Als er Vlaams Belangers naar 'Gentbrugge' kijken, dan zijn ze na afloop geen Vlaams Belangers meer

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem, dag stoel naast de tafel, dag brood op de tafel, dag visserke-vis met de pijp en dag visserke-­vis met de pet, en dag Joris Hessels met het programma zo fijn mijn mijn.

Vergiffenis, meneer Van ­Ostaijen, maar een mens zou voor minder. Dezer dagen wordt een nietsvermoedende tooghanger om de oren geslagen met brandende bossen, Wereldoorlog III-doemscenario’s en de doffe ellende die zich ontvouwde in ‘De twaalf’ nog een geluk dat Anderlecht op winterstage zat, of 2020 kon al meteen mee­dingen naar ‘meest tegenvallende jaar sinds 1939’. Enter Joris Hessels: met zijn nieuwe Canvas­programma ‘Gentbrugge’ heeft hij een alchemisch wondertje gemaakt dat metaal in goud verandert, of toch minstens cynisme in poëzie, in een bruisende joie de vivre. Zo heb ik al meteen plezier in het vermoeden dat tijdens de hele eerste aflevering als een kwistige fles cava bleef opborrelen: als er Vlaams Belangers naar ‘Gentbrugge’ kijken, dan zijn ze na afloop geen Vlaams Belangers meer.

Het concept is zoals alle beste tv­-ideeën en alle slechtste Amerikaanse presidenten: belachelijk simpel. Omdat Joris Hessels, na twee jaar zoeken naar iets wat voor hem, zijn partner en zijn vierkoppige kroost een thuis zou kunnen worden, eindelijk een huisje gevonden had in het grijze uitgroeisel van de E17 dat ze ook weleens Gentbrugge of, dichter bij de dorpskern, Gengbreuge noemen, besloot hij het nuttige aan het aangename te koppelen en zijn inburgering te filmen met een cameraploeg die weleens naar de wonderbaarlijke programma’s van Kat ­Steppe (‘Een kwestie van geluk’) had gekeken. Gedurende een halfjaar ging Joris beroepsmatig op bankjes zitten en knoopte gesprekken aan met wie naast hem belandde. At hij geen pateeke bij de buren, dan proefde hij van de rust.

In zijn puppyblik kon u een compleet waarachtige Louis Theroux ontwaren. Ik ben de mening toegedaan dat het Echte Leven dik tegenvalt, en daarom zoveel mogelijk te mijden is: Joris - het valt niet te ontkennen dat hij met een bakfiets rijdt - vindt van niet, en haastte zich om zijn punt kracht bij te zetten. In de meest onooglijke, van landschapsschilderijtjes en verlepte sanseveria’s vergeven woonkamers wist hij telkens tóch een korrel van ontroering, een sliert van verbazing te vinden. Er was de mooie gedachte van moederkloek Nancy (‘Ik zou wel zeven levens willen hebben - één met mijn zeven kinderen, één zonder man, en waarom ook niet één met een vrouw - om dan achteraf te zeggen hetwelk ik kies... Maar ja’), het aanstekelijke gefilosofeer van ex-bloemist en operettezanger Ronald, de piano van de wakkere bakker...

Die inwendige Theroux - in al zijn bescheidenheid is Joris Hessels een gewiekst en begenadigd interviewer - kwam vooral boven tijdens de gesprekken die er echt toe deden: die met de aan afasie lijdende charmezanger Laurent, die alleen ‘ja’, ‘nee’ of ‘oei oei’ kon zeggen, en die met elke ‘ja’ een krasje in je ziel zette. En de uit Liberia gevluchte Edna, die pas sinds enkele weken, na drie jaar gemis, haar man en zoontje weer in de armen kon sluiten.

De grote regisseur Orson Welles zei ooit over de grote film ‘Make Way for Tomorrow’: ‘Die zou zelfs een steen aan het huilen brengen.’ ‘Gentbrugge’ is klein, maar daarom niet mínder groot. Tot volgende week, ventje met de bakfiets.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234