Andrew Van Ostade, ex-School Is Cool, acteur en muzikant in 'Mount Olympus' van Jan Fabre

Vorig jaar werd ’s lands meest aaibare floortom-speler Andrew Van Ostade beleefd verzocht School Is Cool, het vriendengroepje waarmee hij in 2010 Humo's Rock Rally had gewonnen, via het kattenluikje te verlaten. Alvorens uitgebreid stil te staan bij de exit felix: het conflict.

'Het is jammer dat het zo is gelopen met School Is Cool. Ik denk niet dat ik dat verdiend heb. Maar ik koester geen wrok'

HUMO ‘Om privéredenen werd beslist de samenwerking stop te zetten,’ zo luidde de officiële uitleg op de website van School Is Cool. Maar je bent wel uit de groep gezet, je hebt niet zelf besloten ermee te kappen.

Andrew Van Ostade «Klopt.»

HUMO Een vrouwenkwestie?

Van Ostade (verbaasd) «Hoe kom je daarbij?»

HUMO Er doen wel meer theorieën de ronde, maar stel dat jij het lief van Johannes Genard had proberen af te pakken, dan valt het makkelijk te verklaren.

Van Ostade «Ha, op die manier. Maar nee, zo is het niet gegaan: ik héb al een pracht van een vrouw. Ik heb gewoon serieus boel gehad met Johannes, en wel buiten de groep om – punt. Op zich misschien geen ramp, maar de timing was bijzonder ongelukkig: we moesten een pak beslissingen nemen. We gingen bij Sony tekenen, een plaat uitbrengen, clips opnemen. We waren ook aan het brainstormen over een knotsgekke cd-voorstelling: we wilden aan kunstenaars vragen om een uniek stuk te maken dat telkens één song op de plaat zou verbeelden. Die werken zouden we tentoonstellen, zodat de mensen ernaar konden kijken en tegelijkertijd met een audiogids het bijbehorende nummer konden afspelen. Crazy ambitions! We waren zo hard aan het stressen: spelen, soundchecken, hop-hop-hop! Hadden we meer tijd gehad, dan was het misschien anders gelopen.»

HUMO Voor de goede orde: jullie waren vrienden, toch?

Van Ostade (knikt) «The best of friends, zoals dat heet. Tien jaar geleden hebben we samen muziek leren maken, in rommelige repetitiehokken. We speelden eerst in Leafpeople. Dat was vooral dikke fun. We waren wel ambitieus, maar niet té: we namen wel deel aan de Rock Rally, maar we probeerden er vooral van te genieten. Met School Is Cool was het helemaal anders.»

HUMO Omdat de romantiek van het prille begin weg was?

Van Ostade «Zoiets. Pas op: de Rock Rally was het allerbeste dat School Is Cool kon overkomen, daar ding ik niet op af. Maar zo’n gebeurtenis zet je vriendengroepje wel serieus onder druk. Alles wordt professioneler zonder dat je er erg in hebt, en je vergeet ook duidelijke afspraken te maken – je zit op een rollercoaster, hè.

'Ik heb me nooit voor mijn lichaam geschaamd: als ik het podium nog maar ruik, valt alle angst weg'

»De meeste groepen krijgen tijd om te groeien: eerst treden ze op in cafés en jeugdhuizen, ze doen eens een interviewtje met een lokale krant, mogen het voorprogramma verzorgen van een grotere groep. ’t Gaat stap voor stap, waardoor je alles heel bewust ervaart en netjes in je leven kunt passen – je kunt er bijvoorbeeld nog een job bij hebben, of studeren. Met School Is Cool gingen we van nul – onze eerste repetitie – naar honderd – de finale van de Rock Rally – in één maand tijd: tsjakka! We tuimelden in een razend tempo van de ene mini-identiteitscrisis in de andere: ‘Wie zijn we?! Wat willen we in godsnaam vertellen?!’ Je kunt niet zomaar op je gemak wat zitten aanklooien en dingen uittesten op een publiek, want alles wat je maakt, wordt meteen opgepikt. Eigenlijk waren we voorbestemd om eens fameus op onze bek te gaan.

»Het is natuurlijk een first world problem, want welke groep wil de Rock Rally nu niet winnen? Maar toen dat persoonlijk conflict tussen Johannes en mij opdook, was er simpelweg geen tijd om het te laten bezinken. Een nevenwerking van de Rock Rally-rollercoaster, zeker?»

