Urbanus Beeld Humo
UrbanusBeeld Humo

autbiografieurbanus

‘Als kind was ik bang van meisjes en oude wijven’

Urbanus (72) heeft een autobiografie uitgebracht: ‘En van waar dit allemaal komt’. Een bloemlezing van anekdotes uit zijn leven. ‘Ik wil de lezers met mijn boek entertainen alsof ze naar één van mijn theatershows aan het kijken zijn. Een wereld omringd door zeep, een bakske vol stroopwafels, een Hit en een Tit, plezante prentjes, stoute statements en nog ne choco ook. 100.000% Urbanus dus.’ In 2000 sprak hij in Humo over zijn kinderangsten. Lees hier het artikel:

‘Ik was heel erg bang om in het stoeltje achter op de fiets bij mijn ouders te zitten,’ vertelt Urbanus. ‘Dat stoeltje was mijn eerste grote kinderangst. Wij woonden in Sint-Gertrudis-Pede, een gehucht van Schepdaal, op tien kilometer van Sint-Katarina-Lombeek, waar mijn grootouders woonden. Aangezien mijn ouders geen auto hadden, gingen ze altijd met de fiets naar mijn grootouders, en dan moest ik mee in dat stoeltje. Terwijl de meeste andere kinderen het waarschijnlijk fantastisch vonden om achter op de fiets bij hun ouders te zitten, was ik iedere keer vreselijk bang en krijste ik de hele buurt bij elkaar. Daardoor is mijn vader op een keer met zijn fiets in een beek gereden. Dat kwam omdat ik een kapje op mijn hoofd had dat ik uit pure colére zo scheef had getrokken dat ik nog maar uit één oog kon kijken, en toen mijn vader over een smal bruggetje over een beek reed, zag ik door dat ene oog alleen nog maar water, en toen ben ik helemaal naar één kant gaan hangen, waardoor mijn vader het evenwicht over zijn fiets verloor en met fiets en al in de beek donderde. Ik herinner me nog goed hoe ik samen met mijn vader in het water lag en natuurlijk nog harder krijste dan daarvoor. Daarna hebben mijn ouders mij nooit meer achter op hun fiets meegenomen.’

URBANUS «Ik herinner me dat ik als kind ook heel bang was van de tijd. Ik zat in het internaat van de kapucijnen in Aalst en ik mocht om de zes weken een weekend naar huis. Tijdens die weekends amuseerde ik mij ‘s zaterdags altijd heel goed, maar op zondag oefende de tijd een ware terreur uit op mij. Dat kwam omdat ik zondagavond om zes uur weer terug moest naar het internaat, en dat vooruitzicht verlamde mij compleet. Ik durfde op zondag niks te doen wat ik leuk vond, want door leuke dingen te doen ging de tijd veel sneller voorbij. Daarom verveelde ik mij opzettelijk, om mijn uren thuis langer te laten duren en de zondagavond zo lang mogelijk tegen te houden.»

HUMO Had je dan zo’n hekel aan het internaat?

URBANUS «Het onnozele was dat ik er zelf voor gekozen had ooi in dat internaat te zitten, omdat dat voor mij de enige mogelijkheid was om op school te blijven eten. De dorpsschool in Pede bevond zich namelijk op minder dan vijfhonderd meter van ons huis, en de kinderen die binnen een straal van vijfhonderd meter van de school woonden moesten ‘s middags thuis gaan eten. Ik was vreselijk jaloers op de kinderen die hun boterhammen mee naar school mochten nemen, want dat wou ik ook. Ik heb in de lagere school zes jaar lang gezaagd om toch maar eens op school te mogen blijven eten, maar ik mocht niet.

»Toen er op een dag een spekpater in onze school arriveerde om jongens te ronselen voor het college in Aalst was ik dan ook meteen kandidaat, want in het internaat van Aalst kon ik tenminste wel op school blijven eten, Mijn ouders vonden het geen goed idee dat ik op internaat ging, want ze wisten hoe graag ik ravotte en in de velden speelde, maar ik wou niet luisteren: ik moest en ik zou op school kunnen blijven eten.

