Androïde, panseksueel en superster: Janelle Monáe, pupil van Prince

Gedaan met verstoppertje spelen: op haar derde langspeler ‘Dirty Computer’ kruipt Janelle Monáe niet langer in het harnas van de robot Cindi Mayweather, maar presenteert ze zichzelf als een zoekend seksueel wezen en boegbeeld voor alle andere twijfelaars op aarde.

'Toen Trump verkozen was, dacht ik: zullen mensen nu vinden dat ze het recht hebben om mij te vermoorden?'

Janelle Monáe huilt in haar ruimtepak. Ze zit in één van de studio’s van Wondaland Records, haar eigen platenlabel, in Atlanta. Overal om haar heen staan computer- en tv-schermen. Op één van die schermen toont een screensaver foto’s van haar idolen: Prince, Martin Luther King, Pam Grier, Tina Turner, Lupita Nyong’o, David Bowie. Ze staat op het punt te onthullen wat de wereld allang vermoedde, iets wat haar familie en beste vrienden al weten, iets wat ze lange tijd vertikte in het openbaar toe te geven. In ‘Let the Rumors Be True’, één van de nummers van haar nieuwe plaat ‘Dirty Computer’, zingt ze het: Janelle Monáe is niet de onbevlekte androïde, de ‘alien from outer space / The cybergirl without a face’ die ze meer dan tien jaar lang beweerde te zijn op haar platen, in videoclips, op concerten en zelfs tijdens interviews. Ze is gewoon een 32 jaar oud menselijk wezen van vlees en bloed, met kwaliteiten en gebreken. En ze wil nog een gerucht bevestigen.

Janelle Monáe «Ik ben een zwarte vrouw in Amerika die zich op seksueel vlak niet in een hokje laat stoppen. (Haalt diep adem) Ik heb relaties met zowel mannen als vrouwen gehad, en ik beschouw mezelf als een vrijgevochten motherfucker. Ik dacht eerst dat ik biseksueel was, maar later las ik iets over panseksualiteit, en daar herkende ik ook veel van mezelf in. Ik blijf maar dingen over mezelf ontdekken.»

Ze draagt een nauw aansluitend ruimtepak van de NASA, compleet met een insigne op de ene arm en een Amerikaanse vlag op de andere. Ze had geen enkele reden om het aan te trekken, er zijn geen camera’s in de buurt. Mogelijk is het een restant van het androïde personage Cindi Mayweather dat ze jarenlang heeft gespeeld: een messiasachtige, revolutionaire robot die verliefd werd op een mens en die zwoer dat ze alle andere androïdes zou bevrijden.

Al vroeg in haar carrière voelde Janelle Monáe zich onzeker: zou ze wel voldoen aan het showbizzideaal? Het personage van Cindi Mayweather, de androgyne outfits en het verhaal dat ze errond had gecreëerd en dat ze niet alleen op, maar ook naast het podium volhield, vormden een schild tegen de kritische buitenwereld.

Monáe «Ik was bang om kritiek te krijgen. Ik zag alleen maar hoe ik me volgens de verwachtingen moest gedragen in deze business, en ik voelde me helemaal geen stereotiepe zwarte artieste.»

Ze is ook een perfectioniste, een pluspunt in haar vak, maar een nadeel in haar privéleven. Vlak voor de release van haar debuutplaat ‘The ArchAndroid’, in 2010, ging ze in therapie. Ze dacht dat er een computervirus in haar lijf zat dat opgeruimd moest worden.

Monáe «Ik dacht: laat ik eerst hulp zoeken, voor ik mezelf in de afgrond stort voor het oog van de hele wereld. Ik was bang dat ik niet het beste van mezelf had gegeven, en die obsessie werd me te veel.»

Dus ging ze overcompenseren, zoals ze het formuleert, en bracht ze haar fans in verwarring met een androgyn geklede vrouw met Afro-futuristische fantasieën die al even bizar waren als de klanktapijten van het George Clinton-vehikel Parliament-Funkadelic waarmee ze was opgegroeid. Ze werd een vreemde vogel in de popwereld, een indringer in het universum van haar vroegste fans Big Boi en Puff Daddy – die laatste haalde haar in 2008 als zakenpartner binnen bij zijn label Bad Boy Records. De lancering van ‘The ArchAndroid’ werd een event dat over de tongen ging, en met de opvolger ‘The Electric Lady’ uit 2013 – de eerste conceptplaat in de geschiedenis van Bad Boy – vestigde ze haar reputatie als één van de origineelste stemmen van de 21ste eeuw. Jaren vóór Frank Ocean, Solange, Beyoncé en SZA de alternatieve r&b mainstream maakten, dichtte Monáe al de kloof. Ze deinsde er niet voor terug om rock, funk, hiphop, r&b, electro en campy theatraliteit te vermengen.

