Andermans ideale wereld: Dwarskijker over 'Alleen Elvis blijft bestaan' en 'Iedereen beroemd'

'Alleen Elvis blijft bestaan' lijkt, een paar details niet te na gesproken, wel heel erg op 'Zomergasten', maar dat hoeft voor een toeschietelijke sterveling als ik, één brok nietigheidsbesef, geen bezwaar te zijn.


Alleen Elvis blijft bestaan

Canvas – 29 mei

’t Valt niet te vermijden dat ik zo nu en dan in een gezelschap van culturo’s verzeild raak. Als die toevallig weten hoe ik aan de kost kom, beginnen ze vaak naarstig op de televisie te kankeren – alsof ze me daar een lol mee willen doen. Ik hoor hen een poosje aan en zeg vervolgens naar waarheid dat ik bij theatervoorstellingen, die ik geregeld bijwoon, zo’n 70 percent meer kans op verveling loop dan tijdens een doordeweekse televisieavond die ik op basis van een scala aan kanalen heb uitgestippeld. Terwijl ik de vraag ‘Wat zullen we nu krijgen?’ in hun blik lees, doe ik er nog een schepje bovenop: ik beken dat ik in het theater al vaak de uitvinding van Robert Adler en Eugene Polley heb gemist: de afstandsbediening. Waarna ik weer eens opstap, om me te mijnent aan bijvoorbeeld ‘Alleen Elvis blijft bestaan’ over te geven, een programma dat mij op vrijdag niet avondvullend genoeg kan zijn. Het lijkt, een paar details niet te na gesproken, wel heel erg op ‘Zomergasten’, maar dat hoeft voor een toeschietelijke sterveling als ik, één brok nietigheidsbesef, geen bezwaar te zijn. Op een paar eigenpijpers na bestond de gastenlijst van dit programma uit markantere persoonlijkheden dan je doorgaans in je woonzone en het verkommerde industriegebied eromheen tegenkomt als je je dashond op vrijdagavond aan het uitlaten bent.

In de laatste aflevering van het voorjaar trad Jan Raes aan, de intendant – stel je niet aan en zeg maar zakelijk leider – van het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam, dat volgens mensen die hopelijk met kennis van zaken superlatieven gebruiken het beste orkest ter wereld is. Steunend op beeldfragmenten, en onnadrukkelijk gestuurd door Thomas Vanderveken, beviel Jan Raes van een zelfportret, waaruit een gelukkige jeugd en een prettige voortzetting in de toplaag van de middenklasse bleken – zijn vader had het van klerk tot financieel directeur van een niet nader genoemde ‘grote holding’ geschopt. Zijn ouders, die van klassieke muziek hielden, plachten op de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd enkele bevriende stellen uit te nodigen om, onder het genot van spijs en drank, samen waarderingscijfers aan de finalisten te geven. Een heel andere sfeer, neem ik aan, dan de ambiance van kakelbonte gays die saampjes een cijfer geven aan de fauna van het Eurovisiesongfestival, al blijft het principe natuurlijk wel hetzelfde. Jan Raes bleek op nog meer voortreffelijke familieleden te kunnen bogen: één van zijn ooms van moederskant had de eerste steinerschool van België opgericht – het land zal toen wel herademd hebben. Ach ja, er was ook nog die andere oom, die tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgerekend in Berlijn viool had gestudeerd, maar wat dan nog? Collaboratie maakt deel uit van het Vlaamse cultuurpatrimonium, zou Laurette Onkelinx snerpen.

