null Beeld

Amos Oz - Dorpsleven

'Wie gelooft er nog in Arcadië,' vroeg ik die avond aan iemand in het bijzonder. 'Halfbakken positivo's,' kreeg ik te horen. 'Goedgelovige trolletjes die zich in plattelandsdiscotheken het walhalla laten beloven door een stel hufters en vervolgens ziel en pruim verkopen. Wat kinderen misschien, hier en daar.' Ja, op dreef was mijn gezelschap wel. 'Amos Oz gelooft er alvast níét meer in,' bracht ik in, want ik had net 'Dorpsleven' (De Bezige Bij) uit, diens nieuwe verhalenbundel, en daarvan wordt een mens niet vrolijker dan nodig.

Oz - moge zijn meesterwerk 'Een verhaal van liefde en duisternis' op élk schools literatuurlijstje staan - zoomt in op Tel Ilan, een klein Israëlisch dorp, en schetst in bevlogen pennentrekken de levens van een aantal inwoners. Arcadische plattelandsromantiek is ver weg: Oz schrijft in treurig grijs, en leurt met weemoed. Zijn personages zijn keukenslaafjes in dienst van het leven. Ze verschijnen in verhalen van 'een vage neerslachtigheid', spaarzaam gearrangeerd, poëtisch geformuleerd. Wat er precies gebeurt, kom je nooit te weten, en dat lijkt ook niet noodzakelijk: aan een schimmige tranche de vie valt soms meer te kluiven dan aan een keurig uitgeklaard verhaal. Dat is al zo in opener 'Erfgenamen', waarin een dubieuze advocaat met onduidelijke bedoelingen een man benadert en uiteindelijk naast diens oude moeder in bed kruipt. Het grote verhaal krijg je niet, maar het ranzige putluchtje spreekt voor zichzelf.





Wat er ook in zit: de kleine dodenmars genaamd politiek. Het Israëlisch-Palestijnse conflict is uiteraard gefundenes Fressen voor Oz, die slechts een inlandse vlucht nodig heeft om het mitrailleren ter hoogte van de Gazastrook te gaan beluisteren. Ik heb dat probleem weleens in een handomdraai opgelost geweten, telkens weer op een godsonmogelijk uur, door lui met altijd wel een slecht ingegoten Duvel en een pakje Camel-sigaretten in de buurt, en, als de modevoorschriften het op dat moment toelieten, een arafatsjaal die als een groot uitgevallen slab onder hun kin vegeteerde. Oz weet beter: zelf heeft hij de nuance op een piëdestal staan, maar over elk fragment in 'Dorpsleven' valt de slagschaduw van een oorlog die woedt en blijft woeden. Die hopeloosheid wordt het best verbeeld in 'Graven'. Een lerares zorgt voor haar oude, richting de dood glijdende vader, en verhuurt een schuurtje aan een Arabische student. Een innig tableautje, lijkt het wel, maar de vrouw grossiert in moedeloosheid, en de vader - een gewezen parlementslid - oefent zich in buikige scheldtirades en blijft de Arabier wantrouwen. 'Wat zou het dat ik niet van hem hou? Niemand houdt toch van elkaar.'


In 'Ergens ver weg in een andere tijd', het laatste verhaal, slaat Oz plots een heel andere toon aan. Weg zijn het ingetogen formuleren en het zachte meeleven: het is een kort en koortsig doemverhaal, waarin niets van onschuld overblijft. En waarin het spoor waarop deze bundel loopt helemaal bloot komt te liggen: leven is watertrappen in een kreek die daar niet voor bedoeld is.
Nog hopen op Arcadië, ik ben er geloof ik te moe voor.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234