Ze ontweek behendig vragen over haar seksualiteit (‘Ik spreek alleen af met androïdes’) maar verstopte de antwoorden in haar songs.

Monáe «Als je goed naar mijn platen luistert, vind je alle antwoorden. Luister naar een nummer als ‘Mushrooms & Roses’, of ‘Q.U.E.E.N.’»

Twee songs waarin een geliefde, Mary genaamd, wordt bezongen. In de 45 minuten durende film die bij ‘Dirty Computer’ hoort, worden alle vrouwelijke androïdes, de dirty computers, gevangen genomen en van hun identiteit beroofd. Ze worden herdoopt tot Mary Apple, en één van hen wordt gespeeld door Tessa Thompson. Zij zou volgens de geruchten Monáes vriendin zijn, maar Janelle wil dat niet bevestigen.

De oorspronkelijke titel van ‘Q.U.E.E.N.’ was trouwens ‘Q.U.E.E.R.’, en dat woord kun je nog altijd horen in de koorpartijen op de achtergrond.

Monáe is de CEO van haar eigen label, ze is één van de modellen van cosmeticagigant CoverGirl, en ze speelde mee in ‘Hidden Figures’ en in ‘Moonlight’, dat drie Oscars heeft gewonnen. De cast van beide kaskrakers is zwart, en beide films vertellen Afro-Amerikaanse verhalen die doorgaans niet de grote bioscopen halen.

Monáe «Onze verhalen worden genegeerd en zelfs uitgewist. Daarom heb ik meteen toegehapt toen ik die scripts las. Ik wil ook míjn verhaal vertellen. Alleen was ik er lange tijd niet zeker van of de mens achter al mijn maskers wel interessant genoeg zou zijn. Ik heb me vaak, ook in therapiesessies, luidop afgevraagd wat er zou gebeuren als mensen me niet zo interessant zouden vinden als Cindi Mayweather.

»Ik zal haar wel missen. Ik heb haar geschapen, ik kon van haar maken wat ik maar wilde. Ik hoefde het dan niet te hebben over Janelle Monáe, die in therapie was. Zij is wie ik wil zijn.»

Op ‘Dirty Computer’ verwijst alleen de titel nog naar sciencefiction. De songteksten zijn openhartige bekentenissen van een vrouw die zich fysiek en emotioneel onzeker voelt, doorspekt met hints naar haar seksuele bevrijding. En ze moedigt haar luisteraars aan om zelf wat ze noemt smerige computers te durven zijn.

Monáe «Ik wil alle jonge meisjes, jonge jongens, hetero’s, homo’s, iedereen die worstelt met zijn of haar seksualiteit, iedereen die erom wordt gediscrimineerd of verstoten, laten weten dat ik hen zie. Deze plaat is voor jullie. Wees trots op wie je bent.»

'Het was erg moeilijk om 'Dirty Computer' af te werken zonder Prince, mijn mentor'' Foto: met Prince in Uncasville, Connecticut in december 2013


Recht naar de hel

Janelle Monáe is opgegroeid in een grote protestantse familie in Kansas City – ‘Om je een idee te geven, ik heb wel vijftig volle neven en nichten.’ Niet iedereen zal op de hoogte zijn van alle details uit haar liefdesleven, maar ze zullen haar ongetwijfeld in de videoclip van ‘Make Me Feel’ gezien hebben: daarin heeft ze niet al te veel kleren aan, en deelt ze een lolly met Tessa Thompson.

Monáe (lacht) «Tja, ik heb ook niet de tijd om mijn hele familie bijeen te roepen voor een update. Maar de voorbije jaren hebben een paar verre familieleden kwetsende dingen gezegd. Deze plaat is mijn antwoord aan hen die beweren dat alle homo’s recht naar de hel gaan. Ik had al heel vroeg mijn bedenkingen bij de Bijbel en het geloof van mijn familie. Nu dien ik de God van de liefde. Liefde is de verbindende factor in alle godsdiensten – Stevie Wonder heeft het erover op ‘Dirty Computer’.»

