null Beeld

Anne van Veen schreef een roman over haar affaire met acteur Jappe Claes:'Wie ik aan het zijn was'

Ophef in de Volkskrant vorige zomer, toen ex-studentes van de Amsterdamse Theaterschool een boekje opendeden over de troebele verhoudingen tussen leerlingen en docenten. Acteur Jappe Claes klapte al snel uit de biecht: hij had één affaire gehad met de dertig jaar jongere Anne van Veen: zij debuteert nu met de roman ‘Wie ik aan het zijn was’.

'Ik was niet verliefd, ik wou geloven dat het echte liefde was'

Anne – hier kennen we haar vooral als de Anne die van de pot naar de wc ging in het liedje van haar vader Herman, maar in Nederland is ze een volleerd actrice en theatermaker van 32 – heeft twee jaar gepend aan haar debuutroman. ‘Wie ik aan het zijn was’ moest een coming of age-roman worden, over een studente aan de toneelschool, Alma, die naast het leren van het acteermetier ook een affaire aanknoopt met een docent, Peer. Alleen haar dichtste vrienden zouden weten dat het boek ook autobiografische trekjes vertoont, dacht Anne.

Maar dat was dus buiten het Volkskrant-artikel gerekend. Nu leest iedereen het boek met dezelfde vragen in het achterhoofd: hoeveel fictie zit er in deze roman? Waar stopt Alma en begint Anne? En waar stopt Peer en begint Jappe? De grenzen zijn sowieso flou: net zoals Anne destijds is Alma een eerstejaarsstudente aan de toneelschool, hongerig en zoekend naar hoe ze erbij kan horen in die nieuwe, kunstzinnige biotoop. Net zoals Jappe Claes is Peer een oudere docent met Vlaamse roots en niet bepaald moeders mooiste. ‘Hij was anders,’ beschrijft Anne hem in haar boek. ‘Peer was lelijk, maar dat was een truc. Peer was niet van hier, ook al leek het van wel. Peer sprak ondermaans laag en ’s avonds nog lager. Hij fluimde op straat. Hij haalde zijn neus op. Hij kloof op gefrituurde garnalen alsof het spareribs waren. Maar het was allemaal bedacht. Een slimme maskerade. Peer was de onsterfelijke minnaar.’

HUMO Alma of Anne, Jappe of Peer, de vraag blijft: waarom voelt zo’n jong, mooi meisje zich aangetrokken tot een dertig jaar oudere, niet erg aantrekkelijke man?

Anne van Veen «De aantrekking lag bij mij in dezelfde lijn als die van Alma tot Peer: hij was eloquent en erudiet. Hij wist veel en kon dat op een mooie manier verkondigen. Hij was zeker bij machte om mensen te beïndrukken. In elk geval projecteerde ik daar van alles op. En als zo’n man dan net iets meer interesse heeft voor jou dan voor de andere meisjes in de klas, dan is dat welkom. Op zo’n leeftijd zoek je die bevestiging op en verwar je die ook makkelijk met verliefdheid.

»Maar een Mr. Darcy is Peer duidelijk niet. Terwijl dat wel in de lijn van de verwachtingen ligt: ‘Jonge studente valt op oudere leermeester: dat wordt vast heel sensueel.’»

undefined

null Beeld

'Mijn vrouw en ik schelen twintig jaar. Da's toch al tien jaar minder dan bij Jappe'

HUMO Er valt heel wat te zeggen over de seksscènes in je boek, behalve dan misschien dat ze passioneel zijn.

Van Veen «De seks is onhandig en rauw. Alma is natuurlijk nog jong. Wat heeft zij voor ervaring? In het boek heeft ze één ervaring met een jongen achter de rug en dan komt Peer. Die ongemakkelijke seks hoort bij het misverstand dat ze samen creëren: ze scheppen de illusie dat ze heel verliefd zijn, maar echt op aarde komt die relatie nooit. Het is ook maar de vraag of die verliefdheid echt wederzijds is. In het boek laat ik het antwoord ergens in het midden.»

