'Als je slecht nieuws krijgt, moet je meteen je zinnen op iets anders zetten' Jef Lambrecht, reporter met palet

In 1944 daalden de V-bommen – der Zorn des Führers – op Antwerpen neer. Een Antwerpse onderwijzeres zocht samen met haar klasje een goed heenkomen in Avelgem. Daar werd ze verliefd op een postbode, met wie ze zou trouwen en zes kinderen krijgen. Jef Lambrecht was in 1948 haar eerstgeborene.

'Ik heb altijd geleefd met de gedachte: 'Hoe zou ik over twintig jaar denken over wat ik nu doe?''

Hij is oud-omroepjournalist, gespecialiseerd in het Midden-Oosten en alle roeringen van dien, maar tegelijk is hij altijd al beeldend kunstenaar geweest, niet in het verborgene, maar ook niet al te openbaar. Kunstzinnige vrienden van hem brachten een multimediale graai uit zijn oeuvre bijeen in INBOX van het M HKA in Antwerpen, een voor markante zijsprongen en interessante outsiders bestemde ruimte op de vijfde verdieping.



Het is me ter ore gekomen dat de gezondheid van Jef Lambrecht de laatste tijd te wensen overlaat, maar dat is hem op een mooie ochtend in de stationsrestauratie van Antwerpen-Centraal geenszins aan te zien.



Jef Lambrecht «Dank je. Maar je weet dat ik het met de pers niet over mijn gezondheid wil hebben, hè.»



HUMO Veel mensen hebben het, als ze daar oud genoeg voor zijn, over ‘hun tijd’. Of ze hebben het over iets dat ‘van vóór hun tijd is’. Ben jij je van een tijd bewust die je ‘jouw tijd’ zou kunnen noemen?



Lambrecht «Ik was laatst m’n jaszakken aan het leegmaken en ik vond een foldertje terug van een tentoonstelling van Salvador Dalí in het Belfort van Brugge. Het eerste wat ik daarbij dacht, was: ‘Salvador Dalí is van vóór mijn tijd, al zit er op hem geen sleet als entertainer.’ In artistiek opzicht word ik sterker aangesproken door Jackson Pollock, wiens werk ook tot mijn levensgevoel behoort. Dat geldt ook voor Marcel Broodthaers en, verder in de geschiedenis, voor Marcel Duchamp en Kazimir Malevitsj. Eén van de grote vernieuwers vandaag is voor mij Francis Alÿs. Van andere tijdgenoten als Luc Tuymans en Michaël Borremans valt me op dat hun hoge marktwaarde tot epigonisme leidt. Eigenlijk bestaat zoiets als ‘mijn tijd’ niet. Ik kan versteld staan van iets van eeuwen geleden en verveeld zijn over iets van nu.»

HUMO Ik weet dat je al rond je 14de aanleg vertoonde om kunstschilder te worden, het soort aanleg dat ook door kenners werd erkend.

Lambrecht «Ik deugde niet voor het reguliere schoolsysteem. Het oordeel van verschillende PMS-centra, waar mijn ouders me in wanhoop heen sleepten, was eensluidend: ‘Verstandig genoeg, maar nog het meest geschikt om kunstonderwijs te volgen.’ De vierde Latijnse, toen het derde jaar van de middelbare school, sloot ik af met 32 procent. Dat was in de geschiedenis van het college nog maar zelden voorgekomen. In datzelfde jaar, in juli, vernam ik dat ik de nationale schilderswedstrijd van de verffabrikant De Clerck uit Heule had gewonnen – Octave Landuyt was voorzitter van de jury. Ik kreeg 10.000 frank en mijn ouders dachten dat ze me naar het internaat van de kunstschool St. Luc in Doornik moesten sturen – kunstonderwijs in het Frans. Ik dacht: ‘Waarom zou ik dat doen, nu ik het bewijs heb geleverd dat ik kan schilderen? Waarom mijn ouders onnodig op kosten jagen? Ik kan net zo goed de humaniora netjes afmaken, en daarna zie ik wel weer.»

HUMO Was dat toen echt je gedachtegang?