Wanneer we aankomen in de ouderlijke woning in Kansas City, wordt Janelle Monáe enthousiast en liefdevol onthaald. Hier werd ze op 1 december 1985 geboren. Haar moeder was conciërge en haar vader worstelde op dat moment al ruim twintig jaar met een crackverslaving. Haar ouders gingen uit elkaar toen ze nog niet eens een jaar oud was, en haar moeder trouwde later met de vader van Janelles jongere zus Kimmy.

Dat Monáes familie gróót is, blijkt een understatement zodra we de buurt van haar jeugd binnenrijden. In één straat bezat haar oma van moederskant verscheidene huizen, waarin ooms, tantes, neven en nichten en ook Monáe en haar mama woonden. Een paar minuten later zien we een pastelkleurig huis waarin haar overgrootmoeder langs vaderskant nog heeft gewoond. Monáe heeft er veel tijd doorgebracht, want daar kon ze haar vader zien in de periodes dat hij niet in de cel zat. Hun relatie was er één met ups en downs, tot hij er dertien jaar geleden in slaagde af te kicken.

Nog wat verder ligt het huis van tante Glo, waar nu haar moeder woont. ‘Zij is mijn favoriete puntje taart,’ zegt tante Fats lachend wanneer we binnenkomen, een verwijzing naar Monáes bijnaam in de familie, Pumpkin (‘pompoentje’ of ‘schatje’, red.). Monáe groeide op in de arbeiderswijk Quindaro, ooit een indiaanse nederzetting, later een schuiloord voor zwarte Amerikanen die wilden ontsnappen aan de slavernij. Een paar weken geleden hadden vandalen hakenkruisen en andere racistische symbolen aangebracht op het standbeeld van John Brown, een voorstander van de afschaffing van de slavernij, en er ‘Hail Satan’ op geschreven met een zwarte stift. Het standbeeld is inmiddels gereinigd, maar de wijkbewoners zijn nog altijd geschokt. ‘Ik weet zeker dat niemand uit de buurt dat heeft gedaan,’ zegt haar overgrootmoeder hoofdschuddend. Aan de overkant van de brug liggen de blanke wijken van Kansas City, aan deze kant van de Missouri is de bevolking grotendeels zwart.

Monáe «Ik heb er veel over gelezen. Ik wilde begrijpen hoe het komt dat je erg benadeeld bent als je uit deze wijk komt. Het is klote, maar zo is het als je zwart bent.»

'Ik dacht eerst dat ik biseksueel was, maar later las ik iets over panseksualiteit, en daar herkende ik ook veel van mezelf in'

Je kunt evenmin om de godsvrucht van de familie heen, om de paar zinnen smeken ze om Gods zegen. Monáes overgrootmoeder is 91, en ze loopt nog altijd rond in de klassen van de plaatselijke Bijbelschool. Tijdens ons bezoek zit ze aan de piano en begeleidt ze een gospelzangstonde. Monáe gaat tussen een tante en een nicht staan en zingt klassiekers als ‘Call Him Up and Tell Him What You Want’ en ‘Savior, Do Not Pass Me By’ mee. Nergens anders ziet ze er meer ontspannen uit. Haar accent van het Midwesten klinkt door wanneer ze enthousiast meezingt, of ooms en tantes of neven en nichten in de armen valt.

De meesten ziet ze alleen nog als ze even vakantie heeft, of als ze een concert geeft in de regio. Ze gaat zelfs even op mama’s schoot zitten, wanneer ze samen naar een wand vol oude, verkleurde foto’s uit haar kinderjaren kijken. ‘Ze was een prachtige baby,’ herinnert tante Fats zich. De familieleden koesteren verschillende versies van hetzelfde verhaal: Monáe was als ster geboren, en dat maakte ze meer dan duidelijk toen ze groter werd. Ze werd met zachte hand uit de kerk geleid toen ze als ukkie ‘Beat It’ van Michael Jackson begon te zingen tijdens de misviering. Ze won de lokale talentenjacht drie jaar na elkaar met haar versie van ‘The Miseducation of Lauryn Hill’.

Ze was de ster van de schoolmusicals, behalve in haar laatste jaar: toen greep ze naast de rol van Dorothy in ‘The Wizard of Oz’ omdat ze op het moment van de auditie haar moeder moest afhalen. Ze kan er nog altijd verongelijkt om doen. Maar niet veel later werd ze toegelaten tot de American Musical and Dramatic Academy, en verkaste ze naar New York. Ze deelde er een klein appartement met een nichtje, ze had niet eens een bed voor haarzelf. Als ze geen les volgde, kluste ze bij.