HUMO In het echte leven liet Jappe Claes het veel minder in het midden. In het interview dat hij gaf na het artikel in de Volkskrant, zei hij dat machtsmisbruik uitgesloten was, want: ‘Er was, zowel bij haar als bij mij, sprake van heftige verliefdheid.’

Van Veen «In die tijd wilde ik misschien wel geloven dat het echte liefde was. In het boek beschrijf ik een scène waarin ze allebei in zijn auto zitten. Zij is helemaal in de war en voelt zich ongemakkelijk. Hij interpreteert die signalen totaal verkeerd: ‘Dat je zo in de war bent, komt doordat jij het ook wil.’ Als jong meisje geloof je dat: ‘Is die knoop in mijn maag verliefdheid? Vast wel, ja.’ En dan ben je toch plots ontvankelijk voor zijn woorden.»

HUMO Ik hoor je niet zeggen: ‘Ik was ook verliefd.’

Van Veen «Nee. Ik had nog niet veel ervaring in de liefde. Dan komt die aandacht binnen. Komt daar nog bij dat je er op die leeftijd wel uitziet als een vrouw – alles groeit en bloeit – maar vanbinnen ben je nog een kind dat bij de moeder op schoot zit. Tussen dat meisje en die vrouw zit zo’n gat en die meneer duikt er vol in, gaat jongleren met je gevoelens. Pas met terugwerkende kracht denk je: ‘Wacht eens, waarom voelde ik me zo raar?’ In het boek laat ik Alma na een seksscène heel hard haar tanden poetsen. Ook voor mij was het boek een onderzoek na de feiten: hoe is dat nu toch allemaal zo kunnen gaan spoken?»

HUMO Zulke gevoelens had je nog nooit meegemaakt?

Van Veen «Die bewieroking niet, nee. In het boek neemt Peer Alma mee naar de chinees. Dat is op zich niks wereldschokkends of romantisch, maar omdat hij dat doet, krijgt het een glans. Hij staat in haar ogen symbool voor literatuur, wetenschap, kennis, De Wereld. Zij is superhongerig naar dat alles. En ook hij verwart die jeugdige honger met verliefdheid. Als pedagoog had hij moeten zeggen: ‘Je bent een prachtige, interessante vrouw, maar tot hier en niet verder.’ Dat kon hij niet. Waarom niet, dat weet ik niet. Hij zit kennelijk ook met een blinde vlek, een bepaalde behoefte. Maar ik probeer me vooral niet in zijn schoenen te verplaatsen.»

HUMO Je hebt vast wel een idee van wat zijn blinde vlek is.

Van Veen «Had ik het maar. Zo goed hebben we elkaar niet gekend. Je denkt: ‘Die twee hebben iets gehad, dus die kennen elkaar door en door.’ Maar dat is erg verneukeratief. We lieten allebei niet écht in onze kaarten kijken. Daarvoor voelde ik me niet veilig genoeg. Goddank heb ik me wel altijd veilig gevoeld bij mezelf. Hij moet zich wél veilig gevoeld hebben bij mij. Hij moet gedacht hebben: ‘Bij haar kan ik me dit permitteren, want zij zal nooit uit de school klappen.’ In a way wil ik wel geloven dat hij echte gevoelens voor me koesterde, maar dan nog had hij de oudste en de wijste moeten zijn. Weet ik veel, misschien had hij die gevoelens wel keer op keer bij vrouwen en was hij telkens weer in staat die illusie te creëren. Misschien is het gewoon een intense, vatbare man. Een fantast. In die zin waren zijn gevoelens wel legitiem, maar dan in zijn beleving, niet afgestemd op de realiteit.»

HUMO Het was een plaatje.

Van Veen «Precies. En achteraf klopte er niets van. Het was één groot ontspoord toneelstuk.»