Het was Jan Raes tot nog toe voor de wind gegaan, hoewel hij in de jaren 80 naar eigen zeggen ooit was gecrasht. Dat sloeg op een gezondheidsprobleem, dat hem ertoe noopte zijn levensstijl te herzien en in één vloeiende beweging ook een ongezonde relatie voor bekeken te houden. Van de weeromstuit ging hij sindsdien op gezette tijden ook wekenlang hiken – een lelijk werkwoord dat me dunkt avontuurlijk wandelen betekent – in bijvoorbeeld het Atlasgebergte of in andere onherbergzame gebieden waar ze nog nooit van het Koninklijk Concertgebouworkest hebben gehoord. Een gezonde geest in een gezond lichaam, je kent het wel. Ook de huidige vrouw van Jan Raes, de Russische Olga Beloborodova, bleek niet de eerste de beste: ze was op dit ogenblik aan het promoveren op Samuel Beckett, en nu u weer. Vergelijk deze Olga maar eens met de Olga uit ‘The Sky Is the Limit’, óók Russisch, en denk er vooral het uwe van. Alsof het hem nog niet genoeg meezat, bleek niemand minder dan Frank Raes, de befaamde voetbalcommentator, ook nog eens de oudste broer van Jan Raes te zijn. Thomas wilde om één of andere reden weten of de intendant ooit jaloers was op die voetbalkundige broer, die ook nog eens met de presentatrice van ‘We’re Going to Ibiza’ is getrouwd. ‘Jaloezie komt niet voor in onze familie,’ antwoordde Jan Raes, maar Thomas sprak zonder onvriendelijk te klinken: ‘Jaloezie komt in elke familie voor.’ Zoals elke vaardige interviewer weet hij dat andermans ideale wereld altijd de moeite van het betwijfelen waard is, net als de eigen mate van voortreffelijkheid overigens.

Thomas Vanderveken wist ook dat Jan Raes als intendant van het Koninklijk Concertgebouworkest meer verdiende dan de Nederlandse minister-president: ‘Je verdient wel genoeg, hè?’ klonk het. ‘Gaan we die kant op?’ deed Jan Raes prompt. De ondertoon van dat wedervraagje, een aloud retorisch kneepje, was: ‘Nu stel je me teleur, Thomas. Ik dacht dat jij, toch een welopgevoede en niet geheel onbeschaafde jongen, en ook nog eens een gediplomeerd musicus, het over belangwekkender zaken dan geld zou hebben.’ ‘We gaan álle kanten op,’ sprak Thomas. Zoals het een vaardig interviewer betaamt, liet hij zich niet afleiden noch van zijn stuk brengen door een vergadertechniekje van een managerstype, en hij boorde nog een poosje door naar het goudglanzige slijk der aarde. Jan Raes bleek dat inkomen met zijn geweten te kunnen rijmen, omdat hij ooit ‘een geste’ had gedaan. Wat dat gebaar precies inhield, daar konden we naar fluiten. Het benieuwde mij hoe de gage van een eersteklas musicus van het Koninklijk Concertgebouworkest zich verhield tot het door een ‘geste’ afgeroomde topsalaris van de intendant. Maar wellicht gaat dat nagenoeg niemand wat aan.

’t Was heerlijk om een scène uit ‘A Night at the Opera’ terug te zien, waarin de subversieve Marx Brothers virtuoos verwarring zaaiden tijdens een uitvoering van ‘Il trovatore’: chaos als precisiewerk, hoe wonderlijk. Ik ben in ieder geval oud genoeg om de Marx Brothers nog steeds wonderlijk te vinden. Jan Raes liet ook een sleutelscène uit ‘Brassed Off’ zien, een film van Mark Herman: de pakkende toespraak van wijlen Pete Postlethwaite in de Royal Albert Hall. Raes greep de gelegenheid aan om het over de schade te hebben die Thatcher aan het Britse sociale weefsel, en het bijbehorende verenigingsleven, had toegebracht. Later in dit programma zou hij zeggen dat hij ook al veel mensen had moeten ontslaan, iets wat ‘verschrikkelijk om te doen’ was. Openlijk spijt over ontslagbeleid betonen, vooral als het ergste leed geleden lijkt, komt vaker voor bij managers – ’t wordt wellicht in één of andere Amerikaanse cursus aangeraden. Tot slot liet Jan Raes ons kennismaken met Yuriy Borisovich Norshteyn, een Russische animatiefilmer die erom bekendstond dat hij eindeloos lang aan z’n projecten pielde, zo lang dat hij er al eens om ontslagen was. De vraag ‘Zou jij Norshteyn om die reden de zak geven?’ kwam tot mijn verbazing niet in Thomas Vanderveken op, maar goed: Norshteyn intrigeerde me meteen. We kregen een schimmig fragment te zien uit zijn tot op heden onafgewerkte animatiefilm aangaande ‘De mantel’, het klassieke korte verhaal van Gogol, en meteen voelde ik de aandrang om alles over die perfectionistische eigenheimer en zijn oeuvre te weten. Hij sleepte me aanzienlijk meer mee dan de theorettes over leiderschap en management waarop in deze aflevering van ‘Alleen Elvis blijft bestaan’ naar mijn smaak een te zware klemtoon lag. Er zat veel te weinig muziek in die uitweidingen.