Lambrecht «Jawel. Op school ben ik vervolgens op haast wonderlijke wijze uit het dal geklauterd. Ik heb me op een redelijk fatsoenlijke manier van de middelbare school gekweten, en ik was ook nog eens geslaagd voor het maturiteitsexamen. Ik ben toen naar Leuven gegaan – ik wou naar een universiteit die zo ver mogelijk van mijn geboortedorp Avelgem lag. Gent was me te dichtbij. En ik wou iets studeren dat niet te moeilijk was: pol en soc dan maar. En in 1967, toen ik in Leuven begon, waren de tijden bepaald broeierig.»

HUMO Op je tentoonstelling las ik op een tekstbordje dat je in je beeldende werk beïnvloed was door Fluxus, een kunststroming die in de jaren 60 in New York is ontstaan, en waar in de Lage Landen ook Wim T. Schippers, één van mijn altijddurende helden, toe behoorde. Voorts ben je beïnvloed door popart, maar ook door de provobeweging.

Lambrecht «Voor mijn part was die beweging in de Lage Landen dé politieke kristallisatie van het nieuwe levensgevoel dat zich halfweg de jaren 60, niet het minst in de popmuziek, aandiende. Provo betekende ook: humor is sterker dan geweld en de toekomst is aan ons, de jeugd, niemand kan ons nu nog tegenhouden. Provo was een fusie van politiek met kunst: denk maar aan de happenings die in deze tijd performances worden genoemd. Provo is begonnen met totaal ongehoorde vormen van expressie en evocaties van vrijheid.»

HUMO Als je het daarover hebt, moeten we de naam Robert Jasper Grootveld laten vallen, een unieke figuur die al van zich liet horen vóór provo. Hij werd de antirookmagiër genoemd wegens rituelen tegen de tabaksindustrie die hij op het Spui in Amsterdam uitvoerde bij het beeld het Lieverdje.

Lambrecht «We zijn jarenlang intens bevriend geweest. Hij was een soort dorpsfilosoof in de stad, een volksjongen die de lagere school niet had afgemaakt – hij kon amper lezen en schrijven, maar op zijn manier was hij toch verbluffend erudiet. Hij was een spilfiguur in de Amsterdamse avant-garde; hij ging in de jaren 50 al om met mensen als Gerard Reve, Ramses Shaffy, Cees Nooteboom. Hij is lange tijd een hulpje van Wim Sonneveld geweest. Hij incarneerde nieuwe tijden, waarvan iedereen voorvoelde dat ze op til waren. En hij gaf in het begin van de jaren 60 al openlijk blijk van gendertwijfel: hij vertoonde zich graag in vrouwenkleren. Hij was erg bevrijdend en inspirerend voor iedereen die met hem in contact kwam. Zijn invloed op de veranderende tijdgeest in het Amsterdam van de jaren 60, toen Magies Sentrum genoemd, is zeer groot geweest, maar zijn positie in de Nederlandse cultuur ligt nog altijd niet vast, alsof niemand ooit greep op hem heeft gekregen. Wie er volgens mij tamelijk dicht bij komt, is Hugo Claus, die ook rebels en geïnspireerd was en zelf inspireerde. Claus had net als Grootveld de intelligentie van de erudiet die niet had gestudeerd, een genie zonder diploma’s. En Grootveld had net als Claus levenslang lak aan de gesettelde intelligentsia. Allebei hadden ze een benijdenswaardige frisheid in hun denken, die volgens mij eigen is aan mensen die al hun kennis op eigen kracht hebben verworven. Daar kan ik dus naar fluiten.»

HUMO Waar draaiden de woelige jaren 60, zoals jij ze hebt beleefd, essentieel om, achteraf bekeken?