Ontgrendelaar van dienst

HUMO Bij Alma doet het leeftijdsverschil van dertig jaar vermoeden dat haar blinde vlek iets te maken heeft met de zoektocht naar een vaderfiguur. Haar ouders zijn gescheiden, net zoals die van jou. Na je 6de woonde je vooral bij je moeder, actrice Marlous Fluitsma. Moest je je vader vaak missen?

Van Veen «Nee, hoor. Ze woonden dicht bij elkaar en wij gingen makkelijk van het ene naar het andere huis. Ik snap wel dat je dat denkt, maar ik kom uit een sterk en goed fundament, dus daar kan ik de reden niet zoeken. Wellicht heeft het meer te maken met het feit dat je voor het eerst op eigen benen staat in een geheel nieuwe wereld. In die zin gaat het zelfs niet zo erg over hém – het had iedereen kunnen zijn die haar ophemelde.»

HUMO Heb jij ophemeling nodig?

Van Veen «Inmiddels niet meer – dat zou pas vermoeiend zijn – maar op die leeftijd natuurlijk wel. Dat had ook met die kunstopleiding te maken. Op de toneelschool duik je na school samen de kroeg in, ga je samen naar een voorstelling, word je geëvalueerd tot in de diepe uurtjes. Plus: het is een fysieke opleiding. Je moet je helemaal blootgeven en er wordt diepgravend onderzoek naar je gedaan: ‘Wat drijft je? Waarom blokkeer je?’»

HUMO Dat doet denken aan de vreemde praktijken die de klokkenluidsters in de Volkskrant aanhaalden: ze moesten met ontblote boezem of naakt voor docenten en een dokter verschijnen, omdat hun stemmen zogezegd geblokkeerd zaten in hun lichaam en bevrijd moesten worden.

Van Veen «Dat hebben wij nooit meegemaakt. Maar op een kunstschool maak je nu eenmaal kunst die uit jezelf komt. Jij bent dus de bron en die bron moet je op school ontdekken. Om je daarbij te helpen, hebben docenten allerlei middelen. Dat maakt dat de verhouding leraar-leerling er troebeler is.»

undefined

'Op de toneelschool zit je in een cocon en denk je: 'Dit moet kunnen.' Dan kom je eruit en hoor je: 'Zo normaal vind ik dat niet, hoor''

HUMO En makkelijker tot grensoverschrijdend gedrag leidt?

Van Veen «Tuurlijk! Het ligt op de loer.»

HUMO In de hetze na het artikel werd iedereen naar een mening gevraagd.

Van Veen «Er ontstonden twee kampen. Ik snap dat dubbele gevoel wel. Op de toneelschool zit je vier jaar lang in een cocon en denk je: ‘Dit moet allemaal kunnen.’ Dan kom je eruit en hoor je opeens: ‘Zo normaal vind ik dat niet, hoor.’ Dan raak je wéér in de war. Je bent net gewoon geworden aan de code van de toneelschool en dan wordt die gelijk vervangen door een andere code.»

HUMO Is er dan een toneelschoolcode?

Van Veen «Ja. Zo zegt de artistiek directeur in mijn boek als hij de eerstejaarsstudenten verwelkomt: ‘Vanaf nu behoren jullie tot eenzelfde bloedgroep.’ Dat geeft een eergevoel: ‘Ik ben uitverkoren en hoor ergens bij.’»

HUMO Kurt Van Eeghem, docent aan het conservatorium van Antwerpen, zei over de hetze: ‘Misschien zeggen ouders nu tegen hun dochters met acteerambities dat ze maar beter voor tandarts kunnen gaan studeren.’

Van Veen «Mja, die gedachte vind ik best pittig. Het artistieke onderwijs deugt, daar ben ik zeker van, maar de veiligheid is discutabel. Intussen zijn de toneelscholen wel van alles aan het aanscherpen en stellen ze regels op. Vroeger was de regel dat er geen regel was. Iedereen wist dat het gebeurde. Het werd misschien zelfs verheerlijkt. De meisjes met wie de docent niet ging eten, dachten zelfs: ‘Ben ik dan niet mooi, niet getalenteerd genoeg?’

