen. Ik had een neef die ik vaak zag. Hij is tien jaar geleden overleden. Zijn vrouw zei dat ze zich nu kon voorstellen wat ik doormaakte. Een paar jaar daarna heeft ze er een eind aan gemaakt. Ze is zo vreselijk overleden.»

Heeft u ooit zelfdoding overwogen?

KENTIE «Ik heb het boek ‘Uitweg’ van Bart Chabot gelezen. Maar van mijn huisarts hoorde ik dat de methode die de vrouw van mijn neef gebruikte behoorlijk pijnlijk is. Als er een pil van Drion (een hypothetische zelfmoordpil, vernoemd naar de Nederlandse rechtsgeleerde Huib Drion, red.) zou zijn, en ik die op mijn nachtkastje had liggen, dan nam ik hem meteen. Ik heb wel doosjes met pillen gespaard, maar ik lees dat dat niet altijd werkt. En er komt meteen politie aan huis, de mensen in je omgeving kunnen er toestanden mee krijgen, die kunnen worden verdacht van hulp bij zelfdoding. Dat wil ik ze niet aandoen. Stoppen met eten en drinken heb ik ook overwogen. Maar dat kan volgens mijn huisarts ook pijnlijk zijn, en zij mag daarbij niet te veel morfine geven. Er is geen goede manier om het zelf te doen.»

Wat wilt u van de overheid?

KENTIE «Ik wil dat ik een pil krijg, dat dat legaal is. Dat zou ik willen. Mijn bed is mijn beste vriend. Als ik in bed lig, denk ik: hier hoor ik thuis. Ik denk dat het beter wordt na de dood. Je voelt niets meer… Er zijn geen centjes, niets dat ellende geeft.»

Heeft geld u ellende gebracht?

KENTIE «Nee, maar ook geen geluk. Heel sporadisch heb ik iets heb gekocht waar ik gelukkig van werd. Ik zag een kastje op het Rokin in Amsterdam. Toen dacht ik: als ik dat had, dan zou ik echt gelukkig zijn. Een Louis Seize, met zeven laatjes, één voor elke dag van de week. (Wijst naar het meubel naast hem, tegen de muur) Als ik eerlijk ben, vind ik hem nog steeds mooi. Ik denk wel eens: als ik er niet meer ben, kan ik hem niet meer zien. Maar ja. Er is te veel omheen in mijn leven dat vervelend is.»

Het Louis Seize-kastje van Kees Kentie met zeven laatjes: ‘Eén voor elke dag van de week’.Beeld Fenna Jensma

Over uw meubels praat u wel met plezier, zie ik.

KENTIE «Ha, ik hoef u niets te vertellen! Ik ging graag naar Delft, naar een antiekbeurs in de Prinsenhof. Deze stoel heb ik daar dertig jaar geleden gekocht. Dan ging ik met de tram, lijn 1. Ik heb weleens gedacht: dat is het enige leuke wat ik in mijn leven gedaan heb. Het had me leuk geleken naar kunstbeurs Tefaf in Maastricht te gaan. Maar dat is er nooit van gekomen.»

Wat had uw leven weer de moeite waard kunnen maken?

KENTIE «Had ik dat autootje maar gehad. Hoe heet dat… Ja, een cabriolet! Dan had ik zo ergens naartoe kunnen rijden. Dat had mijn leven iets gelukkiger gemaakt. Ik zei ooit tegen Han: ‘Waarom nemen we er niet zo één?’ Maar Han vond dat onhandig, als we mensen mee moesten nemen.»

Waarom heeft u er later niet een gekocht?

KENTIE «Omdat ik er geen zin in had. Ik zag ertegenop in mijn eentje te rijden.»

En als er hier nu dagelijks iemand zou komen om iets leuks met u te doen? Of als u iemand had die voor u zorgde?

KENTIE «Tja, d’r kan wel iemand komen om met me te wandelen, maar dat wordt zo geforceerd. Ik heb een heel goede hulp, maar eerlijk gezegd ben ik ook blij als ze weer weg is.»

U zei dat u nooit meer iets van uw leven heeft gemaakt. Had u zichzelf niet bij de lurven kunnen pakken?

KENTIE «Tja, dat heb ik dus nooit gedaan. Ik ben niet zo ondernemend, zo is het nu eenmaal.»

Heeft u daar spijt van?

KENTIE «Het is wel zonde. Anderen hadden in mijn plaats veel meer gedaan dan in bed blijven hangen. Meer genoten. Maar ik kan het nu niet meer ten goede keren. Want het is uit.»

© Trouw

Wie vragen heeft over zelfdoding, kan terecht op het gratis nummer 1813 en www.zelfmoord1813.be.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234