Lambrecht «Het ging meer om het spel dan om de politiek. Dat ongeregelde snotneuzen die op straat kwamen ten tijde van ‘Leuven Vlaams’ een regering konden doen vallen was fantastisch, maar ’t was wel maar een bijeffect van het spel. En een misverstand, want het ging helemaal niet om ‘Leuven Vlaams’. Voor de rest ben ik van nature een rebel, wat betekent dat ik er nooit iets voor heb hoeven te doen. Op een Aswoensdag, de eerste dag van de vasten, zag ik de directeur van het college in Avelgem, een pastoor, ’s ochtends door het dorp cruisen met een splinternieuwe Volvo – een model waarvan er toen in de hele provincie West-Vlaanderen naar schatting vijf exemplaren rondreden. Twee uur later, in de verplichte misviering, stond die Volvobezitter in de kapel van het college de onthechting te prediken, en het misprijzen voor bezit. Zijn ongeloofwaardigheid was zó evident, dat ik geen autoriteitscrisis meer behoefde. De dingen waren eens en voor altijd duidelijk. En ik heb ook nooit gedacht: ‘De oudere generatie moet weg’, want ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot mensen die ouder waren dan ik: zowel Hugo Claus als Robert Jasper Grootveld zijn daar voorbeelden van.»

HUMO Robert Jasper Grootveld heeft de kreet ‘Klaas komt’ gelanceerd. Klaas slaat op Sinterklaas, en die kreet wees op de onafwendbare komst van andere tijden. Jij hebt ook iets met Sinterklaas, hè?

Lambrecht «Ja. Maar de van Sinterklaas afgeleide Klaas was ook een incarnatie van alles wat met het consumentisme te maken had. Robert Jasper Grootveld was er heel vroeg bij om vast te stellen dat de ‘misselijk makende middenstand’, zoals hij het uitdrukte, nooit beter boerde dan rond 6 december. Grootveld heeft in opdracht van de legendarische Nederlandse journalist Jan Vrijman ooit onderzoek gedaan naar Lou de palingboer, een onvervalste palingboer die in de jaren 60 zei dat hij God was en bijgevolg onsterfelijk – er was een cultus rond die man ontstaan. Lou de palingboer, God dus, vroeg Robert Jasper Grootveld op de man af naar zijn geloof, en toen zei hij dat hij als kind, op een blauwe maandag, in Sinterklaas had geloofd, net zo lang tot hij de molières van de buurman herkende onder de jurk van de goedheilig man. Het geloof in Klaas dat Robert Jasper Grootveld nadien beleed, was een ironisch antwoord op de sekte van Lou de palingboer.»

HUMO Je bent zoals menigeen in de jaren 50 en 60 in Vlaanderen katholiek opgevoed. Hoe is het tussen jou en de autoriteit God afgelopen?

Lambrecht «God is een fictie die opduikt en weer verdwijnt. Je hebt God niet nodig en God heeft jou niet nodig: daar komt de relatie tussen mens en het ingebeelde opperwezen ongeveer op neer. Het idee God is ambigu. Je kunt zeggen: ‘Goddank dat God er is’, want hij heeft in de loop der eeuwen heel veel schoonheid opgeleverd. Evengoed kun je zeggen: ‘Godverdomme, was God er maar niet’, als je aan IS denkt, of aan de Spaanse inquisitie. Sla je de zwarte bladzijden uit de geschiedenis erop na, dan is God nooit veraf.

»Een geloofscrisis heb ik nooit doorgemaakt, en ik heb bij het zien van een kruisafneming ook nooit last gehad van zure oprispingen. Ik behoor niet tot de soort mensen die sommige tekenen van vroomheid bij gelovigen meewarig aanzien. Integendeel, in de kunst kan ik zulke vroomheid zelfs zeer appreciëren, zeker als ze een authentieke uiting is van menselijke kleinheid ten opzichte van het Hoogste. Wie zich maar mens voelt, is voor mij meer mens dan iemand die met een air door het leven gaat van mij kan niets gebeuren. Misschien heeft dat te maken met het feit dat ik altijd gevoelig ben geweest voor de Griekse idee hybris: de overmoed, de zelfoverschatting, de misplaatste pretentie. Een verwerpelijke menselijke eigenschap. Geef mij maar de nietigheid tegenover de natuur, of tegenover het overweldigende, dat voor mij iets ogenschijnlijk banaals kan zijn als bijvoorbeeld mooi weer.»

HUMO Zegt het begrip ‘zingeving’ je iets?

Lambrecht «De vraag naar de zin van het leven wordt me gelukkig niet vaak gesteld, maar vooruit dan maar: de zin van het leven is de zin die je er zelf aan geeft. ’t Is een roekeloze ambitie om aan ‘de zin van het leven’ een soort universaliteit toe te kennen, want ze is voor iedereen verschillend. De ambitie om het leven zin te wíllen geven, vind ik dan weer wel een zinnige streving. Je kunt je neerleggen bij de volstrekte zinloosheid van alles en dat is misschien dapper, maar dat brengt je geen stap verder.»