»Maar of het nu beter is? Ik weet het niet. Ik denk weleens: ‘Als het me vandaag zou overkomen, zou ik dan mijn vinger durven opsteken?’ Nee, nog steeds niet. Het probleem is nu wel aangekaart, maar de schaamte, het taboe is er nog niet af. Een cultuur veranderen heeft tijd nodig. Het systeem zit voorlopig nog op slot en iemand moet het ontgrendelen.»

HUMO Jij bent nu even de ontgrendelaar van dienst, al heb je daar niet zelf voor gekozen.

Van Veen «Ik ben op die stoel terechtgekomen, ja. Ik ga er niet tegen in verzet, maar af en toe denk ik wel: ‘Mag die stoel alsjeblieft even van onder mijn kont vandaan? Want ik wil gewoon actrice zijn.’»

undefined

null Beeld


De sappige brok

HUMO Het was Jappe die als eerste je naam noemde. Jij was de sappige brok die hij de media toewierp, waardoor hij al de andere beschuldigingen kon ontkennen: ‘Het was één affaire – géén twintig – en we waren écht verliefd.’

Van Veen «Toen hij ging spreken, kon ik er natuurlijk niet meer om heen: ‘Ja, dat was ik.’ Ik vond zijn bekentenis verrassend. Kennelijk zat hij in een lastig parket en achtte hij het nodig dit te doen.»

HUMO Hij verdedigde zich door te zeggen dat zijn manier van lesgeven nu eenmaal intens en dus misschien verwarrend is. En ook: ‘Als ik erover ben gegaan, dan heeft het met het vak te maken. Acteren is een manier van leven.’

Van Veen «Toen ik dat las, dacht ik alleen maar: ‘Zo heb ik het niet ervaren.’ Ik herkende het niet. Het lesgeven ging wel vaak tot na negen uur ’s avonds door, maar fysiek intens was het niet. Het waren net heel ambachtelijke lessen, zelfs eerder cerebraal: over tekstinterpretatie, tekstbehandeling, stemtechnieken.

»Wat me ook opviel, was dat hij zei: ‘Studenten halen soms fictie en werkelijkheid door elkaar.’ Dat is zo, want alles binnen de opleiding draait rond fictie en werkelijkheid en dat is best verwarrend. Vandaar net dat er extra waakzaamheid van de docenten nodig is. Ze moeten duidelijk articuleren: ‘Nu zijn we aan het spelen; nu staan we in een hiërarchische relatie.’ Hij heeft dus wel een punt – studenten kunnen die twee door elkaar halen – maar de verantwoordelijkheid ligt toch vooral bij de docent.

»Dat de grenzen tussen leerling en leraar op de toneelschool een beetje flou zijn, daar zit ook schoonheid in. En wie ben ik om te zeggen dat je niet verliefd mag worden op een leerling? Een docent is ook maar een mens. Mij moet je ook niet voor de klas zetten, hoor. Ik weet niet of ik bestand zou zijn tegen die verleiding, maar ik zou er in elk geval niet alleen mee willen lopen. Dan wordt het link.»

HUMO Peer vertrouwde zijn geheim toe aan zijn secretaresse, die Alma bij zich riep: ‘Hij is écht wel verliefd op je.’ Wisten mensen in Jappes entourage het?

Van Veen «Dat van die secretaresse is echt, maar ik heb het wat gefictionaliseerd. Ik heb geen idee wie in zijn entourage het nog wist.

»In mijn omgeving was heel lang niemand op de hoogte. Mijn ouders heb ik het wel verteld, maar niet meteen. Zoals elk kind hield ik ze erbuiten. Hadden ze zorgen, dan zei ik: ‘Logisch dat ik niet genoeg eet, het is een spannende opleiding en ik heb geen tijd om te eten.’ Nu zijn ze heel trots op hoe ik dit op eigen kracht allemaal in integere banen heb weten te leiden en heb omgeturnd tot een roman. Mijn drijfveer was nooit rancune. Ik wilde gewoon heel graag schrijver worden – dat liep ik al te verkondigen toen ik 6 was. Ik kreeg de kans en die heb ik gegrepen.»