HUMO Maar spijt over die Rock Rally-deelname heb je dus niet?

Van Ostade «Natuurlijk niet! Het was één van de beste dingen die me in mijn leven is overkomen. Wedstrijden voor aanstormende kunstenaars en creatievelingen – cineasten, muzikanten, dansers, schrijvers – zijn broodnodig. Ik beschouw ze als examens mét publiek: je wordt verplicht om na te denken over wat je wilt doen, en je kunt er bovendien alleen maar beter van worden. Je mag de kracht van deadlines niet overschatten. Echt, jong: al waren er vijf Rock Rally’s, het zouden er nog altijd te weinig zijn. Maar het kost wél moeite om als beginnende groep met beide benen op de grond te blijven.»


(Can’t Get No) Satisfaction

HUMO In 2012 volgde violiste Nele Paelinck haar grote liefde naar zijn thuisland Argentinië. Het begin van het einde voor jou?

Van Ostade (blaast) «Zo voel ik het toch niet aan. Het was doodjammer dat ze de groep wilde verlaten, maar we stonden allemaal achter die beslissing – ook al omdat haar lief Bruno een ongelofelijke kerel is. We gunden het haar volledig.»

'Al waren er víjf Rock Rally's, het zouden er nog altijd te weinig zijn'

HUMO Nele was wél de moederfiguur van de groep, iemand die de nerds bij de les hield.

Van Ostade «Nele was inderdaad onze power woman. Ze zei dingen als: ‘Jij rijdt nu even naar de winkel om batterijen te halen, hop. En jij zorgt voor een nieuw drumvel.’ Iémand moest het doen, hè? Want wij waren allemaal complete chaoten. Maar ook muzikaal droeg ze superveel bij – niemand was zo gedreven met de groep bezig als zij. Nele was een echte go-getter: tijdens repetities zei ze vaak ontzettend rake dingen over de songs.»

HUMO Heb je sinds de breuk nog contact gehad met de andere groepsleden?

Van Ostade «Nee. Ik denk dat ze me een beetje aan het negeren zijn.»

'Er zijn helaas maar weinig rollen weggelegd voor kleine, rosse dikkerds'

HUMO Zelfs niet met Nele?

Van Ostade «Ook niet. Ik ben wel gaan supporteren toen ze een paar nummers moest spelen tijdens het laatste concert van De Nieuwe Snaar in het Sportpaleis. Ik had haar zelfs nog een speelgoeddinosaurus gegeven – ’t was ooit een cadeautje geweest van een fan – bij wijze van talisman, maar ik heb haar na het concert niet meer gezien.»

HUMO Keep on walking, don’t look back?

Van Ostade «Min of meer. Ik heb maar van één ding spijt: dat ik de nummers van ‘Nature Fear’ niet meer live heb kunnen brengen, omdat ik tussen de opnames en de eerste shows uit de groep ben gezet. Geloof me: als je maandenlang in de studio aan nummers hebt gesleuteld en vervolgens nog hemel en aarde hebt bewogen om al die rare klanken naar het podium te vertalen, dan wil je ook de satisfaction die bij optreden hoort. Het was lastig om de recensies te lezen, per slot was het ook mijn kindje, hè? Het ene moment maak je deel uit van het vijfjarenplan dat je zelf mee hebt bedacht, het andere sta je er alleen voor: leuk is anders.»


Wacky fuifscène

HUMO Je hebt na je vertrek bij School Is Cool met je broer Michael een paar videoclips gedraaid, onder meer voor Rock Rally-finalisten Yawns en voor Gepetto & The Whales, maar binnenkort debuteer je als acteur in ‘Mount Olympus’ van Jan Fabre. Hoe ben je daar eigenlijk verzeild geraakt?

Van Ostade «Ik zou overdrijven als ik zei dat ik na School Is Cool in een zwart gat viel, maar ik wist toch niet meteen wat ik met m’n leven moest aanvangen. Ik heb auditie gedaan voor een film, maar dat was geen succes – m’n eigen schuld. Toen ik licht hysterisch naar mijn vriendin belde, probeerde ze me te sussen, en ze vertelde me dat Jan ’s anderendaags audities hield voor muzikanten, acteurs en dansers. Ze had ooit stage gedaan als assistente dramaturgie, en daarna heeft ze drie jaar bij Troubleyn (het hoofdkwartier van Fabre, red.) gewerkt als theaterwetenschapper. Mijn eerste gedachte was: ‘Fabre? Ja, hallo!’ Dat beschouwde ik als het allerhoogste, het leek me alleszins niet haalbaar.»