HUMO ’t Is ook erg moeilijk, vind ik, en zeker makkelijker gezegd dan gedaan.

Lambrecht «’t Is onleefbaar, denk ik zelfs. Je neerleggen bij de totale zinloosheid castreert je. Het doet je onrecht, en het vermindert je vermogen om iets met de werkelijkheid aan te vangen. ’t Is kortom een doodlopende straat waarin je, uitgepraat, je einde zit af te wachten. Dus: er zin aan willen geven is de zin van het leven.»

'Andy Warhol was opvallend- schuchter, terwijl zijn imago – hij was zowel de koning als hét icoon van de popart – ons juist het omgekeerde voorhield.'

HUMO En het rijmt. Wat is troost volgens jou?

Lambrecht «Met dat begrip kan ik weinig aanvangen. Maar verstrooiing, in de zin van afleiding, zegt me al veel meer.»

HUMO Je krijgt slecht nieuws…

Lambrecht «…en dus zet je meteen je zinnen op iets anders. ’t Vergt een beetje oefening, maar iedereen zou dat moeten kunnen. Misschien verwar ik verstrooiing wel met troost. Muziek, een boek of een goede film kunnen je geest helemaal in beslag nemen, en je naar een andere sfeer, naar een andere wereld voeren.»

HUMO Laten we het over Andy Warhol hebben, ook iemand die van groot belang voor je is.

Lambrecht «Ik heb hem uitgebreid ontmoet in New York in 1979, en drie jaar later geïnterviewd in Brussel, in de Bank Brussel Lambert, toen zijn portretten van de schilder Paul Delvaux voor het eerst werden tentoongesteld. Paul Delvaux, een man die zichzelf aldoor voor zijn aanwezigheid leek te excuseren, had die keer nog het liefst onzichtbaar in een hoekje gezeten. Het gekke is dat ik de opvallende schuchterheid van Delvaux ook bij Warhol zag, terwijl zijn imago – hij was zowel de koning als hét icoon van de popart – ons juist het omgekeerde voorhield. Zijn ongegeneerde houding tegenover het bestaande iconografische repertoire heeft me zeker beïnvloed: vrijelijk beelden citeren en, hoe iconisch die op zich ook mogen zijn, ze naar eigen goeddunken gebruiken, schaamteloos.»


Orgasme met penseel

HUMO Nagenoeg je hele werkende leven ben je omroepjournalist geweest, en specialist inzake de constante woelingen in het Midden-Oosten. Waar hield je kunstenaarschap zich al die tijd schuil?

Lambrecht «Ik heb altijd gevonden dat journalistiek en kunst verwant waren. Beide disciplines willen de wereld in beeld brengen, of anders willen ze ’m formuleren. Om dat goed te doen, moet je een zekere afstand tot de wereld bewaren en musea bezoeken. Wie tot over zijn oren in zijn onderwerp zit, brengt er noch als journalist noch als kunstenaar iets van terecht, vind ik. De journalistiek heeft mijn kunstenaarschap nooit in de weg gezeten, en omgekeerd ook niet, maar ik was me wel bewust van het gevaar voor belangenvermenging. Ik had mijn journalistieke werk bij de openbare omroep kunnen gebruiken om mezelf als kunstenaar te promoten. Daar wilde ik me liever ver van afhouden, en daarom ben ik altijd bewust in het off-circuit gebleven.»

'Er is weinig lichamelijks te verzinnen dat het genot van het schilderen overtreft'

HUMO Voel je je veeleer een amateur in de beeldende kunsten, of denk je waarlijk dat je kunstenaarschap nauw met je identiteit samenhangt, en dus iets is waarvan je denkt: ‘Dat ben ik, het kan niet anders’?