Vier beeldfragmenten bleven onbesproken, wat nogal veel is. We konden ze natuurlijk zonder commentaar op het internet bekijken, maar een veeleer analoge jongen als ik blijft vinden dat een goed televisieprogramma als ‘Alleen Elvis blijft bestaan’ in de eerste plaats autonoom dient te zijn, en dus niet moet afhangen van een hulplijn in cyberspace. Is het waar dat de uitstekende Thomas Vanderveken, keurpersoneel van de openbare omroep, bij vriesweer steevast een gebreide onderbroek van het merk Maurice draagt? 100 procent pure Peruviaanse wol, baby-alpaca en katoen? Mocht het waar zijn, dan is dat maar zo. Ieder zijn meug.


Iedereen beroemd

Eén – van 25 tot 29 mei

'Ondertussen mag de namaak, 'Iedereen beroemd', er stilaan van uitgaan dat het origineel al flink vervaagd is, zodat de epigoon nu al ongehinderd kan doen alsof hij zelf een grondlegger is'

‘Laat ik nog één keer mijn woorden wikken,’ schreef ik in januari 2013, en ik blééf maar schrijven: ‘‘Man bijt hond’, de wekelijkse editie, behoorde zowel inhoudelijk als esthetisch tot het beste wat je op de televisie kon zien, een toonbeeld van de kwaliteit waarop Woestijnvis ooit zijn tempel heeft gebouwd. Hoed u voor namaak, als het daarvoor al niet te laat is.’ Het is alweer dik twee jaar geleden dat Woestijnvis ‘Man bijt hond’ aan de marktwerking van VIER opofferde: dat was zonde, en als je even je zelfbeheersing verliest, of van nature een braller bent, zou je het ook een schande kunnen noemen. Ondertussen mag de namaak, ‘Iedereen beroemd’, er stilaan van uitgaan dat het origineel al flink vervaagd is, zodat de epigoon nu al ongehinderd kan doen alsof hij zelf een grondlegger is. Niemand hoedt zich nog voor namaak. Nu ja, de makers van ‘Iedereen beroemd’ hebben niet zelden een verleden bij ‘Man bijt hond’.

Als ‘Iedereen beroemd’ me het hevigst aan ‘Man bijt hond’ doet denken, vind ik dat programma vreemd genoeg ook op z’n best. ‘De tanktest’, een quizje op locatie – typisch ‘Man bijt hond’ – voltrok zich laatst op het vliegveld van Zwartberg, waar sportvliegers een volle tank konden winnen als ze bijvoorbeeld wisten dat de uitspraak ‘Hij heeft alle gaatjes gevuld behalve het mijne’ aan Eva Pauwels is ontsnapt, toen ze haar klusjesman probeerde te verwoorden in een nogal goor blaadje waarvan Eva Pauwels ondertussen de raison d’être is. Een quizkandidaat-sportvlieger zat naast zijn echtgenote in de cockpit. Hij stelde haar met enige trots en in alle ernst als zijn ‘communicatiedeskundige’ voor. Dat betekende kennelijk dat ze het spellingsalfabet van de NAVO moest beheersen: Alfa, Bravo, Charlie, Delta… Op een teken van haar man flapte ze er maar wat uit en ze zei met een zucht: ‘Ik leer het nooit.’ Ook wel omdat ze duidelijk geen zin had om het ooit te leren. Haar man keek alsof ze een hartig woordje van hem tegoed had. In terloopse portretten van een huwelijk was ‘Man bijt hond’ ook altijd sterk.