'In 2010 won Van Ostade Humo's Rock Rally met School Is Cool: 'Zo'n gebeurtenis zet je vriendengroepje serieus onder druk.'

HUMO Maar je was fan van zijn theaterwerk?

Van Ostade «O ja, ik had ‘Prometheus Landscape II’ gezien, en ook ‘Orgy of Tolerance’: heerlijk, maar ik zag mij daar nog niet in functioneren. Enfin: mijn vriendin heeft me met veel moeite kunnen overtuigen om toch maar mee te doen, waarop ze samen met mij de hele nacht heeft gewerkt aan een monoloog, gebaseerd op een tekst van Sylvia Plath. Die auditiedag bij Troubleyn was een weirde bedoening: het krioelde er van het volk, en we moesten eerst apart in een kamertje ons ding doen bij Dag Taeldeman, de componist van het gezelschap – Jan Fabre heeft natuurlijk geen tijd om iedereen individueel te zien. Ik zat daar een beetje onzeker te wezen tussen al die professionele muzikanten, met mijn kapotte floortom en gigantische wallen onder m’n ogen (lacht). Het duurde natuurlijk een paar uur voor iedereen aan de beurt was geweest, en daarna verzamelden ze ons in de grote zaal voor een massascène – concreet: een wacky fuifscène waarin muzikanten, dansers en acteurs door elkaar improviseerden. Je hebt er natuurlijk geen idéé van wat Jan er zelf van vindt: af en toe hoor je ’m weleens iets zeggen, of zie je ’m naar jou kijken, maar veel kun je daar niet uit opmaken. Op een bepaald moment zei hij tegen mij: ‘Blijf jij eens trommelen.’ Waarop de dansers op mijn getrommel begonnen te improviseren: dat was echt kicken, en ik voelde me daar als een vis in het water. Intussen was het al bijna avond, en we stonden daar maar de ziel uit ons lijf te improviseren. Hier en daar mochten er mensen beschikken, maar eerst heb je dat niet goed door: tot je merkt dat er nog maar een man of twintig bezig is. Uiteindelijk bleven we met z’n twaalven over. We mochten op gesprek bij Jan: hij stelde voor dat ik zijn workshop zou komen volgen om te zien of we het met elkaar konden vinden. (Trots) Nadien hoorde ik dat hij mij de enige écht interessante kandidaat vond in Antwerpen.»

HUMO Dat je acteertalent had, wisten ze ook al in Maastricht: ooit was je geslaagd voor de toelatingsproef aan de toneelacademie aldaar.

Van Ostade «Ik ben auditie gaan doen bij alle grote theaterscholen in Vlaanderen. Maar ik kreeg overal nul op het rekest. In Antwerpen kreeg ik te horen dat ik het – citaat – ‘gewoonweg niet heb en ook nooit zal hebben’. In Gent dachten ze dat ik onzeker was. En in Brussel was het mijn eigen schuld: voor mijn auditie had ik iets crazy fucked up in elkaar gestoken met Hitchcock, Murakami en narcolepsie dat achteraf bekeken echt nergens op sloeg. Daarop had ik in Maastricht deelgenomen aan een vijfdaagse selectieproef: ik was geselecteerd, maar er was een wachtlijst. Het jaar daarop deed ik opnieuw mee en was ik er wél bij. Maar op hetzelfde moment wonnen we de Rock Rally, en ik wist dat ik moest kiezen: ’t was uitgesloten dat ik allebei zou gaan doen. Ik heb lang getwijfeld, maar uiteindelijk besloot ik toch voor de band te kiezen: als je de Rock Rally wint, is dat een teken dat je potentieel hebt. Ik bleef wel toneel spelen op de universiteit, in het gezelschap waar ik ook mijn vriendin had leren kennen: een heerlijke uitlaatklep tussen de optredens met School Is Cool door.»

HUMO Volgens Jan Fabre is de essentie van acteren of dansen ‘de persoonlijke wreedheid, wat inhoudt dat je je eigen lichaam en geest als een schietschijf ziet’. Wist je dat toen je auditie deed?