Lambrecht «Ja, dat denk ik wel. Voor ik omroepjournalist werd, heb ik jarenlang allerlei losse baantjes gehad: loopjongen in de haven, portier in een fabriek, magazijnier, en tussendoor was ik werkloos. Toen ik in de diepste ellende zat, en nagenoeg ten einde raad was, wist ik heel goed dat het enige wat ik kon, was: ‘inventer quelque chose d’insincère’, om het eens met Marcel Broodthaers uit te drukken – iets onoprechts uitvinden, ’t is te zeggen: kunst maken. Of: de boel bezwendelen, zo je wil. En toen ik werkloos was, ben ik dan ook verwoed en systematisch weer beginnen te schilderen.»

HUMO De slotzin van een interview dat ik enkele jaren geleden met je heb gemaakt, luidde: ‘Misschien is de schilderkunst wel mijn eigenlijke roeping.’ Afgaand op je expositie is schilderen veeleer bijzaak in je artistieke werk.

Lambrecht «Dat belet me niet om schilderen een fysiek erg bevredigende, welhaast orgastische bezigheid te vinden. Er is, naar mijn mening, weinig lichamelijks te verzinnen dat het genot van het schilderen overtreft. Ik heb veel geschilderd, maar daar valt op mijn tentoonstelling inderdaad weinig van te zien.»

HUMO Heb je veel bewaard of ben je een creatief vernietiger?

Lambrecht «Neen, in mijn kelder ligt heel veel. Ik was een beetje bang voor die expositie in het M HKA – ’t was om te beginnen nagenoeg twintig jaar geleden dat ik nog had tentoongesteld, in het off-circuit dan nog. Er zit ongetwijfeld veel variatie in wat ik heb geproduceerd, maar mijn herinnering aan die werken is tamelijk vaag – laat ik maar toegeven dat ik amper weet wat ik ooit heb gemaakt. Een aantal vrienden wilden die tentoonstelling in het M KHA organiseren, waarop ik heb gezegd: ‘Doe maar, ik trek me er niets van aan. Hier is de sleutel van mijn kelder, sta op en plunder!’ Er is één werk bij dat ik er zelf per se bij wilde: de grote dripping die je meteen ziet als je binnenkomt. Om sentimentele redenen ben ik eraan gehecht, en bij deze tentoonstelling heb ik me meer dan ooit tevoren gerealiseerd hoe schatplichtig ik aan Jackson Pollock ben. Maar goed, ik was zeer onzeker over die tentoonstelling, en toen ik ze voor het eerst zag, dacht ik toch: ‘Mja, ’t kan ermee door.’»

HUMO Eén van de facetten van die expositie is mail art, die ‘La Lanterne de Lantin’ heet. Wat had dat allemaal te betekenen?

Lambrecht « Oorspronkelijk was het een eenmanstijdschrift dat Het Orgaan heette. Voor het eerst uitgegeven in augustus 1988: de 8ste maand van ’88 – drie achten op een rij. Voor de Chinezen is dat magisch, een absolute gelukscombinatie – er is een sigarettenmerk dat 888 heet. De combinatie van drie keer 8 fascineert me al tijden, omdat ze ook te maken heeft met mijn persoonlijke mythologie rond Sinterklaas. Toen ik na mijn studie pol en soc ook culturele antropologie ging studeren, wilde ik de provobeweging onderzoeken als een geval van magie in het Westen. Ik had weinig aanknopingspunten, maar één ervan was Sinterklaas, die zowel iets met Wodan als met Hermes, de Griekse god van de kennis, te maken had, zo bleek. Maar goed, toen ik op wetenschappelijke wijze over Sinterklaas begon te lezen, stiet ik op een dag op de datum 9 mei 1087, de dag waarop het lijk van de mythische heilige in het Italiaanse Bari arriveerde na te zijn geroofd uit zijn graf in Myra, in Turkije. Toen ik omrekende hoelang dat geleden was, bleken we die dag precies 888 jaar later te zijn – drie keer 8!»

HUMO Dat uitgerekend jij voor zulke toevalligheden vatbaar bent, verbaast me een weinig.