Toen een oude vriendin van haar in Atlanta ging studeren, trok ze erheen, en daar kreeg de mythe rond haar persoon vorm: Monáe, de Afro-Amerikaanse neosoulzangeres die de rekken vulde in de Office Depot-kantoorwinkel en daarna met haar gitaar op de campus rondhing. Ze werd ontslagen toen ze op een computer van de winkel een mailtje van een fan wilde beantwoorden, een incident waar ze later de song ‘Lettin’ Go’ over schreef. Dat nummer trok de aandacht van Big Boi, die haar liet meezingen op de plaat ‘Idlewild’ van OutKast en haar in contact bracht met Sean Combs.

Haar vader Michael herinnert zich nog goed dat hij een uitnodiging kreeg voor één van Monáes shows in Atlanta, waar ook Puff Daddy zou zijn. ‘Ik zal eerlijk zijn,’ grijnst hij, ‘ik dacht: ‘Yeah, right. Dat zal wel, dat Puff Daddy komt.’’ Maar Michael was wel apetrots dat hij was uitgenodigd. Hij was nog maar pas afgekickt van zijn crackverslaving, en hij en Janelle werkten hard aan hun relatie. Haar hele jeugd lang had hij alleen via familie van haar ongelofelijke talent gehoord, en hij was vereerd dat hij bij zo’n belangrijk concert aanwezig mocht zijn. ‘Ik ging ernaartoe met twee neven van me, en zij zei: ‘Pappie, iedereen ziet zo dat je niet van hier bent: er zit een vouw in je jeans.’ Een missertje – hij laat zijn jeans sindsdien niet meer persen, zweert hij – maar het concert was wel memorabel: zijn neef merkte Combs en Big Boi op in de zaal, hun avond kon niet meer stuk. ‘Ik dacht: hier begint het nieuwe leven van mijn kleine meid, en ik was net op tijd om het mee te maken,’ glundert hij. ‘Alle camera’s en alle schijnwerpers waren op Janelle gericht. Alles draaide om haar en haar alleen.’

'Ik was er lange tijd niet zeker van of de mens achter al mijn maskers wel interessant genoeg zou zijn'


Samen thuis

Het hoofdkwartier van haar artiestencollectief Wondaland Arts Society lijkt een synthese van haar leven in Kansas City en Manhattan. Het is ondergebracht in een huis met twee verdiepingen en een bakstenen gevel in een buitenwijk van Atlanta, en het valt helemaal niet op in het straatbeeld. Maar binnen hangen de muren vol oude klokken, staat er in elke kamer een witte divan en liggen overal boeken en platen verspreid. Ze lijkt er wel haar kindertijd in Kansas City te koesteren, toen iedereen binnen- en buitenliep. Hier is het een komen en gaan van artiesten die muziek willen opnemen, voor hun shows repeteren en hun werk aan de andere leden van het collectief voorleggen. Ook rapper Jidenna wipt even binnen – hij is net terug van een trip naar Afrika, en hij heeft duidelijk ook weken in het fitnesscentrum doorgebracht: iedereen begint hem meteen te plagen met zijn spierbundels. Ondertussen gaat Chuck Lightning, de extraverte helft van het funkduo Deep Cotton, een portie quinoa halen in de keuken – hij en Nate Wonder werken vaak samen met Monáe. In de kamer ernaast hakt Janelle de knoop door over de videoclip van ‘Pynk’, waarin ze de wereld laat kennismaken met de ondertussen beruchte ‘vaginabroek’.

Hier in dit huis heeft Monáe de meeste songs van ‘Dirty Computer’ opgenomen, in een kleine studio die aan Havana doet denken. Er heeft een rist bekend volk aan meegewerkt, van Grimes over Zoë Kravitz en Pharrell Williams tot Brian Wilson, die in het titelnummer te horen is. In de hoestekst staan citaten uit de Bijbel en uit een recent interview met Quincy Jones, en verwijzingen naar de film ‘Black Panther’ van Ryan Coogler en het boek ‘The Great Cosmic Mother’ van de Zweedse ecofeministe Monica Sjöö. Maar met één inspiratiebron was Monáe erg close. Prince heeft in hoogsteigen persoon zijn goedkeuring gegeven aan het campsfeertje en de synthesizermelodieën op de plaat.

Chuck Lightning «Toen Prince hoorde welke richting we uitgingen, zei hij: ‘Meer hoef je niet te doen.’ Die sound vond hij heerlijk. Hij gaf ook zeer gedetailleerde tips en liet ons nummers van Gary Numan horen waar hij erg van hield. Hij gaf ons de penselen waarmee we konden schilderen. Jammer dat Janelle er toen niet bij kon zijn.»