Met je cv zwaaien

HUMO Alma wist, net zoals jij, dat er nog ergens een vrouw en een kind zaten. Confronteerde hij je daar soms mee?

Van Veen «Hij hield die twee werelden erg gescheiden. Iedereen wist dat hij getrouwd was. Maar wie die vrouw was? Geen idee. Het knaagt wel aan Alma, net zoals het dat destijds aan mij deed. In die hele adoratie wil je toch dat er voor jou wordt gekozen: ‘Hallo? Zou het niet fijn zijn om even melding te maken van het feit dat je verliefd bent op mij?’ Dan lees je artikels in de Viva met allerlei percentages: ‘In slechts 8 procent van de gevallen kiest een man voor z’n minnares.’ Dat is wel het laatste wat je dan wil horen.

»In het boek laat ik Alma wel rakelings met die vrouw kennismaken, omdat ik een antwoord wilde verzinnen op de vraag: wat zou het met mij gedaan hebben? Alma schrikt erg van de verschijning, omdat ze zo mooi en krachtig is. Ze denkt: ‘Hoe kan het dat hij dit kan? En dat die vrouw het niet weet? Of weet ze het wel, maar zet ze zich erboven?’ Dat heb ik tot op vandaag, dat ik denk: ‘Wat gaat er nu door haar heen?’ Maar ik heb niet de behoefte haar te bellen, hoor (lacht).»

HUMO In zijn weerwoord zei Jappe Claes dat zijn huwelijk nu in een crisis verkeert.

Van Veen «De kop van het artikel was: ‘Jappe Claes slaat mea culpa.’ Zijn move was duidelijk een schuldbekentenis. Daar zal hij wel z’n redenen voor hebben.»

HUMO Hij sloeg een mea culpa tegenover zijn vrouw, maar niet tegenover jou.

Van Veen «Dat viel me ook op. In het artikel zei hij: ‘Het gaat niet zozeer om de relatie leerling-leraar die nu ter discussie moet worden gesteld. Het enige onrecht dat er is gebeurd, is dat ik mijn vrouw heb bedrogen.’ Dat zijn focus daar ligt, zegt veel over hem. Maar raken doet het me niet.»

HUMO Als Alma naar de artistiek directeur stapt, dan vergoelijkt die Peers gedrag: ‘Hij is niet opgewassen tegen dit soort verleidingen.’

Van Veen «Op dat moment lijkt het hele gebouw voor Alma in mekaar te flikkeren. Ze is verbouwereerd. Ze heeft geen idee bij wie ze verhaal moet halen.»

HUMO Ruut Weissman, de andere omstreden docent uit het Volkskrant-artikel, antwoordde de journalisten ronduit: ‘Ik weet zeker dat de mensen met wie jullie hebben gesproken, niet de mensen zijn die succes hebben gehad.’

Van Veen «Een boude uitspraak. Die omkering is opvallend. Destijds werden die meisjes gezien als de meest talentvolle. Tenminste: zo werden ze betiteld door de mannen in kwestie. Vervolgens, als het ze niet uitkomt, draaien die mannen het zo dat diezelfde meisjes het minste talent hadden. Dat vind ik vreemd.»

HUMO Maar tegen die uitspraak van Weissman ga je niet in het verweer?

Van Veen «Door even met mijn cv te zwaaien? Nee. Ik laat het zo.

»Wat ik wel discutabel vind, is dat de school Jappe de hand boven het hoofd heeft gehouden door hem een mooie exit te gunnen. Sinds het onderzoek werkt hij er niet meer, maar ontslagen is hij niet. Het werd naar buiten gebracht als: ‘Hij gaat zich meer op z’n acteerwerk richten en minder op het doceren. Change of jobs.’ Hét bewijs dat die cultuur nog leeft.»