Lambrecht «Ik accepteerde dat toeval omdat de drie achten zich korte tijd later opnieuw aan me opdrongen. Maar we hadden het over een periodiek genaamd Het Orgaan. Jaren later, in augustus 1988, dacht ik: ‘De hoogste tijd om eens iets met die achten te doen. Dus improviseerde ik een blad op A3-formaat, dat ik op augustusdagen waarin een 8 van belang was, in een gefotokopieerde editie naar een aantal zelfverzonnen abonnees heb opgestuurd. Die kregen dat druksel, een soort numerologisch, kabbalistisch geschrift, nietsvermoedend in de bus. Ik was blij dat die augustusmaand om was, want Het Orgaan was zeer arbeidsintensief, en ik moest voor elk nummer weer iets anders bedenken. Enfin, toen ik ermee klaar was, begon ik heimwee naar Het Orgaan te krijgen, en weldra zag La Lanterne de Lantin het licht. Een mooie alliteratie, en Lantin, de gevangenis die toen geregeld in de actualiteit was, in combinatie met een lantaarn vond ik ook wel een mooi idee.»

'De wereld wordt op dit ogenblik door een misdadigersbende gegijzeld, punt uit'

HUMO Nu we het over bladen hebben: je zou kunnen zeggen dat het Franse blad Hara Kiri uit hetzelfde nieuwe en anarchistische elan is ontstaan als destijds provo, en uit Hara Kiri is dan weer Charlie Hebdo voortgevloeid, een blad waarvan de illustere redactie door moslimterroristen op 7 januari 2015 werd afgeslacht. Die terreuraanslag leek me, net als de moordpartij in Le Bataclan, persoonlijker te treffen dan andere terreuraanslagen, die ik natuurlijk niet minder erg vond.

Lambrecht «Dat kan ik me voorstellen. We hebben het hier over aanslagen op mentaal bezit, op verworvenheden waarvan je dacht dat ze er voor altijd zouden zijn, namelijk: de vrijheid om te zijn wie je wil zijn, en te zeggen wat je wil zeggen. Nu zijn er ook mensen die lak aan die vrijheid hebben, maar voor wie er wel waarde aan hecht, is het natuurlijk zeer, zeer erg.»

HUMO Laat ik in de vlucht even Tom Lanoye citeren: ‘Wij zijn de bourgeois, en bij die bourgeoisie hoort ook Charlie Hebdo. Voor gasten die arm en kansloos in de banlieues opgroeien, is Charlie Hebdo de incontinente poedel van Madame de Pompadour.’

Lambrecht «Tom Lanoye laat uitschijnen dat men in de banlieues wist wat Charlie Hebdo was, en waar Charlie Hebdo voor stond. Daar geloof ik niets van. Iemand heeft die moordenaars blinde haat voor Charlie Hebdo aangepraat, zonder dat het blad er ooit een gespreks- of discussieonderwerp was geweest. Tenzij onder een handvol bloeddorstige godsdienstfanaten, die het dan nog meestal van horen zeggen hadden hoe godslasterlijk en schunnig het was.»

HUMO De suggestie dat het bloedbad van 7 januari 2015 uiteindelijk de schuld van de redactie van Charlie Hebdo is – ‘Die bourgeoiskliek heeft het ernaar gemaakt’ – heb ik ondertussen vaker gehoord dan mij zinde. Ik vind ze verfoeilijk.

Lambrecht «We hebben het vaak over de universele waarden en over de rechten van de mens, die uiteindelijk allemaal westerse verworvenheden zijn, en dan ook allemaal in aanmerking komen om als bourgeois te worden bestempeld. Je hoeft je maar even een wereld voor te stellen waarin die niet meer zouden worden verdedigd. Wat een gruwel! ’t Is volgens mij geen wereld waarin Tom Lanoye zou willen leven. Ik overigens ook niet. En wat moet er nog gezegd worden over de aanslagen die onze landen met een psychose hebben opgezadeld? Weinig meer dan dat die psychose het werk is van een misdaadsyndicaat dat men niet meer in verband moet brengen met religie, en evenmin met sociale ongelijkheid of achterstelling. De wereld wordt op dit ogenblik door een misdadigersbende gegijzeld, punt uit.»

HUMO Als een jihadist zichzelf tot ontploffing brengt, speelt heilsverwachting, en dus religie, daar toch een rol in?