Van Ostade «Dankzij mijn vriendin was ik wel een beetje voorbereid, maar je leert het pas écht door met ’m te werken. Het klinkt erger dan het is, hoor. Jan noemt het zelf ook ‘thinking bodies’: je onderzoekt op het podium wat je moet doen om woede, extase of dronkenschap perfect uit te beelden, en iedereen kiest zelf hoe ver hij of zij daarin wil gaan. Jan noemt zijn acteurs en dansers niet voor niets ‘krijgers van de schoonheid’. Eén van de acteurs in ‘Mount Olympus’ brengt zijn monoloog al stotterend, en daarvoor gooit hij zijn hele lichaam in de strijd – zijn tekst komt er hoestend en kokhalzend uit. Het lijkt alsof de tekst voortvloeit uit die stottersituatie in plaats van omgekeerd: het stotteren infecteert de tekst, als het ware.»

HUMO Jij hebt je lijf ook altijd vol overgave in de strijd gegooid, en niet alleen op het podium bij School Is Cool. Ik zag ooit een YouTube-filmpje waarin je wild tekeergaat op een nummer van Does It Offend You, Yeah?.

Van Ostade «Je moet spelen met het lijf dat je hebt, toch?»

HUMO Absoluut, maar je moet het wel aandurven.

Van Ostade «Ik heb me nooit voor mijn lichaam geschaamd. Als kind speelde ik eens in het Wijnegem Shopping Center bij de fonteintjes: ik liep erdoor en ernaast, en na een tijdje was ik natuurlijk zeiknat – dolle pret! Tot ik op een bepaald moment even opkeek: bleek er een grote cirkel van mensen om me heen te staan, die me met open mond bekeken. Waarna mijn moeder zich naar voren wurmde en mij hoofdschuddend aan mijn arm meetrok (lacht). Als ik het podium nog maar ruik, valt alle angst of schaamte weg.

'Mensen verbazen zich weleens dat ik naast het podium een brave nerd ben, maar als Dionysos als een tornado tekeerga.'

»Mijn grote filmidolen zijn John Goodman en wijlen John Candy, allebei acteurs die het maximum uit hun lijf moesten zien te halen. En dat probeer ik ook – alleen bepaalt dat lijf wél waar je terechtkomt. Dankzij mijn broer kan ik weleens in een film of een videoclip acteren, maar in de rest van Vlaanderen zijn er helaas weinig rollen weggelegd voor kleine, rosse dikkerds. Als er al eens een opdracht van een castingbureau op mijn bord belandt, dan is dat meestal voor (met wervende commentaarstem) ‘een onzekere, ietwat mollige jongen die weinig succes heeft bij de dames’. Pas op: ik klaag daar niet over hoor, maar ik zou scenarioschrijvers bij dezen graag oproepen om eens wat meer moeite te doen en minder voorspelbare personages te bedenken. Trouwens: voor actrices is het ook huilen met de pet op, want ze moeten altijd maar the damsel in distress spelen, die dan door de mannelijke hoofdrol gered moet worden.»

HUMO Behalve in ‘Mad Max: Fury Road’ dan.

Van Ostade (roept) «Fucking hell, ja, heerlijk! De beste feministische actiefilm aller tijden!

»Echt, ik ben die films waarin één dikke pik de plak zwaait over een leger van kleine pikjes zo beu. En de vrouwen zijn veelal wat ze in comicsland een ‘refrigerator lady’ noemen: de heldinnen verliezen ofwel hun krachten, ofwel worden ze botweg afgeslacht, opdat de mannelijke held ze zou kunnen wreken. Moeten meisjes dáár naar opkijken? Naar personages die alleen maar bestaan om opgeofferd te worden? Kijk naar ‘Spider-Man’: zijn vriendinnetje sterft, de held kan ‘Nooooooo!’ roepen en zot van waanzin aan zijn wraakactie beginnen. Niet zo in ‘Mad Max: Fury Road’, dus. Heel verfrissend.

»Jan speelt in zijn voorstellingen ook vaak met die conventies. In de openingsscène van ‘Mount Olympus’ probeert een acteur een erectie te krijgen. Vaak lukt het, maar soms niet, en dan dondert het patriarchaat meteen symbolisch van z’n voetstuk: van die spanning hou ik wel.»


Sus AntigonE

HUMO Was jij vooraleer je met Fabre in zee ging een beetje thuis op de Olympusberg?