Volgens de geruchten zou Prince ook meegeschreven hebben aan de single ‘Make Me Feel’, waarvan de gitaarriff wel erg hard op die in ‘Kiss’ lijkt.

Monáe «Hij heeft dat nummer niet geschreven. Maar het was zelfs erg moeilijk om deze plaat af te werken zonder hem. Weet je, hij was de eerste die een exemplaar van ‘The ArchAndroid’ van mij heeft gekregen, met een bloemetje erbij.

»Terwijl we nummers aan het maken waren, vroeg ik me de hele tijd af: ‘Wat zou Prince ervan denken?’ Maar ik kon hem niet meer bellen. Het is niet makkelijk om je mentor te verliezen als je samen midden in een reis zat.»

Ook Stevie Wonder was één van haar eerste fans. Een gesprek tussen hen, waarvan Stevie vond dat ze het moest opnemen, staat als intermezzo op ‘Dirty Computer’. Jaren geleden stond Monáe voor een verscheurende keuze: optreden met Prince in Madison Square Garden, of met Stevie Wonder in Los Angeles. ‘Ga toch naar L.A.,’ zei Prince haar.

'Ik beschouw mezelf als een vrijgevochten ­motherfucker'' Foto: uit de videoclip bij de single 'Pynk', een ode aan de vagina


Loslopend wild

Op 8 november 2016, de dag van de presidentsverkiezing, voelde Monáe zich voor de eerste keer in haar leven echt bang.

Monáe «Van de ene dag op de andere leefde ik niet langer in een land waarvan de president van mijn muziek hield en me liet optreden in de tuin van het Witte Huis, maar in een land waarin mijn recht op leven werd bedreigd. Toen ik wakker werd, dacht ik: zullen de mensen nu vinden dat ze het recht hebben om mij, zeg maar, te vermoorden?»

'Toen ik meespeelde in 'Hidden Figures', tweetten Republikeinse blanke mannen hoe slecht ze zich wel voelden'

Monáe was al vóór het Trump-tijdperk een gedreven activiste. In 2015 nam ze samen met andere leden van haar kunstenaarscollectief een nieuwe, langere versie van haar nummer ‘Hell You Talmbout’ op, waarin de namen van slachtoffers van rassengeweld worden gescandeerd. Lang voor #MeToo richtte ze Fem the Future op, uit frustatie over de beperkte kansen die vrouwen kregen in de muziekindustrie. Die organisatie geeft talentrijke artiestes de kans naar buiten te komen met hun werk. Ze trad op tijdens de Vrouwenmars in 2017 en sprak over de Time’s Up-beweging op de uitreiking van de Grammy’s. Ze wil de verdrukkers niet te lijf gaan, maar hun denkbeelden bijsturen.

Monáe «Dat hoeft niet in een gesprek met hen te zijn, het kan evengoed via een film, een song of een speech op tv. De meesten zullen dan wellicht hun tv uitschakelen, maar... Mijn muzikale helden hebben niet al die offers gebracht opdat ik nu in angst zou moeten leven.»

Na de laatste repetities in Atlanta vroeg ze de muzikanten na te denken over hoe Amerikaans de plaat wel is. Haar Amerika is het Amerika dat outsiders als zijzelf accepteert. Haar eigen leven maakt nu deel uit van haar kunst, en ze beseft dat ze het verschil kan maken.

Monáe «Toen ik meespeelde in ‘Hidden Figures’, tweetten Republikeinse blanke mannen hoe slecht ze zich wel voelden. Je voelde dat ze eigenlijk wilden zeggen: ‘Die zwarte vrouwen hebben ons geholpen om naar de ruimte te reizen. Hoe is het mogelijk dat we hen zo hebben behandeld?’»

Ondertussen maakt ze zich meer zorgen over haar kritische familieleden in Kansas. Maar als ze door ‘Dirty Computer’ een paar mensen verliest, dan is dat oké voor haar.

Monáe «Ik deel mijn ervaringen, en ik hoop dat andere mensen daardoor worden gezien en gehoord. Ik maak nog fouten en ik moet nog veel leren, maar ik ben klaar voor deze reis. Ik moet erdoor, we moeten er allemaal samen door. Ik wil jullie begrip doen krijgen voor alle dirty computers op aarde.»

© Rolling Stone / Vertaling en bewerking: Lieven Germonprez





‘Dirty Computer’ is nu uit bij Warner.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234