Lambrecht «Het is volgens mij van precies dezelfde onnozele orde als de weddenschap voor een bak bier. Reken maar dat degenen die allerlei simpele geesten die 72 maagden aanpraten, zichzelf niet tot ontploffing brengen. Zij willen heel graag dat anderen hier en daar ontploffen, en ze zijn tot alles bereid om het zover te laten komen. We maken op dit ogenblik een zeer sterke polarisering mee, want ‘moslims zijn criminelen omdat criminelen moslims zijn’. Als je daar maar op blijft hameren, dreigt er een situatie waarin moslims steeds meer buiten de wet worden gesteld. Dat is zich volgens mij nu al aan het voltrekken. Daarom is de uitspraak ‘Een significant deel van de moslims stond op straat te dansen na de aanslagen’ ronduit gevaarlijk. Door zoiets te zeggen spoort onze minister van Binnenlandse Zaken de burgers aan om partij te kiezen. Voor de rest moesten we maar eens ophouden met onze neus in moslimzaken te steken. Het terrorisme is in de eerste plaats een conflict tussen moslims onderling. Als wij het systematisch over Islamitische Staat blijven hebben, beledigen wij de moslims in het algemeen en doen wij de waarheid onrecht. Iran is óók een islamitische staat, Saoedi-Arabië ook, zelfs Algerije, en Marokko en voetbalsponsor Qatar. Als je een misdaadsyndicaat maar Islamitische Staat blijft noemen, zaai je verwarring. We moeten het ook niet langer over een kalifaat hebben, want er ís geen kalifaat.»


De zieligste der ambities

HUMO Ben je een cultuurpessimist?

Lambrecht «Je zou het wel worden in deze tijd (lachje). Als ik de afgelopen twee decennia vergelijk met de twee decennia van mijn jeugd en jonge volwassenheid, de jaren 50 en 60, dan weet ik wel zeker dat het optimisme en het vooruitgangsgeloof van toen legitiem waren. Dat geloof is intussen weggesmolten met de ijskappen, terwijl het politieke personeel ijverig de andere kant uitkijkt en de domheid salonfähig wordt.»

HUMO De mensen waren veel minder geïnformeerd in de jaren 50 en 60.

Lambrecht «Akkoord, maar wat weten wij nu méér van dat wereldgebeuren, denk je? Nu er 24 uur per dag een orkaan van informatie over ons heen raast. Hoe heviger het informatiebombardement, hoe slechter men geïnformeerd is, is mijn stelling. Het publiek ziet door de bomen het bos niet meer. Er was een tijd dat journalisten juist geacht werden het bos zichtbaar te maken. Hun redenering was: ‘De wereld is chaotisch, maar naar beste vermogen vinden wij dat ze ongeveer als volgt in elkaar zit.’ Van die journalistieke school heb ik deel uitgemaakt. Wij probeerden inzicht te verschaffen in de chaos.»

'Al te veel journalisten hebben zich erbij neergelegd dat ze alleen nog een doorgeefluik zijn'

HUMO Wat mij bijzonder ambitieus lijkt.

Lambrecht «Dat is het zeker, maar wat we deden, was tegensprekelijk, en als je die ambitie opgeeft, wat dan? Dan krijg je de gedachte dat het publiek maar z’n plan moet trekken; het moet zelf maar zien wat het aanvangt met al die bits & pieces en slices of pie waar Donald Rumsfeld zo blij mee was. Gisteren moest het Syriëstrijders toejuichen, vandaag moet het hen wantrouwen. Moeten we het publiek misschien aan de chaos overlaten? Je mag niet van een publiek verwachten dat het in die chaos zijn weg vindt. ‘Er enigszins je weg in vinden’ is namelijk een vak. Een vak dat journalisten nu niet meer kunnen beoefenen – ze zijn niet meer in staat om een wereldbeeld te hebben, laat staan om zo’n wereldbeeld door te geven.»

HUMO Hoe komt dat?

Lambrecht «Omdat al te veel journalisten, verpletterd onder de informatielava, zich erbij neergelegd hebben dat ze voortaan alleen nog een doorgeefluik zijn. En een doorgeefluik willen zijn is volgens mij ongeveer de zieligste der ambities en een verraad aan het vak.»

HUMO ‘Geen wereldbeeld hebben’ kan ook wijzen op een oprechte machteloosheid ten opzichte van de ontstellende veelheid die de wereld tegenwoordig is.