Van Ostade «Weinig of niet. Ik heb op de universiteit wél de goden Poseidon en Thanatos gespeeld. Beetje grappig wel: ik heb al drie tragedies op m’n cv staan, en ik ben nog maar alleen gecast als god.

»Dat gezegd zijnde: ik ben meteen alle Griekse tragedies beginnen te lezen – ’t is fantastisch spul. Het duurde trouwens niet lang voor ik de tragedie-nerd van dienst was, en de andere acteurs mij kwamen consulteren over deze of gene held: ‘Hoe zat dat ook alweer, Andrew?’ ‘Wel, die is super pissed off op de zuster van zijn vriend, en dat is niet moeilijk: zo’n achterdochtig mens! Behoorlijk sucky situatie, dus.’ En dan begrepen ze meestal direct wat ik bedoelde. Je moet rekenen: we zijn acteurs, dansers en muzikanten, geen specialisten in de Griekse mythologie. Nu ja: Jeroen Olyslaegers, die alle teksten schreef, heeft al die geschiedenissen en personages wél in de vingers. Ik hoorde Jan vorige week nog zeggen: ‘Ah, maar Antigone is dus een vrouw?’ Hij dacht dat Antigone gewoon Antigoon op zijn Grieks was (lacht). Desondanks weet hij de essentie van de Griekse tragedie feilloos te vatten, en bovendien scheert hij als geen ander langs de grenzen van het hedendaagse theater.»

HUMO Jeroen Olyslaegers heeft zich voor zijn teksten laten inspireren door de scènes die de acteurs, dansers en muzikanten bij elkaar improviseerden. Heb jij zelf voor de rol van Dionysos gekozen, de god van – waarvan eigenlijk?

Van Ostade «Wijn, theater, muziek, seks, bewustzijnsverruiming – alles wat de moeite waard is, dus.

»Op een dag zei Jan tegen mij: ‘Zeg, ik zag gisteren het schilderij van Bacchus’ – de Romeinse tegenhanger van Dionysos – ‘door Rubens, en ik wist dat jij mijn Bacchus moest worden.’»

HUMO Fabre heeft ook een portret van jou als Dionysos gemaakt. Hij zou het opnemen in zijn solotentoonstelling in de Hermitage in Sint-Petersburg.

Van Ostade «Ik heb het nog niet gezien, maar een portret van mij door Jan tussen al die fantastische schilderijen in de Hermitage, hoe cool is dat?»

HUMO Wreed. Dionysos heeft een nogal – ik leen even jouw term – sucky familiegeschiedenis: hij werd door oppergod Zeus verwekt bij de godin Semele, maar die laatste stierf toen Zeus op bevel van zijn gemalin Hera de bliksem liet inslaan op haar huis, waarna ze verbrandde. Zeus redde zijn ongeboren zoon door ’m in zijn dij te verbergen, en liet ’m daarna opvoeden door nimfen.

Van Ostade «Fantastisch verhaal, toch? Hij is een complete mafkees, dus daar kun je als theatermaker wel mee uit de voeten. We hebben in één monoloog trouwens de vijf fasen van rouwverwerking van Elisabeth Kübler-Ross verwerkt: ontkenning, woede, onderhandeling, depressie en aanvaarding. Dionysos gaat in de loop van het stuk door al die emoties, maar heel subtiel, je merkt het vooral aan zijn woordkeuze: in het begin gebruikt hij een paar keer ‘nee’, later wordt het ‘fuck’.»

HUMO Volgens Jeroen Olyslaegers voelde je zijn monologen niet alleen feilloos aan, je voegde er nog lagen aan toe waarvan hij zelf het bestaan niet had vermoed.

Van Ostade «Dat is, euh, tof. Ik ben geen geschoolde acteur, dus ik probeer die tekst dan maar op mijn eentje zo creatief mogelijk in te vullen. En vaak graai ik daarvoor in de doos in mijn hoofd die ik in mijn tienerjaren vulde met films en muziek. In mijn openingsmonoloog zit het zinnetje ‘Run to the hills / with your mind / filled with drugs’. En wie ‘Run to the hills’ zegt, zegt...»

HUMO ...Bruce ‘The Siren’ Dickinson van Iron Maiden.