Een raar excesje

HUMO Heb je tijdens het schrijven vaak aan hem gedacht?

Van Veen «Gek genoeg was ik daar niet zo mee bezig. Als ik me aan de waarheid en de feiten had moeten houden, dan had ik iets moeten optekenen. Dat wilde ik niet. Peer is ook geen één- op-éénweergave van Jappe Claes, het is een abstractie van hem. Tot het verschijnen van het artikel was hij echt een personage. Toen werd het plots actueel, maar nog steeds dacht ik niet: ‘Deze passage moet ik nu schrappen.’

»Ik ben wel benieuwd of hij het boek zal lezen. Dat moet hij zelf weten. Als hij het doet, dan zal hij wel voelen dat ik hem nooit als een vreselijke figuur heb willen afschilderen, dat ik meer de psychologie erachter wilde bestuderen dan me in hem te verplaatsen. Maar natuurlijk zal hij bij sommige passages denken: ‘Moet dit nou?’»

HUMO Zullen andere passages hem in positieve zin raken?

Van Veen «Ik zou het waarderen als hij besluit: ‘Ze is bezig met haar metier en dat doet ze niet onaardig.’ Hij is tenslotte ook een vakman.»

HUMO Met de affaire ben je nu duidelijk klaar.

Van Veen «Intussen is het dertien jaar geleden. Het zit niet meer in mijn systeem. Kennelijk had hij met mij een veerkrachtig iemand getroffen – ik was ertegen opgewassen. Hoe dat komt? Wellicht een combinatie van goeie genen en de fundamenten van mijn nest, ik weet het niet. Tot een jaar na de affaire had ik het wel lastig om mijn eigen gevoelens te vertrouwen. Als ik iemand leuk vond, dacht ik: ‘Wacht even, vind ik die nu echt leuk? Of komt het omdat die mij een goed gevoel geeft?’ Ik durfde mijn verliefdheid niet meer blind te vertrouwen.»

HUMO Sindsdien val je niet meer op mannen. Je bent begin dit jaar met een vrouw getrouwd, theater- en radiomaker Han Bosman.

Van Veen «Ik ben misschien nog wel een paar keer op een jongen gevallen, maar toen ben ik toch teruggekomen op wat ik altijd wel had vermoed – voordien was ik ook op de juf of op de nieuwslezeres. Daardoor ben ik die affaire nog meer als een typische dwaling van de leeftijd gaan zien. In ieders adolescentie ligt wel een raar excesje – sommigen gaan met drugs experimenteren, wel, dit was mijn rare ding. Die meneer was echt een heel apart zijtakje.»

HUMO Je echtgenote is ook een pak ouder.

null Beeld

Van Veen «Mijn vrouw en ik schelen twintig jaar. Da’s toch al tien jaar minder (lacht). Nee, leeftijd is relatief. Ik zeg altijd: ‘Je voelt er niks van.’ Als je relatie gelijkwaardig is en je bent niet van elkaar afhankelijk, dan is het prachtig. Mijn vrouw en ik zijn heel gelijkwaardig. Behalve dan dat ik niet altijd weet welk liedje er op de radio speelt en zij wel. En dat zij niet goed weet wat ik bedoel als ik iets ziek gaaf vind.

»Nee, behalve dat leeftijdsverschil zijn er nul raakvlakken tussen mijn huidige relatie en hem. Dat is een compleet ander hoofdstuk, een ander leven, een ander personage. Alma, dus (lacht). Die afstand maakte ook dat ik zo’n pret had in het schrijven. Als het nog erg op mijn gemoed had gedrukt, dan was ik niet in staat geweest er zo’n kunststukje van te maken. En dit boek past ook gewoon in de tijdgeest: alles komt boven, niets wordt nog voor lief genomen. Het is één groot onthullend decennium. Alsof we met een karmische schoonmaak bezig zijn.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234