Lambrecht «Ik geef toe dat de wereld tijdens mijn leven steeds complexer is geworden, oneindig veel complexer dan toen ik zo’n veertig jaar geleden als omroepjournalist mijn debuut maakte. Maar die toegenomen complexiteit ontslaat de journalist niet van zijn plicht om inzicht en orde proberen te scheppen in de chaos. Vind ik. Een orde die natuurlijk altijd tegensprekelijk moet zijn. Het debat daarover is fundamenteel voor de democratie.»

HUMO Er komen altijd weer andere tijden, daar mogen we geredelijk van uitgaan. Uit een aflevering van ‘De wereld draait door’ bleek nog niet zo lang geleden dat twintigers van nu niet wisten wie Gerard Reve was, laat staan dat ze iets van hem gelezen zouden hebben. Is dat erg?

Lambrecht «Het zegt iets over het onderwijs. Er zijn ook jongeren die vandaag niet weten wie Adolf Hitler was, laat staan wat hij heeft uitgespookt. Is dat erg?»

HUMO Mijn vrouw was tot voor kort geschiedenislerares. Ik weet uit goede bron dat Hitler nog heel aanwezig is in het onderwijs.

Lambrecht «Dat is dan allicht de verdienste van uw echtgenote, want ook daar bestaan schrikbarende cijfers over. Het onderwijs dient, denk ik, nog voor iets anders dan alleen maar het verwerven van technologische vaardigheden. Een samenleving die zich op een kruispunt bevindt, doet er best aan te weten waar ze vandaan komt vooraleer ze beslissende keuzes maakt. De problemen van het onderwijs zijn vergelijkbaar met die in de journalistiek: de afgelopen decennia woedde er in de journalistiek een strijd tussen woord en beeld, die ondertussen in het voordeel van het beeld is beslecht. Niet alleen omdat het beeld duizend keer meer zegt dan het woord, zoals wel eens wordt beweerd, maar vooral omdat de nieuwe technologie het beeld, en de bijbehorende anekdote, heeft verabsoluteerd. Krachttermen hebben zinnen vervangen. Wat ik altijd heb gevreesd, lijkt zich te zullen voltrekken: dat we evolueren naar een mandarijnenmaatschappij waarin alleen echt gegoede mensen zich terdege zullen kunnen informeren door daar veel geld voor neer te tellen. Hetzelfde geldt voor het onderwijs: kwaliteitsonderwijs zal niet verdwijnen, maar het zal prijzig privéonderwijs worden. Dat is tragisch, want het betekent dat zeer veel talent dat zich geen privéonderwijs kan permitteren, onherroepelijk verloren zal gaan.»

HUMO In augustus van dit jaar word je 68. Wat wil je absoluut nog doen?

Lambrecht «Breek me de bek niet open. Ik wil nog veel doen. En ik doe nog veel. Ik schrijf nog. En ik teken dagelijks. Het leven is natuurlijk een vat waaruit je kunt blíjven drinken. ’t Is zalig om te leven. Ik heb altijd geleefd met de gedachte: ‘Hoe zou ik over twintig jaar denken over wat ik nu doe?’ Ik wou mezelf niet teleurstellen, later. Je afvragen hoe je over twintig jaar over jezelf zult denken, is natuurlijk een gok, maar daarom niet minder interessant. ’t Is een gok die je verplicht om je verbeelding te gebruiken, en verbeelding blijf ik tot nader order één van de belangrijkste kwaliteiten van de mens vinden. In 1968 stond op de muren van de Sorbonne: ‘L’magination …»

HUMO …au pouvoir.

Lambrecht «Neen, er stond ook: ‘L’imagination est au pouvoir’, de verbeelding ís aan de macht. En dat is waar. Ze hoeft niet aan de macht te komen, want ze is al aan de macht. Wie de meeste verbeelding heeft, heeft de macht.»

HUMO Kunstenaars hebben verbeelding, maar wat voor macht hebben ze in deze samenleving?

Lambrecht «Veel meer dan je denkt. Ze bepalen hoe we kijken naar de wereld. Elke politicus zou dat willen, maar daar heeft hij zelden het talent voor.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234