Van Ostade «Precies. (Zingt) ‘Run! To! The! Hiiiiills!’ En zo verwerk ik nog meer referenties in mijn teksten. Queen, bijvoorbeeld – zeg nu zelf: Freddie Mercury had toch écht iets van Dionysos?»

HUMO Dionysos zint op wraak en leidt het publiek langs – ik citeer – ‘bergen van vlees, wouden van bot en rivieren van bloed’. Moet een immer goedgeluimde jongen als jij diep graven om die gruwel doorleefd te kunnen brengen?

Van Ostade «Helemaal niet. Mensen verbazen zich inderdaad weleens dat ik naast het podium een brave nerd ben, maar als Dionysos als een tornado tekeerga. Voor ik het podium op wandel, prevel ik één woord tegen mezelf: ‘Zelfverzekerd.’ Als Dionysos kan ik namelijk niks verkeerd doen: als ik bij wijze van spreken zin zou hebben om één zin twintig keer te herhalen, dan dóé ik dat – enfin: in theorie althans.»


Griekse twerk

HUMO ‘Mount Olympus’ duurt een vol etmaal. ’t Staat iedereen vrij die uitputtingsslag als een gimmick te zien, maar in werkelijkheid leunt die tijdsduur dicht aan bij hoe de Griekse tragedie oorspronkelijk werd gebracht. Kortom: met anderhalf uurtje in een schouwburg te hangen kun je als toeschouwer fluiten naar de beoogde catharsis, maar hier zou je weleens prijs kunnen hebben.

Van Ostade «Inderdaad. Je kunt, net zoals in de oudheid, rustig in- en uitlopen om iets te gaan eten of naar het toilet te gaan zonder dat je de rode draad kwijtraakt. Nu ja: je zult sowieso scènes missen, maar dat hoort erbij. Was ik zelf een toeschouwer, ik zou ‘Mount Olympus’ een ware nachtmerrie vinden, want ik zou geen seconde willen missen (lacht).

»Jan zei de voorbije maanden al lachend tegen ons: ‘Nodig al je vrienden uit om de laatste scènes mee te pikken en te applaudiseren.’ Hij heeft het namelijk al eens meegemaakt dat er aan het einde van een voorstelling nog maar vijf man in de zaal zat. En dat was bij een stuk dat maar 8 uur duurde (‘Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was’ uit 1982, red.), terwijl ‘Mount Olympus’ vier keer zo lang duurt. Ik was wel verrast dat zo veel mensen bij de eerste volledige doorloop zijn blijven hangen, de hele voorstelling lang: dat wil toch wel zeggen dat ze omvergeblazen zijn door die scènes vol schoonheid en wreedheid.

»Het voordeel van die tijdsduur is dat je echt een relatie met de personages kunt opbouwen. En wij met het publiek: ik kijk ernaar uit om blikken uit te wisselen met die ene met z’n bril op de derde rij, of met die student die twee uur geleden plots verdwenen was.»

HUMO Als ik je zo bezig hoor, dan lijk je je bij Troubleyn als een vis in het water te voelen, niet?

Van Ostade «I’m living the life, jong. Ik declameer fantastische teksten op een podium, speel muziek – in één scène speel ik een halfuur op mijn floortom terwijl de dansers loos gaan – én mag zelfs nummers producen. Samen met Dag Taeldeman heb ik namelijk een twerk-song gemaakt voor de voorstelling. Hij vroeg of ik daar zin in had, en ik dacht: ‘Dolle pret en ongetwijfeld poepsimpel, doen!’ Maar dat laatste viel serieus tegen: we hebben er weken aan gesleuteld. Ook al omdat het een vol kwartier moest duren. Maar al zeg ik het zelf: ’t is een vet ding geworden.»

HUMO Zien we je ooit terug op een muziekpodium?

Van Ostade «Geen idee. Ik maak in mijn eentje nog altijd wat elektronische muziek, maar voorlopig krijgt niemand die te horen. Misschien dat ik daar nog wel iets mee doe.

»Weet je: ik zal mijn tijd bij School Is Cool altijd koesteren. Als ik íéts mis, dan is het wel het contact met de fans. En met de crewleden: fantastische mensen. Het is jammer dat het zo gelopen is, ik denk niet dat ik dat verdiend heb. Maar ik koester geen wrok, en bitter ben ik ook niet. ’t Is gewoon tijd voor iets anders.»



http://mountolympus.be/

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234