Angel Olsen (Sint Dionysius-kerk, Sint-Denijs)

God zegene u, Angel.

Angel Olsen voor het ‘In Heaven’-programma in een kerk. Het klonk als een flauwe grap. Maar wie erbij was, had in iets meer dan een uur tijd een onpeilbare winstmarge geboekt op het risicofonds dat de ziel heet. Alles dankzij de serafijnenstem van een country girl uit Chicago.

Ik kan het niet níét over de locatie hebben. De Sint Dionysius-kerk waar Angel Olsen uit haar oeuvre zou gaan bloemlezen, prikte pal in de navel van een glooiende West-Vlaamse dorpskern, waar de enige levenssignalen gedempt vanonder de ramen en deuren van café De Postduif sijpelden. Met het openbaar vervoer kon je er op dit uur nauwelijks raken. En dus leek Sint-Denijs ‘ploatse’ dik een uur lang op de drukbezette motorparking van The Roadhouse uit Twin Peaks. Wie van buitenaf naar de troebel verlichteglas-in-loodramen keek, had kunnen denken dat er zich binnenin een donkere, andersoortige communie zou voltrekken.

Pront op het priesterkoor, met achter haar een in rode spots en schaduwen geklad altaar, stond Angel Olsen. Een jonge vrouw met enkel een elektrische gitaar en een dozijn folk- en Americana-songs in een ‘this seems bigger than a church’: het was een bevreemdend zicht. Zelf leek ze daar geen erg in te hebben: Olsen dronk haar rode wijn zoals u en ik dat zouden doen op een receptie, en ze droeg de matte gelaatsuitdrukking van iemand die er al een shift achter de kassa in de supermarkt had opzitten. Olsen leek dit allemaal niet erg bijzonder te vinden.

Je kon daar enigszins aanstoot aan nemen. Maar toen zette ze ‘Sans’ in, dat heerlijk sjofele nummertje uit het even heerlijke ‘Phases’, als om te zeggen dat dat nergens voor nodig was. ‘Feeling kinda tired / But I know it’s for the best / Even when you’re dreaming / You’re not getting any rest / In the darker hour when you’re far away from home’: ineens kwam het besef dat de zeikregen die op dat moment nog aan het neerpleuren was ook tegen Olsens gemoed had zitten kletsen, en dat Sint-Denijs inderdaad meer dan een paar bushaltes verwijderd is van Chicago. Dat Olsen alles welbeschouwd een mens is, met schrammen op de ziel. En hey, daarom zaten we hier toch met z’n allen, om de verhalen rond die littekens te horen?

Olsen bracht een concert dat buiten alles stond. Er was geen begeleidende band en de setlist was er een met meer deep cuts en nieuwe, onaffe nummers dan hits. Ze speelde wat ze wilde spelen. ‘Iota’ was een alternatief script voor het VTM-programma ‘Wat Als?’, en het had de tederste televisie van het jaar kunnen opleveren. ‘If only we could turn ourselves around / And all the things we’re looking for were found.’ Olsen zong het in een zucht die je geest in een foetushouding vouwde. Je wilde er het liefst zo lang mogelijk in blijven liggen.

‘Some things Cosmic’ was oud werk, van toen een 24-jarige Olsen nog volop aan het touren was als achtergrondzangeres bij folkgroep Bonnie ‘Prince’ Billy. Uit haar gitaar kwam weinig meer dan wat rudimentaire akkoorden; van muziek kon je amper spreken. Alles was ontmanteld, afgeschminkt, gedenucleariseerd.

Behalve die stem van haar. ‘Het is alsof ze in je lijf kan sijpelen’, zei Carrie Brownstein van Portlandia en Sleater Kinney daarover. En iemand anders zei: haar stem is zoals Meryl Streep: ze kan probleemloos meerdere personages opvoeren. Gisteravond kwam door dat strottenhoofd een parade van emoties: gekwetst en gebroken tijdens ‘White Fire’, ietwat angstig tijdens ‘Pops’, en verbitterd tijdens die ene hit ‘Unfucktheworld’.

Tussen al die nummers door hees Olsen zich terug in die nonchalante, ietwat dwarse houding van daarstraks. Eén keer begon ze over het belang van onze stofwisseling: ‘Ik ga mijn set kort houden, zodat jullie allemaal op tijd kunnen gaan kakken.’ Was ze aan het relativeren of provoceren? De zone was grijs, en het deed me denken aan iets wat ze zei toen twee jaar geleden haar derde studioplaat ‘My Woman’ verscheen: ‘Mijn vorige plaat was zo donker en fucked up; plots vonden allerlei mensen die fundamenteel verloren waren aansluiting bij mijn muziek. Maar soms wil ik gewoon zeggen: “Ik ben niet altijd fucking sad!”’

Op haar derde werd Olsen opgenomen in een adoptiegezin. Haar pleegouders moeten toen al een eind in de veertig geweest zijn, want ze zijn opgegroeid met de platen van The Everly Brothers. Over haar adoptiemoeder zei Olsen ooit dat ze een talent had om ‘donkere shit te zeggen en daarna breeduit te lachen’. Wellicht wist ook zij dat stofwisseling belangrijk is.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234