»Na een paar dagen in dat internaat besefte ik dat ik het daar helemaal niet leuk vond, maar er was geen weg meer terug. Mijn ouders hadden me immers gewaarschuwd: ‘Durf niet te zagen als ge het niet plezant vindt, want ge blijft daar.’ Daarom deed ik thuis alsof ik heel gelukkig was, terwijl ik in werkelijkheid vreselijk ongelukkig was. Ik kon mijn ongeluk goed verbergen, in tegenstelling tot een andere jongen uit het dorp die in hetzelfde internaat zat en met wie ik om de zes weken op zondag terug naar het internaat werd gevoerd. Op het moment dat we moesten vertrekken klampte die jongen zich altijd huilend aan de spijlen van de trap vast: ze moesten hem echt met twee man lostrekken. Dat maakte het voor mij natuurlijk ook niet gemakkelijker om terug te gaan.

»Pas na twee jaar heb ik thuis durven zeggen dat ik niet graag in dat internaat zat, en toen mocht ik naar een andere school in Brussel, waar ik iedere dag niet de bus naartoe ging. Het heeft toen nog zeker zes maanden geduurd voor ik van mijn gevangenisgevoel bevrijd was, want iedere middag als de school uit was en ik naar huis mocht, stond ik echt te glunderen aan de bushalte. Ik riep: ‘We mogen naar huis! We mogen naar huis!’ Terwijl de andere jongens iets hadden van: ‘Maar gij zijt zot. Morgen moeten we weer terug, hoor.’ Die gasten beseften niet hoe blij ik was dat ik iedere dag gewoon weer naar huis mocht.»

HUMO Werd je nog door andere kinderangsten geplaagd?

URBANUS «Als puber was ik heel bang van meisjes. Dat kwam omdat ik door andere kinderen vaak werd uitgemaakt voor lelijkaard en flapoor, en dal deed mij veel meer pijn dan die kinderen vermoedden. Daardoor was ik als kind heel onzeker, vooral als ik niet meisjes in contact kwam. Het heeft heel lang geduurd voor ik durfde uitgaan en aan een meisje durfde vragen of ze met mij wilde dansen. De angst dat zo’n meisje ‘nee’ zou zeggen was duizend keer groter dan de verwachting dat ze ja’ zou zeggen.

»Ik was vooral heel angstig als er verplichte amusementsdagen op komst waren, zoals nieuwjaar en kennis in het dorp, want dan moest je dansen, en dan vroegen ze altijd aan mij: waarom danst gij niet?’ Voor die momenten waarop ik me moest verantwoorden was ik heel bang, want dan moest ik zeggen dat ik bang was, en dat durfde ik ook niet. Vergeet niet dat ik in een dorp woonde, en daar mocht je als jongen je emoties niet tonen, anders was je een mietje. Zelfs als weende omdat je ouders gestorven waren, werd je uitgelachen op school. En als je een poging deed om een meisje te versieren en zij stuurde je wandelen, was je twee jaar lang de pineut van hel dorp. De meeste meisjes waren gewoon niet mooi genoeg om dat risico te lopen, en dus bleef je als jongen op je honger zitten,»

HUMO Nog eentje om het af te leren?

URBANUS «Als kind bleef ik vaak bij mijn grootouders slapen, en dan sliepen mijn drie zussen en ik in één bed. Maar op een gegeven moment mocht dat niet meer van mijn grootouders - waaróm begrepen wij niet - en toen moest ik alleen in een klein kamertje slapen, waar oude foto’s aan de muur hingen van de grootouders en groottantes van mijn grootouders. Dat waren echt vreselijk lelijke oude wijven, die mij deden denken aan de eerste zwart-witgriezelfilms. Op die leeftijd was ik niet meer bang van monsters or moordenaars onder mijn bed, maar ik hing wel altijd een handdoek over die foto’s aan de muur, anders kon ik gewoon niet slapen.»

HUMO Draag je vandaag nog iets van je kinderangsten met je mee?

URBANUS «Nee. De enige angst die ik vandaag heb, is dat er iets met mijn vrouw en kinderen zou gebeuren. lk ben vooral bang dat ze iets in het verkeer meemaken. De wolven en tijgers van vroeger, waar iedereen heel bang van was. hebben vandaag plaats geruimd voor auto’s en vrachtwagens.

»Ik ben heel gelukkig, maar ik ben tegelijkertijd bang dat er iets met dat geluk zou kunnen gebeuren. Eigenlijk is dat erg, hè? Iedereen streeft naar een beetje geluk in zijn leven, maar als je dat geluk eindelijk hebt gevonden, hen je bang dat je het weer kwijtgeraakt. Zo is het altijd iets, hè?»

(Verschenen in Humo op 5 september 2000)

Urbanus Beeld Urbanus
UrbanusBeeld Urbanus
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234