Mijn favoriete rubriek van ‘Iedereen beroemd’ was afgelopen seizoen ‘Altijd rechtdoor’, waarin Lidewij, een jofele rugzakster, in rechte lijn en niet gehinderd door obstakels, op 51 graden noorderbreedte van Limburg naar West-Vlaanderen trok: een roadmovie in de geest van ‘Man bijt hond’, en voor hetzelfde geld ook een afdaling in de Vlaamse wooncultuur, want Lidewij stapte dapper huizen door, van voordeur naar achterdeur, waarna ze over het tuinhek en een nieuwsgierige buurvrouw klom: ‘Altijd rechtdoor’ was tegelijk tracé en tranche de vie, en wellicht ook een staaltje van illusionisme. Voor ze ergens tussen het West-Vlaamse Veurne en het Noord-Franse Hondschote het glas Picon au vin blanc op de goede afloop van haar onderneming hief, ontmoette ze een man die er op eigen kracht achter was gekomen dat de koelkast nog het best als stofvrije bergruimte dienst kon doen: dat je er gekoelde etenswaren in kon bewaren, vond hij bijzaak en vooral een kortzichtige visie op het ding an sich. Hij was ook al eens neergestort met een zelfgebouwde helikopter, waarvan de enigszins verwrongen resten bij hem thuis te pronk stonden. Aangezien hij het nog kon navertellen, beweerde hij een goede engelbewaarder te hebben.

Die man was een puntgaaf specimen van de lichtjes uitmiddelpuntige homo flandriensis, net als die twee volwassen mannen die een abonnement op het pretpark Bobbejaanland hadden en op kennerstoon over de beleving van de attracties spraken – ’t klonk warempel alsof ze er zingeving in ontdekten. Eén van hen – schouderlange sluike haren – deed mij aan het personage denken dat Tom Van Dyck in ‘Bungeejump’ speelde, een heuglijke scène uit ‘In de gloria’. ’t Komt in ‘Iedereen beroemd’ al even vaak als in ‘Man bijt hond’ voor dat de werkelijkheid, van dichtbij bekeken en voor de vuist weg geregisseerd, in tragikomische fictie lijkt te verglijden, een gewaarwording waaraan ik veel plezier beleef, mogelijk ook wegens mijn slechte karakter, dat uiteraard a joy forever is.

In ‘Iedereen beroemd’ zie ik ook veel mensen van goede wil, die wel heel erg gunstig afsteken bij het schoftentuig waar het journaal gewoonlijk om draait. Daarmee bedoel ik niet zozeer Martine Tanghe als wel Sepp Blatter en zijn trawanten, en Bashar al-Assad, en Erdogan, en Poetin, en natuurlijk ook de geloofsijveraars van IS, die met man en macht het onderste uit de Koran blijven halen. In de rubriek ‘De tent’ maken we de ontmoeting van wildvreemden mee, laatst nog op het strand van Blankenberge: verbazend hoe snel ze een aanknopingspunt met elkaar vinden, ook al doet één van de gesprekspartners schaamteloos aan nordic walking. Verbazend ook hoe een jongen, een trompettist, aan de mobiele koffiebar De Barista, tevens de naam van een rubriek, in een gulpend monoloogje de vormgeving van zijn leven sinds de zelfdoding van zijn 18-jarige broer toelichtte: ‘Ik heb me sociaal ontplooid, of zal ik zeggen dat ik sociaal ontploft ben?’ Hoewel dit programma natuurlijk altijd een béétje in scène is gezet – volkomen mislukte ontmoetingen krijgen we niet te zien – geeft het me toch de indruk dat ik misschien wel een grotere mensenvriend ben dat erkende mensenvrienden me zouden nageven. Zou er dan toch nog hoop voor me zijn? Nu ja, vorige nacht heb ik nog met potlood de zin ‘Onwetendheid is de voedingsbodem van de hoop’ in ‘De onderwaterzwemmer’ aangestreept, een roman van P.F. Thomése.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234